Frankrijk mei-juni 2019

Frankrijk mei-juni 2019

Het is inmiddels de laatste dag van mei en het wordt hoog tijd om eens wat te schrijven. We zijn eind van de ochtend aangekomen in Collonges la Rouge, een dorpje zoals de naam al zegt helemaal opgetrokken uit rode steen. Buiten is het 27 graden en de zon staat aan een strakblauwe hemel, het uitgelezen moment om buiten achter de computer te zitten.

Maandag 13 mei hebben we onze camper opgehaald bij de Fiat garage in Utrecht, deze vervolgens met alle noodzakelijke spullen ingericht en nadat we dinsdagochtend ook eten en fietsen hadden ingeladen zijn we vertrokken naar Frankrijk. Het was de bedoeling om deze reis al eerder te maken maar helaas is onze tante Ank half februari op 94-jarige leeftijd overleden wat maakte dat we toch wel wat tijd nodig hadden om haar woning zodanig in orde te maken dat deze voor verkoop geschikt was. Deze week is de opdracht aan de makelaar de deur uitgegaan om het huis te verkopen dus hebben we nu de tijd om er een paar weken op uit te gaan.
Onze eerste etappe voert ons naar Conty, waar we om 3 uur arriveren. De camperplek is erg ruim en ondanks de vele campers is er op het grote grasveld vlakbij het centrum van het stadje voldoende plek. Natuurlijk wandelen we het stadje in en vinden ook nog wat caches. Helaas waait er een ijzig koude wind zodat buiten zitten geen optie is maar met een wijntje en later een heerlijke kebab maaltijd in de camper is het ook goed toeven. Ook de volgende dag is het prachtig weer waarbij ’s middags de thermometer zelfs de 20 graden aanraakt.

Een smal steegje in Rouen

Een goede dag om Rouen, 116 km verderop, te bezoeken. Langs de Seine vinden we opnieuw een schitterende overnachtingsplek en rond het middaguur lopen we over de brug en bevinden ons direct in het oude centrum van Rouen. In het smalste steegje kun je niet eens met twee personen naast elkaar lopen. Het is een prachtig middeleeuws centrum en je kunt er goed ronddwalen en een beeld krijgen van hoe het hier in vroeger tijden aan toe ging.

Als we even in het centrum uitpuffen op een bankje ben ik zo stom om mijn GPS te laten liggen. Ik kom er al snel achter dat ik hem niet meegenomen heb maar het is te laat. Een man heeft mijn GPS opgepakt, er verwonderd naar gekeken tot iemand naar hem toe kwam en de GPS pakte (zijn vriend had hem zogenaamd laten liggen) en voordat ik erachteraan kon gaan was de man in de menigte verdwenen. Ik ben best wel wat verdrietig. Ook al is deze GPS 5 jaar oud toch werkte hij nog goed.  Ik weet nu dat je beter iets kunt laten vallen (waardoor het kapot gaat) dan wat laten liggen.

De Cathedraal in Rouen

We zetten onze ontdekkingstocht door de binnenstad van Rouen voort maar de vreugde is er bij mij wel wat af hoewel de schitterende kathedraal veel vergoed. Uiteindelijk zijn we eind van de middag weer terug bij de camper waar we aan de oever van de snelstromende Seine nog even buiten in het zonnetje kunnen zitten alvorens de sluierbewolking de overhand krijgt.

 

Pas om half negen staan we donderdag 16 mei op. We hadden gisteren ook best wel wat kilometers in de benen. Nadat ik op de fiets brood heb gehaald bij de bakker, zo’n 800 meter verderop (wat is het toch heerlijk dat zich in Frankrijk op iedere straathoek wel een bakker bevindt) ontbijten we en rijden dan dwars door de stad Rouen naar Bayeux waar we een beroemd tapijt dat de Slag bij Hastings voorstelt, willen bezoeken. Helaas als we tegen het middaguur in Bayeux arriveren is er nergens een parkeerplekje te vinden en ook de camperplek is helemaal vol dus rijden we verder. Je merkt dat binnenkort 75 jaar bevrijding wordt herdacht, overal worden de Tombes de Guerre onderhouden en overal is het erg druk. Noch in het plaatsje Sainte Marie du Mont noch bij Utah Beach (en eigenlijk nergens langs de kust) vinden we een overnachtingsplek. Wel jammer want ik was hier graag gebleven.

Laag water, de bootjes liggen droog

Al snel zijn we op weg naar Barfleur, waar we om 2 uur aankomen en wel plek is langs een muur. Als je het trapje van de muur opklimt kijk je uit over de zee en de hoge vuurtoren van Gatteville. Natuurlijk lopen we het stadje in. Het haventje ligt droog omdat het laag water is en de boten liggen in het slib. Helaas schijnt de zon niet meer en waait er een koude zeewind (het is niet warmer dan 12 graden) maar dat doet niets af aan de leuke ambiance van dit stadje. Na een simpele avondmaaltijd loop ik ’s avonds nog even naar het stadje om het opkomende water te zien. En ja hoor, de zee, die eerst honderden meters van de kust verwijderd was, kabbelt nu tegen de kademuur, de boten dobberen weer rond in de haven en de eerste vissersschepen varen al weer uit. Het blijft boeiend om de zee te zien opkomen en terugtrekken. Als het eindelijk donker wordt genieten we van de lichtbanen die de vuurtoren over de zee maar ook onze camper verspreidt.

De volgende ochtend, het is inmiddels vrijdag 17 mei, is het slechts een klein stukje naar Cherbourg (29 kilometer) en daar we al vroeg wakker zijn en vroeg ontbeten hebben met vers stokbrood van de bakker, arriveren we al om half negen bij de “Cité de la Mer” waar de camperplek zich bevindt. Omdat we zo vroeg zijn kunnen we een net vrijgekomen plekje betrekken op de voorste rij met uitzicht op de diepzeehaven van Cherbourg. Het vroege aankomstuur maakt ook dat we op ons gemakje koffie kunnen drinken alvorens naar de Cité de la Mer te lopen. In januari was dit museum nog dicht.

Controle kamer van de atoom onderzeeër

Als eersten kopen we een kaartje en lopen we meteen, voor de mensenmassa, naar “la Redoutable” een grote Franse atoomonderzeeër. Het is indrukwekkend. We kunnen er helemaal doorheen lopen en ervaren hoe het was om daar 70 dagen in te verblijven. Nog onder de indruk van deze atoomonderzeeër lopen we naar de vertrekhal van de Titanic die in april 1912 vanuit hier vertrok voor zijn laatste reis. Je voelt je op deze plek één van de immigranten die de reis naar Amerika ondernamen. In een aparte zaal wordt middels geluidsfragmenten het verhaal van de laatste dagen van de Titanic uitgebeeld en we krijgen er kippenvel van. Het voelt alsof we zelf deze laatste bootreis meemaken en als we tegen de ijsberg botsen grijp ik Dick’s hand vast. Indrukwekkender dan deze geluidspresentatie had de laatste tocht van de Titanic die op 14 april 1912 de diepte in dook niet kunnen zijn. Maar lang napraten kunnen we niet want de film over de bevrijding van Cherbourg wacht.

Aankomst- en vertrekhal van de Titanic

Lopend door de moderne aankomsthal van cruiseschepen arriveren we in de filmzaal en duiken onder in de gebeurtenis die 75 jaar geleden het gezicht van Europa veranderde, D-day en de erop volgende bevrijding van Cherbourg (20 dagen later). Vol van indrukken vinden we dat we wel een maaltijd hebben verdiend en bij het restaurant in de Cité is al snel een plekje gevonden. Het menu ziet er aanlokkelijk uit en we bestellen een menu. We zijn niet alleen want in Frankrijk de lunch overslaan kan niet en het restaurant zit helemaal vol. En niet voor niets want de kwaliteit van het geboden voedsel is voortreffelijk. Na onze uitgebreide maaltijd, vanavond eten we alleen nog een stuk stokbrood, bekijken we nog de tentoonstelling over de exploitatie van het onderwaterleven met als gevolg dat we pas half 5 terug zijn bij de camper, vol van indrukken en blij dat we deze Cité de la Mer bezocht hebben. We besluiten morgen ook nog een dag te blijven omdat we dan een bezoek kunnen brengen aan de “Batterie de la Roule”, een bunker hoog boven Cherbourg op een heuvel waar alleen in het weekend rondleidingen zijn. Zaterdag is het een prachtige dag en nadat we heerlijk ontbeten hebben met natuurlijk vers gehaald stokbrood wandelen we Cherbourg in. Natuurlijk stoppen we bij de haven waar vissers hun vangst uitladen, voornamelijk krabben en een aantal kreeften. Veel ervan worden direct naar een op de kaai aanwezige tafel gebracht alwaar voorbijgangers de verse schaaldieren kunnen kopen. Zelf zijn we niet zo’n liefhebben van krab en kreeft en ik weet ook niet hoe ik dat moet klaarmaken dus wij houden het bij kijken. Langzaam lopen we steeds verder richting de heuvel waar de rondleiding zal plaatsvinden. Navraag bij het fort op de top leert dat de ingang van de Batterie iets lager ligt en goed op tijd zijn we bij de ingang. Buiten de gidsen komt niemand opdagen maar de rondleidding gaat toch door.

Batterie de La Roule

We krijgen echt een privérondleiding. Wel in ratelend frans waarvan ik 70 % en Dick de helft verstaat. Dankzij het feit dat we gisteren de film “de 20 dagen van Cherbourg” hebben gezien krijgen we een goed beeld hoe dit bunkerstelsel functioneerde. Onderaardse gangen verbinden de verschillende plekken waar zich de kanonnen bevonden en ook het hoge uitzichtpunt geeft weer dat je de gehele baai kunt overzien. We krijgen een goed beeld hoe deze bunker ten tijde van de bezetting heeft gefunctioneerd. Onze gids wil wel regelmatig bevestiging of we echt luisteren en hem ook begrijpen want herhaaldelijk stelt hij controlevragen en moet ik uitleggen wat ik denk dat hij bedoelt. Dick trekt zich op zulke momenten terug in de duisternis buiten het bereik van onze hoofdlampen. Na bijna anderhalf uur rondgedwaald te hebben in dit ondergrondse gangenstelsel voelt de warme zon en blauwe lucht heerlijk, ook al is het slechts 14 graden en langzaam dalen we de berg weer af naar onze camper. We hebben bijna 12 km gelopen en voelen onze benen wel dus de rest van de avond doen we weinig, eten wat stokbrood, drinken een glaasje en praten na over de gebeurtenissen meer dan 75 jaar geleden. Als ik zondagochtend naar de bakker in het stadje loop is het nog droog maar als we water gevuld en ons afvalwater gedumpt hebben, begint het te miezeren en gedurende de rit naar Carteret blijft het somber met zelfs zo nu en dan wat regen. De afstand is slechts 39 km en dat maakt dat we vroeg in de ochtend het plekje van een vertrekkende camperaar kunnen innemen.

Oude wasplaats met een cache tijdens een fietstochtje

 

Het is een mooi plekje aan de rand van een duin en kijkend op een van de vele kliffen die dit stadje rijk is. Na een kop koffie pakken we de fietsen en gaan de omgeving verkennen. In Januari waren we hier ook maar toen was het ijzig koud en bijzonder onaangenaam buiten. Nu hebben we niet veel meer geluk want na een uurtje fietsen begint het te regenen. We fietsen terug en zijn net voor de ergste buien weer bij de camper.

 

Polo wedstrijd op het strand

 

Gelukkig droogt het enigszins op en kunnen we in de middag over het inmiddels drooggevallen strand lopen. Het is er erg druk want er zijn polowedstrijden en samen kijken we onze ogen uit hoe de ruiters met hun galopperende paarden een bal te spelen. Dit is wel een spectaculaire sport om naar te kijken hoor. In de pauze maken we een wandeling over de brede stranden en beklimmen rotsen die met hoogwater onder water liggen om een cache te vinden die we helaas niet weten te lokaliseren. Uiteindelijk komen we vermoeid en onder het zand terug bij de camper waar Dick een warme chocolademelk maakt. Dat smaakt prima want warmer dan 10 graden is het momenteel niet. Natuurlijk lopen we ’s avonds nog een keer naar het strand om te zien wat ervan overblijft als het hoog water is. Het gehele strand alsmede het speelveld van de poloër is ingenomen door water.

Maandag 20 mei staan we pas om 8 uur op. Grote groepen mensen staan op de parkeerplaats naast het havengebouw vanwaar de boot naar Jersey vertrekt. Het weer is iets beter dan gisteren, het is droog en soms zijn er wat sporen van blauw te zien maar echt mooi weer is het nog niet, dus rijden we na het ontbijt naar Pontorson. We moeten wassen en op de parking bij de Carrefour staan wasmachines. Er is voldoende plek bij de supermarket en omdat het inmiddels etenstijd is en iedereen aan de maaltijd zit kunnen we direct onze wasmachines vullen. Ook drogen gaat door de enorme drogers zeer snel zodat we rond half drie alles schoon en opgeborgen hebben alsmede ons bed opnieuw hebben gedekt.

