Van Laos naar Bangkok

Van Laos naar Bangkok

Alhoewel ik me toch steeds beroerd voel smaakt het ontbijt van cruesli met yoghurt goed en zitten we ruimschoots op tijd klaar in de lobby van ons guesthouse, wachtend op de tooktook die ons naar de aanlegpier van de slowboats zal brengen. Het is vandaag 25 november, Loi Kratong, maar dit feest van tewaterlating van bootjes met kaarsen wordt niet in Laos gevierd. Nadat we even voor 9 uur opgepikt zijn moeten we nog een tijdje in een winkeltje bij de boot wachten voor we uiteindelijk dan toch onze tickets in ontvangst mogen nemen. Die moeten namelijk eerst gekocht worden. Het papiertje wat wij bij ons guesthouse kregen na betaling van twee maal een kwart miljoen kip, de prijs van de twee-daagse bootreis over de Mekong, was slechts symbolisch.

01-De bankjes in de Slow Boat

01-De bankjes in de Slow Boat

Maar uiteindelijk kunnen we de zandhelling aflopen naar een van de vele aangemeerd liggende slowboats. We hebben besproken plekken dus kunnen geen zitplaats uitkiezen. Maar we zitten gelukkig in het midden van de boot, redelijk ver van het motorlawaai, op een houten bankje met een zitkussen. Er is veel beenruimte en onder de bank voor ons kunnen we makkelijk onze bagage kwijt. En dan is het wachten en wachten en wachten tot we uiteindelijk om half 12 vertrekken. Eerst moeten immers alle uit Thailand afkomstige backpackers aan boord zijn en als de wachttijden aan de grens wat uitlopen wacht de slowboat gewoon wat langer. Veel maak ik niet mee van de boottocht. Ondanks de houten rugleuningen, iets verzacht door de reddingsvesten dommel ik in een onrustige slaap. Halverwege de bijna 7 uur durende tocht vind ik liggend op de grond tussen de banken zelfs een nog aangenamer plek om te slapen en pas bij aankomst in Pak Beng, net voor 6 uur ’s avonds, kom ik weer wat tot leven.

02-De Mekong bij Pak Beng

02-De Mekong bij Pak Beng

Omdat ik me zo beroerd voelde vanmorgen wilden we niet nog op kamer jacht gaan dus hebben we een guesthouse op de boot geboekt en als we aan land zijn geklauterd worden we naar een “veevervoer” wagen geleid, waar we moeten wachten tot alle gecharterde backpackers verzameld zijn en worden dan staand in de laadbak van dit vrachtwagentje, beschenen door de volle maan, naar een guesthouse vervoerd. Het is niet wat ik zou kiezen maar de kamer heeft een bed, douche en WC, dus het kan ermee door. Na een maaltijd van chicken tikki massala bij het plaatselijke Indiase restaurant val ik in slaap. Het is een zeer gestoorde slaap want wat heb ik een hoofdpijn en dat het niet helemaal goed is blijkt als ik de volgende ochtend naar mijn opgezwollen gezicht kijk in de spiegel. Mijn linkeroog lijkt dichtgeslagen. We lopen naar de zandhelling terug (Pak Beng bestaat slechts uit een stoffige zandweg) kopen water, banaantjes en een croissant en dalen af naar een andere boot die ons het tweede stuk over de Mekong naar Luang Prabang zal vervoeren.
We zijn echt nog heel vroeg en kunnen nu wel een zitplek uitzoeken. Er zijn twee oude, versleten, maar redelijk comfortabele bus stoelen waar we gaan zitten en ik dommel weg.

03-Ziet er niet gezond uit

03-Ziet er niet gezond uit

Heb maar wel mijn zonnebril opgezet want mijn gezicht ziet er niet uit. Mocht ik gisteren nog wel eens een blik op de Mekong hebben geworpen, nu is daar helemaal geen sprake van. Wat ben ik blij als we uiteindelijk om 5 uur in Luang Prabang arriveren. Behulpzame Fransen helpen ons met onze bagage de helling opsjouwen en nadat er nog wat backpackers plaats hebben genomen in de “sorng-taa-ow” kunnen we eindelijk naar het stadje rijden en een guesthouse zoeken. Helaas is ons favoriete guesthouse Rattana vol maar er vlakbij is guesthouse Oudomxai waar nog een kamer vrij is. Wel een dure kamer, 200.000 kip (23 euro) maar de schemer valt al in zodat alle aantrekkelijke kamers al vergeven zijn. Als eerste belt Dick de alarmcentrale in Nederland om te proberen zo snel mogelijk naar huis te komen. Pas na drie maal proberen lukt het ze aan de lijn te houden. Je blijkt helemaal niet zo makkelijk thuis te kunnen komen. Morgen moet eerst een arts kijken wat er aan de hand is en pas als deze een engels-talig rapport heeft opgesteld kan er bekeken worden of en hoe transport geregeld kan worden. Mocht er sprake zijn van een ontsteking dan word ik niet eens vervoerd want dan is het risico van een vlucht te groot. Na een zeer onrustige nacht en met een nog verder opgezwollen gezicht rijden we de volgende morgen naar een kliniek die volgens de staff van ons guesthouse beter is. Deze kliniek blijkt echter pas 5 uur ’s middags open te gaan dus laat Dick ons naar het Provincial Hospital brengen, zo’n 8 km buiten de stad. Daar aangekomen (het is inmiddels 8 uur in de ochtend) moet ik meteen op een veel gebruikt groen laken liggen en komt iemand naar mijn gezicht kijken.

04-Het groene bed in de Emergency Room ??

04-Het groene bed in de Emergency Room ??

Er is niet te communiceren met de van mondkapjes voorziene medewerkers (verpleegkundigen?) en pas als een Engels sprekende mevrouw met handtas erbij geweest is (arts?) en Dick betaald heeft wordt een bloedtest uitgevoerd. Vindt het doodeng want de hygiëne ziet er niet al te best uit hier, maar het is niet anders. De uitslag van de bloedtest die een uur later komt geeft aan dat er sprake is van een complexe infectie en als Dick weer betaald heeft wordt er een infuus aangelegd en krijg ik paracetamol toegediend. Eigenlijk gaat alles langs mij heen. Alleen snap ik wel van de enige Thaise verpleegkundige hier dat ze alles in het werk zullen stellen om mij naar Bangkok te krijgen. Dit ziekenhuis heeft namelijk geen behandel mogelijkheden. Rond 4 uur moet ik de Emergency afdeling verlaten en lopen we door zalen waar mensen in de slechtst mogelijke condities en aan de beademing liggen (bijna allemaal met ernstig hoofdletsel door ongelukken met motoren) en omringt door tientallen familieleden. Uiteindelijk kom ik in een kamertje terecht met gelukkig, een eigen WC. Of het beddengoed hier ooit verschoond is weet ik niet maar dankzij de blauwe kleur lijkt het in ieder geval niet smerig. En een met bloedbevlekt verband op de wastafel daar moet je maar niet naar kijken.

05-Leven op water en yoghurt

05-Leven op water en yoghurt

Gelukkig heeft Dick water en yoghurt voor me gehaald zodat ik in ieder geval iets te eten binnen krijg en gedurende de nacht regelmatig wat kan drinken. Want van verzorging heeft men nog nooit gehoord. Daarom zitten en hangen er overal familieleden van patiënten rond die in het ziekenhuis eten bereiden en voor drinken zorgen. Dick is inmiddels weer terug naar ons guesthouse om weer contact te zoeken met de Alarmcentrale en ik val in een onrustige slaap. Ik heb nog steeds mijn eigen kleding aan maar heb gelukkig een zacht poezelig Disney dekentje dat ik over me heen kan leggen. ’s Nachts koelt het hier immers toch wel af. Wat ben ik over gelukkig als Dick de volgende ochtend het nieuws komt brengen dat er een dokter overgevlogen wordt uit Bangkok die ons eind van de middag naar Bangkok zal begeleiden. Natuurlijk alleen als hij beoordeeld heeft of ik in vliegwaardige conditie ben. Wat zijn wij dan bevoorrecht dat we echte medische hulp kunnen opzoeken. Dat in tegenstelling tot de vele Laotianen hier die liggend aan de beademing, maar moeten afwachten of ze ooit nog zullen herstellen. Ik benijd de mensen hier niet want als zelfs een Provincial Hospital geen mogelijkheden heeft om ernstig zieke patiënten te behandelen?

06-Onder begeleiding naar Bangkok

06-Onder begeleiding naar Bangkok

Tijdens het wachten op het vliegveld horen we van de Thaise arts, Dr. Phonsak, die ons begeleidt dat er in Laos twee soorten artsen zijn. Echte artsen, die een 6-jarige studie achter de rug hebben en belast zijn met de leiding van het hospital en artsen die slechts een driejarige opleiding hebben en al het werk doen met de patiënten. Bij aankomst in Bangkok is het al nacht en ik ben moe, doodmoe.

07-Emergency Room Bangkok

07-Emergency Room Bangkok

Toch komt van slapen niet veel want als een geoliede machine krioelen verpleegkundigen van de Emergency afdeling om mij heen, wordt opnieuw een bloedtest gedaan, worden de vitale lichaamsfuncties gemeten, infusen aangelegd en direct ook een x-ray gemaakt en door artsen wordt gekeken hoe het met de opgezwollen zijde van mijn gezicht is. En dan op naar de kamer. Uiteindelijk om twaalf uur ‘s nachts kunnen we in een diepe slaap vallen. Gelukkig hoeft Dick er niet meer op uit om in de omgeving nog een hotel te zoeken want er is een comfortabele bank op de kamer waar hij kan blijven slapen. Het betekent wel dat hij regelmatig in de nacht ook wakker gemaakt wordt als er weer een infuus wordt aangelegd of controles worden uitgevoerd. Alhoewel de artsen eerst denken dat het verblijf hier zich zal beperken tot twee á drie dagen blijkt na een bezoek aan de sinus arts (KNO-arts) zondag dat de ontsteking aan de sinus is doorgeslagen en hoor ik dinsdagochtend (1 december inmiddels) dat ik zeker tot zaterdag infusen krijg met antibiotica en dus voor die tijd het ziekenhuis niet zal mogen verlaten, laat staan terug vliegen.

08-Op de bank slaat Dick

08-Op de bank slaat Dick

De dagen in het ziekenhuis rijgen zich aaneen. Dick gaat er meestal een paar uur op uit om in Bangkok centrum wat rond te lopen. Meer dan een paar uur is hij nooit weg omdat het eigenlijk alleen in de grote winkelcentra uit te houden is. Buiten is het 36 graden en verstikkend heet. Donderdag en vrijdag blijft hij lekker bij me. We gaan dan voor het eerst een stukje lopen even van buiten naar het enorme ziekenhuis complex kijken en ook wat drinken bij Black Canyon.

09-Lekker ......

