Op stap in augustus 2025

Het tuinhek heeft prioriteit

Op stap in Augustus 2025

Ook al zijn we alweer enige tijd thuis, toch ben ik er nu pas aan toe gekomen om mijn aantekeningen van onze lange reis door Spanje en Portugal uit te werken. Werken aan ons nieuwe tuinhek had eerste prioriteit en al onze vrije tijd werd hieraan besteed. Gelukkig is Dick er inmiddels in geslaagd om het eerste deel van onze belevenissen in Spanje en Portugal te publiceren. Gelukkig heb ik ook mijn belevenissen gedurende mijn pelgrimstocht over de Camino Primitivo op papier kunnen zetten. Dit verslag moet wel nog enkele malen worden doorgelezen en er moeten foto’s bij worden gezocht. Het is dus nog niet gereed.

Als ik in onze agenda kijk zie ik dat we de eerste twee weken van augustus geen afspraken hebben. Na overleg met Dick blijkt ook hij niet afkerig om er nog even op uit te trekken met onze camper. Het geeft ons ook de gelegenheid om langs Bronn Technics in Temse, België te rijden. We hebben contact met hen opgenomen nadat we van onze camperdealer Raema het bericht kregen dat ze er niet in geslaagd zijn hun bedrijf te verkopen en gaan stoppen.  Raema was in Nederland de enige Frankia dealer dus moeten we wel naar het buitenland uitwijken. Als we bericht krijgen uit Temse dat we welkom zijn ga ik achter de computer zitten om een route te maken.

Verjaardagstaart

29 Juli vieren we in Noordwijk de verjaardag van Henk. We praten lang en gezellig en eten voortreffelijke Pizza. Henk kan die als geen ander bereiden. Pas laat vertrekken we en rijden naar huis.  Omdat we minder slaap hebben dan normaal rinkelt de wekker ons woensdag 30 july om half acht wakker.
Na een snel ontbijt pakt Dick de bus naar de stalling en sjouw ik al onze spullen naar beneden. 
Om 11 uur staat de camper achter ons huis en laden we alles in. Ook al hebben we inmiddels best wel een routine, toch kost het altijd 2 uur voordat alles een plekje heeft gekregen. Maar om 1 uur kunnen we vertrekken. Het is heerlijk warm geworden. De thermometer wijst 23 graden aan en de zon schijnt volop.

Kwart over drie rijden we de parking in Temse op.  Er is nog voldoende plek en we parkeren de camper aan de rand van een groot parkeerterrein.
Volgens de app zou een overnachting 12,50 kosten maar bij de automaat blijkt de basisprijs voor een overnachting, zonder gebruik van electra en water, slechts 5 euro te zijn. Dat is een meevaller. Na de coördinaten van de plek genoteerd te hebben en koffie te hebben gedronken wandel ik het stadje in om te verkennen wat er allemaal is. Zowel een Action, Lidl als Delhaize zijn op loopafstand en het centrum lijkt gezellig.

De kerk in Temse

 

 

In ieder geval is er een prachtig torengebouw en ook de kerk ernaast ziet er mooi uit maar is wel gesloten. Na enkele ingrediënten gekocht te hebben voor onze avondmaaltijd wandel ik terug en omdat het inmiddels 6 uur is kan ik meteen beginnen met onze maaltijd.
Het eten smaakt lekker en de magnum na afloop is ook heerlijk, zeker omdat het nog steeds 26 graden is.

 

Bronn Technics, de Frankia dealer

 

De laatste dag van juli staan we iets over zevenen op. We dumpen ons blackwater en rijden dan naar Bronn Technics. Het bedrijf is langs een drukke weg gevestigd en het is even zoeken waar we onze camper kwijt kunnen. Maar dan zien we een strook grond langs de weg waar we de camper kwijt kunnen, zetten de Frankia er neer en lopen naar binnen. Na een kennismaking met de eigenaar worden we door Coenraad te woord gestaan.
Bronn Technics is een familiebedrijf en het voelt goed dus, nadat we doorgesproken hebben wat er allemaal nagekeken moet worden, vertrekken we weer. Begin september zullen we onze camper langsbrengen zodat alle werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden.

Ik heb een overnachtingsplekje bedacht wat slechts 54 km verderop ligt maar omdat het nog geen 10 uur is besluiten we door te rijden naar Laon in Frankrijk, 250 km verderop. Het stadje Laon ligt hoger dan het omliggende landschap en we klimmen zigzaggend omhoog naar het centrum

Smal versierd straatje in Laon

Helaas bevinden we ons op de verkeerde toegangsweg. We moeten ons door smalle straatjes wringen en komen vast te staan bij een wegopbreking. We draaien, wat goed lukt dankzij de hulp van de wegwerkers die hekken verzetten en belanden dan opnieuw op een doodlopende weg. Weer draaien en weer een smal versierd weggetje in en dan, na nog een keer gedraaid te hebben, alles loopt werkelijk dood, lukt het uiteindelijk toch op de goede toegangsweg naar de parking aan de voet van de stadsmuur te komen. Gelukkig is er nog een plekje vrij en kunnen we onze Frankia parkeren.
Om bij te komen van het hopeloos ronddwalen door dit vestingstadje drinken we een lekkere kop koffie en wandelen dan het stadje in. Ook goed voor Dick want nu kan hij zijn nieuwe orthopedische schoenen uitproberen.

