De Camino Frances

Een korte impressie van mijn belevenissen op de Camino Frances

Dick wacht me op in Santiago

Het is inmiddels alweer enige weken geleden dat ik, na een wandeling van bijna 800 km, in Santiago de Compostella aankwam, een bedevaartsoord waar al meer dan 1000 jaar pelgrims naar toe gaan.

Een bijzondere belevenis, zeker ook omdat Dick mij daar opwachtte. Maar het betekende ook het einde van een bijzondere wandeltocht en een terugkeer naar een weer normaal leven. Ik werd helaas de dag na aankomst ziek, pikte waarschijnlijk een virus op en kreeg zware blaasontsteking. Van verder lopen kwam niets meer, zodat we na wel nog twee dagen te hebben overnacht in Finisterre (lokaal ook Fisterre genoemd), al snel daarna naar huis terugreden.

Daar bleek de weegschaal op 50.2 kilo te blijven staan terwijl deze bij vertrek toch echt 57 kilo aangaf. Geen wonder dat ik bevattelijk was voor een virus. Gelukkig ben ik inmiddels volledig hersteld en zelfs alweer 2 kilo aangekomen.

Dick heeft thuis mijn dagelijkse aantekeningen van deze tocht gebundeld, er foto’s bij gezocht en alles afgedrukt zodat ik nu over een verslag van deze bijzondere tocht beschik. Helaas is de omvang van dit document, wat uit 84 pagina’s bestaat, te groot om het op onze website te zetten dus is er nog steeds niets gepubliceerd van mijn belevenissen. Mijn dagelijkse aantekeningen zouden denk ik ook een ieder bijzonder vervelen want mijn dagelijks leven op de camino was wel veel hetzelfde.

Steile paden met rots platen

 

Ik kijk wel terug op een bijzondere tocht en vind het lastig om te beschrijven hoe ik het ervaren heb.
Wel weet ik dat ik bijzonder dankbaar ben dat ik deze tocht heb mogen lopen (dankbaarheid was ook de reden om deze tocht te maken) en dat het een lange en bij tijd en wijle toch ook zware wandeling is. Ja vaak waren er gewone paden en zelfs wegen waar je over liep maar er waren ook steile paden die omhoog en omlaag voerden en meer uit rots platen of los grint bestonden zodat het eerder klimmen en naar beneden glijden was.
Wat was ik op zulke momenten blij met mijn beide stokken.

 

Alvorens wat over het leven op de Camino de Santiago te vertellen eerst iets over het ontstaan ervan.

Nadat apostel Jacobus het christendom was gaan prediken in Spanje, keerde hij terug naar Judea waar hij in het jaar 44 onthoofd werd. Niet duidelijk is wat er met het lichaam gebeurde maar een legende vertelt dat zijn lichaam in een boot werd gelegd die door een wonder aanspoelde aan de kust van Galicië in Spanje. Aangewezen door een schitterende ster werd zijn lichaam in de 9e eeuw ontdekt door een kluizenaar. Toen duidelijk werd dat het om de laatste rustplaats van apostel Jacobus ging (In het Spaans is zijn naam Santo Lago, wat verkort werd tot Santiago) werd apostel Santiago uitgeroepen tot beschermheilige van dat deel van Spanje en werd er een kleine kerk gebouwd, waarna pelgrimstochten op gang kwamen. Eind van de 11e eeuw begint men hier, in Santiago de Compostella, aan de bouw van een kathedraal.

Rond dezelfde tijd (9e eeuw) had Keizer Karel de Grote een droom waarin hem opgeroepen werd de bedevaart-weg naar het graf van apostel Santiago in Galicië te bevrijden van de vijanden van het christelijk geloof. De keizer keek naar de nachtelijke hemel en ontwaarde de route die hij moest volgen, de met sterren bezaaide Melkweg die vanuit het noorden naar Galicië wees.

Het is bijzonder om dit te lezen want ook ik liet mij in de vroege ochtend leiden door een zeer heldere ster, die de weg naar Santiago wees. Tevens verklaart het dat tweede couplet van mijn “Ultreialied” wat als volgt luidt:

Chemin de terre et chemin de foi           (weg van aarde en weg van het geloof)
Voie millenaire de L’Europe                    (duizendjarige weg in Europa)
Le voie lactee de Charlemagne               (de Melkweg van Karel de Grote)
C’est le chemin de tous les jacquets      (het is het pad van alle pelgrims)

Pelgrimsroute’s door Spanje

Thans zijn er zijn vele wegen die allemaal naar de Spaanse stad Santiago de Compostella leiden. De meest bekende is de Camino Frances. Deze klassieke pelgrimsweg vanuit Frankrijk naar Santiago de Compostella heb ik gevolgd.

Mijn startpunt was Saint Jean Pied de Port in de Franse Pyreneeën, waar ik, na een toch wel vermoeiende bustocht van 20 uur, op 20 augustus om half zeven in de ochtend arriveerde.

In de bus zit ook Dirkje, een van de deelnemers aan de mini pelgrimage, wat gezellig is omdat we nu lekker kunnen kletsen. Ook zullen we samen aan onze pelgrimage beginnen.

