Vakantie na het lopen van de Camino Primitivo – deel 2
Het is een heerlijk stille plek en maandag 16 juni worden we pas om half acht wakker.
Om ons heen is iedereen nog in diepe ruste. Het is gewoon koel met 24 graden.
Omdat het in Portugal erg heet wordt laten we dat links liggen, we rijden terug naar Spanje.
Na het ontbijt vertrekken we. Het is stil op de weg. Bij een rivier steken we de grens over en meteen missen we een uur. We rijden nog steeds in de Extremadura en er zijn veel bergen. We klimmen omhoog en omhoog naar een hoogvlakte op 825 meter en komen dan in de provincia Salamanca, we zijn nu in Castilla y Leon. De hoogvlakte blijft, de warme temperatuur ook.
Net voor we in Ciudad Rodrigo aankomen herken ik de plek. Op deze parking langs de weg hebben we eerder overnacht. Er staat niemand en we kunnen een plekje uitzoeken. Natuurlijk drinken we een koffie en wandelen dan het stadje in. Het is al 34 graden maar nog goed te doen. Later op de middag tikt de thermometer de 40 graden aan en is het echt warm.
We lopen rond, zien mooie oude gebouwen en prachtige straatjes en komen dan op de Plaza Mayor. Bij een bar waar we eerder gegeten hebben is een terras en dankzij de vele parasols is het er goed toeven. Hier gaan we eten. We bestellen een menu en wijn en genieten.
Het is niet echt druk alhoewel er toch ook redelijk wat toeristen rondlopen.
Na het eten wandelen we nog langs de stadsmuur, kijken bij het grote boek waarin de geschiedenis van Ciudad Rodrigo opgetekend is en lopen dan terug. We zetten alles open maar ontkomen niet aan de warmte.
In de middag haal ik nog wat boodschappen. Voornamelijk drinken en dessert. Ons drinken vliegt erdoor alsof het verdampt. Na het eten loop ik nog een rondje. In de muziekschool vlakbij wordt door een orkest prachtig gespeeld. We kijken tv en tegen 10 uur gaan we naar bed. Binnen is het “slechts” 37 graden. Uiteindelijk vallen we toch in slaap. Alle ramen blijven open.
Dinsdag 17 juni staan we om 8 uur op. Het is heerlijk koel buiten met 24 graden. We ontbijten en wassen af en dan vertrekken we. Op onze parking is het druk geworden want er staan 5 andere campers. Over de grote weg rijden we naar Salamanca. Er is weinig verkeer. Het landschap is droog en heuvelachtig. We rijden over een hoogvlakte en blijven rond de 700 meter rijden. En dan zien we in de verte de Cathedraal van Salamanca opdoemen. Het is warm als we de parking van het benzinestation opdraaien waar we kunnen overnachten. Eerder hebben we andere plekken in Salamanca verkend maar dat bleek niet zo’n succes. Of de parking stond vol met auto’s en we konden er als camper echt niet staan of ze waren deels ondergelopen door de overstroomde rivier. Onze parking bevindt zich 3.5 km van de cathedraal maar met de huidige temperatuur, het is 34 graden maar gaat oplopen naar 39 graden, hebben we geen zin om dat eind te lopen. Gelukkig hebben we al een aantal malen Salamanca mogen bezoeken en daar rondgedwaald. Nadat we alles open hebben gezet en isolatiefolie op de ramen bevestigd hebben drinken we koffie en lopen naar de Chinese bazaar.
Naar deze nette winkel met ruime paden en een groot assortiment durf ik Dick wel mee te nemen. We willen extra isolatiefolie kopen om ook beschermers voor de voorzijruiten te maken. Het voorkomt direct zoninstraling. Tijdens het rondsnuffelen zien we een schattig pannetje en deksel dat ook op Dicks mini-eipan past. Uiteindelijk lopen we weer terug.
De camper wordt warmer en warmer dus om half twee zoeken we het restaurant bij het benzinestation en bestellen een menu. De eetzaal op de eerste verdieping vult zich snel. Ons eten smaakt prima dus het is duidelijk waarom het vol zit.
In de middag haal ik nog extra water bij de winkel. Er zijn wat wolken gekomen, sommigen zien er erg donker uit maar ze vertrekken naar de kant waar de zon niet is, bieden geen verkoeling en verdwijnen ook weer snel. De wind is bloedheet en de wolken weerkaatsen de zon. Voor het eerst heeft ook Dick het warm. Het is geen weer om buiten te zijn.
Toch ga ik nog wel dumpen en water vullen. Dan hoeven we dat morgen niet te doen. Ook ga ik weer eens achter mij IPad zitten want snel loop ik achter met het neerschrijven van mijn belevenissen. We hoeven in ieder geval niet meer te koken en hebben ons buikje vol.
En de warmte… daar zullen we aan moeten wennen. Begin van de avond wandel ik nog even naar de Chinees waar ik een tweede pannetje haal. Nodig heb ik dat natuurlijk niet maar nu kan ik ons maaltijden zoals lasagne bereiden in leuke pannetjes.
Zoals elke avond is het ook nu in de camper warmer dan 39 graden en we kunnen weinig koelen. De buren naast ons zitten buiten op de parking. Hun busje koelt nog slechter af. Pas na achten koelt het langzaam af.
Om 22.10 is het nog 34 graden. De ramen blijven wijd open en uiteindelijk vallen we toch in slaap.
Woensdag 18 juni staan we pas om 8 uur op. Het is heerlijk koel buiten. De zon brandt weer aan een staalblauwe hemel maar met 24 graden is het heerlijk koel. We halen stokbrood bij het benzinestation en ontbijten. Dan maakt Dick het raam schoon en leeg ik nog even de wc en dan gaan we op weg. Direct na vertrek zitten we op de grote weg. Valladolid en Zamora wijzen dezelfde kant op. Dat belooft niet veel goeds want van Marjo heb ik net gehoord dat de weg naar Valladolid de “grillada” heet, niet verwonderlijk met deze temperaturen. We hebben hier al vaker gereden maar nog nooit is het zo warm geweest. Gelukkig buigt de weg naar Zamora af zodat we deze grillada niet hoeven te ondergaan.
We rijden weer op de autovia Ruta de la Plata en zien figuren op het pad langs de weg. Bij inzoomen blijken het fietsers te zijn. Ik kan me ook niet voorstellen dat er met deze hitte pelgrims lopen. Het landschap ziet er verschroeid uit. Ook al rijden we op een hoogvlakte en bevinden we ons rond de 700 meter, het is echt warm. Dan zien we Zamora opdoemen en nadat we de halve stad zijn doorgereden arriveren we op de parking. Er is weinig schaduw en dus zegt Dick dat we beter onze winter isolatiemat kunnen aanbrengen. Een zeer goed idee. Ook leggen we isolatie folie in het grote dakluik. En nu maar hopen dat het dakluik niet gaat smelten. Dan drinken we koffie en verzamel ik ons wasgoed. Heerlijk om met de huidige temperaturen weer een schoon bedje te hebben.
Na de koffie wandelen we samen naar de lavanderia. Het is niet echt ver (500 meter) maar de afgelopen tijd lagen de lavanderia’s naast de parking dus moeten we nu iets verder lopen. Als alle wasgoed is ingeladen ga ik op mijn iPad werken terwijl Dick terug naar de camper loopt om te gaan stofzuigen. Het is druk op straat en ook in de lavanderia loopt het vol. Hoe hij het toch telkens weer voor elkaar krijgt weet ik niet maar als de laatste droog in de machine zit duikt Dick weer op.
Heerlijk want nu kunnen we samen het beddengoed en de onderlakens opvouwen en kan Dick alle sokken sorteren. Nadat we alle schone goed weer in de camper hebben gebracht wandelen we naar het centrum van Zamora.
Om half drie staan we bij op het plein waar ons restaurant is. We kunnen nog eten en gaan binnen zitten. Opnieuw eten we heerlijk en de wijn smaakt er prima bij. We eten wel veel dus na het eten wandelen we nog door dit stadje waar ik mijn hart aan heb verpand.
Alles is inmiddels dicht en het is overal uitgestorven.
Natuurlijk wandelen we langs de albergue municipal en vinden uiteindelijk ook nog een geocache vlak naast de stadsmuur.
Als we terug zijn bij de camper gaan we buiten zitten en drinken en drinken. Liters water gaan erdoor.
Om 6 uur is het nog steeds warm en met 39.4 graden op de thermometer blijven we nog even buiten zitten. Gelukkig komen we om half acht in de schaduw van een flatgebouw. Niet dat dit verschil maakt in de temperatuur maar het lijkt koeler. Pas laat in de avond duiken we ons bed in.
Donderdag 19 juni zijn we al om half acht wakker Het is voor de verandering bewolkt en dus niet zo heet. Er vallen zelfs 4 druppels regen. Na het ontbijt, water vullen en dumpen verlaten we Zamora en rijden al snel op de N 631. Ook al is het meer dan een jaar geleden dat ik hier liep toch is er regelmatig sprake van het feest der herkenning; de eindeloze kilometers van toen gaan nu snel voorbij. Ik vertel over de bittere koude die heerste in Monte Martha. In plaats van in de albergue verbleef ik helemaal alleen in een ijskoud privé pension. En in Tabara overlaad ik Dick met verhalen van de albergue, het eten in het restaurant ernaast en de TV op volle sterkte in de eetzaal.
Dan arriveren we in Rionegra del Puente. Al snel zien we dat er geen enkele mogelijkheid is om hier te overnachten. Dat was wel het plan. Ook wilde ik in het restaurant Gusta Comer eten, het ligt naast de albergue. De sterren kok hier bereidt voortreffelijk eten. Maar het restaurant is nog dicht. En wat de weg naar deze overnachtingsplek in “Park 4 Night” betreft, deze is of via een te smalle brug zonder leuningen bereikbaar of daalt steil af over een smal weggetje. Beiden zijn niet handig om met een camper te berijden. Dus parkeren we even naast de albergue. Nu kan Dick even een blik binnen werpen.
