De laatste dagen op een boeiend continent

De laatste dagen op een boeiend continent

Eerst wassen, dan mag je naar huis

Omdat de camper stinkend smerig is en dan niet mee op de boot mag, gaan we vrijdag 16 Maart als eerste de camper poetsen. Het is er echt weer voor, bewolkt, windstil en 14 graden. We rijden enkele adressen af die we hebben gekregen maar telkens blijkt de hoogte van de wasstraat te laag te zijn voor ons.  Dankzij informatie van een Ranger vinden we uiteindelijk wel een adres waar de camper een poetsbeurt kan krijgen en wat voor een, twee man schrobben de camper met borstels en zeep en uiteindelijk komt er ook nog een machinale borstel overheen, nu ja niet helemaal want mogelijk kan de airco dat niet aan. Op het dak na (daar konden de mannetjes niet bijkomen)  is de camper uiteindelijk weer toonbaar  en beginnen wij met uitzuigen. Ook geen overbodige luxe want omdat we redelijk veel in en uitlopen verzamelt er zich toch ongemerkt veel vuil en stof in de wagen. We borstelen dat wel iedere dag weg maar na een zuigbeurt van 3 dollar blijkt de camper toch aanzienlijk schoner er uit te zien. Uiteindelijk verklaren we de camper voor schoon en rijden naar onze volgende bestemming: Sears (ja, die van Extreme Home Makeover) waar we nieuwe sportschoenen willen kopen. Onze oude zijn echt versleten en voordat we op het vliegtuig stappen zullen ze in de vuilnisbak verdwijnen. Dick heeft meteen nieuwe schoenen maar het duurt even voordat ik ook passende vind. Uiteindelijk verlaten we Sears en gaan verder rondkijken in het supermooie en uiteraard grote winkelcentrum van Columbia een stadje tussen Baltimore en Washington DC in. Het is nog steeds somber buiten dus wat is er dan leuker om door een supergroot winkelcentrum te dwalen.We kijken even bij de Apple store maar de computers blijken niet echt goedkoper te zijn. Dit heeft te maken met het feit dat Apple inmiddels weer een nieuwere Ipad heeft en de prijzen hiervan zijn opnieuw hoger. Ook garantie blijft een probleem want in Amerika wordt alleen US garantie gegeven en uitsluitend tegen een forse meerpijs kan men Worldwide garantie verkrijgen. Het blijft echter een genot om in deze winkel rond te lopen en te kijken. Uiteindelijk na nog even bij Abercrombie een luchtje te hebben opgespoten en een heerlijke Thaise lunch genuttigd te hebben in de food mall rijden we terug naar de camping.

De White Tailed Deer in Greenbelt Park

Het weer is aan de beterende hand en als we bij de camping zijn schijnt de zon weer volop en kunnen we genieten van een mooie zonsondergang. Maar niet nadat we nog lekker een trail in het National Park hebben gelopen waar we een aantal White Tailed Deer tegenkomen die na ons uitvoerig bestudeerd te hebben er toch maar voor kiezen te vluchten wat met hun grappige omhooggestoken witte staarten een leuk gezicht is. Het is veel drukker geworden op de camping en veel plekjes zijn nu bezet.

Zaterdag 17 maart staan we al vroeg eerst  want we willen naar DC of the Capitol zoals Washington door de plaatselijke inwoners genoemd wordt. In tegenstelling tot gisteren is het nu prachtig weer, zei het dat rond ’s ochtends 7 uur de temperaturen niet boven de 10 graden uitkomen. Het is niet echt ver lopen naar de metro, slechts 1,5 mile. Het is altijd weer even uitzoeken hoe je een kaartje moet kopen maar met behulp van een vriendelijke metro mevrouw lukt het uiteindelijk goed en stappen we een lege metro trein in na enige minuten op een zeer donker en somber perron te hebben gewacht. We zijn toch al in heel wat metrostations geweest in de loop der tijden maar nog nooit heb ik zulke donkere metrostations gezien. Je zou er geen boek kunnen lezen wachtend op de trein. De metro blijkt het vervoermiddel naar en in DC want na enkele stations loopt de trein helemaal vol en staat iedereen op elkaar gepakt. Omdat wij bij het beginpunt opstapten konden we lekker een zitplaats krijgen, nu is daar geen beginnen meer aan. Veel mensen die instappen zijn in het groen gekleed. Het blijkt een bijzonder weekend te zijn, en het is St. Patricks Day, een nationale feestdag van de Ieren die ook uitbundig in Amerika wordt gevierd vandaar dat er zoveel mensen in het groen lopen en de halve marathon is vanmorgen geweest zodat de andere helft van de metro gangers in renpakken is gehuld en nog loopt na te hijgen van de inspanningen.

Smithsonian Castle is het Info Center

Uiteindelijk stappen we uit bij het Smithsonian een beroemd museum ofte wel een reeks van musea in het centrum van DC. Alhoewel het weer te mooi is om nu hier rond te kijken kunnen we het niet laten even binnen te gaan in het Smithsonian Castle en daar kijken we, nadat we een lekkere koffie genuttigd hebben, welke tentoonstellingen er zijn. Ik ben niet echt een museum bezoeker maar het Smithsionian is wel erg bijzonder en beroemd en daar moet je rond gekeken hebben. Daar zullen we dus een dezer dagen ook verder gaan kijken. Maar eerst is het vanwege het uitzonderlijk mooie weer, tijd om de hoofdstad verder te bekijken. Het is gezellig druk maar omdat alle wegen erg breed zijn heb je niet echt last van de vele, mensen die rondlopen. Alle bezienswaardigheden blijken op loopafstand van elkaar te liggen en we volgen de stroom mensen. Het is een indrukwekkende stad met alle monumenten van zowel voormalige Presidenten als de War Memorials. Indrukwekkend is het beroemde beeld van Lincoln, zittend op zijn troon uitkijkend over de city, de trappen van het Lincoln Memorial zitten vol met mensen die zich heerlijk in het warme lente zonnetje koesteren.

Mall of America, WW II Memorial en Lincoln Memorial

We wisselen de President Memorials af met de War Memorials, zoals die van de Tweede wereld oorlog, van Vietnam, waar mensen de namen van hun overleden familieleden (die in een granieten muur zijn gegraveerd) op papiertjes overnemen. Het Korea monument maakt met name diep indruk op me. Naast levensgrote beelden van militairen met regencapes rondlopend in een veld staat te lezen dat de natie haar zoons en dochters eert die gehoor gaven aan de oproep om een land te verdedigen dat ze niet kenden en waarvan ze de inwoners nooit hadden ontmoet.

Deel van het Korean Memorial

We blijven lopen want alhoewel alles op loopafstand is betekent dat in dit reusachtige land niet dat alles ook dichtbij is. Maar de wandeling is mooi en de rondgang langs het Memorial van Roosevelt en dat van Martin Luther King pakken we ook nog even mee. Met name bij dit laatste monument is het erg druk omdat het net nieuw is en erg indrukwekkend. Uiteindelijk rukken we ons los van de Memorials en lopen langs de in 1912 geplante Cherry Blossom Trees die dankzij het warme weer van de afgelopen dagen al volop in bloei staan. Het is onvoorstelbaar mooi om er langs en vaak onder te lopen. Met ons lopen honderden anderen hetzelfde rondje en vaak wordt gevraagd even een foto te maken met op de achtergrond de bloeiende blossoms en uiteraard de hoogoprijzende naald van het Washington monument.

Het Witte Huis, Obama was thuis en had bezoek

Uiteraard zien we ook het Witte Huis en het Capitool maar wel van een afstand. We zullen er nog wel dichterbij komen de komende dagen. We proberen nog bij het Jefferson Memorial een Earthcache te doen (je zoekt dan niet iets maar beantwoord vragen die op die plek betrekking hebben) maar vinden niet echt de goede antwoorden dus laten we het maar zitten  Na bijna 8 ½ uur lopen (het valt niet mee om dan na een metrorit nog 1,5 mile door het bos terug te lopen naar de campground) zijn we uiteindelijk weer bij de camper terug, waar we nog net een prachtige zonsondergang door de bomen zien. Zondag 18 maart worden we pas om half negen wakker, tol die we betalen voor het vele rondwandelen gisteren. Het is echter zwaar bewolkt dus niet zo erg dat we zo lang op bed zijn blijven liggen. Vandaag is het inpakdag, maar voordat we zover zijn moet er eerst gewassen worden. We willen niet alle vuile spullen meenemen maar deze tijdens transport ook zeker niet enkele weken in de camper laten liggen. Op de campground van Greenbelt National Park zijn geen laundry’s maar de Ranger weet uiteraard wel een landry dichtbij, slechts 5 mile rijden van het park bevindt zich een gigantische laundry, midden in een volksbuurt. Het is er enorm druk en het is lastig om lege machines te vinden maar uiteindelijk vinden we 3 kleine machines die we volgooien. Tijdens het wachten maken we met verschillende mensen praatjes en horen zo hoe de gewone man (met name de gekleurde bevolking)  in dit land leeft en waar ze problemen ondervinden. De tijd vliegt om en voor we het weten is al rond de middag en na nog wat in de omgeving te hebben rondgekeken rijden we met onze schone was weer terug naar de campground. De bewolking heeft inmiddels plaatsgemaakt voor blauwe lucht en zon en dus ideaal weer om alles uit te stallen.

Uit- en inpakken op de campground

De hele camper moet namelijk leeggehaald worden en weer ingepakt. Het lijkt wel een verhuizing zoveel huisraad komt er uit alle hoeken en gaten van de camper te voorschijn. Op de heenweg heb ik precies bijgehouden waar ik alles instopte, nu is daar geen beginnen aan en dat wat ik tegen kom begin ik in dozen te stoppen.  Rond 6 uur houden we het inpakken voor gezien. Ik denk dat we ¾ van alles in dozen hebben gestouwd, het laatste gedeelte van de spullen zullen we op een later tijdstip bij elkaar zoeken. We moeten nog enkele dagen in de camper leven en eten dus hebben ook nog spullen nodig. Tijd dus om opnieuw van een schitterende zonsondergang te genieten en lekker buiten een glaasje wijn te drinken. ’s Avonds duiken we lekker in een boek . Maandag 19 maart staan we weer lekker vroeg op en nog voor half negen lopen we door het bos op weg naar de metro die ons naar DC zal brengen. Alhoewel het 9.15 uur is als we instappen zitten we nog in de spits wat je aan de hoeveelheid mensen op deze metrolijn niet zou zeggen. Een half uur later arriveren we bij het Smithsonian  vanwaar we opnieuw naar het Jefferson monument lopen. Niet alleen willen opnieuw het antwoord zoeken op de vragen van de Earthcache, ik wil hier bij de bookstore ook nog wat stickers kopen voor ons National Park Paspoort. Het is opnieuw schitterend weer en de overal bloeiende blossoms van de 100 jaar geleden geplantte Cherry Trees maken de omgeving waar we door lopen bijna sprookjesachtig. Na enige tijd rondgekeken te hebben lopen we via het Washington monument (dat ligt eigenlijk in het centrum van alles naar het Witte Huis. We willen dat toch echt wel van dichtbij bekijken. Heel dichtbij kom je niet en de mensenmassa, die voor het hek staat wordt nauwlettend in de gaten gehouden door mensen van de Secret Service. Vanaf het Witte Huis lopen we door de straten van Washington, nuttigen onze lunch vanuit de plaatselijke deli op een pleintje en lopen dan tegen het Ford theater aan waar President Lincoln in 1865 werd neergeschoten. Uiteraard bekijken we het theater van deze beroemde president waarover zo enorm veel boeken zijn geschreven en wiens beeltenis het meest beroemde  is van alle presidenten. Ook nu nog siert zijn beeltenis vele zaken.