Stempel halen bij het Pelgrims kantoor

Omdat in het pelgrimskantoor (Acceuil Pelerin) het eerste stempel gehaald moet worden in onze Credential del Peregrino (pelgrimspaspoort) moeten we wachten totdat het kantoor opengaat wat eerst om 8 uur het geval is. Helaas is alles in dit stadje nog gesloten, nergens is iets open om even wat te drinken dus doden we de tijd door wat te praten en ook loop ik even naar de zich er tegenover bevindende Boutique du Pelerin. In deze winkel heb ik een groot deel van mijn uitrusting gekocht. Ik kan ze nu vertellen dat ik zeer tevreden ben met mijn door hen verkochte uitrusting. Nadat ons eerste stempel is gezet en we een kaars aangestoken hebben in de kerk, die inmiddels open is, kan toch echt de beklimming van de 1e etappe beginnen, wat direct een stevige beklimming is, we moeten immers de Pyreneeën over.

Dirkje en ik op weg naar Orisson

Wat ben ik blij dat Dick voor mij een bed gereserveerd heeft in Albergue Orrison. Het betekent dat, na een nacht met praktisch geen slaap, de klim in plaats van 26 km slechts 7.8 km is. Het is schitterend weer en we boffen wel en het uitzicht over de imposante bergwereld is prachtig. Om 11.30 uur arriveren we al in Orisson. De rest van de dag is het heerlijk luieren in het zonnetje wat inmiddels volop schijnt.

 

De afdaling naar Roncevalles

 

 


De volgende dag, etappe 2,
klim ik samen met andere pelgrims verder omhoog door de Pyreneeën. De zon heeft plaatsgemaakt voor mist en het geeft de tocht iets mysterieus, zeker als we langs, tegen steile hellingen groeiende, bomen lopen. Nadat de grens naar Spanje is overgestoken, alleen een paal laat zien dat we Frankrijk hebben verlaten, begint even later een steile afdaling die eindeloos duurt en een aanslag vormt op mijn benen. Het is dus niet verwonderlijk dat, als ik beneden aankom bij de parking van Roncesvalles, waar Dick en ik eerder dat jaar met de camper overnacht hebben, opnieuw de tranen over mijn wangen biggelen. Het is nog te vroeg om al in te checken bij de Albergue maar het wachten is, met alle pelgrims hier, niet vervelend. We kletsen, lachen, drinken schnaps wat de Kroaat Jago heeft meegenomen en ontspannen ons.

Hierdoor leer je steeds beter je medepelgrims kennen met wie ik de komende tijd zal doorbrengen, stukken mee zal wandelen en die ik ’s avonds in de albergue’s weer ontmoet, met wie ik samen boodschappen doe, eet en in dezelfde slaapzaal verblijf. Helaas valt gedurende de tocht de groep uiteen, maar dan ontmoet ik weer andere pelgrims.

Eigenlijk was het dagritme iedere dag gelijk :
Opstaan, een natte lap over je lijf halen, en de rugzak inpakken.

Op stap in de nacht

Gedurende de tocht verschoof mijn tijd om op te staan van 6 uur naar 4.50 uur. Niet echt handig want de tijd dat het licht werd schoof ook iedere dag een paar minuten op zodat ik steeds langer met mijn hoofdlamp moest lopen. Wel was het aangenaam om vroeg op stap te gaan omdat het betekende dat ik bijna altijd rond het middaguur al op de plaats van bestemming arriveerde.

In de loop van de tijd merkte ik dat ik steeds handiger werd om in het donker in de slaapzaal alles te pakken en een plekje te geven in de rugzak. Gelukkig had mijn hoofdlamp ook rood licht wat minder overlast veroorzaakte voor de pelgrims die nog sliepen en toch voldoende licht gaf om te zien of je alles ook gepakt had.

 

Wat ontbijten, meestal in de gezamenlijke keuken van de albergue,  voeten verzorgen en schoenen aantrekken.

Schoenenhok in de albergue

 

Vaak was mijn ontbijt met yoghurt of vla, maar soms at ik ook een broodje of croissant met smeerkaas en salami, gewoon brood at ik bijna nooit omdat dat de dag erna erg oud was.
Natuurlijk trok iedereen daar ook zijn schoenen aan nadat de voeten waar nodig (blaren) omwikkeld waren met Leukopor en in mijn geval mijn benen goed ingesmeerd waren met fysio crème, om mijn spieren soepel te houden.
De schoenen stonden namelijk bij iedere albergue in een kast vlakbij de ingang zodat er nimmer stinkschoenen in een slaapzaal waren of binnen alles besmeurd werd door vuile schoenen.

 

Altijd voeten verzorgen

In tegenstelling tot de vele andere pelgrims die samen met mij deze tocht liepen heb ik slechts tweemaal een blaar opgelopen die vanzelf verdween toen ik deze omwikkelde met Leukopor (een  papieren hechtpleister).
Wel kreeg ik na een week veel last van mijn scheenbeen, pijnscheuten schoten door dat been en het werd duidelijk dikker. Gelukkig bleken er langs de route overal apotheken te zijn die, na een blik op mijn been te hebben geworpen, direct Ibuprofenzalf en Ibuprofenpillen  (pijnstiller en ontstekings-remmer)  verstrekten.
Ik kon dus doorlopen alhoewel ik wel probeerde langzamer te lopen, rustiger passen te nemen en voorzichtiger af te dalen.

