Naar Spanje en Portugal februari-maart 2026
Maandag 2 februari 2026 wekt de wekker ons om 7 uur. Na het ontbijt breng ik Dick naar de metro zodat hij de camper kan halen. Onderwijl sjouw ik thuis, alles wat mee moet, naar beneden. Meestal zet ik alles al in de woonkamer maar omdat Rita en Hugo gisteren kwamen eten kon dat niet. Tegen tienen arriveert Dick en terwijl hij de fietsen inlaadt, gasflessen aansluit en water vult, sjouw ik alles wat mee moet aan kleding en eten de camper in. Om 12:15 uur heeft alles een plekje en kunnen we vertrekken. Tijdens het laden was er wat blauw maar nu is de lucht grijs en bewolkt. We boffen want noch bij Antwerpen, noch bij Gent is veel oponthoud. Alleen op de périférique van Lille is het druk maar ook deze file laten we achter ons en iets over vieren rijden we Douai binnen. We pakken de weg die mijn hakuna (navigatie) aangeeft. Die is op auto ingesteld en dat betekent dat we ons door de smalle straatjes van de binnenstad van Douai moeten wringen. Gelukkig weten we dankzij de stuurmanskunst van Dick veilig het grote parkeerterrein midden in de stad te bereiken. Dit jaargetijde is er voldoende plek en we parkeren de camper. De zon is gaan schijnen en de lucht is blauw. We boffen met zo’n begin van onze vakantie. We hebben geen zin meer om er op uit te gaan dus nestelen we ons op de stoel en bank in de camper. Dick houdt Polarsteps bij en ik schrijf voor onze website. We lezen en heffen het glas op een goede vacantie.
Dinsdag 3 februari dumpen we na ons ontbijt ons grey en black water en natuurlijk vullen we op dit plekje in Douai onze schoonwater tank. Je moet er immers van profiteren als je water kunt krijgen in de winter. De lucht is grijs en het is miezerig. De temperatuur ligt rond de 4 graden. Al snel begint het te regenen. We hebben onze voorruit laten behandelen, het maakt dat de waterdruppels beter wegtrekken. We hoeven beduidend minder onze regenwissers te gebruiken. Heel fijn voor Dick die daar een hekel aan heeft. Gelukkig komen er wat opklaringen nadat we de Seine zijn overgestoken en heel in de verte verschijnt wat blauwe lucht.
We hebben vandaag een best lange etappe met 302 km maar arriveren om half drie uiteindelijk in Lisieux. We klimmen naar de Hauteville, de weg voert steil omhoog. Boven op de top vinden we een groot parkeerterrein net boven de Basilique van Lisieux. Natuurlijk drinken we eerst een koffie, blinderen dan alle ramen en dalen dan af naar de Basilique dwars door een parkje. Dan blijkt dat we op een verkeerd pad zitten en we moeten een stuk teruglopen. Uiteindelijk arriveren we bij de toegangsweg naar de kerk die tussen 1929 en 1954 gebouwd werd. De paus heeft deze kerk de eretitel Basilique toegekend. Dit vanwege de bijzondere betekenis die deze heeft voor het geloof.
In dit geval doordat deze verbonden is aan Sainte Therese van Lisieux. Therese werd geboren in 1873 en trad op 15-jarige leeftijd in het klooster. Ze had een groot en volledig vertrouwen in God. Haar boodschap van eenvoud, liefde en vertrouwen bleek universeel en vernieuwend. Mensen ervoeren dat gebeden op haar voorspraak werden verhoord. Ze stierf al op 24-jarige leeftijd aan tuberculose en werd heilig verklaard.
Niet om grote indrukwekkende daden maar omdat ze liet zien dat je ook in het gewone, het kleine, met grote liefde en volledig vertrouwen, God kunt vinden. Ondanks haar jonge leeftijd straalde haar leven een verrassende diepgang van geloof uit. Ze werd hierdoor een van de meest geliefde heiligen en de Basilique werd een plek van bijzondere betekenis voor pelgrims over de gehele wereld.
Nadat we lang ronddwalen door de basilique en de crypte en veel foto’s maken dalen we op ons gemakje af naar de stad. Als we bijna in het centrum zijn begint het te regenen. Het is inmiddels ook donker en we besluiten weer terug te lopen. Dat gaat niet zo heel soepel want nu moeten we de hele berg weer opklimmen. Omdat ik niet helemaal de goede weg wijs lopen we ook nog om maar uiteindelijk arriveren we tegen zevenen toch weer bij de camper. Het laatste stuk omhoog klommen we alleen over steile modderpaadjes en ondanks het feit dat het slechts 6 km was is Dick tot aan zijn knieën versleten.
Vanwege de te verwachte lage nachttemperatuur brengen we wel nog de isolatiemat aan voor het raam alvorens we gaan genieten van een wijntje, aardappelgratin en cordonbleu. Het is een heerlijk maal. Lag de temperatuur vanmiddag nog op de 10 graden nu daalt deze hard en in de nacht is het slechts 3 graden. Isolatie is geen overbodige luxe.
Woensdag 4 februari staan we om 8 uur op Buiten is het koud, 3 graden en de kachel draait de gehele nacht overuren. Na ons ontbijt dumpen we en vullen water want komende nacht staan we op een parking waar niets is. De zon schijnt en de lucht is blauw. Het is heerlijk weer.
Over smalle binnenwegen rijden we zuidwaarts. We passeren ontelbare kleine dorpjes en dan steken we de brede Loire over. De lucht wordt helaas grijzer en de zon verdwijnt. Iets voor drieën, na 317 km gereden te hebben, arriveren we in Richelieu. In opdracht van Kardinaal Richelieu werd dit stadje rond 1630 ontworpen als de perfect symmetrische stad met rechte straten in rastervorm en een centraal plein precies in het midden. Richelieu liet er ook een enorm paleis bouwen maar dat werd tijdens de Franse revolutie afgebroken.
Alleen het enorme park is er nog en onze camper staat geparkeerd langs de muur die dit park omringt. We moeten even goed kijken waar we kunnen staan maar dan vinden we de ingang naar de strook grond langs de muur. We staan alleen. Nadat de camper geparkeerd is wandelen we het stadje in. Het is droog, grijs en 5 graden maar niet echt onaangenaam. We wandelen door een van de stadspoorten het stadje in en dwalen rond door de straten die zo’n perfect patroon vormen. Natuurlijk lopen we ook de kerk binnen waar we een kaarsje aansteken en God danken voor weer een heerlijke tocht samen. Het stadje mag dan wel tijdloos en harmonieus ontworpen zijn, ik vind het dodelijk saai. Alles is dan ook dicht en veel panden staan leeg. Alleen een kleine supermarkt en bakker is open. Als het tegen vijf uur ook nog gaat regenen lopen we naar een andere stadspoort om nog het standbeeld van kardinaal Richelieu te bewonderen. Hij was niet alleen kardinaal maar ook een slimme en meedogenloze staatsman. Hij zorgde ervoor dat de koning steeds meer centraal gezag kreeg en werd zelf de machtigste man van Frankrijk na de koning. In al zijn handelingen legde hij de basis voor het latere sterke Frankrijk. Daarbij hoorde ook het stichten van de “Academie Française”, bedoeld om de Franse taal te beschermen. Het Frans werd de taal van macht, cultuur en diplomatie.
Inmiddels is het harder gaan regenen, Dick loopt terug naar de camper en haal ik nog even een stokbrood bij de bakker. Samen brengen we de isolatiemat aan voor de ruit en duiken dan de camper in. Er zijn nog enkele geocaches in het park naast ons maar momenteel is het daar geen weer voor om die te zoeken. Dat moet wachten tot een volgende keer. We lezen, kijken TV en warmen ons op.
Donderdag 5 februari ben ik om 8 uur klaarwakker. Het is 9 graden en windstil. Ik blijf nog even liggen onder het warme dekbed en dan wordt Dick ook wakker. Na een heerlijke warme douche ontbijten we lekker en verlaten dan Richelieu. We kunnen hier niet dumpen of water tanken. Helaas neemt het wolkendek toe en al snel rijden we in de regen en die blijft uit de hemel neerdalen. Binnendoor rijden we naar Poitiers en vandaar volgen we grotendeels een vierbaansweg naar het zuiden. We stoppen even in Barbezieux om bij Leclerc te tanken en komen dan weer op de doorgaande weg. Net voor Pissos wordt de weg peage (tol) en moeten we binnendoor rijden.
In Escourse is een oude tennisbaan waar we kunnen parkeren. Verder is er niets. Op een pleintje zien we een kleine bar tabac waar we wat levensmiddelen kunnen kopen. Helaas is het gehakt over tijd dus uiteindelijk kopen we gebraden kipfilet en stokbrood. Uit eten is er niet bij want de twee restaurants zijn dicht. We wandelen door het kleine dorpje. Helaas kunnen we de geocache bij het lavoir niet vinden dus lopen we onverrichterzake terug. Het is bewolkt maar nog droog. Omdat vannacht de temperatuur weer zal dalen brengen we opnieuw de isolatiemat aan. We eten uiteindelijk stokbrood met worstjes en katenspek en het smaakt prima. ‘s Nachts regent het erg hard. Verder is het stil en donker.
Vrijdag 6 februari staan we om half acht op. Het is weer droog en de thermometer staat op 10 graden. Om ons heen liggen grote plassen. Helaas staat de camper te ver van de grootste om de weerspiegeling erin te zien. Nadat we de natte isolatiemat hebben weggeborgen, ontbijten we.
Op onze mobiel verschijnt de mededeling dat het geocache evenement in Burgos door familie omstandigheden geen doorgang zal vinden. We hoeven ons dus niet te haasten en besluiten al snel om slechts tot Vitoria-Gasteiz te rijden. Helaas betrekt de lucht al snel en begint het te regenen. Maar als we Bayonne naderen trekken de wolken weg en zien we weer blauwe lucht. De temperatuur gaat ook omhoog en de thermometer geeft 13 graden aan. Wel achter glas want er staat een ijskoude wind, de gevoelstemperatuur ligt veel lager. In Bayonne en St. Jean de Luz is het erg druk.
Opeens zijn we een grens over en rijden in Hondarriba. Hier vinden we een goedkoop tankstation. De diesel kost slechts € 1.29,9 en is echt goedkoop. We tanken meteen vol. Over binnenwegen rijden we naar St. Sebastian. Naast me zien we de baai die ik per bootje moest oversteken. Dan komen we op de N 1. Overal staan borden dat vrachtwagens en wagens meer dan 3500 kg moeten betalen. Valt onze camper hier ook onder? Chat GPT geeft uitkomst. Het geldt slechts voor vrachtverkeer en niet voor campers. In Navarra verdwijnen de dreigende borden dat er betaald moet worden, we kunnen opgelucht ademhalen.
We rijden nu door de bergen, passeren een pas van 600 meter hoogte. In de verte zien we de bergen van de Pyreneeën maar er ligt geen sneeuw op. De parking in Vitoria is inmiddels betaald. Er staat nog niemand. Dick regelt via de app toegang en we zoeken ons vaste plekje aan de rand. We drinken koffie en doen dan inkopen bij de grote mercado op de hoek. Daarna gaan we wat caches zoeken in de buurt, het blijkt ijzig koud. De wind is gemeen en het voelt niet lekker buiten. Dus ook al liggen er hier veel geocaches, het blijft bij een klein rondje. Om 5 uur zijn we terug en voordat we naar binnen gaan bevestigen we eerst de isolatiemat voor de ruit. Het is echt van belang want de temperatuur is laag. We koken zelf en eten best lekker. Daarna lezen we en kijken TV. De parking loopt toch nog redelijk vol. Het blijft gedurende de nacht droog maar koud, slechts 7 graden.
Zaterdag 7 februari 2026 staan we om half negen op. De zon is door de wolken gebroken en ik koester me in de stralen als ik naar de supermercado wandel om een brood te halen.
Nadat we gesmuld hebben van ons verse stokbrood vertrekken we. Nog even kunnen we genieten van de zon maar al snel trekt het wolkendek dicht. Om 12 uur arriveren we in Burgos. We kunnen niet bij het winkelcentrum staan omdat de markt nog bezig is dus rijden we direct naar de parking tussen de flatgebouwen. Er is voldoende plek en we kiezen een plaatsje aan de rand. Na een lekkere kop koffie wandelen we naar de stad.
Het is koud en dus goed dat we naast een dik jack ook een muts en handschoenen aan hebben. Maar het is gezellig om naar het centrum te gaan. Op een gegeven moment herken ik de weg. Hij voert naar de albergue die zich vlakbij de kathedraal bevindt.
Ook Dick herkent het als hij even later het standbeeld van de pelgrim ziet die zijn voeten verzorgt. Helaas is de bar tegenover de nog gesloten albergue dicht dus wandelen we verder, naar de ingang van de kathedraal. Ik heb onze pelgrimspaspoorten bij me (ja, Dick is ook lid van het Nederlands Genootschap van St. Jacob en heeft dus ook een pelgrimspaspoort). Daarmee krijgen we 50% korting op de toegangsprijs.
Aan de datum van het vorige stempel op ons pelgrimspaspoort zien we dat we 4 februari 2024 ook deze kerk bezochten. Maar we herinneren ons niet dat het toen ook zo koud was. Even later dwalen we door de imponerende kathedraal. Het blijft fantastisch om door deze indrukwekkende kerk rond te lopen. In de kerk is de temperatuur redelijk maar in met arcades overdekte wandelgangen rondom de binnentuin daalt de temperatuur naar 3 graden ondanks dat de arcades afgesloten zijn met ramen. Uiteindelijk komen we door en door verkleumd uit de kerk. Nadat we nog een laatste foto hebben genomen op het grote plein voor de kathedraal wandelen we naar een koffiebar. De drank is warm maar daar is dan ook alles mee gezegd. Echt smaakvol is deze slappe kop koffie niet. Na de koffie wandelen we weer terug naar de camper. We lopen totaal 9 km en dat is toch meer dan Dick ooit met zijn orthopedische schoenen heeft gelopen. Thuis brengen we meteen de isolatie mat aan voor de ruit en warmen ons dan lekker op. Helaas kunnen we geen tv kijken want de wind is erg vlagerig, daardoor vindt onze satelliet geen signaal.
Omdat niet ver van de camper een Turks eethuis is wandel ik daar ’s avonds naartoe. Het stinkt binnen erg naar frituurvet. Ik ben duidelijk te vroeg met bestellen want alles moet aangezet worden maar uiteindelijk heb ik twee schalen met kebab, fritekes en salade. Het eten is redelijk maar er is te veel saus overheen gestrooid. Mijn jas stinkt heel erg naar frituur, een lucht die, naar later blijkt, zeker twee weken blijft hangen, dus of ik hier nog eten zal halen? We lezen, drinken een wijntje en tegen tienen zoeken we ons bed op. De kachel blijft ook gedurende de nacht loeien om te voorkomen dat ons water zal bevriezen.