Het Capitool

Uiteindelijk lopen we verder, het is al ruim middag en arriveren we bij het Capitool. Helaas zijn we te laat om binnen te kijken maar dat geeft ons een reden om terug te keren naar deze mooie aangename stad. Rond half zes zijn we terug bij het Smithsonian en tegen 7 uur is de camper weer in zicht. Er is maar weinig wind en de temperatuur is nog steeds aangenaam dus gaan we lekker een vuurtje stoken. Doordat we geen planken of andere oprijplaten meer nodig hebben kunnen we deze stukken hout samen met het restantje boomstammen net zo goed opstoken. Praten ook nog gezellig met onze nieuwe buren een scoutgroup uit Jacksonville in Florida, die net als wij de gehele dag rondgelopen hebben in DC. Helaas begint het rond acht uur wat te spetteren zodat we naar binnen gaan. Maar goed ook want even later gaat het spetteren over in stort regenen wat de gehele nacht voortduurt. Dinsdag 20 maart douchen we in onze camper. Er zijn inmiddels zoveel kampeerders gearriveerd op de campground dat het warme water van de douches hier geen gelijke tred mee kan houden zodat een wasbeurt hier een minder prettige belevenis is geworden. Omdat we nog voldoende water in onze tanks hebben om enkele dagen te douchen (en dat is wel warm water) poedelen we ons in de douche van onze camper. Na het ontbijt en een bezoekje aan Wal-Mart waar we niet vinden wat we zoeken rijden we met de camper naar het centrum van DC.

East Potomac Park, Cherry Blossom route

Enig zoeken loont want na enkele rondjes rijden vinden we in East Potomac Park een prachtig parkeerplekje tussen touringcars. Omdat het lopend toch wel een eindje is naar het Smithsonian, pakken we de fietsen van de auto en fietsen we naar de Mall of America waar bijna alle gebouwen van dit beroemde museum aan liggen. Het eerste doel is het Lucht- en Ruimtevaart Museum, waar naast originele vliegtuigen ook verschillende originele capsules van bekende ruimte reizigers uitgestald staan. Ook de staan er verschillende oefen modules van maanlanders en koppelstukken, die Amerikaanse en Russische tijdens hun verblijf in de ruimte nodig hadden.

De Wright Flyer 3 heeft echt gevlogen.

We bekijken de historie van het vliegen, bekijken het originele vliegtuig van de Gebroeders Wright, de Wright Flyer 3, dwalen rond langs  vele andere vliegtuigen, bekijken een model op ware groote van Skylab en raken middels een stukje maansteen de maan aan. Uiteindelijk verzadigd van de historie van het vliegen rijden we naar het Natural Historic Museum. Net op tijd om de Imax film, Born to be Wild en Coral Reefs te bekijken die beiden uitzonderlijk indrukwekkend zijn. Helaas is er na deze films alleen nog even tijd om door de afdeling mineralen van het museum te lopen en de beruchte Hope Diamant te bekijken maar dan moeten we vanwege sluitingstijd echt het Smithsonian verlaten.

De Hope Diamant, wel achter glas

Omdat deze musea zelfs voor een niet museum bezoeker als mijzelf (Tita) heel  interessant zijn is het een reden om weer terug te keren naar de USA. In stralende zon en tussen bloeiende bomen fietsen we terug. Als ik door het drukke verkeer (de spits is hier pas na half zeven) wat te lang op het midden van de weg rijdt (we moeten linksaf slaan) wordt ik met een gillende sirene vermanend aangesproken door een voorbij rijdende politie agent vanuit zijn auto, maar uiteindelijk bereiken we veilig de camper en na een dik uur zijn we terug op de campground. Opnieuw zien we een prachtige zonsondergang en opnieuw stoken we een vuurtje. Het is te lekker buiten om binnen te zitten.
Woensdag 21 maart is al weer onze laatste dag op dit prachtige en boeiende continent . We hebben 11 maanden rondgetrokken, heel veel mooi , maar ook koud, weer gehad, enorm veel gezien, nieuwe vrienden gekregen, veel gefietst en gelopen en bijna 47.500 km gereden.
Maar nu is het echt tijd om op te breken. We staan vroeg op en zijn dus ook vroeg bij de dump plaats waar we alles weg laten lopen. De camper moet immers van binnen leeg aangeleverd worden bij de boot. Voor vanavond hebben we een motelkamer in Baltimore geregeld want als straks de resterende zooi (zo noemt Dick het teveel aan spullen die ik bij me heb of onderweg heb opgeduikeld) is ingepakt en de fietsen alsmede het fietsenrek binnen in de camper vastgesnoerd staan, is de camper niet meer leefbaar. Op ons gemakje rijden we de laatste 70 kilometer naar het motel in Baltimore West. Onderweg stoppen we nog voor de laatste maal bij een super Wal-Mart om nog wat verhuisdozen en een reistas te kopen en rond half twee zijn we bij het motel. De rest van de middag besteden we aan het inpakken van alles wat zich nog in de camper bevindt, wassen het laatste restje kleren en uiteindelijk zit na vijf uur pakken alles  in dozen, is het fietsenrek gedemonteerd en staan de fietsen vastgesnoerd in de camper. Om te vieren dat het allemaal gelukt is gaan we aan de overkant van de straat heerlijk wat eten. Pas om tien uur kunnen we inchecken en na zo’n voortreffelijke maaltijd is het niet altijd makkelijk om je ogen open te houden maar uiteindelijk  kunnen we dan toch op ons kleine, maar oh zo goede printertje, de boardingpassen uitdraaien. We hebben mooie plekken, zitten in een rijtje van twee, wat willen we, behalve nu slapen, nog meer.
De wekker ratelt al vroeg donderdag 22 maart en als eersten zitten we om half zeven aan het simpele ontbijt in het motel. Ondanks het feit dat het spitsuur is kunnen we op weg naar de haven goed doorrijden. Omdat we echter dwars door de binnenstad moeten rijden komen we wel honderden op rood staande stoplichten tegen maar uiteindelijk arriveren we om 8.15 uur bij de spediteur. Er staan 3 andere Duitse campers, die net als onze camper vandaag in de haven worden afgeleverd.

Papierwerk bij Pride International

De vrouwen nemen, nadat bij Pride International alle papierwerk is gedaan en uiteraard betaald is, plaats bij de spediteur terwijl de vier mannen met hun guides (alleen mag je niet het haven terrein betreden) de campers afleveren en de douaneformaliteiten vervullen. Het gaat snel want al rond elf uur is iedereen terug en worden we door Kurt, de vaste man ter plekke die alles regelt in de haven, naar het vliegveld van Baltimore gebracht, waar we iets voor twaalf uur arriveren. Op BWI-International zijn voorlopig nog geen vluchten zodat we na een lekkere Starbucks, in alle rust onze administratie kunnen bijwerken en (wat veel belangrijker is) het stukje voor de website afschrijven. We vliegen pas vanavond om tien uur en hebben alle tijd om dat voor elkaar te krijgen.

Gepost in MAART 2012 | 3 Reacties

Lente en toch weer zomer ….

Lente en toch weer zomer…..

Donderdag 8 maart trekken we net als de afgelopen dagen onze spijkerbroeken en hoodies aan, maar al snel blijkt het veel warmer te zijn dan we gedacht hebben (14 graden) ook omdat het windstil is. Op weg naar de “ Smokies” komen we door  het dorpje Gatlinburg, net een bergdorpje in de Alpen, dus zetten we de camper op een parking aan het einde van het dorp en gaan rondwandelen. Het is een leuk dorpje en er zijn zelfs skiliften alhoewel de temperaturen en de hoogte zodanig zijn dat sneeuw nergens aanwezig kan zijn. Waarschijnlijk is het ook meer een zomersport dorpje. Er zijn niet echt veel toeristen maar voldoende om naar te kijken achter een heerlijke koffie in Mainstreet.

Gatlingburg, een dorp met verrassingen

Na dit leuke intermezzo wordt het tijd om de Smoky Mountains in te trekken. We komen nu in de echte bergen en de camper  heeft al zijn motorkracht nodig om omhoog te komen. Op deze steile bergwegen merken we opnieuw goed  dat het motorvermogen van onze camper eigenlijk te klein is ten opzichte van het gewicht. Op de grens van North Carolina en Tennessee, de top van een bergketen op 1515 meter hoogte, is het zo koud dat we snel even een foto maken van de wazige bergen om ons heen om dan weer snel  terug te keren  naar de warme camper.
Na een eindeloze (steile) afdaling die veel van onze remmen vraagt (wat zijn we blij dat Patrick voor vertrek nieuwe remmen heeft gemonteerd) arriveren we uiteindelijk op Smokemount campground in Smoky Mountains National Park. De campground is  praktisch leeg en het is niet moeilijk om naast een riviertje een mooi plekje te vinden. Omdat het aan deze kant van de bergen bijna warm is (het is al 17 graden) gaan we lekker buiten zitten. Rond half zes steken we een houtvuurtje aan waar we omheen zitten en waar Dick onze filet lapjes op bereid. Helaas kunnen we ze niet buiten opeten want tegen half acht als het vlees net gaar is , begint het wat te spatteren. Terwijl we binnen genieten van ons malse vlees gaat het buiten steeds harder regenen en uiteindelijk lijkt er buiten een monsoen los te barsten. Zijn nu wel blij dat we een solide camper hebben in plaats van een tentje want de enkele die er staan dobberen bijna rond op hun plekje.

Een Cherokee indiaan in Cherokee

Gelukkig is het vrijdag 9 maart weer droog alhoewel het nog zwaar bewolkt is en erg vochtig door de vele regen die uit de hemel is gevallen. Maar zonder wind is het met 14 graden goed uit te houden. We lopen nog wat rond in het National Park en bekijken o.a. een oude graanmolen, aangedreven door water uit de rivier dat via een stellage naar de molen geleid wordt en na enkele foto’s rijden we Cherokee binnen.

 

 

Mingus Mill watermolen maalt graan in de zomer

 

Dat dit indianengebied is, is duidelijk als je naar de gezichten kijkt van de mensen hier Ze zouden zo een rol kunnen spelen in een indianenfilm. Verder is er niets wat aan het verleden refereert en Cherokee zou net zo goed een normaal Amerikaans dorpje kunnen zijn, geen wigwams meer. Toch niet helemaal want net als in andere indianen gebieden is hier een casino gevestigd. Op indiaans grondgebied gelden klaarblijkelijk andere wetten. Even buiten Cherokee rijden we de Blue Ridge Parkway op, een weg onder beheer van National Parks America die zich door de Appalachian Mountains slingert en erg mooi moet zijn. We klimmen direkt steil omhoog en hebben een prachtig zicht op de opstijgende damp vanuit het dal. Het maakt wel dat wij regelmatig heel weinig zicht hebben. Dit optrekkende vocht is op sommige plekken dichter dan een zware mistbank.