Fietsend naar Mont St. Michel

We kunnen nog mooi even een fietstochtje maken naar Mont Saint Michel en onderweg wat caches zoeken. Een goed idee want gaande de middag wordt de lucht steeds blauwer en de zon schijnt steeds feller. Rond 6 uur arriveren we bij de dam die naar het eiland voert van Mont Saint Michel.

We hebben vanuit hier een schitterend zicht op de imposante kerk met de omringende gebouwen. Ondanks het feit dat je vanaf 6 uur de dam op mag fietsen besluiten we terug te keren want op het eiland is inmiddels alles dicht en we hebben ook wel trek gekregen na al onze werkzaamheden en fietsinspanningen. Halen wat eten bij de supermarket en genieten met een boek van de rest van de avond.

De volgende morgen zijn we weliswaar al om 8 uur op maar we moeten tot 9 uur wachten tot we vers brood kunnen halen. Als stokbrood voor de deur te koop is, heb ik geen zin om helemaal het dorp in te rijden. Dat maakt dat we pas om kwart over tien uit Pontorson vertrekken maar de afstand naar Saint Malo is slechts 62 km dus we arriveren daar ruimschoots op tijd. In de stad zelf is geen camper plek maar 6 km erbuiten vlakbij Rotheneuf is wel een grote stuk gravel waar je ook gedurende de nacht kunt verblijven We staan er alleen want iets verderop is een stadsparking met asfalt waar alle andere campers zich verzameld hebben.

Toegangspoort Saint Malo

Maar wij staan hier goed, pal aan zee en pakken de fietsen om naar het centrum van Saint Malo te fietsen, 6 kilometer hiervandaan. Jaren geleden, in het begin van ons huwelijk, zijn we hier ook een keer geweest maar veel herinner ik me er niet van.
Op het plein voor de grote stadspoort zetten we onze fietsen neer en dan lopen we door de indrukwekkende stadspoort de ommuurde stad Saint Malo binnen. Het is er druk maar dat is begrijpelijk. Na even door de winkelstraten gelopen te hebben klimmen we de muur op want daarom wil je hier rondkijken.  Over de muur de stad rondlopen. Aan de westkant hangt zee-mist waarachter de zon verdwijnt dus echt warm is het niet, slechts 13 graden. Als een spook uit de mist doemen schepen en voor de kust liggende eilanden op. Vanaf de muur zien we een zeer aanlokkelijk restaurantje en zoals echte Fransen betaamt gaan we aan het enige lege tafeltje wat eten. Heerlijk en in het zonnetje want langzaam trekt de zee-mist wat weg.

Fish & Chips in Saint Malo

 

Na een voortreffelijke warme lunch lopen we verder over de muur, nu het stuk wat pal aan zee grenst. Het is eb dus overal kun je op het strand lopen, gebruik maken van het zeewater zwembad wat bij vloed van vers water voorzien wordt en we zien vele mensen naar de drooggevallen eilanden lopen. Het is ongelooflijk leuk om dit allemaal vanaf de hoge stadsmuur te bekijken. Natuurlijk zoeken we ook wat caches wat in deze stenen omgeving niet altijd meevalt. Eind van de middag fietsen we terug naar de camper waar we heerlijk wat stokbrood eten. Omdat we parallel aan het strand staan kan ik de verleiding niet weerstaan om ’s avonds op het randje van de duinen te gaan zitten (een beetje beschutting tegen de koude zeewind) en naar de zonsondergang te kijken. Het is nog steeds eb maar het water zie je geleidelijk stijgen. Het blijft schitterend een zonsondergang te bekijken. Dick is een andere mening toegedaan (iedere dag kun je de zon zien) en blijft dus lekker in de camper lezen.

Woensdagochtend 22 mei rijden we dieper Bretagne in. Naast blauwe lucht is er veel sluierbewolking en langs de kust waait een koude wind. We rijden over de Barrage de la Range waar een elektriciteitscentrale gebruik maakt van het verschil tussen hoog en laag water en rijden dan de weg op naar Cap Frehel.

Fort de la Latte

In het dorpje Plevenon vinden we een prachtige camperplek, een groot grasveld waar volop ruimte is om onze camper neer te zetten. We pakken de fietsen en rijden naar een andere cap waar Fort de la Latte gebouwd is. Een fort op een in zee uitstekende rotspunt wat we natuurlijk willen bezoeken. Na een kaartje gekocht te hebben mogen we de twee ophaalbruggen die het fort van het vaste land scheidt oversteken en kunnen we genieten van de eeuwenoude bouwkunst die het mogelijk maakte dat dergelijke forten de tand des tijds hebben doorstaan. Op ons gemakje dwalen we rond, maken foto’s en genieten. Natuurlijk beklimmen we ook de hoge toren vanwaar we een schitterend zicht hebben op Cap Frehel. Na enkele uren rondkijken laten we het fort achter ons, klimmen terug naar de plek waar onze fietsen staan en rijden dan langzaam over smalle weggetjes terug naar de camper. Natuurlijk caches zoekend want die liggen hier overal. In het dorp is alleen een crêperie, waar we geen zin in hebben, dus koeken we zelf en lezen de rest van de avond. Ik denk dat we de enigen zijn die dat doen want alle campers om ons heen hebben hun antenne opgestoken, hun ramen geblindeerd en kijken TV.  Nadat ik donderdagochtend een vers baguette in het dorp heb gehaald en we heerlijk ontbeten hebben rijden we verder langs de kust. Cap Frehel slaan we over omdat we geen 5 euro willen betalen om onze camper even te parkeren. Als we een volgende keer hier komen zullen we daarnaartoe fietsen. Langs de smalle kustweg rijden we naar Hillion, slechts 33 km westelijker. In het stadje wordt de camperplek bevolkt door een zigeunerfamilie dus rijden we door naar de kust naar Lermot waar we een prachtig plekje vinden bij de kliffen langs het water. We praten even met onze buren, Engelsen, die een aantal maanden per jaar op het vaste land bivakkeren, ook omdat Engeland redelijk onbetaalbaar is volgens hen om rond te trekken. Als ik hen vraag wat de Brexit dan voor hen betekent merk ik direct dat dit het foute gespreksonderwerp is. Net als in Amerika moet je geen politiek of godsdienst ter sprake brengen. We krijgen een lange tirade te horen over Theresa May, de premier (die moet hij niet) en de wil van het volk om uit de Europese Unie te stappen. Engeland kan het makkelijk alleen. Men wil autonoom en zelfstandig zijn. Britain is immers een Empire en heerser over de zeeën, net als in vroeger tijden.

Wandeling langs de kliffen in Lermot

We maken zo spoedig mogelijk een einde aan deze conversatie, zeggen onze buren gedag en wandelen dan het smalle pad over de kliffen op. We beginnen echter niet met cache 1 van de serie die hier langs de kust verborgen is zodat we regelmatig heen en weer moeten lopen. Maar we genieten van het zicht op de zee onder ons en de smalle paadjes die over de kliffen slingeren.
Eind van de middag hebben we zelfs de bonus cache kunnen vinden (een extra cache die je kunt vinden als je alle caches van die serie hebt gevonden en met de aanwijzingen daaruit de benodigde coördinaten voor de bonus kunt berekenen) en zitten er 13,5 km in onze benen. Veel doen we niet meer. We eten een hapje en drinken een glaasje. Toch wil ik ’s avonds nog even twee caches zoeken. Het maakt dat ik 1,5 uur later en na 5 km pas terug ben wat Dick toch wel wat ongerust maakt. Gelukkig hebben we hier overal telefonisch bereik.

Uitzicht op de camper en het opkomende water

 

Helaas vind ik de caches niet maar wel geniet ik van het opkomende water vanaf de kliffen in de baai beneden ons. Ik hoef niet te vertellen dat we al rond 9 uur ons bed induiken en beiden in een droomloze slaap vallen.
Vrijdag 24 mei staan we om 8 uur op. Er waait nog steeds een koude wind maar de zon breekt meer door en er verschijnt meer blauwe lucht. Na het ontbijt rijden we dwars door Bretagne naar het zuiden en stoppen in het centrum van Carnac. Carnac is een oud stadje bekend om zijn megalieten, grote stenen bekend van Asterix en Obelix.

 

Megalieten in Carnac

De camperplek ligt midden in het centrum en nadat we daar de camper hebben neergezet pakken we de fietsen om rond te rijden. Natuurlijk langs de grote en kleinere stenen. In dit jaargetijde mag je daar alleen tussendoor lopen met een gids maar vóór april en ná oktober is het voor iedereen vrij om er tussendoor te lopen. Wij fietsen langs de zijkant van de kilometerslange velden met stenen.

Het blijft een imponerend gezicht. Hoe zijn deze stenen hier terechtgekomen en wie heeft ze allemaal zo mooi op een rijtje neergelegd. We verdiepen ons verder niet in die vragen maar fietsen verder en genieten. Dick weet perfect de weg. Op zijn GPS heeft hij een soort wonderkaart die alle smalle paadjes aangeeft en feilloos leidt hij ons door moerassen over smalle bospaadjes en door een duinengebied. Uiteindelijk na 16 km fietsen zijn we terug bij de camper. We hebben inmiddels in het stadje een leuk eettentje gevonden met een aantrekkelijk menu waar we, na ons wat opgefrist te hebben, naar toe lopen. Het eten is inderdaad lekker en het weer staat ons toe om op het terras te zitten.

Toegangspoort Guerande

De volgende ochtend blijkt de hele parking bezet te zijn dus nieuwkomers zijn maar al te blij dat wij bijtijds vertrekken. Na nog een laatste blik op de menhirs en over smalle weggetjes arriveren we nog voor 11 uur in Guérande, een oud middeleeuws stadje. Ook hier is, net aan de rand van de stad, een prachtige camperplek en we vinden een plekje vanwaar we het gehele terrein goed kunnen overzien, uiteraard volop in de zon alhoewel die momenteel achter een dik wolkendek schuilgaat. Opnieuw een drukke parking vol met Franse camperaars, dus we doen er goed aan om telkens kortere stukjes te rijden en voor het middaguur ergens te arriveren. Na een heerlijk kopje koffie lopen we naar het ommuurde middeleeuws stadje met een indrukwekkende toegangspoort. We dwalen door de steegjes, kijken bij de marktstalletjes en blijven ons verbazen over de enorme aantallen terrasjes die zich overal bevinden. Er is op deze tijd geen plekje te bemachtigen, Iedereen zit te eten en eten tussen de middag is heilig. Wij hebben uitgebreid ontbeten en nog geen trek dus lopen we, omdat Guérande niet echt groot is, rond half 2 terug naar de camper en pakken de fietsen.

 

Zoutwinning in Guerande

Graag wil ik naar de zoutwinningsvelden fietsen waarom deze omgeving beroemd is geworden. Het is niet ver fietsen. Wel waait er een harde wind maar de felblauwe hemel en de stralende zon vergoed veel. Van de zoutvelden is niet veel te zien in de zin dat ze niet wit zijn. Overal om ons heen zijn kleine bassins te zien gemaakt van aarden walletjes waarin een laagje zout water dat, wanneer het verdampt, leidt tot het goud der aarde; zo werd de opbrengst van deze zoutpannen in de middeleeuwen gezien. Hier en daar zijn mannen bezig om met een soort houten hark een laagje zout te verwijderen. Wat een werk zit er in het verkrijgen van zout. Natuurlijk kopen we wat zout in een kraampje alhoewel wij nooit zout gebruiken maar mogelijk vinden Hannah en Henk het wel lekker.

Tegen 6 uur zijn we terug bij de camper, helemaal rozig van de harde zeewind en de felle zon en eten stokbrood met kaas en paté. We zijn het inmiddels ontwent om heel veel te eten.

Zondag is het zwaar bewolkt, een enorm verschil met gisteren toen de zon volop scheen. Eigenlijk is dit een dag om te wassen. Het wordt weer eens tijd dus besluiten we nog een dagje te blijven. Ik haal in het uitgestorven stadje brood. Het voelt heel apart om de stadspoort in te rijden en je helemaal alleen in dit middeleeuwse stadje te bevinden. Na het ontbijt wijst Dick me de weg naar de wasserette. Hij heeft die inmiddels opgezocht en met een fiets vol vuile was fiets ik naar het centrum toe waar de wasserette zich bevindt.

In de wasserette

Het is er druk want er lopen drie haveloze mannen die veel machines in gebruik hebben maar gelukkig kan ik mijn was kwijt in 4 kleine wasmachines en het wachten begint. Maar met gezellig kletsen verstrijkt de tijd snel. Wel zet ik de deur naar buiten open want de lichaamsgeur die rondhangt doet je vermoeden dat er meer dan alleen kleding gewassen had moeten worden. Rond 12 uur arriveert Dick met de fiets, net op tijd om mij te helpen met het opvouwen van het wasgoed en met tassen schone kleding en beddengoed rijden we terug naar de camper. Nog voor 1 uur ligt alles schoon in de kast en is ons bedje weer gedekt. Na een koffie met lekkere cake pakken we opnieuw de fietsen om toch nog even in de omgeving rond te kijken. Het weer ziet er weliswaar niet echt goed uit, zware wolken met zo nu en dan wat miezer, maar alles is beter dan in de camper rondhangen. Dick heeft aan de hand van caches weer een leuk fietsrondje uitgezocht van slechts 15 kilometer maar wel over stille paadjes en door weilanden. Terug in de camper eten we weer simpel stokbrood. Met kaas, paté en een glas wijn smaakt het heerlijk. Opnieuw liggen we voor half 10 in bed. Maandag 27 mei staan we half 8 op en na het ontbijt rijden we naar Nantes. We willen hier de “Machinerie de l Ile” bezoeken. Onderweg kom ik erachter dat de uitgekozen camperplek aan de zuidrand van Nantes te klein is voor onze camper dus rijden we naar de noordzijde van Nantes naar een “Aire de camping cars” bij de camping. Daar aangekomen lukt het me niet een kaartje te bemachtigen. Ik ben niet de enige want een Fransman heeft ook grote moeite en moet zelfs een tweede maal betalen om de slagboom open te krijgen dus besluiten we om Nantes te laten liggen en door te rijden.

