Mini Pelgrimage Maastricht – Roermond juli 2022

De Camino roept

Hannah fietst de Camino Frances

Hoe het precies begonnen is weet ik niet echt. Misschien zit de wens om deze pelgrimage te lopen wel in mijn genen. Mijn vader en moeder wandelden immers ook en gingen lopend vanaf de geboorteplaats van mijn moeder in Millingen op zoek naar de bronnen van de Rijn. Toen ik vier jaar geleden in de Appalachian Mountains het boek kocht: “A walk for the Sunshine” waarin een tocht over de Appalachian Trail beschreven wordt, werd de wens om een Camino te gaan lopen sterker. Mogelijk heeft ook meegespeeld dat ik halverwege 2018 opeens een knobbeltje in mijn borst voelde. Na de operatie vond ik dat ik, uit dankbaarheid dat ik nog leef, de Camino zou moeten lopen: “Om het leven te vieren”.

 

De Crux Ferro aan de Camino Frances

Toen mijn zusje Hannah en haar man Henk de Camino naar Santiago gingen fietsen, kon ik geen genoeg krijgen van hun verhalen en foto’s. Dat de Camino je roept werd me duidelijk toen Dick en ik in november 2021 met mijn nichtje Inge en haar man Paul bij het Cruz Ferro stonden, een hoog punt op de Camino Frances.
Paul had de as van zijn vader bij zich (die ook deze Camino liep) en die ze later die week aan het einde van de wereld zouden uitstrooien. Ik raakte hier geëmotioneerd, de tranen biggelden over mijn wangen, zo prachtig was het op deze plek, hoog in de bergen. En dat met winters, koud weer, de grond bedekt met sneeuw en omringt door laaghangende bewolking waar zo nu en dan een lichtstraal doorheen wist te komen. Het was een magisch moment op een magische plek en het was fijn dit via FaceTime met mijn zusje Hannah te delen. Wat hadden mijn ouders het hier ook bijzonder gevonden.

We (Dick en ik) aarzelden derhalve geen moment toen duidelijk werd dat Dick in september samen met zijn duikvriend Cor op stap zou gaan naar Noord Frankrijk. Nu was voor mij de tijd gekomen om echt de Camino te gaan lopen.
Daarop kwam alles in een stroomversnelling. Dick en ik gingen naar Utrecht waar ik lid werd  van het Nederlands Genootschap van St. Jacob en een pelgrimspas kocht. Nog dezelfde week bezocht ik een informatie bijeenkomst van dat genootschap in Delft waar ik veel informatie kreeg over wat het betekent om een Camino te lopen. Voordat ik er erg in heb boekt Dick de bus naar St. Jean Pied de Port in de Franse Pyreneeën en dan staat vast dat ik mijn tocht op 20 augustus 2022 ga starten. Aarzelend ben ik over deelname aan de mini pelgrimage van Maastricht naar Roermond die ter ere van de naamdag van St. Jacob plaatsvindt en van 20 tot 24 juli gelopen wordt. Moet ik daar wel aan meedoen? Dick maakte een einde aan deze aarzeling en geeft me tijdens onze vakantie gewoon op.
Nu, begin juli, ben ik daar echt blij mee want het biedt me de gelegenheid om te ervaren hoe het is enkele dagen achter elkaar te wandelen en met een groep mensen in een tent te  bivakkeren. Straks ga ik dat immers ook ervaren in de albergues onderweg.
Uiteindelijk betekent deze beslissing ook dat ik onze vakantie route met de camper aan moet passen.

Op de weg naar Cap Fisterre

Ik wil, samen met  Dick, op een paar plekken gaan kijken waar ik straks zal gaan lopen. En natuurlijk moet er gewandeld worden waardoor tijdens deze camper-vakantie onze fietsen werkloos achterblijven. Dus staat onze mei vakantie, nadat we vanuit zuid Spanje naar het noorden vertrokken zijn, echt in het teken van de Camino.
Wat is het bijzonder om samen met Dick van uit het plaatsje Fisterre naar de Kaap te wandelen. Hier, aan de Atlantische oceaan, bestaat echt het einde der wereld.
Onder het toeziend oog van Messire Jacques zien we helaas niet de zon sterven.
Ik verwijs hier naar het derde couplet van het Pelgrimslied: Ultreia.
Het luidt als volgt:

Et tous la bas au bout du continent,
Messire Jacques nous attend,
depuis toujours son sourire fixe,
le soleil qui meurt au Finistere.

De laaghangende wolken bedekken alle zonnestralen. Op deze plek, waar rotsblokken tot aan de onstuimige oceaan afdalen, vinden we onder het stenen kruis de  beeltenis van Saint Jacques.  En terwijl Dick hier boven op de rots wacht, daal ik af naar het water. Het is heel bijzonder aan dit einde van de wereld.

Kapel in St. Jean Pied de Port

Onze campertocht zetten we voort in oostelijke richting door Noord Spanje waarbij we regelmatig in plaatsen terechtkomen die de Camino Frances (de route die ik ga lopen) ook volgt. Natuurlijk stoppen we bij het klooster in Roncesvalles waar we rondkijken om uiteindelijk, na een lange afdaling, aan te komen in St. Jean Pied de Port waar ik mijn tocht zal starten.
In de kapel steken we een kaarsje aan.

 

De pelgrimsshop “Boutique du Pelerin” aan de Rue de la Citadelle is te verleidelijk om voorbij te lopen en dus wandelen we enkele uren later, beladen met spullen, de deur uit. Goed geholpen door de vriendelijke eigenaren heb ik een belangrijk deel van mijn uitrusting kunnen kopen.

Pelgrims shop in St.Jean Pied de Port

Als we, na een fantastische reis, begin juni weer thuis zijn ga ik voor het eerst alles wat mee moet in mijn rugzak pakken. Het past allemaal en het gewicht rond de 9 kilo zou draagbaar moeten zijn. We gaan het zien. En ook al snel want de groeps-app van het Genootschap die mij regelmatig op de hoogte houdt van de aanstaande mini pelgrimage komt vaker met nieuws en maakt dat ik daar ook steeds meer zin in krijg. En dan is het moment daar dat ik echt mijn rugzak pak met datgene wat ik de komende dagen op mijn eerste pelgrimage nodig zal hebben.

Woensdag vertrek ik met de trein naar Maastricht dus lijkt maandag 18 juli de juiste dag om een proefloop te maken. Omdat ik toch in het centrum van Rotterdam ben, besluit ik terug naar huis te lopen.  Nu kan ik meteen ook nog langs de Decathlon winkel om daar nog een zitmatje te kopen. Het is warm en tegen half 1 loopt de temperatuur verder op, het is inmiddels 29 graden. Dus als de bus mij passeert op de laatste 2 km, stap ik toch maar in. Vanavond wacht mij immers nog een wandeling.