Echt laag hangende bwolking belemmert soms het zicht

Na enige tijd deze eenzame door de bergen omhoog en omlaag kronkelende weg gevolgd te hebben zijn we het er beiden over eens dat we liever een andere weg rijden, een met meer variatie dan alleen maar optrekkend vocht uit het dal, vage contouren van bergen en kale bomen. En ontmoetingen met black bears zitten er nog niet in daar zijn we te vroeg in het seizoen voor, de beren hibernaten nog. Als we dus na enkele uren stijgen en dalen een afslag zien nemen we die en rijden de rest van de dag door gezellige dorpjes afgewisseld met verlaten dalen, wat veel leuker blijkt te zijn. Of ons weerstation dat ook vindt weet ik niet want die is door de voortdurende hoogteverschillen (en daarmee wisselende barometerstanden) volledig de weg kwijt. Terwijl er staalblauwe lucht is en zon en de temperatuur naar bijna 20 graden is opgeklommen geeft ons weerstation aan dat het nu hard regent. Uiteindelijk wordt het tijd om een campground te zoeken wat niet echt makkelijk blijkt te zijn. Verschillende campings zijn nog dicht en de twee Wal-Marts waar we langskomen hebben overal “no overnight parking” borden staan.  Uiteindelijk rijden we een 15 kilometer terug naar Asheville waar we tegen half zes een camping vinden, ingeklemd tussen twee drukke snelwegen, maar wel aan een mooi riviertje met in bloei staande bomen. We blijven hier maar staan want hebben niet veel zin om nog verder te zoeken.  Net als op meerdere andere campings werkt internet niet of is het heel zwak. Gelukkig heeft Verizon wel ontvangst zodat Dick ons nieuwe stukje kan publiceren terwijl ik na wat administratie lekker in mijn spannende boek “digital Fortress” van Dan Brown duik. Het is nu de zon achter de bergen verdwenen is behoorlijk afgekoeld en met 8 graden is het echt te koud om lekker buiten op een stoeltje te zitten dus verblijven we in de camper.
Na enkele dagen met een bewolkte start is er, als we zaterdag 10 maart opstaan, staalblauwe lucht en zon. Weliswaar is het ’s ochtends slechts 5 graden en kwam het vannacht tegen het vriespunt, toch trekken we weer onze zomerbroeken aan. Na het douchen in de camper, het washok op de camping is dicht omdat het te koud is en alles ’s nachts bevriest, laten we de prachtig bloeiende bomen, voorproefje van de lente, achter ons en rijden naar Wal-Mart om inkopen te doen. Discount Tyre is hier ook gevestigd dus laten we meteen even onze bandenspanning controleren en rond tien uur rijden we verder naar het Noord-Oosten. We volgen de bergketen van de Appalachian Mountain en genieten van de werkelijk schitterende dalen en bergen waar we doorheen rijden. Wat een prachtige route. Het weer blijft prachtig en de temperaturen stijgen naarmate de dag vordert dus als we in Bluff City, een stadje vlakbij Bristol komen en daar een heerlijke zonnige camping zien stoppen we.

Zwembad regels op de Camping in Bluff City

Het is inmiddels 20 graden en omdat er geen wind staat is het met korte broek en t-shirt goed toeven buiten. Terwijl Dick bezig is met het uitzoeken van foto’s loop ik met de GPS nog even rond in de nabije omgeving om enkele caches te zoeken. Onder de schrammen keer ik net voor de schemering invalt terug bij de camper, van de vier caches heb ik er drie gevonden. Daarvoor heb ik me wel door laag struikgewas en prikkende struiken geworsteld maar ach na een lekkere douche knap je weer helemaal op en frisgewassen (en met onze vuile kleren in de wasmachine) zitten we even later met een glaasje wijn buiten op een bankje te genieten van een donkerrood kleurende hemel.
Zondag 11 maart is er opnieuw een staalblauwe hemel en zon
Ik moet vaker zeggen dat de zomer voorbij is want inmiddels is het weer hoog zomer nadat we  van een aantal lente dagen genoten te hebben. Alleen is de temperatuur, vroeg in de ochtend, nog wat aan de frisse kant, slechts 2 graden en aan het gras te zien heeft het vannacht net als gisternacht, gevroren. We skypen even met het thuisfront en met Thecla die vandaag jarig is, dumpen weer eens grey- en black water en rijden uiteindelijk om 9 uur weg. Nu kunnen we hier nog rijden, morgen niet meer want dan beginnen in Bristol, een aanpalende stadje, de speedway races die alle dorpen in de nabije omgeving op stelten zetten. Overal om ons heen zie je al de voorbereidingen voor dit grote spektakel met brullende banden op het asfalt.

Deze openlucht bioscoop is nu nog leeg

Zelfs een openlucht bioscoop wordt  voor deze gelegenheid omgetoverd tot campground maar omdat de grote stroom nog niet op gang is gekomen mogen we er nog even rondkijken. Dwars door Bristol (in State street) loopt de grens tussen Tennessee en Virginia waar we natuurlijk even een foto maken en genieten van de mooie oude gebouwen maar dan wordt het helaas weer tijd om verder te rijden. Maar niet nadat we even een bijzondere cache zoeken die in de tuin van een heel gezellig echtpaar begraven ligt. We raken aan de praat met elkaar en het is erg gezellig. Uiteindelijk moeten we ons echt wegrukken want er ligt nog een heel traject voor ons wat we moeten afleggen. Met enkele hugs nemen we afscheid na elkaars e-mail adressen uitgewisseld te hebben. Op onze route  komen we overal narcissen tegen langs de kant van de weg, meegenomen door de eerste settlers vanuit Europa, de planten gedijen enorm goed in dit klimaat en zijn echte lentebodes. In een van de dorpjes waar we doorheen rijden zien we een klok een uur later aangeven maar daar besteden we niet echt veel aandacht aan, we zijn immers al in de Eastern Time Zone gearriveerd en andere zones zijn er echt niet meer (denken we). Even later arriveren we in Marion, Virginia, waar Hungry Mother State Park ligt en waar we op een heerlijk zonnig plekje de camper neerzetten. Na in het zonnetje een lekker kopje pittige soep te hebben gegeten (het is pas half drie) pakken we onze fietsen om in het State Park rond te fietsen en tegelijkertijd ook onze nieuwe hobby geocachen te beoefenen, wat Amerikanen omschrijven als “ Using million-dollar satellites to find tupperware in the woods”. In tegenstelling tot de National Parks hebben de State Parks van Viorginia veel caches op hun gebied verborgen en wat is nu leuker om een park te verkennen dan aan de hand van een route via verborgen caches.

Prachtig meertje in Hungry Mother State Park

De rest van de middag rijden we met onze fietsen en GPS rond door dit prachtige zeer heuvelachtige park over paadjes die het wereldparcours mountainbiken eer aan zou doen. Sommige plekken zijn zo steil dat we er noch tegen op kunnen fietsen nog vanaf kunnen dalen zodat de benen ook echt gebruikt worden om over de rotsachtige paadjes voort te bewegen en niet alleen om trappers aan te drijven. Uiteindelijk komen we na bijna drie uur rondfietsen (het was eigenlijk meer rondklimmen) moe en bezweet terug bij de camper, net op rijd om de zon achter de bergen te zien verdwijnen. Wat een leuke maar ook zware mountainbike fietstocht hebben we achter de rug. Na zulke zware berg parcoursen is het geen wonder dat straks bij terugkeer in Nederland ook onze fietsbanden vernieuwd moeten worden. De douche op de camping is heerlijk en fris gewassen genieten we van de avond bij een houtvuurtje. Helaas wakkert tegen acht uur de wind te veel aan zodat het te koud wordt om buiten te zitten en we ons terugtrekken in de camper.
Maandag 12 maart is er niet alleen blauwe lucht maar verschijnen ook wolken aan de einder, ondanks dat kruipt de ochtend temperatuur van 7 graden al snel naar 18 graden.  Direct nadat we de campground verlaten rijden we de bergen in, het lijkt of we hier alleen op de wereld zijn zo stil is het, alleen de glijvlucht van een Wild Turkey over de camper vanaf de berghelling verstoort de stilte. Na wat boodschappen in Bluefield rijden we verder. Ons traject vandaag slingert echt door de Appalachian Mountains, afgewisseld door schitterende dalen.

Hier kunnen we nog onder door

Plotseling komen we op een weg waar de viaducten lager en lager worden. Gelukkig is het laagste viaduct 10 feet en 6 inches waar we volgens Dick ruim onder door kunnen rijden. Ik vertrouw het niet helemaal en stap uit om dit visueel te controleren. Natuurlijk heeft Dick gelijk en kunnen we met gemak passeren in tegenstelling tot een passerende Amerikaan die klaagt dat hij deze barriere met zijn fifth-wheel echt niet kan nemen en dus moet omrijden. Alles in Amerika is dan ook “bigger” behalve precies dat ene viaduct. Omdat de staatsgrens erg grillig is en rondkronkelt rijden we nu eens door Virginia en dan weer in West Virginia en in deze laatste staat ontdekken we opnieuw dat de klokken een uur later aangeven dan wij op ons horloge hebben staan. We staan er opnieuw niet bij stil, doch merken wel als we om vier uur (volgens ons) bij Douthat State Park arriveren dat het Visitor Center al gesloten is. Ach de campground is open en we vinden een mooi plekje voor de nacht.

Lekker eten van het houtvuur

Het is opnieuw lekker weer en ondanks de bewolking nog 18 graden dus het houtvuurtje is de beste plaats om bij te zitten en te genieten van de invallende nacht. Uiteraard maken we een gezellig praatje met onze buren de enige anderen die op de campground staan. Dinsdag 13 maart zijn we echt vroeg wakker en als we om 7 uur wegrijden blijkt het Visitor Center al open te zijn. De klokken in de dorpen hadden gelijk het is al 8 uur en dus een uur later. In tegenstelling tot wat we verwachten (en gebruikelijk is in de rest van de wereld) is begin maart Daylight Saving (of te wel zomertijd) al ingegaan en dat betekent opnieuw een uur verloren. Het tijdsverschil met Nederland is nu slechts 5 uur.
Na een paar uur gereden te hebben komen we in een mooi dal waar op de bergtop een cache hoort te zijn. We besluiten dat het tijd is voor een wandelingetje en gaan op pad. Het blijkt een enorm zware klim te zijn om op de top van de berg te komen en op sommige plekken is het best wel eng, zeker als je ver (en steil) beneden je de rivier ziet stromen. We zijn echter al zover geklommen dat terugkeren geen optie is en de meest veilige weg is recht naar boven klimmen dus uiteindelijk arriveren we op het topje.

Behoorlijk stijl is het hier

Daar blijkt ook een  groepje jongeren te zitten die we uitleggen wat geocachen is. Helaas vinden we de cache niet  en na nog even van het prachtige uitzicht genoten te hebben beginnen we aan de afdaling langs een wat andere weg die vele malen makkelijker blijkt te zijn dan de klim. We hebben op de heenweg echt de verkeerde weg genomen. Warm en bezweet komen we tegen half twee terug bij de camper waar we eerst onze korte broeken aantrekken. In tegenstelling tot vanmorgen toen de thermometer slechts 12 graden aangaf is het inmiddels 24 graden en de zon brandt aan een staalblauwe hemel. Met alle ramen open vervolgen we onze weg door de bergen en dalen van de Appalachian Mountains. We rijden wel door een behoudende streek (of is het ouderwetse streek ) want regelmatig zien we kinderen bij huizen die zo gekleed zijn dat ze uit de prentenboeken van  begin 1900 zouden kunnen zijn weggelopen. Het is niet makkelijk in deze streek een campground te vinden en we zijn blij als we uiteindelijk net voorbij Harrisonburg, Virginia, een camping vinden, midden in een bosachtige omgeving met enorm ruime plekken en overal ook de mogelijkheid om vuren te stoken. Het lijkt meer op een campground in een National of State Park dan op een normale camping. Er is zelfs geen enkele verlichting zodat onze felle zaklantaarns onontbeerlijk zijn als ik ’s avonds laat onze was uit de drogers haal. Na een heerlijke avond waar het eindelijk tot laat in de avond warm is gebleven begint ook woensdag 14 maart met staalblauwe lucht, zon en ’s ochtends al 13 graden. We vullen weer eens onze watertank, dumpen greyen black water en trekken dan verder. Opnieuw voert onze weg door schitterende bergdalen en wordt de temperatuur in onze camper zelfs tropisch. Buiten is het meer dan 25 graden en binnen is de thermometer zelfs de 30 graden gepasseerd ondanks de openstaande ramen.  We stoppen regelmatig in de gezellige dorpjes onderweg en genieten van de verstilde schoonheid van sommige huizen en in Strasburg vinden we onze 500e cache op een wandeling langs een riviertje. Ook al is het prachtig weer en warm dat betekent niet dat er al veel campings open zijn. Zelfs de enkele State Parks, die campgrounds hebben blijken in deze omgeving pas op 1 april (en dat is geen grap) open te gaan. Ten einde raad stoppen we dus maar in Winchester, Virginia, waar we rond 4 uur arriveren en tot 7 uur buiten op een bankje genieten van de warmte van de zon. Pas als deze onder is gegaan rond 7 uur zetten we alles in de camper en lopen naar een nabij restaurantje (Applebee) waar we heerlijk eten. Dat het donker is merken we als we teruglopen en de weg naar de camping volledig voorbijlopen. Eerst als we tegen en drukke verkeersweg aanbotsen die we op de heenweg naar het restaurantje absoluut niet zijn tegengekomen, merken we dat we te ver zijn gelopen waarna we uiteindelijk rond negen uur toch weer veilig bij de camping terugkeren. Na nog even van de zwoele zomeravond (ja, zo voelt het) genoten te hebben op de schommelstoelen voor de office op de camping duiken we vermoeid ons bedje in.