Als bijna iedere dag staan we zondag 8 februari om 8 uur op. Het is 4 graden en voelt ijzig koud. Het is maar goed dat we een dikke isolatiemat voor de voorruit hebben. Nadat we in de hoek van het volgende parkeerterrein de dump gevonden hebben vullen we daar water en legen onze wc. Dan vertrekken we uit Burgos. Het wegdek is in slechte conditie en dat merken we. Voortdurend moeten we grote gaten in het asfalt vermijden. Als we buiten de stad zijn verschijnen de eerste opklaringen en begeleid door een zwak zonnetje rijden we de uitgestrekte meseta op over de autovia Camino de Santiago. Deze uitgestrekte hoogvlakte beslaat een groot deel van het Iberisch schiereiland en heeft een gemiddelde hoogte van 700-800 meter. Een deel van de Camino Frances die ik in april ga lopen voert door de Meseta. Helaas pakken we niet de binnenwegen. Dat komt waarschijnlijk omdat Dick nu al gek wordt van alle verhalen die ik beleefd heb toen ik hier in augustus 2022 liep. Gelukkig eindigt de autovia op een gegeven moment en moeten we wel de binnenwegen volgen. Deels wordt dit ook veroorzaakt doordat we in onze hakuna een goedkoop tankstation hebben ingezet. Het bevindt zich in de buurt van Hopital de Orbiga.
Maar eerst komen we door Valverde de la Virgin waar we, net als talloze keren eerder, even stoppen. Langs de weg staat een kerk waar zich, op alle enigszins platte stukken van de torens, ooievaars nestelen. Ze klepperen naar hartenlust. We hebben al talloze foto’s op dit punt gemaakt, toch ontkomt Dick er niet aan dat we (ik) ook nu weer naar hartenlust erop los fotograferen. Gelukkig voor Dick is het buiten erg koud dus veel zin om lang buiten te staan hebben we niet en al snel zijn we weer onderweg en kan ik doorgaan met Dick de herbergen langs deze camino aanwijzen.
Feilloos brengt de navigatie ons bij het goedkope tankstation. Niet alleen tanken we vol voor 1.30 euro de liter, ook vinden we hier een lamp die blijkt te passen zodat we weer twee werkende koplampen hebben. Dan bestellen we koffie met een tosti, dat hebben we verdiend. Voldaan gaan we even later weer op weg en arriveren niet veel later in Astorga. Helaas blijkt de parking tussen de flats in het centrum van Astorga afgesloten. Er vinden rioleringswerkzaamheden plaats. Dus rijden we terug naar de arena waar we wel kunnen staan. Terwijl Dick onze gasfles, die is leeg wisselt, wandel ik nog even naar het centrum.
Het paleis van Gaudi is zoals altijd gesloten en de straten zijn leeg. Slechts rondom de bars en de restaurantjes is het druk met in en uitlopende mensen. Zoals overal in Spanje gaan hele families op de zondagmiddag uitgebreid uit eten. Nadat ik ook nog een kijkje heb genomen bij de albergue, ook daar is het uitgestorven, wandel ik op mijn gemakje weer terug.
Natuurlijk klim ik even de treden op bij de “Celda de las Emparedadas “de cel van de ingemetselde vrouwen. In de middeleeuwen lieten sommige vrouwen zich vrijwillig opsluiten in zo’n kleine cel om daar een leven van gebed en boetedoening te leiden. De toegang werd dichtgemetseld en er bleef alleen een klein tralieraam open, één naar de straat voor voedsel en meestal één naar de kerk zodat de mis gevolgd kon worden. Boven het venster staat een Latijnse tekst gegraveerd: in het Spaans betekent het
“Acuerdate de mi juicio porque asi sera tambien el tuyo, a mi ayer, a ti hoy ”:
“Gedenk mijn lot want zo zal ook het jouwe zijn, voor mij was het gisteren, voor jou is het vandaag”.
Het is een herinnering dat het leven kort en vergankelijk is en past bij de vrouwen die daar vrijwillig hun leven doorbrachten. De kluizenares sprak dus zwijgend via deze steen.
Omdat de zon nog lekker schijnt hang ik mijn jassen buiten. Ze stinken nog steeds naar het frituurvet. Hopelijk doet de zon wonderen en verdwijnt de lucht. Tot aan de schemering kunnen ze lekker luchten. Zodra we de isolatiemat voor de ruit bevestigen haal ik ze weer naar binnen. De frituurlucht is helaas nog niet weg. We eten ’s avonds lekker spaghetti en lezen in onze warme camper. Buiten is de temperatuur niet hoger dan 3 graden.
Maandag 9 februari 2026 staan we pas om 8.20 uur op. De wereld om ons heen is grijs, we staan in de mist. Eigenlijk geen wonder want Astorga ligt op 846 meter hoogte. We ontbijten op ons gemakje en rijden dan naar onze volgende bestemming Zamora, slechts 132 km zuidelijk. Gelukkig is de regen gestopt en nadat we ons ook uit de mist hebben bevrijd, zie we zelfs enkele opklaringen en wat blauwe lucht.
In Zamora pakken we al onze was, ook het beddengoed en wandelen dan naar de nabijgelegen lavanderia. Het is er druk en ik moet wachten tot een tweede machine vrijkomt om al ons wasgoed te kunnen wassen. Dick loopt terug naar de camper om daar wat klusjes te doen. Onderwijl begeleid ik het wasproces en probeer onderwijl wat Spaans te leren uit mijn boekje Buen Camino. Als de was in de droger is geladen en net aan de tweede termijn is begonnen (ik droog op medium temperatuur waar door ik twee drogen nodig heb) komt Dick weer aangewandeld. Samen wachten we, vouwen dan de was op en stoppen deze in de tassen. Wel met plastic zakken bedekt. Dick heeft deze meegenomen want het is voor de verandering weer eens gaan regenen. Als thuis de bedjes weer gedekt zijn en alle wasgoed netjes in de kastjes is weggeborgen wandel ik nog even naar de nabijgelegen supermercado om water en sap te halen. Ik voel de symptomen van een opkomende blaasontsteking en moet extra drinken. Omdat het blijft regenen hebben we geen van beiden nog zin om er eind van de middag nog op uit te gaan dus blijven we lekker binnen bij de kachel. Natuurlijk kijken we naar de schaatssuccessen van Femke Kok en Jutta Leerdam. Wat een spectakel.
Direct na het opstaan op 10 februari hebben we gedurende een minuut een glimp zon maar direct daarna trekt de hemel dicht en zien we alleen nog maar een grijze lucht. Je merkt dat we een stuk westelijker zitten want om 8 uur is het nog donker buiten. Het is even droog maar als we gaan dumpen en water vullen begint het weer te regenen. De temperatuur daarentegen is goed, 14 graden. Na de koude in het noorden is het een aangename temperatuur. In de stromende regen rijden we door Zamora. De rivier is gezwollen en de zuidelijke oever is deels overstroomd. Al snel bevinden we ons op de Autovia Ruta de la Plata en kan ik Dick de weggetjes laten zien die ik twee jaar geleden heb gelopen. Grote delen van de Plata voeren namelijk langs deze autovia. Ondertussen blijft het regenen, soms harder soms wat zachter. We schieten snel op en ik zie de brug over de Taag waar ik gelopen heb. Er is de afgelopen tijd echt veel water gevallen. Kleine beekjes zijn veranderd in wild stromende bergbeken en de graslanden zijn grotendeels ondergelopen. Ik moet denken aan mijn eerste wandeldag met Netta op de Plata, april 2024, toen er ook zoveel regen viel en we ons een weg moesten banen door de weilanden. Bij iedere stap groeide de modderplaat onder je voeten. We klimmen hoger en hoger de bergen in en rijden in de mist. Na weer een afdaling arriveren we rond half twee in Cáceres. De camperplek blijkt afgesloten met een hek (veiligheidsredenen). Hier zullen we niet kunnen overnachten. Ook de nabijgelegen parking is voor ons niet haalbaar omdat hij volstaat met personenauto’s. Iets verderop langs de weg kijken we waar we dan naar toe kunnen en besluiten door te rijden naar Trujillo. Zo’n 50 km verderop. Een goede keuze want daar is plek zat en kunnen we opnieuw bij een arena de camper stallen.
Het is al drie uur als we er even op uit gaan. Het regent, maar dat zijn we inmiddels gewend en vlakbij een uitgesneden pelgrim, die de weg naar Guadalupe aanduidt, vinden we een geocache. Alhoewel niet ver van ons vandaan een Leclerc supermercado is, besluiten we toch te kijken of we in een van de restaurantjes kunnen eten. Nadat de eigenaar op zijn horloge gekeken heeft, het is half 4, besluit hij ons toch toe te laten. Even later kunnen we genieten van een heerlijk menu del dia, spaghetti, lomo met frites en ijs na. De maaltijd doet ons goed en we genieten.
Als laatste verlaten we de eetzaal en wandelen terug naar de camper. Omdat het iets minder regent wandel ik toch nog even het stadje in. Het is er troosteloos, wel zijn alle winkeltjes open. Opvallend is dat alle winkelruiten van binnen beslagen zijn het vocht. Dubbele ruiten hebben ze hier niet. Nadat ik even rondgekeken heb op de Plaza Mayor waar allemaal grote hekken worden geplaatst, loop ik weer terug naar de camper. Ik heb geen zin om met de inmiddels zwaardere regen nog naar het kasteel te klimmen. Thuis kijken we lekker TV en drinken koffie. Ik kan me niet herinneren dat we dit jaargetijde ooit zulk slecht weer in Spanje hadden.
Als we woensdag 11 februari opstaan is het droog. Een pauze in het regengeweld van de afgelopen tijd. We ontbijten op ons gemakje en gaan dan dumpen en water vullen. Het blijft ons verbazen dat overal in Spanje water te krijgen is. Nergens is dat afgesloten. Dat is wel anders in Frankrijk en zeker in Duitsland.
Uiteindelijk zijn onze tanks leeg en vol en kunnen we vertrekken. Omdat we gisteren doorgereden zijn naar Trujillo hoeven we nog slechts 85 km te rijden naar onze bestemming Guadalupe. Het regent praktisch niet, maar al snel rijden we wel in een dik wolkendek. We klimmen dan ook steeds hoger en hoger de bergen in. Het is niet koud.
De temperatuur blijft rond de 14 graden hangen en mistdruppels verduisteren de ruiten. Om ons heen is het typisch golvende landschap te zien van de Extremadura. Vol met eikenbomen, olijven, zo nu en dan druivenranken. Overal lopen koeien, schapen en geiten. We volgen onze hakuna en uiteindelijk bereiken we Guadalupe. We volgen de hakuna van Dick die is immers afgesteld op onze zwaardere wagen. Helaas weet deze toch niet zo goed de weg want we belanden op het smalle pleintje voor het monasterio. Voor ons is het smalle weggetje afgesloten door twee geparkeerde vrachtwagens en achter ons zien we ook alleen maar geparkeerde wagens. Gelukkig komt er beweging in de vrachtwagens en kunnen we het smalle straatje inrijden om uit het centrum te geraken. Natuurlijk komen er twee tegenliggers maar als we tegen de kant draaien lukt het net deze auto’s te laten passeren en na wat kronkelige afdaling komen we op een parking waar het water als een rivier uit de rioleringsputten omhoogkomt. We stoppen even om bij te komen en uit te zoeken waar de camper plek zich nu bevindt. Naast ons stopt een politiewagen die al sinds het stadsplein achter ons aan rijdt. Als ik uitstap zegt de agent dat ik waarschijnlijk verdwaald ben. Hartgrondig zeg ik ja. Daarop wijst de agent me dat ik daar moet parkeren. Ik kijk wazig dus hij herhaalt zijn gebaar “verderop” en zegt dat we daar linksaf moeten. Maar waar is daar? Ik kom er niet uit, bedank de agent en we vertrekken. Nergens zien we iets waar we linksaf kunnen slaan dus rijden we bergweg weer naar beneden. Bij een rotonde draaien we en rijden opnieuw naar boven. Ergens moeten we toch kunnen parkeren? Dan blijkt dat, aan de rand van het stadje, een door hoge hekken omringde, parking is. Om erbinnen te kunnen rijden moeten we door een rivier met een diepte van zeker 15 cm water. Maar dan hebben we ook een parkeerplekje voor de nacht. Nadat de camper staat en we koffie hebben gedronken wandelen we naar buiten. Het regent inmiddels best hard en we zoeken een parapluie. Nadat de halve camper nat is geworden door een van het dak afkomstige waterval, vinden we een exemplaar. Niet echt okselfris want, net als de chocoladepoeder die we in november vergeten waren, is deze pluie door muizen aangevreten. Overal zijn gaten zichtbaar en de rand is aan flarden gegeten. Maar ja beter iets dan niet en we besluiten hem toch mee te nemen op onze tocht naar boven. We proberen droog de parking af te komen maar dat is vergeefse moeite.
De waterstroom van boven is groot, de stroomsnelheid bereikt die van een woeste beek en de diepte van het water overspoelt zelfs mijn hoge bergschoenen zodat ik soppend van het water in mijn schoenen, onze tocht voortzet. Dick klaagt nergens over, maar dat ligt ook niet zo in zijn aard. Ik twijfel er niet aan dat het water ook zijn schoenen is binnengedrongen. Gelukkig kunnen we na zo’n 15 meter waden een droge kant opklimmen en hoeven we niet meer door de rivier te waden.
Er is niemand buiten, toch is het pas half 1 dus nog geen siësta tijd. Toch zijn alle winkels en restaurantjes dicht en is er geen mens te zien. Een enkele passerende automobilist kijkt ons meewarig aan. Snel naderen we nu het centrum waar we even tevoren ons bijna klem reden en we zetten koers naar de kerk. Het monasterio is inmiddels gesloten, gaat pas om half 4 weer open en kunnen we dus niet bezoeken.
In de kerk bevindt zich “Nuestra Senora de Guadalupe”, de Zwarte Madonna. Waarschijnlijk afkomstig uit de 12e eeuw. Volgens overlevering zou het gemaakt zijn door de evangelist Lucas, via Paus Gregorius naar Spanje gekomen en nadat het lange tijd verborgen was in de Moorse tijd, werd het in de 14e eeuw door een herder teruggevonden bij de rivier de Guadalupe. Christoffel Columbus bracht er zijn dank na zijn eerste reis.
Na door de stille lege kerk te hebben gelopen wandelen we weer naar buiten. Het regent nog steeds en dus zoeken we beschutting in een restaurant aan het plein. We kunnen er al eten en vinden een tafeltje naast een openhaard waar de houtblokken branden. Het voelt er aangenaam. Het eten is niet bijzonder maar het smaakt en we drinken er een glas wijn bij. Na nog een heerlijke kop koffie wandelen we weer terug door de regen. Opnieuw waden we door de inmiddels 15 cm diepe rivier en kunnen dan eindelijk onze drijfnatte jassen en schoenen uitdoen. Bij mij komt een kop water uit mijn schoenen. Dicks sokken hebben al het water uit zijn schoenen geabsorbeerd.