09-Lekker ……

Lekkerder koffie bestaat er niet denk ik. Het is heerlijk beide dagen 2 maal een half uurtje rond te lopen maar ook wel meer dan genoeg. Het lange liggen en de infectie heeft me toch wel lichamelijk uitgeput. Op vrijdagmiddag, na opnieuw een bezoek aan de sinusarts en een X-ray foto van mijn hoofd, blijkt dat ik zover verbeterd ben dat we op zaterdag het ziekenhuis mogen verlaten. Het kost nog enige moeite om een “Fit for Fly” verklaring te bemachtigen en zaterdagochtend 5 december moeten we nog tot 11 uur wachten voor alle medische papieren alsmede een tas met medicatie gereed staat (ik moet nog twee weken lang een enorme dosis antibiotica en andere medicijnen gebruiken) maar dan kunnen we gelukkig de taxi pakken naar het dichtstbijzijnde station van de Skytrain. Vlakbij de Rail-link naar het vliegveld hebben we een mooi hotel uitgezocht waar we nog een of twee nachten zullen verblijven alvorens door de alarmcentrale een ticket naar huis is gevonden. Helaas, bij aankomst in Asia hotel blijken de kamers 3700 baht per nacht te kosten, bijna 100 euro, toch wel heel erg duur. Derhalve vertrekken we uit dit chique hotel en lopen nog zo’n 7 minuten naar Soi Kasemsan 1 , het straatje waar we altijd wel een guesthouse vinden als we in Bangkok zijn. Dick wil niet in White Lodge slapen, wat erg armoedig is, keiharde bedden heeft en ook niet helemaal schoon is, maar er vlakbij is Muang Pol Mansion waar we voor bijna 29 euro een nette maar sobere kamer vinden.

11-Elephant Art in Siam Center

11-Elephant Art in Siam Center

Nadat ik een aantal uren heb gerust lopen we ’s middags nog wat rond in het Siam Center, een enorm winkelcentrum tegenover ons straatje waar een flinke afdeling is ingeruimd voor “Elephant Art” en ’s avonds eten we een simpele rijstmaaltijd naast het hotel. ’s Avonds laat krijgen we een telefoontje van de ANWB-Alarmcentrale dat we of vannacht nog kunnen vliegen of morgen. Vannacht vliegen is wat teveel van het goede dus krijgen we een vliegticket voor zondagmorgen. Alhoewel we tijd genoeg hebben, de reistijd naar het vliegveld per Skytrain en Rail-link is een uur, staan we toch om 7 uur op en na een simpel ontbijt van een croissant met restje kaas en een koude koffie met melk vertrekken we. Veel te vroeg arriveren we op Suvannabhumi, waar we direct onze bagage afkunnen geven en instapkaarten in ontvangst kunnen nemen. Het is nog slechts 3 uur wachten tot onze vlucht vertrekt.

11-En nu naar huis !!!

11-En nu naar huis !!!

Het vliegtuig van KLM is overvol dus we hebben geluk dat ze ons er gisteren nog bij hebben kunnen proppen. Na een 12 uur durende vlucht en een Intercity-direct trein naar Rotterdam (ik wist niet eens dat zulke treinen bestonden) en een razendsnelle overstap op de sprinter naar huis kunnen we weer voet in eigen huis zetten. Wat is het, als je je nog niet helemaal lekker voelt, heerlijk om weer in je eigen zachte bed met zacht donskussen, onder brandschone lakens, te slapen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Thailand en Laos 2015 | 2 Reacties

Naar het noorden van Thailand en Laos

Naar het noorden van Thailand en Laos

Doordat ik erg moet hoesten ben ik woensdag 18 november, ondanks het feit dat we niet vroeg op moeten staan, al voor zevenen wakker. Daar we vandaag verder reizen betekent het dat we toch maar opstaan en wat ontbijten. We pakken onze tassen en lopen naar de straat waar de chauffeur van gisteren al gereed staat. Zelf kunnen hij en zijn vrouw ons niet brengen omdat ze met een 7-daagse tour op stap gaan maar hij roept een Sorng –taa-ou op en na een hartelijke omhelzing gaan we op weg naar het bus station van Chiang Mai.

Met de VIP bus naar Chiang Rai

Met de VIP bus naar Chiang Rai

Het reizen gaat allemaal wel erg makkelijk. Natuurlijk zijn we veel te vroeg op het busstation en moeten eerst 8 bussen zien vertrekken voor wij onze VIP bus kunnen instappen. We hebben een luxe bus met enorm brede stoelen en veel beenruimte. Helaas is de afstand te verwaarlozen, slechts 3 uur rijden en dan komen we op het busstation in Chiang Rai aan. Alhoewel hier overal verbouwd wordt weet Dick direct in welke richting we moeten lopen en met een snel tempo zetten we koers naar het guesthouse wat we op het oog hebben. Het is inmiddels hoogseizoen en je moet snel zijn wil je een mooie en betaalbare kamer vinden. We boffen er zijn nog enkele kamers vrij maar al snel nadat we onze bagage binnen hebben gezet zijn die ook vergeven en hangt het bordje “Rooms are full” bij de receptie. Na even met wat andere backpackers gepraat te hebben lopen we het stadje in om ons wat te orienteren. Veel is er niet veranderd. Wat opvalt is dat het hier duidelijk koeler is dan in Chiang Mai. De temperatuur komt niet boven de 30 graden en gedurende de nacht daalt de temperatuur zelfs tot 26 graden. Gelukkig is het probleem met het verkleinen van foto’s snel opgelost dankzij aanwijzingen van Edwin uit Australia dus kan Dick ons eerste stukje publiceren.

Een stralend witte tempel

Een stralend witte tempel

Donderdag 19 november pakken we een tuktuk op de straat en na wat onderhandelen lukt het een goede prijs af te spreken en worden we naar de White Temple gebracht een, zoals de naam al aangeeft, spierwitte tempel zo’n 11 km buiten Chiang Rai. We zijn hier nog nooit geweest maar er ligt ook vlakbij een cache die we willen zoeken. Bij aankomst worden we direct verblind door de witheid van deze tempel. Het is schitterend en lijkt een sprookjes tempel, ook wat onwerkelijk. Alles glinstert en blinkt want deze witte tempel is ook nog eens ingelegd met spiegeltjes. De bouw van deze tempel is van start gegaan in 1997 en de kunstenaar die deze tempel zonder enige overheidssteun bouwt denkt dat er nog zeker 100 jaar werk aan is. Hij wil met deze tempel een monument bouwen wat gelijkwaardig is aan de Taj Mahal of Angkor Wat. Nadat we over een brug zijn gelopen vanwaar uit de diepte reikende armen omhoogstrekken arriveren we binnen in de tempel die ook totaal verschillend is van de gewone tempels. Natuurlijk staan er Buddha’s maar ook beslaat een schildering van een demon een wand van de tempel en zijn er schilderingen van verschrikkelijke gebeurtenissen zoals 9/11. We vergapen ons eraan en kopen natuurlijk een gids van deze tempel nu er geen foto’s binnen gemaakt mogen worden. Door deze indrukwekkende tempel zouden we haast vergeten dat ons eigenlijke doel de cache was en na even rond wandelen en zoeken vinden we deze uiteindelijk, net buiten het tempelcomplex en we zijn ook nog eens de eersten die hem vinden. Gelukkig lopen we vol van nieuwe indrukken terug naar de wachtende tuktuk en arriveren een 45 minuten later weer in het centrum waar we de rest van de middag rondwandelen over een markt, op zoek gaan naar gordijnstof voor in onze nieuwe camper en die uiteindelijk niet kopen en natuurlijk regelmatig op een terrasje zittend om het nodige vocht tot ons te nemen.

Een deel van het Black House

Een deel van het Black House

Naast de White Temple behoort ook het Black House tot de attracties van Chiang Rai dus besluiten we de volgende dag ook dat te aanschouwen. Doordat we pas laat wakker worden, ik heb met mijn enorme hoesten ons beiden tot diep in de nacht wakker gehouden, duurt het even voor we een tuktuk vinden maar dan arriveren we uiteindelijk iets na 11 uur bij dit complex van zwarte gebouwen. We hebben tot sluitingstijd slechts 50 minuten maar dat blijkt genoeg te zijn om over deze bizarre plek rond te lopen. Overal staan van geweien en doodskoppen gemaakte stoelen, liggen dode dierenhuiden en staan en liggen er houten penissen. We snappen helemaal niets van dit complex en de artist die bezeten is van de dood en het occulte. Met sluitingstijd maken we nog een laatste foto en laten ons dan terugbrengen naar het centrum van Chiang Rai. Zo mooi en indrukwekkend gisteren de White Temple was, zo bizar was dit Black House. Niet echt iets om aan te bevelen. Na een lekker ijsje, ja er is hier zowaar een ijssalon, lopen we ’s middags weer het stadje in om op zoek te gaan naar een 3-D Art museum. En zowaar, we moeten er heel wat voor lopen in de warmte, ook hier is een 3-D Artmuseum. Naast Chiang Mai en Chiang Rai schijnen er ook nog twee andere te zijn in Bangkok en Pattaya.

Even uitrusten op de lijst

Even uitrusten op de lijst

De toegangsprijs is de helft van die in Chiang Mai en dat blijkt ook reeël want de schilderingen in dit museum zijn duidelijk minder spectaculair dan degenen die we in Chiang Mai hebben gezien. Toch hebben we veel plezier tijdens onze tocht door het verder volledig lege museum. We krijgen een “personal guide” mee die ons bij iedere schildering laat zien hoe we moeten staan om er deel van uit te kunnen maken en de middag vliegt voorbij. Gelukkig voor ons is er ook nog een grote “koffiebar” waar we een uitstekende Cappucinno kunnen drinken. Daar we toch ook nog een tocht op een olifant willen maken boeken we ’s avonds bij ons guesthouse een tour die twee uur rijden beloofd. Helaas blijkt de volgende ochtend dat het slechts een uur rijden wordt. De weersomstandigheden zijn voor de olifanten in dit jaargetijde niet goed om een twee uurs tocht door de jungle te maken. Maar daarvoor in de plaats mogen we hen lekker verwennen met bananen en suikerriet en hebben we een langere trekking. Na een boottocht van een uur arriveren we bij het olifantenkamp van de Karen stam en nemen we plaats op een van de 25 olifanten die hier rondlopen.

Onderweg op de olifant

Onderweg op de olifant

We genieten van de steile beklimmingen en het nog steiler afdalen en het door de rivier rijden op de rug van onze kolos. Dagen had deze tocht voor mij kunnen duren. Voor Dick blijkt een uur op de rug van dit beest echter genoeg. Het heen en weer gewiebel geeft hem een gevoel van zeeziekte.
Ik vraag me wel af waarom we de beesten met wat bananen en suikerriet voeren want op onze tocht ontwortelt onze olifant een complete bananenboom die hij de rest van de tocht met zich meetilt en langzaam verorbert. Als we na ook nog een lange tocht door de river, weer terug in het kamp arriveren is hij bezig met het laatste restje boom. De gehele bananenboom heeft hij al lopend verorbert.

Tita en de olifant

Tita en de olifant

Na nog heerlijk geknuffeld te hebben met onze (oude)olifant, ik ben geroerd door zijn tranende oog, trekken we verder en na een heerlijke lunch van Pad Thai lopen we over smalle paadjes steil bergopwaarts, dwars door de theevelden die vol met Oolong thee staan en dan door de jungle. We hebben regelmatig trekkings gedaan maar deze behoort tot de zware categorie. Wat een steile en glibberige paadjes moeten we opklimmen. Maar uiteindelijk lukt het ons hoogst gelegen doel, een schitterende waterval, te bereiken. We drinken veel water en maken enkele foto’s en trekken dan weer verder, langs armoedige dorpjes waar de weg meer uit een steenlawine bestaat maar die toch met motoren bereden wordt en van bamboo en riet gemaakte huizen waarvan je niet kunt voorstellen dat die bewoond worden maar waar binnen ouderen bezig zijn met het bereiden van hun maaltijd op een houtvuurtje. Kleine kinderen kijken ons aan alsof we van een andere planeet komen.