Trainings rondje Zevenhuizerplas met Geordie

Om half 7 staan we met zijn drieën op de parking langs de Zevenhuizerplas. Naast Dick loopt ook Geordie, mijn duikbuddy, mee en we starten onze loop rondom de plas tussen de honderden badgasten. De temperatuur is nog 31 graden en iedereen ligt aan het water of geniet van een burger die op een van de vele barbecues die overal langs het water te vinden zijn, ligt te garen. Het ruikt in ieder geval erg aanlokkelijk. Helaas krijg ik na 6 km lopen wat last van de aanhechting van de spier naar mijn heup. Het lukt gelukkig wel om, iets langzamer lopend, de auto weer te bereiken. Wel maak ik me nu ernstig zorgen want overmorgen begint mijn mini pelgrimage.

Dick praat nog even met Tekla voor het vertrek naar Maastricht

 

Gelukkig verdwijnt de pijn snel en woensdag 20 juli 2022 kan ik vol goede moed op stap. Natuurlijk arriveren we te vroeg op het centraal station van Rotterdam. Maar gelukkig, na even wachten, druppelen de deelnemers aan de pelgrimage een voor een naar binnen. Het is niet moeilijk te weten wie meeloopt want de rugzakken met slaapmatjes en bergschoenen zijn makkelijk te herkennen. Nagezwaaid door Dick vertrekt uiteindelijk de trein waar we verder kennis kunnen maken met elkaar. Frank, Tekla en ik kletsen wat af en voor we er erg in hebben arriveren we in Maastricht. In een café tegenover het station worden we hartelijk ontvangen door de rest van het bestuur.

Netta, Guus, John en Jan en ook Nine verwelkomen ons. Huub hadden we al leren kennen want hij had geregeld dat we met elkaar op een groepsticket vanuit Rotterdam konden vertrekken. Ik kan me niet meer herinneren of ook Tjitske en Gijs er waren, maar gelukkig krijgen we later genoeg tijd om ook met hen kennis te maken.

Verwelkoming door Netta met Goodie Bag

We krijgen een goodie-bag overhandigd met een mooie Jakobsschelp met onze naam, een praktisch klein dagrugzakje en een prachtig info boekje over de festiviteiten in Roermond en na een briefing van John en een lekkere koffie met vlaai vertrekken we voor onze eerste kilometers. De temperatuur is gestegen, maar met 24 graden en een licht windje is het toch goed wandelweer.

Als er, kort na de eerste stop tussen de bomen, al snel weer een stop is, nu om ons brood te kunnen eten, wandel ik liever door en daar Frans dat ook doet vraag ik of ik me bij hem aan kan sluiten. Frans is zo verstandig geweest om de door de organisatie uitgeschreven route naar zijn telefoon over te zetten in een streepje waardoor de weg naar ons einddoel, het mini plaatsje Catsop,  goed te vinden is en voor we er erg in hebben arriveren we, na 13 km, al bij camping Catsop waar op een groot grasveld, naast de kooktent en de schoenen tent, ook twee grote legertenten, genaamd Santiago en Jacobus, opgesteld staan.

Met Frans aangekomen in Catsop

Omdat we de eersten zijn die arriveren hebben we de luxe om een mooi bed naast de ingang van de tent uit te zoeken en nadat de slaapzak uitgespreid is over het bed, is de eerste gang naar de douches. Wat is het heerlijk om met deze warmte water over je heen te laten lopen.  Zodra ik schone kleding aan heb, ga ik mijn met zweet doordrenkte kleding uitwassen. Helaas blijk ik bij terugkeer bij de tent mijn zakje met knijpers en waslijn te hebben verloren dus mijn natte kleding wordt uitgespreid over de heg.
Het verlies van mijn knijpers laat me niet los en regelmatig loop ik terug naar de douches (ze zijn inmiddels bezet) om te vragen of mijn waslijnzakje daar niet achtergebleven is. Dick heeft gelijk als hij zegt dat het ook wel erg dom is om iets wat je bij de tent nodig hebt, mee te nemen naar de douche. Omdat het toch wel lastig is om kleding te drogen zonder lijn en knijpers en niemand iets heeft gezien, wandel ik ten einde raad naar de beheerder van de camping.

Hij weet van niets maar wandelt 15 minuten later toch naar de tent waar hij mij mijn knijperzakje overhandigt zodat ik uiteindelijk toch een waslijn kan spannen en mijn was eraan kan hangen. Ik zal in het vervolg er echt voorzichtiger mee moeten omgaan.
Als mijn was eindelijk aan de lijn wappert, de andere lopers zijn inmiddels ook allemaal binnen, schuif ik aan om een glaasje bier te drinken. Onvermoeibaar wordt deze telkens weer opnieuw door Gijs of Guus uit de koeling  gehaald. Wat een service.

Tjitske maakt een culinaire verrassing

We genieten van een voortreffelijke soepje. Het blijkt een voorbode te zijn van een culinaire verwenning. Tjitske en Nine, ondersteund door Gijs en Guus blijken in staat heerlijke maaltijden te bereiden voor ons allen. Het is iedere avond smullen.

Alhoewel het weerbericht voor de avond niet echt gunstig is en de lucht steeds donkerder wordt door de aanstormende wolken blijken we het toch droog te houden en kunnen we in de avond genieten van de  troubadour- en verhalenverteller, Gery Groot Zwaaftink uit de Achterhoek.

Troubadour Gery Groot Zwaaftink vertelt

 

We luisteren geboeid naar zijn bijzondere verhalen en liedjes in zowel het Nederlands als het Achterhoekse dialect. Het verhaal over de rondtrekkende kamelendrijver en de rijke landeigenaar zal me nog lang bijblijven.
In het kort kwam dat verhaal neer op het volgende:

Een kamelendrijver komt na een vermoeiende tocht door de woestijn in een oase langs de tuinen van een rijke landeigenaar en bedenkt hoe heerlijk het is om daar te kunnen wonen en niet hoeven rond te trekken. Tegelijkertijd denkt de rijke landeigenaar, die de kudde aan ziet komen, hoe heerlijk het moet zijn om in vrijheid rond te trekken met een kudde kamelen in plaats van vast te zitten op een plek. Over de muur van het landgoed hangt rijp fruit wat zo aanlokkelijk is voor de leidende kameel dat deze ernaar toe loopt en ervan begint te eten. De  landeigenaar wordt daar zo boos om dat hij een steen naar de kameel gooit. Deze steen komt tegen het hoofd van de kameel terecht die erdoor gedood wordt. Daarop wordt de kamelendrijver zo boos dat hij een steen teruggooit. Helaas komt deze ook ongelukkig terecht en de landeigenaar valt dood neer. De kamelen drijver wordt voor de rechter gesleept door de zoons van de landeigenaar die hem moet veroordelen tot de doodstraf. Er is geen andere mogelijkheid want deze straf wordt in de wet voorgeschreven. Daarop vraagt  de kamelen drijver drie dagen respijt om thuis wat te kunnen regelen. Hij belooft plechtig na die drie dagen terug te keren om zijn straf te ondergaan. De zoons noch het publiek wil hiervan weten en de rechter beslist dat dit alleen kan als iemand zich in zijn plaats wil stellen. Na lange stilte meldt zich een oude man die dit wil doen, hij wordt opgesloten terwijl de kamelen drijver ervan door gaat.

