Frankrijk mei-juni 2019

Frankrijk mei-juni 2019

Het is inmiddels de laatste dag van mei en het wordt hoog tijd om eens wat te schrijven. We zijn eind van de ochtend aangekomen in Collonges la Rouge, een dorpje zoals de naam al zegt helemaal opgetrokken uit rode steen. Buiten is het 27 graden en de zon staat aan een strakblauwe hemel, het uitgelezen moment om buiten achter de computer te zitten.

Maandag 13 mei hebben we onze camper opgehaald bij de Fiat garage in Utrecht, deze vervolgens met alle noodzakelijke spullen ingericht en nadat we dinsdagochtend ook eten en fietsen hadden ingeladen zijn we vertrokken naar Frankrijk. Het was de bedoeling om deze reis al eerder te maken maar helaas is onze tante Ank half februari op 94-jarige leeftijd overleden wat maakte dat we toch wel wat tijd nodig hadden om haar woning zodanig in orde te maken dat deze voor verkoop geschikt was. Deze week is de opdracht aan de makelaar de deur uitgegaan om het huis te verkopen dus hebben we nu de tijd om er een paar weken op uit te gaan.
Onze eerste etappe voert ons naar Conty, waar we om 3 uur arriveren. De camperplek is erg ruim en ondanks de vele campers is er op het grote grasveld vlakbij het centrum van het stadje voldoende plek. Natuurlijk wandelen we het stadje in en vinden ook nog wat caches. Helaas waait er een ijzig koude wind zodat buiten zitten geen optie is maar met een wijntje en later een heerlijke kebab maaltijd in de camper is het ook goed toeven. Ook de volgende dag is het prachtig weer waarbij ’s middags de thermometer zelfs de 20 graden aanraakt.

Een smal steegje in Rouen

Een goede dag om Rouen, 116 km verderop, te bezoeken. Langs de Seine vinden we opnieuw een schitterende overnachtingsplek en rond het middaguur lopen we over de brug en bevinden ons direct in het oude centrum van Rouen. In het smalste steegje kun je niet eens met twee personen naast elkaar lopen. Het is een prachtig middeleeuws centrum en je kunt er goed ronddwalen en een beeld krijgen van hoe het hier in vroeger tijden aan toe ging.

Als we even in het centrum uitpuffen op een bankje ben ik zo stom om mijn GPS te laten liggen. Ik kom er al snel achter dat ik hem niet meegenomen heb maar het is te laat. Een man heeft mijn GPS opgepakt, er verwonderd naar gekeken tot iemand naar hem toe kwam en de GPS pakte (zijn vriend had hem zogenaamd laten liggen) en voordat ik erachteraan kon gaan was de man in de menigte verdwenen. Ik ben best wel wat verdrietig. Ook al is deze GPS 5 jaar oud toch werkte hij nog goed.  Ik weet nu dat je beter iets kunt laten vallen (waardoor het kapot gaat) dan wat laten liggen.

De Cathedraal in Rouen

We zetten onze ontdekkingstocht door de binnenstad van Rouen voort maar de vreugde is er bij mij wel wat af hoewel de schitterende kathedraal veel vergoed. Uiteindelijk zijn we eind van de middag weer terug bij de camper waar we aan de oever van de snelstromende Seine nog even buiten in het zonnetje kunnen zitten alvorens de sluierbewolking de overhand krijgt.

 

Pas om half negen staan we donderdag 16 mei op. We hadden gisteren ook best wel wat kilometers in de benen. Nadat ik op de fiets brood heb gehaald bij de bakker, zo’n 800 meter verderop (wat is het toch heerlijk dat zich in Frankrijk op iedere straathoek wel een bakker bevindt) ontbijten we en rijden dan dwars door de stad Rouen naar Bayeux waar we een beroemd tapijt dat de Slag bij Hastings voorstelt, willen bezoeken. Helaas als we tegen het middaguur in Bayeux arriveren is er nergens een parkeerplekje te vinden en ook de camperplek is helemaal vol dus rijden we verder. Je merkt dat binnenkort 75 jaar bevrijding wordt herdacht, overal worden de Tombes de Guerre onderhouden en overal is het erg druk. Noch in het plaatsje Sainte Marie du Mont noch bij Utah Beach (en eigenlijk nergens langs de kust) vinden we een overnachtingsplek. Wel jammer want ik was hier graag gebleven.

Laag water, de bootjes liggen droog

Al snel zijn we op weg naar Barfleur, waar we om 2 uur aankomen en wel plek is langs een muur. Als je het trapje van de muur opklimt kijk je uit over de zee en de hoge vuurtoren van Gatteville. Natuurlijk lopen we het stadje in. Het haventje ligt droog omdat het laag water is en de boten liggen in het slib. Helaas schijnt de zon niet meer en waait er een koude zeewind (het is niet warmer dan 12 graden) maar dat doet niets af aan de leuke ambiance van dit stadje. Na een simpele avondmaaltijd loop ik ’s avonds nog even naar het stadje om het opkomende water te zien. En ja hoor, de zee, die eerst honderden meters van de kust verwijderd was, kabbelt nu tegen de kademuur, de boten dobberen weer rond in de haven en de eerste vissersschepen varen al weer uit. Het blijft boeiend om de zee te zien opkomen en terugtrekken. Als het eindelijk donker wordt genieten we van de lichtbanen die de vuurtoren over de zee maar ook onze camper verspreidt.

De volgende ochtend, het is inmiddels vrijdag 17 mei, is het slechts een klein stukje naar Cherbourg (29 kilometer) en daar we al vroeg wakker zijn en vroeg ontbeten hebben met vers stokbrood van de bakker, arriveren we al om half negen bij de “Cité de la Mer” waar de camperplek zich bevindt. Omdat we zo vroeg zijn kunnen we een net vrijgekomen plekje betrekken op de voorste rij met uitzicht op de diepzeehaven van Cherbourg. Het vroege aankomstuur maakt ook dat we op ons gemakje koffie kunnen drinken alvorens naar de Cité de la Mer te lopen. In januari was dit museum nog dicht.