Ook wilde ik verscheidene keren eerder te stoppen dan de etappe aangaf. Daar kwam echter nooit wat van omdat de plaatsen waar ik wilde blijven of erg doods waren of ik er al rond 9 uur in de ochtend arriveerde en ik dat toch te vroeg achtte om al te stoppen. Wel heb ik in Burgos (na etappe 15) een rustdag gehouden om mijn scheenbeen wat te ontzien.

Wandelen tijdens de rustdag in Burgos

Als ik echter terugkijk op deze rustdag vraag ik me af of dat doel ook bereikt werd. Ik mocht weliswaar een tweede nacht in de albergue municipale in Burgos blijven en kon dus mijn rugzak in een hok achterlaten. Zelf moest ik wel uiterlijk om 8 uur de albergue verlaten hebben en kon pas om 1 uur weer inchecken om een bed te bemachtigen. Gelukkig hielden ook Danielle uit Brazilië en Dewi uit Indonesia een rustdag zodat we met zijn drieën de stad konden verkennen. Omdat alles tot half 11 gesloten was (en het dus in de stad erg doods was), zaten we die ochtend regelmatig op een terrasje. En wat de pijn in mijn been betreft heeft het waarschijnlijk wel geholpen want op een gegeven moment kon ik weer normaal lopen zonder enige pijn.

De albergue verlaten, op weg gaan en de gekozen etappe lopen.

Water tappen bij de fontein

Belangrijk was het om ’s ochtends water te tappen in je waterfles. Zelf had ik altijd 1.5 liter bij me wat meer dan genoeg was. Ik kwam er wel heel snel achter dat het water wat je uit de bronnen langs de weg kon tappen niet echt lekker was. Het had altijd een chloorsmaak dus als het even mogelijk was kocht ik de avond ervoor 1.5 liter water con gaz (met bubbles) wat veel aangenamer was om te drinken, zeker als het water warm werd.

Het vertrek was vaak met een groepje maar toen ik dichter bij Santiago kwam, vertrok ik meestal alleen. Samenlopen had zijn charme omdat je dan regelmatig met elkaar in gesprek was over allerlei onderwerpen waardoor je, voor er je erg in had, al een grote afstand had afgelegd, maar het bleek toch ook dat alleen lopen en met je eigen gedachten bezig zijn ook zijn charme had en best fijn was.

De dageraad verschijnt

Eindelijk Café con Leche

 

 

 

 

 

 

 

Omdat ik altijd vroeg vertrok liep ik eerst nog in het donker zodat mijn hoofdlamp onontbeerlijk was. Niet altijd fijn want alle insecten uit de wijde omgeving dromden zich samen rond je hoofd. Des te aangenamer werd het als de nacht met zijn heldere sterrenhemel langzaam verdreven werd en de koude wat later door zonnestralen verdween. Meestal na 9 km (soms pas na 11 km) lukte het om een bar te vinden waar café con leche (koffie met melk) te verkrijgen was. Zeker als het in de vroege ochtend koud was (regelmatig kwam de temperatuur zo vroeg niet hoger dan 10 graden) was deze warme drank erg aangenaam om wat op te warmen. Een enkele keer was de tortilla of het verse stokbrood met bacon en ei, danwel met de heerlijke Spaanse Jamon, onweerstaanbaar en bestelde ik dat ook.

Soms bleek het beoogde eindpunt zo doods dat het verstandiger was nog een stukje door te lopen.
Dit gebeurde enkele malen in de tweede week toen ik regelmatig enorme pijnscheuten kreeg in mijn scheenbeen en me iedere dag voornam om korter te lopen en dus eerder te stoppen. (wat nooit is gebeurd)

Aankomst bij de albergue en het verblijf daar.

Inchecken in de Albergue

Omdat ik altijd vroeg op pad ging arriveerde ik meestal bij de albergue voor deze openging. Ik moest derhalve altijd wachten tot ik kon inchecken. Ik koos bij voorkeur die albergues waar je niet kon reserveren, vaak albergues municipale (een albergue die gesponsord wordt door de locale gemeente) of een donativo  (een albergue, vaak van de kerk, waar je zelf mag bepalen wat je ervoor wil betalen).

Om in een albergue aan de camino te mogen overnachten moet je een Credential del Peregrino, pelgrimspas, kunnen overleggen. Deze wordt afgestempeld terwijl ook een foto gemaakt wordt van je paspoort. Dat laatste was niet echt fijn voor mensen die graag hun gegevens beschermen maar het was niet anders, zonder foto geen toegang.