Ademloos luisteren we naar het verhaal

Na 3 dagen is de kamelendrijver nog niet terug en wordt de oude man naar het schavot geleid. Net voordat de beul zijn werk kan uitvoeren hoort een jongetje hoefgetrappel en schreeuwt dat de beul nog even moet wachten. Er komt iemand aan en ja hoor, het is de kamelendrijver op zijn paard. Als de rechter hem vraagt waarom hij terugkomt zegt deze dat hij thuis juwelen die hij in bewaring had voor een weduwe moest opzoeken en teruggeven. Zijn zoontje bleef zich echter aan hem vastklampen en wilde hem niet loslaten zodat hij pas in de nacht, toen zijn zoon vast in slaap was, zijn huis kon verlaten. De oude man zegt desgevraagd tegen de rechter dat hij vertrouwen had in de man die zijn woord gaf om terug te komen en als deze niet teruggekeerd was, dat dan zijn leven geen waarde meer had omdat hij dan geen vertrouwen meer kon hebben in mensheid. Na de verhalen aangehoord te hebben besluit de rechter toch het doodsvonnis te wijzigen en wordt de kamelendrijver veroordeeld tot het betalen van zilverlingen aan de zonen van de landeigenaar.
Onder doodse stilte horen we dit fantastische verhaal aan en kunnen daarna nog genieten van enkele gevoelige songs voor een onweersbui losbarst en we allemaal onze tenten opzoeken.

De nacht is wel afzien want de temperatuur is enorm gezakt en daarbij is het door de regen ook vochtig geworden. Alhoewel mijn slaapzak normaliter goed zou voldoen is hij in deze koude toch echt onder de maat. En dan te weten dat er thuis nog heel veel extra warme exemplaren liggen. Ook werkt niet mee dat het veldbed keihard is (heb ook niet één van de vele matjes vanuit huis meegenomen). De koude trekt gewoon mijn lichaam in dus echt goed slaap ik niet. Maar dat hoort ook bij een pelgrimage denk ik maar. Als we de volgende ochtend om half zeven opstaan is alles vochtig maar een lekkere warme douche doet wonderen en enigszins opgeknapt zitten we even later buiten te ontbijten.
Tjitske en Nine hebben samen met Gijs en Guus, grote tafels volgeladen met eten en naast brood, crackers en beschuit met verschillende soorten beleg is er voor de liefhebbers ook muesli. Wat worden we verwent en al snel zitten we met een kop koffie of thee heerlijk te ontbijten.

Samen afwassen

Na de afwas van de enorme aantallen kopjes, glazen, borden en bestek klappen we alle bedden in zodat ze op de rolkarren geplaatst kunnen worden en maken ons dan op om te vertrekken naar onze volgende bestemming. John brieft ons over de te volgen route en we vertrekken. Eerst nog met een fleece-trui aan maar al snel verdwijnt deze terug in de rugzak. Helaas blijft de zon achter het dikke wolkendek en worden we na enige tijd geconfronteerd met wat miezerregen. Niet echt gewenst maar in eerste aanleg volstaat een hoes om de rugzak. Er staat een aardig windje maar het is niet echt koud met 18 graden. Toch wordt besloten de koffiestop niet op de parking van een parkeerterrein te houden maar de koffie te nuttigen in een nabijgelegen uitspanning.

Het restaurant de Biezenhof ziet er mooi uit en serveert werkelijk voortreffelijke cappuccino en het geeft dubbele energie om verder te gaan. Die energie is echt nodig want niet alleen lopen we vandaag de grootste afstand, 26 km, als we willen vertrekken komt de regen ook met bakken uit de hemel vallen. Het is nu echt nodig om ook een poncho aan te trekken. Eigenlijk is het fijn dat het nu niet droog is want nu kan ik deze ook uit proberen.

Een natte papieren route beschrijving

Ik sluit me aan bij de wat snellere lopers die ik gelukkig kan bijhouden en met de navigatie van zowel Frans (via zijn mobieltje) als Frank (met behulp van de natte papieren versie) vinden we onze weg naar het noorden. We volgen een mooi paadje langs de Geleenbeek en genieten van het lopen door de natuur. Wel betekent het dat we herhaaldelijk door smalle draaihekjes moeten wat niet altijd meevalt want soms blijft de rugzak er in steken maar uiteindelijk arriveren we in de buiten wijken van Sittard vanwaar we koers naar de binnenstad zetten.
Het regent nog steeds onophoudelijk en buiten lunchen is niet echt aangenaam dus dirigeert John ons naar de binnenstad, waar we langs de markt lopen waar de St. Michielskerk staat.
Eind augustus 1938 was deze kerk afgeladen vol, zoals altijd bij de jaarlijkse viering van de beschermheilige van de stad, Sint Rosa, en de hoogmis was in volle gang. Plotseling geroezemoes deed de mensen omdraaien en gegil en geschreeuw weerklonk toen een ontsnapte leeuw  binnenliep en op zijn gemakje naar het altaar sjokte terwijl iedereen in paniek een veilig heenkomen zocht. Gelukkig gebeurden er geen ongelukken maar de foto in de kerk verwijst wel naar dit voorval.

Wandelend langs de grens van Duitsland bekijken we de route

Iets buiten de stadswallen vinden we voor de bibliotheek een terras met enorme parasols en al snel bezetten we daar de terrasstoelen. Het is niet echt koud, alleen nat en dus kunnen we onze natte poncho’s uithangen en niet  veel later genieten we van onze meegebrachte boterhammen bij een lekker kopje koffie. Zelf bestel ik warme chocolade melk met slagroom. Niet echt goed voor de lijn maar met deze regen smaakt het voortreffelijk. Als iedereen zijn brood en drinken op heeft en de file voor het toilet heeft doorstaan, gaan we weer op pad.