Controle kamer van de atoom onderzeeër

Als eersten kopen we een kaartje en lopen we meteen, voor de mensenmassa, naar “la Redoutable” een grote Franse atoomonderzeeër. Het is indrukwekkend. We kunnen er helemaal doorheen lopen en ervaren hoe het was om daar 70 dagen in te verblijven. Nog onder de indruk van deze atoomonderzeeër lopen we naar de vertrekhal van de Titanic die in april 1912 vanuit hier vertrok voor zijn laatste reis. Je voelt je op deze plek één van de immigranten die de reis naar Amerika ondernamen. In een aparte zaal wordt middels geluidsfragmenten het verhaal van de laatste dagen van de Titanic uitgebeeld en we krijgen er kippenvel van. Het voelt alsof we zelf deze laatste bootreis meemaken en als we tegen de ijsberg botsen grijp ik Dick’s hand vast. Indrukwekkender dan deze geluidspresentatie had de laatste tocht van de Titanic die op 14 april 1912 de diepte in dook niet kunnen zijn. Maar lang napraten kunnen we niet want de film over de bevrijding van Cherbourg wacht.

Aankomst- en vertrekhal van de Titanic

Lopend door de moderne aankomsthal van cruiseschepen arriveren we in de filmzaal en duiken onder in de gebeurtenis die 75 jaar geleden het gezicht van Europa veranderde, D-day en de erop volgende bevrijding van Cherbourg (20 dagen later). Vol van indrukken vinden we dat we wel een maaltijd hebben verdiend en bij het restaurant in de Cité is al snel een plekje gevonden. Het menu ziet er aanlokkelijk uit en we bestellen een menu. We zijn niet alleen want in Frankrijk de lunch overslaan kan niet en het restaurant zit helemaal vol. En niet voor niets want de kwaliteit van het geboden voedsel is voortreffelijk. Na onze uitgebreide maaltijd, vanavond eten we alleen nog een stuk stokbrood, bekijken we nog de tentoonstelling over de exploitatie van het onderwaterleven met als gevolg dat we pas half 5 terug zijn bij de camper, vol van indrukken en blij dat we deze Cité de la Mer bezocht hebben. We besluiten morgen ook nog een dag te blijven omdat we dan een bezoek kunnen brengen aan de “Batterie de la Roule”, een bunker hoog boven Cherbourg op een heuvel waar alleen in het weekend rondleidingen zijn. Zaterdag is het een prachtige dag en nadat we heerlijk ontbeten hebben met natuurlijk vers gehaald stokbrood wandelen we Cherbourg in. Natuurlijk stoppen we bij de haven waar vissers hun vangst uitladen, voornamelijk krabben en een aantal kreeften. Veel ervan worden direct naar een op de kaai aanwezige tafel gebracht alwaar voorbijgangers de verse schaaldieren kunnen kopen. Zelf zijn we niet zo’n liefhebben van krab en kreeft en ik weet ook niet hoe ik dat moet klaarmaken dus wij houden het bij kijken. Langzaam lopen we steeds verder richting de heuvel waar de rondleiding zal plaatsvinden. Navraag bij het fort op de top leert dat de ingang van de Batterie iets lager ligt en goed op tijd zijn we bij de ingang. Buiten de gidsen komt niemand opdagen maar de rondleidding gaat toch door.

Batterie de La Roule

We krijgen echt een privérondleiding. Wel in ratelend frans waarvan ik 70 % en Dick de helft verstaat. Dankzij het feit dat we gisteren de film “de 20 dagen van Cherbourg” hebben gezien krijgen we een goed beeld hoe dit bunkerstelsel functioneerde. Onderaardse gangen verbinden de verschillende plekken waar zich de kanonnen bevonden en ook het hoge uitzichtpunt geeft weer dat je de gehele baai kunt overzien. We krijgen een goed beeld hoe deze bunker ten tijde van de bezetting heeft gefunctioneerd. Onze gids wil wel regelmatig bevestiging of we echt luisteren en hem ook begrijpen want herhaaldelijk stelt hij controlevragen en moet ik uitleggen wat ik denk dat hij bedoelt. Dick trekt zich op zulke momenten terug in de duisternis buiten het bereik van onze hoofdlampen. Na bijna anderhalf uur rondgedwaald te hebben in dit ondergrondse gangenstelsel voelt de warme zon en blauwe lucht heerlijk, ook al is het slechts 14 graden en langzaam dalen we de berg weer af naar onze camper. We hebben bijna 12 km gelopen en voelen onze benen wel dus de rest van de avond doen we weinig, eten wat stokbrood, drinken een glaasje en praten na over de gebeurtenissen meer dan 75 jaar geleden. Als ik zondagochtend naar de bakker in het stadje loop is het nog droog maar als we water gevuld en ons afvalwater gedumpt hebben, begint het te miezeren en gedurende de rit naar Carteret blijft het somber met zelfs zo nu en dan wat regen. De afstand is slechts 39 km en dat maakt dat we vroeg in de ochtend het plekje van een vertrekkende camperaar kunnen innemen.

Oude wasplaats met een cache tijdens een fietstochtje

 

Het is een mooi plekje aan de rand van een duin en kijkend op een van de vele kliffen die dit stadje rijk is. Na een kop koffie pakken we de fietsen en gaan de omgeving verkennen. In Januari waren we hier ook maar toen was het ijzig koud en bijzonder onaangenaam buiten. Nu hebben we niet veel meer geluk want na een uurtje fietsen begint het te regenen. We fietsen terug en zijn net voor de ergste buien weer bij de camper.

 

Polo wedstrijd op het strand

 

Gelukkig droogt het enigszins op en kunnen we in de middag over het inmiddels drooggevallen strand lopen. Het is er erg druk want er zijn polowedstrijden en samen kijken we onze ogen uit hoe de ruiters met hun galopperende paarden een bal te spelen. Dit is wel een spectaculaire sport om naar te kijken hoor. In de pauze maken we een wandeling over de brede stranden en beklimmen rotsen die met hoogwater onder water liggen om een cache te vinden die we helaas niet weten te lokaliseren. Uiteindelijk komen we vermoeid en onder het zand terug bij de camper waar Dick een warme chocolademelk maakt. Dat smaakt prima want warmer dan 10 graden is het momenteel niet. Natuurlijk lopen we ’s avonds nog een keer naar het strand om te zien wat ervan overblijft als het hoog water is. Het gehele strand alsmede het speelveld van de poloër is ingenomen door water.