 

Slaapzalen in albergue’s

 

 

De meeste albergues hebben slaapzalen met stapelbedden, soms met slechts 6 stapelbedden maar ook zijn er albergues met 20 stapelbedden of meer.
In dat laatste geval zijn vaak schotten tussen de bedden geplaatst zodat het minder massaal lijkt. Omdat ik altijd als één van de eersten incheckte had ik altijd één van de eerste bedden die werden uitgegeven en kreeg dus altijd een beneden bed. Mijn leeftijd zal ook wel een rol hebben meegespeeld want ouderen hebben meer recht op een beneden bed dan de jonkies. Wel fijn want er waren soms stapelbedden zonder trapje waar je maar moest zien hoe je op het bovenbed kwam. Bijna in iedere albergue lag op het bed een met plastic of skai omhulde matras en kussen. Onaangenaam om op te liggen maar wel goed schoon te maken en dus hygiënisch. Omdat je bijna in iedere albergue bij het inchecken een papieren matras- en kussenhoes krijgt, is het toch goed beslaapbaar.

Matjes op de vloer in Viana

De albergue in Viana is wat afwijkend. Het is een donativo en behoort aan de naastgelegen kerk.  Als we met een groepje hier willen inchecken wordt verteld dat er geen bedden zijn. Nadat eindeloos veel trappen beklommen zijn komen we in een kale ruimte waar een rij dunne slaapmatje op de vloer ligt. We overleggen met elkaar en besluiten dan toch hier te blijven. Deze ervaring moet je toch ook meemaken als pelgrim. Het is beduidend primitiever dan slapen in een bed en de matjes zijn zo dun dat je eigenlijk op de harde, houten vloer ligt. Gebroken werden we derhalve de volgende dag wakker. Ook de wasruimte is wat beperkt (er is slechts één douche en wastafel) maar de gezamenlijke maaltijd na de pelgrim mis, alsmede het de dag erop geserveerde ontbijt is uitstekend en dus verdiend deze albergue het dat mensen hier komen.

De gang van zaken in een albergue, nadat je je bed toegewezen hebt gekregen en je je slaapzak op je bed gelegd hebt, is dat je een heerlijke douche neemt. Ik kan je vertellen dat niets zo heerlijk is, na een wandeltocht van 6 á 7 uur, om onder zo’n warme douche te staan.

Was ophangen

De volgende gang is naar de plek waar je je kleren kunt wassen. Vaak is dat een aparte plaats vlakbij de tuin, waar ook de waslijnen zijn, soms zijn het wasbakken in de tuin. Ook zijn er wel eens wasmachines maar zelf heb ik die maar eenmaal (in Pamplona, daar was het gratis) gebruikt. Zodra de kleren aan de waslijn hangen is het met de verplichte taken gedaan.

De meesten pelgrims hangen na aankomst en het wassen van hun kleren, wat rond, liggen op hun bed, kletsen met elkaar en verzorgen hun voeten en benen en slapen wat.

Inkopen in de supermercado

 

 

Zelf vond ik het leuk om in de middag rond te lopen in het stadje waar ik was. Soms waren ze heel pittoresk en oud en natuurlijk loop je als dat even mogelijk is de plaatselijke kerk binnen om daar een kijkje te nemen.
Tegen 5 uur, als de winkels in Spanje weer opengaan, wordt door iedere pelgrim altijd een bezoek gebracht aan de plaatselijke supermercado om eten in te slaan. Het merendeel van de albergues heeft namelijk een keukentje waar je eten kunt bereiden of in een magnetron warm maken. Het is altijd gezellig om met elkaar te eten, te kletsen en samen een glas wijn te drinken op weer een etappe die achter de rug was.

Laat wordt het in een albergue nooit, om 10 uur gaan de lichten uit. Een enkele keer, als er een late pelgrims mis is, waarna ook nog met elkaar gegeten werd, kon ik pas rond half 10 naar bed maar meestal was mijn bedtijd veel vroeger en lag ik rond 8 uur in bed. Zelf slaap ik overal en altijd en had ik geen last van de slaapgeluiden van de andere pelgrims. Ik droeg dan ook nimmer oordopjes. Slechts eenmaal in de 33 nachten dat ik in een albergue heb geslapen ben ik wakker geworden. Dat was omdat medepelgrims gingen klappen om iemand, die toch wel heel zwaar snurkte, wakker te krijgen. Het lukte trouwens niet hem wakker te krijgen.

Enkele impressies over de wandeling.

Soms erg zwaar die paden

De hele route heb ik in 34 etappes gewandeld. Ik begon aan de voet van de Pyreneeën. De eerste etappes tot Pamplona waren redelijk bergachtig en regelmatig moesten we steil omhoogklimmen en waren er steile afdalingen. De weg voerde soms door een stadje en over een normaal pad maar ook kwam je op dit stuk (maar ook later) rotsplaten tegen waar het best lastig was om overheen te klimmen en dalen.

Politie mannen op de Alto del Perdon

 

 

 

 

 

 

Van Pamplona tot Burgos was de route merendeels heuvelachtig. Na een lange en steile klim omhoog naar Alto del Perdon, ik loop met Bertold, Andres en Danielle dus dat geeft afleiding, worden we op de top verwelkomt door politiemannen uit Spanje, Frankrijk en Italië.
Natuurlijk wil iedereen met ze op de foto en maken we een praatje.
Het is trouwens toch opvallend dat op deze Camino Frances veel politie is. Zelfs op de meest afgelegen weggetjes zie je regelmatig een auto van de Guardia Civil rijden waarbij de agenten je bemoedigend toewuiven.