We vervolgen onze route langs de beek en na een mooi Maria kapelletje te hebben gezien trekken we de grens over naar Duitsland. Uiteindelijk, na een lange, eindeloze, wandeling langs een enorm groot en luxueus vakantie park arriveren we bij Camping de Hommelhof waar een groot grasveld op ons wacht en de twee grote legertenten in het niets verdwijnen. Kleding wassen heeft vandaag geen zin. Het weer is te instabiel en regelmatig valt er regen. Dat betekent ook dat er niet buiten gegeten kan worden en met onze borden op schoot, genieten we, na een kop soep, opnieuw van een heerlijke maaltijd.

Tjitske en Netta zorgen goed voor ons

Ditmaal krijgen we aardappels met roomspinazie en eieren in mosterdsaus en komkommer. Heerlijk smaakt ook het biertje wat Gijs  onvermoeibaar voor ons uit de ijskast tevoorschijn tovert. Natuurlijk gaan we na afloop van de maaltijd met elkaar afwassen. De mannen zijn inmiddels bedreven in het over het hobbelige gras vervoeren van het wagentje met borden, glazen en bestek. De anderen, gedirigeerd door Tekla, wijden zich aan het afwassen en drogen van de enorme berg etensgerei. Uiteindelijk lukt het om alles weer schoon en heel terug bij de tenten te krijgen. De vaste bewoners van de camping zijn niet echt blij met ons en mopperen. We hadden zoveel vuile afwas dat de gehele warm waterboiler leeg getrokken is. Het is maar goed dat wij slechts een dag blijven. Helaas kunnen we niet genieten van een foto-informatie avond van Jan. De connectie kabels die hiervoor nodig zijn passen niet en de laptop kan derhalve niet verbonden worden met de projector. Helaas, maar het is niet anders. We houden deze informatie nog tegoed.

Frans en Kees praten even zittend op hun bed

Daar de neerslag inmiddels is opgehouden wordt de rest van de avond buiten doorgebracht en kunnen de bewoners van tent Santiago zich bezig houden met het opbouwen van hun veldbedden, iets wat, als je eenmaal de slag te pakken hebt, heel makkelijk gaat. Helaas zijn door de vele regen de bedjes wel wat vochtig geworden. Zelf heb ik daar wat minder last van omdat Netta mij verwent met een dun aluminium dekentje wat op het veldbed gelegd kan worden waarmede ook het vocht uit mijn slaapzak blijft. Toch blijft de nachtrust wat onregelmatig vanwege de koude en vochtige nacht. Maar ik slaap voldoende want de volgende ochtend wordt ik verfrist wakker. Alhoewel dat ook kan liggen aan de heerlijke warme douche. We hoeven ons deze ochtend niet te haasten. Het eerste programma onderdeel is het bezoek aan de Basiliek en schatkamer in Susteren. Dat bezoek kan door een onverwachte begrafenis echter geen doorgang vinden op de geplande tijd en dus hebben we voldoende tijd om na de afwas (die iedere dag weer uit een onafzienbare stapel borden, kopjes, glazen en bestek bestaat) met elkaar te praten. Ook geeft Riekje ochtend gymnastiek op het grote veld voor de tenten. Niet echt een overbodige luxe na de wandelingen van de afgelopen dagen. Uiteindelijk kunnen we echter op weg.

Wachten op het plein voor de Basiliek

Helaas is de begrafenis nog bezig dus wachten we op het pleintje voor het café. De uitbater weet niet wat hem overkomt als een horde vrouwen hem bestormt en verzoekt gebruik te mogen maken van het toilet. Gelukkig wordt dat, tegen betaling van 50 cent, toegestaan en een lange file vormt zich op het plein.

Uiteindelijk kunnen we door en splitst de groep zich waarbij wij eerst de schatkamer bezoeken. We krijgen een rondleiding langs de relikwieën en bijzondere kledij. Leuk en verhelderend wordt over alles uitleg gegeven. Daarna wisselen de groepen en gaan wij de Basiliek bekijken. Opnieuw worden we verrast door een leuke rondleiding met veel en heldere informatie die ook op aansprekende wijze gegeven wordt.
Het is al rond het middaguur als we de basiliek verlaten en op het kerkplein worden we door Tjitske en Nine verwent met koffie en zelfgebakken koekjes. Heerlijk smaakt het en verfrist gaan we even later op stap. Niet direct naar de eindbestemming want eerst hebben we nog een stop bij de Jacobskerk. Terwijl we wachten tot onze “credentials” afgestempeld zijn, kijken we even rond in deze mooie kerk maar als iedereen zijn stempel heeft vertrekken we toch direct. Het is warm maar met het lopen is het goed te doen.
Bijzonder is dat je iedere keer weer met iemand anders van de groep in contact komt en een stuk samen oploopt. Pratend over de dingen die belangrijk zijn in het leven. Een heel bijzondere ervaring. De weg voert uiteindelijk een stuk door de uiterwaarden en volgt ook de dijk met uitzicht op de Maas. Het is nauwelijks denkbaar dat waar nu weilanden liggen vorig jaar rond deze tijd alles onder water stond.

Mirjam, Tekla en John voor de tent in Aldeneik

De omgeving is mooi en de groep kronkelt zich als een veelkleurig lint over de dijk, tot we bij de brug arriveren en België  inlopen. Vanwege een culturele manifestatie is het oude kerkje van Aldeneik open en snel werpen we daar nog een blik naar binnen voor uiteindelijk toch wel enigszins moe door de warmte op de camping de Boomgaard arriveren. Dag drie met 13 km wandelen is ook al weer gelukt. Ik ben blij verrast als ik onze tent Santiago binnenkom. Frans heeft een bed voor mij vrijgehouden naast de ingang, mijn favoriete plekje.

Nadat mijn bed gedekt is wandel ik naar de douche die heerlijk verfrissend is en als de kleding de zeep heeft geroken kan deze snel aan mijn gespannen lijntje bevestigd worden. Het is was van twee dagen dus ik hoop dat alles snel droogt. Ik ben nu wel blij dat ik drie shirtjes met korte mouw bij me heb want met twee stuks had ik het nu niet gered.
Gelukkig gaat het ook goed met Mirjam. Zij heeft onderweg  op moeten geven maar is weer veilig op de camping gearriveerd.
In tegenstelling tot gisteren waar we een enorm grasveld tot onze beschikking hadden is het plekje hier net een postzegel, maar zowel de twee legertenten en de kooktent als de ronde tafels en stoelen hebben een plekje gevonden. Alles staat alleen wat dichter op elkaar.

Netta verzorgt de blaren

Terwijl Netta bezig is met het verzorgen van vele voeten met blaren en we napraten over de wandeling, genieten we van een lekker koel biertje en worden we getrakteerd op heerlijke etensgeuren. Huub is bezig om in enorme schalen de door Tjitske en Nine klaargemaakte ingrediënten voor een Indische maaltijd door elkaar te roeren. We worden vanavond weer verwent!