Maandag 20 mei staan we pas om 8 uur op. Grote groepen mensen staan op de parkeerplaats naast het havengebouw vanwaar de boot naar Jersey vertrekt. Het weer is iets beter dan gisteren, het is droog en soms zijn er wat sporen van blauw te zien maar echt mooi weer is het nog niet, dus rijden we na het ontbijt naar Pontorson. We moeten wassen en op de parking bij de Carrefour staan wasmachines. Er is voldoende plek bij de supermarket en omdat het inmiddels etenstijd is en iedereen aan de maaltijd zit kunnen we direct onze wasmachines vullen. Ook drogen gaat door de enorme drogers zeer snel zodat we rond half drie alles schoon en opgeborgen hebben alsmede ons bed opnieuw hebben gedekt.

Fietsend naar Mont St. Michel

We kunnen nog mooi even een fietstochtje maken naar Mont Saint Michel en onderweg wat caches zoeken. Een goed idee want gaande de middag wordt de lucht steeds blauwer en de zon schijnt steeds feller. Rond 6 uur arriveren we bij de dam die naar het eiland voert van Mont Saint Michel.

We hebben vanuit hier een schitterend zicht op de imposante kerk met de omringende gebouwen. Ondanks het feit dat je vanaf 6 uur de dam op mag fietsen besluiten we terug te keren want op het eiland is inmiddels alles dicht en we hebben ook wel trek gekregen na al onze werkzaamheden en fietsinspanningen. Halen wat eten bij de supermarket en genieten met een boek van de rest van de avond.

De volgende morgen zijn we weliswaar al om 8 uur op maar we moeten tot 9 uur wachten tot we vers brood kunnen halen. Als stokbrood voor de deur te koop is, heb ik geen zin om helemaal het dorp in te rijden. Dat maakt dat we pas om kwart over tien uit Pontorson vertrekken maar de afstand naar Saint Malo is slechts 62 km dus we arriveren daar ruimschoots op tijd. In de stad zelf is geen camper plek maar 6 km erbuiten vlakbij Rotheneuf is wel een grote stuk gravel waar je ook gedurende de nacht kunt verblijven We staan er alleen want iets verderop is een stadsparking met asfalt waar alle andere campers zich verzameld hebben.

Toegangspoort Saint Malo

Maar wij staan hier goed, pal aan zee en pakken de fietsen om naar het centrum van Saint Malo te fietsen, 6 kilometer hiervandaan. Jaren geleden, in het begin van ons huwelijk, zijn we hier ook een keer geweest maar veel herinner ik me er niet van.
Op het plein voor de grote stadspoort zetten we onze fietsen neer en dan lopen we door de indrukwekkende stadspoort de ommuurde stad Saint Malo binnen. Het is er druk maar dat is begrijpelijk. Na even door de winkelstraten gelopen te hebben klimmen we de muur op want daarom wil je hier rondkijken.  Over de muur de stad rondlopen. Aan de westkant hangt zee-mist waarachter de zon verdwijnt dus echt warm is het niet, slechts 13 graden. Als een spook uit de mist doemen schepen en voor de kust liggende eilanden op. Vanaf de muur zien we een zeer aanlokkelijk restaurantje en zoals echte Fransen betaamt gaan we aan het enige lege tafeltje wat eten. Heerlijk en in het zonnetje want langzaam trekt de zee-mist wat weg.

Fish & Chips in Saint Malo

 

Na een voortreffelijke warme lunch lopen we verder over de muur, nu het stuk wat pal aan zee grenst. Het is eb dus overal kun je op het strand lopen, gebruik maken van het zeewater zwembad wat bij vloed van vers water voorzien wordt en we zien vele mensen naar de drooggevallen eilanden lopen. Het is ongelooflijk leuk om dit allemaal vanaf de hoge stadsmuur te bekijken. Natuurlijk zoeken we ook wat caches wat in deze stenen omgeving niet altijd meevalt. Eind van de middag fietsen we terug naar de camper waar we heerlijk wat stokbrood eten. Omdat we parallel aan het strand staan kan ik de verleiding niet weerstaan om ’s avonds op het randje van de duinen te gaan zitten (een beetje beschutting tegen de koude zeewind) en naar de zonsondergang te kijken. Het is nog steeds eb maar het water zie je geleidelijk stijgen. Het blijft schitterend een zonsondergang te bekijken. Dick is een andere mening toegedaan (iedere dag kun je de zon zien) en blijft dus lekker in de camper lezen.

Woensdagochtend 22 mei rijden we dieper Bretagne in. Naast blauwe lucht is er veel sluierbewolking en langs de kust waait een koude wind. We rijden over de Barrage de la Range waar een elektriciteitscentrale gebruik maakt van het verschil tussen hoog en laag water en rijden dan de weg op naar Cap Frehel.