Veldje met kleine ananas planten

Veldje met kleine ananas planten

Na nog enkele veldjes met ananas planten te hebben gezien arriveren we uiteindelijk weer op een breed steil zandpad naar beneden waar we even later door een truck opgepikt worden en naar de Hot Springs worden gebracht waar we heerlijk kunnen uitrusten van de vermoeienissen. Onze spieren vinden het warme water van de springs een weldaad en we blijven zolang rond dobberen in het bad dat we pas bij het invallen van de avond weer terug bij ons ons guesthouse arriveren. Onze laatste dag in Chiang Rai doen we erg weinig. We zetten onze belevenissen weer eens op papier, kijken hoe we verder gaan reizen en brengen onze stapel wasgoed weg omdat we aan ons laatste schone t-shirt zijn begonnnen en uitbesteden van was toch aangenamer is dan zelf te wassen. Heb nogal wat last van mijn sinussen. Toch een ontsteking opgelopen in de hotsprings? Ik weet het niet maar het doet zoveel pijn dat we even langs de pharmacie gaan om antibiotica te halen. Het eten ’s avonds smaakt me niet zo en de volgende morgen als we naar het busstation lopen voel ik me gammel. Tijdens de rit naar Chiang Khong wordt ik steeds beroerder en ik verlang alleen nog maar naar een bed. Vlakbij de nieuwe brug over de Mekong worden we door de bus afgezet en tegen een fixed price van 25 baht worden we met een tuktuk naar de brug over de Mekong gebracht. Helaas arriveren we daar tegen 12 uur, etenstijd en dat betekent dat we niet alleen moeten wachten tot we met de bus over de brug gezet worden maar ook nog eens een lange tijd bij de visa on arrival in Laos. Eten gaat echt voor alles en de toeristen moeten maar wachten. En dat bij temperaturen van meer dan 32 graden. Uiteindelijk kunnen we onze 35 dollar betalen en mogen ons visa in het paspoort bewonderen en lopen dan naar de volgende “took took” die ons naar het stadje Houay Xai brengt. Een stoffig stadje, meer dorp bestaande uit een lange rechte weg die naar China leidt. Sinds de brug kan vrachtverkeer uit China direct door naar Thailand rijden. We vinden dankzij de lonely planet snel een mooi guesthouse met uitzicht op de Mekong met een groot terras. Zelf heb ik er niet zoveel aan want ik duik met antibiotica en pijnstillers direct het bed in. Dick echter gaat lekker op het terras wat lezen. Gelukkig knap ik tegen de avond weer op zodat we samen lekker wat eten in het dorpje. De volgende ochtend, het is inmiddels 24 november, voel ik me echter opnieuw hondsberoerd en gelukkig kunnen we onze boottickets een dag verschuiven en nog een dagje langer hier blijven. Ook Dick vindt dit goed, hij heeft gisterenavond wat bacterien binnen gekregen en de hele nacht lopen spoken op het toilet. Maar hij is eerder hersteld dan ik, die maar zit te tobben met de ontsteking van de sinussen. Morgen gaan we echt verder, ik hoop maar dat de antibiotica dan echt aanslaat.

De worsten hangen te drogen in de "tuin"

De worsten hangen te drogen in de “tuin”

Een groter verschil tussen Laos en Thailand kan er niet zijn. InThailand vindt je op iedere straathoek een pharmacie en is het schoon en hier is zelfs geen winkel met medicatie te bespeuren, ligt overal vuil op straat en hangen de worsten buiten in de zon langs de staat te drogen. Zelfs de honden die overal op straat liggen zien er smeriger uit, ze worden duidelijk door ongedierte opgegeten. Laos hier is een duidelijk minder ontwikkeld maar de mensen zijn aardig en ondanks het feit dat we niet met elkaar kunnen spreken weten we met handen en voeten aan te geven wat we willen eten of drinken.

Geplaatst in Thailand en Laos 2015 | Reacties staat uit voor Naar het noorden van Thailand en Laos

Opnieuw naar Thailand en Laos

De ARTO nog bij de dealer

De ARTO nog bij de dealer

Weer terug naar Thailand

Eigenlijk zijn we helemaal niet bezig met onze reis naar Thailand. Er zijn immers veel belangrijker dingen. Tante Ank viert haar 91e verjaardag en we krijgen op Halloween onze nieuwe Arto camper, van Niessmann Bischoff. Nu ja, niet nieuw uit de fabriek, maar 4 jaar oud, met een zwaardere motor een groene milieu sticker en nog geen 24.000 km op te teller. Natuurlijk willen we er nog even mee weg. Veel tijd is er niet maar 2 nachten kunnen we er nog in slapen, genoeg om te weten dat we weer een schitterend tweede huis hebben.

Gelukkig heb ik me wel eerder bezig gehouden met de eventueel te volgen route door Thailand en Laos . Maar dat was net na het boeken van onze vlucht eind april, dus erg veel staat me er niet van bij. Het was slechts een grove planning om te kijken of we dat wat we wilden zien ook zouden kunnen halen. Ik weet niet eens of Dick dit wel een goede route vindt om te volgen. Maar tijd om iets anders te verzinnen is er niet dus print ik de opgestelde route uit, gooi onze kleren in twee tassen, breng nog een gezellige dag met tante Ank door in Amstelveen, zeg Danielle gedag en laat Dick alle laders en electronische apparatuur bij elkaar zoeken. En dan is het 5 november 2015.
Ik wist het niet meer maar onze vlucht vertrekt pas vanavond. Dus kunnen we lekker uitslapen, kan ik nog alles wassen, ons bed schoon dekken, een paar uur strijken en ook nog schoonmaken en dan nog ben ik voor vijf uur klaar en moet nog wachten voor we uiteindelijk de trein naar Schiphol kunnen pakken. Daar arriveren we natuurlijk veel te vroeg. Met ons hebben vele anderen bedacht dat ze vroeg op het vliegveld moeten zijn want er staat al een enorme rij voor de incheckbalies. Maar uiteindelijk kunnen we 3 uur tevoren onze instapkaarten verkrijgen, nog een lekker broodje eten en dan na nog wat wachten kunnen we boarden. Het vliegtuig zit helemaal vol maar we hebben een rustige aziaat naast ons en fijne plekken. Ik snap niet zoveel van het inflight system wat weer net anders is dan in andere vliegtuigen dus al snel nadat we eten hebben gekregen, het loopt dan inmiddels al tegen 12 uur, val ik in slaap. Als ik zo nu en dan wakker wordt om iets te drinken te halen hoor ik aan het geknor naast me dat Dick ook diep in slaap is. Op een van mijn nachtelijke escapades op zoek naar drinken verstaan de stewardessen klaarblijkelijk niet goed wat ik wil drinken. Edoch als ik er een slok van neem verbrand mijn slokdarm bijna. Ik heb wodka gekregen in plaats van water en ik heb wel 3 volle glazen water nodig om de brand uit mijn lichaaam te halen. Wodka is duidelijk niet mijn drank. Uiteindelijk gaat het cabine weer licht aan, krijgen we een heerlijk ontbijt en na nog twee uur vliegen landen we op Bangkok. De rij voor de douane is lang maar als we eindelijk in het bezit zijn van een visum voor 4 weken, kunnen we al direct onze tassen pakken en naar de Rail link lopen die ons in de stad brengt. In Phaya Thai, het eindstation van de Rail link kunnen we direct de skytrain naar National Stadium pakken en even later staan we voor White Lodge, ons favoriete guesthouse in Bangkok.

Biertje bij White Lodge

Biertje bij White Lodge

Er blijkt ondanks het feit dat het al 4 uur in de middag is, toch een kamer beschikbaar en al snel zitten we buiten op het terras aan een koud biertje, te genieten van het einde van de dag. Na ook nog een heerlijke maaltijd bij Piscus, een onooglijke restaurantje met voortreffelijk eten aan de overkant, duiken we al snel ons bed in. Veel zin om nog in de omgeving rond te lopen hebben we niet. Wat direct opvalt als we de volgende ochtend aan het ontbijt zitten bij weer een ander eettentje is dat het erg stil overal is. Er zijn practisch geen westerse toeristen en er loopt een enkele aziaat rond. Toch nog de gevolgen van de bom aanslag bij de Erawan tempel (niet ver hier vandaan) enkele maanden geleden? Overal waar we lopen is het stiller dan anders. Zelfs in de luxe warenhuizen bij Siam zijn minder mensen te bekennen. We zoeken een weg met openbaar vervoer naar het busstation waar we na toch nog 4 km wandelen en heel veel vragen (mensen spreken alleen Thai en wijzen een richting) uiteindelijk toch arriveren. Een buskaartje naar Mae Sot is gelukkig snel gekocht en uiteindelijk arriveren we met openbaar vervoer bij de Chao Praya, de grote river die dwars door Bangkok stroomt. Bij de instaphalte van de boten is het erg druk, overal staan enorme rijen. Het lijkt wel of iedereen in Bangkok vandaag een boottocht wil maken. Gelukkig staan de meesten in de rij voor de toeristenboten en gaan wij aan boord van de vele malen goedkopere boten met een oranje vlag. Die zijn aanzienlijk rustiger en we weten dan ook een heerlijk zitplaatsje te vinden. Dat laatste is wel prettig want we varen helemaal tot het eindpunt Nonthaburi wat anderhalf uur varen is. Genietend van het drukke verkeer op de Chao Praya arriveren we daar uiteindelijk. Het is hier een drukte van belang want er zijn races met longtail boten.

Longboat races

Longboat races

Heel veel roeiers in een lange smalle boot peddelen als bezetenen en het is een spectaculair gezicht om de boten het tegen elkaar te zien opnemen. Natuurlijk drinken en eten we wat op een terrasje voor we de lange reis terug hervatten en net voor het gaat schemeren arriveren we weer in ons guesthouse. We hebben best wel weer wat kilometers in de benen maar desondanks lopen we natuurlijk nog even door de warenhuizen aan de overkant. Niet dat ik nu wat wil kopen (dat moet de hele vakantie meegesjouwd worden) maar je wilt in een andere stad gewoon winkelen. Tegen 7 uur heeft Dick er genoeg van en zitten we op het terras van ons restaurantje waar we opnieuw heerlijk eten voor we ons bed induiken. Zondag 8 november gaat de wekker om 6 uur. Het wordt gelukkig al licht en als we een half uur later afscheid nemen van White Lodge is er geen schemer meer te bekennen. Met skytrain en bus begeven we ons naar het busstation waar we na een lekker ontbijt van tosties met koffie de bus inkunnen. Omdat we gisteren al een kaartje hebben gekocht hebben we onze plaatsen kunnen uitzoeken en dus zitten we helemaal voorin en hebben een schitterend zicht op het landschap waar we doorheen rijden. Helaas blijft het niet droog en regelmatig rijden we door zware regenbuien maar telkenmale klaart het weer op en mogen we de zon weer begroeten.
Om half zes arriveren we na een busreis van 8 uur, waarvan de laatste twee uur dwars door de bergen, in Mae Sot. Het eerste adres uit de Lonely Planet wat we met de tuktuk aandoen blijkt een schitterende kamer te hebben en ook nog eens heel goed betaalbaar dus al snel zitten we buiten op ons terrasje te genieten van de invallende avond. Een voorbijkomende vaste klant adviseert ons een goed restaurantje. Het is een stukje lopen maar dan heb je ook een meer dan voortreffelijke maaltijd.