Steile afdaling over grind

De afdaling van de Alto del Perdon is dramatisch. Er is slechts een watergeul vol met rollende kiezelstenen die steil naar beneden voert. Hier moet je eigenlijk geen last van je knieën hebben en zonder stokken en zeer korte, haast rennende pasjes is er niet naar beneden te komen.
Klaarblijkelijk verg ik op deze afdaling toch te veel van mezelf want nadat ik de laatste kilometers ook nog over een spierwit zandpad heb gelopen, val ik flauw als ik uiteindelijk in de albergue in Puente de la Reina aankom.
Gelukkig kom ik, met behulp van mijn medepelgrims, snel weer bij en nadat ik enige tijd in de tuin heb gezeten, kan ik mijn dagritme weer vervolgen en in de middag zelfs weer met Dirkje ronddwalen door het oude stadje en een geocache zoeken.

De weg vinden naar de volgende bestemming is normaliter niet echt moeilijk omdat overal ofwel de Jacobsschelp te zien is of op een huis of paal een blauwe pijl getekend is. Ook kun je de plaatselijke bevolking vragen of je wel op de goede weg zit (ze wapperen de richting uit waar de Camino loopt) of kun je de backpacker voor je volgen (wat trouwens niet altijd een garantie is dat je de goede weg volgt).

Soms een peil van kiezelstenen

Helaas gaat dat alles niet op als je in de vroege ochtend vertrekt, wanneer het nog echt donkere nacht is en je alleen op straat bent. De pijlen zijn dan vaak lastig te zien en als je eenmaal verdwaald bent (enkele malen is mij dat inderdaad gebeurd) is er slechts één mogelijkheid en dat is de Camino Ninja app te openen waarmede je uiteindelijk weer op de goede weg belandt.

Onderweg lopend door het mooie Spaanse platteland kom je vaak kuddes schapen tegen. Het is altijd een schitterend gezicht die schapen als een vloedgolf over de landerijen te zien uitstromen. Minder vind ik het als je zo’n kudde in een dorpje tegenkomt waarbij deze stinkende dieren je bijna omverlopen.

Onze vaste groep

 

 

 

 

En dan is het 26 augustus en ben ik jarig. Een groot aantal medepelgrims weet dat ik vandaag mijn 70e verjaardag vier en als ik om 5 uur opsta word ik door Alessandra uit Italia al gefeliciteerd en van Dirkje uit Holland krijg ik een mooie magneet met afbeelding van de Camino. Wat een verwennerij.
Vandaag is de afstand slechts 22 kilometer dus eind van de ochtend verzamelen we bij de albergue in Los Arcos en nadat we heerlijk gedoucht zijn en de kleding aan de waslijn hangt te wapperen en we van de vrouwen en mannen een mooie foto hebben gemaakt, wandelen we met onze vaste groep naar één van de restaurantjes op het grote plein waar we samen het glas heffen op mijn verjaardag en op die van Daniella uit Columbia.

Verjaardag vieren

 

Zij viert haar 27e verjaardag. Het is leuk om door deze internationale groep pelgrims toegezongen te worden. Na een heerlijk glas wijn eten we ook nog met elkaar. Een memorabele verjaardag en fijn om op terug te kijken. Wat wil een mens nog meer.
Bijna iedere ochtend vertrekken we nu in het donker maar dat is met onze hoofdlampen op geen bezwaar. Daarbij worden we geleid door een schitterende heldere ster en strekt zich boven onze hoofden de MilkyWay uit.
Het blijft bijzonder om zo vroeg al te lopen en het wordt nog mooier als op een gegeven moment de nacht plaatsmaakt voor de schemering en daarna de eerste zonnestralen ons pad verlichten. Het geklik van onze camera’s houdt dan niet op. Een aparte plek op de camino is de Kathedraal van Santo Domingo de Calzada waar we op 30 augustus (etappe 11) arriveren. Al direct bij binnenkomst in de Kathedraal hoor ik een haan kraaien en die blijft dat enige malen achter elkaar doen.

Helaas als ik later met mijn camera in de aanslag sta om dat op te nemen, weigert de haan om nog verder enig geluid te maken.

Luxe kippenhok in de Kathedraal

Het verhaal achter deze haan en kip in de kerk is dat er in de 14e eeuw een familie op pelgrimstocht overnacht. De dochter van de herbergier probeert de zoon te verleiden maar als deze daar niet op ingaat, beschuldigt het meisje hem van diefstal en ze stopt zilveren bekers in zijn tas. Daarop wordt de jongen veroordeeld en opgehangen. De bedroefde ouders vervolgen hun weg naar Santiago. Op de terugreis constateren ze dat hun zoon nog levend aan de galg hangt. Apostel Santiago heeft hem al die tijd vastgehouden. Ze bezoeken de rechter die net aan tafel zit en doen hun verhaal waarop de rechter zegt dat de jongen net zo levend is als de gebraden kip op zijn bord. Daarop komt de kip tot leven en mag de jongen weer met zijn ouders mee. Vanaf deze tijd wordt een witte kip en haan in de Kathedraal gehuisvest. Om de 14 dagen worden ze met andere exemplaren gewisseld. Deze zitten in een kooi in de tuin van mijn albergue.