De abdij ruines

Al snel vinden we een goede bestemming: Maillezais, waar zich ruïnes van een oude abdij bevinden. En ja hoor als we er bijna zijn zien we de ruïne al boven alles uitsteken. We zetten de camper op de parking neer, tussen prachtige vijvers in en lopen naar binnen. Direct word je ondergedompeld in de middeleeuwen en ervaren we hoe de pelgrims en monniken hier eeuwen geleden verbleven. Ook al zijn slechts ruïnes overgebleven, als je ertussen dwaalt komt de historie tot leven.
Lang dwalen we over het terrein van deze eens zo machtige abdij.

Eind van de middag zijn we terug bij de camper en wandelen dan nog even door de omgeving rond. Dat doen we eigenlijk altijd om te kijken waar de bakker is, waar veelbelovende eettentjes zijn en waar we levensmiddelen kunnen kopen. Er is echter niet veel te doen in het stadje dus zijn we na twee uur weer teug bij de camper.

Standplaats naast de vijver

Het voelt luxueus om hier te staan tussen schitterende beelden en naast vijvers. Helaas is er slechts een restaurant open wat geen aansprekend eten heeft, dus koken we zelf.

’s Nachts worden we herhaaldelijk verblijdt met een kikkerconcert maar dat is eens wat anders dan voorbijrazende auto’s.

De volgende ochtend, nadat ik bij de bakker een baguette gehaald heb genieten we van een heerlijk frans ontbijt en rijden daarna verder over smalle landweggetjes naar Cognac. Het weer is omgeslagen en miezer wisselt af met regen Wel jammer want in deze Cognac streek zijn schitterende wijngaarden. Helaas is de camperplek in het stadje Cognac vol, eigenlijk overvol. In plaats van de mogelijke 3 campers staan er wel 9 en wij kunnen er met geen mogelijkheid meer staan. Dus rijden we door naar een wijnlandgoed vlakbij.
Het is hier schitterend maar ook afgelegen en met dit regenachtige weer niet echt aantrekkelijk dus rijden we door en stoppen in Barbezieux Saint Hillaire bij supermarket Leclerc.

Overnachten bij LeClerck

Komt goed uit want nu kunnen we ook weer even onze voedsel- en drank voorraad op peil brengen. Met een afgeladen karretje komen we terug van boodschappen doen en de rest van de middag lopen we rond in dit stadje. Er is een schitterend kasteel wat helaas dichtgespijkerd is en waarvan de omgeving helemaal opgeknapt wordt. We lopen verder door steile straatjes. Het is zeker geen onaardig stadje om rond te lopen. Maar zoals in Frankrijk betaamt is alles dicht, het is immers etenstijd. De volgende ochtend hoef ik niet ver te lopen om brood te halen want we staan immers naast de supermarket. Het verblijf hier vertoont veel overeenkomsten met de Walmarkt want ook hier werd in het holst van de nacht de parking schoongeveegd met lawaaimachines, waardoor we klaarwakker raakten. Maar je went eraan en op een gegeven moment zijn we er toch doorheen geslapen. Nadat we gedumpt hebben rijden we verder naar het oosten.

Onderdoorgang onderweg

Over smalle weggetjes dwars over het platteland want in deze omgeving zijn geen grote west- oost verbindingen. Op de kaart zie ik dat we langs Les Eyzies komen en meteen is ons einddoel bepaald. Daar gaan we naar toe, dit is de plek waar we bijna 41 jaar geleden tijdens onze huwelijksreis naar toe zijn gereden.
We vinden er een schitterende camperplek met enorm veel ruimte en nadat Dick de juiste plaats heeft bepaald (zodat we vanmiddag in de zon staan) zetten we de camper neer en wandelen het stadje in.
Weinig herinner ik me hiervan.

Wandelen over smalle straatjes in Les Eyzies

Alleen de overhangende rotsen, waar in de prehistorie mensen hun onderdak zochten, komen me bekend voor. We wandelen rond, eten heerlijk een ijsje, is het ook echt de temperatuur voor, en lopen over smalle paadjes onder de overhangende rotsen. Het pad naar de abri van de Cro Magnon, de eerste mens die hier gevonden is. Zeker weten we één ding en dat is dat we hier nog nooit gelopen hebben. Helaas is er geen aanlokkelijk restaurant te vinden, of heel duur of alleen maar met Canard op het menu (en in eend hebben we geen zin) dus koken we weer eens zelf en eten er heerlijk brood met pitjes bij (wat we bij de plaatselijke delicatessewinkel kopen want de bakker is op deze woensdagmiddag gesloten).

Op hemelvaartsdag, alles is nu echt dicht in France, rijden we om 9 uur al weg naar Sarlat waar we aan de rand van de stad een grote parking vinden waar niemand staat. We parkeren onze camper en wandelen naar het centrum van Sarlat. We zijn in de middeleeuwen gearriveerd en omdat de “Jours de Terroir” gevierd worden is er ook feest.  Het hele middeleeuwse centrum staat vol met kraampjes waar Paté de Foie Gras, noten en Canards verkocht worden. Deze ingrediënten vormen trouwens ook het hoofdmenu van de restaurantjes hier. We proeven wat van de Canard en ik moet zeggen dat het niet slechts is maar een hele maaltijd ervan hoeft voor mij niet.

Sarlat en Canards

Na een paar uur ronddwalen door smalle steegjes en natuurlijk rond de marktkraampjes in dit gezellige drukke centrum zoeken we ook nog wat caches. We worden daarbij geholpen door een van de agenten van de Police Nationale die ons de richting wijst waar de cache ligt en zeer tevreden is als we vanuit de verte laten zien dat we de cache gevonden hebben. Dan blijken alle terrasjes vol te stromen en ook wij zoeken een plekje om ergens wat te eten. We hebben echter niet de behoefte aan een volledig uit eend bestaand menu en vinden een heerlijk kebab restaurant met enkele tafeltjes in het zonnetje. Geen slechte keuze want het eten is erg lekker en smaakt heerlijk. Na de lunch lopen we nog even rond en besluiten dan, omdat we voldoende gezien hebben, terug te keren naar de camper en door te rijden naar Rocamadour, niet ver hier vandaan.

Woningen tegen de rotsen geplakt in Rocamadur

In dit tegen de rotswand aangeplakte stadje is het nog drukker dan in Sarlat. Het parkeerterrein bij het hoog op de rotsen gebouwde kasteel staat helemaal vol maar met wat persen vinden we toch een plekje voor de camper en via een smal zigzag paadje lopen we naar beneden. Ondanks het feit dat het inmiddels 3 uur is en toch al wat mensen terug naar boven klimmen is het nog enorm druk in het stadje Rocamadour maar wij zoeken antwoorden voor onze cache en die blijken gelukkig niet allemaal in de topdrukte te vinden te zijn. We genieten van de winkeltjes die allemaal open zijn, kopen een ijsje wat we heerlijk eten op het plein voor de cathedraal en pas om half 6 gaan we weer terug naar de camper.

Het is warm geworden, zeker 27 graden en bezweet komen we terug. Niet raar als je bedenkt dat we toch zeker 14 kilometers hebben gelopen. Op het parkeerterrein is meer ruimte ontstaan en Dick zet de camper beter neer. Of we hier mogen staan, aan de rand van de weg, weten we niet maar er staan nog enkele andere campers dus we gaan het zien. Vrijdag 31 mei worden we pas om 8 uur wakker. Hier boven op de rotswand was het doodstil en we hebben hier prima geslapen. Nadat we ontbeten hebben met broodjes die we nog hadden, ik heb weinig zin om eerst 150 meter af te dalen naar het stadje om brood te halen, loop ik eerst nog even naar de plek waar we gisteravond aan de hand van allerlei antwoorden berekend hebben waar de cache verborgen moet zijn. Het brengt me via een steil met stenen bezaaid paadje halverwege Rocamadour en met behulp van een foto vind ik snel de cache.

Zicht op Rocamadur

Om half 10 verlaten we Rocamadour. Door een weg versperring kunnen we niet de door Garmin aangegeven weg volgen maar komen we, via zeer smalle bergweggetjes, terecht aan de overzijde van het dal. Niet echt verkeerd want hierdoor hebben we een schitterend zicht op Rocamadour. Mijn fotocamera maakt overuren. Het is overal enorm druk, veel mensen hebben klaarblijkelijk een lang weekend genomen en bij de Grotte de Padirac staat het zelfs zwart van de mensen.

Na 65 kilometer rijden arriveren we in Collonges la Rouge en nog voor het middaguur vinden we een mooi plekje op de camperplek op loopafstand van het stadje. Het is warm geworden en voor het eerst in deze vakantie genieten we van de schaduw van de bomen.

Collonges la Rouge

Na een lekkere kop koffie lopen we naar dit bijzondere stadje toe. Het blijft er schitterend, alle gebouwen zijn uit rode steen opgetrokken en met de staalblauwe lucht alsmede de fel schijnende zon vormt het een schitterende combinatie. Het stadje is klein dus een deel van de middag brengen we door naast de camper in de schaduw en pas rond 6 uur lopen we terug om bij “Les Pierres Rouge” te gaan eten. Natuurlijk kan dat nog niet want tot 7 uur zijn alle restaurants gesloten maar rondlopen hier is geen straf. Dat men evenmin gewend is om mensen om 7 uur al te ontvangen blijkt als we plaatsnemen op het terras. Het duurt nog minstens een half uur voordat er iemand komt vragen welk aperitief we willen en voordat ons voorgerecht op tafel staat is het bijna 8 uur. Maar het maakt niet uit. Buiten voelt het als een zwoele zomeravond en we genieten van de omgeving en bekijken de mensen die langswandelen. Pas tegen tienen hebben we onze maaltijd voltooid en lopen we terug naar de camperplek. Een heerlijke avond en een heerlijke maaltijd. En ook nog eens schitterend weer want zelfs op dit tijdstip wijst de thermometer nog 25 graden aan.

‘s Nachts word ik wakker door licht wat door het dakluik op mijn gezicht valt. Een heldere sterrenhemel. Direct ben ik klaarwakker en met Dicks T-shirt aan loop ik naar buiten. Daar zie ik voor de eerste maal op Europese bodem de Melkweg. Wat schitterend en wat een fantastische sterrenhemel in het uitspansel boven ons. Enige tijd lang geniet ik ervan voor ik weer ons warme bed induik.

De juni maand begint goed want om half 8 ’s ochtends is het al 20 graden. Als ik op weg ga naar de bakker vertellen twee Fransen me dat dat geen zin heeft daar het brood depot (er is hier geen bakker) niet eerder dan half 10 opengaat dus ga ik onverrichterzake terug en besluiten we eerst te dumpen en water te vullen alvorens in een naburig dorp te ontbijten. Maar terwijl wij dumpen horen we opeens een oorverdovend getoeter en rijdt de bakker het terrein op zodat we even later toch lekker op de camperplek ontbijten. Om 9 uur vertrekken we maar halverwege de rit naar Clermont bedenk ik opeens dat het fijner is aan een water dan in de stad te bivakkeren dus veranderen we de Garmin. De camperplekken in Meymac blijken overvol of lijken op een stoffige grintvlakte zonder enige schaduw, dus rijden we door naar Felletin.

Camperplaats in Felletin

In het centrum van het stadje is een parkeerterrein met grasstroken waar we de camper neerzetten. De thermometer wijst inmiddels 33 graden aan, dus zetten we ook de luifel uit om wat schaduw te vangen. Het stadje verkennen we na drieën omdat voor die tijd alles gesloten is. Het is er niet echt bijzonder en na een aantal kilometers lopen houden we het voor gezien en gaan lekker bij de camper zitten met zicht op de kerk van dit stadje. Klaarblijkelijk is het geen probleem om ons als een kampeerder te gedragen (zitten met stoeltje en tafel buiten, wat vaak niet toegestaan is op een camperplek) want de langsrijdende politie zegt niets en omdat de temperatuur hoog blijft eten we (voor de eerste maal) ook buiten voor de camper. Je kunt het slechter treffen. Zondag 2 juni staat de zon alweer vroeg aan de hemel en het is warm. Na heerlijk een vers stokbrood te hebben gehaald bij de bakker om de hoek rijden we verder. Via smalle wegen over hoogvlaktes dwars door het binnenland van Frankrijk. De graanschuur moet zich hier wel bevinden zoveel graanvelden rijden we langs. Om 12 uur arriveren we in Moulins.