’s Avonds moeten we wel ons wasgoed binnenhalen. Er wordt vannacht weer regen verwacht. Zelf merk ik daar niets van want ik slaap heel diep en wordt alleen regelmatig wakker omdat het koud is. Als we zaterdag om half zeven opstaan schijnt de zon al weer aan een staalblauwe hemel. Zoals iedere ochtend vouwen we onze bedden op en bergen deze in de rolwagens nadat we onze rugzakken hebben ingepakt en gaan dan ontbijten. Er is geregeld dat er vers brood en broodjes bij de bakker in het dorp gehaald wordt en het is heerlijk smullen. Wel is er wat verwarring over het al dan niet afwassen. Enkelen van ons hadden begrepen dat we vanochtend niet hoefden af te wassen dus vertrekt er al een ploeg, waar ik ook toe behoor, terwijl anderen druk bezig zijn met afwassen. Het is duidelijk dat dit wat wrijving geeft.

Netta en John nemen de route door

Nadat de route is besproken door Netta en John gaan we toch welgemoed op weg, belovend dat wij vanavond weer ons corvee zullen doen. Direct na het verlaten van de camping wandelen we over de dijk langs de Maas. Het is een prachtige route en het beloofd een schitterende (warme) dag te worden. We maken een praatje met de eigenaren van de schitterende vakantie woningen langs dit deel van de Maas  en al lopend praten we ook veel met elkaar en hebben plezier.
Lachen moet ik wel als Frans één van de vele hekjes keurig open houdt voor Annelies maar ervan uitgaat dat Frank, die daarna het hekje doormoet, dat wel zelf open kan maken. Het leidt uiteraard tot hilariteit. Dit deel van de Maas bestaat uit veel afgravingen en regelmatig lopen we over een plankier over een grint gat en genieten van de schitterende bloemenweelde om ons heen. Wel moeten we ook insecten van ons afslaan maar dat krijg je in deze waterrijke omgeving. Natuurlijk kunnen we het niet laten te stoppen bij een boom met mirabellen. Deze heerlijke, pruim-achtige  vrucht, is inmiddels rijp en smaakt heerlijk na anderhalf uur lopen.

Frank, Frans en Tita onderweg

Niet veel later arriveren we in het mooie witte stadje Thorn. Het is er nog heel stil en we wandelen wat rond. Johannes vindt het best en gaat op een terras voor de kerk zitten wat wij ook willen doen, maar we veranderen van gedachten als nog geen minuut later Tjitske met haar camper langs komt rijden. Het is even zoeken waar ze gaat staan maar een telefoontje van John geeft opheldering en al snel wandelen we weer het stadje uit op weg naar de parkeerplek waar de camper is aangeland.

Opnieuw worden we verwent met koffie, thee of fris en eigen gebakken lekkers. Een heerlijke onderbreking van onze wandeling. Vanaf hier blijven we meer als groep bij elkaar want we wandelen niet helemaal door naar de camping. Ergens, 8 kilometer verwijderd van de camping, stappen we op een busje naar camping Hermans net buiten Roermond. We moeten vanmiddag namelijk op  tijd bij de Jacobus kapel zijn om bij de opening van het “Schelpenpad” aanwezig te kunnen zijn. Het laatste stuk van de wandeling is teveel voor Tekla. Zij heeft haar enkel verzwikt en kan na meer dan 10 km niet verder zodat we het laatste stuk zonder haar lopen.

Nine en Netta wachten op camping op ons

Camping Hermans is een verrassing. Het is gelegen aan de plas en de tenten zijn naast het water opgezet. Wat een prachtige plek. Dat vindt  Marianne ook die tegelijk met Tekla is ingestapt en nu op een veldbed zittend, geniet van het uitzicht over de bootjes die in het verkoelende water liggen. Nine, de voortdurend helpende hand in de keuken en Netta wachten de langzaam binnen druppelende wandelaars op, die zijn opgehaald door het taxibusje met zijn aardige Afghaanse chauffeur en nadat iedereen een bedje heeft en de rugzak neergezet is, wandelen we om half 4 naar de binnenstad van Roermond.

Bij de Jacobus kapel wacht de in kleurige uniform getooide garde, die ons zal begeleiden naar de Kathedraal. Een stop met een minuut stilte wordt ingelast bij het huis van de eergisteren overleden broeder Chiel en na een eresaluut, wandelen we verder, door het centrum. Onze prachtige Jakobsschelpen bengelen aan de groene dagrugzakjes. Wat heeft de organisatie hier zijn best op gedaan. Ik ben echt blij met deze prachtig beschreven Jakobsschelp die we, namens de afdeling Rotterdam van het Nederlands Genootschap van St. Jacob, in Maastricht van Netta hebben gekregen. Terwijl we naast de toegangsdeur tot de Kathedraal wachten begint opeens de beiaardier de kerkklokken te bespelen en we worden overdonderd door het indrukwekkende en alles doordringende klokgelui. Zelf kan ik niet verhinderen dat de tranen mij over de wangen stromen. Het is een emotioneel moment.

De Deken in Roermond zegent de nieuw ingemetselde Jakobs schelp

Nadat het beieren zeker 10 minuten voortgeduurd heeft verschijnt de deken van Roermond die na een toespraak van één van de mannen van de broederschap van de heilige Jacobus, de nieuw ingemetselde Jakobs schelp inzegent. Ook wij  worden gezegend. De deken is de mening toegedaan dat niet alleen voorwerpen maar ook de mensen gezegend moeten worden. Iets waar ik het helemaal mee eens ben. Na dit plechtige moment wandelen we met zijn allen naar het zalencomplex ‘t Paradies in de binnenstad waar we gezellig napraten en een drankje drinken. Rond half zeven wandelen we weer terug naar de camping aan de Maasplas waar we opnieuw verwent worden met een heerlijke maaltijd. Ditmaal pasta met een overheerlijke saus  met heel veel groente. We smullen ervan. Als we alles hebben afgewassen, wat loopt dat toch als een geoliede machine, gaan we lekker genieten van de avond warmte en drinken lekker koffie. Natuurlijk met een zelfgebakken lekkernij. De prachtige door Tjitske gebakken Camino koekjes zien er prachtig uit en smaken ook goed. Natuurlijk worden we zoals iedere avond getrakteerd op muziek van Jobea. Dit keer zingen we onder de bezielende leiding van Nellie ook een paar liederen  waarbij we onze voortreffelijke organisatoren van dit fantastische evenement, bedanken. Nog tot heel laat in de avond blijven we gezellig met elkaar praten. Het blijft lekker warm en ’s nachts heb ik het, voor de eerste maal tijdens deze tocht, niet koud. In twee etappes hebben we bijna 20 km gelopen. Zondag 24 juli zijn we allemaal bijtijds wakker en iets over 7 uur zijn alle bedden ingevouwen en de rugzakken ingepakt. We ontbijten allemaal met de restjes die er nog zijn maar die zijn zo veel dat iedereen voldoende te eten heeft . Daarna wordt alles afgewassen en klaargezet om in de busjes te pakken en kunnen we op weg naar de Kathedraal. Afgesproken is dat we onze rugzakken achterlaten bij ‘t Paradies.