Tussen Burgos en Leon bevindt zich de meseta. Een ruim 200 kilometer lange hoogvlakte op een gemiddelde hoogte van 600 meter en het oudste gedeelte van het Iberisch schiereiland.

Eindeloze weg over de Meseta

De Spanjaarden beschrijven het klimaat op deze vlakte als “9 maanden winter en drie maanden hel” of te wel 9 maanden koude en een korte hete zomer. We hebben geluk. We wandelen iedere dag de eerste twee uur van deze route in het donker, waarbij we wel te maken hebben met koude temperaturen (8 graden) bij zonsopkomst. Maar de rest van de dag lopen we met bewolkt weer of de ergste hitte komt pas als wij al bij een albergue gearriveerd zijn. We hebben gewoon geluk want het kan hier zo verschrikkelijk heet zijn dat je weerloos ten prooi bent aan de koperen ploert. Onderweg door deze eindeloze meseta wandelen we door glooiende, inmiddels geoogste en dus kale,  graanvelden. Ze worden afgewisseld met zonnebloemvelden. De meesten zijn bruin en verdord maar een enkele maal treffen we ook nog prachtige zonnebloemen met parmantige kopjes hoog geheven.  Maar in het algemeen is het een landschap zonder einde.

Ik moet denken aan iets wat ik hierover gelezen heb:

“Pelgrim laat hier alle trots varen, wees bescheiden en klein, voel de nietigheid en ga op in de machtige schepping.”

Mooi silhouet door de opkomende zon

Stilte heerst overal. Behalve een enkele kwetterende vogel is er geen geluid te horen. Huizen zijn er niet en de overal blaffende honden zijn ook nergens te bekennen. Een enkele maal kom je toch langs een armzalig uitziend gehucht, de straten zijn zanderig en met grint bedekt. Alhoewel er niemand te zien is en er veel verlaten, half ingestorte, lemen, huizen staan, wonen hier toch nog enkele oude mensen. Jongeren hebben deze gehuchten al de rug toegekeerd.

 

De eerste twee etappes na Burgos zijn nog redelijk prettig om te wandelen wat vooral veroorzaakt wordt doordat het landschap nog erg heuvelachtig is en ons pad zich daar doorheen kronkelt.

Pelgrims op de heuveltop.

 

 

De hoogteverschillen die zich hier nog manifesteren maken het ook mogelijk ’s ochtends vroeg een prachtige foto te maken van andere pelgrims wier silhouetten op de top van een heuvel tegen de langzaam lichter wordende lucht schitterend afsteken. Na een steile afdaling naar het dal arriveer ik in Hornillos del Camino waar de albergue naast de kerk staat.

Als ik zover ben dat ik dit kleine stadje ga verkennen wordt ik gebeld door Jobea en Bram. Zij waren ook deelnemers aan de mini pelgrimage en hebben net een Camino gelopen. Ze zijn nu van plan weer naar huis te rijden maar omdat ze praktisch langs het stadje komen waar ik me nu bevind, willen ze even gedag komen zeggen. Ik vind het heel leuk en even later zie ik hun camper door de smalle straatjes rijden. We kletsen gezellig met elkaar, drinken wat, lopen met elkaar naar het winkeltje om wat inkopen te doen en nemen dan weer afscheid. Wat was het leuk om hen hier tegen te komen.

De Zegening door de Priester

De albergues waar we overnachten bevinden zich voor het merendeel in het centrum vlakbij de kerk. Veel kerken hebben ’s avonds een pelgrimsmis die we natuurlijk bezoeken. Na afloop van de dienst worden de pelgrims naar voren geroepen en worden we altijd door de priester gezegend.

Na de Pelgrimsmis even een foto

 

 

 

 

 

 

 

 

De tekst: “Moge apostel Santiago je beschermen en je helpen op je verdere tocht” geeft een goed gevoel en de kracht om deze bijzondere tocht verder te lopen.

Na dagen door de meseta gelopen te hebben arriveer ik 11 september in Leon. Deze 22e etappe is slechts 19 km en dus arriveer ik al om 10 uur bij de albergue die op dat tijdstip volledig uitgestorven is. Dat kun je niet van de binnenstad van Leon zeggen. Wat is het hier druk. De terrasjes zitten vol en op het plein voor de grote cathedraal verzamelen zich drommen mensen. Het is gezellig om hier rond te lopen. Ondanks de zondag is er zelfs een supermercado open zodat we (ja, alle aanwezige pelgrims in Leon kom je hier tegen) de benodigde ingrediënten kunnen kopen om straks in de albergue heerlijk te kunnen eten.

De poncho beschermt mij tegen de regen

Bij het verlaten van Leon laat ik de meseta achter me. Eerst wordt het landschap heuvelachtig maar na Astorga klimmen we toch echt de bergen weer in. De paden zijn hobbelig en vol met rotsen en grote stenen en op de hoogvlaktes zijn grote heidevelden. Net voor het Cruz Ferro blijf ik overnachten in het grotendeels vervallen gehuchtje Foncebadon.