Fort de la Latte

In het dorpje Plevenon vinden we een prachtige camperplek, een groot grasveld waar volop ruimte is om onze camper neer te zetten. We pakken de fietsen en rijden naar een andere cap waar Fort de la Latte gebouwd is. Een fort op een in zee uitstekende rotspunt wat we natuurlijk willen bezoeken. Na een kaartje gekocht te hebben mogen we de twee ophaalbruggen die het fort van het vaste land scheidt oversteken en kunnen we genieten van de eeuwenoude bouwkunst die het mogelijk maakte dat dergelijke forten de tand des tijds hebben doorstaan. Op ons gemakje dwalen we rond, maken foto’s en genieten. Natuurlijk beklimmen we ook de hoge toren vanwaar we een schitterend zicht hebben op Cap Frehel. Na enkele uren rondkijken laten we het fort achter ons, klimmen terug naar de plek waar onze fietsen staan en rijden dan langzaam over smalle weggetjes terug naar de camper. Natuurlijk caches zoekend want die liggen hier overal. In het dorp is alleen een crêperie, waar we geen zin in hebben, dus koeken we zelf en lezen de rest van de avond. Ik denk dat we de enigen zijn die dat doen want alle campers om ons heen hebben hun antenne opgestoken, hun ramen geblindeerd en kijken TV.  Nadat ik donderdagochtend een vers baguette in het dorp heb gehaald en we heerlijk ontbeten hebben rijden we verder langs de kust. Cap Frehel slaan we over omdat we geen 5 euro willen betalen om onze camper even te parkeren. Als we een volgende keer hier komen zullen we daarnaartoe fietsen. Langs de smalle kustweg rijden we naar Hillion, slechts 33 km westelijker. In het stadje wordt de camperplek bevolkt door een zigeunerfamilie dus rijden we door naar de kust naar Lermot waar we een prachtig plekje vinden bij de kliffen langs het water. We praten even met onze buren, Engelsen, die een aantal maanden per jaar op het vaste land bivakkeren, ook omdat Engeland redelijk onbetaalbaar is volgens hen om rond te trekken. Als ik hen vraag wat de Brexit dan voor hen betekent merk ik direct dat dit het foute gespreksonderwerp is. Net als in Amerika moet je geen politiek of godsdienst ter sprake brengen. We krijgen een lange tirade te horen over Theresa May, de premier (die moet hij niet) en de wil van het volk om uit de Europese Unie te stappen. Engeland kan het makkelijk alleen. Men wil autonoom en zelfstandig zijn. Britain is immers een Empire en heerser over de zeeën, net als in vroeger tijden.

Wandeling langs de kliffen in Lermot

We maken zo spoedig mogelijk een einde aan deze conversatie, zeggen onze buren gedag en wandelen dan het smalle pad over de kliffen op. We beginnen echter niet met cache 1 van de serie die hier langs de kust verborgen is zodat we regelmatig heen en weer moeten lopen. Maar we genieten van het zicht op de zee onder ons en de smalle paadjes die over de kliffen slingeren.
Eind van de middag hebben we zelfs de bonus cache kunnen vinden (een extra cache die je kunt vinden als je alle caches van die serie hebt gevonden en met de aanwijzingen daaruit de benodigde coördinaten voor de bonus kunt berekenen) en zitten er 13,5 km in onze benen. Veel doen we niet meer. We eten een hapje en drinken een glaasje. Toch wil ik ’s avonds nog even twee caches zoeken. Het maakt dat ik 1,5 uur later en na 5 km pas terug ben wat Dick toch wel wat ongerust maakt. Gelukkig hebben we hier overal telefonisch bereik.

Uitzicht op de camper en het opkomende water

 

Helaas vind ik de caches niet maar wel geniet ik van het opkomende water vanaf de kliffen in de baai beneden ons. Ik hoef niet te vertellen dat we al rond 9 uur ons bed induiken en beiden in een droomloze slaap vallen.
Vrijdag 24 mei staan we om 8 uur op. Er waait nog steeds een koude wind maar de zon breekt meer door en er verschijnt meer blauwe lucht. Na het ontbijt rijden we dwars door Bretagne naar het zuiden en stoppen in het centrum van Carnac. Carnac is een oud stadje bekend om zijn megalieten, grote stenen bekend van Asterix en Obelix.

 

Megalieten in Carnac

De camperplek ligt midden in het centrum en nadat we daar de camper hebben neergezet pakken we de fietsen om rond te rijden. Natuurlijk langs de grote en kleinere stenen. In dit jaargetijde mag je daar alleen tussendoor lopen met een gids maar vóór april en ná oktober is het voor iedereen vrij om er tussendoor te lopen. Wij fietsen langs de zijkant van de kilometerslange velden met stenen.

Het blijft een imponerend gezicht. Hoe zijn deze stenen hier terechtgekomen en wie heeft ze allemaal zo mooi op een rijtje neergelegd. We verdiepen ons verder niet in die vragen maar fietsen verder en genieten. Dick weet perfect de weg. Op zijn GPS heeft hij een soort wonderkaart die alle smalle paadjes aangeeft en feilloos leidt hij ons door moerassen over smalle bospaadjes en door een duinengebied. Uiteindelijk na 16 km fietsen zijn we terug bij de camper. We hebben inmiddels in het stadje een leuk eettentje gevonden met een aantrekkelijk menu waar we, na ons wat opgefrist te hebben, naar toe lopen. Het eten is inderdaad lekker en het weer staat ons toe om op het terras te zitten.

Toegangspoort Guerande

De volgende ochtend blijkt de hele parking bezet te zijn dus nieuwkomers zijn maar al te blij dat wij bijtijds vertrekken. Na nog een laatste blik op de menhirs en over smalle weggetjes arriveren we nog voor 11 uur in Guérande, een oud middeleeuws stadje. Ook hier is, net aan de rand van de stad, een prachtige camperplek en we vinden een plekje vanwaar we het gehele terrein goed kunnen overzien, uiteraard volop in de zon alhoewel die momenteel achter een dik wolkendek schuilgaat. Opnieuw een drukke parking vol met Franse camperaars, dus we doen er goed aan om telkens kortere stukjes te rijden en voor het middaguur ergens te arriveren. Na een heerlijk kopje koffie lopen we naar het ommuurde middeleeuws stadje met een indrukwekkende toegangspoort. We dwalen door de steegjes, kijken bij de marktstalletjes en blijven ons verbazen over de enorme aantallen terrasjes die zich overal bevinden. Er is op deze tijd geen plekje te bemachtigen, Iedereen zit te eten en eten tussen de middag is heilig. Wij hebben uitgebreid ontbeten en nog geen trek dus lopen we, omdat Guérande niet echt groot is, rond half 2 terug naar de camper en pakken de fietsen.

 

Zoutwinning in Guerande

Graag wil ik naar de zoutwinningsvelden fietsen waarom deze omgeving beroemd is geworden. Het is niet ver fietsen. Wel waait er een harde wind maar de felblauwe hemel en de stralende zon vergoed veel. Van de zoutvelden is niet veel te zien in de zin dat ze niet wit zijn. Overal om ons heen zijn kleine bassins te zien gemaakt van aarden walletjes waarin een laagje zout water dat, wanneer het verdampt, leidt tot het goud der aarde; zo werd de opbrengst van deze zoutpannen in de middeleeuwen gezien. Hier en daar zijn mannen bezig om met een soort houten hark een laagje zout te verwijderen. Wat een werk zit er in het verkrijgen van zout. Natuurlijk kopen we wat zout in een kraampje alhoewel wij nooit zout gebruiken maar mogelijk vinden Hannah en Henk het wel lekker.