Achter de concertines ligt Myan Mar
Achter de concertines ligt Myan Mar

 

De volgende ochtend pakken we na ons ontbijt een “Sorng-taa-ou” een pick-up truck met laadbak waar een smal bankje in staat, naar de border. Daar moet een levendige markt zijn met allerlei Birmaanse producten en kleurrijke mensen. Aangekomen blijkt er weinig markt. Wel een idyllische grensrivier met strandjes, afgezet met concertines en bewaakt door gewapende Thaise Border patrol. Op de hellingen van de rivier achter de concertines (prikkeldraad met scheermesjes) bevinden zich armoedige hutjes vanwaar het een komen en gaan is van Birmese vluchtelingen die vanachter deze barrieres hun producten aan de man brengen, voornamelijk whiskey, sigaretten en viagra-pillen. Er blijkt wel een onderscheid tussen de bevolkingsgroepen.

Gele cirkels op de wangen

Gele cirkels op de wangen

De Birmese mannen lijken meer op Indiers en de vrouwen hebben rondere gezichten die allemaal beschilderd zijn met geel poeder en natuurlijk loopt iedereen man en vrouw in een sarong. Met uitzondering van het meest westelijke punt van Thailand is hier verder weinig te beleven dus na nog een drankje, het is immers zeker 36 graden en drinken moet, pakken we een Sorng-taa-ou terug naar het stadje. De laatste 2 km lopen we terug omdat we eerst bij het busstation een kaartje kopen voor de rit morgen naar Mae Sariang. Er is hier immers verder weinig te beleven. Het deel van de middag dat nog over is besteden we aan rondlopen door het stadje, drinken we wat op een terrasje en en kijken naar de vele NGO’s (vrijwilligers vanuit verschillende organisaties) die hier rondlopen om iets voor de enorme aantallen Birmese vluchtelingen (er zitten er hier duizenden) te doen. In tegenstelling tot elders in Azie vertrekt onze bus de volgende ochtend pas om 8.20 uur van het busstation zodat we niet zo idioot vroeg op hoeven te staan.

Vluchtelingenkamp tegen de bergen

Vluchtelingenkamp tegen de bergen

We kopen wat eten op het busstation en dan blijkt dat de bus wederom een sorng-taa-ou is. Niet echt het ideale vervoermiddel als je door de bergen en over onverharde wegen trekt. Maar er is geen andere mogelijkheid dus stappen we in en zetten ons op de smalle harde bankjes in de open laadbak van de pickup. We boffen wel dat er niet veel andere passagiers zijn. Zo nu en dan tijdens de reis stapt er een boer in of een paar vrouwen die inkopen op de markt hebben gedaan maar dat is telkens voor een klein stukje en al snel zitten we weer alleen. De weg kronkelt zich steeds verder de bergen in en wordt helaas ook onverhard. Ondanks het feit dat ik mijn goed afsluitende zonnebril op heb komt er toch overal zand en stof in mijn ogen. Niet echt aangenaam als je lenzen draagt. Maar alles went, ook stof happen. Regelmatig zien we langs de weg de enorme vluchtelingen kampen achter prikkeldraad en moeten we stoppen bij wegversperringen van de Thaise Border patrol.

Regelmatig grens controles, maar niet voor ons

Regelmatig grens controles, maar niet voor ons

Daar gaan we ook regelmatig mee op de foto want wij zijn niet het doelwit van hun naspeuringen en de aanwezigheid van westerlingen in deze regio blijft apart. Uiteindelijk na opnieuw enkele steile afdalingen en klimmetjes komen we onder het stof in Mae Sariang aan. We worden door de bestuurder bij het door ons gekozen guesthouse afgezet. Daar blijkt niemand aanwezig maar een guesthouse iets verderop heeft wel plek, een grote, ruime kamer met uitzicht op de rivier en een heerlijke patio om buiten te zitten.

Uitzicht Mae Sariang op Myan Mar

Uitzicht Mae Sariang op Myan Mar

Terwijl we genieten van het uitzicht wordt het langzaam donker en na even wat gegeten te hebben wat niet echt bijzonder is en heel weinig duiken we ons bed in. Een bed dat meer op een plank lijkt en een kussen zo opgestopt dat je er echt niet je hoofd op kunt leggen. Dick verzoekt me dringend om me in het vervolg op de kwaliteit van bed en kussen te storten in plaats van me te laten verblinden door uitzicht, licht en ruimte.

Het is een korte nacht want om 5.15 uur gaat de wekker al af. Het is nog donker buiten en natuurlijk omdat het slechts 5 minuten lopen is naar het busstation zijn we daar veel te vroeg. Ach het geeft ons de gelegenheid om even wat te eten. Daar we dachten dat op dit tijdstip van de dag de 7-eleven nog dicht zou zijn hebben we gisteren al ontbijt ingredienten gehaald dus Dick eet half gesmolten kaas op mini broodjes en ik heb cake. Liever had ik de warme worst kaas toast gehad van de 7-eleven maar dan komt de cake nooit meer op. Gelukkig rijdt hier alles op tijd dus na even wachten kunnen we de minivan instappen. Er zijn niet veel anderen die naar Mae Hong Son wilen dus we hebben veel plek in het busje en we kronkelen de bergen in. Wat een haarspeld bochten. Ik geloof dat vanaf Mae Sariang er 1892 scherpe bochten volgen tot Chiang Mai. In Mae Hong Son pakken we de tuktuk naar een guesthouse. Ze zijn niet dat wat ik me ervan voorstel en pas het vierde guesthouse voldoet aan onze verwachtingen. Er is weliswaar geen aircon maar een fan maar buiten staat wel een bankje waar we lekker kunnen zitten. Nadat we de spullen in de kamer gelegd hebben lopen we het dorpje in want er moeten kaarten worden gepost. Het postkantoor is snel gevonden maar de postzegels blijken het probleem. Ach over een uur komt de beambte die wel bij de postzegels kan dus als we betalen dan worden die er later opgeplakt. Omdat ik dat toch niet echt vertrouw loop ik twee uur later nog even langs en vraag of de kaarten alsnog gepost zijn. Het wordt een zoektocht dwars door het postkantoor maar uiteindelijk worden uit een uitgaande postzak al onze kaarten geshowed volbeplakt met postzegels. Ik wordt meewarig aangekeken en zal niet meer zo gauw de woorden van een Thaise beambte in twijfel trekken. Pas eind van de middag zijn we terug bij het meertje waar niet zover vandaan ons guesthouse ligt. Het is er heerlijk toeven en we bewonderen het uitzicht op het aan het meer gelegen tempelcomplex wat nu beschenen door de avondzon nog mooier tot zijn recht komt. Het blijft warm zelfs nu de schemer bijna in valt is het nog 33 graden. Nadat we ons een beetje opgefrist hebben lopen we terug het stadje in om een heerlijk plekje op het terras van een restaurant te vinden. Voor ons bevindt zich de “nightmarket” en het is heerlijk om hier te zitten en de rondslenterende mensen, meest Aziaten, te bekijken.

Mae Hong Son tempel bij nacht

Mae Hong Son tempel bij nacht

Na het eten lopen we natuurlijk nog even over de nightmarket voor we uitgeput ons bed induiken. We zijn duidelijk niet meer gewend aan de warmte. Pas om 7 uur komt een tuktuk ons op donderdag 12 november halen. We hebben geen kaartje meer gekocht en willen derhalve bijtijds op het busstation zijn. Helaas is de minivan naar Chiang Mai van 8 uur al uitverkocht maar er zijn nog twee plekken beschikbaar op de achterbank voor een latere minivan die we maar nemen. Het is erg dringen in de bus omdat hij helemaal vol is en daarbij hebben de beide moeders die links en rechts naast ons zitten ook nog eens ieder een kind bij zich. Ik heb nooit geweten dat een hoofd van een slapend kind aanvoelt als een loden bal maar kom daar al snel achter als we ons de bergen instorten. Zoals altijd rijdt de chauffeur als een bezetene en moeten gewoon alle voor ons rijdende auto’s gepasseerd worden en dat op onoverzichtelijke bergpassen en in onverharde haarspelt bochten. Maar na een bloedstollende en zeer ongemakkelijke rit rijden we na 6 uur kronkelende bochten, in stromende regen, toch echt Chiang Mai binnen. We waren oorspronkelijk van plan om nog een nacht in Pai over te blijven maar dat stadje is uitgeroepen tot party-stad en zit vol met jonge feestende toeristen en dus zijn we blij direct doorgereden te zijn tot Chiang Mai. Vanaf het busstation hebben we snel een sorng-taa-ou naar Top North Guesthouse.

Zwembad Top North Guesthouse

Zwembad Top North Guesthouse

Tot onze verbazing zijn er om 4 uur in de middag nog gewoon verschillende kamers vrij. En omdat we regelmaig terugkerende klanten hier zijn krijgen we de kamer ook nog eens voor slechts 500 baht, ca. € 12.50. Niet veel voor een enorme kamer met airco, balkon en zwembad. De eerstkomende dagen zullen we hier lekker verblijven. Even een rustmomentje na de week rondtrekken door de bergen van Thailand. De volgende dagen voeren we weinig uit, het is meer relaxen en natuurlijk caches zoeken. Het betekent wel dat we iedere dag veel (gemiddeld 9 km per dag) rondlopen in de warmte, gevolgd door een verkoelende duik in het zwembad en een heerlijke maaltijd op een terrasje als de nacht is ingevallen. Helaas is ons favoriete italiaanse restaurant Pom Pui dicht. De eigenaar had twee jaar gelden al te kampen met gezondheidsproblemen en is er nu dan toch mee gestopt. De German Beer Garden die ervoor in de plaats is gekomen is duidelijk minder aanlokkelijk dus zullen we hier veel meer Thais eten.

Tita en de tijger

Tita en de tijger

Omdat ik toch nog wel de tijgers wil bezoeken gaan we maandag vroeg al met een sorng-taa-ou er naar toe. We dingen meer dan de helft af van de ritprijs en willen dan ook op de terugweg nog langs het busstation. We brengen slechts aan twee kooien een bezoek, daar waar de medium en small tijgers zich bevinden. De imposante beesten in beide kooien zien er groot en gevaarlijk uit en zijn absoluut niet gedrogeerd. Het blijft een aparte gewaarwording naast deze beesten te zitten, ze te aaien en er half op te liggen. Zelfs Dick die bijna nooit een beest aanraakt zie ik de tijgers stevig aaien. Alhoewel we ook een slapend exemplaar treffen is het merendeel van de tijgers zeer alert, laten regelmatig hun scherpe tanden zien en geven aan dat zij de baas zijn en niet wij. Soms is het wel goed kijken want terwijl je een exemplaar kroelt komt een andere wel erg dicht bij je en spelen gaat altijd samen met bijten zoals de bewaker zegt die alles met een houten bamboestokje in de gaten houdt. Maar na met meer dan 8 tijgers “gekroelt” te hebben houden we het voor gezien en rijden de 12 km weer terug naar Chiang Mai. Terwijl wij in het busstation achter in een enorme rij wachten tot we tickets naar Chiang Rai kunnen kopen komt de vrouw van de Sorng-taa-ou chauffeur wel even polshoogte nemen. Hun gasten zijn hem toch niet gesmeerd. Gelukkig staan we alleen te wachten en nadat ze gezien heeft dat we nog zeker 30 mensen voor moeten laten gaan vertrekt ze gerustgesteld weer naar buiten. Terug bij ons guesthouse betalen we een derde meer dan we hebben bedongen als ritprijs waardoor het wachten en bij de tijgers maar vooral ook bij het busstation weer ruimschoots goed is gemaakt.