Het Maple Museum vlakbij Martinsburg

 Onderweg komen we nog een klein museum tegen waar vroeger op ambachtelijke wijze Maple siroop werd behandeld, maar helaas zijn we te laat of te vroeg voor het Maple Feest wat net het weekend daarvoor was geweest en het komende  weekend opnieuw plaats zal vinden.Donderdag 15 maart is het opnieuw mooi weer, wel zijn er wat meer wolken aan den einder te bespeuren dan gisteren maar de temperaturen trekken zich daar niets van aan en deze stijgen naarmate de dag vordert steeds meer totdat het ’s middags zelfs 28 graden is. Vandaag rijden we het laatste stukje naar onze eindbestemming na een heerlijk jaar rondtrekken, Greenbelt National Park. We willen echter de grote wegen ernaar toe vermijden en dat lukt want Dick heeft allemaal kleine plaatsjes gevonden die ons ondanks het echte stedelijke gebied waar we nu komen toch door een landelijke omgeving laat rijden. Na heerlijk rondgedwaald te hebben in Martinsburg steken we de Potomac over die de grens vormt met de staat Maryland. Eindelijk komen we in een staat waar het “unlawful” is om “handhelt” te telefoneren. Dat moet wat zijn voor de Amerikanen uit andere staten want waar we tot op heden hebben gereden iedereen werkelijk iedereen zit de ganse tijd achter het stuur met zijn telefoon aan zijn oor. We stoppen regelmatig onderweg om rond te kijken in de dorpjes. Het is dan ook een interessant gedeelte van Maryland, rond 1812 zijn hier veel veldslagen geleverd. Tussen de steden Baltimore en Washington DC weet de hakuna een weg te vinden die het grote verkeer vermijdt en ons door kleine dorpjes brengt om uiteindelijk om vijf uur in Greenbelt National Park aan te komen. Er is slechts een loop op de campground open maar het is erg stil dus we vinden een goed plekje. We genieten van een heerlijke avond met opnieuw een roodkleurende hemel en een lekkere maaltijd. De rest van de avond wijd ik me weer eens aan het schrijven van een nieuw stukje voor de website.

Gepost in MAART 2012 | 2 Reacties

De zomer is nu echt voorbij

Courthouse in Manchester

Verschillende weertypen: stormen, stortregens, ijzige koude,hagelbuien, blauwe luchten en zon. Hadden we gisteren een uur extra, vandaag, woensdag 29 februari hebben we zelfs een extra dag. Het is Leap Day! Wij hadden nog nooit van deze term gehoord maar dat heeft te maken met onze kennis van het engels. Gelukkig begrijpen we de vertaling wel. Helaas werkt het weer vandaag niet zo mee, als we opstaan is het zwaar bewolkt en het miezert zelfs wat maar als we rond half 10 uit Wal-Mart komen is het droog en ondanks de bewolking 18 graden. Er waait wel een harde wind maar dat weerhoudt ons niet ervan  om rond te kijken in het stadje Manchester waar een heel mooi oud gerechtsgebouw staat. Na enige tijd te hebben rondgelopen vertrekken we uiteindelijk toch. De bewolking neemt tegen het middaguur steeds meer toe en na enkele druppels die snel weer ophouden begint het echt heel hard te regenen rond half drie. Je ziet geen hand voor ogen en de hemel is voortdurend verlicht door de onophoudelijke  bliksemschichten die uiteraard gepaard gaan met felle donderslagen. We zitten in het centrum van een enorme bui. Gelukkig klaart het na 2 uur regenen op en als we Nashville binnenrijden komt zelfs de zon weer tevoorschijn. De camping waar we willen overnachten is drijfnat maar gelukkig vinden we een iets hoger liggend plekje waar je nog rond kunt lopen zonder met je voet in een dikke modderprut weg te zakken. Helaas houden we het niet lang droog, doch na een korte, stevige regenbui klaart het toch weer op en kunnen we genieten van een prachtige zonsondergang maar ook vlees van onze grill. Het is inmiddels te koud geworden om ‘s avonds nog buiten te zitten dus doen we onze administratie in de camper.
Donderdag 1 maart zijn we al voor zevenen wakker en nemen weer eens de tijd wat mailtjes te beantwoorden en betalingen te doen. Helaas lukt het niet om te skypen, de verbindingen zijn echt te slecht. Tegen half elf is alles op orde en pakken we de fietsen om hier in Nashville een stuk te gaan rondrijden. Alhoewel er een harde wind waait is het niet echt koud en al snel hebben we de pijpen van onze broek geritst, onze truien uitgedaan en genieten we van de zon, die warm is als we stil staan maar toch wat fris aanvoelt als we ons op onze pedalen voortbewegen.

Grand Ole Opry – Nashville

Uiteraard kijken we bij “The Grand Ole Opry”, de hal waar de country and western muziek beroemd is geworden. Er is helaas vandaag geen voorstelling. Wel morgen maar  de echte artisten treden pas vanaf April op. Daar kunnen we dus helaas niet naar toe. De stad is vergeven van eettentjes met life muziek en overal zie je reclameborden voor country en westerns optredens, maar het is ook overal uitgestorven. Je merkt duidelijk dat het seizoen, in tegenstelling tot waar we vandaan komen (Florida) nog helemaal niet is begonnen. We stoppen ook even bij een enorm gebouw waarop in grote letters Outdoor World staat. Het blijkt een winkel volledig geënt op vissers, jagers en andere leugenaars (hebben wij niet verzonnen maar staat op het bord bij de ingang) maar nog nooit hebben we zo’n collectie goederen betrekking hebbende op vissen en jagen bij elkaar gezien en kijken onze ogen uit. Daar wij geen van beiden interesse hebben om visser of jager te worden blijft de hand op de knip en na dit leuke intermezzo stappen we weer op de fiets om na een paar caches gezocht en gevonden te hebben rond vier uur weer te arriveren op onze camping.  Ik ga wassen en Dick de foto’s uitladen en na een simpele maaltijd weet Dick ’s avonds nog een nieuw stukje te publiceren.
Vrijdag 2 maart is het opnieuw zwaar bewolkt maar de temperatuur is met 18 graden nog steeds goed. Nadat de camper reisklaar is gemaakt  alles gedumpt is en schoon water getankt is gaan we op weg, door het prachtige heuvellandschap van Tennessee. Om half 12 rijden we Kentucky binnen. We  zitten nu echt op het platteland van de US en het is opvallend hoeveel grote gezinnen hier zijn. Terwijl we in Wal-Mart een lekkere sub eten zien we voortdurend ouders met 5 of 6 kinderen langslopen. Omdat in alle gevallen de gelijkenis tussen de kinderen erg groot is gaan we er van uit dat ze wel in een gezin thuishoren. Tijdens onze lunch is de wind enorm toegenomen en als we rond drie uur een voortreffelijke milkshake nuttigen in een beroemde Dairy Barn horen we dat er ernstige weerswaarschuwingen zijn, er komen zware thunderstorms en zelfs is er kans op tornado’s.

De beroemde Dairy Barn heeft heerlijke milkshakes

Verschillende mensen die ons zien rondrijden waarschuwen voor het weer wat komen gaat en dus besluiten we nu snel door te rijden naar Mammoth Caves. Onderweg ernaar toe lijkt het of we in de film rijden. De straten zijn bijna uitgestorven en de verkeerslichten op de kruispunten, hangend aan draden zwaaien in de inmiddels stormachtige wind met luid geklingel tegen elkaar aan. Om half vier arriveren we bij de campground  van Mammoth Caves National Park. Deze is volledig verlaten. Ook al is het hier zeker geen seizoen dat hoort niet zo dus rijden we naar het Visitor Center wat al gesloten is wegens de zeer slechte weersvooruitzichten. In het hotel naast het Visitors Center zit iedereen gekluisterd aan de TV, waar een weerman uitgebreid aangeeft welke catastrofes waar te verwachten zijn. Als we  informeren naar slapen op de campground kijkt men wat voorzichtig en tegelijkertijd krijgen we geruststelling dat we als het echt erg wordt we altijd in de lobby kunnen schuilen en mocht de tornado toch losbarsten worden we naar het basement verhuisd zodat we de storm in ieder geval zullen overleven. Er staan enkele verlaten campers op het bijna lege parkeerterrein. De eigenaren hebben een kamer voor de nacht geboekt. Niemand blijft met deze weersverwachting klaarblijkelijk in een camper overnachten. Dat doet ons besluiten toch maar niet op de met bomen bedekte campground van het National Park te blijven. En omdat het parkeerterrein van het hotel inmiddels ook vol ligt met afgebroken takken besluiten we door te rijden naar Cave City een dorpje 10 mile van het National Park in de hoop daar een “open” camping (zonder bomen)  te vinden. De lucht is inmiddels inktzwart geworden en nadat we een grote groep wilde Turkeys achter elkaar aanlopend de weg over zien steken, wegvluchtend voor het naderende slechte weer, barst het noodweer los, een wolkbreuk gepaard gaand met harde windstoten bliksemflitsen, onweer en grote hagelstenen. Het hagelt zo hard dat ik bang ben dat de stenen door de ramen of het dak zullen slaan maar Dick verzekert dat dat niet zo gauw het geval is en hij heeft gelijk want we houden het droog en de ruiten blijven heel. Dick rijdt weliswaar langzamer, onverstoorbaar door en na zo’n 20 minuten stopt de hagelbui en blijft alleen de harde wind en regen. Net voor Cave City vinden we een redelijk open liggende camping waar we de camper neer kunnen zetten. Ook hier zit iedereen aan de TV gekluisterd naar de weerman te luisteren en we krijgen de verzekering dat de tornado net ten zuiden van ons langs zal trekken. Maar mocht het toch nog heftiger noodweer worden dan is hier de veiligste plek het badhuis dus daar kunnen we dan naar toe rijden. De rest van de avond brengen we in de camper door die in het open veld staat te schudden in de wind en ik slaap in ieder geval niet erg rustig.
Een groter contrast kan er niet zijn als we zaterdag 3 maart om 7 uur opstaan. De lucht is staalblauw, er is een felle zon en het is slechts 7 graden maar met de ijzig koude wind voelt het vele malen kouder. Rillend van de kou (’s nachts en in de vroege ochtend vriest het)  lopen we naar het badhuis wat gelukkig verwarmd is en na een lekkere warme douche kunnen we de kou wel aan. Na het ontbijt en een bedankje aan de camping eigenaren voor een veilig onderkomen, rijden we terug naar Mammoth Caves National Park maar niet na in de omgeving van Cave City wat te hebben rondgekeken. Het is opvallend hoeveel kerkhofjes er zijn, verborgen in de bossen langs de weg.
Om er te komen valt niet mee want na de hoeveelheden water die gisteren zijn gevallen is de grond overal door en doornat. Omdat het zo lekker weer is gaan we lekker enkele trails wandelen en zien behalve enkele Canadian Goose ook enkele Turtles. Uiteindelijk arriveren we bij het Visitor Center van Mammoth Cave System waar het in tegenstelling tot gisteren erg vol staat met auto’s. We kunnen nog mee met een tour door de caves en hebben ook nog de gelegenheid om eerst onze camper op de nabijgelegen campground neer te zetten. Uiteraard is dat niet heel snel gebeurd want om het beste plekje te vinden wat er is en ook nog zonnig moet Dick wel enkele malen over de campground rijden. Maar uiteindelijk staat de camper lopen wij terug naar het Visitor Center en zijn we nog op tijd voor de tour. Tezamen met ca.100 andere toeristen (het is hier niet bepaald rustig) begeven we ons na een praatje van Eric, de ranger die de tour zal leiden, naar de historische ingang van de grot. Het is een totaal andere grot dan die we tot op heden hebben gezien. Na de ontdekking in 1799 bleek zich in deze grot salpeter te bevinden, grondstof voor o.a. buskruid, waardoor de grot als mijn werd gebruikt en ontgonnen door slaven vanwege de ongelooflijk zware werkomstandigheden. Nadat de behoeft aan salpeter verminderde werd rond 1816 de grot voor toeristische doeleinden opengesteld en steeds meer gangen ontdekt. Mammoth Cave system heeft momenteel het langste in kaart gebrachte grottenstelsel van de wereld, 392 miles. Doordat zich in het overgrote deel van de grot waar we ons nu bevinden de salpeter mijnen bevonden lijkt het meer op een mijn dan een grot.