Het blijft regenen dus verder blijven we lekker binnen. De camper dampt al gauw door al onze natte spullen die overal zijn neergezet en opgehangen om ze zo goed mogelijk te laten drogen. Het blijft de hele avond regenen.
Donderdag 12 februari worden we om 8:20 pas wakker. De zon schijnt en de lucht is blauw. Wat een verrassing na de afgelopen dagen met grijs en grauw weer. We ontbijten en vertrekken dan. De rivier die deels over de parking stroomt is iets minder furieus dan gistermiddag maar toch noch zo diep en breed dat, als je lopend het parkeerterrein af wilt, je tot over je enkels in het stromende water wegzakt.
Dick stopt iets lager om mij de gelegenheid te geven nog even een overzichtsfoto te laten maken van Guadalupe. Het monasterio steekt af tegen de blauwe lucht. Met schitterend weer rijden we verder naar het zuiden. Het eerste deel nog over de smalle bergwegen maar op een gegeven moment volgen we weer de autovia Ruta de la Plata.
Rond half een arriveren we in Zafra. Twee jaar gelden heb ik hier gelopen, maar niets en dan ook niets, komt mij hier bekend voor. Nadat we de camper op een parking aan de rand van het centrum geparkeerd hebben wandelen we het stadje in. Op onze weg naar het Plaza Grande komen we langs het Convento de Santa Clara. Het is 13:45 en om 2 uur gaat het museum dicht maar we mogen nog snel even naar binnen. Naast een kloostercel die toch wel erg klein is, zien we enkele schilderijen en we eindigen in de kerk alvorens we weer vertrekken en verder door de smalle straatjes onze weg te zoeken naar enkele mooie pleinen. Alle winkeltjes, die net nog open waren, sluiten inmiddels en het wordt stil op straat.
Zafra wordt ook wel “Sevilla La Chica” genoemd vanwege de elegante pleinen en arcades. Even later arriveren we bij de twee prachtige pleinen met de vele arcades. Op Plaza de Chica vinden we restaurant “La Tertulia”. Binnen is het doodstil maar we kunnen er eten en we bestellen een burger en een glas wijn. De burger bestaat uit super mals vlees en gaat gepaard met een stuk geitenkaas. We genieten van de maaltijd maar het is wel erg veel. Het is de moeite waard om hier terug te keren.
Met een volle maag wandelen we door, het inmiddels volledig uitgestorven, stadje terug naar de camper. Bij de supermarket aan de overzijde van de weg halen we nog wat eten en drinken en kijken verder tv. Ook ga ik weer eens achter de laptop zitten om mijn verhaal neer te schrijven. Ik loop namelijk nog wat achter.
Vrijdag 13 februari is het stormachtig. Er valt wat miezerregen maar met 10 graden is het niet koud. Vannacht heb ik slecht geslapen. In mijn dromen zaten we overal vast vanwege carnaval en het eerste wat ik doe als we gedoucht hebben is kijken hoe het zit met carnaval op onze bestemming vandaag Cádiz. Dan blijkt dat Cádiz een van de meest belangrijke en bekendste carnavals van Spanje te hebben met altijd honderdduizend bezoekers. De officiële opening is donderdag 12 februari en tot en met 22 februari zijn overal in de stad feesten en optochten. Het barst dan echt los in de binnenstad. En laten wij nu onze parking midden in de binnenstad hebben.
We snappen dat het geen enkele zin heeft om vandaag in Cádiz een plekje te bemachtigen dus besluiten we aan het ontbijt onze bestemming te wijzigen. Jammer maar wel verstandig. In ons reisschema worden Cádiz, Tarifa en Sevilla gecanceld en we rijden rechtstreeks door naar Vila Real de San Antonio, net over de grens in Portugal.
Na het ontbijt en het dumpen en vullen van water (ja, ook hier is deze faciliteit aanwezig) vertrekken we. Iets verderop is een goedkoop brandstofstation dus na nog even tanken gaan we op weg. Het eerste stuk leidt naar het zuiden, richting Sevilla. Na zo’n 50 km buigen we af, de bergen in. We verwachten een brede weg maar het blijkt een redelijk smalle weg die zich door de bergen kronkelt. We klimmen hoger de bergen in en dan komen we over een brug dwars door een stuwmeer. We naderen het mijnbouw gebied van de “Minas de Riotinto” en zijn bij een van de indrukwekkendste dagmijnen ter wereld. Ooit de grootste open pit mijn ter wereld. De bekendste pit is de Corta Atalaya en is: 1200 meter lang, 900 meter breed en 350 meter diep.
In dit gebied worden al duizenden jaren mineralen gedolven, met name het koper en zilver werd door de Romeinen gebruikt voor munten en wapens. De terrassen in de open pit mijn duiken honderden meters diep de aarde in en zien eruit als een amfitheater. Zelfs NASA heeft hier onderzoek gedaan omdat de omstandigheden lijken op wat men op Mars verwacht.
Voor ons voelt het als een maanlandschap. Ik zou er graag gestopt zijn maar dat is hier op deze smalle en ook drukke weg helaas niet aan de orde, we moeten dus door. Wel zet ik dit op mijn lijstje om later, misschien in de zomer, nogmaals te bezoeken. Net voor enen arriveren we aan de grens in Ayamonte.
Hier bevindt zich een gasstation waar we onze lege propaanflessen kunnen laten vullen. Wel belangrijk. Vanwege de koude nachttemperaturen, zeker aan het begin van onze reis, heeft de kachel in de nacht overuren gedraaid. We hebben dus veel propaan verbruikt. We maken een praatje met de vrouw die de flessen vult (is trouwens overal verboden in Spanje en Frankrijk) en vertrekken na een kwartier met weer volle flessen. Dan rijden we naar de Autovia. We steken de rivier over en laten op de grens met Portugal ons kenteken registreren. We koppelen het aan onze creditcard zodat we, mochten we onverhoopt op een tolweg terechtkomen, geen boete krijgen maar een rekening.
Direct na deze registratie verlaten we de autoweg weer en rijden naar de Portugese stad aan de andere zijde van de rivier: Vila Real de San Antonio. Gelukkig is de parking aan de rivier, nadat deze 10 februari geëvacueerd werd vanwege het slechte weer door de stormen, weer geopend en nadat we tax betaald hebben van 50 cent per persoon, rijden we de drukke parking op. We bevinden ons nu aan het begin van de Algarve en dat merk je want heel Europa overwintert hier. Campers staan rij na rij geparkeerd. We kunnen nog net naast een klein restaurantje onze camper kwijt met zicht op de snelstromende rivier. Als de camper staat loop ik meteen naar het restaurantje om te vragen of we er kunnen eten. Dat kan, maar het is een visrestaurant en behalve vis en octopus wordt er niets aangeboden. Het is niet echt onze keuze.
Dus wandelen we even later het stadje in. Het is niet erg druk. Wel staat het hele stadje vol met beelden van vrouwen. Bijzonder gemaakt van ringetjes en Dick fotografeert de hele serie.
Helaas wil Dick niet de grote Chinese Bazar in en ik loop alleen naar binnen om te kijken of er gekleurde T-shirts zijn. In de zomer lagen die er. Nu zijn er enkel grijze en witte dus we hoeven hier niet verder te kijken. Op het grote plein maken we een praatje met een stel Limburgers en vragen dan bij het restaurant of we nog kunnen eten. Het is al half 4 en etenstijd is echt over dus het kan niet en we lopen verder door de winkelstraat waar alles gesloten is.
Uiteindelijk passeren we een restaurant waarvan de keuken de gehele dag open is. We bestellen er een maaltijd en drinken een heerlijk glas wijn. Als dessert kunnen we de cheesecake niet weerstaan en na ook nog een goede koffie wandelen we weer terug. De maaltijd was heerlijk.
Thuis aangekomen gaat Dick naar de Spelen kijken en ik loop nog even naar de supermercado. Dat is wel lastig want mijn telefoon weigert internet te pakken. Er staat een “E” op mijn schermpje, een teken dat je in een kelder zit en geen ontvangst hebt. Nu merk ik pas hoe vaak ik op mijn telefoon kijk. Gelukkig kan ik nog wel apps verzenden en ontvangen. Uiteindelijk arriveer ik toch in de winkel en kan ik sap kopen. Als ik weer thuis ben begint het te schemeren. We lezen wat, kijken TV en ik maak het niet te laat. Het is pas half 9 maar in Spanje al half 10 dus ik verklaar het bedtijd. Dick komt iets later, hij houdt gewoon de Portugese tijd aan. We slapen diep zeer na de nacht ervoor die zo onrustig was door de zware storm in Zafra.
Het tijdsverschil werkt in ons voordeel want het is 7:45 uur als we opstaan (in Spanje al 8:45 uur). Het is Valentines Day, 28 jaar geleden overleed mijn moeder. We ontbijten en rijden dan naar de dump. We zijn vroeg en kunnen op ons gemakje water vullen en dumpen. Als we bijna klaar zijn komen uit alle hoeken en gaten van het terrein mannetjes aanlopen met of WC ’s of jerrycans. Gelukkig deze waren we voor. Maar het blijkt wel dat de mensen hier langer dan een dag staan. Nadat ik betaald heb gaat de slagboom open en vertrekken we.
Al snel rijden we onder een stralend blauwe hemel naar het noorden. De weg voert dwars door de binnenlanden van Portugal. We rijden door een prachtig berggebied met soms enkele snelstromende riviertjes. Op een bepaald punt zijn kilometerslange hoge en dubbele hekken bevestigd. De reden ervoor is al snel duidelijk. Het is een oversteekpunt voor lynxen.
Dan arriveren we in Mertola. De naam kwam me bekend voor en nu ook de stad als we het kasteel op de berg naderen, we rijden langs de parking waar je met een camper mag overnachten. De steile straatjes voeren omhoog en de rotondes hebben mooie beelden. Helaas zijn we er snel door en we vervolgen onze weg. Niet veel later arriveren we in Castro Verde. Bij de Lidl is een parking om de nacht door te brengen. Wel voor klanten van Lidl maar dan gaan we daar toch gewoon wat inkopen doen. Het voordeel van deze plek is dat er ook een huisje staat met wasmachines en drogers. Omdat we vroeg zijn is er ruimte om de camper te parkeren.
Aan het einde van de middag zijn alle 6 plekken gewoon bezet. Na de koffie zoek ik alle was bij elkaar. Het wasproces neemt door het wachten op beschikbare machines en drogers wel enige tijd in beslag maar uiteindelijk is om 15:15 alles schoon en droog en kan ik onze bedden dekken. Dick heeft intussen de camper gestofzuigd (dat doet hij veel beter dan dat ik kan, veel zorgvuldiger) en dus kunnen we genieten van ons schone onderkomen. Ik wandel nog even naar de Intermarche aan de overzijde en na overleg met Dick koop ik een lasagne schotel. Een goede keuze want tegen zevenen zetten we die in de oven en een uurtje later genieten we van een overheerlijke lasagne. Het is meer dan genoeg.
‘s Avonds kijken we naar de Spelen. De shorttrackers zorgen voor boeiende televisie en we genieten. Pas tegen half 11 Portugese tijd duik ik mijn bed in. Dick iets later.
Na een rustige en doodstille nacht worden we zondag 15 februari pas om half negen wakker. De zon schijnt nog lekker maar de wolken komen op en als we tegen half 11 vertrekken is de blauwe lucht verdwenen achter een dik wolkendek. Omdat we bij de Lidl slechts 24 uur mogen staan rijden we naar een groot plein, 400 meter verderop en parkeren daar de camper.
We lopen naar de rotonde waar de Pata Negra (de Iberische varkentjes) grazen. Aan de hand van hun aantal en geslacht kunnen we de eindcoordinaten berekenen van de gecoacht. Deze blijkt 2.4 km verderop te liggen. Mogelijk iets om vanmiddag even naartoe te lopen. Eerst gaan we rondkijken in het stadje. Door de uitgestorven, smalle, straatjes klimmen we omhoog en wandelen op ons gemakje naar de Real Basilica. Als we deze naderen horen we praten. De mis is nog in volle gang. Dus lopen we door en zoeken een bar waar we koffie bestellen. We zijn eraan toe. Na ook nog even een toiletbezoek wandelen we verder en zoeken het restaurantje waar we eerder hebben gegeten. Maar, we vinden het niet dus als we weer op ons plein aankomen klimmen we opnieuw naar boven.
Bij het gebouw waar we eerder aarzelden staat nu een menukaart buiten. We hebben ons restaurant gevonden. We gaan naar binnen en kunnen een tafel uitzoeken. Er staan er slechts 4 dus zo moeilijk is dat niet en we bestellen eten. De vorige keer waren we hier hartje zomer, de zon scheen volop en het was warm, toen vonden we een plekje in de binnentuin. Mogelijk is het daar nu ook warmer dan binnen, maar er staan geen tafeltjes. De eetzaal heeft nergens verwarming en omdat het buiten ook best koud is, voelt de eetzaal aan als een vrieskist. De meeste mensen aan de, inmiddels allemaal bezette, tafeltjes houden dan ook hun jas aan.
Er is maar één kok en dus moeten we best lang wachten maar dat is niet erg. Op de temperatuur na is het hier goed vertoeven en we verwachten lekker eten. We worden niet teleurgesteld. Vooral de bisteci van Dick ziet er goed uit. Hij smaakt ook prima. Mijn burgers zijn wat te hard gebakken, maar zijn desondanks lekker. Al met al een maaltijd voor herhaling vatbaar. Wel eten we wat te veel dus als we buiten komen wandelen we weer omhoog naar de Basilica die op het hoogste punt van het stadje staat.
De kerkdienst is inmiddels afgelopen en we kunnen deze kerk op ons gemakje bekijken. Van binnen is deze volledig betegeld en dat maakt het wel een kerk met een bijzonder gezicht. Dick ziet zelfs het altaar van kleur veranderen van geel naar blauw. Ik mis helaas dat spectakel. We wandelen op ons gemakje terug. Etenstijd is inmiddels voorbij, het is drie uur en buiten op straat zelfs nog doodser dan doods. Als we terug bij de camper zijn besluiten we terug te rijden naar de Lidl en de camper daar weer een plekje voor de nacht te geven. Er staat slechts één andere (Nederlandse) camper dus dat is geen probleem. Dick blijft verder binnen maar ik wandel nog even naar de eind coördinaten van de geocache die we bij de Pata Negra berekend hebben. Gelukkig heb ik een GPS want aan mijn IPhone heb ik nog steeds niets. Sinds we de grens met Portugal zijn overgestoken houd ik die grote dikke E en zit ik zonder internet en dus zonder bereik en data. Niets werkt meer op mijn Phone.
Ik loop vast tegen een rijksweg. Er staan ontelbare hoge hekken en de enige mogelijkheid is waden door een tunneltje dat uitkomt op landerijen en vol water staat. Geen oplossing. Dus moet ik terug naar het stadje. Na wat dwalen vind ik uiteindelijk de juiste weg om de stad uit te komen en even later de geocache die verborgen ligt naast een meertje. Op weg naar de camper kom ik ook nog langs een earthcache en nadat ik de vragen heb beantwoord die daar gesteld worden ben ik kwart over 5 weer terug. De winkel is open dus ik doe er nog wat inkopen. Wel zo netjes als je je op hun parking bevindt.