3D- Art museum - indrukwekkend

3D- Art museum – indrukwekkend

Na heerlijke koffie met gebakje bij een “bakery” (ik heb ineens ongelooflijke zin in wat zoetigheid en nog wat kletsen met Linda, onze buurvrouw, die zo naar Nan vertrekt besluiten we ’s middags toch nog een stukje te wandelen. Ons doel een 3D Art museum. Het blijkt een fantastische keuze en de dure entreeprijs (ca. € 10,-) en 9 km wandeling die we ervoor moeten maken meer dan waard. Alle bedenkingen die ik tot op heden had tegen Art musea zijn in een klap verdwenen. Bijna 3 uur brengen we in het museum door en maken deel uit van de schilderijen. Echt een museum om nooit meer te vergeten. Dinsdag blijven we lekker nog in en rond het hotel, maar woensdag 18 november vertrekken we dan toch echt weer uit Chiang Mai.

Geplaatst in Thailand en Laos 2015 | Reacties staat uit voor Opnieuw naar Thailand en Laos

Het laatste deel van de reis

Het laatste deel van onze USA reis

Woensdag 15 april staan we om 7 uur naast ons bed en na afscheid genomen te hebben van Brenda vertrekken we in stromende regen uit Franklin. Wat een somber weer. Door de laaghangende wolken zijn de bergen niet meer te zien. Gelukkig hebben we afgelopen zaterdag een deel van de route samen met Mike en Dee in schitterende zonneschijn mogen aanschouwen en van het uitzicht kunnen genieten. Met dit weer blijven we op de Interstate rijden want we willen nu zo snel mogelijk naar Washington DC. Het blijft maar regenen en met 13 graden is het niet echt warm.

Lekker zo'n desert buffet, soms teveel !!
Lekker zo’n desert buffet, soms teveel !!

 

Uiteindelijk stoppen we in Mount Airy, North Carolina, waar we op het terrein van Walmart mogen overnachten. Het is geen weer om buiten te zitten dus kunnen we net zo goed hier blijven slapen. Het avondeten bij Golden Coral is niet zo goed en verfijnd als bij de Thai in Franklin maar smaakt wel. Helaas, er is ook een dessert buffet bij waardoor ik natuurlijk teveel eet en na afloop gewoon uren door Walmart moet lopen om mijn eten wat te laten verteren. Als ik eindelijk terugkeer naar de camper heeft Dick deze op een ander plekje neergezet. De “hang”jongeren met hun opgevoerde auto’s maken op het afgelegen plekje waar wij de camper hebben neergezet wel erg veel lawaai.

 

Bochtig en heuvelachtig

Bochtig en heuvelachtig

Donderdag 16 april is het nog steeds somber weer en de wolken raken bijna de grond. Al snel na vertrek rijden we Virginia in. Het landschap is ook hier erg heuvelachtig en we klimmen en dalen terwijl we verder noordelijk rijden. Regelmatig stopt de regen en is er even plek voor wat minder zware bewolking. De wegen zijn wel schoner dan in North Carolina maar al snel zien we dat een groep gedetineerden de bermen schoonmaakt, een bewaarder met geweer in aanslag loopt erachter. Om 3.15 uur arriveren we in Culpeper, Virginia, waar we opnieuw op een parking van Walmart kunnen overnachten. Hoewel de regen nu echt gestopt is komt de zon nog niet tevoorschijn. Wel is de temperatuur naar 20 graden gestegen. Het is zowaar aangenaam om buiten rond te lopen. Mijn haar is inmiddels veel te lang, de laatste keer is het begin januari geknipt en het krult in mijn nek en valt voor mijn ogen zodat ik, terwijl Dick de mail checkt, even Walmart binnenloop om mijn haar in model te laten knippen. Ik had beter kunnen weten, de coupe na afloop is afschuwelijk en mijn haar ziet er niet uit. Ik kan jullie verzekeren dat ook Dick niet echt blij kijkt. Gelukkig groeit haar redelijk snel zodat binnenkort weinig meer van het knipresultaat te zien zal zijn. Vrijdagmorgen is er eindelijk weer blauwe lucht, heerlijk na die grijze dagen. Na 2 ½ uur rijden arriveren we al bij Greenbelt National Park waar het natuurlijk even tijd kost voor we een mooi plekje vinden, zeker omdat er eigenlijk wel veel plekjes bezet zijn. Ons plekje moet niet alleen veel zon hebben (toch lastig in een bos) maar ook niet te ver van het wandelpad naar de metro liggen. Maar na enig zoeken vindt Dick hét perfecte plekje. Terwijl Dick koffie zet fiets ik naar de ingang om te betalen en in de middag maken we alvast een begin met inpakken. Dat scheelt maandag weer. Erg veel zin heb ik niet in pakken en dus komt er niet zoveel uit mijn handen. In tegenstelling tot de vorige keren zal ik veel van onze kleding in de kastjes laten liggen in plaats van ze in verhuisdozen achterin te zetten. We zien dan wel of alles terugkomt.

Lekkere boswandeling in Greenbelt NP

Lekkere boswandeling in Greenbelt NP

Het weer is heerlijk en nadat Dick ruimte heeft gecreëerd voor onze verhuisdozen (hij is dé inpakker van de familie) pakken we onze fietsen om een trail door het National Park te lopen, waar natuurlijk ook wat caches langs verborgen liggen. Het is heerlijk door het bos te lopen en het is aangenaam dat zelfs bij de grote steden als Washington DC en Baltimore een grote groengordel ligt waar je ook nog kunt camperen. Qua stadsplanning denken ze hier toch wel veel beter na dan in ons landje waar alles gewoon wordt volgebouwd met huis. Na een heerlijke bos wandeling en een inspannende fietsklim terug smaakt ons koude biertje en de spaghetti extra goed. Zaterdag 18 april zijn we niet echt laat op, Washington DC wacht immers op ons. Al vroeg in de ochtend belooft het een warme dag te worden en ja, voordat we het Metrostation hebben bereikt (zou een mile lopen zijn maar is uiteindelijk 2 ½ km lopen van de campground) heb ik mijn broekspijpen al afgeritst en trui in de rugzak opgeborgen. Het is onvoorstelbaar druk bij het metrostation. Iedereen wil naar Washington waar een gratis Earthday concert is naast het Washington Monument. En dat niet alleen, het is om 9.30 in de ochtend al 25 graden en de zon schijnt al volop. Eindelijk, na zeker 15 minuten wachten, lukt het ons een kaartje te kopen maar omdat er extra treinen rijden staan we uiteindelijk toch om 10 uur op de National Mall, een groenstrook dwars door Washington DC waaraan de musea van het Smithsonian liggen en het ene einde begrensd wordt door het (in de steigers staande) Capitool en aan de andere zijde door de hoog op zijn troon zittende Abraham Lincoln.

 

Rijden met vierkante wielen

Rijden met vierkante wielen

Er is niet alleen een gratis concert op de Mall maar het is vandaag ook “Math Day” en dat betekent dat overal projecten zijn die te maken hebben met mathematica. Natuurlijk nemen we een kijkje bij de vele stalletjes. Overal worden meetkundige voorwerpen in elkaar gezet, we zien hoe je iets met veel touwwikkelingen vastzet en dat dan, met het weghalen van één paal, kunt loskrijgen en we leren dat je gewoon met vierkante wielen kunt rondfietsen. Natuurlijk lopen we ook the Castle in, het Visitor Center én het  Smithsonian museum, om informatie te halen en we duiken het lucht- en ruimtevaart museum in. Ondanks het feit dat we hier drie jaar geleden ook al een kijkje hebben genomen zijn er toch altijd dingen die je(ik Tita dus) niet of niet goed hebt bekeken. Maar rond 1 uur blijkt het schitterende weer toch wel erg aantrekkelijk en verlaten we het museum. Omdat we eigenlijk wel trek hebben gekregen van al dat rondslenteren, kijken we bij de vele langs de weg geparkeerde wagens wat er te eten is. Iedere wagen heeft namelijk een eigen specialiteit. We hoeven niet lang te zoeken, vanuit een “gyros” wagen komen heerlijke geuren en er staat ook een lange rij wachtenden waar we ons achteraan sluiten. Het kost even wat tijd maar uiteindelijk zitten we langs de kant van de weg op een stapel zandzakken in het inmiddels echt warme zonnetje en genieten van onze gehakt-gyros met rijst en sla. Het is lekker maar eigenlijk teveel zodat we de rest van de dag niet meer hoeven te eten. Alleen drinken is noodzakelijk want inmiddels is het bijna 30 graden en dus dorstig weer.

 

Nederlandse tulpen met zicht op het Washington Monument

Nederlandse tulpen met zicht op het Washington Monument

Het Washington monument laat weer bezoekers toe maar door het concert staan er enorme rijen voor de lift omhoog zodat we toch maar verder lopen, met de mensenmassa mee, naar de indrukwekkende oorlogsmonumenten van WW-II, Korea en Vietnam. Amerikanen hebben immers de afgelopen decennia aan heel wat oorlogen deel genomen en meestentijds op andermans bodem. Niet voor niets luidt de tekst bij het Korea monument:

”Our Nation honors her sons and daughters who answered the call to defend a country they never knew and a people they never met.”

 

Langzaam kijken we rond, halen stempels voor ons National Park Paspoort en beklimmen dan de trappen naar Lincoln, die peinzend uitkijkt over de stad, met aan zijn voeten vele honderden op de trappen zittende mensen, genietend van hetzelfde uitzicht en uitpuffend in de schaduw. Daar we behoefte hebben aan wat vocht lopen we, na even rondkijken, verder tot we een stalletje met ijs en soda tegenkomen en terwijl we ons vocht tekort aanvullen en zoveel mogelijk in de schaduw van de bomen blijven zien we de witte rotspartij met een smalle toegang naar het meer waar in het uitgebroken deel van de rotswand, Martin Luther King Jr. heel levensecht in uitgehouwen is.