Op enkele albergues en een restaurant na zijn er alleen vervallen en verlaten ruïnes te zien.
De albergue van de kerk laat ik voor wat het is als blijkt dat ik eerder in de slaapzaal van het restaurant kan inchecken. Het blijkt een goede keuze want de bedden zijn goed en ze hebben een voortreffelijk pelgrimsmaal.

In Foncebadon overnachten, slechts een half uur van het Cruz Ferro, betekent wel dat, als ik om 6 uur in de ochtend op 15 september (etappe 26) vertrek en naar het Cruz Ferro klim, het nog nacht is. Het Cruz Ferro ligt op 1500 meter en dus een hoogtepunt op de camino. Niet alleen in letterlijke zin maar ook figuurlijk gesproken.

Stenen geplaatst bij Cruz Ferro

Hier bij het Cruz Ferro is immers de plek waar al eeuwenlang iedere pelgrim een steentje achterlaat (vaak van huis meegenomen). Het is een symbool voor het aan God overdragen van wat je belast. Hierdoor heeft zich aan de voet van de lange paal waar bovenop zich het ijzeren kruis bevindt, een machtige steenhoop gevormd, die nog steeds groeiende is. Ook ik heb van thuis een steen meegenomen, beschreven met de tekst: “Live your life, Ultreia” (leef je leven en ga door) en plaats deze aan de voet van het kruis.

 

 

Cruz Ferro in het licht van de maan

Ik ben uiterst dankbaar dat ik hier naartoe mocht lopen en sta daar even bij stil. Dan maakt een gevoel van diepe vreugde zich hier meester van me. Ik maak nu deel uit van de groep pelgrims die door de eeuwen heen hetzelfde hebben gedaan en hun zorgen en lasten afgelegd. Alhoewel het nog steeds donker is verschijnt, net voor ik mijn weg wil vervolgen, opeens de maan tussen de wolken en Owen, één van mijn wandelmaatjes, die net gearriveerd is, kan een schitterende foto maken waarbij het kruis in de maan zichtbaar is.

Ik voel me zo blij dat ik eigenlijk weinig last heb van de voor ons liggende steile afdaling.

Vanaf het Cruz Ferro gaat de weg namelijk bergaf, we moeten 1000 meter hoogteverschil overbruggen en vaak over steile rots platen afdalen.

Nadat we de weer op 500 meter hoogte zijn aangekomen blijft het de twee volgende etappes redelijk vlak. Dat is ook aan het landschap te zien want overal zijn inmiddels weer wijnranken te ontdekken.

De druivenoogst in volle gang

Het is pas half september maar toch is hier de druivenoogst al in volle gang. Natuurlijk maak ik een praatje met handen en voeten en maak ik er foto’s van.

Een heerlijke versnapering

Dan krijg ik tot mijn verrassing een grote tros druiven toegestopt (ik moet alleen apostel Santiago voor hen omhelzen). Ik ben er erg dankbaar voor want de afstand die ik moet lopen is vandaag 31.5 kilometer en de druiven, die overigens heerlijk smaken, geven me de extra boost die ik nodig heb.

In tegenstelling tot de andere delen van de Camino waar de honden weliswaar blaffen maar veilig aan zware kettingen liggen of zich achter hekken bevinden, lopen de honden in Galicië los. Gelukkig keuren ze me meestal geen blik waardig, als ik, langs een randje lopend, hen passeer. Slechts eenmaal, om 5 uur ’s ochtends, komt een agressief, blaffend zwart exemplaar achter mij aan. Als ik me omdraai, hem toeschreeuw en mijn stokken dreigend uitsteek blijft dit bijtgrage monster gelukkig staan en kan ik mijn weg vervolgen.

Weerzien in Melide

Nog voor ik in Santiago arriveer zal ik Dick ontmoeten. Hij is inmiddels met de camper in Astorga aangekomen en het blijkt haalbaar om elkaar al op 21 september, de één na laatste dag van mijn tocht, in Melide te treffen.
De afstand is haalbaar voor Dick en er is een parkeermogelijkheid voor de camper. Ik verheug me hier enorm op. Sinds 19 augustus ben ik al op stap en ik heb gemerkt dat ik Dick steeds meer mis.
Het is dus logisch dat, als ik hem in de horde wandelaars ontdek, we beiden tranen in onze ogen krijgen en elkaar knuffelen.

De mensen massa om ons heen zijn we vergeten, we hebben alleen nog oog voor elkaar en wandelen onophoudelijk pratend naar onze verderop geparkeerde camper. Het is heerlijk weer bij elkaar te zijn en samen gaan we lekker eten.

Dick ontmoet Dani en Brian

Leuk is het ook dat we in het restaurant Dani uit Ierland en Brian uit Zuid-Korea tegenkomen zodat Dick met deze wandelmaatjes kennis kan maken.

De één na laatste etappe (nr. 33), zal ik voor de laatste maal in een albergue overnachten. Voor de eerste maal moet ik echt reserveren wat gelukkig lukt bij albergue la Corona. Al vanaf Sarria, zo’n 115 km van Santiago de Compostella lopen honderden wandelaars deze Camino Frances. Om een Compostela te krijgen is het namelijk als wandelaar voldoende om 100 kilometer af te leggen en het voltooien van de Camino staat in Spanje goed op je CV. De wandelaars op dit moment zijn merendeels Spanjaarden en anders dan degenen die al langer op weg zijn. Een zeer groot deel is nog geen 20 , loopt met grote gettoblasters en maakt veel lawaai. En wat erger is, ik herken niemand meer van de wandelaars.