Normaliter is dat nimmer mogelijk maar deze albergue is open, de limpiade mevrouw (schoonmaakster) heeft geen bezwaar en er zijn nog geen pelgrims. Dus dwalen we door de twee slaapzalen, ik wijs Dick mijn bed en vertel (waarschijnlijk voor de zoveelste maal) hoe het is om op zo’n slaapzaal te liggen. Dick zegt niet veel, slechts een jaja, verlaat zijn mond.
Als we voldoende rondgekeken hebben vertrekken we en over smalle bergwegen rijden we naar Astorga. We parkeren de Frankia op zijn vaste plekje tussen de flatgebouwen en wandelen naar het centrum. Op de Plaza Maior gaan we op een terras zitten en bestellen een burger. De lucht is inmiddels grijs en er vallen enkele druppels maar al snel is het weer droog dus we kunnen rustig buiten blijven zitten. Na een heerlijke maaltijd wandelen we over de stadsmuur terug naar de camper. De temperatuur is nu 27 graden en het voelt aangenaam om buiten te zijn. Omdat ik naar mijn mening te weinig heb gelopen neem ik eind van de middag nog een kijkje bij de cathedraal en loop bij enkele Chinese bazaars binnen. ‘s Avonds kijken we tv. Om 9 uur stopt dat want er is veel wind opgestoken en ook regent het waardoor de ontvangst gestoord is. Buiten is een prachtige regenboog die onze camper mooi omhult.
Vrijdag 20 juni staan we om 8 uur op en na het ontbijt vertrekken we. We hoeven slechts 63 km af te leggen. Alvorens naar de parking in Ponferrada te rijden stoppen we even bij de Lidl om blikjes cola te halen. Deze is daar in de reclame. Om half 11 staan we geparkeerd naast de albergue de peregrinos.
Na een kop koffie wandelen we naar het Castillo de los Templarios, een imposante Middeleeuwse vesting. In de 12e eeuw schonk koning Ferdinand II van Leon het kasteel aan de tempeliers zodat ze de pelgrims naar Santiago de Compostela konden beschermen. Natuurlijk willen we dit kasteel bezoeken en door een monumentale poort betreden we het kasteel.
Als pelgrims (we hebben beiden een credential, pelgrimspaspoort) maar ook als jubilado’s (gepensioneerden) hebben we korting op de toegangsprijs en al snel lopen we rond over de kantelen, beklimmen de verschillende torens en lopen over de mooie binnenplaats. Binnen kijken we rond in de bibliotheek met middeleeuwse manuscripten. De Codice Calixtino ligt er ook, de middeleeuwse handleiding voor pelgrims. Wat zou ik graag dit werk, geschreven rond het jaar 1140, lezen. Het is toegewijd aan apostol Jacobus de Meerdere (Apostol Santiago) en bevat naast liturgische teksten ook verslagen van wonderen van Apostol Jacobus. Ook was het destijds de gids met pelgrimsroutes door Frankrijk, beschrijvingen van heilige plaatsen onderweg, adviezen over eten en waterbronnen en waarschuwingen voor gevaren.
Net voor siësta-tijd hebben we alles wel gezien en wandelen het centrum in waar we op een pleintje een menu bestellen. Onze ogen zijn groter dan onze maag en de kipschotel na het spaghetti voorgerecht is eigenlijk te veel. We hebben een te volle maag als we vertrekken dus wandelen nog even rond door het stadje. Niet echt lang want het is erg warm buiten. De thermometer wijst 38 graden aan. Nadat we nog water hebben gehaald bij een supermarket zijn we om half zes terug bij de camper. Deze staat inmiddels in de volle zon en ook binnen is het bloedheet ondanks het feit dat we onze isolatie mat voor de voorruit hebben bevestigd. Pas na 10 uur koelt het langzaam af en we komen maar moeilijk in slaap. In de vroege ochtenduren komt er wat verkoeling en vallen we echt in slaap.
Zaterdag 21 juni worden we pas om half 9 wakker. Een van de laatste pelgrims wandelt net langs. Ze moeten uiterlijk om 8 uur de albergue verlaten. Na een goed ontbijt vertrekken we. Over smalle bergwegen en door prachtige kloven langs de rivier de Sil trekken we steeds dieper de bergen in. Na 120 km komen we in Monforte de Lemos. De naam komt uit het Latijn: Mons Fortis (stevige berg). Aan de rivier ligt een grote parking waar we kunnen overnachten.
We parkeren de Frankia en omdat in de grasrand langs de rivier erg veel afval ligt gaan we eerst vuil ruimen. Als alle rotzooi in de vuilnisbak is gedeponeerd, drinken we koffie en wandelen langs de rivier richting het kasteel wat hoog boven ons uittorent. Over de oude Romeinse brug wandelen we het centrum in.
Het is druk in de winkelstraten en we kijken rond. Helaas vinden we geen mooie T-shirts voor Dick. Omdat het al half twee is gaan we op een terras zitten. Het is een fijn plekje en we zitten er net op tijd want binnen een kwartier zijn alle tafels bezet. We bestellen een burger en die smaakt prima.
Na het eten hervatten we onze tocht naar het kasteel. Het pad voert steil omhoog en het is best veel klimmen. Bij de poort waar een smal toegangspad nog steiler omhoog klimt houdt Dick het voor gezien. Ik klim het laatste stuk omhoog. Het valt niet mee want het pad is erg rotsachtig en op sommige plekken nog steiler. Dan kom ik bij een oud Monasteria, nu een hotel, maar ik mag een kijkje nemen bij de oude binnenplaats. Dan klim ik verder naar de toren. Helaas is die gesloten dus ik kan binnen geen kijkje nemen, wel geniet ik van het uitzicht over de omgeving.
Als ik terug ben bij de camper is het daar heerlijk koel, we staan in de schaduw van de vele bomen langs de rivier.
Eind van de middag loop ik nog een stukje de andere kant op langs de rivier want daar ligt een geocache. Het is warm en veel Spanjaarden zoeken afkoeling in de rivier maar ik weet ongestoord de cache te vinden. Als ik terug ben is het al 6 uur. Er zijn inmiddels nog wat campers gekomen dus we staan niet meer alleen. De zon brandt nu tegen de zijkant van de camper en binnen wordt het warmer. Gelukkig gaat het rond achten wat waaien zodat er ook afkoeling komt. We slapen in ieder geval goed want binnen wordt het niet warmer dan 31 graden.
Zondag 22 juni worden we pas om 8.30 uur wakker. Waarschijnlijk komt het door de koelte in de ochtenduren dat we zolang diep doorslapen. We ontbijten lekker en na de afwas maken we de camper reisklaar. Dick voert de inspectie uit of alles dicht en vaststaat. Dat is ook nodig want regelmatig vergeet ik een lade of kast dicht te doen en dat wordt direct bestraft als we een bocht nemen of op een rotonde rijden. Het betreffende kastje of laadje schiet dan open en alles wat erin zit vliegt door de camper. We hebben al wat butsen op de koelkastdeur. Ik breng ondertussen ons vuil naar de vuilniscontainers aan het einde van de parking. Op het smalle weggetje naar de uitgang van de camper staat een paal waar water gepakt kan worden. Er is ook de dumpplek en als Dick aan komt rijden loos ik nog even ons toilet. Schoon is schoon. Dan begeven we ons op weg.
Onze hakuna geeft aan dat we er redelijk lang over zullen doen om in Pontevedra aan te komen. Dat betekent bergwegen. En dat klopt. We klimmen en dalen met ijzingwekkende snelheden over smalle kronkelende bergwegen. Het landschap is prachtig. Regelmatig stoppen we even en kijken rond in de diepe dalen onder ons. Berglandschap blijft fascinerend. Dan zijn we in Ourense, rijden langs de Ponte Romana uit de 1e eeuw na Christus en zien even later de prachtige Puente del Milenio, het symbool van het moderne Ourense. Als je over deze brug loopt lijkt het alsof je een achtbaan op- en afklimt. We vervolgen onze weg, klimmen naar 800 meter, dalen af en klimmen weer.
Uiteindelijk om 12 uur zien we Pontevedra liggen. We zijn hier eerder geweest maar geen van beiden herinneren we iets. De wegen naar de parking voor campers zijn afgesloten en worden bewaakt door militairen maar als autocaravane mogen we door. Dan zien we campers staan. Er zijn verschillende plekken vrij en we pakken de plek aan het einde van de parking. Nog steeds herkennen we niets. Om ons heen is alles afgezet. Er zijn duidelijk wedstrijden bezig. Zodra we staan maken we koffie en daarna ga ik water vullen en ons grey water dumpen terwijl Dick onze ongelooflijk smerige voorruit onder handen neemt. We zijn tegelijk klaar. Dan bevestigen onze isolatiefolie op de ruiten zodat de zonstraling weerkaatst wordt en sluiten alles af.
Het is overal druk op straat. Deze week is er in Pontevedra de Worldcup voor Duatlon en overal lopen atleten. Alles is afgezet maar wij kunnen wel de stad inlopen.
Zodra we langs het water lopen komen de herinneringen terug. Ik weet ineens waar we geweest zijn, waar we gelopen hebben en zelfs waar we gegeten hebben. Raar dat het zolang geduurd heeft voor ik me dit weer voor de geest kan halen. Terwijl we lopen vertel ik Dick meer herinneringen aan onze wandeling door deze stad die ook aangedaan wordt door pelgrims die de Camino Portugues lopen. Regelmatig zien we ook pelgrims.
We kijken bij een kok die van de poot van het Iberisch varken flinterdunne plakken snijdt, waarschijnlijk de pata negra die we in de Extremadura hebben zien rondscharrelen.
We gaan zo eten anders had ik een schaaltje van deze lekkernij gekocht. Als we langs het restaurant van de supermarket komen blijkt dat open te zijn. De vorige keer hebben we hier goed gegeten. We lopen naar binnen en vragen of en wanneer we kunnen eten. Het is bijna 2 uur en we worden uitgenodigd om ergens te zitten. De menukaart staat ons aan en we bestellen. Eerst salade en als tweede gang lomo voor Dick en een burger voor mij. Het eten is heerlijk maar wel erg veel. Als we onze café con leche genuttigd hebben en betaald vertrekken we en lopen verder richting centrum.
Op veel pleinen spelen ook muziekbandjes. Een band is heavy metal, leuk maar wel erg luid, te luid voor ons dus lopen we snel verder.