De rest van de avond besteed ik aan het bijwerken van mijn verslag en ook kijk ik samen met Dick naar de Olympische Spelen. Gedurende de nacht is het doodstil. Toch slaap ik slecht. De hele nacht ben ik aan het jagen en vliegen, vind ontelbare spullen in drooggevallen meertjes, gooi waardevolle spullen weg en bewaar oude meuk om die vol trots aan Dick te tonen (natuurlijk droom ik).
Om 7 uur, maandag 16 februari, ben ik klaarwakker. Ook Dick heeft zijn ogen al open dus we staan maar op. Buiten is het nog erg donker maar als we aan het ontbijt zitten gloort de dageraad. Helaas is het zwaarbewolkt dus de zon zien we niet. Nadat we afgewassen hebben vertrekken we. De dump komt morgen wel in Evora. Omdat we vroeg vertrekken en slechts 125 km hoeven te rijden arriveren we even na tien uur al in Evora. De rit voerde door een heuvelachtig landschap waarin vruchtbomen, olijfbomen en wijngaarden elkander afwisselden. Er rijden net wat campers weg dus we kunnen onze camper parkeren op deze drukke parking municipal. De zon schijnt, de lucht is blauw met enkele witte wolken. Natuurlijk drinken we koffie. Tegen 11 uur wandelen we het stadje in. Dat betekent veel omhoogklimmen en dat valt zeker voor Dick niet mee want de straten en stoepen bestaan uit ongelijke kleine stenen en het is best een gehobbel. Op een groot plein nemen we een kijkje in de kerk maar de mis staat op het punt te beginnen dus het blijft bij een enkele blik. Er mogen binnen foto’s worden gemaakt maar dan moet je wel 50 cent betalen. Overal in de kerk en in de portalen hangen biljetten die dit aangeven.
We verlaten de kerk en klimmen de gezellige straatjes door. Er zijn veel mensen op de been en de terrassen zitten overvol. Iedereen geniet van de zon. Toch vinden we het niet echt warm met 12 graden.
Ons doel is de tempel van Diana boven op de berg en het hoogste punt van de stad. Het betekent klimmen en klimmen en klimmen door onooglijk smalle en steile en bolle straatjes.
Nadat we de tempel bekeken hebben, nu ja, de resten die ervan zijn overgebleven, lopen we langzaam naar beneden door weer andere straatjes vol toeristen winkeltjes waar producten van kurk toch echt de boventoon voeren. Het is leuk om een groot stuk bast van een kurkboom vast te kunnen houden. Die voelt al echt als kurk. Nadat we bij een politieagent de weg naar weer een ander plein hebben gevraagd (daar waar zich de Capelli dos Ossos bevindt). Deze bottenkapel slaan we ditmaal over. We hebben deze al tweemaal bezocht en ook al is deze best imponerend, we hebben nu andere prioriteiten. We kijken bij verschillende restaurantjes. Het is inmiddels 1 uur en de terrassen, maar ook de tafeltjes binnen, vullen zich snel. Bij Craft, een hamburger restaurant vinden we een leeg tafeltje en bestellen een burger die voortreffelijk smaakt. Beter dan die van mij gisteren die echt te doorbakken was. Na de maaltijd wandelen we nog even rond om wat caches te zoeken. Tegen 4 uur zijn we terug bij de camper. We hebben bijna 6 km gelopen. Helaas is de lucht inmiddels grauw en grijs.
Ik wandel toch nog even naar een Chinese bazar. Ook al koop ik bijna nooit wat, toch vind ik het heerlijk om er rond te snuffelen. Tegen half zes ben ik weer thuis, kan ik mijn administratie doen en ook de gevonden geocaches inschrijven. Het was een leuke dag. En heerlijk om zo vroeg aan te komen wat we hebben eigenlijk de gehele dag hier kunnen rond slenteren. ’s Avonds kijken we zoals iedere avond naar de Spelen en genieten van alle wintersporten. Tegen half 10 vallen mijn ogen dicht.
Dinsdag 17 februari zijn we om half 8 op. Het is 12 graden en helaas bewolkt. Gelukkig lijkt de lucht wat lichter te worden. Natuurlijk dumpen we en vullen schoon water voor we vertrekken. Dan over het platteland langs golvende heuvels naar het noorden. Eerst nog over tamelijk brede wegen maar zo’n 30 km voor Fatima duiken we het binnenland in. De weg die door Dicks hakuna wordt aangegeven is afgesloten, dus moeten we noodgedwongen de weg volgen die mijn hakuna aangeeft. Die is niet ingesteld op de lengte, breedte en hoogte van onze camper. En dat ondervinden we al snel, de weg wordt steeds smaller en leidt ten slotte door een dorpje met zeer smalle straten. Plaatselijke bewoners kijken of het ons wel lukt om door de straatjes te komen. Net als het iets breder wordt en ik weer even kan ademhalen lopen we vast op een rouwstoet, in wandeltempo wordt de kist gevolgd door het halve dorp en wij volgen.
Als ik denk dat we het gehad hebben, komen we in een volgend dorpje waar natuurlijk in een bocht een auto geparkeerd staat. Volgens mij kunnen we er nimmer langs maar Dick lukt het gelukkig. Dan, uiteindelijk, zijn we weer op een wat bredere weg en arriveren bij het Dinosaur Natural Monument. Helaas de slagboom van de parking is dicht. Ik heb me vergist in de openingstijden. In de winter is het park, waar zich de voetsporen van de Dino’s bevinden, gesloten op doordeweekse dagen.
We zoeken langs de weg een ander plekje om de camper even te parkeren en wandelen dan een stukje parallel aan het Natural Monument om een cache te zoeken. Het is een groot formaat en voor een challenge hebben we die nodig. Na wat klimmen over rotsachtig gesteente vinden we echter de cache. Gelukkig bevat ook deze voetsporen van Dino’s. Terug bij de camper hoeven we nog slechts 11 km te rijden en arriveren dan bij de Kathedraal van Fatima. De feestdagen van dit heiligdom zijn met name op de dinsdagen in mei, juni, juli en augustus dus nu is het nog rustig en we kunnen onze camper makkelijk parkeren. Nadat we een koffie hebben gedronken wandelen we naar de kerk, lopen over het immense plein, bezoeken de nieuwe kerk met een onmetelijk aantal zitplaatsen en wandelen naar enkele geocaches die zich net buiten het kerkelijk plein bevinden. Helaas kunnen we één cache niet openen ook al blijkt de slotcode, na navraag bij bevriende geocachers, te kloppen. Die gaan we een volgende keer wel weer proberen. Dan komen we langs de bar waar we afgelopen zomer hebben gezeten met Danielle (een Braziliaanse warmee ik de Camino Frances heb gelopen) die na een Camino vanuit Lisboa, in Fatima arriveerde. Je kunt er ook eten, we bestellen wat en zitten even later aan een voortreffelijke maaltijd. Met een vol buikje wandelen we eind van de middag weer terug.
Wel stoppen we nog even bij de kaarsjes brandplek. Er worden zoveel kaarsen afgestoken dat een groot vuur is ontstaan in de bak waar je de kaarsen neerzet. De kaars heeft niet eens de tijd om op te branden en smelt direct. Het ruikt hier doordringend naar kaarsvet.
Onze kaars nemen we mee naar huis die zullen we daar wel branden. Als we bij de camper zijn loop ik nog door om sap te halen bij de Aldi. Ik koop ook een fluoriserend neckie. Die weegt niets maar geeft wel licht door de reflectiestrepen. Deze gaat mee op mijn camino. Regelmatig loop ik in het donker langs de weg en dus wil ik graag iets bij me hebben dat goed reflecteert en me beter zichtbaar maakt.
Het blijft stil op de parking. Alleen aan het geluid van de heerlijk beierende kerkklokken weten we dat we in Fatima staan. Ik hoef niet meer te koken dus drinken we alleen nog een koffie en verder wat fris en water.
Na een goede nachtrust op deze doodstille parking worden we woensdagochtend 18 februari om 7 uur gewekt door de kerkklokken. Heerlijk vind ik het om op zo’n manier wakker te worden. We staan even later op en douchen en ontbijten. Op de parking is weliswaar een waterkraan maar geen dump mogelijkheid dus na het ontbijt en de afwas vertrekken we, het is 8:20 uur. De lucht is grijs en er staat en koude wind. Warmer dan 10 graden is het niet. Al snel bevinden we ons op een grote weg, het blijkt een tolweg. Het is maar goed dat we bij de grens ons kenteken aan de creditcard gekoppeld hebben. Gedurende 80 km volgen we deze weg en laten de smalle weggetjes door de dorpen naast ons liggen. Het betekent dat we veel meer opschieten.
Net als gisteren zien we ook nu weer langs de weg de gevolgen van het slechte weer dat deze regio twee weken geleden geteisterd heeft. Overal liggen bomen om. Sommigen zijn afgeknapt als luciferhoutjes. Ook in Fatima waren enkele bomen het slachtoffer geworden van de storm en omgevallen met soms schade aan omheiningen. Regelmatig hebben we miezer en regen maar als we Aveiro naderen verschijnt gelukkig de zon. Op de parking is voldoende plek om te parkeren en we kiezen de eerste plek zo dicht mogelijk naast het station. Wel vreemd dat het hier zo stil is. Normaliter is hier geen plekje te vinden en moet je geluk hebben om te kunnen parkeren. Na natuurlijk een kop koffie wandelen we naar de andere zijde van het station. Zodra we daar zijn begint het te regenen. Helaas, maar we wandelen door. De regen is nog niet echt hard.
Dat komt wel als we op een van de bruggen over het kanaal staan en naar een geocache zoeken. Deze zou tussen de lintjes zijn die aan de brug bevestigd zijn. Maar hoe wij en ook een Belgisch echtpaar zoeken, geen cache te vinden. We wandelen nog wat door het stadje maar uiteindelijk gaat het zo hard regenen en waaien dat het genoeg is en we lopen terug richting station. Net ervoor is een pasteleria waar we kunnen eten en een vrij tafeltje vinden. De kalkoen met sla en fritekes smaakt prima. We zijn er inmiddels aan gewend om in de middag te eten en dat bevalt ons prima. Wel zijn we drijfnat als we arriveren en als we na de heerlijke maaltijd weer vertrekken zien we dat zich achter onze stoelen, waar we de jassen hebben opgehangen, plasjes water hebben gevormd. Thuis in de camper wissel ik van jas en loop door naar de supermercado die naast de parking ligt. Ook werp ik nog even een blik in twee Chinese bazaars. Ik koop er een pot-opener. Degene die ik thuis heb is niet recht meer en verschuift telkens als ik probeer een pot te openen. Hopelijk is deze beter. Dick is duidelijk een andere mening toegedaan als ik hem mijn aankoop laat zien, “het is zooi en zal niet werken”. We gaan het zien. De zon is inmiddels volop gaan schijnen en we koesteren ons in het avond licht, het is 5 uur. Nadat ik mijn verhaal heb afgeschreven ga ik ook lekker tv kijken. Onze jassen hangen in de douche verder te drogen. Tegen deze hoeveelheid hemelwater zijn ze niet echt bestand en we zijn wat nat.
Na de koffie wandel ik toch nog even naar de Continente om Oikos yaourt te halen. Die is in de reclame en beiden houden we van die yoghurt. Tegen 10 uur gaan we naar bed.
Het blijft leuk om naast een groot spoorstation te staan.
Donderdag 19 februari staan we pas om half 8 op. Het is wat grijs maar we zien ook wat blauw tevoorschijn komen. Nadat ook afgewassen hebben rijden we naar de dump waar we volop water vullen en dan echt op weg. Eerst door de eindeloze aan elkaar geschakelde dorpjes. Het schiet niet echt op maar de weg is wel leuk om te rijden want er is veel te zien. Regelmatig laten de grijze wolken druppels vallen maar snel is het ook weer droog. Net voor Porto komen we weer op een grote weg, rijden over de enorme Douro en zien de beroemde bruggen van Porto naast ons. De zon schijnt volop en we genieten van de blik op Porto in de zon. Iets buiten Porto komt de weg me bekend voor. Als ik de Camino app erbij pak, blijkt dat we nu over het traject rijden waar ik in oktober heb gelopen. Wat leuk! Opnieuw praat ik Dick de oren van zijn hoofd en vertel hoe het was om hier te lopen. Dick zegt niets maar wijst me op een gegeven moment de weg die ik liep. Er staan overal Camino pijlen. Na nog een stuk grote weg, waardoor we best opschieten, rijden we het laatste deel weer door de dorpjes die als een lint aaneengeschakeld zijn.
En dan arriveren we in Ponte de Lima. De app geeft aan dat er slechts ruimte is voor campers tot 7 meter maar dat blijkt niet correct en we kunnen de camper een plekje geven op een ruime parking waar slechts 1 Britse camper staat. Direct nadat we alles geblindeerd hebben, wandelen we naar de oude Romeinse brug. We komen eerst langs de albergue waar we natuurlijk een foto maken.
Bij de brug aangekomen denken we aan de legende over de rivier de Lima. De Romeinse soldaten weigerden deze rivier over te steken. Ze dachten dat deze rivier de mythische Lethe was, de rivier uit de onderwereld. De legerleider stak daarop als eerste de rivier over en riep iedere soldaat bij naam om hem te volgen. Daarna staken de soldaten ook over. Het beeld van de Romeinse legerhoofdman herinnert hieraan. Doordat de rivier ver buiten zijn oevers is getreden staat de legerleider op zijn steigerende paard in het water. Door een stuk over drijfzand en een ondergelopen grasveld te lopen kunnen we van dichtbij een foto maken. Grappig is dat aan de overzijde nog steeds het voetleger staat. Dan is het tijd de brug over te steken. Aan de overzijde dwalen we wat rond door de oude smalle straatjes van de binnenstad. Wat ben ik dankbaar dat we hier beiden mogen zijn en ik Dick nu kan laten zien waar ik heb gelopen. Telkenmale heb ik de behoefte hem de verschillende wegen te tonen.
Om 2 uur passeren we een klein restaurant “Pica Pau”, wat specht betekent en we gaan naar binnen. Ook al is er verder niemand, wij kunnen eten. De maaltijd is voortreffelijk. Het vlees is mals en smakelijk en we smullen van onze maaltijd. Na het eten lopen we nog even rond en dan terug naar de albergue. Omdat ik nog even een andere kerk wil bekijken wandel ik weer terug. Ik probeer een foto van het Romeinse leger te maken maar dat staat te diep in het water.