Populier in volle bloei

 

Hier ligt aan de rivier een voormalige camping die, waarschijnlijk omdat er regelmatig overstromingen zijn, niet rendabel was en nu omgetoverd is tot een plek voor campers.
Het betekent dat we een zee van ruimte hebben en ons een schitterend vrij gelegen stukje toe-eigenen. Naast ons staat een bijzondere boom, waarschijnlijk een populier waarvan de takken helemaal vooroverbuigen van de pluis. Als er even een windvlaagje is lijkt het alsof het sneeuwt. Als we goed staan en even rondgekeken hebben lopen we het stadje Moulins in. Helaas zijn we net te laat voor de zondagsmarkt; desondanks genieten we van deze oude binnenstad.

 

 

Cathedraal in Moulins

 

De grote kathedraal is bijzonder en we brengen er enige tijd in door om alles te bewonderen en natuurlijk branden we een kaarsje. Ook Moulins bestaat uit oude, smalle middeleeuwse straatjes waar het heerlijk is om rond te lopen.

Als we weer buiten zijn valt de hitte, het voelt aan als 34 graden, als een deken over ons heen dus gaan we terug naar de camper waar in de schaduw zitten een beter alternatief is. Uiteindelijk is het toch wel een grote stad want we lopen bijna 12 kilometer. Nog heel lang blijft het warm en pas na tienen gaan we naar binnen. ’s Nachts vallen er een paar druppels water. Het contrast op maandag 3 juni is groot want het is zwaarbewolkt en er is geen zon te bekennen. De warmte hangt er nog wel want de temperatuur komt niet lager dan 19 graden. We moeten weer dringend wassen dus zoeken we naar een wasserette en in Ainay le Chateau vinden we machines naast een Intermarché. Wat is dit een uitvinding; zonder dergelijke machines zouden we ergens een camping moeten opzoeken. Na twee uur is alles weer schoon en rijden we verder want deze plek naast de supermarket tussen de graanvelden is niet echt bijzonder en we rijden door naar Cosne Cours sur Loire.

Rustig zitten aan het water

Er staat niemand langs de oevers van de Loire en om bij het parkeerterrein te komen moeten we twee verbodsborden (verboden voor meer dan 3,5 ton) negeren maar dan hebben we ook een schitterend plekje langs de snelstromende Loire in het centrum van het stadje. De zon breekt langzaam door en de temperatuur stijgt, echt ideale omstandigheden om een stad te verkennen. Ook hier is weer een schitterende kerk en we genieten ervan om rond te lopen. Daar het gaande de middag toch steeds warmer wordt gaan we toch bij de camper in de strook gras langs de Loire zitten. Heerlijk is het en natuurlijk maken we even een praatje met onze Franse buren. Gespreksonderwerp is hun Mercedes camper. Graag willen we ook zo’n camper want deze heeft achterwielaandrijving en maakt het mogelijk om ook op steilere plekken te komen. De zon blijft lang schijnen en de tempratuur blijft hoog dus eten we ook lekker buiten en genieten van de weerkaatsing van de avondzon in de Loire. Dinsdagochtend 4 juni is het al vroeg warm en het is heerlijk om bij de bakker brood te halen. Omdat het zulk prachtig weer is en we dus, als we ergens gearriveerd zijn, buiten willen zitten zoeken we een leuke overnachtingsplek en die vinden we in Chaource. We komen net voor het middaguur aan en hebben nog volop keuze om een mooi plekje te vinden met schaduw. Al snel loopt deze camperplek, een groot grasveld in het centrum van het stadje helemaal vol. Nadat we een stukje stokbrood gegeten hebben lopen we het stadje in.

De tombe in de kerk

Dankzij een cache die we pas kunnen vinden als we eerst een aantal vragen hebben beantwoord komen we in de oude kerk terecht. Opnieuw een bijzondere kerk want er is een grote beeldengroep in de kelder onder de kerk te bezichtigen. We genieten opnieuw van een prachtige kerk, bewonderen de beelden, zoeken de antwoorden om onze cache te vinden en steken ook een kaarsje aan voor tante Ank. Helaas is het kaasmuseum van de Chaource kaas gesloten zodat we daar niet terecht kunnen en uiteindelijk na 7 kilometer rondwandelen arriveren we weer bij onze camper waar we heerlijk in een boek onder de bomen wat gaan lezen. Je hebt hier in France wel schitterende overnachtingsplekjes. Natuurlijk eten we met deze temperaturen ook buiten en pas om 9 uur gaan we naar binnen vanwege een aanwakkerende wind. Alhoewel het woensdag niet koud is merken we dat de temperatuur wel een stuk gedaald is en als we verder naar het noorden rijden neemt de bewolking toe en vallen er zo nu en dan wat druppels op ons neer.

Velden met drijvenranken voor de Champagne

We willen naar Epernay midden in de Champagne streek. Het is een schitterende rit, eerst nog tussen de graanvelden door maar al snel omringen de wijngaarden van de champagne ons. Zo ver het oog reikt zijn de hellingen bedekt met druivenranken. Als we in Epernay arriveren ziet de camperplek er toch wat troosteloos uit wat ook te maken kan hebben met het feit dat het wat regent.

 

In ieder geval besluiten we hier niet te blijven maar door te rijden en snel is ons volgende doel, 80 kilometer noordelijker, bepaald: Laon. Het is er even zoeken, we staan op een verkeerde plek, maar vinden al snel de juiste camperplaats, parallel aan de stadsmuur. Een dicht wolkendek bedekt de hemel maar het is droog. Dus sluiten we de camper af en beklimmen de stadsmuur om even later in het centrum van Laon te arriveren.

Ondergrondse gangen in Laon

Er blijkt een rondleiding te zijn die je naar de catacomben van Laon voert en daar we daar nieuwsgierig naar zijn kopen we een kaartje en binnen 10 minuten lopen we door een onderaards gangenstelsel. Het is ontstaan doordat hier, aan de voet van de heuvel de steenblokken werden weggehakt waarmee de stad Laon werd opgebouwd. Het is een aparte ervaring hier rond te lopen en met lichtbeelden worden we teruggebracht naar de tijd van de steenhouwers maar het is er ook ijzig koud en we zijn blij als we een uurtje later weer buiten kunnen rondlopen.

De Cathedraal van Laon

 

Een vaag zonnestraaltje verlicht de imposante kathedraal die ook deze stad rijk is en we verbazen ons over de grootte ervan. Uiteindelijk lopen we terug naar de camper, drinken wat en lopen rond half acht opnieuw de stad in om lekker in een restaurantje wat te gaan eten. Net op tijd zijn we weer terug in de camper want de deur is nog niet achter ons dichtgevallen of de eerste regendruppels vallen uit de lucht en de donder laat van zich horen. Snel erna volgt een wolkbreuk, hagelstenen hameren op onze camper en een vloed van water daalt op ons neer. Er komt zoveel water en hagelstenen naar beneden dat de weg rondom de camper in een snelstromende beek verandert.

Gelukkig houdt dit noodweer niet lang aan en kunnen we na een halfuurtje weer rustig met elkaar praten. De beek droogt langzaam op en de witte hoopjes hagel smelten weg.

Donderdag 6 juni, D-Day, wordt ook hier gevierd want aan enkele huizen wappert de Amerikaanse en Canadese vlag. Het is aanzienlijk koeler geworden en de wolken hangen bijna op de grond maar het is droog en na een heerlijk ontbijtje met vers stokbrood rijden we verder noordelijker over smalle weggetjes. De graanvelden worden regelmatig onderbroken door Tombes de Guerre, grote oorlogskerkhoven uit de grote oorlog (1914-1918) maar ook de tweede wereldoorlog en met name 1944. Het is een streek waar zeer heftig gevochten is. Om 1 uur arriveren we in Thieu in België. In dit gebied zijn de hoogteverschillen tussen de verschillende bevaarbare wateren zo groot dat er enkele scheepsliften gebouwd zijn. Omdat het droog is geworden en de zon zelfs nu en dan tevoorschijn komt zetten we de camper aan de kade en wandelen rond.

De scheepslift in Thieu

We hebben geluk want kunnen een rondvaartboot volgen die van een hoog waterniveau naar een lagergelegen gedeelte moet en twee scheepsliften gaat passeren. Het is een prachtig gezicht de scheepsliften in werking te zien en we brengen toch best wel wat tijd hierdoor. Terug bij de camper krijgen zwarte wolken de overhand zodat we lekker binnen eten maar gedurende de avond klaart het weer op en kunnen we, weliswaar wel met jassen aan want het is niet meer warm, nog lekker buiten zitten waar we met onze buren Koos en Monique uit Noord-Holland genieten van de zonsondergang over het kanaal. Vrijdag 7 juni zijn we al om half zeven wakker zodat we net na achten al wegrijden. Het maakt dat we nog voor twaalven thuis arriveren. Niet slecht want er is slecht weer op komst met harde windstoten. Nadat we alle spullen uitgeladen hebben en de camper gepoetst brengt Dick deze weg naar de stalling. We hebben weer een fantastische reis achter de rug en kunnen lekker nagenieten.

Geplaatst in EUROPA | Reacties uitgeschakeld voor Frankrijk mei-juni 2019

On the road to Mont St. Michel in France (English version)

On the road to Mont St. Michel in France

France, January 2019

it’s my life: from time to time “wanderlust” or “get away sickness” is troubling me. For those who don’t know what’s the meaning of this: it describes my state of mind that make me want to leave my home, I am longing for distant horizons. After 40 years of marriage Dick is used to this odd behavior, so he give space to my impulse to go away. However, he make demands. Due to the fact that it’s midwinter, it’s January 2019, and because he knows my preferences, we have to stay away from Germany. I must hug the shores.

Dick would prefer to leave for warmer places but if there is only a time frame of 9 days available to move around with the RV, that’s not workable.  Right away I devote my attention to the preparations for a new travelroute and search for realistic destinations. Whether it’s the coast I should stick to or the documentary about the Abbey of Mont Saint Michel, I don’t know, but without any difficulty our travel itinerary is on paper.  We will visit the coast of Normandy and Mont Saint Michel will be the final destination. Of course we don’t justice this beautiful part of France to travel it in such a short time but we don’t have longer time and it’s always possible to return tot his part of France.

Because travel preparations are a source of joy for me, preparation is already holiday, it takes some time to complete our travel schedule. Next to look for accommodation for the night (preferable free parkinglots) I have to look for scenic hiking- biking- and geocache routes. After a few days, a plan is ready that Dick may approve. Not that he studies this plan, he never does! But he also saw the documentary about the Abbey of Mont Saint Michel and want to visit the Abbey as much as I do. Besides, it’s just a plan and we can easily change it.

Monday January 21th I visit my auntie Ank while Dick takes the RV from the storage, fill the propane tanks, ensure that all batteries are charged, provides the technical equipment and pack most of our stuff so on Tuesday morning, January 22th I only have to carry our food in the RV and we can hit “the Road”. There is a weather alert “code yellow” and everyone is advised not to go outside. As a result, at 10.30 am we are practically alone on the road and see the first wet snow falling.

On the road to France

The road remains quiet and is clean till we cross the Belgian border. The intensity of the precipitation is increasing, car traffic on the highway has dropped to practically zero and soon we are driving alone through a snowy landscape. Over Highways we drive to the French border and then continue our route over French N-and D-roads (smaller roads) further to the Southwest. By 2 pm it clears up and we arrive in Saint Pol. At a traffic light we are stopped by a Frenchman who ask us where we are going. When I say “Montreuil” his face brightens and he asks if he can hitchhike. Against our habit we ask him to come inside with his luggage and drive on. It’s a Parisian travelling to his family home in Hesdin, 16 miles away.

Due to the weather forecast, snow and more snow coming, there are no buses today so he is very pleased that we take him with us. After letting him out in Hesdin the clouds breaks open, blue sky appears and the sun is shining. What a weather. At 3 pm we arrive at the parking lot in Montreuil sur Mer. There is nobody here so we have a choice where to park our RV. Then we walk into town.

Ramparts Montreuil et the Sea

Montreuil sur Mer (Montreuil at the Sea) is an old fortified town and the ramparts take you around town. Although we are lit by the sun on our hike, it is bitter cold and there is a strong wind. This wind chills even more, but it does not stop us looking for geocaches, to enjoy the surroundings and the blue sky and sun.

I would like to return here in summer when there are events around the famous book by Victor Hugo: “les Miserables”. After all, the story in this book has taken place here.  Walking around these defensive ramparts, fort and Church you feel carried back in history. At half past five we are back at the RV, we turn up the heater, insert the outer insulation mat in front of the window and warm our, to the bone numb, body while we drink a delicious glass of wine. At night, it freezes and snow is falling so on Wednesday January 23th we wake up in a white world. In a miniature snowblizzard I get a French baquette at the bakery in the town and after a delicious breakfast we drive on. Not really long because soon we join an endless row of trucks on the road, a real trafficjam.

After waiting for half an hour we leave the highway one by one. Further down the highway is blocked.  Quickly we pick up our map and find a parallel road that take us to Rouen. Not really a good choice because the environment here is very “vallonnée” (hilly) and together with snow it means icy and slippery roads.