Fat Man’s Misery

We lopen door grote brede gangen en pas na een uur komen we in een smaller gedeelte terecht, Fat Man’s Misere, de naam spreekt voor zich, je kunt niet al te dik zijn wil je met goed fatsoen door het smalle, kronkelige gangen stelsel kunnen lopen. Het is een leuker gedeelte van de grot, omdat je nu een voor een door de nauwe passages moet lopen heb je meer het gevoel in een grot te zijn en minder last van de massaliteit van de grote tourgroep. Het is gewoon jammer dat ook aan de smalle kronkelende gangetjes een einde komt en we het laatste deel van de tocht weer in door een breed gangen stelsel gelijkend op tunnels lopen.

Mammoth Cave heeft ook brede gangen

Grappig zijn de vele namen die met toortsen op het plafond zijn gebrand. Helaas is dat voor ons niet meer weggelegd omdat we dan zoals ranger Eric opmerkt te maken krijgen met een ander soort ranger als gevolg van een “criminal offence”. Na ruim twee uur staan we weer buiten en genieten na van wat we gezien hebben. Weer een ander soort grot gezien. We zijn benieuwd naar de tour morgen. We lopen op ons gemakje terug naar de campground waar de laatste zonnenstralen de camper beschijnen en het inmiddels enorm druk is geworden. Overal om ons heen staan groepen jongeren met tentjes te kleumen naast een houtvuur. Daar beginnen we met de huidige temperatuur ( 4 graden boven nul ) niet aan maar gaan lekker binnen in de warmte van de camper zitten, schrijven wat we allemaal beleefd hebben. In tegenstelling tot de weersverwachtingen is er zondag 4 maart geen sneeuw maar staalblauwe lucht en zon en ijzig koud. Ach daar kun je je op kleden dus dat is niet zo erg. Per slot van rekening hebben we het grootste deel van onze tocht door de US staalblauwe lucht en zon gehad met temperaturen van het vriespunt tot rond de 10 – 15 graden. We dumpen, net buiten de campground ons grey- en black water en rijden dan het stukje naar het Visitor Center.

Log bijwerken in het Visitor Center

Nog veel te vroeg voor onze tweede tour dus gebruikt Dick de tijd die over is om een groot aantal van onze gevonden caches van de afgelopen tijd te loggen. Het Visitor Center heeft tot onze vreugde WiFi. Ondertussen loop ik rond door het Visitor Center en kijk wat rond. Het uur vliegt om en iets voor tienen lopen we naar de bushalte waar schoolbussen de inmiddels gereedstaande groep van zo’n 75 man naar de 4 mile verderop liggende New Entrance brengt, een van de vele ingangen die Mammoth Caves kent.

National Park Ranger Emily

De tour wordt begeleid door ranger Emily, die net als haar collega gisteren goed van de tongriem is gesneden en ons op heldere wijze verhalen vertelt over dit deel van de grot. We hebben nu een totaal andere groep. Er wordt veel minder geduwd en iedereen blijft keurig op dezelfde plek lopen. Erg prettig want achter mij loopt Richardt, een Duitse Zuid-Afrikaan die keurig wacht als ik weer eens stil wil staan om een foto te nemen en dat zijn er erg veel.

Mammoth Cave uitgelicht

Het begin van deze grot is erg spectaculair we dalen via heel smalle trappen af in de diepte en overal om ons heen stroomt het water naar beneden. Het weer van de afgelopen dagen met zijn overvloedige regenval is daar zeker debet aan. Wat erg goed is dat er praktisch geen verlichting is zodat je bijna in het pikkedonker je weg via de steile trapjes naar beneden moet zoeken. De beste manier om een groep uit elkaar te halen. Het duurt dan ook erg lang voordat iedereen gearriveerd is in een van de grotere zalen waar halt wordt gehouden en we iets te horen krijgen over het ontstaan van deze bijzondere grot. Na  de eindeloze afdaling lopen we een heel stuk door eenzelfde gangenstelsel als gisteren, alsof je door een kunstmatige gemaakte tunnel loopt zo breed en wijd is het hier en uiteindelijk komen we in een aparter deel terecht waar zich druipsteen formaties bevinden.

Mammoth Cave formaties

Ze zijn prachtig en voor deze grot bijzonder.
Helaas kunnen we niet meer zoveel tijd hier besteden en moeten we door. De bussen wachten buiten om ons de 4 mile terug te rijden naar het Visitor Center. Onderweg zien we opnieuw een aantal Wild Turkeys maar ook enkele White Tailed Deer. Voldaan komen we daar rond kwart over twaalf aan. Na nog een impuls aankoop van Bandit, een pluchen Raccoon die een prachtige aanvulling vormt op onze menagerie in de camper. Het is inmiddels zwaar bewolkt geworden en de wind is ijzig koud, dus verdere wandelingen hier houden we wel voor gezien. Langzaam trekken we naar het zuid-oosten. Als we tegen vier uur op de plek van bestemming aankomen blijkt de uitgekozen camping in Russel Springs leeg en te koop te staan. Daar er in de verste verte geen andere campground te vinden is rijden we verder waarmee we direct een uur verliezen omdat we opnieuw de tijdszone grens overschrijden en in plaats van 5 uur is het inmiddels 6 uur. We rijden nog een half uurtje door en vinden dan in Somerset een superstore van Wal-Mart waar we mogen overnachten. Nadat we een goed plekje hebben uitgezocht lopen we in de ijzige koude wat rond over het parkeerterrein en vinden een chinees buffet wat er goed uitziet, daar gaan we eten. Het blijkt een goede keuze te zijn, het eten is smakelijk alhoewel niet van een hoogstaande kwaliteit, maar dat kan ook niet als je voor 14 dollar met zijn tweeen je buik tonnetje rond kunt eten. Ik vind dat wij ons best bescheiden gedragen met slechts twee maal opscheppen in tegenstelling tot vele Amerikanen om ons heen die telkenmale  met ongelooflijk volgeladen borden op en neer lopen. Het is geen wonder dat ze zo vet zijn. Wij samen kunnen twee maal uit de gemiddelde bezoeker van deze tent. Helaas lukt het niet om hier binnen foto’s te maken dus jullie moeten je verbeelding maar laten spreken. Na een goede maaltijd lopen we het kleine stukje terug naar de camper door de vrieskou.Als we maandag 5 maart wakker worden is het zwaar bewolkt en valt er lichte sneeuw. Er staat ook een alles doordringende ijzige wind en het is geen pretje om een hoofd buiten de camper te steken. Na wat boodschappen bij Wal-Mart rijden we dus verder en tegen de middag verdwijnen de wolken om plaats te maken voor een staalblauwe lucht en zon. Alleen de ijzige koude blijft en zonder dikke trui en jas is het buiten niet uit te houden. We rijden weer over het platteland van Kentucky langs riviertjes die door de overvloedige regenval ver buiten hun oevers getreden zijn. Omdat we maar 530 mile van Baltimore verwijderd zijn hebben we besloten nog even een omweggetje te maken via de Smoky Mountains een bergketen die deel uit maakt van de Appalachian Mountains. Bergen blijven trekken. Op weg daar naar toe is Gap National Park, op de grens van Kentucky en Tennessee. Omdat op deze plek de bergen niet zo hoog waren konden de eerste settlers hier hun weg naar het westen vervolgen. Als we net voor vijven in het National Park arriveren blijkt de campground voor het eerst in zijn bestaan gesloten wegens renovatie werkzaamheden. In de verste verte is geen camping noch Wal-Mart te ontdekken dus rijden we verder Tennessee in  met een lijstje van campings ons door het Nationale Park ter beschikking gesteld. De omgeving waar we door rijden is schitterend, erg heuvelachtig en enorm stil, je ziet er niemand. Helaas blijkt de lijst met campings niet erg te kloppen, de eerste campground, 28 mile verder op is nergens te vinden, de tweede is uitgestorven en erg gesloten, een Wal-Mart in de omgeving staat niet toe dat er overnacht wordt en pas de derde campground, Big Ridge State Park heeft plaats en is (veel belangrijker omdat inmiddels de zon onder is het donker begint te worden) ook open.

Big Ridge State Park Campground

We vinden een prachtig plekje aan een meertje en genieten van de stilte om ons heen. Er is slechts een andere caravan te bespeuren. We zetten in het bijna donker de camper op zijn plekje, eten een restje en na nog heel even wat lezen verdwijnen we naar dromenland, het vriest inmiddels. Dinsdag 6 maart is de lucht weer staalblauw en windstil. Als we uit het raam kijken zien we enkele meters verderop een grote groep Wild Turkeys rond scharrelen op het gras. Ze zijn wel erg schuw want als ik het raampje open doe om een foto te maken sprinten ze meteen weg de berghelling op. We haasten ons in de vrieskou naar het badhuis wat heerlijk verwarmd is en ook lekkere warme douches heeft en op de terugweg naar de camper zien we vier White Tailed Deer voor de camper ronddartelen. De lente is op komst, de dieren zijn erg beweeglijk. Het is dan ook uitzonderlijk mooi weer en het voor ons liggende meertje ziet er uit als een verstilde schoonheid. Het is een eindeloze plek en zeker een waar ik opnieuw een keer naar terug wil keren. Maar vandaag gaan we echt verder  anders komen we nooit in de Smoky Mountains. Over schitterende stille wegen en door een prachtig heuvelachtig landschap rijden we naar Knoxville waar we propaan bijvullen (de gastank raakt erg snel leeg met deze koude) en ook weer eens onze diesel tank bijvullen. Het is inmiddels rond de middag en de temperatuur is zodanig gestegen dat we lekker buiten een milkshake kunnen nuttigen op een terrasje. Wat een verschil met gisteren toen het 18 graden kouder was. We maken van de gelegenheid gebruik om onderweg enkele caches te zoeken en komen uiteindelijk in Pigeon Forge aan. Na de prachtige rust van de natuur is het hier erg druk.  Enkele dorpen of zijn het steden zijn bijna aan elkaar gebouwd en bestaan alleen maar uit pretparken en amusements gelegenheden. Een groter contrast met ons schitterende State Park kan er niet zijn. Toch vinden we een mooie, redelijk rustig gelegen camping waar we een heerlijk zonnig plekje vinden en waar we twee nachten zullen blijven. Er moet weer nodig gewassen worden en de administratie loopt ook erg achter dus een rustdag  is niet echt overbodig. Helaas wordt het toch wel wat koel als de zon onder is zodat er van buiten zitten ’s avonds weinig komt. We gaan bijtijds naar bed, onder een schoon en fris gewassen donsje.
Woensdag 7 maart is het nog steeds mooi weer maar in tegenstelling tot dinsdag is er wel wat bewolking en ’s ochtends is het nog erg koud. De thermometer geeft slechts 6 graden aan. Nadat we even geskyped hebben (wel met onze MiFi) want het internet op de camping is te zwak, pakken we de fiets om de omgeving te verkennen. Het is heerlijk weer om te fietsen alhoewel ik blij ben dat ik een spijkerbroek, fleece trui en jack aan heb.