Naast de albergue is een mogelijkheid om de credentials te laten stempelen. Er komt een hele ceremonie aan te pas: de bel wordt geluid, de hoed opgezet en de wandelstok gepakt en dan krijg ik een stempel. Ik bedank de man en wandel in het heerlijk warme zonnetje terug naar de camper. De bomen hier hebben al bloesem, het wordt voorjaar. Deze plek is om terug te keren. Ik heb iets met Ponte de Lima. Ook heb ik voor het eerst in dagen weer eens “4 G” op mijn telefoon en geen “E”. Eindelijk kan ik weer eens mijn Phone gebruiken.
Vrijdag 20 februari zijn we om 7:10 uur allebei klaarwakker. Het is een drukte van belang op de cobblestone weg naast ons. Auto’s rijden af en aan en waarnaartoe? Na het ontbijt en de afwas vertrekken we over dezelfde cobblestone weg en rijden noordwaarts. Dat is erg leuk want regelmatig herken ik stukken weg waar ik gelopen heb. In de verte zien we diepe dalen gevuld met wolken maar ook is er wat zon. In Valence steken we de grens over met Spanje. Verderop is de brug die ik ben overgestoken. Het duurt nu niet lang meer of we zijn in Padron.
We moeten even zoeken naar de camperplek maar na enkele bochten door smalle straatjes arriveren we bij de parking waarlangs de camino loopt. Nadat we koffie gedronken hebben wandelen we het stadje in. Helaas, de kerk is dicht en ook enkele geocaches kunnen we niet vinden. Nadat we door de smalle straatjes van de binnenstad hebben gedwaald vinden we een restaurant niet ver van onze parking. Er is een “menu del dia”. We gaan naar binnen en bestellen het menu. Eerst croquettekes en dan vlees met fritekes. Het smaakt lekker. We krijgen er ook een karafje wijn bij. Heel schattig. Nadat we weer terug zijn in de camper vertrek ik weer. Het convento op de berg is dicht maar als ik tegen de kerkdeur duw blijkt deze open te zijn. Na een vluchtige blik in de donkere kerk blijkt dat deze nog gesloten is. Dus vertrek ik weer. Op weg terug naar de camper haal ik wat flessen water bij de supermarket. Tegen vijven ga ik er weer op uit. Ik wil de ankerpaal in de kerk zien. Nu is de kerk wel open en verlicht en uiteindelijk zie ik, onder het altaar, de ankerpaal. Het is een stenen aanmeerpaal waarop, volgens de legende, de boot met het lichaam van apostel Santiago zou zijn vastgelopen.
Ik mag er vlakbij kijken, maak foto’s en dank God dat ik dit allemaal mag zien. Uiteindelijk na nog veel meer foto’s verlaat ik de kerk. Loop nog even binnen bij een Chinese bazar en ben dan ook weer thuis. In de avond eten we nog een yoghurt en kijken naar het laatste schaatsen. Wat is het spannend. Tegen half 1 gaan we pas naar bed. We vergeten de isolatiemat, toch koelt het in de nacht af want als we zaterdag 21 februari om 9 uur opstaan is het buiten slechts 8 graden.
Maar de zon schijnt en de lucht is blauw. Het is heerlijk weer. Als we gedumpt hebben vertrekken we van deze ook fijne plek in de binnenstad. Over zonnige wegen rijden we naar Santiago. Hele stukken weg komen me erg bekend voor. Een weg die in oktober nog opgebroken was, is inmiddels klaar. Overal liggen mooie nieuwe trottoirs. Na 45 minuten zijn we in Santiago waar volop plek is. Nadat we koffie hebben gedronken gaat Dick de tafel poetsen (hij moet hem deels uit elkaar halen) en ik wandel naar Monte Gozo.
Daar bevindt zich een pelgrimsmonument. Het staat iets buiten de pelgrimsroute dus ik heb het nog nooit gezien. Het is een mooie oefening want ik moet veel klimmen, het heet niet voor niets “Monte do Gozo”. Op de berg vind ik de St. Marcos kapel waar ik een stempel in mijn credential zet en dan is het zoeken naar het monument. Eerst kom ik langs enkele mooie bronzen deuren en daarna, in de verte, zie ik het mooie monument. Een Koreaanse maakt foto’s van me bij het monument. Het is prachtig ook omdat de lucht staalblauw is en de zon schijnt.
Dan bel ik Dick om te zeggen dat ik weer naar beneden kom. We spreken af elkaar op het plein voor de Kathedraal te treffen. Iets voor drieën arriveer ik bij de poort naar het plein voor de kathedraal. Een doedelzakspeler brengt het gehele jaar door hier zijn muziek ten gehore.
Ik word emotioneel en val even later huilend Dick in zijn armen. Alsof ik net een Camino heb gelopen en niet slechts 13 km. Santiago blijft me ontroeren. Samen lopen we naar het straatje waar het kantoor is waar je de “Compostella” kunt halen, een officieel kerkelijk document en bewijs dat je een pelgrimstocht hebt volbracht.
Het eettentje waar ik wil eten, Canadu, is dicht maar ertegenover is een restaurant wat wel open is. De eetzaal is vol maar in de bar staat nog een leeg tafeltje waar we kunnen zitten. We bestellen een menu en het smaakt heerlijk. Tegen vieren wandelen we terug. Nemen natuurlijk nog een kijkje in de cathedraal, waarbij ik natuurlijk het beeld van Santiago omhels, dat blijft ontroeren. Dan lopen we op ons gemakje terug naar de bushalte. Het is nog 17 graden en de zon schijnt volop. We moeten 20 min wachten maar dan komt de bus en rijden we terug naar de parking. In de camper schrijf ik mijn verhaal bij en dan gaan we tv kijken. De laatste dag Olympische Spelen. De parking is niet erg druk.
Zondag 22 februari staan we pas half negen op. Ik word wakker uit een diepe slaap. Dick is zoals altijd al wakker. Buiten is er nevel maar al snel komt blauwe lucht tevoorschijn. Het is slechts 3 graden en het voelt ijskoud, ook door de wind. Na het ontbijt en de afwas dumpen we en vullen water en dan op weg. In Cee buigen we af van de weg om de camper te wassen. Santi, de eigenaar van de camperplek in Fisterre, heeft ons jaren geleden deze wasplek voor auto’s en campers gewezen. We moeten wel even wachten. Het is zo druk dat zelfs op de wasplek voor campers een personenauto staat.
Als die eindelijk klaar is kan het schuimen beginnen. Later komt de hoge drukspuit met shampoo erbij. Het vuil druipt van de camper af en je ziet hem opknappen. Na een uurtje ziet de camper er weer presentabel uit en kunnen we verder rijden. Santi is er nog niet als we in Fisterra aankomen dus zetten we de camper op het plekje tegenover de office en gaan koffiedrinken. De temperatuur is gestegen, de zon schijnt, de wind is gaan liggen en we kunnen zelfs buiten zitten. Het is 15 graden.
Als we de koffie op hebben arriveert Santi en we begroeten hem. Speciaal voor deze gelegenheid heeft hij zijn Oranjeshirt aangetrokken. In de middag loop ik naar de Chinees om rond te kijken, koop niets en wandel weer terug. Als ik bij het postkantoor ben komt Dick aanlopen en samen wandelen we richting haven.
Daar blijkt slechts één restaurant open: Maruxia. Zelfs de kebabtent is dicht. Het is dan ook erg druk in het restaurant en alle tafeltjes zijn bezet.
Gelukkig gaat net een stel drinkers weg en kunnen we plaatsnemen aan het vrijgekomen tafeltje. Vooraf bestellen we tomaat met mozzarella, als tweede gang vlees en fritekes. Dick heeft solomillo en dat blijkt supermals, je ziet hem zichtbaar genieten.
Ook de vino tinto smaakt prima. Eigenlijk eten we te veel dus wandelen we nog wat rond door het stadje. Beiden vinden we het heerlijk om hier te verblijven. Natuurlijk laat ik Dick de albergue zien waar ik in oktober heb geslapen. Ik kwam toen met de bus naar Fisterra wat betekende dat ik niet in de albergue municpal mocht overnachten. Tegen vijven zijn we terug bij de camper.
Onze gezichten gloeien van de warme zon. Wat boffen we met het weer. We doen verder weinig. Wel geef ik nog wel stroopwafels aan Santi. “s Avonds kijken we naar de sluiting van de Olympische Spelen. Om half 11 vallen mijn ogen dicht. Ik slaap diep.
Maandag 23 februari staan we pas om half negen op. Alhoewel de zon schijnt hangen er sluierwolken langs de bergen aan de overzijde van de baai. Na het ontbijt loop ik naar Victor, mijn vaste kapper. Hij zou om 10 uur open zijn maar helaas, op de deur hangt een papier dat de zaak pas om 12 uur opent. Dus wandel ik onverrichterzake weer terug. We drinken samen koffie. Tegen half 12 wandel ik opnieuw naar het centrum. De kapsalon is nog dicht maar ik kan heerlijk in het zonnetje op de trap wachten. Het is gewoon warm. En dan een verraste kreet. Victor en zijn moeder arriveren en ik word door beiden hartelijk begroet. Ik kan meteen geknipt worden wat wel fijn is en na het wassen van mijn haren wordt de schaar ter hand genomen. Eindelijk verdwijnen mijn lange haren.
Klaarblijkelijk vindt Victor het zonde om mijn haar erg kort te knippen en dus blijft het, naar mijn zin, te lang. Maar het is niet anders. Ondertussen laat Victor een onstuitbare Spaanse woordenvloed op mij los. Ik versta echt niet alles maar gelukkig wel zoveel dat ik kan reageren. Uiteindelijk neem ik afscheid en zeg begin mei terug te komen nadat ik de Camino Frances gelopen heb. Natuurlijk nemen we foto’s. Als ik weer terug ben wandelen we samen naar de haven.
Nog steeds zijn veel restaurants dicht maar onze “Maruxia” is wel open. Opnieuw vinden we het laatste tafeltje en bestellen eten. Het smaakt weer voortreffelijk.
Op de terugweg lopen we even bij Steffen Pfeiffer binnen. In eerder tijden heeft hij water ingezameld uit vele landen om het gebrek ervan onder de aandacht van de wereld te brengen. Op die manier kwam hij ook op bezoek bij de vorige paus. Hij weet boeiend te vertellen en het is altijd leuk om naar hem te luisteren. Uiteindelijk zetten we onze wandeling voort. Buiten zitten we even in het zonnetje en aaien de ezels die in het weiland naast ons grazen. Dat zou wat voor Mirjam zijn. Pas als de zon achter de bergen is verdwenen, gaan we naar binnen.
Dinsdag 24 februari ziet het weer er wel wat anders uit. Het is bewolkt, grijs en 10 graden. Dick wekt me om 8 uur want er is vandaag veel te doen. Nadat we ontbeten hebben lopen we naar de lavanderia. Dick wast straks wel af. Er is al een machine in gebruik dus ik kan slechts een deel van onze was in de machine stoppen. We hebben twee grote waszakken vol. Terwijl Dick gaat afwassen en stofzuigen begeleid ik het wasproces. Dat neemt best wat tijd in beslag maar om 12 uur is alles schoon, droog en opgeborgen. Ook de bedjes zijn weer schoon gedekt.
Na een koffie word ik door Dick op weg gestuurd. En wel naar de Cabo. Telkens als we hier zijn wandel ik naar dit iconische plekje daar, waar de eindeloze oceaan zich uitstrekt naar het einde der wereld. En ik vind het heerlijk zeker als het, zoals nu, stormt. De wind maakt wel dat ik niet over het randje loop dat voor voetgangers is bestemd, maar toch echt de weg volg. Nu is er in ieder geval een vangrail tussen mij en de afgrond. Zelfs op de punt van de kaap zijn de stormstoten zo groot dat ik niet echt op de rotsen durf te klimmen. Een foto bij Apostel Santiago lukt gelukkig nog net. Na een half uur genieten wandel ik weer terug.
Ik heb Dick gebeld en die is inmiddels ook van huis vertrokken zodat we elkaar weer in de haven treffen. Daar gaan we opnieuw eten bij Maruxia. Voorlopig de laatste keer want morgen vertrekken we weer. Nadat we terug zijn bij de camper na een heerlijke maaltijd besluit ik toch nog even een kijkje te nemen op de klif waar zich de resten van een ermitage bevinden. Er is daar ook een geocache die ik eerder niet heb kunnen vinden. Het betekent redelijk steil klimmen over hellingen die hoger en hoger door het bos voeren.
Uiteindelijk kom ik bij de ruïnes en grote rotsblokken. Direct daarna vind ik de geocache. Na nog wat foto’s wandel ik via de oceaankant terug naar het stadje. Het biedt prachtige vergezichten over de oceaan en ik geniet. Wat is dit mooi. Wel is deze wandeling heftig voor mijn spieren. Ik moet veel afdalen. Uiteindelijk ben ik beneden bij een baai waar ik nog een geocache vind en dan het laatste stukje terug naar de camper. Het is al bijna 7 uur dus ik haal het niet meer om nog naar de pelgrim mis te gaan. Dat moet wachten tot een volgende keer dat ik hier ben.
Nadat ik Dick verteld heb wat ik allemaal heb meegemaakt schrijf ik mijn belevenissen nog op . Ik voel me heel rozig Als ik Santi naar zijn kantoortje zie lopen ga ik ernaartoe om te betalen. Ik betaal liever persoonlijk dan het geld in de brievenbus te stoppen. Vanwege de harde wind die nog steeds waait lukt het niet om de schotel uit te zetten dus kijken we TV via de laptop. Mijn ogen vallen opnieuw eerder dicht dan die van Dick.
Woensdag 25 februari staan we pas om half negen op. Ik word wakker uit een diepe slaap, Dick is, zoals altijd, al wakker. Opnieuw is het bewolkt en grijs, de regen is wel gestopt. Na het ontbijt en de afwas vertrekken we uit ons lievelingsplekje Fisterra en rijden naar een andere favoriet: Santiago. Het is slechts 92 km rijden dus we arriveren al om 11 uur. Na de gebruikelijke koffie wandelen we naar het centrum. Het is droog en niet echt koud. Natuurlijk bezoeken we de kerkjes die we onderweg tegenkomen. Bij één krijgen we een stempel in onze credential. Door de smalle straatjes van de oude binnenstad wandelen we en komen ook langs “The Last Stamp”. Pas morgen opent deze weer haar deuren.
Casa Ivar blijkt nog open dus we gaan naar binnen. Ivar zelf is er niet maar zijn werkneemster wel en we kopen een uitgebreide gids van de “Frances”. Daarmee kan Dick me beter volgen op mijn tocht straks. Uiteindelijk wandelen we ook naar het straatje waar onze favoriete restaurants zijn. Nog steeds is Canadu dicht maar het restaurant ertegenover is opnieuw open.
Afgelopen zaterdag was het eten er goed en ook nu weer genieten we van het menu.