Tegen 6 uur zijn we terug bij de camper, helemaal rozig van de harde zeewind en de felle zon en eten stokbrood met kaas en paté. We zijn het inmiddels ontwent om heel veel te eten.

Zondag is het zwaar bewolkt, een enorm verschil met gisteren toen de zon volop scheen. Eigenlijk is dit een dag om te wassen. Het wordt weer eens tijd dus besluiten we nog een dagje te blijven. Ik haal in het uitgestorven stadje brood. Het voelt heel apart om de stadspoort in te rijden en je helemaal alleen in dit middeleeuwse stadje te bevinden. Na het ontbijt wijst Dick me de weg naar de wasserette. Hij heeft die inmiddels opgezocht en met een fiets vol vuile was fiets ik naar het centrum toe waar de wasserette zich bevindt.

In de wasserette

Het is er druk want er lopen drie haveloze mannen die veel machines in gebruik hebben maar gelukkig kan ik mijn was kwijt in 4 kleine wasmachines en het wachten begint. Maar met gezellig kletsen verstrijkt de tijd snel. Wel zet ik de deur naar buiten open want de lichaamsgeur die rondhangt doet je vermoeden dat er meer dan alleen kleding gewassen had moeten worden. Rond 12 uur arriveert Dick met de fiets, net op tijd om mij te helpen met het opvouwen van het wasgoed en met tassen schone kleding en beddengoed rijden we terug naar de camper. Nog voor 1 uur ligt alles schoon in de kast en is ons bedje weer gedekt. Na een koffie met lekkere cake pakken we opnieuw de fietsen om toch nog even in de omgeving rond te kijken. Het weer ziet er weliswaar niet echt goed uit, zware wolken met zo nu en dan wat miezer, maar alles is beter dan in de camper rondhangen. Dick heeft aan de hand van caches weer een leuk fietsrondje uitgezocht van slechts 15 kilometer maar wel over stille paadjes en door weilanden. Terug in de camper eten we weer simpel stokbrood. Met kaas, paté en een glas wijn smaakt het heerlijk. Opnieuw liggen we voor half 10 in bed. Maandag 27 mei staan we half 8 op en na het ontbijt rijden we naar Nantes. We willen hier de “Machinerie de l Ile” bezoeken. Onderweg kom ik erachter dat de uitgekozen camperplek aan de zuidrand van Nantes te klein is voor onze camper dus rijden we naar de noordzijde van Nantes naar een “Aire de camping cars” bij de camping. Daar aangekomen lukt het me niet een kaartje te bemachtigen. Ik ben niet de enige want een Fransman heeft ook grote moeite en moet zelfs een tweede maal betalen om de slagboom open te krijgen dus besluiten we om Nantes te laten liggen en door te rijden.

De abdij ruines

Al snel vinden we een goede bestemming: Maillezais, waar zich ruïnes van een oude abdij bevinden. En ja hoor als we er bijna zijn zien we de ruïne al boven alles uitsteken. We zetten de camper op de parking neer, tussen prachtige vijvers in en lopen naar binnen. Direct word je ondergedompeld in de middeleeuwen en ervaren we hoe de pelgrims en monniken hier eeuwen geleden verbleven. Ook al zijn slechts ruïnes overgebleven, als je ertussen dwaalt komt de historie tot leven.
Lang dwalen we over het terrein van deze eens zo machtige abdij.

Eind van de middag zijn we terug bij de camper en wandelen dan nog even door de omgeving rond. Dat doen we eigenlijk altijd om te kijken waar de bakker is, waar veelbelovende eettentjes zijn en waar we levensmiddelen kunnen kopen. Er is echter niet veel te doen in het stadje dus zijn we na twee uur weer teug bij de camper.

Standplaats naast de vijver

Het voelt luxueus om hier te staan tussen schitterende beelden en naast vijvers. Helaas is er slechts een restaurant open wat geen aansprekend eten heeft, dus koken we zelf.

’s Nachts worden we herhaaldelijk verblijdt met een kikkerconcert maar dat is eens wat anders dan voorbijrazende auto’s.

De volgende ochtend, nadat ik bij de bakker een baguette gehaald heb genieten we van een heerlijk frans ontbijt en rijden daarna verder over smalle landweggetjes naar Cognac. Het weer is omgeslagen en miezer wisselt af met regen Wel jammer want in deze Cognac streek zijn schitterende wijngaarden. Helaas is de camperplek in het stadje Cognac vol, eigenlijk overvol. In plaats van de mogelijke 3 campers staan er wel 9 en wij kunnen er met geen mogelijkheid meer staan. Dus rijden we door naar een wijnlandgoed vlakbij.
Het is hier schitterend maar ook afgelegen en met dit regenachtige weer niet echt aantrekkelijk dus rijden we door en stoppen in Barbezieux Saint Hillaire bij supermarket Leclerc.

Overnachten bij LeClerck

Komt goed uit want nu kunnen we ook weer even onze voedsel- en drank voorraad op peil brengen. Met een afgeladen karretje komen we terug van boodschappen doen en de rest van de middag lopen we rond in dit stadje. Er is een schitterend kasteel wat helaas dichtgespijkerd is en waarvan de omgeving helemaal opgeknapt wordt. We lopen verder door steile straatjes. Het is zeker geen onaardig stadje om rond te lopen. Maar zoals in Frankrijk betaamt is alles dicht, het is immers etenstijd. De volgende ochtend hoef ik niet ver te lopen om brood te halen want we staan immers naast de supermarket. Het verblijf hier vertoont veel overeenkomsten met de Walmarkt want ook hier werd in het holst van de nacht de parking schoongeveegd met lawaaimachines, waardoor we klaarwakker raakten. Maar je went eraan en op een gegeven moment zijn we er toch doorheen geslapen. Nadat we gedumpt hebben rijden we verder naar het oosten.

