Er heerlijk op uit, april 2025
Begin maart gaan we naar de landelijke dag van het Genootschap van St. Jacob in Utrecht. We zijn iets te vroeg maar dat komt omdat ik altijd even tussen de oude boeken van het genootschap wil snuffelen met als resultaat dat ik een aantal boeken koop. Tijdens het lezen kan ik me al in de mystieke sfeer van de camino onderdompelen. Na de openingsspeech wonen we verschillende lezingen en presentaties bij. Nu zijn we echt in de wereld van de Camino de Santiago beland.
Inmiddels hebben we besloten dat ik toch weer ga lopen en wel de “Camino Primitivo”. Het is de oudste pelgrimsroute en net nadat in de 9e eeuw het graf van apostol Jacobus was ontdekt werd deze route door koning Alfonso II van Asturie gelopen. Deze camino start in Oviedo en loopt dwars door het ruige berggebied van Asturië en Galicië.
Wanneer ik vertrek is nog niet bekend maar samen met Ilse, Mirjam en Diana haal ik alvast een stempel in mijn credential.
Als we de volgende ochtend thuis zijn gaan we meteen op zoek naar reismogelijkheden naar Oviedo. Trein en vliegtuig worden bekeken en uiteindelijk boekt Dick voor mij de Flixbus.
Nu staat echt vast dat ik 10 mei vertrek, om 11 mei in Oviedo arriveer en dus om 12 mei begin met lopen. Meteen boeken we ook een bed in een slaapzaal van het Green hostel in het centrum van Oviedo.
Dick publiceert een geocache event zodat mede geocachers mij kunnen uitzwaaien.
Dan blijkt er nog een periode van tenminste drie weken zonder afspraken dus, nadat ik mijn te lopen route aan papier heb toevertrouwd, ga ik achter de computer zitten om nog een korte trip te verzinnen. Dick wil graag naar Carcassonne en ik naar Andorra dus ons eindpunt is bepaald en na enkele dagen moeizaam puzzelen is onze route klaar.
Het maken van een route valt niet altijd mee, er moeten bezienswaardigheden zijn, aanwezige geocaches zijn een pré en natuurlijk moet de plaats ook beschikken over een parking waar we met onze Frankia kunnen overnachten.
De tijd vliegt, zo nu en dan heb ik even de tijd om wat te lopen, te weinig naar mijn zin maar het is niet anders. Ook voel ik inmiddels overal pijntjes waar ik normaliter nooit last van heb. Maar Dick zegt dat dat iedere keer het geval is als ik besloten heb om te gaan lopen. Het zal dus wel de spanning zijn dat er weer gepresteerd moet worden.
We hebben gelukkig nog de mogelijkheid een gezellige avond door te brengen met Hannah en Henk.
Eten heerlijke, door Henk zelf gemaakte Pizza in hun mooie huis in Noordwijk en kletsen gezellig.
En dan is het zondag 7 april en halen we de camper. Omdat we bijtijds willen vertrekken en het openbaar vervoer wat minder frequent rijdt op zondagochtend, breng ik Dick met de auto naar de stalling en dan rijden we terug naar huis. Alles wat mee moet staat natuurlijk al klaar in de woonkamer maar desondanks kost het toch altijd een paar uur voordat alles ingeladen en gepakt is. Net voor het middaguur vertrekken we.
De zon staat aan een staalblauwe hemel en we boffen. Desondanks is het niet echt warm want er waait nog een kil windje en de temperatuur komt niet boven de 14 graden.
Als ik onze bestemming in wil zetten blijkt dat dat in mijn hakuna (Garmin navigatie) niet mogelijk. Deze Garmin wil geen kaarten laden of ze is deze op ons vorig uitstapje kwijtgeraakt. Wat ik ook probeer, er is niets mee te beginnen. Er komt slechts een groen vlak met auto en spoorlijn en zo nu en dan verschijnt een wegnummer. Hij heeft toch iets onthouden. Maar noch coördinaten, noch adressen, noch camperplekken verschijnen. Helaas, deze toch wel oude hakuna uit 2011 heeft de geest gegeven.
Gelukkig hebben we al sinds we onze camper hebben twee hakuna’s zodat Dick wel een route kan inzetten. Ik zal het de rest van onze vakantie met google maps op mijn Iphone moeten doen. Heel vervelend maar het is niet anders.
Tijdens de rit wisselen we al van bestemming. Nog steeds gaan we naar Duitsland maar in plaats van naar Dorsten te rijden buigen we eerder af naar Dinslaken. Bij de Rotbachsee is een grote parking waar eerst geen plek is maar als we op de computer kijken waar we dan eventueel naar toe kunnen, rijdt een caravan weg en ook nog een camper en kunnen we op het vrij gekomen plekje gaan staan. We boffen.
We drinken natuurlijk eerst koffie en wandelen dan naar het kleine dorpje vlakbij. Alles is dicht maar wel vinden we een Turks restaurant wat open is en waar ik vanavond eten kan gaan halen. Ook is er een geocache.
Daarvoor moeten we enkele foto’s zoeken die rondom een oude watermolen te vinden zijn. Uiteindelijk wandelen we driemaal een rondje om de molen, bekijken alle plekjes en vinden, op één na, alle foto’s. Gelukkig reageert de cache-owner op onze noodkreet en geeft aan waar de laatste foto te vinden is zodat we uiteindelijk deze cache kunnen vinden.
Omdat het zulk prachtig weer is wil ik eigenlijk nog niet naar binnen en wandel nog even een rondje rondom het meertje. Er liggen ook enkele geocaches dus die kan ik mooi meepakken. Dick vindt het wel goed en blijft lekker in de camper. Om 6 uur ben ik weer terug en haal iets later ons avondeten bij de Turk. Het smaakt heerlijk. Ook bellen we even met Frank die wil weten hoe je de camino adressenlijst kunt vinden. Morgen krijgt hij Jennifer op bezoek die voor het eerst een Camino gaat lopen, de Camino Portugues. Zij kan een dergelijke lijst goed gebruiken.
De volledig bezette parking is inmiddels leeg gelopen. Langs de rand staan alleen nog wat campers die hier de nacht door zullen brengen. Zodra de schemering zijn intrede doet brengen we onze isolatiemat aan voor de voorruit. Het blijkt geen overbodige luxe want het is al aardig afgekoeld en gedurende de nachtelijke uren koelt het nog sneller af en komt de thermometer niet hoger dan 2 graden.
‘s Nachts brandt de kachel volop om te voorkomen dat de vorstbeveiliging van de boiler in werking treedt en al ons kostbare water weg laat lopen. Om dat te voorkomen mag het in de camper niet kouder worden dan 8 graden.
Maandag 7 april staan we om kwart over 7 op. De zon is ook al op en de hemel is blauw. Er lijkt wat minder wind te zijn want het voelt niet echt koud. Desondanks wijst de thermometer slechts drie graden aan. Na een ontbijt van krentenbol en yoghurt vertrekken we. Dat gaat makkelijker dan toen we aankwamen want er staat nu geen enkele auto op het grote parkeerterrein. We hoeven vandaag niet zo ver te rijden want onze bestemming is Elsdorf, slechts 90 km verderop.
Om half 11 rijden we de parking bij de sportvelden op. Opnieuw boffen we want alleen de vrachtwagencamper die hier een maand geleden ook stond, staat nog geparkeerd dus we kunnen staan. Er bevinden zich hier namelijk slechts twee plekken. Door de aanwezigheid van bomen hebben we geen tv ontvangst op de gemarkeerde plek dus verzetten we toch onze camper en rijden die buiten het gemarkeerde vak. Nu hebben we wel ontvangst. We gaan wel zien of dit problemen geeft. Natuurlijk drinken we een koffie en dan haalt Dick de fietsen uit de garage en ik zet alle tassen, de accu’s en andere benodigdheden zoals de hengel klaar. Nadat we bepakt en beladen zijn en de camper goed is afgesloten, vertrekken we. De zon schijnt volop, de lucht is staalblauw en de thermometer geeft 15 graden aan, dus het is heerlijk fietsweer. Aan de hand van de door ons te voren uitgeprinte route van geocaches volgen we onze weg door de buurstadjes van Elsdorf. Hier liggen namelijk allemaal challenge caches en die willen we heel graag vinden. Naast dat je een geocache moet zoeken moet je ook nog aan andere vereisten voldoen om de cache te mogen loggen. De meeste caches hangen in de bomen en we moeten hengelen om ze uit de bomen te vissen. Gelukkig zijn de bomen nog niet vol in blad anders is het geen doen.
We stoppen nu wel aan het einde van de enorme bruinkool mijn en bewonderen de diepte ervan. Het is de bedoeling dat deze bruinkoolmijn vanaf 2030 dicht is en dat het enorme gat van deze Hambachmijn gevuld wordt met water uit de Rijn.