We maken ook grapjes met de serveerster die een zekere gelijkheid vertoont met het “meisje met de parel”. We laten haar de foto zien van dit beroemde schilderij van Vermeer. Haar collega’s maken er grapjes over. Nadat we heerlijk gegeten hebben nemen we natuurlijk even polshoogte in het kantoor over de aankomst van pelgrims. Er zijn nu, om 4 uur, slechts 58 pelgrims gearriveerd. Dan wandelen we weer terug naar de camper waar we na totaal 6 km wandelen, arriveren. Om nog wat extra kilometers te maken wandel ik nog naar een Chinese bazaar, een stukje de Camino Ingles op. De winkel wordt geliquideerd en dat zie je, de winkel is weinig inspirerend en ik verlaat snel weer de winkel. ’s Avonds eten we een ijsje wat ik bij het benzinestation aan de overkant haal. Het haalt het helaas niet bij een magnum. Natuurlijk kijken we ook TV. Onze satelliet schotel werkt weer, de storm is gaan liggen.
Donderdag 26 februari is het mistig als we om 8 uur opstaan. Nadat we onze dagelijkse beslommeringen achter ons hebben liggen, douchen, ontbijten, afwassen, dumpen en water vullen, verlaten we onze parking en rijden naar het noorden. Langzaam verdwijnt de mist. Als we in A Coruña arriveren schijnt de zon hoewel er nog wel wat wolken zijn. Maar de temperatuur stijgt en in de middag is het zeker 15 graden. Na onze vaste koffie routine wandelen we richting boulevard.
Maar eerst zoeken we een geocache bij Muncyt, het museum voor wetenschap en techniek. De cache ligt binnen in een locker. Als we horen dat we het museum gratis mogen bezoeken gaan we naar binnen. We kijken enige tijd rond in dit 9 verdiepingen grote gebouw. Er zijn veel uitvindingen te zien die in de loop der eeuwen gedaan zijn en vooral die in onze levensfase bekijken we. Regelmatig slaken we een zucht van herkenning.
Het is schokkend om te zien wat er gedurende ons leven tot nu toe is veranderd. Je voelt je gewoon oud.
We bezoeken ook de cockpit van een Boeing en kijken rond op de net geopende tentoonstelling over Humbolt, de Spaanse onderzoeker die o.a. zeestromingen in beeld bracht. We vinden het een leuk en leerzaam museum.
Als we weer buiten zijn wandelen we naar de boulevard. De temperatuur ligt rond de 17 graden. Mensen zwemmen in zee en het is heerlijk hier rond te lopen. Nadat we enkele caches gezocht en gevonden hebben zoeken we een plek om te eten. We lopen een restaurant binnen en bestellen het menu. Of het is echt niet goed of ik heb het verkeerde besteld, maar het eten is niet lekker, alles is zoet. Na de maaltijd lopen we weer terug. Vlak voor we bij de camper zijn gaan we uit elkaar. Ik loop nog even langs een Chinese Bazaar en Dick gaat terug naar huis. Ik loop ook nog even binnen bij een grote Carrefour waar ik nog drinken haal. Uiteindelijk ben ik ook thuis. Laat in de middag ga ik er toch nog even op uit om Tonic te halen maar uiteindelijk zitten we samen in de camper, genietend van de stralende zon en het heerlijke weer.
Vrijdag 27 februari ziet het weer er totaal anders uit. Het is grauw en grijs en 13 graden. Omdat het ook regent, afgewisseld door miezer, besluiten we niet nog een dag te blijven maar ons reisplan aan te passen. Om 10 uur vertrekken we en even later rijden we op de grote weg naar Lugo. We hoeven slechts 109 km te rijden dus zijn we om kwart voor 12 in Lugo. We nemen de verkeerde afslag de berg op maar, nadat we omgedraaid zijn, komen we wel op de goede afslag en kunnen we de camper op het grote parking net onder de stad zetten. Terwijl we koffie drinken stopt de regen en we wandelen de stad in. Dat betekent een zware klim door een park. Ons eerste doel is een sportzaak. Als we er arriveren blijkt deze niet meer te bestaan dus wandelen we naar een andere sportzaak. Ik heb een nieuwe raincover nodig voor mijn rugzak en deze sportzaak heeft ze. Helaas geen gele maar een rode dus die koop ik. We bedanken de sportzaak en wandelen verder door Lugo. Deze ommuurde stad blijft bijzonder om rond te lopen.
Als we door één van de stadspoorten zijn gelopen is het twee uur en allereerst zetten we koers naar de Hiper Froiz naast de stadsmuur. Daar bestellen we het menu del dia. Nadat we heerlijk, maar te veel gegeten hebben wandelen we weer naar de oude stad. Natuurlijk wil ik Dick de albergue laten zien. Daarna zoeken we een geocache in de stadsmuur. Met wat klimwerk en een zetje van Dick lukt het deze te vinden.
Voorts wandelen we over de stadsmuur om enkele foto’s te maken. Bij de kathedraal verlaten we de muur weer en lopen naar binnen. Met onze credentials krijgen we 50% korting en betalen in plaats van 10 euro, 5 euro. Binnen blijken we geen foto’s te mogen maken wat ik stiekem toch doe. De kathedraal is best indrukwekkend en heeft een schitterende schildering boven het hoofd altaar. Nadat we de kathedraal rond zijn geweest en op de binnenplaats hebben gekeken zien we nog de tentoonstelling op de galerij van deze kathedraal.
Het is indrukwekkend en ik ben blij dat we hier rondkijken. Na 6 km zijn we weer terug bij de camper.
Bij de rivier, diep beneden ons, zie ik de Romeinse soldaat staan die ik passeerde toen ik (lopend over de Camino Primitivo) in de vroege ochtend de rivier overstak. Natuurlijk wil ik daar nog even gaan kijken. Dick heeft genoeg gelopen dus alleen daal ik de berg af. Onderweg vind ik nog een cache met schitterend zicht op de rivier Minho. Als ik terug ben schijnt de zon nog volop. We zien deze later prachtig ondergaan. We genieten na van een heerlijke dag in Lugo.
De laatste dag van de maand staan we om 8:15 uur op. De lucht is al blauw en de zon schijnt. Het is windstil en 5 graden. Als we na het ontbijt en de afwas willen dumpen moeten we even wachten. Een Française is ons voor. Haar slang zit in de knoop en het duurt enige tijd voor ze vertrekt. Onderwijl leeg ik alwel onze wc want er zijn twee dump plekken. Uiteindelijk zijn wij ook vol met schoon water en even later rijden we over een grote weg met enorme viaducten. We rijden een stuk binnendoor, het schiet niet op maar is wel leuk en voert door kleine dorpjes. In Ponferrada is het druk op de parking naast de albergue. Gelukkig is er nog plek voldoende om onze camper te parkeren. Al snel wandelen we het stadje in. Wel aan de hand van een geocache. Daarbij moeten we langs alle vijf bruggen in de stad.
Natuurlijk komen we langs het ”Castillo de Ponferrada” wat sinds 1282 de stad domineert. Het ziet eruit als een Disney kasteel en is prachtig om te zien. Het was eens de zetel van de ridders van de Tempeliers. Deze ridders verbeterden het oude fort wat zich hier bevond, om de weg naar Santiago te verdedigen.
Als we uiteindelijk bij de allerlaatste brug zijn, ver buiten het centrum, kunnen we de geocache niet vinden. We wandelen in het heerlijke zonnetje weer terug naar het centrum. De rivier heeft klaarblijkelijk hoog gestaan. Grote delen van het wandelpad zijn afgezet en een deel van het pad is weggespoeld. Terug in het centrum blijkt het nog mogelijk op een terras een plekje te vinden om te eten, ook al loopt het al tegen drieën. We kiezen een tafeltje in de zon waar het goed toeven is. Het wordt wel wat koeler als de wolken enige tijd de overhand hebben maar des te aangenamer is het als de zon weer volop gaat schijnen. Tegen vieren wandelen we weer terug naar de camper. Ik loop nog even door naar de bazar en de mercado om sap te halen en ben even later ook terug. Inmiddels loopt het tegen zessen. Een uur later brengen we onze isolatiemat aan. Vannacht zakt de temperatuur tot het vriespunt.
Het nieuws staat in het teken van de oorlog in Iran nu Israël en de USA dit land hebben gebombardeerd. We kijken tv, zijn rozig en gaan niet echt laat naar bed.
Zondag 1 maart staan we om 8 uur op. De zon staat al aan een blauwe hemel. Weer een heerlijke dag in het vooruitzicht. Nadat we gedumpt hebben en schoonwater gevuld met een gieter, vertrekken we. Het is zondag en dus stil op de weg en omdat we niet erg ver hoeven, stoppen we opnieuw in Hospital de Orbigo om te tanken. We drinken ook een koffie en nemen er een tosti bij. Tegen 11 uur vertrekken we om de laatste kilometers naar Leon te rijden waar we om half 12 arriveren. Er staan best wel wat campers op de parking maar er is voldoende plek. Als we staan wandel ik naar de betaalautomaat. Er staat nergens wat we moeten betalen, geldstukken inwerpen werkt niet, maar uiteindelijk lukt het te betalen met mijn creditcard. Voor een dagkaart wordt 2 euro afgeschreven.
Na dat we, zoals altijd, koffie hebben gedronken wandelen we naar het centrum. Ik vind het fijn om hier nu met Dick te lopen. Als we bij de kathedraal arriveren beginnen de kerkklokken te beieren. Zodra dat na enige tijd ophoudt, komt er muziek uit luidsprekers.
Die komt uit een gebouw van een van de broederschappen van de Semana Santa. We lopen ernaartoe en nadat we ieder 1 euro betaald hebben mogen we een prachtig diorama aanschouwen over het leven en leiden van Christus. Het is schitterend gemaakt en fantastisch om te zien. We bedanken de mensen die dit organiseren en wandelen weer naar buiten. De kathedraal is inmiddels dicht. Pas om 4 uur kunnen we weer naar binnen.
We dwalen dus rond door de overvolle smalle straatjes van Leon waar naast elkaar de barretjes zich verdringen. Op de grotere plekjes en pleintjes staan tafeltjes in de zon maar daar is nergens een plekje vrij. Het is erg, erg druk. Uiteindelijk vinden we toch in een van de kleine straatjes van de oude binnenstad een restaurantje waar we binnen kunnen zitten en we bestellen een plato (schotel). Het eten is heerlijk en we genieten van de maaltijd. Als we ons eten op hebben, het is nu drie uur, stroomt de zaak vol. Het is dus goed dat we iets eerder zijn gaan eten.
We lopen nog wat rond, kijken bij een gebouw dat duidelijk door Gaudi is ontworpen en wandelen langs een oude stadsmuur terug. Net voor we bij de camper zijn, vinden we in een heg rond een parkje nog een cache. Inmiddels is het half vijf, de zon schijnt nog volop en het is 12 graden. Ik ga mijn verhaal weer eens aan de computer toevertrouwen en Dick gaat naar het schaatsen kijken. Henk en Hannah zitten in Cervinia. Zij hebben iets minder mooi weer en veel wolken. Hopelijk verandert dat in de loop van de week. Straks bevestigen wij weer onze isolatiemat voor de ruit want ook vannacht worden hier lage temperaturen verwacht. Toch wordt het niet zo koud als we denken want ‘s nachts komt de temperatuur niet lager dan 6 graden. Maar desondanks slaat de kachel wel aan. We merken het direct in het toilet waar de verwarming brandt als we om 8 uur opstaan. Dat is erg aangenaam. Na het ontbijt dumpen we en vullen water met de gieter.
Dan gaan we op weg naar Oviedo. Er zijn veel wolken maar ook zo nu en dan is de zon te zien. We volgen de N 630, deels het traject van de Camino el Salvadore. Deze staat nog op mijn lijstje. Natuurlijk volg ik het traject van deze Camino op mijn “Buen Camino App”. We klimmen en klimmen verder het gebergte in en ik geniet. Helaas zien we te laat dat we op de top zijn en het lukt niet meer om daar te stoppen. Wel jammer want hier begint Asturia. Dan wordt het afdalen. En heel steil 17 en 15 % hellingen volgen elkaar af en als we denken dat het even iets minder is dan verschijnen hellingen van 13 en 10 %. Bij een inham stoppen we even om de remmen te laten afkoelen. Het is bewolkt, het stormt en de temperatuur ligt niet hoger dan 8 graden, dus de afkoeling lukt.
Ik ga even naar buiten om foto’s te nemen van het gebergte om ons heen. Zo nu en dan zie ik in de verte een besneeuwde top. Wat een spectaculair landschap. Wel is het eng om buiten te lopen want ik storm weg en ben bang de afgrond in te worden geblazen. Snel ben ik weer terug in de camper. We dalen verder af. Er komt geen einde aan. Van 1300 meter zakken we naar 200 meter. Deze Camino loopt ook door dit landschap en dus echt zwaar. Toch blijft hij op mijn lijstje staan maar het is wel iets voor de zomer. Eindelijk zijn we met stinkende remmen beneden en we zetten koers naar de camperplek. Er blijkt één lege plek te zijn maar meer hebben we niet nodig en we parkeren onze Frankia. Iets later zie ik nog twee plekken vrijkomen maar die zijn snel weer bezet. Dit is duidelijk een gewilde camperplek. Zodra de camper staat, wandelen we naar de rotonde vanwaar de bus naar het centrum vertrekt C 2 naar de stad en C1 terug, of misschien net omgekeerd. We betalen ieder 1.20 en kunnen best een tijdje zitten. De afstand naar de binnenstad is 5 km.
We stappen uit bij een parkje en kijken waar we weer op kunnen stappen. Het lijkt ook mogelijk in de lange winkelstraat waar we voorheen doorreden. We zien meteen verschillende beelden staan die met elkaar een apart beeld van de stad geven.
Dan wandelen we door de straten naar de kathedraal. Eindelijk kan ik deze bekijken. In mei 2025 lukte dat niet omdat ik mijn bus miste in Parijs. Het weliswaar lukte het om alsnog twee andere bussen te regelen zodat ik alsnog in Oviedo aankwam maar wel pas tegen achten in de avond en toen was de cathedraal niet meer open. Ik had er toch niet naar toe gekund omdat ik me moest haasten om op tijd in mijn hostel te kunnen zijn. Nu kunnen we wel de kerk zien maar ook niet van binnen. Het is half twee en de kerk gaat dicht. Ook daar is siësta. We dwalen derhalve door de smalle straatjes van de oude binnenstad. Natuurlijk laat ik Dick mijn Green Hostel zien, het ligt vlakbij een ander plein. We bekijken een ander prachtig plein waar de markt net ten einde loopt en vinden dan restaurant El Antiguo waar we kunnen eten. We eten er prima en we genieten van de maaltijd en de wijn. Ja die ook. Wijn is bij ieder menu gratis en dus drinken we deze vakantie toch wel wat meer dan we normaliter doen. Na de maaltijd dwalen we nog even rond en dan is het 4 uur en kunnen we wel de kathedraal in. We hebben natuurlijk onze credentials bij ons zodat we de helft van de toegangsprijs betalen en kijken binnen rond.