Amusements gelegenheden volop in Pigeon Forge

Pigeon Forge (een rare naam voor een stad) is onvoorstelbaar, amusementspark na amusements park, midget golf terreinen in allerlei vormen en maten en uiteraard veel, heel veel karting banen. Het land is namelijk gek van karting en midget golven. Overal hoor je gelach en geklap bij ontbijtshows in grote barns (schuren).
Als we de Pigeon River oversteken komen we in een rustiger gedeelte terecht en langs de waterkant is het alsof we ons op het platteland bevinden.  

The Old Historic Mill in Pigeon Forge

Al lijkt het er niet op maar Pigeon Forge heeft ook een oud Historic Centre en rijdend op de brug valt dan direct de oude watermolen op die nog steeds zijn werk doet en rustig door de stroming van de rivier rond draait. Ook zie je hier nog verschillende oudere huizen die allen in de geschiedenis van Pigeon Forge een rol hebben gespeeld.  Sommige zien er wat vervallen uit maar het merendeel is netjes onderhouden. De huizen stammen voornamelijk uit de tijd dat er hier nog postkoetsen rijden en dat is in Amerika met zijn nog niet zo’n lange historie dus maximaal 200 jaar. Op de begraafplaatsen zijn de oudste stenen dan ook uit het begin van de 19-de eeuw. De zon komt wat meer door en het wordt zowaar warmer. Helaas rijd ik rond het middaguur in wat scherps en het rare geluid dat ik hoor als ik een bruggetje over rij blijkt afkomstig te zijn van mijn leeg lopende achterband.

Even een bandje plakken

Gelukkig heeft Dick plakspullen bij zich en binnen 20 minuten is de band gerepareerd, weer opgepompt en kunnen we verder rijden. We komen langs een Starbucks en omdat we (ik bedoel Dick) wel een koffie verdiend hebben stoppen we hier. Veel koffiedrinken is er echter niet bij want als we met onze koffie op het terrasje gaan zitten stoot ik tegen het wat wankele tafeltje waardoor de gehele inhoud van de large cappucino in de spijkerbroek en het fietsjack van Dick verdwijnt. Een echt fijne gewaarwording is dat niet met hete koffie en na enige, niet voor herhaling vatbare, woorden van Dick stapt deze op de fiets om terug te rijden naar de camper en zich te verschonen. Rond half twee is hij weer terug en rijden we verder door deze wonderlijke stad. Uiteraard zoeken we onderweg ook nog wat caches en winkelen we wat. Rond half vijf zijn we terug bij de camping volledig bezweet door bijna voordurend heuvel op en tegen een inmiddels forse wind in fietsen en de warme douche voelt heerlijk. Met schone kleren en opnieuw een was in de wasmachine, drinken we een lekker glaasje wijn en genieten van de rest van de avond.

Gepost in MAART 2012 | 3 Reacties

Geen toeristen meer te zien.

Geen toeristen meer te zien.

Vrijdag 24 februari kunnen we weer eens heerlijk buiten ontbijten. Door de bewolking schijnt een vaag zonnetje en er is geen wind. Meestal is het ’s ochtends echt te koud om buiten te zitten, dus nu het wel kan maken we er ook meteen gebruik van. Helaas is het nog te vroeg voor het carillonspel dus zoeken we het liedje maar op in de computer met onze MiFi card en kunnen zo in de stilte van het park genieten van de beroemde muziek van Stephen Foster. Na het ontbijt, als alles reisklaar is gemaakt, gaan we op weg en al snel overschrijden we de grens met de staat Georgia, aangeduid door het bord “Welcome. We’re glad Georgia is on your mind” opnieuw een lied. Nu eens niet beroemd van Stephen Foster maar met name van Ray Charles de in 2004 overleden blinde pianist-saxofonist en met name zanger. Niet zo vreemd als je bedenkt dat we niet heel ver weg zijn van Nashville in de staat Tennessee, waar de country en western muziek beroemd werd.

Donkere wolken voorspellen niets goeds

Alhoewel het buiten 22 graden is hangen er dikke zwarte wolken en tegen de middag vliegen de bliksem stralen ons tegemoet al snel vergezeld van hevige regenval. Je kunt geen hand meer voor je ogen zien. En dat terwijl we eindelijk in een heuvelachtig landschap terecht zijn gekomen en het vlakke land achter ons hebben gelaten. Gelukkig stopt de regen rond drie uur en als we even later een Wal-Mart zien in het stadje Cordele en er ook mogen overnachten is het besluit om hier te blijven al snel genomen. In Cordele staat een originele Titan I Missile, geheel intact, weliswaar zonder brandstof en nooit de lucht in geweest, waar we natuurlijk naar toe wandelen (en een daar verstopte cache opduikelen) en de rest van de (late) middag besteden we aan administratie en lopen we wat rond door Wal-Mart. Nu ja wij, ik, want Dick heeft inmiddels genoeg van rond dwalen in een Wal-Mart. Boodschappen doen is prima maar lekker snuffelen of er koopje te halen zijn vind hij onzin. Wat voor zooi heb je nou weer gekocht vraagt hij altijd als ik weer eens met een plastic tasje met Wal-Mart erop aan kom. Deze Titan I Missile is door de lokale Rotary gekocht en ter beschikking gesteld aan de gemeenschap. Een lokale senator wilde graag een Titan I Missile in zijn gebied hebben en dat is dus uiteindelijk ook gelukt. Ook onderhoud de Rotary de plaats waar hij staat en staat hij ‘s avonds in de schijnwerpers.

De Titan I Missile

Omdat er op het terrein van deze Wal-Mart niet echt lekkere restaurantjes zijn ga ik zelf maar koken en de nassi die even later op tafel staat smaakt goed en we eten (na tussen de buien door toch een groot deel van de dag wandelend in de buitenlucht te hebben rondgebracht) ons buikje rond. “s Avonds koelt het erg af en met 5 graden in de nacht gaat zelfs de kachel weer eens aan. Het is onvoorstelbaar dat er zulke grote temperatuur verschillen zijn, te bedenken dat we niet echt ver af zitten van  Florida waar het bloedwarm was. De koude zet zich voort op zaterdag 25 februari en voor het eerst kunnen we niet zonder jas buiten lopen, het is er echt te koud voor met maar zeven graden. Na het ontbijt, uiteraard lekker in de camper met de kachel aan, rijden we verder door het prachtige heuvel landschap van Georgia. Ik wist niet dat deze staat zo mooi was. Het lijkt een beetje op de Ardennen maar dan veel wijdser. De dorpjes zijn verstild en de mensen zijn uitermate vriendelijk maar spreken met een enorm accent, je moet echt goed luisteren om te horen wat ze zeggen. Onderweg door deze staat stoppen we regelmatig in kleine dorpjes en lopen er wat rond.

 

Veel leegstaande winkels en verlaten benzine stations

Opvallend is dat zelfs in de “Mainstreet” veel winkels en gebouwen leeg staan om maar niet te spreken over de vele benzine stations die onttakeld zijn, of dit het gevolg is van de crisis of van de nu wat kleinere en zuinigere auto’s die meer en meer in het straatbeeld verschijnen, wij weten het niet. Gelukkig breekt tegen de middag de zon door en kunnen we genieten van de staalblauwe lucht maar door de koude en harde wind blijft het truien en lange broeken weer. Net buiten Carrollton stoppen we in een State Park met (volgens de advertentie) het grootste strand.Veel zullen we niet genieten van dit strand, het is slechts 14 graden en er staat een harde koude wind. Wel maken we een wandeling om het meer met zijn zandstranden. Heel speciaal is het niet maar we zijn zo lekker in de weer. Als we terug zijn bij de camper gaan we lekker binnen zitten met de kachel aan en een boek om te lezen. We hebben hier geen internet dus van mails beantwoorden komt opnieuw niets. Echt schandalig want er zijn heel veel mails waarop we iets willen laten horen
’s Nachts daalt de temperatuur tot vlak boven het vriespunt en opnieuw maakt de kachel overuren. Na het dumpen en de inname van schoon water (wat een koud klusje is als het niet warmer is dan 7 graden) rijden we naar het stadje Carrollton waar we wat rondkijken en voorts vervolgen we onze reis door het landelijke Georgia. Hier is het toeristen seizoen duidelijk nog niet begonnen en de “snowbirds” blijven duidelijk in het broeierige Florida hangen op campings waar je gezamenlijk koffie kunt drinken en waar kaart- en bingo avonden gehouden worden. Alhoewel ons doel een State Park campground was blijven we in Summerville hangen en overnachten opnieuw (met toestemming van de manager ) op het terrein van Wal-Mart.We hebben geen van beiden veel zin om te koken dus gaan we eens in een van de vele hamburgertenten eten, in dit geval een Wendy, die volgens de reklame borden een “old fashioned burger” serveert. Het smaakt wel maar we hebben duidelijk veel betere burgers gegeten in onbekende eettentjes. Terwijl we eten komt de kerk gemeenschap uit de buurt hier ook een versnapering halen en al snel zit de hele tent vol met prachtig geklede Amerikanen, alle vrouwen hebben een lange rok aan en de mannen lopen of in pak of in een keurig net overhemd. Sommigen zien er uit of ze uit de Charles Dickens boeken zijn weg gelopen, in ieder geval de kleding lijkt uit die tijd. Ze zien er wel duidelijk netter uit dan de gemiddelde Amerikaan en wij steken er in onze afrits broeken helemaal erg bij af. Na iedereen uitgebreid  geobserveerd te hebben vertrekken we en lopen de 50 meter terug naar de camper. Omdat we met ons mobile internet voldoende verbinding hebben om een nieuw stukje te publiceren gaat Dick zich daar mee bezig houden terwijl ik lekker mijn nieuwe spannende boek pak en voor de rest van de avond verloren ben. Ondanks de vele, luid toeterende, treinen die de hele nacht bij deze Wal-Mart voorbij denderen, slapen we als rozen.In Terrace, Canada, hebben we bijna 6 weken lang niets anders gehoord dus weten we niet beter en het is vreemd als we bij een Wal-Mart eens een keer geen treinen horen.
Maandag 27 februari rijden we nadat we op ons gemakje hebben ontbeten en boodschappen te hebben gedaan weg uit Summerville. Het is zwaar bewolkt maar daarom minder koud en gaandeweg de ochtend stijgt de temperatuur naar 20 graden. Rond een uur arriveren we bij het State Park waar we eigenlijk gisteren hadden willen stoppen. Als we de campground bekijken vinden we een prachtige plek dus blijven we hier staan. We zijn helemaal alleen, duidelijk is dat alle vakanties voorbij zijn.

De Woodpecker in aktie

We horen opnieuw vele vogel geluiden en uiteindelijk weten we een Specht op te sporen die als een echte “Woody Woodpecker” bezig is zijn maaltje uit de bast van een boom bijeen te garen. Het geluid is erg kenmerkend en van tientallen meters afstand prima te horen. Alleen als je dichterbij probeert te komen om een foto te maken verdwijnt hij net achter de boom onder het motto, ik zie jullie niet dus jullie zijn er niet. Uiteindelijk weten we toch een foto te maken en na geprobeerd te hebben nog wat dichterbij te komen is de vogel “gevlogen”. Ach we doen het dan maar met die ene foto die we net hebben gemaakt. De zon schijnt inmiddels volop en nadat de was in de droger is gestopt (ja de State Parks hier hebben een wasmachine en droger) gaan we een wandeling maken in dit park.

 

Vele trappen maken wandelen erg inspannend

Het is gesitueerd rond een canyon en al snel hebben we een prachtig zicht vanaf de rim op deze canyon. Na een tijdje langs de rim te hebben gewandeld buigen we af naar een pad wat naar de bodem van de canyon leidt, waar een cache ligt. Het is een lange afdaling de canyon in, deels langs trappen, deels langs paadjes die wat glad zijn als gevolg van de laag bladeren op het gravel. Maar uiteindelijk staan we beneden naast de rivier en worden we beloond met uitzicht op enkele prachtige watervallen en na enig zoeken ook een mooie cache, vlakbij twee riviertjes.
De tocht naar boven is mogelijk nog inspannender, het is door de vele trappen enorm veel klimmen en klauteren en onze kuitspieren krijgen er wel een opdonder van maar uiteindelijk na bijna twee en een half uur wandelen,klimmen en klauteren en een grote dosis gezonde buitenlucht en zon arriveren we weer op de campground. Niets is na zo’n tocht fijner dan een lekkere warme douche en schone kleren en omdat we toch alleen op deze campground zijn doe ik de vuile kleren met ons beddengoed maar direct in de wasmachine zodat we enkele uren later weer alles schoon hebben.