Fortunately Dick move in time to the opposite lane when, in front of us, in the middle of the steep road, a truck stops. He will not be able to continue until the driver has beaten the slope free of ice with his hammer. The weather is getting worse and worse, but this winter wonderland is beautiful and the camera is working overtime. At a certain point, it’s enough for Dick.

D929 – Direction Honfleur

 

We drive on snow, covering an icy road and Dick struggles to keep the RV with his wheels straight on the bitumen. The growl of my husband is enough to find the nearest ramp to the toll road and after crossing the blizzard, we are so far to the west that the influences of the sea become noticeable and the road and the surrounding meadows look like it’s spring. No snow anymore.

 

 

 

Pont de Normandie

After crossing the Seine over the huge Pont de Normandie, we arrive in Honfleur, one of the beautiful fishing villages in Normandy.

Near the harbour is a parking, at least 150 RV’s stay overnight here in summer, now there are only 10 RV’s so we have every possibility to park in a nice spot. After a cup of coffee we take a walk through the picturesque narrow streets over pebbles and along scenic houses. What a difference with the summer months when this place is overloaded with tourists. Now, with temperatures below freezing and an icy wind, we almost walk alone. The disadvantage is that many shops and eateries are closed.

Clocktower Honfleur

But the largest French wooden church Sainthe Catherine, with its separate bell tower, is open.

At 6 pm we find an eatery where Kebab is sold. We both like Kebab so we take a chair and enjoy a good meal. The last 10 minutes walking back to the RV are easy, warmed by the tasty food. Already this afternoon, when the sun was still shining, we put the insulation mat in front of our windshield so we immediately can step inside and enjoy our books.

At night it freezes and on Thursday morning we wake up in a cold winter landscape illuminated by the rising sun. I walk to the bakery, in France you must buy fresh bread every day, while Dick removes the insulation mat. In the warm sunshine we start the day with fresh baguette and coffee. We fill our water (present at this RV parking), dump our black and gray water and then continue our trip in quiet French towns where the only traffic consists of a huge wild boar, crossing the road.

Around the Memorial in Caen is construction work and the parking is not really tempting to stay so we drive to Arromanches les Bains where we find a parking in the center of town. I like to walk to the caissons on the beach. The Allies submerged a lot of them in June 1944 to create a temporary port where troops and equipment could disembark. The liberation of Europe was set in motion. Unfortunately, it’s high tide and the beach is disappeared so we can see only a part of the caissons, most of them are submerged. We walk in Arromanches, find some caches and decide to drive to Barfleur, a small harbor town in the northwestern tip of Normandy, belonging to the most beautiful villages in France. We already had a two-hour walk in Aromanches, so we arrive at Barfleur at 4 pm. Next to the harbor, protected by a wall, we find our spot for the night between some fishing boats on shore. Just like everywhere, it is quiet outside and only some local fishermen are present on the quay to fix their fishing nets for the next sailing.

Low tide in Barfleur

That take some time because now, on low tide, all ships touch the bottom of the harbor. They have to wait for high tide to be navigable again. Although it feels cold, a strong and icy wind blows and the sun disappeared behind the clouds, we enjoy this friendly town overlooking the sea. Because it’s getting dark we see the lighthouse of Gatteville. With rays of bright light it shines over the sea and also our RV. I do not think there is a quieter place than here, along the beach, between the abandonned ships and surrounded by sea. We sleep good and wake up at 8 am on Friday January 25th. Outside it is a bit foggy but the wind has finally settled down and it is 39 degrees. Lovely weather to walk to the bakery in the village to buy a baquette so we can have breakfast. At 9.15 am we drive the 1,5 miles to the Gatteville lighthouse. At the foot of the Phare you may spend the night, with seasight, but it’s a place for warmer days.

Lighthouse Gatteville

Unfortunately, this second highest lighthouse in France, almost 246 feet high, is closed. We can only walk around and admire the outside. Fortunately there are two caches here, so we stroll over the beach before continuing. In Fermanville it is not tempting to stay, it starts to drizzle, so we decide to stay overnight in Cherbourg on a parking next to the ferry to Ireland. Not only this RV parking is located very conveniently, within walking distance of the center of Cherbourg, there are also water and dump facilities.

On our walk to the center we stop for a moment at the Titanic monument. This iconic ship left Cherbourg in April 1912 to find its way to the New World but finally found its destination somewhere in the depths of the sea. The rest of the afternoon we walk in the center of town, visit small shops and look around. Back at the RV we take some water to clean the dirt of the RV. The last few days with snow and rain were disastrous for the outside of the RV. At night we go back to the city center and have good food in a small eatery. Unfortunately, the “Cité de la Mer” is closed this time of year. Too bad because we would like to visit the aquarium as well as the French submarine.  Now we will leave tomorrow morning. But again we have a reason to return.

Fish stall at the Cherbourg harbor

On saturday morning, January 26th, it is pleasant weather and the temperature is around 40 degrees. On my way to the bakery I pass a small fisherman’s stall full of crabs and lobsters. There is a lot of interest to buy them and the seafood look very fresh, probably directly out of the sea. I leave the crabs and lobsters for what they are, preparing them is not my strongest point. At 10 am, after filling up with water, we continue our journey along the coast. We drive in the tip of Normandy. Unfortunately, after an hour, it starts drizzling so it is not really tempting to stop and find a place to stay. Still we stop at Auderville, the western point and see a lighthouse emerge from the fog and built in sea. At the same time our phone welcome us in the United Kingdom. We are surprised, England is not that close? But after studying the map we see that the channel islands Alderley, Guernsey and Jersey are not far away from this coast. It also brings English radio channels within our reach. Not really annoying because the French channels are good for our language, but there is a lot of talking and little good music while this powerful English radio plays great Irish music, really fitting to the landscape we now traverse. We drive on a very narrow coastal road, so it is good that there is no tourist traffic and arrive at the “Nez de Jobourg”, beautiful cliffs with heights up to 420 feet, belonging to the highest of Continental Europe. Of course we walk towards the cliffs. In spite of the many clouds, only every now and then a sunray can penetrate, we enjoy the narrow path that brings us closer to the cliff. Fortunately it is not raining anymore because in some places the cliffs disappear steeply below us. Slowly we get closer to the “Nez”, where two geocaches are to be find. After we discover one, I climb a steep cliff to find the other. Dick slowly walks back, but keeps an eye on me. I wear a bright orange jacket so it’s not that difficult and he can follow my progress well. Walking along the cliffs, all alone (apart from Dick and me, there is no one to be seen) a feeling of luck overwhelms me. This is why I regularly have attacks of “wanderlust” and want to get away from home. This is life! Being one with nature. Dick, looking down at me from another cliff, hears my shouts of joy.
Chilled to the bone, but very satisfied, we finally arrive at the RV. We will definitely return here in a warmer season. Not only to find the geocache, I did not find, but also to visit the legendary caves here.  These caves are also closed for the season.

Just wide enough for our RV

Over rough and very narrow roads, at right angles where the RV barely avoid to touch the houses and stone walls (fortunately Dick is an excellent driver) we arrive at 4 pm in Carteret. The wind is changed into a storm and the wind chill drops the feeling temperature below freezing. We have to look for a a spot where the RV is somewhat sheltered from the storm. After parking the RV we take a walk to explore the area and of course look for some geocaches.  In earlier centuries Carteret was the place where Parisians came to celebrate holiday at sea.

The old-fashioned bath cubicles are still there, placed against the cliffs. The sandy beaches are easy to walk now the tide is low. We walk around together with a lonesome diehard also defying the storm and cold. We climb the cliffs, look down at our RV below and walk over the boulevard to town. After all, we need to find a bakery. When it is getting dark, we go back to the RV, prepare a simple meal and then enjoy our books.

On Sunday we do not wake up until 8.30 am. The storm is still raging in full force and it is cloudy. No weather to walk half a mile to the bakery. After a good shower we drive to the bakery and have breakfast on a square in the center. At 10.15 am we leave Carteret (it’s not nice to stay another day) and drive to Pontorson over small roads. In this winterseason Pontorson, 6,5 miles from Mont Saint Michel, is a quiet town. Although in the afternoon the weather clears up, there are regularly rain showers and after a look at tomorrow’s weather forecasts we decide not to go to Mont Saint Michel today but to walk around in Pontorson.

There is not much to do in Pontorson but the parking at the Carrefour supermarket is large and we are sheltered from the strong winds. All the shops are closed on Sunday so the parking is quiet and we sleep good. On Monday January 28th we wake up at 8.30 am. We almost slept around the clock. After a delicious breakfast with fresh baguette we walk to the bus stop. The wind is still very strong and we do not want to cycle to Mont Saint Michel against this cold wind. Of course we arrive too early at the bus stop, a 200 yard walk , but after 10 minutes waiting the bus arrives and a 15 minutes ride brings us to the bridge, leading to the “Mont”.

View on Mont St. Michel

Despite the fact that we visited this place four times, the Mont with its high towering Abbey remains very impressive. It is no wonder that this Mont Saint Michel became a symbol of French National Unity. Already before the year 1000, a church was built on this rock surrounded by sea, in honor of the Archangel Michael and the later Abbey became one of the most important Christian pilgrimage sites. Today we want to discover this beautiful Abbey. Through a maze of narrow and  steep alleys, according to the gendarmerie we are on the right track, we climb up to the abbey. There were long queues during previous visits, now only some lonely Japanese tourists are walking around and after a security check of my backpack, we can step inside. The abbey is built over three levels and is impressive and huge. We wander around in this immense complex, through the abbey church, cloister garden, cloister rooms, corridors and crypts.

Dining room in the Abbey

From halls with slender pillars we enter halls with huge bulky pillars. The light is fascinating. We look around, stunned. This abbey is awesome with unique architecture and it is no wonder that in the Middle Ages this abbey was considered as the reflection of paradise. We enjoy wander around and can not get enough of this discovery tour, despite the harsh cold that prevails everywhere. After more than 2 ½ hours we leave this complex and slowly descent through the narrow steep alleys to the entrance gate.

We don’t buy food on the Mont. Many restaurants are closed on this Monday and the prices of the (sometimes very simple) meals are sky-high. It’s high tide now so unfortunately we cannot walk around the outside of the rock. With the current temperatures, even at low tide that wouldn’t be a tight plan. After a last glimse at this monumental monument, since 1979 UNESCO World Heritage, we walk back to the end of the bridge that connects the island with the mainland. We find out that our bus just left and the next one leaves in two hours, so we enter one of the restaurants near the large parking lots. The prices here are more pleasant and soon we enjoy a French menu. Finally, after also sitting outside, enjoying the sun, our bus arrives and we ride back to our RV.
We do some shopping and warm ourselves. Our heating does overtime. We will long remember this fascinating day.

On Tuesday January 29th it is time to return home. Unlike yesterday, the sky is gray and cloudy. On the motorway appears a sign with the text: “expect snowfall, be prepared” so we decide to change our route to the north and follow the coast, again. A few RV parksites along the coast (on cliffs) are not really pleasant with this weather, storm and wet snow, but next to the church in the town of Berneval Le Grand, we find a nice spot. Just in time, because it starts snowing. Unfortunately everything is closed in town, even a pizza chef in an eatery will not prepare pizzas, so there is nothing to eat but with a cup of soup, a baquette and some French cheese we are also satisfied. In the middle of the night, at 2 am, we wake up by the strong wind blowing around the RV. The RV sways back and forth. All around us it is white. Even here, right on the coast, snow is on the road. Not for long. When we get up on wednesday, January 30th, practically all snow has disappeared, although it is only 32 degrees. After breakfast with (of course) fresh baguette, we leave town and slowly the dark clouds disappaer. More and more blue sky comes in and the sun is warming up. When we drive through Boulogne sur Mer we see white cliffs at the horizon. We do not need more encouragement to continue the coastal road, to one of the “Caps”, high above the sea. Unfortunately, the road is closed but next to the town of Wissant we manage to get a glimpse of the canal with its busy shipping traffic and the white cliffs of Dover in England. A beautiful view.

The Channel tunnel Wall against refugee’s

The road takes us along the coast, to Calais and Dunquerque, along the “Wall” who protect  the Channel tunnel against refugees who want to travel to England and a little later we cross the border with Belgium. When we drive further away from the coast, the blue sky disappears and on arrival in Grobbendonk it snows. It does not prevent us from walking around town. It’s always good to know where bakery and eatery are.

In the evening we stay again in a white world, we eat the Belgian specialty: fries with stew-meat. It tastes good. A lot of food is provided, so tomorrow we have the same meal again.