Naast de kathedraal zien we ook de kloostergangen en enkele trappen op bevindt zich ook een museum waar we ook doorheen lopen. Balen is wel dat er nergens gefotografeerd mag worden en er ook veel toezicht is van mensen en vooral camera’s dus stiekem fotograferen gaat ook niet goed. Nadat we overal hebben rondgekeken, wandelen we weer naar buiten en zoeken in het park nog enkele caches zoeken. Grappig is dat aan de rand van het park de datum van vandaag te zien is, in gras gemaakt. We lopen weer naar de bushalte, onze bus C1 rijdt net weg maar 5 minuten later stopt er alweer een andere zodat we toch nog voor zessen thuis zijn. We trekken onze huisbroeken aan, gaan lekker op de bank zitten, TV kijken en nagenieten van een heerlijke dag.
Omdat tegenover de parking een mooi verzorgde lavanderia is, besluiten we de volgende dag 3 maart ook te blijven. Na het ontbijt, met heerlijk vers stokbrood wat ik in de winkel om de hoek haal, sjouwen we alles naar de overzijde.
Daar ga ik het wasproces starten en Dick gaat de camper cleanen en stofzuigt alles.
Het was- en droogproces neemt de gehele ochtend in beslag maar om half 1 is alles opgeborgen en zijn de bedjes gedekt. Iets later wandelen we weer naar de bushalte waar al snel onze bus arriveert.
5 Km verderop stappen we uit bij het grote busstation. Natuurlijk moet ik Dick dat ook laten zien want hier bracht de Alsa bus mij in mei 2025 toen ik aan mijn Camino Primitivo begon. Vanuit hier wandelen we door de gezellig drukke straatjes van Oviedo.
Maken een foto bij de letters Oviedo en kijken naar een monumentale Basilique die helaas gesloten is. Uiteindelijk zijn we weer bij de kathedraal en wandelen door allerlei smalle straatjes richting hostel. Helaas blijkt ons restaurant gesloten dus wandelen we verder, opnieuw langs de kathedraal en zien dan een bar die redelijk druk is. Ze hebben er eten en we krijgen een tafeltje in de eetzaal. We kiezen het menu en als eerste gang sla met ananas en mango. Het smaakt voortreffelijk en is de moeite waard om vaker te eten. Daarna Cachopo, een soort cordon bleu en Asturisch gerecht. Ook die smaakt prima. Dit restaurantje kunnen we op onze voorkeurslijst bijschrijven. Na de maaltijd wandelen we nog even rond, beantwoorden de vragen bij een earthcache in het park en zien dat de grasletters inmiddels op de datum van vandaag staan. De gemeenteman die het gras besproeid, zegt dat ze iedere dag de datum aanpassen. Een heel werk maar ook leuk.
Als we thuis zijn vindt Dick het welletjes maar ik wandel nog even naar twee caches in de buurt. Als ik onderweg langs een mooie Chinese bazar kom moet ik er natuurlijk even rondsnuffelen. Er is een prachtig buiktasje, niet dat ik die echt nodig heb, maar de kleur is wijnrood en het ziet er fantastisch uit. Na overleg met Dick koop ik dat tasje. Zo kom ik wel aan mijn kilometers. Uiteindelijk is het al schemerig als ik weer thuis ben. We hebben vandaag voor het eerst zonder jack gelopen. De zomer hangt in de lucht en het lijkt erop dat de koude is verdrongen.
In de avond maken we het niet te laat.
Woensdag 4 maart staan we zoals altijd om 8 uur op. De supermercado is nog dicht, maar de bakker vlakbij, is wel open dus genieten we van een ontbijt met vers stokbrood. Na de afwas dumpen we en vullen water. De wateraansluiting zit in een gemetselde put en heeft een gardena aansluiting dus onze slang kan er zo op aangesloten worden. Erg handig.
Om half 10 vertrekken we van deze aangename parking tussen de hoge flats die lekker dichtbij de bushalte naar het centrum ligt. Als snel zijn we op de grote weg en rijden richting Santander. Ergens onderweg krijgt Dick een alert op zijn mobieltje.
De waarschuwingstoon is gelijk aan die bij ons thuis. Er blijkt een enorme brand te woeden en we zien een blushelicopter water storten op het vuur dat op een industrieterrein woedt. Gelukkig zijn we er snel voorbij. Santander bereiken we niet. Ervaring heeft geleerd dat je daar bijna nooit een plekje kunt vinden. Dus buigen we eerder af naar Puente San Miguel. Daar is naast de spoorlijn een grote parking waar we wel kunnen staan. Het is best druk want er staan al 6 campers. Ook de caravan die er een half jaar geleden ook stond, is er. Nadat we lekker koffie gedronken hebben gaat Dick onze geocaches loggen en ik wandel op mijn gemakje naar Torrelavega, een naburig plaatsje waar een grote Decathlon is, onweerstaanbaar voor mij. Het blijkt minder ver lopen dan ik gedacht had want na 5.5 km ben ik weer terug bij de camper.
Wel met een mooie zomerbroek die perfect zit en waar ik heel blij mee ben. Ik kijk ook nog even in een bazar en vind Coca-Cola glazen. Wat fijn. Dick drinkt daar graag uit maar ik heb al zijn glazen kapot gegooid. Hij kan nu weer uit een Coca-Cola glas drinken. Om 4 uur ga ik achter de laptop zitten om mijn verhaal weer eens bij te schrijven. Het is 21 graden. Alle ramen en deuren in de camper staan open en voor het eerst in maanden heb ik in mijn T-shirt rondgewandeld. Dat belooft wat voor de komende Camino als het nu, begin maart, al zo warm is. Het lijkt alsof met de start van maart, de temperatuurknop ook is aangezet. Vanavond gaan we in het café om de hoek eten. We hebben er eerder gegeten en toen was het niet slecht.
Regelmatig horen we toeterende treinen langskomen. Zelf vind ik dat erg leuk en zeker van dit treintje. Dat heeft me toen ik de Camino del Norte liep ’s ochtends vroeg over een brede rivier gezet. Het was een ritje, alleen over de brug over de rivier, maar maakte wel dat ik niet 15 kilometer hoefde om te lopen.
Om 6 uur wandelen we naar de bar. Het is druk met kaartspelers en kijkers, de halve kroeg wordt erdoor in beslag genomen. Gelukkig is er een klein tafeltje in de hoek bij het raam, waar we kunnen plaatsnemen. Ik kijk niet goed naar het menu want nadat ik besteld heb, zie ik dat aan de achterkant van de kaart nog veel meer gerechten staan. Ach, de burger zal ook wel lekker zijn. En inderdaad, deze ziet er fantastisch uit, smaakt heerlijk en is ook erg groot. We eten hem op maar het maakt wel dat ik kilo’s aankom. De koffie na afloop is ook heerlijk en met een voldaan gevoel wandelen we weer langzaam terug naar de camper.
Het is drukker geworden en er staan inmiddels meer dan 12 campers. Op dit grote parkeerterrein is echter voldoende plek. Ik zie wel dat dit niet de goede plek is om in augustus de zonsverduistering te bekijken. Deze valt pas in de avond en vereist, vanwege de laagstaande zon, toch een iets beter zichtpunt naar het westen.
Omdat de wind is toegenomen is het niet mogelijk om in de avond TV te kijken. Onze satelliet schotel staat te klapperen maar dankzij de andere methode van kijken, via de laptop, lukt het uiteindelijk alsnog enkele programma’s te volgen.
We maken het waarschijnlijk te laat want donderdag 5 maart 2026 zijn we pas om half negen wakker. We douchen, ontbijten, dumpen en vullen schoon water, zoals iedere dag, en vertrekken dan. Al snel zijn we op de snelweg. Regelmatig komen we langs voor mij bekende plekken aan de Camino del Norte. Opnieuw zien we, nadat we in Baskenland zijn aangekomen, overal borden staan dat wagens zwaarder dan 3500 kg moeten betalen.
We weten nog steeds niet of dit ook voor ons geldt en vervolgen gewoon onze weg. Net na Bilbao verlaten we de snelweg en rijden over de N240 de bergen in. Ook op deze weg staat voortdurend aangegeven dat zwaardere wagens moeten betalen. Maar we zien geen andere routes en rijden verder. We klimmen hoger en hoger de bergen in en hebben regelmatig een schitterend zicht. Op 650 meter hoogte ligt de pas en dalen we weer af. Gelukkig over minder steile hellingen dan die omhoog voerden. Dan arriveren we in Vitoria. Dick heeft ons aangemeld maar de betaling is klaarblijkelijk niet gelukt dus meldt hij ons opnieuw aan en even later kunnen we naar binnen rijden.
Er staat nog niemand op deze parking dus we zetten de Frankia op zijn vaste plekje.
Na de koffie wandelen we naar de Eroski supermercado op de hoek van de parking en dwalen erin rond. Het is een prachtige supermercado, zelfs Dick wil mee naar binnen. In de middag wandel ik nog langs een paar caches en ook loop ik binnen bij een andere supermercado. Daar vind ik zowaar mijn vloer schoonmaakmiddel. Al de hele vakantie zoek ik hiernaar. Ik koop ook Napolitanas, met chocolade gevulde broodjes die ik op de camino als ontbijt eet en die eindeloos lang goed blijven. Nu heb ik in ieder geval voor de eerste dagen ontbijt.
Omdat het op een gegeven moment niet bij een paar regenspatten blijft maar echt gaat regenen stop ik ook met caches zoeken en wandel terug naar de camper. De rest van de avond blijven binnen. Echt aangenaam weer is het niet meer. De regen blijft naar beneden vallen.
Vrijdag 6 maart zijn we om 7:15 uur wakker. De lucht is grijs maar droog en het is 10 graden. Bij het ontbijt kookt Dick een lekker eitje (voor zichzelf bakt hij er een) en nadat we ook onze tank gevuld hebben en geleegd vertrekken we. De bergen zijn in nevelen gehuld. Net voor Pamplona tanken we bij een goedkope tank, maar schrikken wel als de prijs inmiddels 25 cent duurder is geworden. De gevolgen van de oorlog die Israël en de USA tegen Iran zijn begonnen. Als we de TV moeten geloven zal de prijs van diesel, benzine en gas nog verder stijgen. Met een volle tank rijden we de bergen in naar Roncesvalles.
Deze weg is ons erg bekend.
Iedere keer dat we Spanje verlaten doen we dat via deze weg. Gelukkig is er niet zoveel verkeer zodat we de twee stadjes met zeer smalle straatjes, zonder kleerscheuren door kunnen rijden. In Roncesvalles is alles in nevelen gehuld.
We zien enkele pelgrims langs de weg lopen maar het zijn er niet veel.
De kapel boven op de berg is helemaal niet te zien en op de tast dalen we af over de steile berghellingen. Iets over twaalven arriveren we in Saint Jean Pied de Port en we parkeren de camper op het parkeerterrein aan de rand van het centrum.
Na de koffie ruilen we eerst onze Franse gasfles om. Nadat dat gebeurd is wandelen we het stadje in. De sportzaak waar ik mijn gehele uitrusting gekocht heb is open en we kijken er even rond. Ik heb echter niets nodig dus dit keer verlaat ik de winkel met lege handen.
Natuurlijk buurten we ook even bij het pelgrimsbureau. De route Napoleon is vanaf 1 april geopend (natuurlijk onder voorbehoud als net een pak sneeuw is gevallen) dus zal ik deze route over de bergpas kunnen nemen.
We wandelen verder, steken in de kerk een kaarsje aan om te danken voor onze tocht en te vragen om een goede voortzetting van de reis, en wandelen dan langzaam weer terug naar de camper.
Ik wandel toch nog even naar de andere zijde van het stadje om bij de Lidl te kijken. Het blijkt een goede zet want ik vind er een prachtige dag rugzak die ik (natuurlijk na overleg met Dick) koop. Als ik tegen vijven terug ben drinken we een glaasje wijn. We eten spaghetti en sla met mangostukjes. Het smaakt goed.
Zaterdag 7 maart zijn we om 8 uur op.
Het is nog wel bewolkt maar er zijn ook opklaringen te zien. Na het douchen wandel ik naar de Carrefour om een vers stokbrood te halen. Dan afwassen, dumpen, water vullen en op weg. We hebben gisteren ons reisschema wat herzien en rijden vandaag naar Barbezieux. Wel een eind rijden maar het brengt ons goed op weg naar huis. Onze tocht voert lang over smalle wegen naar het noorden. De tankstations onderweg laten inmiddels prijzen zien van 2 euro per liter voor diesel. Goed dat we op de terugweg zijn.
Na Dax arriveren we op een vierbaansweg, even onderbroken door een stuk tolweg, dus moeten we er bij Pissos af maar kilometers verder, zijn we weer op de autoweg. Het is redelijk rustig overal. Alleen bij de brug over de Dordogne zijn wegwerkzaamheden zodat we 12 minuten in een file staan. Maar na de rivier over gestoken te zijn, kunnen we doorrijden. We tanken dure diesel, zelfs bij Leclerc in Barbezieux en kunnen dan de parking opdraaien naast de supermarket.
Het is redelijk mooi weer, de zon schijnt en de thermometer geeft 16 graden aan. Terwijl Dick onze vuile ramen gaat poetsen wandel ik het stadje in om enkele caches te zoeken. Ik kan het niet laten in het boekenkastje te snuffelen dat zich op een pleintje met bankjes bevindt.
Wat een leuke plek om een boekenkastje te hebben. Ik vind een leuk boekje om mijn Frans bij te spijkeren en wandel dan weer terug naar de camper.
We eten het restje van gisteren en hebben er ook stokbrood en paté bij. Ik probeer een alcoholvrije rode wijn. Het is niet lekker, Erg zuur, maar ik vind het ook zonde om weg te gooien. Dus drink ik de fles leeg als ware het frisdrank. Na de afwas kijken we TV en liggen bijtijds in bed.
Zondag 8 maart zijn we pas om half negen op. Wat slapen we toch diep De zon schijnt al aan de hemel. Het belooft een prachtige dag te worden. We dumpen onze WC en vertrekken. De diesel iets verder op aan de weg blijkt 5 cent goedkoper te zijn dan we gisteren bij Leclerc betaalden dus dat is wel even balen.
Het is stil op de weg en we schieten op. Na Poitiers hebben we alleen nog binnenwegen maar ook daar kunnen we kilometers maken. Nog voor 1 uur parkeren we de camper naast de muur van het park van Richelieu. Er is verder niemand en we kunnen uitkiezen waar we gaan staan. Nu maakt dat hier niet zoveel uit want we staan parallel aan een lange muur.
Dick gaat weer eens geocaches loggen en schaatsen kijken. Hij heeft, vindt hij, even voldoende gelopen en ik ga een rondje maken in het park waar allemaal geocaches zijn verborgen. Ik vind ze, op één na, allemaal. Omdat het nog vroeg is als ik weer bij de poort ben, waar prachtige bossen bamboe staan, wandel ik nog even Richelieu in, dat zo bijzonder ontworpen is door Kardinaal Richelieu. Ik loop inmiddels in mijn T-shirt want het is echt warm geworden. Op een gegeven moment heb ik genoeg van het uitgestorven stadje en wandel terug naar de camper waar alle deuren en ramen open staan. We eten simpel, toast met paté, salami en een maaltijdsalade. Deze salade is beduidend minder dan we ons herinneren. De sla en het vlees is miniem aanwezig, de hoeveelheid pasta daarentegen verdubbeld. Niet echt meer voor herhaling vatbaar. Ik drink er de witte versie van een alcoholvrije wijn bij. Deze is beter drinkbaar dan de rode maar nog steeds niet echt lekker. Het geeft meer het idee van Cider. Wel is hij vele malen beter dan zijn rode soortgenoot.