Het is altijd leuk door de straatjes van Laon te wandelen. Overal is wel wat te zien en natuurlijk lopen we ook de kathedraal in. Het is druk, je merkt dat het volop vakantietijd is. Na twee uur ronddwalen zijn we weer terug bij de camper.

De stadsmuur in Laon

 

Het restaurant op de hoek van het plein is pas om half acht open dus besluiten we vanavond Turks eten te halen. Nadat we op de TV de Tour de France Femmes hebben bekeken wandel ik naar het eettentje en even later genieten we van een smakelijke kebabschotel.
Nog even nemen we een kijkje bij de mooie stadspoort maar snel daarna gaan we toch echt ons bed in.

Vrijdag 1 augustus staan we pas om kwart voor negen op. We hebben dus allebei onze uren slaap nodig. Na het ontbijt en best wel veel afwas, vertrekken we.
In tegenstelling tot de afgelopen dagen is het nu zwaarbewolkt en zo nu en dan valt er wat regen.  Gelukkig stopt de regen snel.
Op de weg is het redelijk rustig. Als we in La liviere arriveren is het er stil. Op de camperplek achter de slagboom staat helemaal niemand. Ik snap dat wel want het voelt hier dodelijk saai. We besluiten dus verder te rijden en arriveren een half uur later in Wassy.

Camperplek in Wassy

Naast een smal kanaal zijn enkele parkeerplekken. Het staat er vol met personenauto’s. Gelukkig staat niemand op de twee langere plekken zodat we daar onze camper kunnen parkeren. In de hoek is een camper bezig zijn grey- en black water te lozen en schoonwater in te nemen. Na een heerlijke kop koffie, we zijn eraan toe want het is inmiddels kwart over een, gaat de zon volop schijnen. Ook de thermometer stijgt naar 24 graden. Terwijl ik inkopen ga doen bij een winkel aan de andere zijde van het dorp (goed om weer wat kilometers te maken) gaat Dick een cache zoeken in het park vlakbij. Wel raar dat ik de zon blijf houden terwijl Dick een stortbui over zich heen krijgt. Uiteindelijk zijn we allebei weer terug bij de camper en besluit ik nog even naar het centrum van Wassy te lopen. Zoals in ieder stadje wil ik daar een kijkje nemen. Dick gelooft het wel en blijft lekker bij de camper.

Apostel St. Jacques

 

Ik wandel naar de kerk waar ik een geocache opvis uit een regenput. Met moeite weet ik onze naam op het natte logboek te schrijven. Dan neem ik een kijkje binnen. In tegenstelling tot in Spanje zijn de kerken in Frankrijk bijna altijd open. 
Binnen in de kerk zijn enkele mooie schilderijen. Er is ook een Chapelle de St Jacques (apostol Jacobus de Meerdere). Het beeld in deze kapel toont echter niet de Pelgrim Jacobus die ik gewend ben. Wel is elders in de kerk een schilderij met alle apostelen. Hierop is wel Jacobus als pelgrim afgebeeld.

Na lang in de kerk te hebben rondgedwaald loop ik weer naar buiten. Er hangen inmiddels dreigende wolken. Niet veel later barst een enorme regenbui los, ook gaat het onweren. Gelukkig kan ik naast de apotheek onder een afdakje schuilen. Omdat ik toch bij een apotheek sta loop ik even naar binnen en vraag naar een bottenpil. Ik heb er namelijk niet genoeg bij me. Ondanks het feit dat deze pillen alleen op doktersvoorschrift verstrekt mogen worden krijg ik toch een doosje mee dus kan ik deze vakantie vooruit.

Het blijft maar regenen en ook onverminderd hard maar uiteindelijk besluit ik toch terug te lopen naar de camper. Dat het hard geregend heeft is te zien aan de dikke geel stroom modder in de rivier die inmiddels het zicht op de bodem verhinderd. Tegen de avond verdwijnen alle geparkeerde auto’s en wordt het erg rustig. Wel komt er laat nog een camper maar daar hebben we geen last van. We eten gebakken aardappels met cordon bleu en sla en het smaakt goed.

Beverratten bij de camperplek

Zaterdag 2 augustus staan we om 8 uur op.
Als ik uit het raam kijk zie ik twee grote beesten in het gras zitten. Ze zijn te groot voor katten en ik heb geen idee wat het zijn Bij nadering van een wandelaar rennen ze richting het water. Ratten kunnen het denk ik ook niet zijn want dan zijn het wel reuze exemplaren. Een bever dan? We hebben geen idee maar ze zijn bijzonder. Even later spotten we zelfs een hele familie, er zwemmen 5 exemplaren rond. Helaas lukt het niet een echt scherpe foto te maken. Maar de kwaliteit is voldoende om van mijn nicht Inge de juiste benaming te horen: een beverrat. Ze komen regelmatig voor in Frankrijk. Nog even een blik werpen en dan verdwijnen ze onder de struiken aan de overzijde van het water en kunnen wij ontbijten.
Dick kookt (voor mij) en bakt (voor zichzelf) een eitje en dat smaakt heerlijk. Na de afwas, water-inname en dumpen, vertrekken we. Ondanks het feit dat in Europa nu overal de zomervakanties begonnen zijn is het niet druk op de binnenwegen. Na een stop in Pontigny waar we een blik op de grote abdij werpen, rijden we verder. Regelmatig zien we de zon maar er zijn ook veel wolken. We vervolgen onze weg door een glooiend landschap en opeens doemt voor ons een heuvel op, het kan niet anders dan dat daar Vezelay ligt.