Fortunately, in Cherbourg we were able to fill up with water, so on thursday morning January 31, we still have enough water to shower and wash dishes. Over snow-covered roads, yes there is snow everywhere, we drive slowly north and are back home at 11.30 am. Although the RV is dirty, really dirty, we decide not to wash the outside, considering the still dirty roads. Cleaning will have to wait for two weeks when we intend to drive to Germany for the weekend, just over the border, to find geocaches with Wim and Marjo. It means that at 2pm Dick can return our RV to the storag

Geplaatst in EUROPA | Reacties uitgeschakeld voor On the road to Mont St. Michel in France (English version)

Op naar Mont St. Michel in Frankrijk

Op weg naar Mont St. Michel in Frankrijk

Frankrijk, januari 2019

Het is niet anders, bij tijd en wijle heb ik last van “zwerfdrift” of “wegwee”. Voor degenen dat niet weten wat dit inhoudt: het beschrijft mijn gemoedstoestand die maakt dat ik weg wil van mijn thuisomgeving, verlangend naar verre horizonten.  Na 40 jaar huwelijk is Dick inmiddels gewend aan deze afwijking dus biedt hij ruimte aan mijn drang om weg te willen. Wel stelt hij de eis, vanwege het feit dat het hartje winter is, het is januari 2019, en omdat hij mijn voorkeuren kent, dat we wegblijven uit Duitsland. Ik moet me concentreren op de kust. Liever was Dick naar warmere oorden vertrokken maar als er slechts een tijdsbestek van 9 dagen beschikbaar is om met de camper rond te trekken zit dat er niet in. Snel stort ik mij op de voorbereidingen van een nieuwe reis en zoek naar haalbare bestemmingen. Of het nu de kust is waar ik van Dick bij moet blijven of de documentaire over de abdij van Mont Saint Michel, ik weet het niet, maar zonder enige moeite komt het reisplan op papier.

We gaan de kust van Normandië langs met als eindpunt Mont Saint Michel. Natuurlijk doen we dit schitterende stukje Frankrijk eigenlijk geen recht om het in een dergelijk korte tijd te doorkruisen maar we hebben niet langer de tijd en kunnen natuurlijk altijd terugkeren. Omdat reisvoorbereidingen een bron van vreugde voor mij vormen, de voorpret is al vakantie voor mij, ben ik wel even bezig, ook omdat er natuurlijk ook gekeken moet worden naar goede overnachtingsplekken en mooie wandel- fiets- en cacheroutes ter plekke, maar na enkele dagen ligt er een plan op papier waar Dick zijn goedkeuring aan kan hechten. Niet dat hij daar veel tijd aan besteedt want hij heeft ook de documentaire over de abdij op Mont Saint Michel gezien en wil deze net zo graag bezoeken als ik. Daarbij komt dat de reisroute een plan is waar net zo makkelijk van afgeweken kan worden.

Terwijl ik maandag 21 januari op bezoek ga bij tante Ank haalt Dick onze camper, vult de propaantanks, zorgt ervoor dat alle batterijen opgeladen zijn, zorgt voor een technisch optimale uitrusting en pakt het merendeel van de spullen in zodat ik dinsdagochtend 22 januari alleen nog eten de camper in moet dragen waarna we “On the Road” zijn. Er geldt een weeralarm “code geel” en iedereen wordt afgeraden de weg op te gaan. Gevolg is dat we, als we om half 10 in de ochtend vertrekken, praktisch alleen op de weg rijden en de eerste natte sneeuw op de camper zien neerdalen.

Onderweg naar Frankrijk

De weg blijft stil en schoon tot dat we de Belgische grens overgestoken zijn. De intensiteit van de neerslag neemt nu toe, het autoverkeer op de snelweg is tot praktisch nul gedaald en weldra rijden we door een besneeuwd landschap. Tot aan de Franse grens rijden we autoweg en daarna voert onze route over Franse N- en D-wegen, verder naar het zuid-westen. Tegen twee uur lijkt het op te klaren als we in Saint Pol arriveren. Bij het stoplicht worden we aangehouden door een Fransman die ons vraagt waar we naartoe gaan. Als we Montreuil aangeven klaart zijn gezicht op en vraagt hij of hij mee kan liften. Zeer tegen onze gewoonte laten we hem met zijn bagage binnen en rijden verder. Het is een Parijzenaar die naar zijn voormalig ouderlijk huis in Hesdin gaat, ongeveer 25 km verderop. Als gevolg van de weersverwachtingen, sneeuw en nog eens sneeuw, rijden er vandaag geen bussen en dus is hij zeer verheugd dat wij hem meenemen. Als we hem in Hesdin afgezet hebben breekt de lucht open, komt blauwe lucht tevoorschijn en gaat de zon schijnen. Wat een weer. Om drie uur arriveren we bij de camperplek in Montreuil sur Mer. Er is niemand dus we hebben keus te over waar we de camper neerzetten en lopen dan Montreuil in.

Vesting wallen in Montreuil sur Mer

Het is een oud vestingstadje en over de stadswallen kun je er bijna omheen lopen. Hoewel we door de zon beschenen worden op onze wandeling en (natuurlijk) geocache tocht, is het bitterkoud en er waait een fel windje wat de gevoelstemperatuur nog meer doet dalen, maar het weerhoudt ons niet om enkele caches te zoeken, te genieten van de omgeving en de blauwe lucht en zon. Graag zou ik hier in de zomer terugkeren wanneer er evenementen zijn rondom het bekende boek van Victor Hugo: “les Miserables”. Het verhaal uit dit boek heeft zich immers hier afgespeeld. Met deze verdedigingswallen, fort en abdijkerk voel je je gewoon teruggezet worden naar de tijden van weleer. Om half zes zijn we terug bij de camper, we zetten de standkachel op hoog, brengen de buiten-isolatiemat voor het voorraam aan en warmen dan ons tot op het bot verkleumde lijf terwijl we een heerlijk glas wijn drinken.

 

’s Nachts vriest en sneeuwt het zodat we woensdag 23 januari in een witte wereld wakker worden. Nadat ik in een miniatuur sneeuwstorm een baquette bij de bakker in het stadje gehaald heb en we heerlijk ontbeten hebben, rijden we verder. Niet echt lang want snel staan we in een eindeloze rij vrachtwagens vast op de weg. Na een halfuur wachten worden we één voor één de snelweg afgehaald, verderop is de route geblokkeerd en er is geen doorkomen aan. Snel pakken we de kaart en zoeken een paralelweg op die ons naar Rouen kan brengen. Niet echt een gelukkige keuze want de omgeving hier is erg vallonnée (heuvelachtig) en samen met sneeuw betekent dat gladde wegen. Gelukkig kan Dick nog net naar de tegenovergestelde rijbaan uitwijken als de vrachtwagen voor ons midden op de steile weg omhoog stil komt te staan. Hij zal pas verder kunnen als de chauffeur de helling voor de wagen met zijn hamer ijsvrij heeft geslagen.

De D929 richting Honfleur

Het weer wordt slechter en slechter maar de plaatjes van dit winter wonderlandschap zijn schitterend en de camera maakt overuren. Op een gegeven moment is voor Dick de maat vol. We rijden inmiddels al enige tijd over witte wegen waarbij de sneeuw mooi de zich eronder bevinden ijslaag bedekt en Dick heeft moeite de camper met zijn wielen recht op de weg te houden. De grom van mijn echtgenoot is genoeg om de dichtstbijzijnde oprit van de vrijwel sneeuwvrije tolweg te zoeken en na enige tijd een sneeuwstorm doorkruist te hebben, komen we zo ver westelijk dat de invloeden van de zee merkbaar worden en de weg en de omringende weilanden eruitzien alsof het voorjaar is. Er is geen sneeuw meer te bekennen.

Pont de Normandie

Na via de enorme Pont de Normandië de Seine te zijn overgestoken arriveren we in Honfleur, een van de schitterende vissersdorpjes in Normandië. Op de camper plek waar zich in andere jaargetijden zeker zo’n 150 campers bevinden staan er nu slechts tien dus we hebben alle mogelijkheid een mooi plekje te zoeken en lopen niet veel later rond door de pittoreske smalle straatjes over keitjes en langs schilderachtige huizen. Wat een verschil met de zomermaanden wanneer deze plaats overladen is met toeristen. Nu, met temperaturen onder het vriespunt en een ijzige wind, lopen we er bijna alleen rond. Nadeel is wel dat veel winkeltjes dicht zijn.

 

Middeleeuwse klokkentoren Honfleur

Maar de grootste Franse houten kerk Sainte Catherine, met zijn apart staande klokkentoren is wel open en te bezichtigen. Om 6 uur komen we bij een eettentje waar Kebab verkocht wordt. Beiden vinden we dat heerlijk dus snel zoeken we een plaatsje in de volledig lege ruimte die net opengegaan is en genieten van een heerlijk maal. De laatste 10 minuten teruglopen naar de camper zijn niet erg want, opgewarmd door het binnen zitten en het smakelijke eten, lukt dat goed. We hebben de isolatiemat vanmiddag toen het zonnetje nog scheen al over de voorruit aangebracht dus kunnen binnen ons meteen opwarmen en genieten van onze boeken.

‘s Nachts vriest het enkele graden en donderdagochtend worden we wakker in koud winters landschap beschenen door de opkomende zon. Terwijl ik naar de bakker loop, in Frankrijk moet je natuurlijk iedere dag een vers stokbrood halen, haalt Dick de isolatiemat weg en in het warme zonnetje beginnen we de dag goed met vers stokbrood en koffie. We vullen ons water bij (dat is op deze camperplek aanwezig) en dumpen ons black- en grey water en rijden dan verder door verstilde Franse stadjes waar het enige verkeer bestaat uit een groot everzwijn dat voor ons de weg oversteekt.

Rondom het Memorial in Caen zijn bouwwerkzaamheden en de camperplek is niet echt aanlokkelijk dus rijden we verder naar Arromanches les Bains waar we in het centrum een plekje vinden. Graag wil ik het strand op om naar de caissons te lopen die de geallieerden hier in juni 1944 dropten om zo een tijdelijke haven te creëren waardoor troepen en materieel aan land gebracht konden worden en zo de bevrijding van Europa in gang gezet kon worden. Helaas, het water staat tot aan de boulevard en we kunnen de caissons die zich nu grotendeels onder water bevinden alleen vanaf de kade aanschouwen. Na enkele caches te hebben gezocht en gevonden lopen we terug door het uitgestorven Arromanches en na enig beraad besluiten we door te rijden naar Barfleur, een klein havenstadje in de noordwestelijke punt van Normandië en behorend tot de mooiste dorpen in Frankrijk. Daar we er in Aromanches al een wandeling van twee uur op hebben zitten komen we pas om 4 uur in Barfleur aan. Naast het haventje, tegen de zeedijk, vinden we ons plekje voor de nacht tussen enkele op de wal liggende vissersboten. Net als overal waar we komen is het stil, doodstil en alleen de plaatselijke vissers zijn op de kade aanwezig om hun netten in orde te brengen voor de volgende afvaart.

Eb in de haven van Barfleur

Die laat nog even op zich wachten want voorlopig liggen alle schepen in de haven droog. Ze zullen tot hoog water moeten wachten om weer vaarbaar te worden. Hoewel het nog steeds koud aanvoelt, het loopt tegen het vriespunt, er waait een harde ijzige wind en de zon is achter de wolken verdwenen, genieten we toch van dit gezellige stadje en het uitzicht op de zee. Omdat het inmiddels is begonnen te schemeren zien we de vuurtoren van Gatteville die met zijn lichtstralen de zee maar ook onze tegen de dijk staande camper met zijn felle licht beschijnt. Ik denk niet dat er een stillere plek bestaat dan hier langs de zeedijk omringt door zee en verder niets. We slapen dan ook als rozen en worden vrijdag 25 januari pas om 8 uur wakker. Buiten is het wat mistig maar de wind is eindelijk gaan liggen en het is 7 graden. Heerlijk weer om naar de bakker in het dorp te wandelen om ons een baquette te verschaffen zodat we kunnen ontbijten. Om 9.15 rijden we de twee kilometer naar Gatteville waar we aan de voet van de Phare ook de nacht hadden kunnen doorbrengen op een schitterende plek aan zee maar wel iets voor warmere dagen.

Phare de Gatteville

Helaas is deze tweede hoogste vuurtoren van Frankrijk, bijna 75 meter hoog, gesloten. Alleen aan de buitenkant kunnen we hem bewonderen. Maar wel liggen hier een paar caches die we, lopend over het strand, natuurlijk eerst zoeken voor we onze weg vervolgen. Naar Fermanville waar het niet aanlokkelijk is om te blijven, het is inmiddels begonnen te miezeren, zodat we uiteindelijk in Cherbourg, naast het ferry-terrein, een camperplek vinden. Niet alleen is deze camperplek heel gunstig gelegen, op loopafstand van het stadje Cherbourg, ook is er water en dumpgelegenheid. Elkaar aankijken is al voldoende om te besluiten hier te blijven.

 

Op weg naar het centrum met leuke winkeltjes staan we even stil bij het monument voor de Titanic die in 1912 vanaf deze plek vertrok om in de diepten van de zee ergens in de nieuwe wereld zijn einde te vinden. Gelukkig bestaan er caches anders waren we nooit van dit gegeven op de hoogte geweest. De rest van de middag dwalen we door de straten van het centrum van Cherbourg en kijken rond. Terug bij de camper gaan we niet meteen luieren maar halen water om het ergste vuil van de camper te poetsen. De afgelopen dagen met sneeuw en regen waren funest voor het uiterlijk van de camper en dat willen we eerst fatsoeneren alvorens tegen de avond opnieuw naar de binnenstad te lopen waar we werkelijk voortreffelijk eten in een onooglijk eettentje. Helaas is de “Cité de la Mer” dicht in dit jaargetijde. Wel jammer want graag hadden we het aquarium evenals de zich hier bevinden Franse onderzeeër bezocht. Nu zullen we morgenochtend verder reizen. Maar er is weer een reden om terug te keren. Zaterdagochtend, 26 januari, is het nog steeds aangenaam weer en de temperatuur ligt rond de 8 graden.