’s Avonds en ’s nachts is het erg donker. Klaarblijkelijk is dit een van de Franse stadjes waar alle straatverlichting uitgaat. Als ik in de nacht even wakker wordt kan ik een schitterende sterrenhemel zien.
Maandag 9 maart maakt Dick me om 8 uur wakker. Ik snap niet dat hij altijd al wakker is terwijl hij in de avond toch later naar bed gaat. Na het ontbijt vertrekken we. Er is geen mogelijkheid om water te vullen of te dumpen.
Het grootste deel van de afstand leggen we af over binnenwegen maar het is niet druk en we schieten op. Zo nu en dan miezert het wat, maar grotendeels leggen we de weg naar Pontorson droog af.
Als we in Pontorson arriveren en de camper geparkeerd staat, zien we een zwarte lucht dreigend boven de camper. Toch besluiten we een stukje te gaan fietsen. Het zal wel droog blijven. We komen echter bedrogen uit. Na nog geen kilometer fietsen begint het te druppelen en even later regent het. Dan stopt het gelukkig weer. We zien zelfs een zonnestraal. Als we weer wat verder zijn en een cache vinden, begint het te spetteren, te druppelen en dan serieus te regenen. Het is niet anders.
We zijn nat en worden steeds natter. Toch zoeken we nog wat geocaches. Maar na 7 km zijn we toch weer terug bij de camper, doornat. En buiten? Daar is het droog geworden, zelfs de zon komt even door.
Dick gaat er niet meer op uit maar ik wil toch nog even rondkijken in de Action. Deze is naast de Carrefour gekomen. Heerlijk om daar rond te dwalen. Dan kom ik ook naar huis. We eten gehakt, gevuld met Monchou en gebakken aardappels met boontjes. De regen is niet meer teruggekomen. Als ik om 8 uur iets wil weggooien, wat al een uitdaging op zich is omdat er nergens vuilnisbakken zijn, blijkt het buiten aarde donker. De winkel is dicht en de lichten allemaal uit. Ik vind maar moeizaam mijn weg. Val bijna te pletter over een betonnen rand op de parking maar weet uiteindelijk mijn zakje vuil in de vuilnisbak te proppen van het tankstation. Ik kan alleen de weg terugvinden omdat de camper in de verte verlicht is, de luiken zijn nog niet dicht. Volgende keer kan ik toch beter een hoofdlamp meenemen.
Dinsdag 10 maart staan we weer eens om 8 uur op. Omdat we voor de supermarket staan haal ik opnieuw een vers stokbrood en zo eten we later van deze knapperige lekkernij. Na het ontbijt vertrekken we. Het weer is grijs maar droog. Om 12 uur zijn we in Cherbourg. Er is op de grote parking naast het haventerrein nog net één plek waar we de camper kunnen neerzetten. Doordat hier veel campers gestald zijn, is er normaliter niet echt veel plek. Nadat we de koffie hebben gedronken wandelen we naar de haven. Even kijken of de atoomonderzeeër La Redoutable er nog ligt en tevens zoeken we een geocache die we alleen vinden omdat ik op kijk.
Uiteraard wandelen we ook even naar het grote winkelcomplex, verderop aan de haven. Ik hoop dat we een nieuwe huisbroek voor Dick vinden. Helaas, de winkel die deze verkocht, is niet meer. Opvallend is dat veel winkels verdwenen zijn. Mogelijk door te hoge kosten of onze manier van kopen via het internet. Wel jammer.
Nadat we thuis opnieuw een koffie hebben gedronken loop ik nog even naar de Aldi om wat extra kilometers te maken maar ik vind er ook Coca-Cola in de aanbieding dus het komt ook goed uit. Als ik weer thuis ben ga ik weer eens achter de laptop zitten om mijn verhaal bij te schrijven. Ik schrijf wel iedere dag in ons camper dagboek, maar op de computer zal toch ook tekst moeten verschijnen willen we een verhaal kunnen publiceren op onze website.
Het bijna 6 uur en de zon is gaan schijnen dus het wordt tijd om alles weer af te sluiten en ons naar ons vaste Thais restaurant te begeven. Dat hebben we verdiend. Op weg lopen we langs de haven waar net een vissersboot zijn vangst lost. Deze bestaat, naast krabben, merendeels uit St. Jacques schelpen.
Als we bij de Thai aankomen blijkt er een briefje op de deur waarop staat dat ze met vakantie zijn tot 12 maart.
Als we naar het andere Thaise restaurant lopen in een van de smalle straatjes in de oude binnenstad, blijkt dat nog gesloten en omdat het best koud is wandelen we naar een restaurantje aan de haven waar we eerder hebben gegeten. We eten lekker en wandelen in de avond weer langs de haven terug naar de camper.
Woensdag 11 maart staan we om 7:15 uur op. We worden wakker doordat de telefoon van Dick voortdurend piept alsof er het ene na het andere bericht binnenkomt. Maar dat blijkt niet het geval dus hij heeft een spooktelefoon. De franse providers sturen vaak meerdere keren hetzelfde bericht.
Na het ontbijt vullen we water. Dat kost hier best veel tijd want de waterkraan loopt niet echt uitbundig en dus staan we en staan we en wachten. Uiteindelijk springt de meter op 100 % en kunnen we vertrekken. De toiletcassette is immers al tijden leeg en schoon. We tanken even bij een goedkoop tankstation. Het moet in tweeën want het maximumbedrag is 100 euro en met prijzen van € 1.99,9 per liter hebben we toch een hoger bedrag nodig. Maar uiteindelijk zit de tank helemaal vol en kunnen we op weg. Tot Caen hebben we grote weg en daarna volgen we kleine wegen maar die zijn wel rustig. Alleen in Rouen is het druk. Omdat we switchen van hakuna (gps) en de mijne volgen, rijden we verkeerd en moeten we wat omrijden maar uiteindelijk bevinden we ons weer op de juiste weg.
Vandaag moeten we 356 km afleggen dus uiteindelijk arriveren we pas om 14:43 uur in Beauvais. De echte camper parking is nog steeds afgesloten maar het grote grasveld ernaast is volledig leeg dus daar kunnen we een plekje uitzoeken. Alleen enkele vrachtwagens staan er. Het circus wat hier in de winter zijn standplaats heeft is waarschijnlijk on tour. Als we een koffie hebben gedronken wandelen we naar de kathedraal. Het is best koud maar gelukkig wandelen we tussen de huizen waar de kou meevalt. De zon schijnt en er is veel blauw te zien.
In de kathedraal lopen we rond en bekijken de verschillende kapellen die rondom het middenstuk gedrapeerd zijn. De antwoorden van een geocache zijn daar te vinden maar we hebben ze niet allemaal goed. Het is erg donker binnen, een deel van de kathedraal wordt verbouwd. Uiteindelijk hebben we alle kapellen uitgebreid bewonderd en wandelen we weer naar buiten. Door de binnenstad lopen we terug naar de camper. Dankzij de cache-owner krijg ik uiteindelijk de juiste antwoorden zodat ik eind van de middag nog even de cache kan zoeken. Het maakt dat ik ietwat langer wandel. Samen gaan we ook nog even naar de grote supermercado aan de overkant. We kopen lasagne, zelfs koud ziet deze er heerlijk uit. De smaak is ook voortreffelijk.
Het blijft rustig op ons veldje en we slapen diep.
Donderdag 12 maart is het slechts 6 graden. De nachttemperaturen kelderen. Na het ontbijt vertrekken we en al snel bevinden we ons in het heuvelachtige landschap van Noord-Frankrijk. We hoeven slechts 224 km te rijden dus 12:45 arriveren we al in Vouziers. We staan op een schuin aflopende parking naast de begraafplaats waar slechts 1 camper uit Temse staat die later vertrekt.
Terwijl Dick gaat poetsen, de ramen zijn niet meer door te kijken wandel ik naar een paar geocaches. Een brengt me naar een Duitse oorlogsbegraafplaats. Deze plek gaat leven als ik tussen de vele kruizen een foto van een soldaat ontdek, gekleed in uniform. Echt een beeld van een voorbije periode. Het gaat hier dan ook over de eerste wereldoorlog 1914-1918. Ik wandel ook nog even naar de andere zijde van het stadje waar een Action en Aldi is en kijk er even rond. Dan loop ik terug. Mijn dagelijks loopje heb ik nu gehad. Nadat we een prachtige zonsondergang hebben mogen aanschouwen vanuit de camper wandel ik naar een restaurant dichtbij waar ik een kebab schotel bestel. Het is erg lekker maar ook erg veel vlees dus we houden twee bakjes over. In de nacht is het pikdonker buiten. Ook hier is vanaf 11 uur de straatverlichting uitgeschakeld.
Vrijdag 13 maart is het grijs en somber. Er waait een koude wind en het is 10 graden. Nadat we ontbeten hebben dumpen we en dan rijden we naar Schengen in Luxembourg. Niet alleen om daar te tanken, de brandstof is er aanzienlijk goedkoper dan in de omringende landen, maar ook hebben we koffiebonen nodig die ook goedkoper is. Nadat de tank vol is en de koffiebonen ingeladen, rijden we het laatste stukje naar Mettlach in Duitsland waar we de camper om 12:15 uur parkeren. Na de koffie wandelen we naar het centrum om te betalen voor de parking. Het kan weliswaar via een app maar we vinden het leuker om naar het stadje te lopen en daar bij de toerist office te betalen. Na natuurlijk een praatje met de mevrouw die ons herkent wandel ik verder naar de winkels op de berg terwijl Dick weer terug naar huis loopt door het mooie park van Villeroy en Boch. Helaas gaat het regenen zodat, als ik weer terug moet lopen, doornat raak. Mijn regenjack heeft toch wat minder weerstand tegen regen. Bij de Netto naast ons vind ik reclame van Lindor chocolade en ik koop direct de gehele voorraad van 1 kilo op.
Nadat we samen weer opgedroogd zijn, ook Dick heeft een restant van de regenbui over zich heen gekregen, wandelen we rond half zeven naar de Mettlacher Abtei Brau. Er is voldoende plek en we gaan op ons vaste plekje zitten. Het eten smaakt echt voortreffelijk. Alleen al hiervoor komen we regelmatig terug.
Zaterdag 14 maart dumpen we wel ons black en grey water maar schoon water kunnen we niet innemen. Het water is nog steeds afgesloten. Wat dat betreft zijn we wel erg verwend geweest in Frankrijk en Spanje waar overal water was. Maar we zijn op weg naar huis, hebben nog 40% water en slechts één dag en nacht. Dat moet voldoende zijn.
Na een heerlijk ontbijt met verse broodjes vertrekken we van de toch wel drukke parking, er staan 8 campers en rijden over de doodstille weg langs de Saar naar Trier. Daar wordt het wat drukker maar krijgen we ook grotere wegen. We klimmen hoger en hoger, bevinden ons nu in de Eiffel en boven de 500 meter hoogte begint het te sneeuwen. Weliswaar natte sneeuw die niet blijft liggen, maar de landerijen en bomen om ons heen zijn wel wit besneeuwd. De temperatuur daalt naar 0 graden. Hier is het nog winter. Gelukkig dalen we snel weer af en laten de besneeuwde bomen en hellingen achter ons.
Nadat we Luik gepasseerd zijn, arriveren we in Turnhout. In het centrum is een parking en zowaar vinden we er nog een plekje waar we de Frankia kwijt kunnen. Wel leuk, want nu kunnen we ook hier nog even rondkijken. Al snel wandelen we door dit Belgische stadje. Er waait een ijskoude wind maar het is droog en we dwalen door de straatjes.
Dankzij een geocache komen we bij een grote kerk. Er blijkt een Roemeens Orthodoxe kerk in te zitten en naast de beelden uit het Christelijk geloof van onder andere de pelgrim St. Rochus en een beeld van St.Antonius, zien we overal Iconen staan. De bijbels zijn in een voor ons onbekende taal geschreven.
Dankzij een priester in zijn orthodoxe gewaad, vernemen we wat meer van dit geloof. Voor ons ziet het eruit als een vermenging van twee geloven. We dwalen verder rond door de straatjes. Doordat we enkele geocaches zoeken kijken we niet rond bij de vele winkeltjes. Ik zal hier zeker terug willen keren om daar te kijken. Half bevroren zijn we eind van de middag weer terug bij de camper. Net voor het echt gaat regenen. We hebben onze wandeling goed gepland.
Om half zeven haal ik Turks eten. Het smaakt best lekker maar in Vouziers vond ik het beter. Opnieuw is het lastig om het eetafval kwijt te geraken want nergens zijn vuilnisbakken te zien. Uiteindelijk vind ik er een bij de bushalte.
Zondag 15 maart zijn we om 7:15 uur wakker en we staan op. We hebben nog voldoende water om te douchen en af te wassen en vertrekken dan. De zon komt op boven de grote parking als we vertrekken. We rijden voornamelijk west om nog even in Brecht te kunnen tanken. Het scheelt toch al snel enkele dubbeltjes per liter als we in België nog voltanken. Het weer is schitterend, er staat geen wind, de zon schijnt en de lucht is blauw. We zien een luchtballon aan den einder zweven. Om 10:10 uur zijn we achter ons huis. De hakuna van Dick geeft aan dat we hier niet mogen rijden met een camper zwaarder dan 3500 kg.
Meteen beginnen we met uitladen. Daarna moet de binnen- en buitenkant gepoetst worden. Het is hard nodig met het vele vuil van de afgelopen weken. Maar om 3 uur zijn we klaar en kan Dick de camper naar de stalling brengen. Onderwijl sjouw ik alle spullen uit de huiskamer en geef ze een plekje.
Om 5 uur kan ik Dick weer ophalen bij het metrostation. We eten het restant broodjes uit Mettlach met balletjes gehakt. Het smaakt prima. Het valt tegen om weer zelf te koken. Ons gewone leven begint weer.
Voor mij niet heel lang want over twee weken vertrek ik weer naar Spanje om aan mijn Camino te beginnen.
Bij elkaar hebben we 7219 km gereden, door de stromende regen slechts 8 km gefietst en 265 km gelopen. Voor mij was het een herbeleving van al mijn gelopen Camino’s. Voor Dick die al mijn herinneringen voor de zoveelste keer moest aanhoren wat minder denk ik. Toch hoop ik dat hij ook heeft genoten van onze omzwervingen.
























































