Opnieuw worden we aangetrokken door luide muziek, ditmaal Spaanse muziek en nadat we enkele bochten zijn omgegaan zien we een zanger met bandje bij een bar. We scharen ons bij de mensen die op straat staan en genieten van het volksfeest wat hier gebouwd wordt.
De zanger weet iedereen mee te slepen met zijn gezang en met glazen in de hand dansen de mensen op de straat. Het is warm maar de waaiers die in overvloed aanwezig zijn wapperen de bezitter ervan koelte toe.
Als er een polonaise wordt gelopen loop ik mee.
Dick en ik krijgen tranen in onze ogen van vreugde. Wat leuk om dit samen mee te kunnen maken. Na een uur, iedereen om ons heen is bezweet van het dansen in de volle zon en de bandleden kondigen een pauze aan, houden we het voor gezien.
We wandelen verder door de stad. Bij de kerk op het plein lopen we natuurlijk even naar binnen. Het glas in lood raam laat de schelp van de pelgrims zien en buiten op de toren is de beeltenis van Apostol Santiago.
Het is overal erg druk en gezellig. Een schrille tegenstelling met hoe het normaliter is in Spanje op een zondagmiddag, namelijk uitgestorven. We wandelen inmiddels in de richting van de camper. Een geocache komt op ons pad maar helaas, deze is niet te vinden. En dan blijkt dat deze geocache als laatste in augustus 2024 gevonden is. Dus lopen we door. Na eindeloze trappen afgedaald te zijn arriveren we bij het parcours van de Duathlon. We vragen de beveiliger of er iets komt en hij zegt ja hoor dus we blijven staan. Even later rent een groep vrouwen de straat op en vervolgt het parcours. Er worden enkele rondjes gerend en dan zien we ze fietsen pakken, wordt er verder gefietst en na terugkeer in het stadium worden opnieuw enkele rondes hardgelopen. Er staan niet veel mensen langs de kant dus we kunnen uitgebreid genieten van de pal langs ons lopende atleten.
Met een van hen, een rolstoel atleet die eerder op de dag gefinisht is en de tweede prijs behaald heeft, mag ik op de foto. Het is fantastisch. Wat een dag. We lopen langs het parcours, staan regelmatig even stil om de atleten voorbij te zien gaan en maken foto’ s. Uiteindelijk zijn we rond 6 uur terug. Zelf loop ik nog even door naar twee caches vlakbij. Een blijkt spoorloos verdwenen en de ander is na een toch wat intensievere zoekpartij uiteindelijk toch te vinden. De foto gaf aan dat hij in een muur verborgen zat maar het onkruid had inmiddels deze muur zo overwoekerd dat de muur volledig verdwenen was. Terug in de camper drinken we nog fris en koffie, kijken tv en ik schrijf weer eens mijn verhaal. Het is opnieuw warm in de camper. Maar 34 graden is toch minder warm dan de verstikkende hitte in Sevilla toen het op dezelfde tijd, 22.10 uur, nog 39 graden was. Het gaat wel weer een nacht worden waar alle ramen wagenwijd open staan.
Maandag 23 juni 2025 staan we om 8 uur op. De zon schijnt al aan de hemel en de lucht is staalblauw. Na het ontbijt dumpen we ons grey en black water. Vers water hebben we gisteren al met de gieter bijgevuld. Dan vertrekken we. Over bergachtige wegen rijden we naar Fisterre. Er is veel verkeer maar we kunnen doorrijden. Ook is het redelijk bewolkt maar naarmate we Fisterre naderen verdwijnen deze wolken.
Gelukkig hebben we enkele dagen geleden Santi ge-appt en hebben we een plekje op de camperplek want aan de poort hangen bordjes met “completo”. Het is gewoon een heerlijk plekje met uitzicht over zee en de vacanties lijken begonnen dus alles is vol. Eigenaar Santi is er en we worden hartelijk begroet en dan loopt hij ons voor naar het plaatsje aan de muur: #17. Nadat we koffie hebben gedronken wandelen we het stadje in. Het is gezellig druk en overal lopen pelgrims. Morgen wil ik het laatste deel van de Camino
“Santiago – Fisterre – Muxia” lopen. Ik moet wel de bus terugnemen dus kijken we op het busstation hoe het zit met de bussen vanuit Muxia. Er vertrekken er twee, om 2.15 en om 4 uur. De eerste moet ik kunnen halen. Dan nemen we een kijkje bij de Chinese bazaar waar we ieder een shirt kopen en lopen verder naar de haven. Het is bijna etenstijd dus op het plein bij ons restaurant gaan we naar binnen. Buiten waait het te veel. We kunnen eten ook al is het 15.15 uur en later dan we normaal eten. Het smaakt prima maar is wel wat veel. Na het eten wandelen we terug.
Bij het winkeltje op de hoek kopen we voor mij twee fluor shirts. Ik vind ze prachtig, ze stralen je tegemoet. Morgen zal ik opvallen. In de middag loop ik nog een keer naar het dorp en dan pak ik mijn rugzak. Ook zet ik drinken klaar. De camino app van het groepje dat de primitivo heeft gelopen geeft aan dat Bernd camino muziek heeft gestuurd. Ik zet deze muziek op en luister ze af. De muziek emotioneert me en ik moet huilen. Ik stuur de muziek door naar anderen want ze is erg toepasselijk voor pelgrims.
Onderwijl bouwt Santi in de tuin een grote brandstapel. Die wordt vanavond in de fik gestoken. Omdat ik morgen vroeg op moet zal ik die niet zien branden, dan slaap ik al. Ik maak het niet te laat en lig om half negen in bed en slaap diep.
Dinsdag 24 juni 2025 maakt Dick mij 5 voor 5 wakker. Hij denkt dat ik me verslapen heb en dat ik om 5 uur wilde gaan lopen. Mijn wekker staat echter om 5 uur. Ik poedel me aan de wastafel en eet een chocoladebroodje dat Dick voor me gekocht heeft en dan na een laatste foto, ja Dick is ook wakker, vertrek ik. Het is nog erg donker dus goed dat ik een hoofdlamp heb.
Ik gebruik mijn nieuwe hoofdlamp. De oude doet het nog wel maar deze heeft een oplaadfunctie en sterker licht. Ik kom er al snel achter dat ik het terrein niet af kom. De hekken zijn hermetisch gesloten. Dus loop ik naar beneden. Daar blijkt de muur ook erg hoog, te hoog om vanaf te springen. Maar dan zie ik dat in het hek een doorloop poortje is dus ik kan het terrein af. Gelukkig. Het betekent wel dat ik moet omlopen want natuurlijk moet ik de andere richting op. Overal staan lantaarnpalen en ik heb mijn hoofdlamp nog niet nodig.
Langzaam klim ik hoger en hoger. Diep beneden mij moet de zee liggen maar die is in het donker niet te zien. En dan ben ik aan het einde van de bebouwing, verlaat de weg en kom op een pad tussen de bomen. In het nu echte donker heb ik veel profijt van mijn nieuwe lamp. De lichtbaan is breder en ik heb meer licht. Mijn lamp hoef ik niet eens op de hoogste stand te zetten. Ik heb ook het idee dat een (laad) lamp meer licht geeft. Dat was in ieder geval zo toen ik op de Camino Frances met Danielle liep. Haar (laadbare) lamp gaf altijd meer licht. Wel is het fijn dat ik, in geval van nood, ook gebruik kan maken van batterijen, zodat ik toch licht heb als ik een keer geen gelegenheid heb om te laden. Het pad klimt verder naar boven maar de helling is niet te steil. Dan weer loop ik op een grindpad en dan weer over een rotsachtig pad maar ik kom gestadig verder. De lucht wordt langzaam lichter maar ik loop nog steeds tussen de bomen dus eigenlijk heb ik pas licht om kwart voor zeven.
Iets verderop zwaait een meisje naar me. Ik vraag of er koffie is want er lijkt een terras te zijn en ja, ik kan koffie krijgen. Er is ook een stempel dus dat zet ik in mijn credential. Het duurt erg lang voor de koffie er is en ik kijk rond. Ik lijk beland te zijn in een commune met zeer jonge mensen. Uiteindelijk zit ik aan de koffie, ze is niet echt lekker maar het is vocht. De temperatuur schommelt inmiddels rond de 20 graden en ik loop in T-shirt en korte broek.
De zon komt langzaam op en het wordt warmer. Ik ben blij dat ik regelmatig in de schaduw van de bomen kan lopen. Dan voert het pad een heel stuk door de graslanden en over vlaktes waar alle bomen gekapt zijn. Er zal wel weer een nieuwe aanplant van dennen of eucalyptusbomen komen.
Even later loop ik weer tussen de enorme eucalyptusbomen, het ruikt heerlijk zo vroeg in de ochtend.
En dan heb ik bijna de helft van mijn tocht erop zitten en ik kom aan in Lires. Natuurlijk stop ik bij een bar waar ik café con leche bestel. Het smaakt prima en na opnieuw een stempel te hebben gezet in mijn credential wandel ik verder. Ik ben blij dat ik even koffie heb genomen want het pad wordt nu erg rotsachtig en stijgt en daalt. Wel heb ik het gevoel dat het meer stijgen is. In ieder geval kost het veel inspanning om omhoog te klimmen. Omdat er niet alleen pelgrims van Fisterre naar Muxia lopen maar ook andersom, kom ik nu regelmatig groepjes pelgrims tegen. De routepaaltjes staan soms naast elkaar. De ene pijl wijst naar A Fisterra en de andere pijl naar A Muxia.
Ik loop verder en verder en zie uiteindelijk links van mij de oceaan liggen. Helaas buigt het pad er weer vanaf en voert tussen de bossen. Nadat ik nog een kop koffie in een kleine bar heb gedronken, kom ik op een zeer steil weggetje naar beneden. De wegwerkers kijken ervan op dat ik nu al hier ben terwijl ik in Fisterre gestart ben en willen weten hoe laat ik vertrokken ben. Ze vertellen dat het nog ongeveer 2 km naar Muxia is.