 

Martin Luther King Jr. Monument

Martin Luther King Jr. Monument

Je ziet hem hier roepen: “ I have a dream”. Helaas zijn we te laat in het seizoen om de, begin 1900 door Japan geschonken, honderden kersenbloesem bomen in bloei te zien. Wel jammer, want deze roze bloemenzee rondom het meer maakt dat je deze stad nooit meer wilt verlaten. Het is inmiddels eind van de middag en we zijn versleten. We hebben dan ook al bijna 14 km rondgelopen in de hitte en vanaf het metrostation is het nog 2 ½ km voor we echt kunnen luieren dus stappen we de het dichtst bijzijnde trein in, rijden naar Greenbelt, lopen de laatste km’s (het bos lijkt groter geworden te zijn) en zakken voor de camper op een stoel neer met een lekkere Bud Light. Eten hoeven we niet meer maar vocht gaat er heel goed in. Zondag is de temperatuur zeker 15 graden lager. Dat valt even tegen. Met lange broek en trui lopen we door het veel minder grote bos naar het metrostation waar het uitgestorven is, maar ook geen extra treinen rijden, zodat we wel 10 minuten moeten wachten voor we in kunnen stappen. Bij het Smithsonian stappen we weer uit en na de bouwput van de Mall te zijn overgestoken lopen we het museum voor Natural History binnen. 3 Jaar geleden hebben we hier slechts een glimp van gezien en nu willen we er toch  langer rondkijken. Zelfs voor iemand die bijna nooit een museum bezoekt zoals ik, is dit Smithsonian leuk. Wat is er veel te zien en hoe gevarieerd is de collectie.

 

Mesolite en Fluorapophyllite

Mesolite en Fluorapophyllite

Er zijn ontelbare edelstenen en goudklompen in verschillende groottes (ik snap nu dat iemand “gold fever” kan hebben). Aan de zaal met opgezette beesten komt geen einde, de film over het diepzeeduiken met een mini-onderzeeer geeft een nieuw zicht op het leven op grote diepte en een tentoonstelling over de Indian-American leert ons waarom zoveel motels in de USA gerund worden door mensen uit India. Er wordt ook uitgelegd dat een immigrant in New York, vanwege zijn minder goede taalbeheersing, eigenlijk alleen maar een baan als taxichauffeur kan krijgen. Geen wonder dat 9 van de 10 taxi’s daar gereden wordt door een buitenlander. En van die taxichauffeurs is ook nog eens 30 % Indiër. Lang blijven we rondkijken in de zalen met Egyptische mummies. Altijd al heb ik een mummie willen zien en hier liggen ze, zelfs zonder wikkeldoeken. Heel bijzonder.

 

De Tyrannosaurus was groot

De Tyrannosaurus was groot

Dat is ook de enorme Tyrannosaurus. Je mag blij zijn dat dit monster inmiddels uitgestorven is. We raken niet uitgekeken in dit enorme museum. Slechts een half uurtje nemen we de tijd om in het restaurant een hapje te eten maar daarna is het weer rondlopen en uiteindelijk, na 5 uur, verlaten we het gebouw. Ik vind eigenlijk dat we onvoldoende afstand hebben afgelegd (mijn GPS geeft binnen immers niets aan) dus, nadat we langs het gebouw van de National Archives zijn gelopen (wil ik de volgende keer naar binnen) en het Navy monument bekeken hebben lopen we nog wat door naar China Town. Dat valt wat tegen, het is er aanzienlijk minder rommelig dan in de Chinatowns die we tot op heden hebben gezien. Mogelijk zitten we toch op een verkeerd plekje en moeten we nog doorlopen. Maar dat kunnen we nu niet meer opbrengen. Het is buiten toch wel koud, 12 graden, er zijn veel wolken en we voelen inmiddels onze benen, dus pakken we de metro terug, lopen weer door ons grote bos en arriveren, na 11 km lopen en 5 uur Smithsonian, bij de camper. Opnieuw is het erg aangenaam om neer te ploffen. Nu binnen, want buiten is het niet echt lekker en een half uur later gaat het ook nog regenen. Maandag zijn we niet eerder wakker dan acht uur. De nacht was erg onrustig en het regende aan één stuk door, maar nu is het gelukkig droog. Het is, ondanks de sombere lucht en de vele gevallen regen, wel aangenaam buiten met een temperatuur van 20 graden. We bellen even met Seabridge (gelukkig hebben we nog wat tegoed op ons mobile Wi-Fi) over de aflevering van de camper in de haven en dan pak ik de fiets om nog wat brood en yoghurt te kopen voor de laatste dagen. Pas om 11.30 uur ben ik weer terug. Natuurlijk heb ik in ons bos ook nog wat caches gezocht en de roundtrip naar de dichtst bijzijnde Safeway was toch nog 12,5 km. Het wordt nu echt tijd om alles wat we niet binnen in de camper laten in te pakken. Dick is daar al mee begonnen terwijl ik buiten aan het fietsen was. Het pakken gaat redelijk snel en om 4 uur staan onze verhuisdozen vol en in de af te sluiten vakken van de camper. Wij kunnen nu lekker buiten in het warme zonnetje genieten en met onze buren kletsen die hun 2 kinderen hebben opgepakt en met hun “Airstream caravan” rondtrekken door de USA. Sommige staten staan namelijk toe dat je de kinderen van school haalt en meeneemt mits je ze wel zelf les geeft.

Blauwe lucht en dreigende wolken

Blauwe lucht en dreigende wolken

Nadat al twee andere buren langs zijn geweest om ons voor een naderende storm te waarschuwen, komt ook de Park Ranger om ons te vertellen dat er tussen 8 en 10 uur vanavond een Tornado verwacht wordt en dat we in het toilet kunnen schuilen. Mochten er te veel bomen vallen en het in het bos te gevaarlijk worden dan zal de Park Police komen en worden we geëvacueerd naar een meer open plek in Greenbelt. Daar het nu nog warm en windstil is kunnen we ons moeilijk voorstellen dat er noodweer op komst is en het klinkt heel geruststellend als onze buurman zegt dat de grote boom naast de camper ons wel zal tegengehouden en we ons geen zorgen hoeven te maken over een verscheping terug naar Europa. Iets na zes uur gaat het heel hard waaien en vallen grote hagelstenen én harde regen naar beneden maar na 5 minuten stopt dat en wordt het windstil. Wel blijft de hele avond de bliksem de hemel verlichten, het lijkt vaak meer overdag dan nacht, zoveel licht komt er vanaf. Pas ’s nachts begint het te regenen, lang en hard,  alsof we onder een open brandkraan staan, arme kampeerders in tentjes. De wind blijft echter uit. Tot onze grote verrassing schijnt dinsdag 21 april de zon. De benauwde warmte van gisteren is wel weg maar met 18 graden is het nog wel aangenaam. Op ons gemakje pakken we na het ontbijt de laatste spulletjes in en rijden dan naar de dump toe.

Het propaangas moet eruit
Het propaangas moet eruit

 

Daar is het gelukkig stil zodat we niet alleen al ons schone en vuile water kunnen dumpen maar ook het laatste restje uit onze propaanfles kunnen laten lopen. De camper moet immers “leeg” op de boot, zonder gas en water. Om half 12 is alles leeg en verlaten we eindelijk onze favoriete plek in Greenbelt en rijden via REI, een buitensport winkel, naar Baltimore. Het is de laatste mogelijkheid voor mij om nog Keens aan te schaffen en ja hoor, het lukt. Het allerlaatste paar waterdichte Keens blijkt lekker te zitten waarmee eindelijk de missie: ”Getting waterproof Keens”, die we met Mike en Susan gestart zijn, helemaal geslaagd is. Een uur later, na in een rechte lijn over allerlei binnenwegen te hebben gereden, arriveren we bij Candlewood Suites in Lithicum, het motel waar we vorig jaar, bij aankomst in Baltimore, ook een aantal nachten hebben geslapen en dat ons uitstekend is bevallen.

Rek en fietsen zijn vast gezet
Rek en fietsen zijn vast gezet

 

Nu de fietsen en het fietsenrek op- en naast de tafel vast staan en er geen water en propaan meer is, kunnen we niet meer in de camper leven dus slapen we de laatste nacht weer in dit motel. We kunnen er gratis wassen wat me de gelegenheid geeft om nog even alle kleding van de laatste week in de machines te stoppen. Wel fijn, want nu hoef ik, als de camper terug is in Nederland, alleen nog ons beddengoed te wassen, al het andere is al schoon. De rest van de middag doen we weinig, lezen wat, zitten achter de laptop en praten over een jaar reizen dat omgevlogen is. Laat liggen we niet in bed en terwijl Dick ditmaal woelt en draait val ik in een diepe slaap. Wel ben ik enkele malen in de vroege ochtend wakker, ongerust dat de wekker niet afgaat. Uiteindelijk staan we woensdag 22 april om kwart over 6 op, douchen en ontbijten op de kamer en rijden dan naar de haven. Er is volgens Dick volop tijd om daar te komen maar ik word erg gespannen als blijkt dat de GPS de tolweg over de baai niet kan vinden en ons dwars door Down Town Baltimore stuurt, een weg die helemaal vol staat met verkeer.

 

Papieren in orde maken bij Pride International

Papieren in orde maken bij Pride International

Desondanks arriveren we om 8.15 bij Pride International waar Kurt al op ons staat te wachten. Samen gaan we de verschepingspapieren halen en tekenen en nadat Dick gewezen heeft waar de propaantanks staan (naast kijken of zich niemand in de camper heeft verstopt wordt ook gecontroleerd of de tanks echt leeg zijn) én we betaald hebben wachten wij in de office terwijl Kurt de camper naar het haventerrein brengt. Voor half 11 is Kurt terug, de camper staat in de haven, er waren geen problemen en hij is klaar voor verscheping op 30 april. Dat wil zeggen als de schepen van ACL op tijd zijn. Al 10 dagen is er geen enkel schip van ACL in Baltimore aangekomen. Het scheepvaartverkeer heeft ernstige vertraging doordat uitgeweken moet worden voor de vele op de Atlantic grote rond drijvende ijsbergen. Het is slechts een half uur rijden naar Baltimore Airport en we kunnen onze tas meteen afgeven bij de bagageband zodat we om iets over elven op het vliegveld achter een kop koffie zitten. Om 4.30 vertrekt onze vlucht dus we moeten nog wel even wachten. Het vliegveld is niet erg groot zodat we er snel uitgekeken zijn en na de lunch gaan we op een plekje zitten waar de airco wat minder hard blaast. We kruipen achter onze laptops, schrijven wat, lezen de mail, duiken in onze boeken, en wachten, en wachten. Om 3 uur lopen we naar onze gate, daar arriveert al snel het eerder vertrokken vliegtuig. Het is omgedraaid omdat het weer in Philadelphia, ook onze bestemming, te slecht is.