Dat onder water zetten kost, gelet op de omvang en de enorme diepte van de mijn (400 meter zeker), enkele decennia. De verwachting is dat pas over 20 jaar er een Hambach meer zal zijn.
Na zo’n 28 km fietsen hebben we alle caches die we wilden vinden gevonden en arriveren we weer bij de camper. Terwijl Dick de fietsen opbergt loop ik nog even naar de winkel die zich niet ver van de camper bevindt en koop daar de ingrediënten voor ons avondmaal: filetlapjes, aardappelsalade en komkommer. Het smaakt allemaal prima. Als de zon prachtig rood onder gegaan is brengen we onze isoleermat voor de ruit aan. ‘s Nachts koelt het enorm af en met twee graden is het echt te koud zonder isolatie. De rest van de avond kijken we tv tot we rond 10 uur naar bed gaan,
Dinsdag 8 april appen we eerst mijn zusje Hannah. Die viert vandaag haar verjaardag en wel in Marokko waar ze met een vriendin naar toe is. Dan loop ik naar de Netto om verse broodjes te halen. Als we zo dichtbij winkel staan kan ik dat niet laten. Nadat we heerlijk ontbeten hebben vertrekken we. Dick heeft inmiddels de fiets accu’s aan de lader gezet zodat deze tijdens het rijden geladen kunnen worden. Het is niet echt druk op de Duitse autowegen dus we kunnen goed doorrijden. Alleen in de stad Trier is het druk maar dat is altijd het geval. Gelukkig zijn we er snel door en kunnen we aan het laatste stukje van onze tocht langs de Saar beginnen.
Om 1 uur arriveren we in Mettlach. Er staan al enkele campers en een grote bus staat op ons vaste plekje. Ja, we vinden dat we hier een vast plekje hebben. Gelukkig rijdt de bus al snel weg en kunnen we onze Frankia op zijn plek vooraan zetten. Terwijl Dick de enorme hoeveelheid geocaches uit Elsdorf gaat loggen wandel ik naar het stadje om bij de toeristinfo voor de camperplek te betalen. Die is echter dicht dus na even wachten wandel ik verder. Op de terugweg ga ik er nog wel even langs.
Intussen kan ik mooi wat inkopen doen bij mijn favoriete winkels op de berg. Ik moet immers in beweging blijven voor mijn komende pelgrimage. Winkels zijn een goed doel. Na uitgebreid rond gesnuffeld te hebben wandel ik weer terug naar het dorp. Het is inmiddels 16:50 uur en de toerist office is nog steeds (of weer) dicht. Gelukkig komt iemand vragen of ik nog wat wil. Het blijkt de medewerker van de toerist info te zijn en ik kan toch nog betalen. Er is ook een telefonische mogelijkheid maar die gebruiken wij eigenlijk nooit.
En dan, om half zeven, wandelen we naar de Abtei Brau. Het is er druk maar er is nog een tafeltje vrij en al snel genieten we van de maaltijd met een heerlijk glas vers getapt Abtei brau bier. Het is duidelijk waarom we hier telkenmale terugkeren. Na onze maaltijd genieten we van de heldere, met sterren bezaaide, hemel en na nog even tv kijken, duiken we ons bed in en slapen diep.
Opnieuw is het een koude nacht en vroeg in de ochtend word ik wakker, echt slapen doe ik niet meer. Het zomer dekbed is met de huidige temperaturen te koud. Gelukkig helpt het dekentje wat op onze voeten ligt enigszins. Om 7 uur staan we op en na heerlijk gedoucht te hebben haal ik verse broodjes. Omdat Dick gisteren al enkele gieters water heeft bijgevuld hoeven we na de afwas nog slechts twee gieters aan te vullen. Daar houdt Dick zich mee bezig terwijl ik de toilet-cassette leeg. Uiteindelijk vertrekken we om half negen.
De route naar Hautvillers in France voert via Luxembourg waar we tanken. Dan rijden we best een heel eind België in alvorens we met een grote bocht over smalle Franse binnenwegen in de champagne streek arriveren. Als we aankomen in Hautvillers blijkt dat we hier eerder geweest zijn maar toen zijn doorgereden.
De camperplek is een strook langs een smalle weg waar je kunt parkeren Eigenlijk meer geschikt voor de wat smallere buscampers dan onze camper. Omdat er nu echter niemand staat kunnen we op de eerste plek staan. Als blijkt dat een langsrijdende tractor ons kan passeren besluiten we te blijven staan. Het is inmiddels half twee dus drinken we geen koffie maar pakken meteen onze fietsen en al snel rijden we door de smalle steile straatjes van Hautvillers. We passeren het ene na het andere champagnehuis en ik wil hier zeker nog eens terug om daar wat te gaan proeven. De hellingen in het stadje zijn zo steil dat we regelmatig moeten afstappen en te voet verder gaan. Zelfs in de turbostand lukt het niet boven te komen.
Uiteindelijk bevinden we ons aan de voet van een uitgestrekt bos. Over paden die eigenlijk niet begaanbaar zijn met een fiets ploeteren we naar boven. Grote keien liggen overal op de paden en regelmatig versperren dikke takken en zelfs hele bomen de doorgang.
Grote rupsbanden hebben diepe voren getrokken in de uit bosgrond bestaande paden en bosarbeiders hebben als wilden alle bomen omgehakt en ter plekke laten liggen.
Al met al zijn de paden absoluut niet begaanbaar. Maar ik wil de caches hebben. Bij cache nr. 5 haal ik opgelucht adem. De paden veranderen en worden weliswaar smal maar zijn ook hard en geen sompige massa meer waar je in wegzakt. Helaas blijken nu de aanwezige bomen een goede voortgang per fiets te versperren.
Ze staan zo dicht op het smalle pad dat er geen bochten te maken zijn met de fiets. Dan wordt het pad meer een moeras van bladeren met zo nu en dan diepe moddergaten en gelardeerd met opnieuw veel omgehakte bomen. Weer bestaat onze tocht uit een loopexpeditie in een moeras en dus besluiten we het voor gezien te houden en rijden terug in de richting van de camper.
Ik neem wel nog even een kijkje bij het champagne huis van Dom Perignon en dan ben ik ook weer terug. Het is een wonder dat we niet gevallen zijn op de duizelingwekkende afdaling op het steile, met keien bezaaide, bospad.
Ook al zijn hier nog heel veel geocaches, met een fiets zijn ze absoluut niet te doen.
Met een prachtige rode zonsondergang kijken we uit over de zich nog in winterstand bevindende wijnvelden. Laat gaan we niet naar bed. Beiden zijn we rozig van de buitenlucht en de felle zon.
Om half acht staan we de volgende ochtend, 10 april, op. Het is 7 graden maar de zon schijnt al en de lucht is blauw. Omdat we midden in het dorp een bakker hebben ontdekt wandel ik daar naartoe en even later kunnen we smullen van een heerlijk vers stokbrood. Na een eindeloze afwas, ik snap niet dat we iedere dag zoveel vuil maken, verlaten we dit mooie stadje net ten noorden van Epernay en rijden we zuidwaarts.
Overal in de wijngaarden zijn mensen bezig met de druiven en ik maak foto’s. Naast wijnvelden passeren we ook regelmatig prachtig gele koolzaadvelden. Er zijn nogal wat wegen afgesloten dus we moeten regelmatig omrijden, maar uiteindelijk arriveren we om kwart over 1 bij het wijn museum in Chablis. Op de parking ervoor mogen we de nacht doorbrengen. Als het museum om twee uur opengaat, besluiten we er naar binnen te gaan. Het is een privé museum met enkele leuke en leerzame films over het Terroir van de Chablis wijn. Ook wordt duidelijk verklaard hoe de wijngaarden worden voorbereid op een uiteindelijke oogst en het maken van wijn. Er staan attributen die bijdragen aan het maken van wijn en het is interessant. We lopen helemaal alleen in het museum en uiteindelijk hebben we alles gezien.
Aan het einde krijgen we een proeverij van de verschillende soorten Chablis wijn en een bourgogne wijn. Zelf vind ik de bourgogne lekkerder, deze is fruitiger. Chablis heeft alleen witte wijnen en omdat wij toch meer rood drinken komen we niet in de verleiding om deze wijn te kopen. Daarbij vond ik de witte Rioja Reserva die we van Hannah en Henk kregen, toch lekkerder.
Tijdens het rondlopen door het museumwinkeltje zien we een Opinel picnic set. Ik ben er direct verliefd op. Opinel messen hebben we al eeuwen, ze zijn erg scherp en heerlijk in gebruik. In deze set zit ook een vork en lepel die precies in de kop van het mes passen waardoor je eigenlijk een compleet bestek hebt. Echt iets om mee te nemen op mijn pelgrimstocht. Dick vindt het ook een goede en bruikbare set want hij aarzelt geen moment om deze voor mij te kopen. Ik ben er erg blij mee.