We hebben de parking in onze hakuna staan maar door de smalle kronkelende straatjes rijden we toch verkeerd en komen onder aan de burcht uit. Gelukkig kunnen we hier draaien en even later weten we wel de juiste parking te vinden. Behalve twee campers en een grote bus is de parking vrij en we kiezen een plekje uit. Als even later de bus wegrijdt verzetten we de camper naar de rand van het parkeerterrein. Het is er wel erg schuin want als Dick de stelpoten uitdraait komen de voorwielen helemaal vrij te hangen.

Op weg naar het centrum van Vezelay

Natuurlijk drinken we een kop koffie en nadat we ook voor de parking betaald hebben, wandelen we over een best steil pad omhoog naar het middeleeuwse centrum van Vezelay. Al sinds de 11e eeuw is dit een pelgrimsoord. Vanuit hier vertrekken pelgrims over de Via Lemovicencis naar Santiago. Het is de reden dat we naar dit stadje zijn toegereden.
In het centrum is het best druk, niet met pelgrims maar wel met toeristen en natuurlijk wandelen we naar de kathedraal.
In tegenstelling tot de meeste kathedralen is deze erg licht binnen.
Dat er veel toeristen komen blijkt aan de prijzen van de kaarsen. De prijs is het drievoudige van wat je normaliter betaalt en ik zie ervan af hier een kaarsje te branden.

Natuurlijk wandelen we na afloop ook nog naar het kerkelijk winkeltje. Ik zie er een schitterend houten beeld van Apostol St Jacques. Het is wel erg duur. Wat zou het fijn zijn als mijn vader nog leefde. Die had zeker voor mij een replica gesneden.

De tuinen naast de kathedraal

Na nog een laatste blik op het beeld en ontelbare foto’s (dat is toegestaan) wandelen we naar de tuinen die om de kerk liggen. We hebben er een schitterend uitzicht op de wijde omgeving en genieten van de “Rose Vezelay” die overheerlijk ruikt.   
Natuurlijk breng ik nog even een bezoek bij het pelgrimsbureau (Amis et Pelerins de Saint Jacques) waar ik een stempeltje krijg en dan wandelen we weer terug naar de camper.

In tegenstelling tot ons bezoek aan Le Puy en Velay, één van de andere Franse pelgrimsplaatsen, heb ik hier niet een woow gevoel. 
’s Avonds genieten we van het North Sea Jazz festival op de TV.   

Zondag 3 augustus sta ik pas om kwart over acht op.
Dick is dan al gedoucht en geschoren. Ik ben overal doorheen geslapen. Ondanks het feit dat er zeker 20 campers overnacht hebben is het op deze grote parking erg stil.
Opnieuw nemen we binnenwegen naar het zuiden. Regelmatig rijden we door uitgestrekte bossen die kennelijk uitgedund zijn want overal liggen stapels jonge bomen langs de weg. Al snel verlaten we de Bourgogne en steken de Loire over. De lucht wordt blauwer en blauwer. Regelmatig passeren we nu kastelen in het landschap. 

Geocaching nabij Renaison

Na 3,5 uur rijden arriveren we in Renaison, een klein dorp waar alles dicht is. Aan de rand van het dorp is een parking waar we de Frankia neerzetten en al snel heeft Dick onze fietsen tevoorschijn gehaald. Nadat ook de GPS op de fiets bevestigd is vertrekken we. Het pad voert ons door de wijngaarden waar de druiven al aardig groot worden. Er zijn veel wijngaarden wat niet verwonderlijk is want jaarlijks wordt hier meer dan 2000 hectoliter wijn geproduceerd.

De caches die we onderweg zoeken zijn niet echt bijzonder en velen zijn ook niet te vinden dus als we weer eens een smal steil bospaadje naar beneden moeten blijven we gewoon op de weg fietsen tot aan het stuwmeer dat we willen bekijken.

Zicht op één van de stuwmeren

Eigenlijk zijn er twee stuwmeren maar het tweede kunnen we zo gauw niet vinden. Het bospad wat we waarschijnlijk moeten volgen om er te komen ziet er niet bepaald aantrekkelijk uit om te fietsen. Dus rijden we, na enkele foto’s aan de rand van het eerste stuwmeer, weer terug. Later lees ik dat bij de dam zich de hoogste Douglas sparren van heel Europa bevinden. Maar waar??  Mogelijk stonden deze bij het andere stuwmeer.  De camperplek is aangenaam dus we zullen hier best nog wel eens terugkeren en dan ernaar op zoek gaan. 

Terug in het stadje zoeken we een ijsboer maar die is er niet of gesloten en evenmin is een restaurant te vinden dus vanavond zullen we gewoon zelf koken.
Natuurlijk nemen we nog een kijkje in de kerk en keren dan terug bij de camper.
‘s Avonds heffen we een glas Corsicaanse wijn op een fijne dag. Deze wijn smaakt verrassend goed.  