En dan ben ik bij de baai De oceaan slaat te pletter tegen de vele rotsen in het water en het strand is verlaten en eenzaam op een enkele zonaanbidder na. De temperatuur is naar 29 graden gestegen en de zon schijnt volop hoewel er ook wolken verschijnen. Hoe anders is dat nu in Fisterre waar, toen Dick wakker werd, de wolken op de grond hingen en heel Fisterre in mist hulde. Dick heeft zelfs zijn lange broek en trui aangetrokken. Dan bof ik hier wel.
Allereerst loop ik in het dorp naar het toerist office. Grote plakkaten op de deur zeggen dat het vandaag de gehele dag dicht is. Jammer, nu kan ik geen Muxiana krijgen, de oorkonde die aangeeft dat ik deze afstand gelopen heb. Dus wandel ik verder naar het einde van Muxia bij de rotsachtige kust waar de oceaan tegen de rotsen slaat. Hier bevindt zich de Santuario da Virxe Barca. Volgens de legende verscheen de Maagd Maria hier aan Apostol Santiago. Ze kwam hier per stenen boot aan, bestuurd door engelen, om de Apostol moed te geven bij zijn prediking.
De kerk is open, ik ga naar binnen, kniel neer in de bank en dank God dat ik opnieuw een camino heb mogen voltooien. Tranen lopen over mijn wangen. Hier aan het einde der aarde, waar de oceaan de horizon opslokt, voel ik mijn emoties meer dan in Santiago. Er is een diepe verbondenheid met God.
Dan loop ik naar het winkeltje in de kerk waar ik mijn laatste stempel gezet krijg en wandel weer naar buiten.
Natuurlijk klim ik over de rotsen buiten de kerk. Een lijkt op een stenen zeil van de stenen boot van Maria. Toen ik hier enkele jaren geleden met Dick was ben ik er 7 maal onderdoor gekropen. Het zou helpen bij rugpijn en reuma en is een van oorsprong heidens gebruik. Nu kruipen tientallen toeristen er onderdoor. De kerk ziet het meer als een symbolische reiniging: je buigt je lichaam, laat ballast los en komt “lichter” weer overeind. Met mijn rugzak om begin er nu niet aan.
Wel laat ik een foto van me maken, staande op de rotsen en dan loop ik langzaam terug naar het dorp. Daar koop ik een kaartje voor de bus naar Fisterra om 14.15 uur. Dan bel ik Dick. Het duurt nog een uur voor de bus vertrekt en ik bedenk dat de albergue municipal mogelijk ook oorkondes uitgeeft. Chat-gpt bevestigt dit dus loop ik naar deze albergue die net opent als ik aankom. Helaas, ze geven geen Muxiana. De prive albergue evenmin, deze verwijst me naar de librarie. Maar waar is deze? Ik loop naar de Casa do Consello maar daar is niemand dus ga ik terug naar de bushalte. Een half uur later vertrekt de bus, precies op tijd. Onderweg rijden we in de wolken en het ziet er koud uit. Wat heb ik geboft in Muxia, met 29 graden. 40 minuten later stap ik uit in Fisterre, de temperatuur ligt hier zeker 10 graden lager.
Dick wacht op mij en ik val hem in de armen. Samen drinken we koffie en dan lopen we langzaam terug naar huis. Daar douche ik me en pak mijn rugzak uit en Dick bergt hem op.
Na het douchen wandelen we langzaam weer naar de haven waar we bij de Turk eten. Het smaakt lekker. Wel zitten we binnen omdat het buiten te koud is. Na het eten wandelen we terug en kijken tv. Helaas word ik steeds slaperiger, geen wonder want ik heb 31 km gelopen. Om half negen ga ik op bed liggen en slaap meteen.
Pas de volgende dag om half acht staan we op. Het is woensdag 25 juni.
We ontbijten en dan pakken we al ons wasgoed en wandelen naar de lavanderia. De machines zijn allemaal bezet maar al snel kan ik wassen. Ik heb drie machines nodig en dan begint het droogproces. Dat gaat erg goed op de laagste temperatuur. Rond half 1 is alles schoon, droog en opgeborgen. In de middag wandelen we door Fisterre en eten op een terras aan de haven. Het eten smaakt lekker. Na afloop gaan we nog naar de supermarket en halen water. Ik denk dat het momenteel het belangrijkste drankje is. De Romeinen zeiden niet voor niets: “Sanitus per Aquam” (gezondheid door water).
Dan loopt Dick terug en ga ik nog even bij de bazaar kijken. Om 4 uur stap ik binnen bij Victor en kan meteen geknipt worden. Natuurlijk nadat we elkaar uitgebreid begroet hebben met vele abrazo’ s (omhelzingen). We praten wat af, over de camino, de San Fermin feesten in Pamplona en de warmte.
Uiteindelijk heb ik weer een kortgeknipt kapsel. Ik loop terug en ga meteen mijn haar moussen want er verschijnen toch wel heel veel grijze haren. Buiten is het redelijk somber weer en de wolken hangen laag. Toch zijn er einde van de middag wat opklaringen en komt zelfs de zon tevoorschijn. Ook wordt het iets warmer, 22 graden.
Als ik Santi betaal krijgen we tomaten en sla uit eigen tuin. In plaats van 40 euro hoef ik slechts 35 Euro te betalen voor ons verblijf maar ik geef het als fooi voor de fijne tijd hier. Ik maak kennis met de moeder van Santi en eerder op de dag al met familie van zijn vrouw, namelijk de eigenaresse van de lavanderia. We zitten nog even lekker buiten en genieten van het uitzicht over de oceaan en gaan dan binnen tv kijken. Morgen willen we langs Muxia rijden.
De volgende ochtend, donderdag 26 juni, zijn we om 8 uur wakker.
Na het ontbijt vertrekken we. Gisteren heb ik al gedumpt en heeft Dick schoon water gevuld. Het is bewolkt, onderweg gaat de miezer over in regen. We zien ervan af om in Cee onze Frankia te wassen. Die wordt meteen weer vuil door het opspattende water. Nu rijden we rechtstreeks door naar Muxia. Voor het stadje, waar de baai begint, is een dumpplek en daar stoppen we even om ons vuil water kwijt te raken want dat is nog niet gebeurd en we zijn toch vroeg. Het toeristoffice gaat pas half 10 open. Dan rijden we door naar de haven waar de camper plek is en we de camper parkeren. Het is bijna naast het toeristoffice maar dat blijft dicht.
De library blijkt ernaast te liggen en is wel open en daar kunnen we uiteindelijk mijn Muxiana krijgen. Het is fijn om die in ontvangst te mogen nemen als aandenken aan de eergisteren gemaakte kilometers. Natuurlijk rijden we door naar de rotsachtige kust.
Bij de vuurtoren kunnen we de camper kwijt en dan wandelen we naar de kerk. Samen met tientallen toeristen kijken we er rond en kopen een mini kerststalletje in een schelp, een goede herinnering.
Uiteindelijk verlaten we Muxia en rijden naar Santiago. Er is een grote markt en het parkeerterrein staat overvol met bussen, campers en auto’ s, heel veel auto’ s. We rijden enkele rondjes en dan, mogelijk omdat de markt ten einde loopt, komen er enkele plekjes vrij en kunnen we de camper parkeren. Het (tijdelijke) plekje tussen de bussen was niet zo’ n goed idee. Als we koffie hebben gedronken wandelen we naar de bushalte. Het is inmiddels opgeklaard en er is weer blauwe lucht te zien. Ook de zon is doorgebroken. De afstand naar de Mercado Abastos is niet zo groot dus al snel zijn we op onze bestemming. We nemen de lift naar de mercado (kan alleen als deze geopend is) en wandelen door de smalle straatjes van Santiago.
Het is er overal druk met pelgrims, met of zonder rugzak. Bij het pleintje naast de albergue “the Last Stamp”, waar ik geslapen heb toen ik in Santiago aankwam, lopen we Diana tegen het lijf. Zij is op weg naar een van de mensen uit Rotterdam die spullen voor haar kan meenemen. We praten even en wandelen dan verder. We gaan haar straks immers nog zien. Dan lopen we naar de Franciscus kerk.
Ik wil graag nog een oorkonde hebben.
De vorige is verkeerd beschreven. De kerk is open en we lopen naar binnen.
Achterin is een donkere ruimte met tafel, er zit niemand maar de oorkondes liggen er wel. Ik hoop dat het toegestaan is en pak een oorkonde. Natuurlijk stop ik geld in de donativo box. Dan wandel ik de kerk weer in.
We bekijken de prachtige beelden van natuurlijk apostol Santiago maar ook van Jezus die je doordringend aankijkt. Ook het avondmaal staat in beelden, in Jaca heb ik dat in de processie zien meedragen.
Dan maken we ons los uit deze kerk en wandelen naar de huiskamer der Lage Landen. Daar worden we hartelijk ontvangen door Ger, ook al zitten er andere pelgrims. Wat geeft dat een heerlijk gevoel. Ik merk hierdoor dat het me best aangegrepen heeft dat we eigenlijk niet welkom waren toen we de vorige keer de huiskamer bezochten, toen waren er ook 4 pelgrims. We mochten niet aan tafel zitten en kregen evenmin koffie. Nu wordt dat allemaal goed gemaakt. We drinken koffie en met elkaar praten we over onze belevenissen op de camino.
Er vertrekken pelgrims en er komen anderen. Dan arriveert Diana en weer kletsen we heel gezellig met elkaar. Diana en Ger zijn echt een goed team, ze voelen elkaar aan en zijn een eenheid. Het is heerlijk om hier te zitten, te praten en te luisteren. Uiteindelijk vertrekken we. Het loopt al tegen vieren. Nog steeds arriveren pelgrims en we maken een foto van het bord dat aangeeft dat er vandaag al 1813 pelgrims geregistreerd zijn. Dan wandelen we naar buiten en gaan op een terras iets verderop zitten. We kunnen nog eten en bestellen een menu. Het smaakt lekker en het is genoeg. Het kleine ijsje na is ook heerlijk.
Dan wandelen we op ons gemak terug naar de bushalte. Bij de parking aangekomen is het nu erg rustig en we verzetten onze camper naar het plekje aan de rand waar we altijd staan. Dan drinken we nog wat en kijken tv. Het is best warm alhoewel later op de avond dikke wolken verschijnen, sommige erg donker. Maar het blijft droog en warm. Als de zon weg is koelt het een stuk af.