Terwijl Dick de rest van de middag onze in Hautvillers gevonden geocaches gaat loggen loop ik nog even naar het centrum van Chablis. Op de mooie torens aan het begin van de oude stad na is er niet echt heel veel te zien dus na nog een bezoek aan de plaatselijke supermarket wandel ik terug. Ik heb wel een kebabzaak gevonden en om half zeven wandel ik opnieuw terug om daar onze avondmaaltijd te gaan halen.
Het eten smaakt goed. Opnieuw brengen we onze isoleermat voor de ruit aan want ondanks het mooie weer overdag, op een bepaald moment was het zelfs 18 graden, koelt het nu de zon bloedrood is ondergegaan, snel af.
Vrijdag 11 april staan we om half 8 op. De temperatuur is al 7 graden en de zon schijnt. Toch voelt het nog erg koud. We ontbijten met het laatste restje paasbrood en vertrekken dan. Ook nu weer komen we op onze weg overal wegopbrekingen tegen dus we moeten nogal veel “deviation” borden volgen. Nadat ik een bord langs de weg zien met “Sanctuarium Bernadette” besluiten we onze route te laten voor wat deze is en naar Nevers door te rijden. Naast een kanaal vlakbij de Loire is een prachtige plek om te staan.
Het is pas half een dus we pakken onze fietsen om het centrum van Nevers te verkennen. Aan de Loire stoppen we om de snelstromende rivier te bewonderen en rijden dan door de middeleeuwse straatjes naar de grote Cathedraal in het centrum. Zoals bijna overal in France is de kerk open en kunnen we naar binnen. Slechts een klein deel van de kerk is toegankelijk want een groot deel wordt momenteel gerestaureerd. Maar in dit deel zijn wel de schitterende gebrandschilderde ramen te zien. Op zich vinden we de voorstellingen in de ramen niet echt aansprekelijk maar door de felle zon is de gehele binnenruimte van de kerk gevuld met kleuren. Prachtig gewoon. Nadat we de kerk verlaten hebben komen we nog langs een schitterend paleis en dan zoeken we met behulp van het gefotografeerde kaartje wat zich in de kathedraal bevond, onze weg naar het Sanctuarium Bernadette. Het is even zoeken maar dan staan we op de binnenplaats van een groot complex. Het eerste wat we zien is een nagebouwde grot van Lourdes. We zullen dus wel goed zijn. Als we even verder zoeken vinden we een gebouw waar we binnenlopen.
We komen in een kerk waar het lichaam van Bernadette ligt opgebaard. Het ligt er al meer dan een eeuw en is geheel compleet gevonden. Alleen het gezicht en de handen zijn bedekt met een laagje was. Het is bijzonder dit te zien. Buiten dwalen we nog wat door de straten van deze oude stad en steken dan weer de brug van de Loire over om even later bij onze camper te arriveren.
Dick gaat de ramen van de camper poetsen. Dat is geen overbodige luxe in deze tijd van het jaar waar duizenden insecten zich te pletter slaan tegen de voorruit. Ik wandel nog even de buurt in om een cache te zoeken. Ik vind deze niet maar heb wel weer een wandeling in de benen. Het wordt steeds drukker want vlakbij is een stadium waar een rugby wedstrijd gespeeld wordt. De gehele omgeving komt dus al snel vol te staan met auto’s en groepen supporters lopen langs. Geen saaie plek hier aan het kanaal.
Om 7 uur staan we zaterdagochtend 12 april op. Ik wil niet te laat aankomen in Issoire, onze bestemming van vandaag. De camperplek daar is niet echt heel groot en loopt snel vol.
Volgens mij heb ik een blaasontsteking want in tegenstelling tot normaal heb ik slecht geslapen en alle tekenen van een blaasontsteking dienen zich aan. Ik zal er mee moeten leven. Gelukkig heb ik nog een set antibiotica die de dokter me heeft meegegeven toen ik vorig jaar de camino ging lopen. Toen had ik ze gelukkig niet nodig maar nu des te meer.
Om 8:14 uur rijden we weg. Helaas verdwijnt de blauwe lucht van heden ochtend snel en trekken donkere wolken zich steeds verder samen. Al snel rijden we door de regen. Soms harde regen, soms meer miezer. Net voor we Clermont Ferrand naderen verdwijnen alle wolken en komt blauwe lucht tevoorschijn.
Leuk want nu kunnen we de schitterende, boven alles uitstekende, Puy de Dome zien. Jaren geleden toen we hier op een fietsvakantie waren heeft Dick deze top samen met Paul bedwongen. Ik snap nog steeds niet waarom ik toen niet meegegaan ben. Waarschijnlijk waren de heerlijke ijscoupes in het centrum te verleidelijk en was het gezelliger om samen met Inge door het stadje te lopen Nog steeds ben ik een beetje jaloers op Dick die wel deze fietsprestatie geleverd heeft.
Een groot deel van de weg rijden we over een 4-baansweg. Alleen het laatste deel duiken we het binnenland in omdat wegwerkzaamheden en dus een eindeloze file, de omweg ruimschoots compenseren. In Issoire blijkt nog voldoende plek te zijn, we kunnen uitkiezen waar we de camper neerzetten. Dat komt niet vaak voor. We kiezen de eerste plek. Ik ben namelijk nieuwsgierig en kan van hieruit het beste alles om me heen bekijken.
Na een lekkere kop koffie, dat hebben we na 200 km rijden wel verdiend, pakt Dick onze fietsen terwijl ik binnen al onze was verzamel. Zodra de fietstassen gevuld zijn en het waspoeder ingeladen is kunnen we, door smalle steegjes naar het centrum rijden.
Naast de camperplek, bij de supermarket, zijn ook wasmachines maar daar heb ik al twee maal slechte ervaringen mee gehad. Vooral het droogproces laat te wensen over, dus ik neem graag de moeite om naar de echte laverie in het centrum te fietsen.
Zodra Dick alles bij de wasmachines heeft uitgeladen en meegeholpen heeft het wasmiddel in de machines te doen kan ik betalen en wordt het wasproces gestart. Ik ben eigenlijk net op tijd want nu zijn er nog 4 machines beschikbaar. Een half uur later stroomt deze laverie vol en zijn alle machines bezet. Uiteindelijk na drie uur is alles schoon en droog. We laden alles weer in onze fietstassen en rijden terug naar de camper. Natuurlijk is Dick ruim op tijd terug in de Laverie om mee te helpen met het vouwproces. Thuis bergen we alles op en dekken onze bedden met schoon goed. Heerlijk. Daar houden we van.
Terwijl ik het gehele was proces begeleidde heeft Dick de camper gepoetst en gezogen. Ook in de camper is het dus heerlijk schoon.
Inmiddels is het einde van de middag en we doen alleen nog wat inkopen bij de naastgelegen supermarket. Dan buig ik me over de achterstallige administratie. De parking voor campers is inmiddels helemaal volgelopen. Toch is het een voortdurend af- en aanrijden van campers die onverrichterzake moeten omkeren.
Rond zeven uur haal ik een pizza bij een tentje om de hoek. Eerder kan niet want eerst moet de oven op temperatuur komen. Het is niet de eerste keer dat we hier Pizza bestellen en ook nu weer blijkt het een goede keuze. Het kan eigenlijk ook niet anders als de naam van de pizza “carnivoor” is en wij beiden toch echt tot die categorie eters horen.
Zondag 13 april horen we, als we om 8 uur wakker worden, de regen op het dak tikken. Dat is toch een geluid dat we lang niet gehoord hebben. Gelukkig stopt de regen even als we na het ontbijt dumpen en water vullen maar zodra we echt op weg zijn begint het toch weer te regenen.
De afstand naar onze volgende bestemming is slechts 92 km dus om half 12 rijden we Le Puy-en-Velay binnen. Ik heb geen idee of we op de parking kunnen staan die ik in gedachten heb want de website geeft aan dat de maximum lengte daar 7 meter is. Als we arriveren aan de voet van de hoge rots waarop een kapel is gebouwd, blijken er én twee plekken vrij én ook past onze bijna 8 meter lange camper op deze plek. Heerlijk, want ik wil hier heel graag blijven. Al lang wil ik dit oudste Franse bedevaartsoord bezoeken dat te midden van een spectaculair vulkanisch landschap met steile rotsformaties is gebouwd. Bovenop een van de rotsen staat het standbeeld van de Notre Dame de France en op de andere rots, aan de voet waarvan wij nu met onze camper staan, bevindt zich de Chapelle Saint Miguel d’ Aiguilhe. Deze kapel uit de 10e eeuw is alleen bereikbaar via een lange steile trap. Na de koffie klimmen we de bovenstad in. De kathedraal moet natuurlijk bezocht worden. Zeker omdat ik 12 mei a.s. de oudste camino, de Camino Primitivo wil gaan lopen.