Maandag 4 augustus dumpen we en vullen schoon water alvorens te vertrekken.
We rijden inmiddels naar het oosten. We hoeven slechts 126 km te rijden maar de weg voert wel over een bergpas en door veel dorpen dus we schieten niet echt op. Uiteindelijk arriveren we om 12.45 uur in Bourg en Bresse. Nog redelijk vroeg zodat we een plekje kunnen vinden op de parking naast het Monastere Royal de Brou. De parkeerplekken zijn erg smal maar omdat er net een plek vrijkomt kunnen we goed indraaien.

Monastere Royal de Brou

Na de koffie wandelen we naar het Monastere. Het is eigenlijk geen traditioneel klooster maar eerder een mausoleum. Het werd in de vroege 16e eeuw gebouwd in opdracht van Margaretha van Oostenrijk.
Zij zocht een grafplaats voor haar echtgenoot Filibert II van Savoye die op zeer jonge leeftijd stierf.
Het complex moest een plek worden die uitnodigde tot bezinning op vergankelijkheid en eeuwigheid en bestaat uit een kerk waar de grafmonumenten van Filibert II, Margaretha van Oostenrijk zelf en haar schoonmoeder, Margaretha van Bourbon zich bevinden.
Ook zijn er enkele kloostergangen vol kunst. 

Als we de lege kerk binnentreden zien we een licht en wit interieur, het geeft bijna een hemelse uitstraling. De praalgraven zijn indrukwekkend en het is bijzonder dat we er ook van bovenaf op kunnen kijken.

Ook al ben ik geen bewonderaar van kunst toch is de tentoongestelde kunst indrukwekkend en we dwalen enkele uren rond. Pas eind van de middag zijn we weer buiten. Omdat we nog niet genoeg hebben gelopen wandelen we ook nog even naar het centrum waar we enkel geocaches vinden en opnieuw een kerk bezoeken, nu één met prachtig gebrandschilderde ramen en een gouden altaar.
Als we weer buiten lopen zien we dat we net te laat zijn aangekomen. Enkele dagen geleden startte hier de Tour de France Femmes. Ach dan hadden we vast geen plekje bekomen naast het Monastere.

Omdat het erg warm is als we weer terug zijn bij de camper, het is zeker 28 graden, praten we buiten nog gezellig met enkele Duitsers die op de terugweg naar huis zijn. Vol trots laten ze hun dochter Mathilda zien. Ze zijn verrast als ik zeg dat ik dezelfde naam heb. Uiteindelijk blijken we een letter te verschillen, kleine Mathilda heeft een A op het einde terwijl mijn naam Mathilde is.

Het verlichte klooster

In de nacht blijven onze ramen wagenwijd open maar de warmte laat zich moeilijk verdrijven. Ach, dan slapen we toch met Arko. (Alle ramen kunnen open).
Naarmate het donkerder wordt des te mooier wordt ons uitzicht op het Monastere. Deze is prachtig verlicht en ik kan het niet weerstaan een rondje erom heen te lopen en te genieten van de pracht en praal van dit mausoleum.

Het slapen gaat goed want de volgende dag, dinsdag 5 augustus, worden we alleen wakker doordat een straatveger, met het geluid van een opstijgende straaljager, om 8 uur in de ochtend langs ons raam raast. Na het ontbijt vertrekken we en we rijden afwisselend over twee en vierbaanswegen naar het noordoosten. Het landschap is prachtig en regelmatig voert de weg door tunnels in de rotsen uitgehouwen.  

Om 12.15 arriveren we in Besançon. Het is de geboortestad van Victor Hugo, de schrijver van “Les Miserables”. Het boek laat zien hoe mensen ondanks ellende en onrecht door liefde en mededogen een beter leven kunnen vinden, maar was ook een aanklacht tegen de armoede en sociale ongelijkheid van die tijd. Het had grote impact op de Franse maatschappij.

De krappe toegang

De hakuna brengt ons naar een parking waarvan de toegang erg krap is. Al snel komen we erachter dat we op de verkeerde parking staan en haasten ons naar die aan de overzijde van de weg. Daar zijn 12 plekken voor campers bestemd maar die staan allemaal vol, dus parkeren we onze Frankia op de eraan grenzende autoparking, iets wat de na ons arriverende campers ook doen zodat eind van de middag alles vol staat. Ach, er is voldoende parkeerruimte in de buurt. Ik loop naar de parkeermeter om te betalen. Het is altijd een avontuur op zich. Geen enkele meter is dezelfde en er zitten grote verschillen in de bediening. Deze valt mee en na slechts tweemaal opnieuw opstarten lukt het me te betalen. Gelukkig ben ik niet de enige die er moeite mee heeft. Bijna iedereen brengt er lange tijd door, turend naar het schermpje op de meter alvorens deze een papier uitspuugt waaruit blijkt dat je betaald hebt. 

Op de fiets langs de Doubs

Nadat we ook nog een koffie hebben gedronken pakken we onze fietsen om een rondje te rijden en te geocachen. We volgen al snel een pad langs de rivier de Doubs. Erg leuk want al vanaf jongs af aan kwamen mijn ouders, Hannah en ik regelmatig bij de Doubs, Mijn Franse familie woonde hier namelijk niet ver vandaan.