Eindelijk weer buiten met een houtvuurtje

Terwijl de wasmachine draait zitten wij frisgeboend rondom een goed brandend campvuurtje.  Lang genieten we, buiten zittend bij ons vuurtje, van de stilte om ons heen.
Het is schitterend weer, de zon gaat met een prachtige kleurenpallet onder en het is windstil. Na al die weken rond trekken door het vlakke Florida zijn we weer in de bergen beland en hebben daar ook nog eens heerlijk weer.

Prachtige avondkleuren in het Cloudland Canyon State Park

Zoals de maandag is geëindigd begint die dinsdag ook met staalblauwe lucht en zon. Na het ontbijt en uiteraard dumpen van grey- en black water vertrekken we uit dit prachtige park om onze reis naar het Noord-Westen voort te zetten. De weg lijkt alleen maar uit haarspeld bochten te bestaan en het compas op onze GPS blijft rondtollen. Iets voor twaalf uur rijden we de staat Tennessee binnen. Nadat we bij een Welcome Center wat wegenkaarten en andere informatie over bezienswaardigheden hebben gehaald komen we er achter dat we de tijdsgrens hebben overschreden, we leven weer in Central Time, zodat we vandaag een uur tijdwinst hebben (het tijdsverschil met Nederland is weer zeven uur).Om te vieren dat de dag vandaag een uur langer duurt halen we tussen de middag een heerlijke milkshake bij Sonic die we voor de camper in het zonnetje opeten, of is het opdrinken? Nu we toch meer tijd over hebben gaan we lekker wat cachen en regelmatig stoppen we langs de weg waar de GPS zegt dat een cache ligt. Uiteindelijk arriveren we in Manchester (vernoemd naar die Engelse stad) waar we opnieuw een plaatsje voor de nacht vinden op het terrein van Wal-Mart.
Gelukkig zijn we nu weer in staten waar je gewoon bij Wal-Mart mag overnachten. Dit keer is er geen trein die luid toeterend langsrijdt maar bevinden we ons naast een overnachtingsplek van vrachtwagens (deze Wal-Mart ligt aan de Interstate) zodat we de rest van de avond en nacht omringt zijn door de motoren en (veel lawaai makende) koelunits van vrachtwagens.

Wal-Mart Campground

Ach het brengt wat afwisseling in de nachtelijke geluiden en we slapen er toch wel doorheen.Tot mijn grote vreugde zijn er twee kapperszaken op dit terrein. Met de kapperszaak die zich in de Wal-Mart  bevindt heb ik niet zulke goede ervaringen dus, op aandringen van Dick (ja hij vindt het zowaar goed dat ik mijn dikke haardos laat fatsoeneren, maar misschien komt dat omdat hij van het gezeur over mijn dikke haardos af wil zijn) loop ik de andere kapperszaak binnen waar ik direct geholpen wordt en een half uur later, van “ kilo’s haar” ontdaan, (tevreden) terugloop naar de camper. Om te vieren dat we beiden weer kortgewiekt zijn (Dick had ik gisteren al van zijn haren bevrijd) bezoeken we ’s avonds het naast de kapper liggende Mexicaanse restaurantje waar we heerlijk (maar te veel) eten. Ach morgen weer wat extra lopen en/of fietsen en dan zijn de calorieen weer verbrand.

Gepost in MAART 2012 | 2 Reacties

Is Florida een “Tourist Trap” ?

Niet alleen zijn alle State Parks in de Keys volgeboekt, ook de andere accomodaties op de Keys zijn ondanks de hoge prijsstelling erg gewild en dus moeten Sandra en Rene na hun ontbijt maandag 13 februari, op zoek gaan naar een ander plekje. Dat betekent dat wij op onze camping blijven wachten totdat we weten waar we elkaar kunnen gaan ontmoeten. Het is niet erg want ik kan verder gaan met de administratie en ons stukje voor de website maar eerst ga ik uitgebreid met tante Ank skypen. Omdat we op een kleine camping zitten en nu bijna niemand achter de computer zit hebben we bij uitzondering eens een heel goede ontvangst. We hebben enorm veel te bepraten dus van schrijven van een stukje komt bijna niets want na mijn skypen krijgen we bericht Rene dat ze een nieuw onderkomen hebben gevonden.

USA's meest zuidelijkste punt

We spreken af elkaar op het zuidelijkste puntje van de USA te ontmoeten. Het is zo’n 40 minuten fietsen maar de zon schijnt en het is ondanks de toch wel vele donkere wolken mooi om buiten te zijn.Omdat het nog niet zo warm is hebben we met het fietsen nog een spijkerbroek aan. Voor de zekerheid heb ik ook onze afritsbroeken meegenomen en dat is maar goed ook want nadat we de verplichte foto hebben genomen bij de boei die het zuidelijkste puntje van de USA markeert,  stijgt de temperatuur zodanig dat een korte broek heel wat aangenamer is om te dragen. We fietsen en lopen wat caches af en gaan dan naar Fort Zachary die we uitgebreid bekijken.

Ouderwets handwerk en muziek in het fort

Het ligt in een State Park en heeft een aangenaam strand met een terrasje waar we heerlijk hotdogs en een ijsje eten. Ondertussen nemen we de planning door voor de rest van de dag. Nu ja, rest van de dag,  het is inmiddels al drie uur. We willen kijken of we hier ook nog kunnen duiken en besluiten door het dorp te fietsen en bij enkele duikwinkels te informeren. Het zit ons niet mee, de eerste noch de tweede duikschool is open en omdat de wind inmiddels enorm is aangetrokken besluiten we verder geen moeite meer te doen. Sandra en Rene fietsen naar de uiterste punt van Key West om te kijken of er door de wolken heen nog een zonsondergang is te bekijken en wij fietsen naar de camper terug waarbij we onderweg nog wat inkopen voor de avondmaaltijd doen. Het is gezellig als tegen 7 uur Sandra en Rene langskomen om samen met ons te eten. We loggen uiteraard de caches die we vandaag hebben gevonden en spreken over de gezellige afgelopen dag en weken. Omdat Sandra en Rene nog een of twee nachten in Key West blijven en wij  morgen weer terugrijden over de Keys (er is geen plek meer op deze camping) en we niet weten of we onderweg  nog een overnachtingsplekje kunnen vinden is de kans groot dat we elkaar na vanavond niet meer in Florida zullen treffen. Rene en Sandra vliegen immers vrijdag al vanaf Miami.

De laatste avond met Sandra en Rene

Het wordt opnieuw een gezellige avond, we zullen hen missen als ze weer weg zijn. Tegen elf uur nemen we afscheid van elkaar en al snel liggen we in ons bedje. Naast een hele dag in de buitenlucht hebben we ook nog even 22 km gefietst. Helaas is deze laatste avond niet echt warm, er waait nog steeds een koude wind en we hebben dus de hele avond binnen gezeten. Dinsdag 14 februari begroet ons met staalblauwe lucht en zon en al snel stijgt de temperatuur naar 22 graden Eindelijk is het na enkele dagen koufront weer lekker warm, nu ja, warm, het is broeierig heet. We ontbijten snel en rijden dan nog even naar het centrum van Key West om in het Eco Discovery centrum een prachtige natuurfilm over de Everglades en de Keys te bekijken maar daarna is het echt tijd om afscheid te nemen van het leuke stadje Key West met zijn mooie oude huizen met waranda’s. Het was wel erg duur hier (de Key’s worden niet voor niets The Tourist  Trap genoemd) maar zeker de moeite waard om er rond te kijken en te fietsen. Al snel ligt Key West achter ons en gaan we op zoek naar een plekje voor de nacht, we stoppen bij de vele State Parks op de route naar Key Largo.
Helaas nergens is er een plekje beschikbaar en we moeten dus door. Op een enkele commerciële camping is wel een armoedige plekje en daar betaal je dan ook de hoofdprijs van tenminste 100 dollar voor wat het echt niet waard is. Ook in Key Largo blijkt geen plek te zijn dus na nog enkele caches onderweg te hebben opgepikt rijden we naar Homestead waar we in Everglades National park uiteindelijk opnieuw wel een mooie overnachtingsplek vinden. Het is hier ondanks redelijk wat wolken nog prachtig weer en met 24 graden kunnen we lang buiten in het zonnetje zitten. Hopelijk kunnen Sandra en Rene net zo genieten van een mooie zonsondergang als wij. Woensdag 15 februari is opnieuw een schitterende dag en na het ontbijt stappen we op de fiets om caches te gaan zoeken. In het National Park zijn geen caches meer die we niet al gedaan hebben dus na een bezoek aan het Visitor Center waar we alsnog de film bekijken over de Everglades fietsen we het park uit. De temperatuur is opnieuw gestegen en het is fijn dat we op de fiets rijden en wat rijwind hebben. Het is prettiger om op de fiets te cachen dan met de camper want we zijn nu veel wendbaarder en uiteindelijk hebben we alles gehad wat er in een omtrek van 20 km is verborgen en rijden we terug naar de camping.

Jonge Alligators bij een poeltje langs de weg

Uiteraard stoppen we regelmatig om de vele baby Alligators te bekijken die langs de weg naast poeltjes liggen te zonnen. Tegen drie uur zijn we terug op de camping waar ik me de rest van de middag, zittend in het zonnetje aan de computer wijd en er zo waar in slaag zoveel te schrijven dat Dick weer over een te publiceren stukje kan beschikken. De temperatuur blijft lekker lang goed maar ook de muggen vinden het buiten prettig zodat we uiteindelijk toch binnen gaan zitten en na wat simpel avondeten storten we ons beiden in een spannend boek van Clive Cussler. Ook donderdag 16 februari begint mooi, blauwe lucht en zonneschijn en ’s ochtends vroeg al zeker 22 graden, we kunnen opnieuw lekker buiten ontbijten. Daarna maken we de camper reisklaar, rijden naar de dump en tegen 9 uur zetten we onze reis voort. We hebben geprobeerd nog een plekje te vinden in Key Largo zodat we Sandra en Rene zouden kunnen verrassen als die daar eind van de middag arriveren maar helaas er is opnieuw geen plek vrij om te overnachten. Dus na wat boodschappen en uiteraard het zoeken van enkele caches, we lijken wel verslaafd te raken aan geocachen, rijden we verder richting noorden, door de Everglades. Het is erg warm vandaag en tegen 3 uur houden we het voor gezien. We zijn vlakbij Okeechobee, het meer dat de Everglades van water voorziet en blijven hier overnachten. We krijgen een plekje aan een druk bevaren kanaal (wat naar het meer leidt) en kunnen lang in de zon zitten. Er zijn niet zoveel muggen hier maar het wemelt wel  van de fire ants en lang stil zitten met open schoenen is er helaas niet bij, onophoudelijk moeten we deze hinderlijk stekende mieren van ons af slaan. Dus gaan we maar een stukje wandelen wat ook leuk is omdat de camping wemelt van de watervogels waaronder een prachtige Kraanvogel die zich gedraagt of de campground van hem is.