Eigenlijk wil ik ook de Aiguilhe, de rotspunt, beklimmen maar als blijkt dat hier de toegang € 8,50 is, vermindert mijn enthousiasme. Daarbij komt dat Dick nooit deze 80 meter hoge rots via eindeloze trappen zal beklimmen en we nu wel samen naar de kathedraal kunnen lopen.
Onze weg voert over hobbelige keitjes. We lopen steil omhoog en verdwalen in de wirwar van smalle middeleeuwse straatjes. Navraag bij de plaatselijke bevolking maakt dat we uiteindelijk toch de goede weg kiezen en aan de voet van de 145 treden naar de ingang van de kathedraal belanden. Langzaam klimmen we naar boven, Vandaar hebben we een mooi zicht op de oude stad benden ons.
We praten met enkele pelgrims en wandelen dan de cathedraal in.
Het eerste wat ik zie is het beeld van Saint Jacques, mijn apostol Santiago. Natuurlijk steken we een kaars aan en terwijl de tranen over mijn wangen lopen dank ik God voor het feit dat we hier nu mogen zijn. Voor mij is het een soort start voor mijn nieuwe pelgrimstocht. Ik vertrek weliswaar niet van hier maar vanuit Oviedo in Noord Spanje maar toch is een bezoek voorafgaand aan deze beroemde en oudste Franse pelgrimsstad heel belangrijk. We lopen rond. Luisteren naar het koor wat samen met het kerkorgel repeteert en verlaten uiteindelijk de kerk. Via een zijstraatje wandelen we weer naar beneden. Dan horen we gezang. Als we omhoog kijken zien we een grote stoet mensen naar de ingang van de kathedraal lopen.
Het zijn de pelgrims van hoop.
In het kader van het heilig jaar 2025 heeft Paus Franciscus als centraal thema gekozen voor “pelgrims van hoop “. Het is een oproep aan gelovigen om wereldwijd als pelgrim op weg te gaan gedreven door hoop.
Het logo voor dit heilig jaar bestaat uit 4 gestyleerde figuren in verschillende kleuren die samen op weg zijn, geleid door een kruis. Het symboliseert een gezamenlijke pelgrimstocht van de mensheid geleid door het geloof en verankerd in hoop.
Naast bedevaarten naar Rome worden in verschillende bisdommen van de katholieke kerk pelgrimstochten georganiseerd, vaak in de weekenden en vaak is een kerk de eindbestemming. Deze “pelerins de l’espoir” komen vanuit alle hoeken in de wereld.
Vandaag komt een van die pelgrimstochten aan bij de kathedraal van Le Puy-en-Velay. Geen wonder dat ze hier aankomen want deze plaats is al sinds de middeleeuwen een bedevaartsoord. Pelgrims kwamen hier heen om de zwarte madonna in de kathedraal te vereren. Vanuit deze cathedraal loopt de Via Podiensis, één van de vier traditionele Franse pelgrimsroutes die via de Pyreneeën aansluit op de Camino Frances.
Ik kijk Dick aan. Die peinst er niet over om weer steil omhoog naar de kathedraal te klimmen maar geeft mij een zetje. Ik moet wel gaan. Dus geef ik Dick een kus en loop naar boven waar ik aansluit aan het einde van de stoet. Iedereen wacht tot we de kerk binnen kunnen gaan. Na enige tijd komt er beweging en mogen we de trappen beklimmen.
Aan beide zijkanten staan de geestelijken, tot aan de bisschoppen toe, die ons toezingen en wuiven met palmtakken. Tussen hen door klimmen we omhoog en gaan de kerk binnen. Het is heel bijzonder. In de kerk vind ik vooraan langs de zijkant een plekje op de bank en de dienst begint. Het paasverhaal wordt verteld en uiteraard is er een eucharistieviering. Aan het einde van de dienst ontvangen we de zegen. Een zegen die al eeuwen door deze cathedraal klinkt. Het zijn woorden van vertrouwen voor degene die vertrekt. De dienst is ontroerend.
Nadat alle geestelijken in processie door de kerk zijn gelopen wandel ik naar de kerkwinkel waar ik een stempel krijg. Mijn pelgrimspaspoort heb ik niet bij me maar wel een blanco blaadje dus het stempel zal ik later inplakken. Langzaam wandel ik weer naar buiten. Eerst naar de voet van het beeld van de Notre Dame op de rots maar ook daar moet ik betalen dus wandel ik langzaam terug. Natuurlijk verdwaal ik in de wirwar van de kronkelig smalle, steile middeleeuwse straatjes maar uiteindelijk kom ik toch weer op de steile weg die naar beneden naar de camper leidt. Dick heeft vandaag wel heel veel moeten klimmen en dalen. Niet echt fijn voor zijn enkel. Thuis vertel ik alles en dan wandel ik nog een eindje naar de andere kant van het stadje om een restaurant te zoeken. Volgens Dick is er een Quick restaurant. Ik maak een foto van het menu, wandel terug, haal onze koeltas op en ga dan ons avondeten bestellen en ophalen. Hiermee lukt het toch nog om wat extra kilometers te lopen.
De regen die de gehele dag al aanwezig was is nu gelukkig weg en er zijn zelfs stukjes blauwe lucht te zien aan de horizon. We eten erg smakelijk van onze burgers. Het was een goed idee van Dick om die te halen. Na het eten valt de schemering snel in en als het donker is kunnen we genieten van de prachtig verlichte Chapelle op de rotspunt naast ons. We slapen goed want het is erg rustig hier.
Als we maandag 14 april om 8 uur wakker worden is de wereld erg klein. Er hangt een dikke mist en de rotspunten zijn niet meer te zien. Na het ontbijt vertrekken we. Langzaam klimmen we de omringende bergen in en de laatste blik op de beide rotspunten die deels uit de mist oprijzen, zal ik niet snel vergeten. Het is een mysterieus gezicht. Helaas kunnen we niet stoppen om er een foto van te maken.
Een groot deel rijden we over vierbaans wegen naar het zuiden. En om half een arriveren we in Bozouls.
Het dorp is gebouwd om een spectaculaire hoefijzervormige kloof die uitgesleten is door de rivier de Dourdou. Op de parking aan de rand van het dorp is nog voldoende plek en we parkeren onze Frankia. Dan drinken we een kop koffie. We zijn er echt aan toe na 188 km rijden. Na de koffie wandelen we naar de diepe gorge.
Er loopt een wandelpad bovenlangs wat vergezichten biedt in de diepte van de kloof. Het is een bijzonder gezicht. Nadat we het gehele pad hebben uitgelopen tot het einde van het dorp wandelen we terug en dan besluit ik toch nog de caches te gaan zoeken die deels op de bodem van de gorge liggen. Dick blijft thuis want die loopt door zijn pijnlijke enkel niet graag. Gewapend met gps, rugzak en water wandel ik naar het pad wat de kloof invoert. Het is even zoeken maar dan vind ik het juiste pad.
De geocaches brengen mij de gehele kloof door maar soms moet ik ook weer terug naar de rand klimmen en daarna afdalen. Het is in ieder geval een goede oefening voor mijn naderende camino. De wandeling is best leuk, regelmatig moet ik steil omhoog klimmen en dan weer naar beneden over smalle paden met grote rotsblokken. Voor de fietsen was het in ieder geval niets geweest.
De omgeving voelt alsof ik een camino loop, lekker vertrouwd. Het is ook mooi om op de bodem van de kloof te lopen. Doordat het water van de river Dourdou wel redelijk hoog staat moet ik enkele malen over een wiebelende hangbrug lopen. Dat is minder plezant temeer daar er ook nogal wat ruimte tussen de planken van de brug is. Maar het is wel beter dan wanneer ik even later de woeste rivier moet oversteken via stapstenen. Deze liggen redelijk ver uit elkaar en het bruisende water spoelt met kracht over de stenen. Met een dikke stok lukt het echter om moed te vinden de stappen te zetten en kom ik veilig aan de overzijde.
Daar, onder het toeziend oog van een ezel is een geocache verborgen. Ik moet ook weer dezelfde weg terug maar gelukkig lukt dat zonder in het woest stromende water te storten. De laatste cache is bij de kerk die op een heuvel in de gorge gebouwd is. Het is steil omhoog klimmen en dan ontdek ik, na van het uitzicht genoten te hebben, dat ik toch weer naar de bodem van de kloof moet afdalen om bij het dorp te komen. Aldus klim en daal ik gedurende uren om uiteindelijk om 6 uur toch veilig terug te kunnen keren bij de camper. Alsof ik niet genoeg gelopen heb wandel ik ook nog even naar de supermarket die iets verderop ligt om avondeten te halen. Het wordt maaltijdsalade met stokbrood en na de vele uren buitenlucht smaakt dat prima. Het blijft redelijk rustig op de camperplek.