Helaas kunnen we op een gegeven moment niet verder fietsen omdat alleen traptreden verder omhoogvoeren, dus draaien we om en fietsen terug. We kijken naar het schutten van bootjes en klimmen dan omhoog naar de Citadelle de Besancon, de imposante vesting die torenhoog boven de stad uittorent en gebouwd werd door Vauban, de beroemde koninklijke architect.

Gelada in de slotgracht

 

Het fort ligt hoog boven de stad dus we moeten omhoogklimmen door smalle steile straatjes met kinderkopjes. Uiteindelijk zijn we bij het fort waar we onze fietsen in de berging aan de muur kunnen stallen. Dan wandelen we over de steile paden naar het hoogste punt van het fort. Bijna boven aangekomen zien we mensen naar beneden wijzen, de slotgracht in. Als we beter kijken zien we er grote apen (Gelada) zitten en rondklimmen. Ze hebben een dikke langharige vacht.

Capra Rubiana in de slotgracht

 

 

 

 

Ook lopen er een soort klimgeiten rond (Capra Nubiana) met enorme hoorns. Het is apart om deze beesten te zien en we maken vele foto’s.

Uiteindelijk lopen we weer verder. Pakken onze fietsen weer en nemen elk een kijkje in de grote Cathedrale Saint Jean. In de kerk zijn enkele prachtig gebrandschilderde ramen. Dan fietsen we weer terug naar de camper.  Bij de Supermarket haal ik nog wat drinken en ’s avonds kijken we lekker naar TV.

Woensdag 6 augustus staan we om 8 uur op.
We dumpen ons grey en black water en Dick vult onze schoon watertank met nog enkele gieters. Dan gaan we op weg.
We rijden over smalle binnenwegen door een golvend heuvellandschap. We verlaten de Jura en rijden de Vosges (Vogezen) in. Helaas wordt de zon afgeschermd door sluierwolken. Bij de intermarche van Darney stoppen we even en terwijl ik de supermarket inloop maakt Dick onze ramen schoon. Er is hier ook een camperplek, wat goed is om te weten.

Vittel, Station Thermale

Om half 1 arriveren we in Vittel. Naast een smal waterstroompje, de Petit Vair dat het stadje in tweeën verdeelt, zijn drie parkeerplekken voor campers en we zetten er onze Frankia neer. We staan aan de rand van het stadje. Eigenlijk kennen we Vittel alleen als naam van het water in de supermarkets. Maar al in de tijd van de Romeinen kwam men hier vanwege de geneeskrachtige werking van het water.

In de 19e eeuw ontwikkelde dit stadje zich tot een “Station Thermale” en rond 1880 kwam er een spoorlijn en werden grote hotels en baden gebouwd waar mensen kuren volgden. Het tijdperk van de “Belle Epoque” brak aan.

Ondanks dat er baden waren in Vittel was de belangrijkste kuur het drinken van het thermale water. Je begon de dag met een glas Vittel water gevolgd door een glas water in de middag en ook in de avond. Tussendoor moest je wat uitrusten, niet te veel eten en bewegen. Vandaar de zwembaden en het grote park rondom deze gebouwen. Uiteraard had dit een positief effect op de gezondheid. 

Grande Galerie in Vittel

Als we in het park aankomen zien we dat veel gebouwen leegstaan. Alleen de Grande Galerie is nog in gebruik. Je voelt nog enigszins de grandeur van weleer. Helaas is de grande Source alsmede het Palmarium, een overdekt zwembad, is niet meer toegankelijk. Als we door de ramen kijken zien we dat binnen alles weggebroken is. Hier zal nooit meer gezwommen worden. Het voelt echt als vergane glorie.

We wandelen op ons gemakje door het enorme park waarbij we en passant ook wat geocaches zoeken. Het is heerlijk weer, zon, blauwe lucht en 26 graden en we genieten. Na 6 km zijn we weer terug bij de camper. Ik heb het idee dat de nieuwe orthopedische schoenen van Dick toch wel werken want in de afgelopen maanden heeft hij niet meer zo’n afstand gelopen.

We hebben onderweg een Aziatische Traiteur ontdekt, Hao Wei, waar ik ’s avonds eten haal. Het blijkt een goede keuze want ook al is de keuze aan gerechten wat beperkt, de kwaliteit van het eten is bijzonder goed. We komen hier alleen al terug voor dit voortreffelijke eten. Het blijft lang warm maar met alle ramen open slapen we toch goed.

Donderdag 7 augustus schijnt de zon alweer en al vroeg is het 18 graden.
Na het ontbijt vertrekken we en rijden de bergen in. Het blijkt dat de weg langs het familie pretpark “Fraispertuis” voert en al snel komen we in een eindeloos lange file te staan.  Uiteindelijk zijn we bij de ingang van het park waar het een puinhoop is met auto’s die een parkeerplekje proberen te vinden. Daarna wordt het gelukkig rustig en kunnen we doorrijden. Na 3 uur en 100 km te hebben afgelegd arriveren we in Saint Die des Vosges. Reeds in de 7e eeuw werd deze stad door de kluizenaar Sint Deodatus gesticht.