Even snel een bezoekje aan Hannah en Henk

Dat geeft mij gelegenheid om in het er praktisch naastgelegen hotel binnen te gaan waar mijn zusje Hannah en haar man Henk verblijven. Wat een verrassing dat zij hier naar toe gekomen zijn. Ook Dick is inmiddels op weg en die ga ik straks zien. Na bijna een uurtje gezellig kletsen zetten Hannah en Henk hun ontbijt voort en wandel ik op mijn gemakje naar de Kathedraal.
Het is er nog stil en snel ontdek ik de voor ons gereserveerde plekken voorin de kerk waar ik plaatsneem en geniet van de zang van het  Roermondse Mannenkoor. Langzaam druppelen de andere wandelaars binnen en om half 12 kan de hoogmis beginnen. Het is bijzonder. Ook omdat niet alleen de naamdag van St. Jacobus gevierd wordt maar ook die van St. Christoffel, de patroonheilige van deze stad en ook de beschermer van reizigers. Een betere combinatie is er niet. De dienst is indrukwekkend en na de pelgrimszege wordt de kerkdeur geopend die alleen in het heilig jaar open is en kunnen we naar buiten.

Relikwie Jacobus de Meerdere

Ik ben niet één van de eersten want heb inmiddels achterin de kathedraal Dick ontdekt die ik natuurlijk eerst wil omhelzen. Wat ben ik blij hem ook weer te zien. En natuurlijk bewonderen Hannah en ik nog even het grootste relikwie van “St. Jacobus de Meerdere” buiten Spanje. Het relikwie is gestopt in een onderarm met een bijl. Niet echt vreemd als je bedenkt dat deze apostel van Jezus als eerste de marteldood stierf. Dit in tegenstelling tot zijn broer Johannes, de andere apostel van Jezus, die als langste geleefd heeft en echt oud mocht worden. Als we eindelijk buiten zijn verzamelt iedereen zich rondom de deken en wordt in het bijzijn van de leden van het broederschap van St. Jacobus de Meerdere een mooie groepsfoto gemaakt.

Er wordt niet alleen een officiële foto gemaakt. Tegelijkertijd knippen ook de vele mobieltjes van de vele bezoekers aan de kerk. Daarna wandelen we in kleine groepjes op ons gemakje door de zonovergoten straten van de binnenstad van Roermond. Het loopt inmiddels tegen de 26 graden.

Groepsfoto bij de uitgang van de Kathedraal

 

Terwijl Dick, Hannah en Henk op het terrasje op het plein gaan lunchen wandel ik naar ‘t Paradies  waar we met elkaar lunchen en daarna afscheid van elkaar nemen. Het voelt alsof ik mijn mede pelgrims al mijn hele leven ken. Zo zijn we deze afgelopen periode naar elkaar toegegroeid. Ik zal iedereen missen. Op weg naar huis besluiten Dick en ik komende donderdag naar het café St. Jacques te gaan in de markthal in Rotterdam om nog even na te genieten. Daar Dick ook graag meegaat wordt hij bij thuiskomst direct ook lid van het Nederlands Genootschap van St. Jacob. Nadat we thuis de rugzak hebben afgegooid, rijden we nog even naar Tekla  en Bert, waar we haar bagage afgeven en nog even gezellig napraten over de afgelopen dagen in de tuin met een verkoelend drankje. Thuis gekomen praat ik Dick de oren van zijn hoofd over de prachtige pelgrimage die nu, helaas, achter de rug is. Alhoewel het ook heerlijk is om weer thuis te zijn en in een zacht bed te slapen.

Geplaatst in CAMINO | 3 Reacties

Again to south Europe – part 3

And again heading south, part 3
April to June 2022

Wednesday May 25th there are still some clouds but the blue sky has the upper hand and the sun is shining again. A strong wind is blowing and it is not really warm outside with 57 degrees Fahrenheit. It is still 136 miles to Andorra but the road is beautiful.
We pass turquoise colored water-reservoirs and drive through a narrow gorge where tunnels lead us through an mountain valley. In the distance we see snow-capped mountains. After this valley with its towering mountains we climb higher and higher on increasingly narrow winding roads. I’m glad we don’t run into oncoming traffic because that would give some problems, but we’re lucky. We only encounter oncoming traffic when, two mountains further, we arrive on a wider road leading to Andorra.
Although there are at least 30 motorhomes parked behind the supermarket River, there is still space for us and after we have parked the Frankia we walk to the restaurant to have coffee and cake.

Lunch at River Center in Andorra

Unfortunately there are few pastries, but the double hamburger with bacon and cheese is also tempting, so instead of a cup of coffee, we soon have an extensive lunch. It is now 2.30 pm and we don’t have to eat the rest of the day. After this lavish meal we have to move around so we enter the supermarket. Of course, first to the non-food department. Unfortunately, the water bottle, I bought earlier, is completely sold out. It’s a pity because I like it so much that I wanted another one. Even when climbing up a kitchen staircase, which I took from elsewhere in the shop, I cannot find one on top of. Now we quickly walk to the socks, the reason to return to Andorra. There we discover that there is only one pair of socks left. The replenishment of goods does not run smoothly here. When we’ve finished shopping I decide to walk to the outlet on the other side of San Julia de Loria. It means a walk of 5 miles (back and forth) so Dick stays at home. For me, however, it’s a good exercise and I’m on my way. The sun is shining and it is wonderful weather to walk. It’s 59 degrees. However, the a strong wind is slightly less pleasant. When I arrive at the outlet store, I am immediately recognized. After all, I bought my sunglasses here a month ago and now I want a second, exactly similar, pair. This sunglasses are nice colored and light, protect my eyes well and are not expensive, so a second one for in the car is not an unnecessary luxury. Especially since my old Adidas sunglasses, after years of intensive use, show considerable damage. Since the Adidas glasses are no longer made, it is difficult to buy other glasses. Of course I also look around in this store and search for fanny packs. But I don’t immediately find the wooow factor so, with only a new pair of sunglasses, I return to the Frankia where I arrive at 7 pm. Just in time to stop Dick from calling the police to look for me.