Als we dinsdag 15 april om 8 uur opstaan, schijnt de zon maar er zijn ook veel wolken. We tanken even bij de supermarchee. Helaas is de lage prijs van gisteren 1,44 niet meer en moeten we nu 5 cent meer betalen. Toch tanken we maar vol en vervolgen dan onze weg naar het zuiden. Regelmatig rijden we over smalle wegen en dan moeten we om in Carcassonne te komen toch een bergketen doorkruisen. We beleven even een moeilijk moment als een enorme truck ons verhinderd door te rijden op een smalle bergweg naar boven. Hij gebaart ons dat we op een stuk grasland moeten gaan staan. We weigeren dat want we willen niet in de zachte grond terechtkomen. We blijven dus halsstarrig langs de rand van de smalle weg staan Na nog even woedend kijken en toeteren rijdt de chauffeur uiteindelijk een stukje naar achteren en stuift dan met volle snelheid rakelings langs ons heen. We kunnen onze weg verder vervolgen. Na veel stijgen en dalen zien we voor ons de Cité van Carcassonne opdoemen. Deze middeleeuwse stad is een van de best bewaarde middeleeuwse vestingen van Europa. De stad is ommuurd met dubbele muren over een lengte van bijna 3 km en heeft 52 torens. Al vanuit de verte is het een indrukwekkend gezicht om deze stad te zien. De aanblik van de vesting maakt dat een ridderverhaal tot leven komt. Nog even omrijden en dan arriveren we op de parking naast de camping. Er is een plekje dus we betalen en parkeren de Frankia. De regen is gelukkig gestopt. Wel is het nog zwaar bewolkt en slechts 10 graden.
Na een kop koffie wandelen we via het pad langs de river Aude naar de Cité. Het is een mooi pad en naast de rivier staan schitterende oude bomen.
En dan doemen de contouren van de oude stad hoog boven ons uit. Via een steil, hobbelig, met stenen bezaaid paadje klimmen we omhoog naar de stadspoorten. Het is imponerend om, zoals eeuwen lang mensen hebben gedaan, deze poort binnen te lopen. Je wandelt over kinderkopjes, langs vakwerkhuizen, oude herbergen en talloze restaurantjes. Het valt het op hoe breed de straten zijn. En het is er druk. Er lopen heel, heel veel toeristen. De terrasjes zijn wel leeg want er staat een ijzig koude wind.
We dwalen eindeloos lang door de straten van de oude vestingstad en bezoeken natuurlijk ook de basiliek van Saint Nazaire. Er zijn mooie glas in lood ramen maar ook hier lopen veel toeristen rond dus in tegenstelling tot andere kerken is hier de rust ver weg. Het streekgerecht is cassoulet, een ovenschotel met bonen, eend, worst en spek maar dat is geen gerecht waarvoor we nu eens rustig gaan zitten dus we lopen door.
Om half 5 hebben we de meeste straatjes doorkruist, langs de muur gekeken en besloten niet de vestingmuren te beklimmen en het kasteel te bezoeken. We wandelen terug en na 5 km lopen zijn we weer terug bij de camper. Volgens mij is de plek die naast ons is vrijgekomen veel mooier dus met tegenzin verzet Dick de camper. Om warm te worden drinken we koffie. Tot op ons bot zijn we versteend. Maar de tocht naar deze bijzondere middeleeuwse stad was zeker de moeite waard.
Om 6 uur gaat het regenen, steeds harder en we zijn blij dat we er niet meer op uit hoeven. Wat hebben we vandaag geluk gehad met het weer want het was de gehele tijd dat we rond liepen droog.
Woensdag 16 april staan we pas om 8.15 uur op. De lucht is grauw en grijs en de wolken hangen laag, het is slechts 9 graden maar het is wel droog. Nadat we ontbeten hebben dumpen we ons grey- en black water en vullen met schoon water, 10 minuten water vullen is bij de prijs van de plaats inbegrepen.
Dan, om 9:50 uur, gaan we op weg. Onze hakuna wil ons over Spanje naar Andorra laten rijden en een alternatieve route leidt ons zelfs langs de kust van de Middellandse zee.
De boosdoener is een tunnel in de weg naar Andorra van 3.10 meter hoogte. Daar onze camper 3.15 meter hoog is weigert de hakuna de weg over Foix aan te geven. We hebben deze weg echter al verschillende malen gereden dus trekken we ons niets aan van onze hakuna. Zoals eerder kunnen we gewoon door de tunnel. Na Ax les Thermes begint de bergweg steeds meer te stijgen en op 1500 meter rijden we in de sneeuw. Even later rijden we ook in de wolken en van het prachtige uitzicht wat deze route biedt is weinig over. We zien niet meer dan een paar meter vooruit. De sneeuw wordt steeds dikker langs de weg.
Gelukkig is de weg droog en vrij van sneeuw. De naast de weg staande bomen buigen door vanwege de dikke pakken sneeuw die erop zijn blijven liggen. Het is een prachtig gezicht.
Langzaam passeren we het skigebied van Pas de la Casa op 2000 meter maar de pistes zijn niet te zien. De weg voert steeds steiler omhoog en we kruipen als een slakje omhoog. Helaas is door de sneeuw geen mogelijkheid om op de pas, op 2500 meter, te stoppen dus dalen we af. Net voor Grau Roig waar het ski gebied GrandValira begint, heldert het uit.
De wolken klimmen hoger en hoger en we kunnen even stoppen om naar de skiërs op de piste te kijken. Ook horen we honden geblaf en diep onder ons in het dal zien we hondensleden over de sneeuw bewegen. Een prachtig gezicht. Na veel foto’s in de sneeuw dalen we af naar de andere zijde van Andorra, een 22 km lange afdaling. Al snel verdwijnen de wolken en verschijnt blauwe lucht en zon. Ook de temperatuur stijgt en in plaats van 1 graad zien we nu 15 graden op de thermometer staan.
Als we in Sant Julia de Loria aankomen, staat nog steeds dreigend het bord dat overnachten achter de River supermarket verboden is. Dat stond er echter ook eind october 2024 en toen konden we rustig overnachten. Dus we wagen het er nu ook weer op. De parking is erg druk maar we vinden een smal plekje waar de Frankia net past. Dan lopen we naar de winkel. Het is kwart over twee en op dit tijdstip is het nog mogelijk om in het restaurant van de winkel te eten. We bestellen een burger die voortreffelijk smaakt en eten ons buikje rond. Na dit maal hoeven we vandaag niet meer te eten. Natuurlijk wandelen we na de overvloedige maaltijd door de winkel, en wel het non food gedeelte. Wie weet wat voor leuke dingen we tegen komen. Terwijl ik rondsnuffel door de gangpaden zie ik dat Dick het niet echt naar zijn zin heeft. Hij is ook niet zo’n winkel snuffelaar dus we nemen afscheid. Dick wandelt terug naar de camper terwijl ik alle hoeken en gaten van de winkel afstruin. Heerlijk is dat. Helaas is er niet echt iets wat ik koop. Op twee tandenborstels op batterijen na. Onze oude zijn al zeker 15 jaar oud en aan vervanging toe. We hebben gemerkt dat zeker in een camper, waar we nooit aan stroom staan, tandenborstels op batterijen veel praktischer zijn. Nadat ik ook nog twee pakken wc-papier heb gehaald, het is fijn en dik papier, wandel ik terug naar de camper. We luisteren lekker naar muziek en ik ga achter mijn Ipad zitten om onze achterstallige gebeurtenissen én uitgaven neer te schrijven. Om 6 uur regent het even maar gelukkig klaart het later weer op en blijft het verder droog.
Donderdag 17 april staan we pas om 8;15 uur op. Dat is echt laat maar we hebben geen haast want we blijven vandaag ook hier staan. Na het douchen wandel ik naar de bakker en haal een verse barra (stokbrood). Het smaakt heerlijk. Nadat we afgewassen hebben sluiten we alles af en wandelen naar de bushalte aan de straat. We hoeven niet lang te wachten want al snel arriveert bus L1 en kunnen we instappen. Het is druk op de route want bij iedere halte staan wel mensen die naar binnen willen. Uiteindelijk arriveren we in het centrum van Andorra la Vella.
De zon schijnt en ook al waait er een kil windje het is heerlijk om door de winkelstraten te lopen. Vandaag is het shopping day en ik heb nogal wat wensen op mijn lijstje. Ook al wandelen we winkel in en winkel uit en kijken we in alle etalages en beklimmen we eindeloze roltrappen in winkel centra, het lukt niet de zo gewenste hoodies, lichtgewicht korte en lange broek en hoofdlamp te vinden. En dat ligt niet aan Dick want die loopt trouw mee en klaagt geen enkele moment
Uiteindelijk gaan we maar op een terrasje koffie drinken en genieten van het zonnetje. Dan lopen we langzaam weer terug richting bushalte. Daar nemen we afscheid van elkaar. Dick pakt de bus terug en ik loop de 9 km terug naar Sant Julia de Loria.