Camperplek Saint Die des Vosges

 

De camperplek staat erg vol en je moet betalen voordat je erop kunt rijden dus wandel ik eerst naar binnen. Pas nadat ik gezien heb dat er een plekje is voor onze Frankia rijdt Dick naar de slagboom en begin ik met mijn worsteling aan de betaalpaal. Na enige gefoeter en opnieuw opstarten heb ik dan toch een betaalkaart met code en kan de slagboom geopend worden. Dick vindt een nog beter plekje en parkeert daar de camper. We staan deels onder de bomen maar door de camper anders te draaien kunnen we vanavond toch nog TV kijken.

Noord Amerika in steen

Natuurlijk drinken we eerst een koffie en dan wandelen we langs de rivier de Meurthe het stadje in. We nemen we een kijkje in de kathedraal van roze zandsteen uit de Vogezen en wandelen door de sfeervolle gotische kloostergang, restant van de middeleeuwse abdij. Op de stenen van het plein voor de kathedraal zien we de omtrekken van America.
In 1507 werkte een groep geleerden en drukkers in St Die aan een wereldbeschrijving waarbij ook een wereldkaart werd gemaakt: “de Cosmographiae Introductio”.

Men las de reisverslagen van de Italiaanse ontdekkingsreiziger die Zuid-America had verkend, Amerigo Vespucci. Deze schreef dat het nieuwe landsdeel geen deel van Azië was (zoals Columbus dacht) maar een “Nieuwe Wereld”. Het maakte dat de geleerden besloten dat ze geen reden zagen waarom ze dit nieuwe continent niet naar de ontdekker zouden noemen. Omdat zowel Europa en Azië vrouwelijke namen zijn werd deze nieuwe wereld “America” genoemd.
Vanwege het bovenstaande noemt de stad zich graag “Marraine de l’Amerique”, de peetmoeder van America.   

Buiten aangekomen brengt een geocache ons bij de Tour de la Liberte (vrijheidstoren), een (vind ik) lelijk bouwwerk van staalkabels en glas wat in 1989 gebouwd is ter ere van de 200e viering van de Franse revolutie, nu is het symbool van de moderne stad.

De Passerelle de la Vanne Pierre

Vlak bij onze camperplek is een stroomversnelling in de rivier waar we nog even naar toe lopen. Door docenten en leerlingen van de middelbare school is een voetgangersbrug gebouwd, de “passerelle de la Vanne Pierre” zodat we van bovenaf op de stroomversnelling kunnen kijken. Er is momenteel niet veel water dus echt spectaculair is het niet. De brug is wel mooi. Ook is er een geocache die we al snel vinden. Dick wandelt terug naar de camper terwijl ik nog even verder loop om een laatste geocache te zoeken. Het maakt dat ik nog mooi enkele kilometers loop.

Terug op de camperplek blijkt deze al aardig volgestroomd te zijn. Niet alleen met campers, ook enkele caravans en tentjes hebben het grote grasveld ontdekt waar ze de nacht kunnen doorbrengen. Opvallend is wel, maar daar nodigt deze plek zich ook voor uit, dat veel campers matten voor hun deur leggen waarmee ze hun plek vergroten en verhinderen dat andere campers te dicht op hun camper gaan staan. Er is hier echt sprake van “campinggedrag”

Ontbijt met een eitje

Pas half negen worden we vrijdag 8 augustus wakker. Het is al 20 graden en warm.
Nadat we heerlijk ontbeten hebben met een vers gekookt eitje maken we de camper reisklaar. Voor definitief te vertrekken dumpen we eerst. Dick heeft al schoon water bijgevuld want we staan naast een waterkraan.  We hoeven slechts 125 km te rijden en arriveren rond 12 uur in Saverne. Al in de Romeinse tijd werd Saverne genoemd als Tres Tabernae (drie herbergen). Het was een halte plaats langs de Romeinse weg van Straatsburg naar Metz.

Bij de parking waar we mogen overnachten treffen we opnieuw een slagboom die de toegang blokkeert alsmede een vervelende betaalautomaat maar uiteindelijk kunnen we op deze praktisch lege parking onze Frankia neerzetten.
Na de koffie wandelen we het stadje in en zien aan de andere zijde van het water, het Chateau des Rohan. Dit enorme kasteel wordt ook wel het Versailles van de Elzas genoemd. We lopen op het heetst van de dag en het is warm, de thermometer staat op 30 graden. Nadat we bij een oude sluis hebben gekeken wandelen we verder door de grande Rue, een winkelstraat met prachtige oude (vakwerk) huizen.

Kloostergang Couvent des Recollets

Even later buigen we af en vinden naast de kerk een voormalig kloostercomplex, het Couvent des Recollets. In de 14e eeuw gesticht en bewoond door de Franciscaner minderbroeders (de Recollets). We mogen door de kloostergangen lopen, bekijken de oude schilderingen op de muren en genieten van de stilte en de serene sfeer die er heerst. Vanuit de kloostergang kunnen we de kerk in, het interieur is eenvoudig maar mooi.