Tranen bij aankomst in Santiago

Als ik 23 september om 11 uur bij het grote plein voor de Kathedraal arriveer is dat een emotioneel moment. Dick staat al te wachten en de tranen biggelen over mijn wangen. We lopen meteen naar het pelgrimsbureau, waar al een rij staat om naar binnen te gaan, maar op dit tijdstip, het is 11 uur, is die rij nog te verwaarlozen en al snel kan ik bij een loket mijn “Credentials del Peregrino” tonen.

Ik heb inmiddels drie pelgrimspaspoorten vol stempels en na controle van deze stempels mag ik mijn “Compostela” in ontvangst nemen (het bewijs dat je deze pelgrimstocht hebt gelopen).

Dick heeft ondertussen kennisgemaakt met Danielle die iets eerder is aangekomen, maar ook nog op de binnenplaats van het pelgrimsbureau staat. We lopen met elkaar naar het plein voor de Kathedraal waar we ook nog andere bekenden ontmoeten en maken natuurlijk foto’s. Alhoewel ik dolblij ben dat ik hier gearriveerd ben en weer bij Dick ben voel ik me ook wat triest. Deze bijzondere wandeltocht is nu echt voorbij. Na nog even ronddwalen over het plein wandelen we terug naar de camper. Naar de 12 uur mis gaan we niet want met je rugzak mag je niet de Kathedraal in. We horen trouwens van Rosie en Holly, die onverrichterzake terugkomen, dat het ook weinig zin heeft nu. In de Kathedraal is het zo druk dat er zelfs geen staanplaats meer te krijgen is.

Bezoek aan de “Huiskamer”

In de namiddag lopen we weer terug naar het centrum, ontmoeten Dirkje, zitten enige tijd op het plein en kijken naar de voortdurende stroom van arriverende pelgrims. Dan bezoeken we de “Huiskamer van de Lage Landen” een ruimte boven  het pelgrimsbureau, waar we koffie drinken en onze ervaringen op de Camino kunnen delen.

De volgende ochtend, zaterdag 24 september, gaan we om half 12 naar de Kathedraal. Het is er enorm druk en nergens is meer een vrije plek te vinden. Gelukkig kunnen we op het randje van een pilaar zitten, vooraan in de kerk. De mis is onverstaanbaar en duurt lang en ik voel me ziek worden. Heb ik een griepvirus opgelopen?

 

De Botafumeiro slingert

 

Na de mis komen een aantal mannen in een rood gewaad naar voren die elk een touw pakken. We boffen, zij zullen de “Botafumeiro”, het grote wierookvat, door de kathedraal gaan slingeren en vol bewondering, maar ook geëmotioneerd, kijken we ernaar. Wat een schitterende afsluiting van een bijzondere tocht.

Afsluitend eten met Danielle en Owen

 

 

 

 

 

Na afloop van deze gebeurtenis wandelen Dick en ik met Danielle uit Brazilië en Owen uit de Filipijnen naar een restaurantje waar we nog met elkaar heerlijk eten en na nog een bezoek aan de kathedraal met elkaar, waarbij we natuurlijk door de Puerto del Perdon binnengaan (deze deur is alleen in een heilig jaar open) nemen we afscheid van elkaar en wandelen Dick en ik terug naar de camper. Daar duik ik mijn bed in.

De volgende ochtend rijden we door naar Fisterre. Ook al is de wandeling naar de kaap slechts 3 km, ik voel me te ziek om er naar toe te wandelen. Wat ben ik nu blij dat we deze wandeling 16 mei al gelopen hebben en zo het eindpunt van mijn tocht hebben gezien. Na nog een extra dag in Fisterre ben ik onvoldoende opgeknapt en beginnen we aan onze reis terug naar huis.

Ook stokken voor Dick

We rijden een groot deel van het traject wat ik net gelopen heb terug want willen een stop maken in Saint Jean Pied de Port. Daar aangekomen wandelen we opnieuw door dit leuke middeleeuwse stadje naar de Boutique de Pelerin. Eindelijk kan ik vertellen dat ik goed in Santiago ben aangekomen maar ook kunnen we voor Dick stokken kopen. Het worden dezelfde die ik heb maar natuurlijk wel in een andere kleur. Het is een verjaardagscadeau voor Dick van Hannah en Henk. Ik ben wel blij dat hij nu ook stokken heeft en ervan overtuigd dat hij het ook heerlijk zal vinden ermee te lopen.

 

Onderstaand nog de uitgereikte Compostela, een tabel met de overnachtingsplaatsen en afstanden alsmede het certificaat van de gelopen afstand van St. Jean Pied de Port naar Santiago.

 

De Compostela uitgereikt in Santiago

 

Dit bericht is geplaatst in EUROPA. Bookmark de permalink.

2 Reacties op De Camino Frances