Het is nog steeds schitterend weer en uit de wind is het zelfs warm dus het is aangenaam om te lopen. Wel gaat de weg voortdurend bergaf want de hoofdstad Andorra la Vella ligt iets hoger dan Sant Julia de Loria. Dat is best een aanslag op mijn kuiten. Vlak voor het begin van ons dorp is nog een outlet waar ik ook naar binnen loop. Helaas het is vandaag niet onze shopping dag want nergens vind ik dat wat ik wil hebben. Ook deze winkel verlaat ik onverrichterzake. Uiteindelijk haal ik bij de winkel waar we geparkeerd staan nog wat eten: bloemkool, aardappelen en een burger. Ik kan jullie verzekeren dat de maaltijd voortreffelijk smaakt. Ook nu blijven we weer ongestoord staan op de parking. Alleen voertuigen met een nummerbord uit Andorra krijgen een waarschuwing dat ze niet mogen staan.
De buitenlanders, die toch voor een groot deel voor inkomsten zorgen, worden ongemoeid gelaten. Natuurlijk kijken we ‘s avonds naar de Passion op deze witte donderdag. Het is mooi.
Vrijdag 18 april rinkelt de wekker ons om 7 uur wakker. We ontbijten met heerlijk oroweat bread. Behalve in Amerika is dit brood vol met pitten ook in Spanje te koop. De eerste gang in de supermarket was daarom naar dit brood. Dan wassen we af en gaan dumpen en vullen water. Het is zo lekker vroeg dat we niet hoeven te wachten. Als alles weer leeg/vol is rijden we naar de pomp aan de voorzijde van de winkel. Als je in de winkel koopt krijg je nog eens 5% extra korting bij het tanken en dat betekent dat de prijs van € 1.19 per liter diesel nog lager komt te liggen. Als ook ons reserve tankje gevuld is vertrekken we.
Nog geen twee kilometer verder rijden we de grens met Spanje over. Natuurlijk moeten we vertellen wat we gekocht hebben maar de twee flessen wijn en de liter Baileys maakt niet echt veel indruk dus we mogen doorrijden. We rijden eerst een stuk naar het zuiden alvorens naar het westen toe te rijden. Onze bestemming is Jaca. Het plan was om direct vanuit Andorra weer terug naar het noorden te reizen maar omdat we enkele dagen extra hebben doordat we sneller zuidwaarts reden, heb ik het plan opgevat om met Pasen naar de kerk in Saint Jean Pied de Port te gaan. Dat lijkt me bijzonder. Chatgpt, die veel beter kan zoeken dan ik dat doe, zegt dat er inderdaad op paaszondag om half negen een mis is. Dus heb ik ons programma omgezet en zijn we nu op weg naar Jaca zodat we zaterdag in St Jean Pied de Port kunnen aankomen. Om redelijk snel de afstand naar Jaca te overbruggen, moeten we eerst een stuk naar het zuiden alvorens de weg naar het westen buigt. Het is schitterend weer, de wegen zijn breed en stil en we vorderen gestadig.
We arriveren begin van de middag al in Jaca. Maar de gehele camperplek staat vol, zelfs buiten langs de weg staan campers geparkeerd. Dat belooft niet veel goeds. Maar als ik wanhopig uitstap blijkt een van de campers op het punt te staan om te vertrekken en we wachten dus geduldig. 10 minuten later vertrekt de Spanjaard en ik bedank hem en zijn vrouw en wens ze een goede reis. We kunnen blijven.
Wel fijn want Chatgpt heeft inmiddels ook uitgezocht dat vanavond in Jaca een grote processie is: de procesion del Santo Etierro Het is immers de Semana Santa (heilige week) en vanavond op Goede Vrijdag zal de meest plechtige en symbolische processie het hele historische centrum doortrekken. Omdat we hier nu toch zijn kan ik zo’n bijzondere gebeurtenis niet voorbij laten gaan.
Dick hoeft er niet zonodig heen maar wil wel met mij het centrum verkennen. Dus na de koffie wandelen we naar de liften die ons naar het hoger gelegen centrum brengen. Ik heb de indruk dat we net zo goed direct omhoog hadden kunnen lopen, zover moeten we omlopen. Maar het is wel een belevenis om met de liften in de bovenstad te komen. In de straten is het erg druk met mensen. De cathedraal Santiago gaat net uit. Natuurlijk lopen we even binnen. Om apostol Santiago te bedanken. We mogen immers hier rondlopen en hebben ook een overnachtingsplekje gevonden. Dan wandelen we verder. In alle straten staan tafeltjes en die vullen zich met mensen. Slechts een tafeltje is nog leeg en we mogen er gaan zitten. En dan gaan we net als alle Spanjaarden om ons heen eten. Natuurlijk drinken we er ook een glas wijn bij. Het is een beetje koud, 14 graden en door de wind voelt het kouder maar toch is het gezellig om buiten te eten. Het eten smaakt ons goed en we genieten van deze onverwachte eterij.
Na de maaltijd wandelen we verder door de smalle middeleeuwse straatjes. Overal staan pijlen die de route van de camino aangeven. De cathedraal is helaas dicht. Naast de cathedraal is een winkeltje waar we mooie hoodies zien. Dick heeft enkele nieuwe exemplaren nodig maar wie koopt een nieuwe hoodie? Natuurlijk Tita. Blij verlaten we met een mooie aankoop de winkel. Voor Dick is echt geen mooi exemplaar beschikbaar.
Langzaam lopen we weer terug naar de camper die inmiddels in het zonnetje staat. Het is heerlijk weer geworden. We zitten lekker binnen en zien voortdurend campers langsrijden die tevergeefs een plekje zoeken. En dan is het half zeven en vertrek ik weer. Nu om lopend naar de stad te gaan. Weer heeft chatgpt goede diensten bewezen en de plekjes gewezen waar de processie langs zal trekken. Ik loop naar de kathedraal en net ervoor in de Calle Obispo staan veel mensen die, als ik hen ernaar vraag, zeggen dat dit een goed plekje is voor de processie. Ik ga dus aan het einde van deze straat op de hoek bij de cathedraal staan. Nog anderhalf uur wachten.
Terwijl steeds meer toeschouwers langs de rand van de straat gaan staan komt om 7 uur al de eerste stoet voorbij. Er wordt op enorme trommels geslagen en iedereen is gekleed in de kenmerkende puntmutsen die hoofd en gezicht verbergen.
Het zijn capirotes en worden tijdens de processies van de Semana Santa gedragen door leden van broederschappen, de cofradias. Het dragen is een traditie die terug gaat naar de middeleeuwen toen de inquisitie mensen dwong boetekleding te dragen. Oorspronkelijk waren de capirotes bedoeld om de drager anoniem te houden tijdens de boetedoening. Zonden en berouw hoefden niet publiekelijk zichtbaar te zijn. Dat was iets tussen jou en God. En de punt die naar boven wijst, naar de hemel, is een teken van verlangen naar verlossing en verbondenheid met het goddelijke. De broederschappen namen het over maar dan als vrijwillige uitdrukking van geloof, boetedoening en/of dankbaarheid. De deelnemers dragen de capriotes dus als diep religieus symbool.
Voor de buitenstaanders echter oogt het mysterieus of zelfs ongemakkelijk.
Nadat de trommelaars gepasseerd zijn keren ze bij de kathedraal en om half acht vangt de processie aan. Een half uur eerder, mogelijk vanwege het slechte weer wat verwacht wordt. Ik geniet van de stoet. De gehele kruisweg is afgebeeld: het laatste avondmaal, de nacht in de olijfhof, de gevangenneming van Christus, de veroordeling, de kruisiging, de kruisafname, het wenen van Maria en de graflegging. Mensen met kruisen met de laatste woorden van Christus, en telkens groepen trommelaars. Ze laten je wensen dat je oordopjes hebt, zo luid klinken de enorme trommen. Al met al is het erg indrukwekkend en ik kan er geen genoeg van krijgen. Ik neem vele foto’s en video’s. Om half negen is de processie ten einde en loop ik met honderden mensen door de smalle straatjes van Jaca. Iedereen zit nog steeds buiten aan tafeltjes en drinkt en kletst met elkaar. Het is overal gezellig en de kou lijkt de Spanjaarden niet te deren. En dat terwijl de thermometer echt op 12 graden blijft steken. Gelukkig vind ik de weg terug naar huis. Boven de camperplek blijkt de processie te eindigen dus ik had niet helemaal naar de kathedraal hoeven te lopen. Thuis vertel ik alles in geuren en kleuren aan Dick die minder interesse heeft omdat hij net naar een quiz zit te kijken. Gelukkig heb ik ondertussen al enkele video’s en foto’s gestuurd dus hij heeft al wat van de processie kunnen zien.