 

Hier worden we niet blij van

Hier worden we niet blij van

Terwijl de passagiers van dit vliegtuig uitstappen, hun bagage ophalen op het platform naast het vliegtuig en in een rij voor de balie gaan staan, komt al snel op de borden te staan dat onze vlucht een half uur vertraging heeft en niet veel later komt de mededeling dat onze vlucht gecanceld is. Terwijl Dick met de handbagage bij de gate blijft wachten (waarom we dat afspreken is mij een raadsel) ga ik naar de ticketbalie van US Airways waar men ons, na toch wel enig zoeken, kan overboeken naar een vlucht van British Airways die vanavond om 9.30 vertrekt zodat we morgen nog steeds in Amsterdam kunnen arriveren maar dan wel om 15.30 uur in de middag in plaats van 8.45 uur in de morgen. Het is niet anders. Nadat Dick omgeroepen is om ook naar deze ticketbalie te komen (ik kan niet meer naar de gates toe omdat ik nog geen instapkaarten heb) en ook de halve beveiliging naar Dick op zoek is geweest, omdat ik hem kwijt ben (Dick hoorde het omroepbericht niet want zat op het toilet) worden wij uiteindelijk weer verenigd, halen we onze bagage en lopen naar de balie van British Airways, helemaal aan de andere zijde van het vliegveld waar we pas om 18:00 uur terecht kunnen. Het is niet echt erg want met ons zijn nog meer mensen met een Europese eindbestemming overgeboekt naar BA en als je allemaal in hetzelfde schuitje zit verbroedert dat. Dus doden we de wachttijd door gezellig met elkaar te kletsen. We krijgen gelukkig 2 stoelen naast elkaar en daarna is het nog even wachten tot we om 21:00 uur eindelijk kunnen boarden. Helaas kent Amerika geen vergoedingsregeling, noch maaltijd-compensatie voor vertragingen zodat we zelf onze avondmaaltijd moeten bekostigen, maar het eten smaakt er niet minder om. Nadat we net voor middernacht in het vliegtuig een heerlijke “Shepherd’s pie” met sla en cheesecake hebben gegeten en de film: “Night in the Museum” hebben bekeken, vallen onze ogen dicht en van de rest van de vlucht naar London merken we geen van beiden veel. Pas als het licht weer aangaat en als ontbijt een “breadcake” met koffie (of thee) geserveerd is worden we wakker.

 

De ophaalsters en gebak bij thuiskomst

De ophaalsters en gebak bij thuiskomst

In London hebben we 3 ½ uur de tijd tot onze vlucht naar Amsterdam vertrekt zodat we lekker even onze benen kunnen strekken, een broodje kunnen eten, een Starbucks drinken en naar mensen kunnen kijken alvorens we voor de laatste vlucht boarden. Het is wel heel erg fijn dat Hannah en tante Ank op Schiphol ons staan op te wachten en ons naar huis rijden want na deze twee reisdagen zijn we toch wel wat gaar en in ieder geval stinkend smerig. We praten lekker bij, drinken koffie, eten een heerlijk gebakje en doen samen nog wat boodschappen en dan rijden Hannah en tante Ank weer naar huis. Wij stappen dan lekker onder de douche. Dat ik toch wel moe ben blijkt uit het feit dat ik Dick’s haar op zomerstand afscheer in plaats op standje 2.

Lekker opgefrist eten we rond half negen een hapje en drinken een lekker wijntje. We zijn weer veilig thuis, ons huis doet enorm groot aan na een jaar in onze camper geleefd te hebben. Wat zijn we bevoorrecht dat we zo’n fantastische reis hebben mogen maken. Gedurende onze bijna 53.500 km lange tocht (we hebben 6000 km meer gereden dan drie jaar geleden) hebben we  heel veel kunnen zien en genoten van een telkens wisselend landschap en een aantal goede vrienden kunnen ontmoeten.

Aan het eind van zo’n reis kijken we natuurlijk ook nog even terug op de verschillende kengetallen die we op deze reis verzameld hebben. Zonder compleet te zijn toch even een aantal op een rijtje.

 

CAMPER
Gereden kilometers 53412
Liters diesel verbruikt voor motor 6700
Liiters diesel verbruikt voor verwarming 43
Liters propaangas verbruikt koken/verwarming/warm water 460
Liters benzine voor de generator verbruikt 55
OVERNACHTINGEN
Op camping 137
In National Park, State Park, Forest Park 118
Op priveterrein of parkeerterrein 48
In motels 7
UITGAVEN in PROCENTEN 
Aankoop eten en drinken 21
Uit eten 8
Huishoudelijke uitgaven oa wassen en drogen 4
Overnachtingskosten 16
Brandstoffen, diesel, benzine en propaangas 17
Diverse kosten onderhoud/reparatie aan camper 9
Attracties – entrée gelden etc. 4
Overige kosten, souvenirs, kleding etc 21
DIVERSEN
Artikelen geplaatst op website 41
Aantal foto’s gemaakt in Gigabite 276
Aantal foto’s opgeslagen in diverse mappen 41463
Geplaatst in 01 - USA en CANADA 2014-2015 | 2 Reacties

Een (gedwongen) rustpauze

Een (gedwongen) rustpauze

Dinsdag 7 april gaat de wekker om half drie ’s nachts omdat we contact willen opnemen met onze Fiat garage over de benodigde onderdelen. Nadat we aangegeven hebben wat er aan de hand is en Frank van Iveco-Schouten verzekerd heeft dat hij alles bij elkaar gaat zoeken duiken we weer lekker onder ons dekbed. We hebben pas 4 uur geslapen maar desondanks blijf ik rondwoelen en pas tegen de ochtend val ik in slaap. Dick lijkt geen last te hebben van mijn gespannenheid want er klinkt een diep geknor naast mij. Als we om 8 uur lekker gedoucht zijn en aan het ontbijt zitten zien we dat er inmiddels een mail van de ANWB is dat ze de materialen om 8 uur de volgende morgen ophalen bij de garage. Dat betekent in ieder geval dat er voor vrijdag niets gebeurt. Het regent buiten maar al snel droogt het op, alhoewel de zware bewolking wel blijft hangen en de zon zich niet laat zien. Desondanks is het niet koud, rond de 24 graden, want er waait een warme wind. Echt weer om een bezoek te brengen aan een laundromat en al onze kleding en beddengoed weer eens een poetsbeurt te geven.

01-Chinese kunst in de laundromat (800x600)4 Mile van de campground is een prachtige schone laundromat, met Chinese kunst aan de muren en veel machines waarvan een aantal al snel hun best voor ons doen. Het zijn snelwassers en drogers want na een uur staan we met schone spullen al weer buiten en rijden we naar het centrum van Franklin want we hebben extra geld nodig om onze garage rekeningen te kunnen voldoen. Franklin is een aparte stad en lijkt alleen uit hoge heuvels te bestaan. Geen straat is er vlak, alles loopt in deze Smoky Mountains omhoog en omlaag. Nadat we gezellig wat winkeltjes hebben bekeken en ik 2 tweedehands boekwinkels in geweest ben om te kijken of ik daar de ontbrekende boeken uit de serie “Wagons West” van Dana Fuller Ross te pakken kan krijgen (wat helaas niet lukt omdat ze er niet zijn) rijden we weer terug naar de camping waar ik onder de luifel ga zitten lezen en Dick binnen in de camper zich wijdt aan het publiceren van een nieuw stukje op de website. Natuurlijk maken we ook een kletspraatje met onze buren Sara en Jim en camping eigenaresse Brenda. Ondanks het feit dat het zwaar bewolkt blijft en zo nu en dan wat spettert is het buiten best aangenaam en tot zeker eind van de middag verblijven we buiten. Woensdag 8 april is de wereld erg klein. De wolken zijn van de bergen het dal ingerold en het zicht is slechts 50 meter. Tijdens ons ontbijt trekken de wolken echter op en nadat ik heel gezellig en lang met tante Ank heb geskypt verdrijft de blauwe lucht de dikke wolkenmassa . Lekker weer voor Dick om onze stinkend smerige camper onder handen te nemen. Terwijl Dick poetst en boent zit ik lui in het zonnetje en doe de altijd aanwezige administratie. We willen immers weten wat we gedaan hebben, hoeveel we gereden hebben,  waar we overnacht hebben en wat we uitgegeven hebben. En dan moeten al de bonnetjes die je krijgt ook nog eens zorgvuldig opgeborgen worden.

American Robin op de camping

American Robin op de camping

Als alles eindelijk klaar is en ik ondertussen enkele malen koffie heb bereid, die heerlijk smaakt in het warme zonnetje, pak ik mijn spannende boek van Wilbur Smith “Rage”, want dat wil ik ook nog even uitlezen. Het “even “ neemt een groot deel van de dag in beslag. Regelmatig stoppen we met onze bezigheden om naar de grappige vogels te kijken die een kijkje komen nemen bij de camper. Om half drie is Dick uitgepoetst en ik bijna uitgelezen en pakken we de fietsen om én wat caches te zoeken én een deel van de omgeving te gaan verkennen. Er blijkt een rustige weg, deels onverhard, langs de Cullasaja river te lopen, natuurlijk omhoog en omlaag klimmend door dit heuvelachtige landschap. Het is echt genieten en natuurlijk onderbreken we onze klim om regelmatig een blik te werpen over het schitterende landschap en de onder ons stromende bergrivier. De bomen staan in bloei wat het uitzicht nog mooier maakt.

 

Een kunstmatige waterval onderweg

Een kunstmatige waterval onderweg

Helaas lukt het niet om een rondje te rijden en op stille wegen te blijven zodat we het laatste stuk de Highlands road moeten fietsen die smal en druk is maar waar ook wat meer bebouwing is zodat we wel kunnen genieten van een heerlijk ijsje. Na twee uur, om half 5, zijn we weer terug op de campground. Net op tijd want binnen een half uur na terugkeer arriveren Dee en Mike, de vrienden van Mike en Susan. Ze hebben na toch wel even zoeken (want waar staan wij) onze campground gevonden. Het klikt meteen met die twee en al snel zitten we in een geanimeerd gesprek en halen we herinneren op aan de reis die achter ons ligt. Ook zij hebben het afgelopen jaar de tocht naar Alaska gemaakt, voor een deel samen met Mike en Suan. Natuurlijk zetten we even de skype aan zodat Mike en Susan weten dat Dee en Mike ons hebben gevonden. Het weer is zo aangenaam dat we tot half negen lekker buiten zitten en praten. Dan wordt het wat te koud buiten en moeten Dee en Mike ook terug naar huis, wat niet echt ver van onze campground verwijderd is.

 

Mike en Susan op de Skype

Mike en Susan op de Skype

Donderdag 9 april schijnt de zon al volop als we om half acht opstaan en nu al is te voelen dat het een warme dag zal worden. Echt een goede temperatuur om de camper van binnen eens grondig te poetsen en ons tapijt schoon te maken. Normaal hebben we daar niet zoveel zin in maar nu we toch een gedwongen rustpauze moeten nemen kunnen we deze klusjes eens goed ter hand nemen. Terwijl Dick een laatste deel van de camper poetst ga ik het tapijt te lijf met water en zeepsop en een uurtje later hangt dat aan het hek af te druipen en te drogen. Het warmt erg snel op buiten en nog voor 12 uur is het al rond de 27 graden. Alles droogt goed en in de middag kunnen we het tapijt weer neerleggen in de inmiddels schone camper en rest ons niets dan even lekker luieren voordat Mike arriveert die ons komt ophalen om bij hen thuis te komen eten. We douchen nog even alle vuil van ons af en stappen dan bij Mike in de auto. Zelf zijn we, toen we in Franklin arriveerden, een stuk in de richting van hun huis gereden. We durfden echter niet de laatste mile te rijden vanwege het steile, kronkelige en onverharde bospad dat hoog de berghelling op gaat. Maar nu kunnen we dan toch echt zien hoe de weg loopt en we zijn blij dat we dit met onze camper niet eens geprobeerd hebben te rijden. Het uitzicht wordt steeds mooier en na een berg “opgekropen” te zijn arriveren we bij het huis van Dee en Mike en mogen genieten van een schitterend uitzicht over de Smokies. Wat is het hier mooi en wat een heerlijke plek om een huis te bezitten.