Uiteindelijk wandelen we weer verder en komen bij een opticien weer terug in de grande rue.  Aan het Duitse uithangbord aan de gevel is te zien dat deze streek in vroeger tijden Duits grondgebied was. Langzaam wandelen we weer richting parking. Bij een kruising gaan we elk een andere richting op omdat ik nog even wat inkopen wil doen bij de supermarket. Als ik weer terug bij de camper ben staat de parking aardig vol. Naast ons staat inmiddels een (Nederlandse) camper die klaarblijkelijk ruimte nodig heeft want een groot kleed is uitgelegd om maar te voorkomen dat er iemand anders gaat staan. Gelukkig zijn er elders nog plekjes beschikbaar
Ondanks het feit dat het nog steeds erg warm is, zeker 32 graden, gaan we binnen poetsen. Dick reinigt het dashboard en de ramen en ik stofzuig. Het is echt nodig.

We eten Nems. De naam komt van het Franse woordgebruik voor Nem Ran, wat in Vietnam gefrituurde loempia betekent, de vulling bestaat meestal uit een mengsel van glasnoedels, gehakt of kip, wortel, ui, paddenstoel en kruiden. Het is een heerlijk voorgerecht en wordt gevolgd door een restje chili met macaroni. We drinken er een Elsasser biertje bij want het blijft warm. Op TV zien we echter dat het in noord Spanje en Portugal nog heter is. Daar bereikt de temperatuur de 40 graden. Het is trouwens wel bijzonder dat Dick 6 km heeft gelopen want hij heeft een enorme blaar op zijn teen.

Windmolens in het landschap

Zaterdag 9 augustus staan we om 8 uur op, het is al 20 graden. Echt afgekoeld is het vannacht dus niet.
Na het ontbijt en watervullen vertrekken we en door de glooiende heuvels van dit Franse platteland rijden we noordwaarts.  De lucht is blauw en regelmatig zien we enorme windmolens staan. In Saarbrücken volgen we de Saar en voor we er erg in hebben arriveren we in Mettlach, Duitsland. Ondanks het feit dat het vacantietijd is staan er slechts twee campers. We hebben alle keuze in plekjes. De zon brandt op de voorruit dus brengen we, nadat de camper op zijn pootjes staat, meteen de winterisolatiemat aan voor de voorruit. Dat scheelt een stuk in de warmte binnen.

En dan ga ik stofzuigen. Vanochtend heb ik ons glazen koffiepotje te pletter laten vallen en overal liggen nog kleine glassplinters. Daarna brengen we al ons meegenomen lege fust naar de Netto en wandelen vervolgens naar het centrum om bij de toerist office te betalen voor de parking. Dick heeft zijn orthopedische schoenen nu niet meer aan want de blaar is te groot en brandt te veel. Eerst moet de schoenmaker wat meer ruimte creëren.

Eten op het buiten terras in Mettlach

Omdat het al tegen drieën loopt gaan we niet op een terrasje zitten om een beker ijs te bestellen. Voor half zeven hebben we immers een tafeltje besteld op het terras van de Abtei brau. Terwijl Dick nadat we de winkeltjes in de dorpsstraat verkend hebben weer terug naar de camper loopt, ga ik nog even een kijkje nemen bij andere winkels aan het einde van het dorp. Het maakt dat ik weer wat extra kilometers maak.
Tegen half zeven wandelen we over de parking naar de AbteiBrau. We vinden een leeg tafeltje op het terras en zoals eigenlijk altijd, eten we weer voortreffelijk.  Met een te volle maag wandelen we de 100 meter weer teug naar de camper en kijken nog wat TV voordat we ons bed induiken.

Zondag 10 augustus staan we pas om 8.45 uur op. Het lijkt alsof de warmte in de camper en buiten, ons langer en dieper laat slapen. Alle winkels zijn dicht dus we kunnen niet ontbijten met verse broodjes maar gelukkig hebben we nog Frans noodbrood wat vol pitten zit en best goed smaakt. Dan vertrekken we en rijden naar het noorden van Luxembourg, naar Weisswampach. Toen we vroeger onze caravan in de Ardennen hadden staan, deden we hier regelmatig onze inkopen. Destijds waren er wel beduidend minder winkels dan die er nu zijn. We tanken onze tanks vol, de brandstof is nog immer goedkoper dan in de omringende landen en rijden het laatste stukje naar St. Vith, België.
De app zegt dat campers langer dan 7 meter hier niet kunnen staan maar als we arriveren blijkt er voldoende plek, ook voor lange campers, te zijn dus we parkeren onze Frankia. Als we naar het centrum wandelen ontdekken we al snel dat dit deel van België Duitstalig is. Tijdens het Ardennen offensief in december 1944 werd meer dan 90% van alle gebouwen vernield en alleen omdat op verschillende plekken in de stad foto’s staan kun je je een beeld vormen van hoe het hier voor het bombardement uitzag.

Even een ijsje kopen

 

Ook de kerk werd volledig in puin gelegd maar in de jaren 1950 herbouwd in een vrij strakke moderne kerk en dient als symbool van de heropbouw van St Vith. Ondanks het kale interieur zijn er toch enkele mooie afbeeldingen te vinden.

Helaas zijn alle winkels dicht maar wel is er een ijsboer open en we kunnen het niet weerstaan een ijsje te kopen. We moeten er wel enige tijd voor in de rij staan want iedereen vindt, met temperaturen van 29 graden, dat een ijsje verdiend is.