De volgende ochtend, vrijdag 27 juni, worden we pas om half negen wakker. Wat slapen we toch veel. We ontbijten en wandelen dan naar de bus. Deze arriveert na even wachten. Bij de mercado stappen we uit en wandelen naar de cathedraal. Er staat al een lange rij toeristen en we sluiten aan. Gelukkig vinden we een plekje, binnen, zelfs op de eerste rij. Het duurt nog een uur voor de dienst begint en de kerk vult zich langzaam. Ook wandelen voortdurende groepen langs die door een gids over de kerk geïnformeerd worden. Helaas verschijnt Diana niet. Ik had graag haar praatje gehoord. Ze heeft het vast druk in de huiskamer.
Na de dienst, de botumafeiro zwaait helaas niet door de kerk, wandelen we naar Casa Ivar. Daar wil ik natuurlijk even kijken en inspiratie opdoen. We praten even, ik ga op de foto met Ivar en uiteindelijk verlaten we de winkel met nieuwe routeboekjes. Ik kan me voorbereiden op een nieuwe camino. Om de concurrentie met Amazon aan te kunnen geeft Ivar gratis credentials bij de routeboekjes. En het werkt want natuurlijk koop ik bij hem. Nu heb ik meteen nieuwe credentials. Dan wandelen we verder door de drukke straatjes naar de huiskamer.
Het is nog drukker bij het bureau dat de Compostela uitgeeft.
Wat staan er veel pelgrims. Als we de trap beklimmen naar de huiskamer vertrekken net vier pelgrims (fietsers) en Ger en Diana voorzien ons van koffie. We praten alsof we elkaar al vele jaren kennen. We mogen ook opnieuw het register invullen, zijn er immers weer.
Het is gezellig en de tijd vliegt maar dan vertrekken we toch echt. We hebben afgesproken vanavond samen bij de Italiaan te gaan eten, het moet de beste in Santiago zijn. We wandelen over het drukke plein voor de Cathedraal. Iedere keer raak ik hier ontroerd. Ook nu weer biggelen tranen over mijn wangen. Natuurlijk maken we foto’ s.
Het is inmiddels bijzonder warm, Eigenlijk zou het mee moeten vallen want de thermometer geeft 32 graden aan en we hebben warmere temperaturen gehad. Bij de Italiaan gaan we op het terras zitten en drinken een biertje. Daar zijn we aan toe. En dan wandelen we verder door de smalle straatjes. Hoe dichter we bij de mercado komen des te rustiger wordt het. De eetgelegenheden zijn inmiddels allemaal dicht, de siësta is begonnen. We pakken bus 1 terug. Thuis wandel ik nog even naar de Gadis supermercado en haal drinken en desserts. In de camper staan weer alle ramen open, we drinken wat en ik doe de achterstallige administratie. Dan is het 7 uur en lopen we weer naar de bushalte. Na enkele minuten wachten is de bus er al. In Santiago dwalen we door de smalle straten met de vele arcades. Het is stiller geworden.
Dan horen we harde muziek. Op een van de verborgen pleintjes speelt een groepje jongeren. De muziek is leuk en we blijven even staan. Er zitten veel mensen te luisteren. Dan maken we ons los en wandelen verder.
Even voor acht uur zijn we bij de Italiaan. De serveerster herkent ons. Buiten kunnen we niet zitten, daar is alles gereserveerd maar binnen zijn wel tafeltjes. In het tussenstuk is het echt te heet maar in de achterzaal zit je prima. Ik app Diana dat we een tafel hebben en even later komt zij ook.
Rond half negen arriveert Ger, hij was in slaap gevallen. Dat snap ik wel want het zijn toch wel erg lange dagen in de huiskamer van 8.45 uur tot na vijven. Nu we compleet zijn bestellen we ons eten en even later heffen we het glas met elkaar.
Wat gezellig om zo mijn camino avontuur, waar Dick een heel belangrijke rol in had, samen te beëindigen. We kletsen en eten en genieten met elkaar. En dan is het plotseling over tienen. Onze laatste bus vertrekt om 11 uur dus ik betaal en we nemen afscheid van elkaar. We boffen want 5 minuten nadat we bij de bushalte zijn arriveert onze bus. We kunnen nog naar huis rijden en hoeven geen twee kilometer ter lopen. Het is buiten erg afgekoeld en het is fijn dat we een trui bij ons hebben. Om 11 uur zijn we thuis. We luchten de camper nog even alhoewel het binnen niet echt bloedheet en even later duiken we ons bed in. We slapen diep.
Zaterdag 28 juni worden we pas kwart voor negen wakker. Het is nog wat bewolkt maar als we afwassen zien we blauwe lucht en zon verschijnen. We rijden naar de dump, vullen water en dumpen ons grey- en black water. Ook gooi ik twee gieters door de vuil watertank want die is stinkend smerig door zeepresten. Dan vertrekken we uit Santiago.
Het eerste deel rijden we langs een camino. Dat moet een stuk van de Norte zijn gezien de aanduiding Sobrado dos Monxos en we vervolgen onze weg naar het noordoosten.
Na staalblauwe lucht en zon belanden we het laatste deel van onze reis in de wolken.
Al van verre zagen we deze langs de kuststrook hangen. Eigenlijk is dit niet erg want nu kan het niet bloedheet worden. Dat is trouwens wel het vooruitzicht voor het noorden van Spanje. Hitte en zon met temperaturen rond de 38 graden.
We hebben besloten naar Foz te rijden. Eerder waren we hier in november. Toen was het een doods stadje. Als we nu aankomen is het erg druk met campers. Er staan er zeker 60 en op de eerste rij aan de rivier is nergens een plekje. Maar we vinden een plek aan de zijkant en daar staan we prima. Buiten is het ondanks de bewolking niet koud, het is 25 graden. We drinken koffie en besluiten dan de camper te poetsen. Daar is het echt weer voor. Ik pak een gieter en een emmer water en we poetsen de camper met sop en weinig water.
Hij gaat er zelfs schoon uitzien dus ons werk is zeker niet tevergeefs. Als alles weer blinkt wandel ik naar de lavanderia op 600 meter. Ik loop alleen, er is niet echt veel was maar wel zijn er veel natte doeken. Ik werk op mijn iPad terwijl ik moet wachten tot het wasproces voltooid is. Ondertussen gaat Dick stofzuigen en polarsteps bijwerken want ook hij loopt achter. De was gaat snel, het drogen kost wat meer tijd. Doordat ik de was op een lage temperatuur laat drogen, wat werkte in Fisterre, moet ik hier nog een keer een droogcyclus doorlopen op middel temperatuur. Dan pas kan alles droog opgevouwen worden. Inmiddels is het 17.18 uur.
Ik stop met schrijven en wandel weer terug naar de camper die nu ook binnen schitterend schoon is. Daar dek ik ons een schoon bed en berg alles op. Rond 7 uur begin ik met koken, gebakken aardappelen met worstjes en erwten en wortels. En een glaasje wijn. Het smaakt goed. Dan kijken we nog tv. Tegen de avond wordt het nog erg druk op de parking want de ene na de andere camper rijdt de vlakte op. Het is inmiddels vloed geworden en langs de kant staan veel vissers. De vissen zwemmen echter weg en komen, buiten het bereik van de vissers, adem happend naar de oppervlakte, het is een enorme school en leuk om te zien. Om 10 uur gaan we naar bed, het is goed geweest. We slapen diep.
Om te voorkomen dat we weer erg lang slapen heb ik de wekker om 7.45 gezet maar we zijn voor die tijd wakker. We wassen ons, ontbijten en vertrekken. Het is erg mistig, de wolken hangen op de grond en de zon is nergens te zien.
Het is zondag 29 juni en om ons heen is iedereen nog in diepe slaap. Slechts een enkele camperaar is wakker en dan meestal vanwege een hond. Al snel rijden we over de autovia richting Oviedo. Onze bestemming is Aviles maar als we daar aankomen is er nergens een plekje vrij dus we zoeken een andere bestemming.
15 Km verderop ligt Candas en daar rijden we naartoe. Er zijn niet veel plekken maar we gaan het wel zien. Om bij de parking te komen dalen we een steil weggetje af en onder een lage tunnel. We horen geen gekraak dus we zullen er wel onderdoor passen. Ik durf niet omhoog te kijken. Er blijkt een plekje vrij en daar parkeren we de Frankia.
Na de koffie wandelen we naar het stadje. Bij een Chinese bazaar lopen we (natuurlijk) naar binnen en vinden een T-shirt voor Dick. Iets te lang maar dat krimpt wel in de was. Dan lopen we verder het stadje in.
We passeren een markt met oude ambachten. We kijken bij het kantklossen, priegelig werk maar mooi om te zien. Iets verderop kunnen we een mooie kaars van bijenwas niet laten liggen en we kijken rond bij andere kraampjes.
Twee vrouwen in klederdracht kondigen luidkeels aan dat er om 1 uur muziek zal worden gespeeld. Je bent terug in de middeleeuwen. We luisteren even maar het blijft bij een doedelzak en getrommel. Graag hadden wij de luit gehoord maar die komt maar niet zodat we verder wandelen door het stadje richting zee. Dan zien we een gezellig terrasje. Een echtpaar vertrekt en we nemen hun plekje in. Omdat we in Asturia zijn, het land van de Sidra, moeten we die toch proberen. Ik vind het niet zo lekker maar we drinken de fles leeg en daarna neemt Dick nog een bier en ik een glas vino tinto. We bestellen burgers. Ze zijn groot en smaken lekker. We genieten op het drukke terras. Om ons heen wordt nog niet gegeten, het is pas 14.30 uur.
Na het eten wandelen we naar de haven. Een klein strand ligt vol mensen, ook zijn er veel zwemmers. We zoeken een geocache maar vinden deze niet. Andere caches zijn evenmin gevonden dus die geloven we wel. Wel klim ik nog even een helling op om bij het “zwaard van Damocles” te kijken.