 

Eten bij Mike en Dee

Eten bij Mike en Dee

Dankzij het warme weer kunnen we gezellig buiten op hun terras, uitkijkend over de vallei, zitten en we halen, aan de hand van het mooi gebonden reisverslag van Dee, opnieuw herinneringen op aan de schitterende reis naar Alaska. We hebben immers dezelfde bijzondere en schitterende plekken gezien en het is leuk de reis opnieuw te beleven door de ogen van een ander. De tijd vliegt, we eten heerlijke chili, speciaal recept uit Minnesota waar Dee en Mike vandaan komen en waar de geraspte kaas en het naanbrood echt bij past. Na ook nog een heerlijk stuk taart gegeten te hebben met een échte kop koffie, Dick smult ervan, bewonderen we de prachtige donkere sterrenhemel boven ons maar dan wordt het toch echt helaas tijd om weer af te dalen naar onze campground, waar Dee en Mike ons weer naar terugbrengen. Wel fijn want met onze fietsen hadden we in deze donkerte waarschijnlijk nooit de weg terug gevonden. Vrijdagmorgen 10 april mailen we de ANWB om te weten te komen wanneer de onderdelen zullen arriveren. Nadat we een tracking nummer hebben doorgekregen blijkt dat de benodigde onderdelen pas maandag, eind van de middag zullen arriveren, maar al snel verdwijnt die datum en komt er te staan dat het pakket niet vrijgegeven kan worden omdat benodigde papieren ontbreken. Alhoewel ik toch wel een knoop in mijn maag voel opkomen blijft Dick heel rustig. We hebben immers nog voldoende tijd om de 600 mile naar Baltimore te rijden. Daar het weer niet echt mooi is, veel bewolking en zo nu en dan wat spetters regen, rijden we naar het stadje om nog wat boodschappen te doen. Halverwege de middag klaart het gelukkig op en kunnen we buiten lekker luieren in het zonnetje. De dag vliegt om met nietsdoen en lezen en voor we er erg in hebben is het donker en bedtijd. Erg laat wil ik het niet maken want morgen gaat de wekker om 7 uur af.

 

Deze wordt het niet

Deze wordt het niet

We gaan dan met Mike en Dee op stap om hun Motorhome te halen die niet ver van Asheville bij de garage staat. Zaterdag 11 april is het mooi weer, niet heel warm maar de zon schijnt uitbundig en echt een dag om er lekker op uit te trekken. Om half negen rijden Mike en Dee voor en gaan we op weg. De tocht naar de garage is schitterend, zelfs Interstate 40 heeft enorme klimmen en afdalingen. Net als iedere camper na een lange reis had hun RV wel wat dingen die gerepareerd moesten worden maar nu is hopelijk alles in orde en kan de camper weer mee terug naar huis, nu ja bijna naar huis, naar de stalling vlakbij onze campground. Ook met hun camper is het niet handig de steile weg naar huis te rijden. Afgezien van het feit dat we een gezellige tocht maken door een schitterend berglandschap is het ook wel fijn te weten wat ons vanaf Franklin te wachten staat. Deze weg voert ons immers naar Baltimore als we weer verder kunnen reizen. Natuurlijk stoppen we even bij de shop van de RV dealer om ons te vergapen aan de artikelen die iedere camper MOET hebben. Desondanks weersta ik de verleiding om iets aan te schaffen. Wij hebben momenteel niets nodig dus kijken we verder rond bij de hier uitgestalde campers. Veel ervan zou ik niet willen bezitten, met hun donkere houtskleur en zelfs bijna zwarte bekleding zijn ze deprimerend en de kleine Mercedes en Ford bussen (ja, die bestaan hier ook) hebben niet echt mijn voorkeur als je een jaar erin moet verblijven. Een van de grotere campers is wel erg mooi maar heeft zoals alle campers op dit Noord Amerikaanse continent het nadeel dat het benzine- of diesel gebruik wel erg hoog ligt. We zijn derhalve niet van plan om hier een camper te kopen. Om 11 uur staan we bij de garage waar al snel de gerepareerde camper voorgereden wordt en getoond wat er allemaal gedaan is.

 

Aankoppelen, een heel ritueel

Aankoppelen, een heel ritueel

Nadat alles uitgelegd is haalt Mike zijn auto, maakt deze vast aan de achterzijde van de camper en als alle banden ook nog op de juiste spanning  zijn gebracht verlaten we deze enorme  garage en krijgen we de mogelijkheid om een rit in een echt grote Amerikaanse RV te maken. Het voelt toch wel heel anders, ook door het trekken van de erachter bevestigde auto, dan onze camper. Zelfs de camper van Mike en Susan reed anders maar dat kan ook komen doordat we daarmee niet door de bergen zijn gereden. De lengte van deze camper met de erachter bevestigde auto is dan ook 52 feet (meer dan 15,6 meter), heel wat meer dan onze 27 feet lengte. Onderweg stoppen we bij een Denny waar we heerlijk lunchen en dan rijden we het laatste stuk over de, naar het lijkt, steeds hoger wordende heuvels naar Franklin terug, waar de RV  in de stalling gezet wordt. Voordat we daar weggaan doet Mike nog even de slide-outs uit waardoor we zien hoe groot deze camper is, hij verandert  gewoon in een balzaal, hier heb je echt geen gebrek aan ruimte.

 

Napraten met een biertje

Napraten met een biertje

Natuurlijk praten we onder het genot van een drankje en wat “Mike beer” gezellig na over deze leuke dag. Mike moest wel heel veel rijden want vandaag hebben we ruim 330 km gereden. Als de zon in schitterend rood achter de heuvels is verdwenen vertrekken Mike en Dee en luierend en lezend brengen wij de rest van de avond in de camper door. Het was de hele dag een heerlijke temperatuur maar door een opstekend windje is het nu toch wel een stuk frisser geworden.  Zondag slapen we tot 8 uur uit. Het is duidelijk kouder dan gisteren maar er schijnt een waterig zonnetje en er wordt geen regen verwacht dus we hebben niets te klagen. Om 11 uur pakken we de fietsen om weer wat in de omgeving rond te fietsen en natuurlijk ook wat caches te zoeken. Het is niet echt warm en alhoewel ik wel met korte broek fiets ben ik blij dat ik in ieder geval een jack aan heb. Zelfs met het beklimmen van de vele heuvels blijft het koel. Warmer dan 17 graden wordt het niet. Helaas is in het stadje op zondag alles dicht zodat we voor niets de klim naar Mainstreet maken waar een heerlijke bakery met coffeeshop is, dus onverrichterzake dalen we weer af en rijden langs de Little Tennessee River om dan maar een rondje te fietsen.

 

Brievenbussen langs de Greenway

Brievenbussen langs de Greenway

Na deze “Greenway” te hebben afgefietst vinden we uiteindelijk een achteraf weggetje terug naar de campground zodat we niet de drukke Highlands route hoeven te fietsen maar langs de Cullasaja river kunnen blijven tot vlakbij de campground. Op vele plaatsen zie dat er ook langs deze rivier onverharde wegen zijn waar kennelijk mensen wonen. Het aantal brievenbussen spreekt voor zich. Het is maar goed dat we hier al eerder met de camper hebben gereden anders hadden we toch niet zo makkelijk onze weg hier gevonden. Na 3 uur fietsen en 28, 5 km te hebben afgelegd arriveren we eindelijk bij de campground. Best wel een beetje moe want het ging heel erg bergop en minder bergaf en we hebben op een klein stukje na, praktisch geen vlakke weg gereden. Ik kan jullie verzekeren dat dan de koffie en Blueberrie muffin heerlijk smaakt. De rest van de middag gaat Dick de gevonden caches loggen, ga ik wat schrijven voor de website en natuurlijk nemen we onze boeken ter hand om weer eens lekker te lezen. Dat kan buiten want de zon schijnt inmiddels iets uitbundiger alhoewel de temperatuur niet hoger komt dan 19 graden. De avond duurt voor mij niet echt lang want na deze heerlijke dag waar veel energie in is gaan zitten, lig ik al om 9 uur in bed. Maandag 13 april is het somber buiten. Het heeft vannacht klaarblijkelijk wat geregend want er zitten veel druppels op de ruit. Bij het openen van de mail lezen we dat Bep, een goede vriendin van ons, na een zware operatie is overleden. Het komt hard aan dit te lezen en op zo’n moment zou je graag in Holland willen zijn en niet zover weg. Gelukkig kunnen we wel even Kees bellen en hem condoleren en lang praten we na over dit onverwachte nieuws. Het leven gaat echter gewoon door. We kunnen weinig doen tot ons pakket met onderdelen afgeleverd is wat nog steeds voor vandaag gepland staat. Terwijl Dick in de camper blijft ga ik, omdat we proberen iedere dag van het jaar een cache te vinden, eind van de ochtend toch even met de fiets op stap in de regen. Alhoewel het erop lijkt dat ik door en doornat zal regenen stopt de regen gelukkig toch na een half uur en is het op de terugweg naar de campground weer droog. Om half drie arriveert eindelijk de UPS wagen met onze onderdelen. Dick gaat direct kijken of het wel de goede onderdelen zijn wat er wel op lijkt zodat we morgenvroeg naar de garage kunnen om deze erin te laten zetten.Het weer wordt ondanks de bewolking zelfs nog aangenaam eind van de middag zodat we nog lekker even buiten kunnen zitten, gezellig praten met Brenda en met elkaar. Natuurlijk zijn we dinsdag vroeg wakker en veel te vroeg bij de garage.

 

Deze moet vervangen worden, inklusief reservoir

Deze moet vervangen worden, inklusief reservoir

We moeten nog bijna een uur wachten totdat Jack aan onze auto gaat beginnen. Een van de eerste dingen die hij me vraagt als hij de motorkap open heeft is of we ook een nieuw plastic reservoir hebben wat op de remcylinder zit. Nee dus en ik schiet tegelijk in de stress want stel voor dat het zonder dat onderdeel niet gemaakt kan worden. Dick is rustiger en schuift me opzij en terwijl ik maar in mijn spannende boek van Wilbur Smith duikt gaat Dick polshoogte nemen bij het verwijderen en weer monteren van het remonderdeel. Alles lijkt goed te gaan en ik haal alweer opgelucht adem maar dan blijkt dat het “bleeden-ontluchten” van de remmen toch wel wat meer tijd in beslag neemt. Maar uiteindelijk na bijna 3 uur doen de remmen het zoals het hoort en kunnen we na het laatste deel van de rekening betaald te hebben wegrijden bij de garage. Na nog wat boodschappen en testen van onze remmen, wat niet moeilijk is in deze bergachtige omgeving, arriveren we weer bij de campground waar Dick alles in orde gaat maken voor vertrek morgenochtend.

 

Afscheidsmaaltijd  bij de Thai

Afscheidsmaaltijd bij de Thai

Rond 5 uur komen Dee en Mike ons ophalen en rijden we naar een Thais restaurant waar we gezellig kletsen, heerlijk eten en ondanks de gedwongen rustpauze toch een leuke tijd afsluiten in Franklin. Na het eten rijden we nog wat rond in de omgeving en genieten van de schitterende vergezichten over Franklin vanaf de vele heuvels. Pas na 8 uur arriveren we weer op de campground waar we niet veel later ons bed induiken. Na afgelopen nacht weinig geslapen te hebben haal ik dat deze nacht wel in.

Geplaatst in 01 - USA en CANADA 2014-2015 | Reacties staat uit voor Een (gedwongen) rustpauze