Onderdoorgang onderweg

Over smalle weggetjes dwars over het platteland want in deze omgeving zijn geen grote west- oost verbindingen. Op de kaart zie ik dat we langs Les Eyzies komen en meteen is ons einddoel bepaald. Daar gaan we naar toe, dit is de plek waar we bijna 41 jaar geleden tijdens onze huwelijksreis naar toe zijn gereden.
We vinden er een schitterende camperplek met enorm veel ruimte en nadat Dick de juiste plaats heeft bepaald (zodat we vanmiddag in de zon staan) zetten we de camper neer en wandelen het stadje in.
Weinig herinner ik me hiervan.

Wandelen over smalle straatjes in Les Eyzies

Alleen de overhangende rotsen, waar in de prehistorie mensen hun onderdak zochten, komen me bekend voor. We wandelen rond, eten heerlijk een ijsje, is het ook echt de temperatuur voor, en lopen over smalle paadjes onder de overhangende rotsen. Het pad naar de abri van de Cro Magnon, de eerste mens die hier gevonden is. Zeker weten we één ding en dat is dat we hier nog nooit gelopen hebben. Helaas is er geen aanlokkelijk restaurant te vinden, of heel duur of alleen maar met Canard op het menu (en in eend hebben we geen zin) dus koken we weer eens zelf en eten er heerlijk brood met pitjes bij (wat we bij de plaatselijke delicatessewinkel kopen want de bakker is op deze woensdagmiddag gesloten).

Op hemelvaartsdag, alles is nu echt dicht in France, rijden we om 9 uur al weg naar Sarlat waar we aan de rand van de stad een grote parking vinden waar niemand staat. We parkeren onze camper en wandelen naar het centrum van Sarlat. We zijn in de middeleeuwen gearriveerd en omdat de “Jours de Terroir” gevierd worden is er ook feest.  Het hele middeleeuwse centrum staat vol met kraampjes waar Paté de Foie Gras, noten en Canards verkocht worden. Deze ingrediënten vormen trouwens ook het hoofdmenu van de restaurantjes hier. We proeven wat van de Canard en ik moet zeggen dat het niet slechts is maar een hele maaltijd ervan hoeft voor mij niet.

Sarlat en Canards

Na een paar uur ronddwalen door smalle steegjes en natuurlijk rond de marktkraampjes in dit gezellige drukke centrum zoeken we ook nog wat caches. We worden daarbij geholpen door een van de agenten van de Police Nationale die ons de richting wijst waar de cache ligt en zeer tevreden is als we vanuit de verte laten zien dat we de cache gevonden hebben. Dan blijken alle terrasjes vol te stromen en ook wij zoeken een plekje om ergens wat te eten. We hebben echter niet de behoefte aan een volledig uit eend bestaand menu en vinden een heerlijk kebab restaurant met enkele tafeltjes in het zonnetje. Geen slechte keuze want het eten is erg lekker en smaakt heerlijk. Na de lunch lopen we nog even rond en besluiten dan, omdat we voldoende gezien hebben, terug te keren naar de camper en door te rijden naar Rocamadour, niet ver hier vandaan.

Woningen tegen de rotsen geplakt in Rocamadur

In dit tegen de rotswand aangeplakte stadje is het nog drukker dan in Sarlat. Het parkeerterrein bij het hoog op de rotsen gebouwde kasteel staat helemaal vol maar met wat persen vinden we toch een plekje voor de camper en via een smal zigzag paadje lopen we naar beneden. Ondanks het feit dat het inmiddels 3 uur is en toch al wat mensen terug naar boven klimmen is het nog enorm druk in het stadje Rocamadour maar wij zoeken antwoorden voor onze cache en die blijken gelukkig niet allemaal in de topdrukte te vinden te zijn. We genieten van de winkeltjes die allemaal open zijn, kopen een ijsje wat we heerlijk eten op het plein voor de cathedraal en pas om half 6 gaan we weer terug naar de camper.

Het is warm geworden, zeker 27 graden en bezweet komen we terug. Niet raar als je bedenkt dat we toch zeker 14 kilometers hebben gelopen. Op het parkeerterrein is meer ruimte ontstaan en Dick zet de camper beter neer. Of we hier mogen staan, aan de rand van de weg, weten we niet maar er staan nog enkele andere campers dus we gaan het zien. Vrijdag 31 mei worden we pas om 8 uur wakker. Hier boven op de rotswand was het doodstil en we hebben hier prima geslapen. Nadat we ontbeten hebben met broodjes die we nog hadden, ik heb weinig zin om eerst 150 meter af te dalen naar het stadje om brood te halen, loop ik eerst nog even naar de plek waar we gisteravond aan de hand van allerlei antwoorden berekend hebben waar de cache verborgen moet zijn. Het brengt me via een steil met stenen bezaaid paadje halverwege Rocamadour en met behulp van een foto vind ik snel de cache.

Zicht op Rocamadur

Om half 10 verlaten we Rocamadour. Door een weg versperring kunnen we niet de door Garmin aangegeven weg volgen maar komen we, via zeer smalle bergweggetjes, terecht aan de overzijde van het dal. Niet echt verkeerd want hierdoor hebben we een schitterend zicht op Rocamadour. Mijn fotocamera maakt overuren. Het is overal enorm druk, veel mensen hebben klaarblijkelijk een lang weekend genomen en bij de Grotte de Padirac staat het zelfs zwart van de mensen.

Na 65 kilometer rijden arriveren we in Collonges la Rouge en nog voor het middaguur vinden we een mooi plekje op de camperplek op loopafstand van het stadje. Het is warm geworden en voor het eerst in deze vakantie genieten we van de schaduw van de bomen.

Collonges la Rouge

Na een lekkere kop koffie lopen we naar dit bijzondere stadje toe. Het blijft er schitterend, alle gebouwen zijn uit rode steen opgetrokken en met de staalblauwe lucht alsmede de fel schijnende zon vormt het een schitterende combinatie. Het stadje is klein dus een deel van de middag brengen we door naast de camper in de schaduw en pas rond 6 uur lopen we terug om bij “Les Pierres Rouge” te gaan eten. Natuurlijk kan dat nog niet want tot 7 uur zijn alle restaurants gesloten maar rondlopen hier is geen straf. Dat men evenmin gewend is om mensen om 7 uur al te ontvangen blijkt als we plaatsnemen op het terras. Het duurt nog minstens een half uur voordat er iemand komt vragen welk aperitief we willen en voordat ons voorgerecht op tafel staat is het bijna 8 uur. Maar het maakt niet uit. Buiten voelt het als een zwoele zomeravond en we genieten van de omgeving en bekijken de mensen die langswandelen. Pas tegen tienen hebben we onze maaltijd voltooid en lopen we terug naar de camperplek. Een heerlijke avond en een heerlijke maaltijd. En ook nog eens schitterend weer want zelfs op dit tijdstip wijst de thermometer nog 25 graden aan.