Natuurlijk is dit kunstwerk te herleiden naar de Griekse legende van Damocles. Die was hoveling aan het hof van Dionysius II (4e eeuw voor Christus) en benijdde zijn heerser vanwege de rijkdom en macht. Daarop nodigde Dionysius hem uit om een dag lang zijn plaats in te nemen en van de luxe te genieten. Alhoewel Damocles omringd werd door lekkernijen en goud hing boven zijn hoofd ook een scherp zwaard vastgehouden door een paardenhaar. Toen kwam het besef dat macht en rijkdom ook altijd gepaard gaan met gevaar, onzekerheid en verantwoordelijkheid en dus een schaduwzijde heeft.
Vanaf twee bogen hangt een scherpe ijzeren punt naar beneden. Er gaat een dreiging vanuit en ik durf er niet onder te gaan staan; de naam van dit kunstwerk is dus goed gekozen. Ik snap dat de sculptuur zo nu en dan wordt afgezet als er harde wind is en schade kan ontstaan aan de bevestigingspunten. Na de nodige foto’s wandelen we weer naar de camper toe.
De zon is door de wolken heen gebroken en het is warmer geworden. In plaats van 23 graden geeft de thermometer nu 28 graden aan. Eind van de ochtend vond ik het best koud in mijn t shirt, nu is het warm. Kwart over 4 zijn we terug bij de camper. Naast ons zijn beide campers weg. We openen alle ramen en gaan dan onze administratie doen. Ook maak ik een koffie. Buiten is het stil. Zoals altijd in Spanje is na 4 uur alles uitgestorven op straat. Je ziet zelfs geen auto rondrijden. Wel passeert zo nu en dan een toeterend treintje. En dan, net als iedere dag vullen de lege plekken zich. Spanjaarden komen altijd laat maar vertrekken ook regelmatig laat.
We kijken nog even in het park bij een oud Spaans huis maar ik waag het niet de balustrade op te stappen. Niet alleen is het een hoge stap, ik vertrouw het hout ook niet helemaal. Niet voor niets zijn de laatste treden weggehaald. En dan gaan we lekker tv kijken. Het is inmiddels weer afgekoeld en er is meer bewolking. De kleine parking staat weer vol. Inmiddels heb ik ook de dumpplek gevonden die naast de parking ligt op de heuvel. We kijken tv en gaan dan naar bed.
Maandag 30 juni staan we kwart voor acht op. We douchen en ontbijten en dan vertrekken we. Gelukkig hebben we geen tegenliggers op het smalle weggetje naar boven en gelukkig is het viaduct onder de rails nog steeds hoog genoeg om de camper door te laten. Het blijft er eng laag en smal uitzien. Boven rijden we de richting uit vanwaar we gekomen zijn. Het is niet echt druk hoewel er beduidend meer verkeer op de weg is dan gisteren.
We rijden in de dikke bewolking die langs de kust hangt maar op de autovia zien we plotseling de zon door de wolken breken. Het is een prachtig gezicht en maakt dat de wolken opzij van ons langzaam verdwijnen. Uiteindelijk hebben we toch zicht op de hoge bergen van de Picos. Wat is dit een schitterend gebied. En dan buigen we verder af van de kust en arriveren in Puente San Miguel. We hebben niet eens de moeite genomen eerst nog in Santander te kijken. De vorige keer dat we daar langsreden stonden de campers dubbeldik buiten de officiële plek. En toen was het november. Laat staan hoe de situatie daar is nu de vacanties van de Spaanse kinderen zijn begonnen. Die hebben trouwens wel erg lang vakantie van 22 juni tot half september.
Je merkt wel aan de hoeveelheid Spaanse campers onderweg dat iedereen vrij is. Als we in Puente San Miguel aankomen staan er slechts twee campers en een caravan, een vertrekt al snel.
We parkeren de Frankia en bevestigen onze winter isolatiemat voor de ruit. De zijramen krijgen matjes van isolatiefolie die de hitte weerkaatst. De wolken zijn inmiddels verdwenen en de zon schijnt. Na de koffie wandel ik naar de Dia supermarket waar ik drinken haal. Dat vliegt er bij deze temperaturen door. Zo ook de ijsklontjes. Iedere dag maakt Dick een volle bak klontjes en ze verdwijnen als sneeuw voor de zon in onze drankjes. Op de terugweg kom ik langs een drukke bar. Je kunt er ook eten dus nadat de boodschappen opgeborgen zijn wandelen we samen ernaartoe.
Even later genieten we van de salade Ceasar en als dat op is van een voortreffelijke burger. Na het eten wandelen we terug. Ik wil Dick leuke glazen laten zien in de bazaar. Het blijkt de verkeerde winkel te zijn. Ik had bij de andere bazaar moeten kijken. Die is nu echter dicht vanwege Siësta. Dus wandelen we onverrichterzake de winkel weer uit. Dan besluit ik nog even door te lopen naar de Decathlon, 2 km verderop; Dick gaat terug naar de camper. Ik probeer enkele dunne zomerbroeken in de Decathlon maar ze zitten niet zoals ik wil dus ik koop ze niet en wandel weer terug. Wel met kersen want die waren onweerstaanbaar bij de Lidl. Langs de weg zien we regelmatig kersenkraampjes dus de oogst is in volle gang. En dat ze lekker smaken merken we als we in de avond kerseneten als dessert. Als ik weer terug ben merk ik dat mijn outlook app de route niet heeft opgenomen. Wel jammer want ik heb toch 7 km gelopen. Het wordt steeds drukker op de parking. De ene na de andere camper arriveert.
De rest van de avond lezen we en kijken tv. Zowel buiten als binnen is het behoorlijk afgekoeld.
Dinsdag 1 juli staan we om 7.40 uur op. Ons dag schema is als iedere dag, douchen, ontbijten, afwassen, dumpen en schoon water vullen. Er is geen slangverbinding dus dat laatste gebeurt met gieters. Gisteren heb ik naast de Decathlon een goed koop tankstation gezien dus daar rijden we naar toe om de dieseltank vol te tanken en dan verder. Het weer is grijs en saai, de wolken hangen laag en zo nu en dan miezert het. Na het tanken rijden we richting kust. Zodra we Bilbao voorbij zijn klaart het op, wordt het zonniger en dus ook warmer. De weg voert nu dwars door de bergen en regelmatig hebben we een schitterend uitzicht op de valleien en het grote stuwmeer dat we passeren.
En dan arriveren we in Vitoria Gasteiz. Er is voldoende plek op de parking. Blijkbaar staan alle campers op het terrein ervoor in de schaduw van de nog kleine boompjes. Wij zoeken gewoon een plekje in de volle zon met zicht op deze andere parking. Er is slechts een plekje aan de rand dat straks in de schaduw komt, maar het bevindt zich is naast het zeer drukke kruispunt en qua lawaai is het niet aanlokkelijk om daar te staan. Zodra we een kop koffie hebben gedronken, de ramen hebben bedekt met isolatiemateriaal en onze awning een stukje hebben uitgezet, wandelen we naar de Eroski supermarket.
Het is altijd een feest om hier rond te lopen. Met name de groente- en fruitafdeling ziet er schitterend uit. We halen sla en tomaten en kopen lomo die we vanavond zullen bakken. Het is goed om ook weer eens zelf te koken.
Dan wandel ik ook nog even naar de overkant om in de winkel daar rond te kijken maar ik ben weer snel terug. We hebben geen zin om nog naar de stad te lopen, de temperatuur is inmiddels naar 38 graden opgelopen. We lezen wat en hangen wat rond. Pas als de zon achter de huizen verdwijnt koelt het af maar het gaat niet echt snel. We kijken tv en als we naar bed gaan blijven alle ramen en de bovenramen open.
Woensdag 2 juli is het grijs.
De markt voor ons wordt inmiddels opgebouwd. We kijken bij wat kraampjes maar er is niet veel bijzonders. De kleding die er hangt komt volgens Dick uit het jaar 1800 alhoewel je in de kleine dorpjes hier regelmatig vrouwen ziet die deze jurken dragen. Na ons ontbijt en de afwas vertrekken we. We rijden naar de Pyreneeën. Net voordat de smalle weg de bergen indraait tanken we nog in Irurtzun. De Frankia kan de weg naar dit tankstation wel dromen want hier tanken we altijd op weg naar Frankrijk. Het is stil op de weg. Op de top waar zich een koffietentje bevindt is zelfs niemand, terwijl veel pelgrims hier toch even gaan zitten om wat te drinken. Gelukkig blijft het rustig op de weg en kunnen we de beide dorpjes zonder problemen passeren. Zeker het laatste dorpje is wat eng want naast het smalle wegdek liggen brede en diepe watergoten en je kunt er niet uitwijken. Bij tegemoetkomend verkeer moet je dus achteruitrijden. Dan arriveren we in Roncesvalles.
We parkeren de Frankia naast het klooster en wandelen even rond. Voor een geocache moeten we een foto maken bij het bord dat de afstand naar Santiago aangeeft. Ook lopen we even de kerk binnen. Er zijn echter geen kaarsen dus die kunnen we niet branden. Dan rijden we weer verder. Op de top bij het kleine kapelletje is het heel mistig. De guardia civil zadelt paarden. Mogelijk gaan ze erop uit op zoek naar pelgrims in nood. Wij dalen af.
In St. Jean Pied de Port is het stil op de parking en we zoeken een plek. Het is nog steeds zwaar bewolkt, rond de 19 graden en zo nu en dan vallen er een paar spetters. Omdat het niet echt regent wandelen we even later naar het centrum van dit leuke pelgrimsstadje. Natuurlijk gaan we de kerk in.
Hier zijn wel kaarsen en dus steken we een kaars aan om te danken voor deze fantastische tocht. Iets verderop is onze pelgrimswinkel waar ik in 2021 mijn volledige uitrusting heb gekocht. Nu komen we voor nieuwe stokken. Mijn oude zijn na vier camino’s te hebben gelopen zodanig vast gaan zitten dat ze niet meer verstelbaar zijn. We vinden gelukkig nieuwe met een betere verstelmogelijkheid. Na wat wikken en wegen kies ik voor een zilveren kleur. Dan drinken we nog koffie bij een bakkerij alvorens we weer terug naar de camper lopen. Daar leggen we de stokken binnen en lopen door naar de supermarket om eten te halen. Het blijft koel buiten en bewolkt en het is fijn om een trui aan te hebben. Als we terug zijn maakt Dick het trapje bij het bed. Om de een of andere reden is het scharnier los komen zitten. Dick is hier niet blij mee want het scharnier zit op een plek waar je haast niet bij komt. Maar uiteindelijk, na veel gepruts, lukt het hem en kan ons trapje weer omhoog en naar beneden. We eten simpel, kip met champignons en rijst en het smaakt redelijk. ’s Avonds kijken we tv en ik werk onze administratie bij.