Stalletje in Cherbourg

Op weg naar de bakker kom ik langs een kraampje vol met krabben en kreeften. Er is veel belangstelling voor en de visserskraam heeft veel aanloop. De dieren zien er dan ook erg vers uit en komen waarschijnlijk zo uit zee. Zelf laat ik de krabben en kreeften voor wat ze zijn, de bereiding ervan is niet mijn sterkste punt. Om 10 uur, na nog onze watertank gevuld te hebben, zetten we onze tocht langs de kust voort. We rijden nu in het uiterste puntje van Normandië. Helaas miezert het als we onderweg zijn, in ieder geval is het niet echt aanlokkelijk om hier in de buurt te stoppen en een overnachtingsplek te zoeken. In Auderville, de andere punt, gaan we wel even kijken en zien midden uit zee een vuurtoren uit de over zee hangende mist opdoemen. Tegelijkertijd worden we op onze telefoons welkom geheten in het Verenigd Koninkrijk. We verwonderen ons, zo dichtbij is Engeland toch niet maar na het goed bekijken van de kaart zien we dat, niet echt ver van de kust verwijderd, de kanaal eilanden Alderley, Guernsey en Jersey liggen. Het brengt ook Engelse radio zenders binnen ons bereik. Niet echt vervelend want de Franse zenders zijn weliswaar goed voor onze taalkennis, maar er wordt enorm veel gekletst en weinig goede muziek gedraaid terwijl deze krachtige Engelse zender heerlijke Ierse muziek laat horen, echt passend bij het landschap wat we nu doorkruisen. We rijden over een zeer smalle kustweg. Het is maar goed dat er geen toeristenverkeer is en komen aan bij de “Nez de Jobourg” in zee uitstekende kliffen met hoogtes tot 128 meter, behorende tot de hoogste van Continentaal Europa. Natuurlijk lopen we naar de kliffen toe. Door de vele bewolking weet zo nu en dan een enkele zonnestraal door te dringen zodat we genieten van de smalle paadjes die ons dichter bij de klif brengen. Gelukkig is het droog want op sommige plekken verdwijnen de kliffen wel steil onder ons maar langzaam komen we dichter bij de “Nez” waar zich twee caches bevinden. Na de vondst van één cache klim ik alleen het laatste stukje naar boven. Dick houdt het voor gezien en loopt langzaam terug maar blijft wel een oogje in het zeil houden. Door mijn fel oranje jack is dat niet zo moeilijk en hij kan mijn vorderingen goed volgen. Terwijl ik langs de kliffen loop, helemaal alleen want buiten Dick en mij is er niemand te bekennen, overvalt mij een geluks gevoel. Dit is waarom ik regelmatig aanvallen van “zwerfdrift” heb en weg wil van huis. Dit is leven, één zijn met de natuur en Dick hoort, vanaf boven op de klif kijkend, mijn vreugde kreten aan. Door en door verkleumd, maar zeer voldaan, arriveren we uiteindelijk terug bij de camper. Hier komen we zeker terug in een iets warmer jaargetijde. Niet alleen om die ene cache te zoeken die ik uiteindelijk niet kon vinden, maar ook om de hier aanwezige legendarische grotten te bezichtigen.

Net breed genoeg voor de camper

Via zeer smalle weggetjes, door haakse bochten waar de camper net niet de huizen en stenen muurtjes raakt (Dick is gelukkig een uitstekend chauffeur) arriveren we tegen vier uur in Carteret. De wind is inmiddels in storm veranderd en de gevoelstemperatuur daalt tot ver onder het vriespunt. Het is even zoeken in Carteret voordat we het plekje vinden waar de camper enigszins beschut tegen de storm staat. Dan lopen we naar buiten om de omgeving te verkennen en natuurlijk wat caches te zoeken. Je voelt je hier teruggezet in de tijd. Carteret is de plek waar de Parijzenaars in vroeger eeuwen naar toe kwamen om vakantie aan zee te vieren. De ouderwetse badhokjes staan nog tegen de kliffen. De zandstranden zijn, nu het laag water is, goed beloopbaar. We dwalen rond samen met een enkele diehard die ook de storm en kou trotseert. Beklimmen de kliffen, kijken neer op onze in de diepte staande camper en wandelen via de boulevard naar het stadje. We moeten immers weten waar de bakker zich bevindt. Uiteindelijk zijn we als het donker wordt terug bij de camper waar we een simpele maaltijd bereiden en daarna genieten van onze spannende boeken.

Zondag worden we pas om half negen wakker. De storm raast nog in volle hevigheid en het is zwaar bewolkt. Geen weer om de kilometer naar de bakker te lopen dus, nadat we ons gedoucht hebben, rijden we met de camper naar de bakker en ontbijten op een pleintje in het centrum. Om 10.15 uur rijden we weg over binnenwegen naar Pontorson. In dit jaargetijde een uitgestorven stadje, 10 km van Mont Saint Michel. Hoewel het weer in de middag wat opklaart vallen er regelmatig regenbuien zodat we na een blik op de weersverwachtingen van morgen besluiten om nu niet meer naar de Mont te gaan maar in Pontorson rond te lopen. Morgen wacht Mont Saint Michel op ons. Veel is er niet in Pontorson te doen maar de parking bij de Carrefour is groot en daar waar we staan zijn we beschut tegen de harde wind. Doordat alle winkels dicht zijn is het op de camperplek doodstil en we slapen diep. Maandag 28 januari staan we pas om 8.30 op. We hebben bijna het klokje rond geslapen. Nadat we heerlijk met vers stokbrood hebben ontbeten maken we ons klaar om naar de bushalte te lopen. Het waait nog heel hard en we hebben weinig zin om tegen deze koude wind in naar Mont Saint Michel te fietsen. Natuurlijk staan we veel te vroeg bij de bushalte, nog geen 200 meter verder, maar na 10 minuten kleumen, arriveert toch de bus en binnen 15 minuten stappen we uit op de brug om het laatste stukje naar de Mont te lopen.

Zicht op Mont St. Michel

Ondanks het feit dat we al een aantal malen op deze plek geweest zijn blijft de Mont met zijn hoog uittorende abdij zeer indrukwekkend. Het is geen wonder dat deze Mont Saint Michel een symbool van Franse nationale eenheid werd. Al voor het jaar 1000 werd op de in zee uittorende rots een heiligdom gebouwd ter ere van de aartsengel Michael wat uitgroeide tot een van de belangrijke christelijke bedevaartsoorten. Vandaag gaan wij de prachtige abdij ontdekken. Door een wirwar van smalle steile straatjes, volgens de gendarmerie zitten we op de goede weg, klimmen we omhoog naar de abdij. Stonden er bij eerdere bezoeken urenlange rijen, nu loopt er een eenzame Japanse toerist rond en kunnen we, na een veiligheidscontrole van mijn rugzak, direct doorlopen. De abdij is gebouwd over drie niveaus en ontzaglijk groot. We dwalen bijna alleen rond in dit immense complex, door de abdijkerk, kloostertuin, kloosterruimtes, gangen en cryptes.

Eetzaal in de Abdij St. Michel

Van zalen met ranke slanke pilaren komen we in zalen met enorme pilaren. De lichtinval is fascinerend. Verbijsterd kijken we rond. Deze abdij is een betoverende bezienswaardigheid met unieke architectuur en het is geen wonder dat deze abdij in de middeleeuwen beschouwd werd als de afspiegeling van het paradijs. We genieten enorm van het ronddwalen en kunnen, ondanks de barre kou die overal heerst, geen genoeg krijgen van deze ontdekkingstour. Pas na meer dan 2 ½ uur verlaten we dit complex en lopen langzaam door de smalle steile straatjes weer terug naar de toegangspoort. Eten slaan op de Mont maar over. Veel restaurantjes zijn op deze maandag dicht en de prijzen van de (soms zeer simpele) maaltijden zijn torenhoog. Daar het opkomend water is kunnen we helaas niet meer de buitenzijde van de Mont rondlopen. Mogelijk ook geen strak plan met de huidige temperaturen, maar wel jammer want hier bevindt zich ook nog een cache. Na nog een laatste blik op dit monumentale monument, sinds 1979 werelderfgoed van Unesco, lopen we terug naar het einde van de brug die het eiland met het vaste land verbindt. We komen erachter dat onze bus net vertrokken is en de volgende pas over twee uur vertrekt dus in een van de horecagelegenheden bij de grote parkeerterreinen zoeken we een restaurantje op. De prijzen hier zijn duidelijk aangenamer en we genieten van ons Franse menu. Uiteindelijk, na ook nog even heerlijk genoten te hebben van het heerlijke zonnetje, zijn we kwart over 4 weer terug bij de camper. We doen nog wat inkopen en warmen ons dan op bij de kachels, die op volle tour draaien. Deze fascinerende dag zal ons nog lang bijblijven. Dinsdag 29 januari is het weer tijd de terugreis te aanvaarden. In tegenstelling tot gisteren is de lucht grauw en bewolkt. Op de autoweg lichten borden op met de tekst “pas op sneeuwval verwacht” dus we besluiten onze route naar het noorden aan te passen en opnieuw de kust te volgen. Enkele camperplekjes langs de kust zijn gelet op het weer, koude wind en natte sneeuw, niet echt aangenaam maar uiteindelijk vinden we naast de kerk in het stadje Berneval Le Grand een mooi plekje. Net op tijd want het begint te sneeuwen. Helaas is alles uitgestorven en zelfs de pizzaboer maakt geen pizza’s, dus van uit eten komt niets maar met een kop soep en wat Franse kaas zijn we ook tevreden. Midden in de nacht worden we wakker door de enorme wind die rond de camper waait en de camper heen en weer laat deinen. Overal om ons heen is het wit. Zelfs hier vlak aan de kust is de sneeuw blijven liggen. Niet voor heel lang want als we woensdag 30 januari opstaan is praktisch alle sneeuw verdwenen hoewel het slechts 2 graden is. Na een heerlijk ontbijt met (natuurlijk) vers stokbrood rijden we weg en langzaam zien we het uit helderen. Steeds meer blauwe lucht verschijnt voor en boven ons en de zon warmt ons heerlijk op. Als we Boulogne doorrijden zien we in de verte witte kliffen opdoemen aan den einder. Meer aanmoediging hebben we niet nodig om de kustweg te vervolgen, op naar een van de hoog boven zee uitstekende “Caps”. Helaas blijkt de weg geblokkeerd maar vlakbij Wissant lukt het ons wel een schitterende blik te werpen over het kanaal met zijn drukke scheepvaartverkeer én de witte krijtrotsen van Dover aan de overkant. Een prachtige aanblik.

Beschermde ingang Kanaaltunnel

Verder voert de weg ons langs de kust, naar Calais en Dunquerque, langs de hekken die de Kanaaltunnel tegen vluchtelingen beschermt en even later passeren we de grens met België. Terwijl we verder van de kust afrijden neemt de bewolking toe en als we in Grobbendonk arriveren sneeuwt het. Het verhindert niet dat we nog even rondlopen door het stadje. Altijd handig te weten waar zich bakker en eettentjes bevinden. ’s Avonds, inmiddels bevinden we ons opnieuw in een witte wereld, eten we de Belgische specialiteit: fritekes met stoofvlees. Het smaakt voortreffelijk en omdat er een zodanige hoeveelheid eten is verstrekt, ook genoeg voor een maaltijd morgen.

 

Gelukkig hebben we in Cherbourg onze watertank volledig vol kunnen gooien zodat we donderdagochtend 31 januari nog steeds voldoende water hebben om te douchen en af te wassen. Over besneeuwde binnenwegen, ja overal ligt sneeuw, rijden we langzaam noordelijk en zijn half 12 weer thuis. Hoewel de camper stinkend smerig is besluiten we de buitenkant, gelet op de nog vieze wegen, nu niet te wassen. Dat zal moeten wachten tot over twee weken wanneer we met Wim en Marjo even op stap hopen te gaan om net over de grens in Duitsland te gaan geocachen. Dat betekent dat Dick om twee uur de camper al naar de stalling kan brengen.

Geplaatst in EUROPA | 2 Reacties

MARYLAND and VIRGINIA (English version)

Maryland and Virginia, April 25thuntil April 28th2018

When we wake up, it’s raining, but fortunately last night’s thunderstorm is gone. This is not the weather to be outside so we stay in our room and use the time to do our administration, I am translating while Dick publishes. That’s why we don’t leave our hotel till half past 12. Meanwhile the rain stopped but the sky is grey and cloudy. It’s 54 degrees but not really cold, we only need a jacket.

View on Baltimore Harbour

We drive to the harbor to ask Pride or we can deliver our RV tomorrow. Katrina, the one who takes care of the shipping, is not present so we drive to downtown Baltimore. When we arrive at Barnes & Noble (finally I find a new 18 month planner) I phone with Pride.