Busride to Andorra la Vella

Since we have enough time to travel north, the weather is nice and all the stores are open on Ascension day in Andorra la Vella, we decide to stay another day on Thursday May 26th. After breakfast with a fresh baguette from the River supermarket (the price has now increased by 20 cents) we walk to the bus stop where fifteen minutes later the bus to the capital picks us up. Although we neatly put on our mask, it soon is obviously that this is no longer mandatory, so the masks are stored.

 

 

Shopping in Andorra la Vella

The drive is only 5.5 miles and after 15 minutes we get out near the main shopping street of the capital, the avenue Meritxell.
Shop after shop invites you to enter their store. A true shopping paradise, especially for women. We stop at the tourist information office to pick up the map with the bus stops for the return bus and then leisurely walk past and through the shops. I still have some desires such as a quick-drying, lightweight towel and of course some socks. But when we pass a headlamp, that one is also added to our shopping basket. This Headlamp also has red light which I can use during night time so I don’t need to disturb sleeping people. Shopping in the big “Pyrenees” store I neither can’t resist a beautiful lightweight shirt.

Lightweight shirt in Tita’s favourite colour

 

Unfortunately Dick doesn’t want to buy anything for himself, even though I think he really needs new shirts and pants. After drinking a coffee at Starbucks mid-afternoon, Dick says it’s enough.
For 6.5 miles, we walked from shop to shop, I admire his stamina. Now he stops and we walk to the bus stop from where a bus return to our motorhome. Only Dick gets on the bus. I still want to see some shops before walking back. I cannot get enough of shopping but also want to walk through the narrow streets of old Andorra la Vella, far from the area of ​​the big shopping giants. The weather is lovely despite the wind, around 75 degrees and it’s no punishment to walk back the 5.5 miles. When I am home at 6 pm, we raise a glass of wine on a wonderful shopping day and admire the new purchases. Not only I have plenty new hiking socks now, I also bought them a lot cheaper than when I had to buy them here at the River department store. We feel rosy because of the strong wind and the bright mountain sun.

Friday May 27th it is significantly cooler, only 61 degrees, but the sun is shining again and the sky is steel blue. After breakfast, with fresh baguette, we drive straight through Andorra to the mountain pass at Grau Roig.

Still snow on the Pas de la Casa

We won’t stay tonight at the parking lot of the ski lifts at 6562 feet, but do stop at the top of the mountain-pass to look for a geocache and to take one last look at the beautiful mountain world of Andorra. It is and remains my favorite country in Europe.  And not only because of the beautiful mountains and wild nature, but also because of strolling through the wonderful shopping streets, with shops that are always open.

The border is just after Pas de la Casa but apparently customs has no interest at all for people entering France because we don’t even have to stop and that while the traffic on the other side of the road, a continuous stream of cars driving up the mountain in a traffic jam, is regularly held. I’m glad we’ve refueled in Andorra before, because here, at the border, the traffic jams in front of the gas stations don’t really make you happy. After crossing the border, an endless descent follows through hundreds of hairpin bends, but eventually we are at the foot of the pass.

Motorhome parking in Venerque

We decide to drive on to the town of Venerque, a small village with a parking space between large trees. We are lucky because two motorhomes soon leave and we can park our Frankia in a beautiful spacious place. Then we walk into the village. We went here once on my birthday, years ago. Then there was a big party along the banks of the river and we enjoyed a concert (according to Dick especially for my birthday). There is not much to do now, but there is a large supermarket so we can buy some food and after wandering for 3 miles, we are back. We read in our books and look at a follow up route that takes us further north.

Saturday, the weather is still good with a sun shining in a steel blue sky and the temperature climbs till 79 degrees. The only bakery is closed and the supermarket is not yet open, so we have breakfast with our old Oroweat bread from Spain. Then we set out on back roads to the north. We drive straight through Toulouse and after 2 hours we arrive in Albi where a new parking lot for motorhomes is made. There is still place to park. We find a nice spot on the edge (my favorite place because then at least we have an unobstructed view on one side), drink a cup of coffee and then walk to the center of Albi. That is not really far away and soon we are at the bridge over the river Tarn.

The Cathedral in Albi

Above the houses we see the imposing Cathedral of Albi, which has the allure of a fortress. The city is nicknamed “the red city” (because of the red bricks) and is on the world heritage list. It is a pleasant city to wander through and your gaze is constantly drawn to the historic, half-timbered brick houses and impressive city palaces. The cathedral, like the surrounding houses, is also built of brick and is not only the largest brick cathedral in the world but also the largest painted cathedral in Europe. Its construction lasted two centuries from 1282 to 1480 and every spot on the inner wall is painted. One of the oldest depictions of the Last Judgment can be seen in the front, dating from the 15th century. It is impressive to look around here. And the narrow medieval streets? We can’t get enough of wandering through and time and again we end up in another hidden corner, wandering in a monastery garden and sneaking through narrow covered alleys, where we think, at any moment, we will see a figure from times gone by. We really are back to the Middle Ages.

Diner on a terrace in Albi

Just in time before the restaurants on the square close their kitchens, we manage to get a seat on one of the terraces. I have good food but Dick’s starter, lettuce with gresiers, looks a bit less. Even though Dick says it tastes good and he has eaten this dish before, the fact that one of the ingredients is gresiers (stomach, not directly involved in the digestion of the food) is reason enough for me to never recommend this dish. And then knowing that, without looking, I told Dick that it would be goat’s cheese. Poor Dick!

Because we keep wandering through this fascinating city, we feel our legs when we head home, but when we sing the pilgrim song “Ultreia” together (we know the melody and the chorus but not yet the whole text) walking immediately becomes a lot easier and we arrive safely at our Frankia, end of the afternoon. As always when we eat something late in the afternoon, we only have a few toasts with French cheese and a glass of wine in the evening.

Because the reviews about the parking in the town of Mende says that it is already full at the end of the morning, we don’t get up too late on Sunday and drive through the French countryside early  morning.

View over the river in Mende

When we arrive in Mende there is more than enough space to park and we can even stay parallel to the river. It is a beautiful spot and the flowing water gives a wonderful sound. After the usual cup of coffee on arrival we walk into the town. It is Sunday and Mother’s Day and therefore extinct everywhere. Of course all shops, but also the few terraces, are closed. That makes a place not really attractive and after we wandered around for a few hours (actually only the old lavoir (washing facility) that the leather workers used, is nice) we walk back to the motorhome. We open all the windows wide. It is now 77 degrees and in our closed camper the temperature has risen above 94 degrees. Fortunately there is some wind so the Frankia can cool down a bit and while Dick stays inside I walk to the river below to write about our experiences at the water’s edge. It is very pleasant sitting on a rock next to the river. After a while Dick comes to see where I am, but does not stay with me. Motorhomes arrive until late in the evening, but nevertheless there is place left to park.