Donderdag 3 juli staan we om 7.10 uur op. We zijn klaarwakker. Het is nog steeds bewolkt maar het is niet koud (20 graden) want er staat geen wind. Terwijl ik de afwas doe na het ontbijt haalt Dick de electra weg. Omdat we bijna nooit aan electra staan zijn we dat hier een keer vergeten waardoor, toen we wegreden, onze electrakabel kapotscheurde. Na het dumpen vertrekken we.
Het eerste stuk rijden we over tweebaanswegen en zo nu en dan zien we pelgrims langs de weg lopen. Dan komen we op een grote vierbaansweg en rijden door het vlakke landschap van Les Landes. We zien zowaar een molen in het landschap. De drukte rondom Bordeaux valt mee. We rijden door naar Barbezieux waar we iets voor tweeën aankomen. Er staat niemand dus we parkeren onze Frankia. Er zijn nieuwe vakken op het asfalt geschilderd. Ze zijn niet logisch want mochten ze vol komen te staan dan kan een camper nooit meer wegkomen. Gelukkig hebben we tot op heden hier nooit een auto geparkeerd zien staan. Het is warm geworden en de zon brandt op de camper dus openen we alle ramen en zetten de awning een stukje uit. Daarmee komt het rooster van de koelkast in de schaduw. Na de koffie sluiten we de zijramen weer en wandelen naar de grote supermarket Leclerc waar we naast staan. We kijken rond in alle hoeken en gaten van deze enorme supermarket en kopen perrier, heerlijk want ons andere bubble water is bijna op. Als we ook eten hebben gevonden lopen we terug. Nadat alles is opgeborgen ga ik toch nog even terug om eau lavande te halen, dat was ik vergeten. Er staat slechts een fles maar dat is genoeg.
Dan kom ik langs prachtig gekleurde handdoeken die sterk afgeprijsd zijn. Ik maak foto’s en val voor de rozerode. Thuis zegt Dick deze kleuren niets te vinden maar als er voor hem een donkerblauwe gekocht wordt mag ik de rozerode wel aanschaffen. Helaas blijkt er slechts nog een donkerblauw exemplaar te zijn en die is ernstig gerafeld. Die koop ik niet en dus ook geen rood exemplaar. Het gaat me wel aan mijn hart maar eigenlijk heb ik geen handdoek nodig. Vorig jaar hebben we immers in de uitverkoop enkele nieuwe handdoeken gekocht. Inmiddels is het bijna 6 uur en meer bewolk. Ook waait het een beetje zodat de camper binnen kan afkoelen. We koken zelf en kijken tv. Niet lang want er zijn windstoten waardoor de schotel geen stabiel signaal kan krijgen. Ach, we kunnen ook lezen.
Ook vrijdag zijn we vroeg wakker, 7.15 uur en dus is het nog te vroeg om verse broodjes te halen. We ontbijten derhalve met overlevingsbrood. Ook niet slecht maar vers stokbrood is natuurlijk lekkerder. De zon schijnt al volop en een merel koestert zich naast ons in het zonnetje. Na de afwas vertrekken we.
Direct komen we op een vierbaans weg wat wel fijn is want ook vandaag rijden we zo’n 335 km. We komen nu steeds noordelijker, rijden langs eindeloze wijnvelden maar ook langs enorme velden met zonnebloemen. De zon schijnt volop en de thermometer wijst al snel 26 graden aan.
Om kwart voor twee arriveren we in Chateau Gontier. Het is bijzonder stil op de parking langs de rivier en we kunnen op ons gemakje een mooi plekje uitzoeken. Nog nooit hebben we het hier zo stil gezien. Zodra de camper met zijn kop naar de rivier staat brengen we de isolatie aan op de zijramen. Het voorraam blijft zonder want Dick wil straks dat raam poetsen. Gelukkig waait er een windje zodat het in de camper niet echt bloedheet wordt. Ik loop naar de Lidl en de Action maar behalve een stukje handzeep dwaal ik er alleen rond en koop niets.
Ook de cache die ergens verstopt is langs een steigertje aan het water kan ik niet vinden.
Dan heeft Dick die ook op zoek is gegaan naar een geocache aan de andere kant, meer succes. In de camper lezen we het bericht dat onze camperdealer Raema gaat stoppen. Er is geprobeerd een opvolger te vinden maar dat is helaas niet gelukt.
Wel jammer want het was een fijne zaak. We kijken op internet naar een andere dealer en zien er een in België, westelijk van Antwerpen. Nadat Dick contact met ze heeft gezocht krijgen we bericht dat we van harte welkom zijn voor werkzaamheden.
Tegen half acht loop ik naar het Turkse restaurant waar we eerder eten haalden. Het smaakt, net als enkele maanden geleden, prima.
Al vroeg in de ochtend van 5 juli worden we wakker. De zon schijnt al aan de blauwe hemel en er is practisch geen wind. De thermometer staat op 16 graden als de klok 7 uur aanwijst. Na het ontbijt wassen we af en dan vertrekken we. Iedereen slaapt nog om 8 uur dus is het echt stil op de weg. Onze bestemming voor vandaag is Cherbourg. De weg bestaat bijna geheel uit vierbaanswegen. We schieten dus snel op en om 12 uur, na 286 km, arriveren we op de parking naast de haven in Cherbourg. Er is een plekje naast de parkeervakken waar we kunnen staan. Binnen anderhalf uur komt een echt plekje vrij en kunnen we daar de Frankia parkeren. Later vertrekken meer campers maar direct worden deze plekken ingenomen door nieuwkomers. Het blijft een drukke camperplek. Nadat we koffiegedronken hebben wandelen we naar de stad.
De weg voert langs de haven van Cherbourg. Deze blijft fascineren. Het waterpeil is immers altijd anders. Omdat we toch langs ons Thai restaurant komen reserveren we meteen een plekje voor vanavond en gaan dan verder. Het weer is omgeslagen, de lucht is grijs en de zon is al sinds halverwege de ochtend achter een dikke laag wolken verdwenen. Alhoewel het even gespetterd heeft is het gelukkig nu droog maar warmer dan 16 graden wordt het niet. We wandelen door een grote drogisterij, maar hebben niets nodig en brengen dan een bezoek aan het Eleis het grote winkelcentrum aan de haven. Vanavond gaan we uit eten dus we hoeven geen eten te halen maar frisdrank kan nooit kwaad. Als we terug zijn bij de camper gaat het regenen, eerst zacht maar later best wel hard. Ook de wind trekt aan. Als de regen in miezer verandert loop ik toch nog even rond in Cherbourg.
Om half zeven wandelen we naar de Thai en laten ons het eten goed smaken. Er is nieuwe wijn “Chemin des Pelerins” en die is lekker. Toch eens kijken of we die ergens kunnen kopen. Na onze maaltijd lopen we terug langs de haven. Tv kijken is er niet bij door de harde windstoten dus lezen we, praten en gaan bijtijds naar bed.
Het weerbeeld is ongeveer hetzelfde als we zondag 6 juli opstaan.
De lucht is grijs en de wolken zijn dik. Zo nu en dan miezert het wat. Nadat we ontbeten hebben rijden we naar de dump waar we water vullen en dumpen. Vanavond in Beauvais zal dat niet mogelijk zijn.
Voor we uit Cherbourg vertrekken rijden we eerst nog langs het tankstation van Leclerc waar niet alleen de brandstof goedkoper is dan in de omgeving, ook blijkt er een propaan wisselstation te zijn en wel een automaat. Onze Franse propaanfles is leeg en moet derhalve gewisseld worden. Tot mijn vreugde geeft de automaat ons ditmaal weer een gouden fles in plaats van een groene. Hoewel in beide flessen propaan zit heb ik liever een gouden fles. Een bediend station wil deze echter niet verstrekken als je met een groene fles aankomt. Als Dick de gasfles heeft vastgezet vertrekken we.
Des te dichter we bij Beauvais komen des te vaker zien we borden staan dat de weg geblokkeerd zal zijn tijdens de Tour de France. Maar goed dat we hier nu rijden anders hadden we toch wel grote omwegen moeten zoeken naar het noorden.
We stoppen even bij het kasteel van Martainville. Het is inmiddels droog en met 18 graden best aangenaam om rond het imposante kasteel te lopen. Je kunt er rondleidingen krijgen maar daar hebben we niet echt behoefte aan dus het blijft bij een snelle blik op een van de kamers en foto’s van de buitenkant. Om half 4 arriveren we in Beauvais. Eerst moeten we ons langs dikke rijen auto’s wringen en dan blijkt dat de grote parking waar we altijd parkeren niet toegankelijk is vanwege een enorme kermis. We zetten de camper even op de parking van de Carrefour en zoeken op onze app naar een nieuwe bestemming niet ver weg. We vinden een parking voor een camperbedrijf in Rantigny. 45 Minuten later arriveren we daar.
Er zijn slechts 5 plekjes voor het hek maar er is niemand dus we kunnen onze camper neerzetten. Om ons heen is niets behalve furieus blaffende honden en kwakende ganzen die in de corridor rond het toegangshek worden gehouden. We drinken een glas wijn, eten wat toast en kaas en ontspannen met een boek. In de avond maak ik spaghetti. De ingrediënten hadden we gelukkig in de koelkast. Het kleine restje spaghetti dat over is wil ik aan de ganzen voeren. Ze zijn echter kieskeurig, snappen er alleen naar, maar eten ho maar. Het weer is nu echt omgeslagen. Het stormt en regent en is slechts 14 graden. Een hele verandering na de hitte van de afgelopen weken. Dick heeft inmiddels Cor gebeld en die blijkt in Frankrijk te zijn.