Om 10 uur begint het te stortregenen. Wat ben ik blij dat dit nu pas gebeurt. Het zou niet zo fijn zijn geweest als deze bui eerder losgebarsten was. Mijn ogen vallen inmiddels dicht en ik ga naar bed.
Zaterdag19 april worden we rond half 8 wakker en we staan op. Na een heerlijk ontbijt met oroweatbrood wassen we af en dan rijden we naar het einde van de parking waar we kunnen dumpen en water tanken. Het miezert een beetje maar we worden er niet echt nat van.
Dan zetten we St Jean Pied de Port in de hakuna.
Er zijn twee wegen, één over France en één door Spanje. Mijn voorkeur gaat over Spanje omdat we dan nog een keer goedkoop kunnen tanken. Dus gaan we op weg, naar het westen. Eerst nog een stuk over een grote vier baansweg en dan de bergen in. We rijden een andere weg dan die we normaliter naar St Jean Pied de Port rijden maar meestal komen we dan uit Pamplona. Deze weg blijft vlakker en stijgt gestager dan de andere. Net voor Auritz komen we op de 135 en dan is het nog een klein stukje naar Roncesvalles. Daar staat de Capilla del Sancti Spiritus.
Deze kleine vierkante kapel is het oudste gebouw in Roncesvalles en dateert uit de 12e eeuw. Volgens overlevering zou het gebouwd zijn op de plek waar de gesneuvelde soldaten van Karel de Grote begraven werden na de slag bij Roncevaux in 778. De legendarische ridder Roland kwam daarbij om.
De kapel diende als plek waar missen werden opgedragen voor overleden pelgrims die in het nabije hospitaal stierven. Hun resten werden bijgezet in het ossuarium (beenderput) waarboven de kapel staat. Het is een halte voor pelgrims die op de Camino de Santiago de Pyreneeën oversteken.
Er valt even wat natte sneeuw maar daarna gaat deze over naar regen. Soms is het even droog. We rijden naar de camperplek in St Jean Pied de Port maar deze is afgesloten. Er staat ook niemand. Dus rijden we naar een andere parking, aan de andere kant van het stadje. Daar is voldoende plek. Wel staan er veel bomen en de betonnen platen waar de camper op staat zijn voor onze camper eigenlijk iets te kort. Maar we hebben een plekje en ook nog tv ontvangst. Na de koffie wandelen we de Rue Citadelle door, het belangrijkste straatje in St Jean en natuurlijk kunnen we, ik dus, de pelgrimswinkel niet weerstaan.
We lopen naar binnen en ik vind er van alles: een dunne afrits broek een mooie korte broek, een ultra lichtgewicht dagrugzakje en een licht regenpak. Uiteindelijk verlaten we berooid de winkel. Wel krijg ik een mooie neckie van 21 euro cadeau. Bijzonder. Dan lopen we door naar de Carrefour waar we eten halen voor vanavond en morgen. Vol beladen lopen we terug. Het is overal druk met pelgrims en we zien veel Aziaten. Thuis eten we rond 6 uur de maaltijdsla met stokbrood en om half acht wandel ik naar de kerk.
Daar ben ik te vroeg voor de Paaswake maar ik heb nu wel een mooi plekje vooraan in de kerk. Dan blijk ik op de plek van het koor te zitten. De koorleden hebben er echter geen problemen mee dat ik op het hoekje zit en ik mag blijven. Ik geniet van het gezang afwisselend door mannen en vrouwen. Gelukkig is er een gedrukte liturgie want zo kan ik meezingen. Bijna alle liederen zijn in het Baskisch. Ik merk al snel dat je gewoon alle letters moet uitspreken. Voor de dienst begint gaan we allemaal met een kaars naar buiten.
De paaskaars wordt door de priesters aan gestoken met vuur uit de vuurpot en wij geven met onze kaars het vuur aan elkaar door. Als we even later naar binnen gaan doven we onze kaarsen weer. Gedurende de dienst wordt de kaars weer aangestoken. Het is mooi symbolisch.
Gedurende de dienst wordt veel gezongen en het orgel speelt prachtig. Na de eucharistieviering is deze mooie dienst voorbij en in de donkere nacht loop ik samen met de andere kerkgangers door het stille steile straatje van St Jean. En dan, na de stadspoort, moet ik een modderpad op. Er is geen licht en ik krijg de lamp op mijn telefoon niet aan. Of misschien wel maar de lamp geeft geen, tot weinig licht Dus strompel ik verder. Dan langs een muur met raam. Waar ben ik. Dit herinner ik me niet. Maar plotseling zie ik campers voor me. Maar waar staat onze Frankia? Ik herken niets in het donker. En dan zie ik in de verte een fel licht. Dick heeft ons buitenlicht aangedaan en zo vind ik onze camper terug. Ook al ben ik vol van de prachtige dienst, het is wel laat, bijna half 12, dus we gaan snel naar bed. Ik ben best moe en val ondanks alle adrenaline snel in slaap.
Zondag 20 april gaat om 7:15 uur de wekker. Het is Pasen. Ik sta op en douche me en dan na een slok sap en een kus van Dick, vertrek ik. Gelukkig is het nu licht dus ik kan de weg zien die ik moet lopen. Het is een raar gevoel dat ik tegen de richting van de pelgrims in loop. Enkele pelgrims klimmen naar boven. Anderen staan in de rij bij de bakker om iets te kopen.
En dan ben ik bij de kathedraal. Ik ga naar binnen maar het is wel erg vroeg. Er is nog niemand. Alleen een enkele pelgrim loopt even binnen om een zegen te vragen voor de tocht die voor ligt. Het is stil in de kerk en het biedt de gelegenheid om te danken dat we hier mogen zijn. Dan vult de kerk zich langzaam. Het orgel speelt schitterend en het is genieten.
De dienst is volledig in het Baskisch en niet te verstaan. Maar net als gisteren is er nu weer een gedrukte versie van de liturgie. De schriftlezingen zijn in het Frans geschreven zodat ik kan lezen wat er straks in het Baskisch gezegd gaat worden. Ook net als gisteren is er weer heel veel gezang. De priester is een andere en helemaal alleen. Gisteren waren er drie Aziatische Priesters. Na de eucharistieviering is de dienst met een laatste gezang en prachtig orgelspel afgelopen en wandel ik weer het straatje door naar de camperplek.
Daar heeft Dick inmiddels alles gereed gemaakt voor vertrek en ook water gevuld en gedumpt. Dus kunnen we om 10.00 uur vertrekken.
Het is gelukkig droog en ook komt de zon even tevoorschijn. Op de weg zien we regelmatig pelgrims lopen. Dan betrekt de lucht toch en gaat het regenen en de regen stopt niet meer. Maar na Dax krijgen we bijna alleen maar vierbaans wegen en kunnen we doorrijden. Ook boffen we dat het rustig is op de weg. We kijken even bij Pissos. Maar daar is inmiddels een verbod om nog langer te staan. Tenminste als je hoger bent dan 2 meter. Vervolgens rijden we naar Saugnac et Muret. Het regent en we vinden deze plek naast het sportveld niet echt aanlokkelijk dus we rijden verder. De vierbaansweg blijft aanhouden en nog voor drie uur arriveren we in Barbezieux, op een parking naast een Leclerc supermarket.
Helaas is de winkel op deze eerste paasdag gesloten maar binnen bij de kachel is het ook fijn. Terwijl Dick geniet van de Amstel Goldrace schrijf ik onze belevenissen neer. Eindelijk ben ik weer eens bij. Deze vakantie heb ik dan ook bijna niet gelezen. Er is te veel regen gedurende de rest van de middag om er op uit te gaan dus we blijven lekker binnen bij de kachel. Pas in de avond wordt het droog. De temperatuur blijft rond de 11 graden hangen. Echt lekker warm is het niet. We eten bloemkool met aardappelen en gehaktballetjes.
We bepalen ook nog even ons volgende reisdoel. Dat is nodig want onze route is volledig omgegooid.
‘s Avonds kijken we TV, paus Franciscus wenst ons een goede Pasen.
Na heerlijk geslapen te hebben op deze rustige plek staan we om half 8 op. We ontbijten lekker en dan gaat Dick dumpen terwijl ik even naar de supermarket Leclerc loop. In deze supermarket kan ik namelijk het Sel de Guerande met kruiden kopen. Henk gebruikt dat bij de bereiding van de pizza’s dus die zal er blij mee zijn. Dan tanken we nog even bij Leclerc. Een goede beslissing want het is zelfs nog goedkoper dan in Spanje. Daarna vertrekken we.
Het eerste stuk rijden we nog comfortabel over 4 baanswegen maar na Poitiers rijden we alleen nog maar op binnenwegen. Zeker bij het doorkruisen van de stadjes merken we dat het tweede paasdag is. De winkels zijn om half 1 dichtgegaan, ook hier is het een zondag. Wat scheelt dat veel in de drukte.