Net de Mekong 's avonds

De zonsondergang is werkelijk schitterend en in het ondergaande licht zien we vele bootjes terugkeren van het meer. Met zo veel verkeer van motorbootjes lijkt het kanaal wel de Mekong. Vrijdag 17 februari  gaan we na het ontbijt eerst een aantal caches zoeken die hier bij de camping verborgen zijn. Wat is dit leuk zeg, een ochtendwandeling besteden aan caches zoeken en tegelijkertijd zien we natuurlijk veel van de natuur en de vogels die hier leven. Het is fijn dat Sandra en Rene ons de fijne kneepjes van het cachen hebben aangeleerd zodat we veel caches uiteindelijk toch vinden. Het blijkt echt een sport voor mij (Tita ) te zijn want overal moet je met je vingers in wroeten en alles aanraken en voelen. Soms zijn de caches namelijk achter stukken hout of onder doppen verstopt.  Het zoeken heeft ook voordelen want we komen nu op plekken waar we anders nooit zouden komen. Regelmatig biedt de cacheplek ook voordelen zoals bij de cache “time to eat” waar we een lekkere milkshake nuttigen. Uiteraard trekken we wel de aandacht van de Amerikanen als wij die shake buiten op het randje van de stoep opdrinken in plaats van binnen te gaan zitten waar de airco op vriesstand is gezet. Je zou trouwens niet zeggen dat het half februari is want het is buiten 29 graden en broeierig warm, alle kleding plakt aan ons vast. Dat komt ervan als je voortdurend buiten rond loopt en caches zoekt. Eind van de middag proberen we rondom het plaatsje Sebring een camping te vinden wat niet echt goed lukt. Er blijkt een lang weekend te zijn en scholen hebben vakantie, maandag is het Presidents Day met als gevolg dat de campgrounds weer overvol zijn. Gelukkig mogen we in Highlands Hammock State Park op de overflow plek staan, een groot stuk grond midden in het bos liggend, vlak voor de overvolle en lawaaierige camping. We staan er nog niet of het begint te stortregenen, ach daarmee gaat de broeierige hitte wat uit de lucht. Na een uur klaart het weer op zodat we ’s avonds om negen uur nog mooi een nacht cache kunnen lopen. We lopen in het pikkedonker door een veld begroeid met lage palmbomen en zien niets om ons heen, alleen de in het licht van onze zaklantaarns weerkaatsende lichtjes van op de bomen bevestigde reflectoren laten zien hoe we moeten lopen, een aparte ervaring.
Zaterdag18 februari is het al vroeg erg warm en broeierig. We mogen helaas geen twee nachten op de overflow plek staan dus rijden direct na het ontbijt de camper naar het in het park aanwezige museum. Men is erg trots op dit park want het is het eerste State Park van Florida. Er is een prachtige fiets route zodat we voor verder te trekken nog lekker een stuk gaan fietsen in dit park en (het wordt al bijna een gewoonte) we gaan onderweg ook nog even wat caches zoeken die in het park verborgen liggen.

Bandit, Tusk en Mooz onze Travelbugs

Er zijn schone en mooi onderhouden caches zodat we hier twee (van Rene en Sandra gekregen) trackables droppen, dat zijn  metalen plaatjes met een nummer die van cache tot cache zwerven en zelfs een reis rond de wereld kunnen maken. We hebben de plaatjes aan beestjes vastgemaakt en ze een naam en doel gegeven. We hopen dat “Bandit” en “Tusk” snel door andere cachers worden meegenomen en op reis gaan. Ondanks het feit dat het zwaar bewolkt is, is het buiten lekker toeven want het blijft warm met temperaturen van rond de 25 graden. Tijdens het fietsen zien we redelijk wat vogels maar ook (het blijft Florida) enkele Alligators en zelfs een giftige slang. Door ons leuke tochtje vertrekken we pas tegen twee uur uit het State Park. Al na zo’n 70 km rijden vinden we een mooie ruime camping langs de weg en besluiten daar te blijven. Er moet weer eens gewassen worden, wat geen probleem is zolang het licht is, maar als het donker wordt voeren grote zwarte torren een waar bombardement uit op de verlichte laundry.
Zelfs door kleine kieren weten ze binnen te dringen en ze krioelen door elkaar heen op de vloer van de laundry. Zelfs voor mij wordt dit te veel en met een nog vochtige was haast ik me terug naar de camper, hang daar alles uit zodat de camper (tot ongenoegen van Dick) al snel is omgetoverd in een wasdroog huis met alleen nog een plekje aan de tafel.
Zondag 19 februari geeft een ander weerbeeld. Het waait enorm hard en de wolken die langs jagen  zien meer zwart dan wit. Nadat we even met Hannah, tante Ank en met Thecla en Thomas geskyped hebben  stappen we ondanks het feit dat het weer er niet erg goed uitziet toch op de fiets om de omgeving van Winterhaven te verkennen. Uiteraard wordt om een doel te hebben, de route bepaald door de aanwezigheid van caches. Echt lekker weer is het niet en regelmatig moeten we stevig doortrappen om tegen de wind in te komen. Winterhaven is een leuk plaatsje en al snel zijn we de weg kwijt, het krioelt er namelijk van de kleine meertjes die allemaal op elkaar lijken.
Bij vele meertjes lopen en vliegen allerlei vogels en sommige rusten wel op een heel speciale manier.

Even uitrusten !

 Gelukkig heeft Dick de GPS bij de hand die ons na een rondje van bijna 48 kilometer  fietsen langs tientallen meertjes en met windkracht acht tegenwind weer veilig terugloodst naar de camping. Na zeven uur fietsen (en caches zoeken) arriveren we tegen vijf uur weer op de camping . We zijn vuil en bezweet en dan is niets fijner dan een lekkere warme douche en schone kleding. Het is geen wonder dat we iedere keer zoveel was hebben. ‘s Avonds doen we niet zoveel, we loggen onze caches, doen wat administratie en dan zijn onze spannende boeken te verleidelijk om te laten liggen.
Maandag 20 februari rijden we al voor negen uur weg bij de camping. Het is overal doodstil en veel winkels zijn dicht, klaarblijkelijk is President Day een grotere feestdag dan wij dachten. We rijden op ons gemakje naar Kissimmee, waar we naast een Thaise tempel een rustige camping vinden. Er is gelukkig volop plek en we mogen kiezen waar we willen staan. Na de camper te hebben neergezet pakken we de fietsen weer eens om lekker de omgeving te verkennen. Het is heerlijk fietsweer, 25 graden en pas tegen half vijf steekt een koude wind op en koelt het snel af naar 18 graden. Gelukkig hebben we windjacks bij ons die de ergste kou weren maar we zijn wel blij als we na bijna 16 km fietsen rond vijf uur weer terug op de camping zijn. ‘s Nachts koelt het enorm af en dinsdag 21 februari is het slechts 12 graden.. Met trui, jack en lange broek aan klimmen we om acht uur op de fiets, bestemming Sea World. Amerika is geen loop- maar ook geen fietsland. Omdat op de weg rijden, waar verkeer met 90 km per uur voorbij raast, niet echt een pretje is, zoeken we waar mogelijk fiets- of wandelpaden op maar die blijken buiten de echte winkelcentra in het niets op te gaan, ze eindigen stuk voor stuk in een grasland. Je moet hier niet slecht ter been zijn en geen vervoer hebben want dan heb je pech. Bushaltes zijn regelmatig niet via een pad te bereiken en om er te komen moet je vaak over een stuk over gras lopen wat gelukkig wel kort is gemaaid. Na bijna een uur fietsen, met onze hakuna als wegwijzer, arriveren we bij Sea World waar de parkeer aanwijs mannen wazig naar onze fietsen staren. Plek om fietsen te stallen is hier niet, niemand komt immers met de fiets, dus zetten we ze met enkele kabels vast aan een hek bij de ingang. Het is enorm druk en het lange weekend is, ondanks het feit dat het nu dinsdag is, duidelijk nog niet voorbij. Honderden Amerikanen met hun kinderen zijn op hetzelfde idee gekomen als wij en in file lopen we door Sea World.

Shamu, de "Killer Whale" in aktie

Gelukkig vinden we bij de shows die we willen zien een plekje alhoewel we bij Shamu, de show van de Killer Whales, als laatsten net nog door het hek kunnen glippen. Gevolg is dat er alleen in de “splash zone” nog twee, ver van elkaar verwijderde, plaatsjes te vinden zijn. Weinig zie ik van de show. Ik ben meer bezig met het voorkomen om volledig doorweekt te worden. Telkens als een van de Killer Whales langszwemt, alles natspattend  (waar het klaarblijkelijk in deze show om gaat)  vlucht ik weg van mijn aan het gangpad gelegen plekje hoger het gangpad op. Daar mag je echter niet blijven staan noch zitten zodat ik uiteindelijk een 1 bil breed plekje vind op een rij boven de splash zone, raar aangekeken door een Amerikaanse, die er niets van snapt dat iemand tijdens de show van plaats verandert. Uiteraard blijft Dick gewoon zitten waar hij zit en loopt alsof er niets aan de hand is, na afloop van de show, in een door en door natte outfit  het stadium uit. Buiten de shows slenteren we de hele dag rond door het park staan in wachtrijen, kijken bij gigantische ijsberen en walrussen  en genieten van een lekker frietje in het park. Uiteraard doen we ook nog de enige cache die het park rijk is door antwoorden te zoeken op vragen over een mega rollercoaster. Tegen vijf uur hebben we het wel gezien en fietsen (kijkend naar een schitterende zonsondergang en nog net in het licht) de 17 km terug naar de camping. Het was een leuke, maar door het slenteren en wachten, ook een vermoeiende dag.
Woensdag 22 februari besluiten we nog een dagje in Kissimmee te blijven en rond te fietsen in de omgeving. Kissimmee heeft namelijk naast de beroemde Disney parken en Sea World ook een mooie natuur en ook hier zijn overal meertjes. We bepalen de route aan de hand van  de caches die we onderweg kunnen zoeken en krijgen daar geen spijt van want op onze dertig kilometer lange fietstocht komen we daardoor op vele onverwachte plekjes, prachtige historische huizen in Down Town Kissimmee en door woonwijken waar we in Nederland alleen maar van kunnen dromen, zoveel ruimte heeft ieder huis om zich heen. Het weer is niet zo mooi, het is zwaar bewolkt maar desondanks blijft de temperatuur rond de 22 graden hangen. We boffen want we houden het de hele dag droog maar zodra we terug zijn bij de camper en gedouched barst er een enorme regenbui los vergezeld van onweer. We waren van plan nog even bij “Applebee” te gaan eten maar dat idee laten we nu maar varen. Als je een stap buiten zet ben je meteen drijfnat en daarbij staat het water overal zeker 5 centimer hoog. Ach in de camper is het ook gezellig en het geeft weer even de gelegenheid om aan mijn verhaaltje te werken voor de website want door het cachen zijn we duidelijk vaker op pad dan voorheen en verwaarloos ik mijn administratieve taken. Pas tegen negen uur drijft de bui weg en wordt het weer droog. Niet koeler, het blijft rond de 22 graden en in tegenstelling tot gisternacht koelt het ’s nachts niet af. Donderdag 23 februari draai ik eerst nog even een was en skype met tante Ank zodat we pas om 9.15 wegrijden. We willen vandaag weer eens een stuk rijden want we zijn aan onze laatste weken begonnen op dit prachtige continent. Tegen drie uur vinden we het welletjes en zoeken een plekje in White River een plaatsje in midden Florida dat begin 1900 opbloeide vanwege de zwavel bronnen die zich hier bevonden en werkelijk alle kwalen zouden genezen.

De toren met het carillon in Stephen Foster State Park

Er is nog een plekje beschikbaar in het State Park en nadat we de camper hebben neergezet gaan we in de omgeving een stukje fietsen. Uiteraard kijken we even bij de “Sulphur Springs” die nu klaarblijkelijk opgedroogd is want het kleine groene plasje water ziet er niet echt aanlokkelijk uit om te drinken of in te baden. In het park worden we verwend door een carillon concert van Stephen Foster, de componist van o.a. het beroemde lied over de Suwannee River: “Old folks at Home” naar wie dit State park vernoemd is. De liedjes klinken leuk en zijn bekend en het past in deze parkachtige omgeving. Na anderhalf uur te hebben rondgefietst rijden we terug naar de camper waar we bij een kampvuurtje onze administratie doen. Het is namelijk erg lekker buiten en met 22 graden is het buiten goed toeven.

Gepost in FEBRUARI 2012 | 1 Reactie