Maandag 7 juli gaan we bij hem langs. Om 9 uur vertrekken we. Bij de intermarche in Laon doen we inkopen voor vanavond. Het laatste stuk rijden we over een smal weggetje rijden maar gelukkig hebben we geen tegenliggers en dus komen we heelhuids aan bij het huis van Cor en Esmee. Helaas is Esmee in Nederland gebleven. Cor geeft ons een rondleiding langs alle werkzaamheden die hij de afgelopen tijd heeft verricht. Het blijft een werk een huis bezitten waar zoveel aan gedaan moet worden. Gelukkig is Cor en handig en secuur dus verschijnt er een steeds mooier huis. In de middag laat Cor ons kennismaken met zelf ijs maken. Hij heeft een ijsmachine die op zijn nieuwe mixer past en nadat we zorgvuldig hebben gekeken hoe het ijsproces werkt kunnen we eind van de middag smullen we van het heerlijke romige slagroomijs. Het is zo lekker en ik kijk Dick verlekkerd aankijk. Dan zegt Cor dat je dit ijs, eenmaal gereed, niet in een normale vriezer kunt bewaren. Deze maakt de ijskristallen kapot. Mijn wens om ook over zo’n machine te beschikken verdwijnt als sneeuw voor de zon. Terwijl Dick en Cor zich over verschillende technische details in de bouw buigen wandel ik in het inmiddels tevoorschijn gekomen zonnetje naar buiten. Langs de weg heb ik braamstruiken zien staan en gewapend met een bakje ga ik langs deze struiken. Het lukt me zowaar een bak vol te plukken. Daar kan ik mooi jam van maken.
Inmiddels is het half zeven en we gaan met zijn drieën in de zon op het terras zitten. We praten gezellig en drinken een glas wijn. Esmee, je wordt wel gemist hoor.
Een uur later is het door een kille wind en de wegzakkende zon toch te koud om buiten te blijven.
Ik ga aan ons eten beginnen. De burgers en worstjes bakken we in de grillpan maar eerst moeten de aardappels gebakken worden. Als alles bijna klaar is blijkt een van de pannen te dicht tegen de achterwand te staan want in de achterwand is een brandplek. Wat afgrijselijk. Cor neemt het iets minder erg op maar ik niet.
Gelukkig zegt Dick dat hij zal helpen om de achterplaat te vervangen.
We eten wel lekker maar ik zit minder goed in mijn vel door de schade die is toegebracht tijdens het koken. En dan is het bijna 11 uur, toch wel mijn bedtijd. Dick blijft nog gezellig met Cor praten maar ik duik mijn bed in. Wel maak ik nog een foto van de fel schijnende maan boven de camper.
Dinsdag 8 juli worden we wakker door de wekker die om 8.15 uur staat.
We hebben afgesproken om 9 uur te ontbijten. Ik heb vannacht gedroomd over volledig afgebrande muren maar ben tegen de ochtend toch in slaap gevallen. We ontbijten samen en kletsen nog gezellig maar dan vertrekken we om 10.10 uur. We moeten immers nog 250 km rijden. Eerst hebben we nog wat regen maar al snel klaart het op. In Luxembourg kunnen we van de eerste zonnestralen genieten. Natuurlijk tanken we er en bij een ander tankstation haal ik ook nog wat zakken koffiebonen. Net als de brandstof is ook koffie goedkoper dan in de omringende landen. En sinds we een nieuwe koffiemachine hebben verbruiken we aanzienlijk meer koffie. In Mettlach staat slechts 1 camper dus we hebben voldoende plek om onze Frankia te parkeren. Nadat we koffie hebben gedronken wandelen we naar het centrum. Er lopen best veel toeristen rond en de terrasjes zijn bezet met ijs etende en koffiedrinkende mensen.
Wij wandelen naar de tuin van Villeroy en Boch, de porceleinfabriek die hier zijn hoofdkwartier heeft. In de tuin staat de oudste toren van Mettlach, een onderdeel van het voormalige Benedictijnerklooster dat in de 8e eeuw werd gesticht door de Frankische bisschop Ludwinus. De toren is een zeldzaam bewaard gebleven achtzijdig grafmonument en dateert uit de vroege middeleeuwen.
Na ook nog een kijkje bij de Erdgeist, een 14 meter hoge figuur van de geest van de aarde en wat foto’s wandelen we door naar het tourist-office.
Daar betalen we voor ons plekje naast de Abteibrau. Ik heb geen idee of ooit gecontroleerd wordt of je betaald hebt maar we willen dit fijne plekje niet graag kwijt dus betalen altijd trouw onze 5 euro. Daarna nemen we afscheid van elkaar. Ik wandel verder naar enkele winkels hoger op de berg en Dick loopt terug naar de camper. Daar poetst hij de ramen en vult met een gieter de watertank. Dat laatste moet hij echter onderbreken want plotseling is er een wolkbreuk. Ik ben dan net in de winkel en hoor een ongelooflijk lawaai. De regen plenst in volle hevigheid naar beneden. Het zicht is tot nul gereduceerd. Iedereen wacht binnen tot deze stortvloed voorbij is.
Pas na 10 minuten mindert de regen wat en ren ik naar een andere winkel. Als ik daar weer weg ga, zonder enige aankoop trouwens, is het zodanig droog dat ik naar huis kan lopen. Even later schijnt de zon weer. Bij de Netto naast het parkeerterrein lever ik gevonden statiegeld blikjes in. Het scheelt toch dat er op flessen en blikjes statiegeld zit daardoor liggen er beduidend minder op straat. Een heel verschil met Spanje en Frankrijk waar veel leeg fust op straat achterblijft.
De zon is inmiddels weer volop gaan schijnen en de temperatuur loopt weer op. Een half uur later, het is inmiddels half zeven, lopen we naar de Abtei brau en vinden een leeg tafeltje. Zoals altijd bestelt Dick een steak en ik een schnitzel en samen met een glas vers getapt Abtei Brau bier genieten we van onze maaltijd.
De volgende dag, woensdag 9 juli schijnt om 8 uur de zon aan een blauwe hemel en de thermometer wijst al 15 graden aan.
We eten heerlijk verse croissants en zetten dan de route in naar Brüggen. Het eerste stuk rijden we langs de Saar en nadat we dwars door Trier zijn gereden komen we op de autobaan naar het noorden. We komen niet meer in Luxembourg dus het is goed dat we eerder getankt hebben. Om 2 uur zijn we in Brüggen. De weg naar de camperplek wordt momenteel gerepareerd dus we moeten een stukje omrijden.
Op de camperplekzijde waar tv-ontvangst is, zijn nog enkele plekjes vrij en Dick parkeert de camper. Tijd om koffie te drinken. Na 275 km zijn we daar wel aan toe. Intussen stoppen we 5 euro in een enveloppe en werpen deze in het daarvoor bestemde gaatje. Dan gaat Dick de ramen poetsen, ook het laatste stukje naar huis willen we graag met helder zicht rijden. Ik loop zoals altijd naar mijn vaste winkels aan de overzijde waar ik de laatste inkopen doe voor we terugkeren naar huis.
Eind van de middag wandelen we naar het centrum van Brüggen. Het Grieks restaurant zou weer geopend zijn. Langere tijd was dat gesloten. Het menu bord geeft aan dat er pizza te eten is dus we twijfelen maar dan zegt een ober dat dit toch echt een Grieks restaurant is. Alhoewel het niet koud is vinden we het te kil om op het terras in de schaduw te zitten dus lopen we naar binnen. We zijn er alleen, alle andere gasten zitten buiten maar wel tegen de gevel. Helaas zijn daar geen andere tafeltjes vrij. De Griekse schotel die we bestellen smaakt goed alleen de souvlaki is iets minder dan we gewend zijn. Uiteindelijk wandelen we tevreden terug naar de camper. Terug in de camper drinken we nog een koffie en kijken TV.
Donderdag 10 juli staan we om 7.15 uur op.
Na het ontbijt dumpen we, dan hoeft dat thuis niet meer. Het is altijd fijner om de toiletcassette niet in ons toilet te moeten legen. Het is niet druk op de weg dus om 11.15 uur zijn we al thuis. Daar beginnen we direct met uitladen. Wat verzamelen we toch altijd veel om ons heen tijdens een vakantie.
Als alles uitgeladen is begin ik met het dak poetsen. Dat is echt nodig na alle Sahara stormen die de camper te verduren heeft gehad. Inmiddels hebben we dankzij buurman Han een plekje kunnen afzetten achter ons huis. Daardoor kan de Frankia vannacht hier blijven staan en hebben we alle tijd om te poetsen. Nadat het dak schoon is worden ook de zijkanten, voor- en achterkant onder handen genomen. Terwijl Dick de wielkasten en wielen poetst ga ik de binnenkant te lijf. Onze poetswerkzaamheden worden beloond want tegen zessen staat een blinkend schone camper op zijn plekje. Nu is het tijd om de bende binnen een plekje te geven. Het merendeel van de spullen verdwijnt echter pas de volgende ochtend uit de woonkamer wanneer Dick de camper weer naar de stalling brengt.
Het tapijt is na al deze weken wel aan een wasbeurt met biotex toe. Gelukkig is het mooi weer zodat het ook snel droogt.
In totaal heeft de camper 8809 km gereden waarvan 2275 km door Dick alleen. Het klopt dus wel dat Dick zich heel wat inspanningen moet getroosten om mij in Spanje op te halen na weer eens een pelgrimstocht. Het is echter wel heerlijk dat hij dat doet en zeker als we daarna nog lang samen kunnen rondtoeren door Spanje.
































































































































































































