I am very tense as Katrina says she has nothing of the shipment of our RV but fortunately, after some searching, she finds a file with our name. Tomorrow we can deliver our RV. We walk along the inner harbor of Baltimore. There are few tourists and all the boutiques, just like a year ago, are still covered behind plastic, and eat at Five Guys. As always there is so much food that we have to walk around to digest. Fortunately, there are some caches in the neighborhood. It brings us to the highest roof on two parking garages from where we can look over Baltimore before driving back to our hotel. The rest of the evening, we read and talk. Thursday April 26th, the sun shines and the sky is blue. I set the alarm clock at 6.15 am but we wake up at 6 am, so at 7 am we drive to the port in Dundalk. Dick with the rental car and I drive our RV. It is strange because this year Dick did the majority of our driving, 34500 miles. We’re lucky because, despite the road works just before the toll bridge, the traffic jam is at the other side of I-695.

 

Paperwork at Pride Agency

Of course we arrive too early at Pride, its 7.45 am but when we arrive at the office, already 2 couples are waiting. Pride opens at 9 am so we have all the time to talk to each other. The four will start their 6 month’s trip today, we leave. After the necessary paperwork and payment (we’re forgotten that we had to pay in cash and hardly have the money) we walk to the RV. TWIC service arrives moments later and escort Dick and the RV to the port. Unfortunately I am not allowed to come with and wait outside in the parking lot. No punishment because the sun is shining and in the lee of the parked cars it’s nice and warm. I even roll back my pants and sleeves. Dick returns after two hours, normally it’s shorter. Not because there were problems with the paperwork or the RV, but because there was no place to park the RV. It took a long time to find a place. The paperwork took less time. Dick has to replace the door handle (we took it away) so a policeman can have a look inside the shower and the bed. After one glance he says it’s in OK and again Dick can close the connecting door.

 

Lighthouse Havre de Grace

It’s now 11.30 am and we decide not to drive to Delaware. After our last Sonic milkshake we drive to the old town of Belair, MD where we walk around and then we enjoy the Chesapeake Bay in Havre de Grace, MD. At the bay is a beautiful lighthouse, built in 1827 where 4 generations of lighthouse keepers took care. In 1920 it’s equipped with an automated system and stayed in service until 1975.

The sun is shining but because of the wind it’s not warmer than 63 degrees. End of the afternoon we are back in our hotel room where we still enjoy the sun in our room. We eat the leftover Chinese food, drink our last glass of wine and read on in our thrilling books. Friday April 27ththe sky is covered, no sun is shining and it rains when we wake up at 7 am. While having breakfast, we do our last laundry and I skype with auntie Ank for more than an hour. Once the laundry is done we pack our bags and at 11 am we leave our great hotel in Linthicum with two bags of each 32 pounds and two backpacks of each 18 pounds.

 

Putting on compression Socks

In Columbus, MD, we stop at REI, where we look around. I find beautiful bright yellow compression legs. They are not only beautiful in color (at least I like it) but are also on rollback. For a long time I want these for the plane, I will try them tonight.

Of course we also go to Walmart for the last time, have toast with cheese in our car for lunch and drive to Dulles International Airport. At 4 pm we arrive at the car rental, where we leave our Hyundai Tucson and moments later we are on the bus to the airport. There we only have to wait 10 minutes before we check in at Iceland Air. Unfortunately we are unable to get two chairs next to each other. Yesterday the computer also refused us to have two chairs. Now we sit 9 rows apart.

Last meal in The Kitchen by Puck Wolfgang

 

 

After the security checks we go to a restaurant where we have great food and at 8 pm we already board the aircraft. Thanks to the fact that Dick is placed between a couple (they give him the aisle chair) one of my fellow passengers wants to exchange seats, so during our 5 hour flight to Iceland we sit next to each other.

We’re glad we had a great meal at the airport as Iceland Air doesn’t serve (free) food and only once brings one soda. The movies are good and thrilling so we have not much sleep, only 2 ½ hours, before we land at Reykjavik.

 

 

 

Welcome at Schiphol International Airport

 

On the airport we have time to drink a coffee and visit the restrooms before we board the next flight, bringing us three hours later in Amsterdam.

Hannah and Auntie Ank are waiting for us. After drinking coffee together and talking, we take the train back home and arrive at 3.30 pm. Our house is still there thanks to the good care of Danielle. It’s strange to be back home but it feels good.

 

 

 

Now back home we have time to look after some facts.

Overnight places on: Total: 335 nights
Campgrounds   70 nights
State, County & National Parks 138 nights
Private parkings & Parkings 116 nights
Hotels / Motels   11 nights
Fuel consumption For 55.200 km / 34.392 mile
Diesel for RV including the diesel heating 6480 liter / 1714 gallon
Propane heating and cooking 442 liter  /   117 gallon
Gasoline generator 45 liter   /    13 gallon
Expense in %
Food in RV 20 %
Food in restaurants 10 %
Overnight stay 14 %
Fuel total 15 %
Maintenance RV  9 %
Attractions  3 %
Household  6 %
Others 23 %
Pictures on camera
In Gigabyte 192 Gb
Number of on camera 36.767
Pictures on Iphone
In Gigabyte 9.5 Gb
Number of on Iphone 3.692

 

Geplaatst in USA en CANADA 2017-2018 | Reacties uitgeschakeld voor MARYLAND and VIRGINIA (English version)

MARYLAND en VIRGINIA

Maryland and Virginia, 25 tot 28 april 2018 

Als we wakker worden regent het, maar de bui van vannacht, met onweer, is gelukkig overgedreven. Dit is niet het weer om erop uit te trekken dus blijven we langer in ons hotel en gebruiken tijd om administratie te doen, ik maak mijn vertaling af terwijl Dick weer eens publiceert. Het maakt dat we pas tegen half een uit het hotel vertrekken. Inmiddels is de regen gestopt maar de lucht blijft grijs en bewolkt. Het is 12 graden en niet echt koud, met een jack is het goed te doen.

View on Baltimore Harbour

We rijden eerst naar de haven toe om te vragen of we morgen onze camper kunnen wegbrengen maar bij Pride, de verlader, is Katrina niet aanwezig dus rijden we door naar de binnenstad van Baltimore. Als we even later bij Barnes en Noble lopen, ik vind daar eindelijk een nieuwe 18 maanden-agenda, bel ik met Pride. Ik word toch wel erg gespannen als Katrina niets heeft van de verscheping van onze wagen maar gelukkig, na even zoeken, vindt ze toch een map met onze naam, morgen kunnen we onze camper brengen. We wandelen op ons gemakje langs de binnenhaven waar zeer weinig toeristen zijn en alle winkeltjes, net als een jaar geleden, nog steeds in de steigers staan. Bij Five Guys gaan we lekker eten. Zoals altijd is het zoveel dat we daarna extra moeten rondlopen om ons eten te verteren. Gelukkig zijn er een paar caches in de buurt. Het brengt ons naar het hoogste dak van twee parkeergarages vanwaar we Baltimore vanuit de lucht kunnen bewonderen en rijden daarna terug naar ons hotel. De rest van de avond lezen we en praten we. Donderdag 26 april schijnt de zon volop. Ik heb weliswaar de wekker om 6.15 gezet maar om 6 uur zijn we klaar wakker dus rijden we iets over zevenen al naar de haven in Dundalk. Dick met de huurauto en ik met de camper. Het is weer even wennen want Dick heeft deze vacantie toch het merendeel, van de 55.200 km die we hebben afgelegd, gereden. We hebben geluk want ondanks de wegwerkzaamheden net voor de tolbrug, hebben we geen last van druk verkeer. De files staan allemaal aan de overzijde van de I-695.

 

Paperwork at Pride Agency

Natuurlijk zijn we veel te vroeg bij Pride, 07.45 uur, maar als we naar het bureau lopen blijken daar al 2 echtparen te staan. Pride gaat pas om 9 uur open dus we hebben alle tijd om gezellig met elkaar te praten. Voor beiden gaat een reis van een halfjaar pas starten.

Na het benodigde papierwerk en betaling (waren vergeten dat we ook moesten betalen en redden het maar net met ons contant geld) lopen we naar de camper waar even later de Twic escorte aankomt en Dick naar de haven begeleidt. Ik blijf buiten op de parking wachten. Geen straf want de zon schijnt volop en in de luwte van de geparkeerde auto’s is het hier goed uit te houden. Ik stroop zelfs mijn broekspijpen en mouwen op zo warm is het buiten. Dick komt pas na twee uur terug. Niet omdat er problemen waren met de aflevering, maar omdat pas na lang zoeken een plekje gevonden was waar de camper neergezet kon worden. De papieren in orde maken kostte veel minder tijd. Dick moet wel even het (weggehaalde) handvat aan de tussendeur opnieuw bevestigen zodat een politieman in de douche en het bed er achter kan kijken, maar na één blik is alles in orde en kan de tussendeur weer worden afgesloten.

 

Lighthouse Havre de Grace

Doordat Dick pas half 12 terug is besluiten we niet meer naar de staat Delaware te rijden maar, na een laatste Sonic milkshake gaan we naar het oude stadje Bel Air waar we in het zonnetje rondlopen en daarna genieten we aan het water van de Chesapeake Bay in Havre de Grace, Maryland. Aan de haven staat een mooie vuurtoren die gebouwd is in 1827 waar 4 generaties vuurtorenwachters voor hebben gezorgd en in 1920 is voorzien van een geautomatiseerd systeem en vervolgens dienst heeft gedaan tot 1975. De zon schijnt volop en omdat het waait wordt het niet warmer dan 18 graden. Pas eind van de middag zijn we weer terug in onze hotelkamer waar we heerlijk nog lekker van de zon genieten die in onze kamer schijnt. We eten het restje Chinees, drinken ons laatste glas wijn en lezen verder in onze spannende boeken. Vrijdag 27 april is er geen zonnetje meer te zien en het regent het als we om 7 uur wakker worden. Terwijl we ontbijten, draaien we onze laatste was en het lukt ook nog om gezellig meer dan een uur met tante ank te skypen. Zodra de was droog is pakken we onze tassen en om 11 uur rijden we weg uit ons heerlijke hotel in Linthicum met twee tassen van elk 16 kilo en twee rugzakken van elk 9 kilo.

 

Putting on compression Socks

In Columbus stoppen we bij REI, een buitensportzaak, waar we gezellig nog even rondkijken en ik prachtige felgele compressie kousen zonder voet aanschaf. Ze zijn niet alleen mooi van kleur (dat vind ik tenminste) maar ook afgeprijsd en al lang wil ik voor in het vliegtuig zulke kousen hebben. Kan ik ze mooi vannacht uitproberen. Natuurlijk lopen we ook nog even door Walmart en eten in de auto onze laatste toast met smeerkaas op alvorens op ons gemakje binnendoor naar Dulles International Airport te rijden. Pas om 4 uur zijn we bij de autoverhuur, waar we de huurauto achterlaten en even later worden we door de bus naar het vliegveld vervoerd. Daar hoeven we maar even te wachten voor we kunnen inchecken bij Iceland Air. Helaas lukt het niet om twee stoelen naast elkaar te krijgen. Ook gisteren weigerde de computer ze ons toe te delen. We zitten nu 9 rijen van elkaar verwijderd.

 

Last meal in The Kitchen by Puck Wolfgang

 

Na de veiligheidscontrole gaan we lekker in een restaurant zitten waar we meer dan voortreffelijk eten en om 8 uur kunnen we al boarden. Dankzij het feit dat Dick tussen een echtpaar geplaatst is en dus een plek kan opschuiven waardoor hij naast het gangpad zit, wil mijn medepassagier wel met hem ruilen zodat we de 5 uur lange vlucht naar IJsland toch naast elkaar kunnen zitten. Gelukkig hebben we op het vliegveld voortreffelijk gegeten want bij Iceland Air wordt helemaal geen maaltijd geserveerd en slechts eenmaal krijgen we een frisdrank te drinken. De films zijn wel erg spannend met als gevolg dat we slechts 2 ½ uur slaap pakken alvorens in Reijkjavik te arriveren.

 

 

 

Welcome at Schiphol International Airport

 

Daar hebben we net even de tijd om koffie te drinken en het toilet te bezoeken en boarden dan al weer de volgende vlucht die ons drie uur later in Amsterdam aflevert. Hannah en tante Ank staan ons glunderend op te wachten. Nadat we gezellig samen koffie hebben gedronken pakken we de trein naar huis waar we half 4 arriveren. Ons huis is dankzij de goede zorgen van Danielle nog steeds aanwezig. Het is vreemd, maar ook heerlijk, om weer thuis te zijn.

 

 

Tenslotte nog een aantal feiten en wetenswaardigheden op een rijtje:

Overnight places on: Total: 335 nights
Campgrounds  70 nights
State, County & National Parks 138 nights
Private parkings & Parkings 116 nights
Hotels / Motels   11 nights
Fuel consumption For 55.200 km / 34.392 mile
Diesel for RV – includes diesel heater 6480 liter / 1714 gallon
Propane heating and cooking 442 liter  /   117 gallon
Gasoline generator   45 liter   /    13 gallon
Expenses in %
Food in RV 20 %
Food in restaurants 10 %
Overnight stay 14 %
Fuel total 15 %
Maintenance RV  9 %
Attractions  3 %
Household  6 %
Others 23 %
Pictures on camera
In Gigabyte 192 Gb
Number of 36.767
Pictures on Iphone
In Gigabyte 9.5 Gb
Number of 3.692

 

Geplaatst in USA en CANADA 2017-2018 | 2 Reacties