Uiteindelijk arriveren we om 2 uur op onze bestemming Chateau Gontier. Naast de rivier is een enorme parking waar we kunnen staan. Ook al staan er al zeker 20 campers, er is nog voldoende plek. We boffen ook want de donkere wolken hebben plaatsgemaakt voor blauwe lucht en het zonnetje schijnt. Ook de temperatuur is hier veel hoger dan in het zuiden want het is 19 graden. Echt aangenaam.
Nadat we koffie hebben gedronken ga ik toch even rondlopen. Er zijn een paar caches en dan kan ik meteen even kijken of de kebab zaak open is. De caches brengen me door de smalle straatjes en ook bij een mooie kerk.
Binnen is het niet echt bijzonder maar de crypte onder de kerk is erg mooi en sereen. Rond 17.15 ben ik weer terug. Verder was alles in dit stadje gesloten. Om half zeven loop ik naar de kebabzaak die open is en kan ik bestellen. We nemen een assiette mixte met kebab en kip. Het fijne is dat alle ingrediënten van deze schotel in aparte vakjes zitten wat erg fijn is omdat niets door elkaar raakt. De maaltijd is bijzonder smakelijk en zeker iets om voor terug te keren. Helaas lukt het niet om een recensie te plaatsen dus dat moet later maar.
Dinsdag 22 april staan we om 7 uur op. Ik wil namelijk vroeg in Cherbourg aankomen. Na het ontbijt wassen we af. Opnieuw stond ons hele aanrecht vol glaswerk. Dan rijden we naar de zijkant waar we dumpen en water vullen. Het is eng om de connectie van de kraan los te draaien want er zit een enorme spin naast gelukkig heeft Dick minder last van enorme spinnen en doet hij dat. Dan vertrekken we.
Het is druk op de weg. We merken dat de paasdagen voorbij zijn. In colonne rijden we tussen de vrachtwagens. Onze route naar het noorden voert eerst alleen over binnenwegen. Pas na Fougeres komen we op een vierbaansweg en wordt het rustiger. Zodra we om 13.00 uur aankomen bij de haven in Cherbourg zien we dat er nergens een vrij plekje is. Campers staan al dubbel geparkeerd en daarbij staan ook aan de zijkant auto’s. Uit ervaring weten we dat die pas tegen vijven vertrekken. Dan komt er zeker een plekje vrij. We gaan dwars staan en krijgen meteen een zenuwachtige Engelsman op ons dak. We moeten weg want hij kan nu niet meer uitdraaien. Hoewel we zeggen dat we maar even blijven vertrouwt hij het niet. Hij moet vanavond de boot op naar England.
Na 45 minuten wachten zien we een echtpaar aankomen. Het zijn Engelsen die, als ik ze aanspreek, vertellen dat ze vertrekken. Dus ik brul naar Dick die ergens rondloopt en gelukkig meteen reageert. Even later zit hij achter het stuur en sta ik buiten met onze kan koffie in mijn handen, we hadden namelijk net koffie gezet. Zodra Dick de Frankia op de door de Engelsen verlaten plek heeft gezet kan ik weer ademhalen en drinken we eindelijk koffie. Echt makkelijk is het niet hier op de dag een plek te bemachtigen. Nu we staan gaat Dick de duizenden insecten te lijf die zich op onze camper verzameld hebben. Ik wandel ondertussen naar de stad. Weet voor vanavond te reserveren bij onze Thai Tao Tao en loop dan naar het grote winkelcentrum Eleis. Heerlijk ronddwalen en nog wat laatste inkopen doen voor we weer terugkeren. Ook kijk ik even in het oude centrum rond alvorens ik weer terugkeer naar de camper. Inmiddels is het eind van de middag. De inmiddels vrijgekomen plekjes zijn ook al weer ingenomen.
Om 6 uur wandelen we naar de Thai. De zaak is nog gesloten dus wandelen we nog een rondje door de oude binnenstad. Als we om half zeven weer terug zijn is de eigenaar ook gearriveerd en kunnen we binnen plaatsnemen. Zoals altijd is het eten heerlijk en de wijn doet ons goed. Na het eten lopen we op ons gemakje terug naar onze Frankia. Heerlijk, de zon schijnt nog steeds als we langs de haven lopen. We kijken nog even TV maar gaan dan lekker naar bed.
Woensdag 23 april staan we pas om half acht op. Vannacht heeft het heel hard geregend maar nu is het gelukkig droog. We ontbijten, wassen af en rijden dan naar de dump om ons gray-en black water te lozen maar ook om nog wat vers water te vullen. Om 9 uur vertrekken we en niet veel later stoppen we bij Leclerc om te tanken. Als de brandstoftank ook vol is verlaten we Cherbourg. Het is niet druk op de weg en zelfs bij Caen waar altijd veel verkeersopstoppingen zijn kunnen we meteen doorrijden. Over binnenwegen rijden we richting Rouen. Net voor Rouen komen we plotseling op een Flux Libre autoroute. Dat is een barrière vrije tolweg. Op een dergelijke weg zijn geen tolpoorten meer, in plaats daarvan wordt je kenteken geregistreerd terwijl je rijdt en vervolgens heb je drie dagen de tijd om de tol te betalen.
Bij afrit 22 verlaten we deze autoroute weer en rijden Rouen binnen. Deze autoroute gaat in een grote bocht om de stad dus we pakken slechts de rand van Rouen mee. Straks toch maar aanmelden bij de wegbeheerder want wie weet of we op dit kleine stukje Flux Libre toch geregistreerd zijn.
We vervolgen onze weg naar Beauvais. Helaas is het prachtige weer van gisteren achter grote wolkenmassa’s verdwenen en regelmatig krijgen we een regenbui over ons heen. Gelukkig zijn er langs de weg regelmatig koolzaadvelden wat in ieder geval kleur geeft aan de sombere omgeving. Iets voor drieën staan we op ons vaste plekje tegenover het grote winkelcentrum in Beauvais. Er staan al twee campers maar er is nog voldoende plek. We zoeken wel even naar het juiste plekje waar we ook TV ontvangst hebben en dan wandel ik naar het winkelcentrum. We hebben inmiddels besloten morgen naar huis te rijden dus als ik nog wat speciaal Franse etenswaren wil hebben zal ik die nu moeten kopen. Water staat in ieder geval op het lijstje want inmiddels hebben we al ons oude Spaanse water op. De eerstvolgende keer dat Frankrijk weer aangedaan wordt door de Frankia is ergens in mei wanneer Dick hopelijk op weg kan zijn naar Fisterre om mij daar op te halen. Het is dan wel fijn dat hij voldoende drinkwater aan boord heeft.
Lopen naar de binnenstad en de schitterende kathedraal heeft nu niet zoveel zin want het regent heel regelmatig. Tot mijn verbazing is het weer opgeklaard als ik weer buiten kom met een kar vol boodschappen. Nu zou ik wel nog naar de kathedraal kunnen lopen maar het is inmiddels 6 uur en ik heb nu niet meer zo’n zin om er op uit te gaan. We eten spaghetti die wat tegenvalt maar het zonnetje wat buiten inmiddels volop schijnt maakt veel goed. De rest van de avond kijken we lekker TV.
Donderdag 24 april staan we opnieuw om 7 uur op. Ik ben klaarwakker en Dick heeft ook al zijn ogen open. Het is koud in de camper dus we zetten meteen de standkachel aan waardoor, als we ons gedoucht hebben, het al aangenaam warm is binnen. Na het ontbijt rijden we weg.
Vandaag hopen we naar huis te kunnen rijden. Dat lukt ook want we wisselen elkaar af met rijden en na Lille hebben we alleen nog maar autowegen. Net voor 4 uur rijden we de straat achter ons huis in. Er blijkt zelfs een vrij plekje verderop in de straat waar we straks de camper kunnen parkeren.
Fijn, want dan kunnen we morgen nog de buitenkant poetsten alvorens de Frankia naar de stalling te brengen. Nadat we met pylonen de parkeerplek afgezet hebben en even met de buren hebben gesproken beginnen we met uitladen. Daarna wordt binnenin alles nog gepoetst en verschoon ik ook de bedden. Inmiddels is het half 8 en ”we call it a day” (we stoppen ermee). Morgen komt de rest.
Vrijdag 25 april nadat ook de buitenkant een sopje heeft gezien, wat geen overbodige luxe is, brengt Dick de camper naar de stalling. Intussen ruim ik in huis alles op en laadt de eerste was in de machine. We hebben een heerlijke tijd samen gehad met enkele onverwachte hoogtepunten.







































Wat een fijne en mooie reis hebben jullie weer gemaakt.
Heerlijk in jullie camper!
En wij genieten van jullie zout. Dank daar voor