‘s Nachts word ik wakker door licht wat door het dakluik op mijn gezicht valt. Een heldere sterrenhemel. Direct ben ik klaarwakker en met Dicks T-shirt aan loop ik naar buiten. Daar zie ik voor de eerste maal op Europese bodem de Melkweg. Wat schitterend en wat een fantastische sterrenhemel in het uitspansel boven ons. Enige tijd lang geniet ik ervan voor ik weer ons warme bed induik.

De juni maand begint goed want om half 8 ’s ochtends is het al 20 graden. Als ik op weg ga naar de bakker vertellen twee Fransen me dat dat geen zin heeft daar het brood depot (er is hier geen bakker) niet eerder dan half 10 opengaat dus ga ik onverrichterzake terug en besluiten we eerst te dumpen en water te vullen alvorens in een naburig dorp te ontbijten. Maar terwijl wij dumpen horen we opeens een oorverdovend getoeter en rijdt de bakker het terrein op zodat we even later toch lekker op de camperplek ontbijten. Om 9 uur vertrekken we maar halverwege de rit naar Clermont bedenk ik opeens dat het fijner is aan een water dan in de stad te bivakkeren dus veranderen we de Garmin. De camperplekken in Meymac blijken overvol of lijken op een stoffige grintvlakte zonder enige schaduw, dus rijden we door naar Felletin.

Camperplaats in Felletin

In het centrum van het stadje is een parkeerterrein met grasstroken waar we de camper neerzetten. De thermometer wijst inmiddels 33 graden aan, dus zetten we ook de luifel uit om wat schaduw te vangen. Het stadje verkennen we na drieën omdat voor die tijd alles gesloten is. Het is er niet echt bijzonder en na een aantal kilometers lopen houden we het voor gezien en gaan lekker bij de camper zitten met zicht op de kerk van dit stadje. Klaarblijkelijk is het geen probleem om ons als een kampeerder te gedragen (zitten met stoeltje en tafel buiten, wat vaak niet toegestaan is op een camperplek) want de langsrijdende politie zegt niets en omdat de temperatuur hoog blijft eten we (voor de eerste maal) ook buiten voor de camper. Je kunt het slechter treffen. Zondag 2 juni staat de zon alweer vroeg aan de hemel en het is warm. Na heerlijk een vers stokbrood te hebben gehaald bij de bakker om de hoek rijden we verder. Via smalle wegen over hoogvlaktes dwars door het binnenland van Frankrijk. De graanschuur moet zich hier wel bevinden zoveel graanvelden rijden we langs. Om 12 uur arriveren we in Moulins.

Populier in volle bloei

 

Hier ligt aan de rivier een voormalige camping die, waarschijnlijk omdat er regelmatig overstromingen zijn, niet rendabel was en nu omgetoverd is tot een plek voor campers.
Het betekent dat we een zee van ruimte hebben en ons een schitterend vrij gelegen stukje toe-eigenen. Naast ons staat een bijzondere boom, waarschijnlijk een populier waarvan de takken helemaal vooroverbuigen van de pluis. Als er even een windvlaagje is lijkt het alsof het sneeuwt. Als we goed staan en even rondgekeken hebben lopen we het stadje Moulins in. Helaas zijn we net te laat voor de zondagsmarkt; desondanks genieten we van deze oude binnenstad.

 

 

Cathedraal in Moulins

 

De grote kathedraal is bijzonder en we brengen er enige tijd in door om alles te bewonderen en natuurlijk branden we een kaarsje. Ook Moulins bestaat uit oude, smalle middeleeuwse straatjes waar het heerlijk is om rond te lopen.

Als we weer buiten zijn valt de hitte, het voelt aan als 34 graden, als een deken over ons heen dus gaan we terug naar de camper waar in de schaduw zitten een beter alternatief is. Uiteindelijk is het toch wel een grote stad want we lopen bijna 12 kilometer. Nog heel lang blijft het warm en pas na tienen gaan we naar binnen. ’s Nachts vallen er een paar druppels water. Het contrast op maandag 3 juni is groot want het is zwaarbewolkt en er is geen zon te bekennen. De warmte hangt er nog wel want de temperatuur komt niet lager dan 19 graden. We moeten weer dringend wassen dus zoeken we naar een wasserette en in Ainay le Chateau vinden we machines naast een Intermarché. Wat is dit een uitvinding; zonder dergelijke machines zouden we ergens een camping moeten opzoeken. Na twee uur is alles weer schoon en rijden we verder want deze plek naast de supermarket tussen de graanvelden is niet echt bijzonder en we rijden door naar Cosne Cours sur Loire.

Rustig zitten aan het water

Er staat niemand langs de oevers van de Loire en om bij het parkeerterrein te komen moeten we twee verbodsborden (verboden voor meer dan 3,5 ton) negeren maar dan hebben we ook een schitterend plekje langs de snelstromende Loire in het centrum van het stadje. De zon breekt langzaam door en de temperatuur stijgt, echt ideale omstandigheden om een stad te verkennen. Ook hier is weer een schitterende kerk en we genieten ervan om rond te lopen. Daar het gaande de middag toch steeds warmer wordt gaan we toch bij de camper in de strook gras langs de Loire zitten. Heerlijk is het en natuurlijk maken we even een praatje met onze Franse buren. Gespreksonderwerp is hun Mercedes camper. Graag willen we ook zo’n camper want deze heeft achterwielaandrijving en maakt het mogelijk om ook op steilere plekken te komen. De zon blijft lang schijnen en de tempratuur blijft hoog dus eten we ook lekker buiten en genieten van de weerkaatsing van de avondzon in de Loire. Dinsdagochtend 4 juni is het al vroeg warm en het is heerlijk om bij de bakker brood te halen. Omdat het zulk prachtig weer is en we dus, als we ergens gearriveerd zijn, buiten willen zitten zoeken we een leuke overnachtingsplek en die vinden we in Chaource. We komen net voor het middaguur aan en hebben nog volop keuze om een mooi plekje te vinden met schaduw. Al snel loopt deze camperplek, een groot grasveld in het centrum van het stadje helemaal vol. Nadat we een stukje stokbrood gegeten hebben lopen we het stadje in.