De Buechelturm op de Millionenhuegel

 

 

 

 

Na ook nog langs de Buechelturm te zijn gelopen, een oude stadstoren uit de Middeleeuwen, dalen we via de Miljoenenberg af.  Na de oorlog werd al het oorlogspuin, de kapotte gebouwen en de enorme hoeveelheden achtergelaten militair materiaal verzameld en op één plek opgestapeld. Het groeide uit tot de “Millionenhuegel” omdat er letterlijk miljoenen kilo’s schroot lag. Nu is deze heuvel een monument met informatieborden en prachtig begroeid.   

Uiteindelijk zijn we weer terug bij de camper. Er zijn nog twee caches die ik graag wil zoeken dus ga ik, na wat water te hebben gedronken, er nog even op uit. Het duurt enige tijd voordat ik de eerste cache vind. Zittend onder een kruisbeeld valt mijn oog op een reflector aan een lantaarnpaal. Het lijkt natuurlijk maar is ook wel bijzonder. Bij nadere inspectie blijkt de reflector een logrolletje in zich te bergen. De andere cache zou ergens in de heuvels verborgen moeten zijn aan de rand van de stad. Maar hoe ik ook zoek met geen mogelijkheid vind ik iets. Wel glij ik enkele malen omlaag langs een steile heuvel die ik aan het onderzoeken ben. Uiteindelijk kom ik eind van de middag weer thuis.
Na al die escapades eten we simpel, worstjes met rijst, komkommer en tomaat. Maar het smaakt goed.
De parking is inmiddels redelijk volgelopen. Toch arriveren nog altijd veel campers laat in de middag op zoek naar een slaapplekje.

Camperplek Sittard

We lopen voor op ons reisschema dus hebben de volgende dag de tijd om alvorens naar huis te rijden een tussenstop te maken in Sittard.
Nog voor half 12 arriveren we bij de parking naast het zwembad en er is voldoende plek om onze Frankia neer te zetten. We kunnen zelfs op het eerste plekje staan waar de satellietschotel nog tv-ontvangst heeft. Nadat we ons telefonisch hebben aangemeld bij de gemeente (is verplicht) pakken we onze fietsen om in de omgeving rond te kijken.

Op de fiets geocaches zoeken

Op een bepaalde route zouden veel geocaches verstopt zijn. Maar helaas, ondanks overal zoeken vinden we heel veel caches niet.
Het kan aan ons zoekpatroon liggen maar ze kunnen ook verdwenen zijn. De omgeving is wel erg aangenaam want regelmatig fietsen we tussen de bomen waardoor we in de schaduw verblijven. Het voorkomt dat we oververhit raken. De thermometer wijst inmiddels weer 30 graden aan. Na een mooie fietstocht en niet zo veel geocaches komen we weer terug.

We hebben nog eten (cordon bleu, gebakken aardappels en boontjes) dus hoeven niet meer een supermarket te zoeken. We zitten heerlijk in de camper met alle ramen open en omdat er een beetje wind staat is het absoluut niet te heet binnen.

Dinsdag 12 augustus begint met zon en blauwe lucht maar al snel verschijnen wolken en vallen zelfs enkele druppels. Voor het merendeel blijft het echter bij hoogteregen. De slierten regen hangen in de lucht maar nog voor deze regen de grond kan bereiken verdampt deze en haalt de aarde niet. 
Als we om half 12 thuis zijn klaart het gelukkig weer op en kunnen we alles droog uitladen. De puinhoop in de huiskamer wordt steeds groter.
De volgende keer dat we de camper halen brengen we die naar Bronn Technics in Temse, België waar de Frankia een grote beurt krijgt en ook de jaarlijkse waterdichtheidscontrole. Dat betekent dat alle bovenkastjes leeg moeten, anders kan die controle lastig uitgevoerd worden. Als alles leeg is poetsen we samen de binnen- en buitenzijde.

Parkeren achter ons huis

Uiteindelijk staat de camper eind van de middag schoon achter ons huis.

De volgende morgen, woensdag 13 augustus brengen we samen de camper weg. Meestal gebeurt het niet dat we samen de camper wegbrengen. Gelukkig rij ik achter de Frankia want als we vlak bij het tankstation zijn gaat de camper langzamer rijden. Ik zet de alarmlichten aan, een enorm getoeter van auto’s die haast hebben, is het gevolg.

Nadat we getankt hebben wil de camper weer rijden maar regelmatig zie ik, terwijl Dick normaal door blijft rijden, de remlichten oplichten. Het wordt gevolgd door langzamer rijden. Heel raar. We vervolgen onze weg en staan uiteindelijk aan de Maasboulevard in het centrum van Rotterdam stil.

Parkeren op de Maasboulevard

 

 

Dick weet nog net zijn camper op een vrije parkeerplek te zetten. De Frankia weigert verder te rijden. Er blijft niets anders over dan de Wegenwacht te bellen die een klein uur later arriveert. Het euvel blijkt een kapot remlicht onderdeel te zijn. Nadat de Wegenwacht mijnheer het onderdeel heeft schoon geblazen kunnen we gelukkig veilig naar de stalling in Spijkenisse rijden.

Bij onze Fiat dealer bestellen we het kapotte onderdeel. Een week later kan het in de camper vervangen worden. We kunnen weer veilig de weg op.

Fijn is in ieder geval dat dit niet op onze reis is gebeurd.

Dit bericht is geplaatst in EUROPA. Bookmark de permalink.