De tombe in de kerk

Dankzij een cache die we pas kunnen vinden als we eerst een aantal vragen hebben beantwoord komen we in de oude kerk terecht. Opnieuw een bijzondere kerk want er is een grote beeldengroep in de kelder onder de kerk te bezichtigen. We genieten opnieuw van een prachtige kerk, bewonderen de beelden, zoeken de antwoorden om onze cache te vinden en steken ook een kaarsje aan voor tante Ank. Helaas is het kaasmuseum van de Chaource kaas gesloten zodat we daar niet terecht kunnen en uiteindelijk na 7 kilometer rondwandelen arriveren we weer bij onze camper waar we heerlijk in een boek onder de bomen wat gaan lezen. Je hebt hier in France wel schitterende overnachtingsplekjes. Natuurlijk eten we met deze temperaturen ook buiten en pas om 9 uur gaan we naar binnen vanwege een aanwakkerende wind. Alhoewel het woensdag niet koud is merken we dat de temperatuur wel een stuk gedaald is en als we verder naar het noorden rijden neemt de bewolking toe en vallen er zo nu en dan wat druppels op ons neer.

Velden met drijvenranken voor de Champagne

We willen naar Epernay midden in de Champagne streek. Het is een schitterende rit, eerst nog tussen de graanvelden door maar al snel omringen de wijngaarden van de champagne ons. Zo ver het oog reikt zijn de hellingen bedekt met druivenranken. Als we in Epernay arriveren ziet de camperplek er toch wat troosteloos uit wat ook te maken kan hebben met het feit dat het wat regent.

 

In ieder geval besluiten we hier niet te blijven maar door te rijden en snel is ons volgende doel, 80 kilometer noordelijker, bepaald: Laon. Het is er even zoeken, we staan op een verkeerde plek, maar vinden al snel de juiste camperplaats, parallel aan de stadsmuur. Een dicht wolkendek bedekt de hemel maar het is droog. Dus sluiten we de camper af en beklimmen de stadsmuur om even later in het centrum van Laon te arriveren.

Ondergrondse gangen in Laon

Er blijkt een rondleiding te zijn die je naar de catacomben van Laon voert en daar we daar nieuwsgierig naar zijn kopen we een kaartje en binnen 10 minuten lopen we door een onderaards gangenstelsel. Het is ontstaan doordat hier, aan de voet van de heuvel de steenblokken werden weggehakt waarmee de stad Laon werd opgebouwd. Het is een aparte ervaring hier rond te lopen en met lichtbeelden worden we teruggebracht naar de tijd van de steenhouwers maar het is er ook ijzig koud en we zijn blij als we een uurtje later weer buiten kunnen rondlopen.

De Cathedraal van Laon

 

Een vaag zonnestraaltje verlicht de imposante kathedraal die ook deze stad rijk is en we verbazen ons over de grootte ervan. Uiteindelijk lopen we terug naar de camper, drinken wat en lopen rond half acht opnieuw de stad in om lekker in een restaurantje wat te gaan eten. Net op tijd zijn we weer terug in de camper want de deur is nog niet achter ons dichtgevallen of de eerste regendruppels vallen uit de lucht en de donder laat van zich horen. Snel erna volgt een wolkbreuk, hagelstenen hameren op onze camper en een vloed van water daalt op ons neer. Er komt zoveel water en hagelstenen naar beneden dat de weg rondom de camper in een snelstromende beek verandert.

Gelukkig houdt dit noodweer niet lang aan en kunnen we na een halfuurtje weer rustig met elkaar praten. De beek droogt langzaam op en de witte hoopjes hagel smelten weg.

Donderdag 6 juni, D-Day, wordt ook hier gevierd want aan enkele huizen wappert de Amerikaanse en Canadese vlag. Het is aanzienlijk koeler geworden en de wolken hangen bijna op de grond maar het is droog en na een heerlijk ontbijtje met vers stokbrood rijden we verder noordelijker over smalle weggetjes. De graanvelden worden regelmatig onderbroken door Tombes de Guerre, grote oorlogskerkhoven uit de grote oorlog (1914-1918) maar ook de tweede wereldoorlog en met name 1944. Het is een streek waar zeer heftig gevochten is. Om 1 uur arriveren we in Thieu in België. In dit gebied zijn de hoogteverschillen tussen de verschillende bevaarbare wateren zo groot dat er enkele scheepsliften gebouwd zijn. Omdat het droog is geworden en de zon zelfs nu en dan tevoorschijn komt zetten we de camper aan de kade en wandelen rond.

De scheepslift in Thieu

We hebben geluk want kunnen een rondvaartboot volgen die van een hoog waterniveau naar een lagergelegen gedeelte moet en twee scheepsliften gaat passeren. Het is een prachtig gezicht de scheepsliften in werking te zien en we brengen toch best wel wat tijd hierdoor. Terug bij de camper krijgen zwarte wolken de overhand zodat we lekker binnen eten maar gedurende de avond klaart het weer op en kunnen we, weliswaar wel met jassen aan want het is niet meer warm, nog lekker buiten zitten waar we met onze buren Koos en Monique uit Noord-Holland genieten van de zonsondergang over het kanaal. Vrijdag 7 juni zijn we al om half zeven wakker zodat we net na achten al wegrijden. Het maakt dat we nog voor twaalven thuis arriveren. Niet slecht want er is slecht weer op komst met harde windstoten. Nadat we alle spullen uitgeladen hebben en de camper gepoetst brengt Dick deze weg naar de stalling. We hebben weer een fantastische reis achter de rug en kunnen lekker nagenieten.

Dit bericht is geplaatst in EUROPA. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.