Monday May 30th we first dump our gray and black water, which is not an unnecessary luxury and also fill our water tank again, but then we leave this pleasant parking and drive to Issoire. The landscape is mountainous and we slowly climb over the narrow roads of the French countryside to 3608 feet. Dick’s hakuna keeps refusing to indicate the road we want to drive, so we ride on my hakuna. By the way, I call my GPS Hakuna, because with this one I never ever worry to lose my way. The refusal has to do with a weight restriction at the Issoire exit. There, access by heavier vehicles is only possible for local traffic, but Dicks Hakuna thinks there is no such exception.
We arrive in Issoire at 11 am. Some motorhomes already left so there is plenty of space to park. When we are levelled, we take the bicycles and the two laundry bags and ride to the laundromat in the center.

Walking in Issoire

This one is better than the one at the supermarket, so we prefer to ride the mile and soon we wait at the rotating machines until our clothes are clean and dry. This time we don’t wash our bedding anymore. That goes back home dirty because we have an extra set in our closet. It means one machine less in operation and at 3 pm we can walk into the town. The last time we did laundry this holiday. We have enough clean clothes to come home. The weather is beautiful again, 77 degrees, and so wonderful to walk around in this pleasant town. A lot of shops and restaurants are closed because today its Monday and we cook ourselves and enjoy a burger with a salad.

Tuesday May 31st the weather look a bit different. The sky is completely cloudy and the temperature does not rise above 57 degrees. After breakfast we first face-time with Hannah and Henk. They now stay in Zanzibar, Africa. Of course we want to know how they are doing and so we leave Issoire no earlier than 10 am.

 

A narrow road for the motorhome

Again our route takes us over narrow roads and through small towns and for a moment it is questionable whether we can drive on when we come across a low and narrow gate in the city wall, but with Dick’s driving skills we manage to drive under the watchtower of Ainay le Chateau. Fortunately in Bourges it clears up and we can choose a nice spot to park. Then we walk to the large supermarket of Leclerc. Our kettle has broken and needs to be replaced. But no matter how we look, such a kettle is apparently not used in France, so we walk back. Dick has to use ducktape to repair the kettle so that we can use it for a while. In the evening we buy a burger with fries at the Quick restaurant. It tastes good but is of slightly less quality than the previous ones we got here. This is probably caused by the enormous crowds. At 8 pm the final match of a ball game starts in the stadium across the street and the hundreds of visitors not only fill every parking space with their cars, they also have an urgent need for a burger. And in my opinion the Quick restaurant can’t really handle this crowds. But the food tastes good and we have a full tummy. We look at the huge mass of cars driving into the parking lot and looking for a place to park. I don’t see nor hear them leaving again because then I’m already deep asleep. Dick finds it incomprehensible because it is a huge noise.

View on the city of Auxerre

Wednesday, June 1st, I walk in the morning to the Lidl on the other side of the parking. Great to be so close to a store and one that is open at an early time. We have again a  croissant for breakfast. We leave this always pleasant place with a well-filled stomach and drive through the hilly landscape to Auxerre. Once there, it doesn’t seem like there is a spot and while I ask Dick to drive backwards I walk away to see if we can squeeze in somewhere. A wrong decision because moments later I hear a sound of a car coming into contact with stone. And yes, Dick, who has never been able to see the low concrete edge, touches this stone. Unfortunately we have some damage, not very much, but still enough to be seen. It’s my fault because I really didn’t pay attention. And that while I did see the concrete edge and also thought it was directly behind the motorhome. Immediately the owners of two parked motorhomes appear, looking at us. One of them drives away. So beside damage we also have a spot.
After a few deep sighs (it’s no different) we drink coffee and then walk into the old town of Auxerre. It is dominated by three large churches and around it are small, narrow, medieval streets. A pleasure to walk through. Especially because it is now 2 pm and all the shops are open again. We walk around for a while and notice that we are too late to sit on a terrace and order something to eat, all the kitchens are closed.

Nice Kebab meal

Yet around 4 pm we pass a kebab restaurant that is still willing to prepare food and so we have a nice meal, stared at by every passing Frenchman. Eating at this time of day is not something you do here. But we think it’s fine. We no longer have to cook and we had a good meal. Still, at the end of the afternoon I walk to the supermarket, 550 yards away, because our orange and mandarin juice has been drunk and new has to be purchased. The parking lot empties as the evening progresses. Only three motorhomes stay overnight and it is very quiet.

Now that we’re back in the middle of the city, with shops around the corner, I can’t resist the temptation on Thursday morning to get fresh bread at the supermarket and so we don’t leave Auxerre until 9.30 am. It is only a 80 miles drive to Mailly le Camp, but because we first stop in Troyes to buy something for my pilgrimage at a Decathlon (yes again to this sporting shop) we arrive there three hours later. The parking is located in the middle of the small and deserted village and after dumping our gray and black water here, we decide to continue driving.

The impressive Cathedral in l’Epine

There is nothing to do here and three quarters of an hour later we arrive in the village of L’Epine. Also very small, but with a huge cathedral, which we naturally want to visit. It turns out to be a special place because inside the cathedral is a well, where pilgrims have quenched their thirst for centuries.
Of course we drink (I mean I drink, because Dick doesn’t like the water) from this ancient, 85 feet deep, well. The water is cool and tasty. Unfortunately my bottle is still completely full so I can’t fill it. Let’s just hope that I will encounter such sources more often when I walk to Santiago de Compostella.

 

The well in the Cathedral

We also wander around town and look for a geocache that takes us past the Stations of the Cross. End of the afternoon we are back at our Frankia where we have a nice chat with our fellow motorhomers. We feel sorry for the Englishmen who are on their way home. They have to because they almost completed their 90 days stay in the European Union. Since Brexit, that is their maximum length of stay in a period of 180 days. For the next 90 days they will have to tour their own country. After that period, they are welcome again in the European Union. By the way, the weather remains good even though there are some veil clouds around noon. Towards the evening the sky always clears up and the sun stays in a radiant sky. We enjoy a temperature of 77 degrees.

Washing dishes in the motorhome

Of course we have breakfast on Friday June 3rd with a fresh baguette, after all, the bakery is open from 6 am. When washing the dishes, a beep finally goes off, to warn us that the French propane tank, which we were able to fill at the border with Portugal, is now really empty. That’s nice because now we can exchange this tank before we leave France. That doesn’t work in Reims because the Hyper “U” doesn’t sell the brand Antargas, but just before Laon we find a supermarket where we can exchange.
It actually works out well because in the supermarket in Reims I thought I had done all the shopping, but I have forgotten the meat for the BBQ at Cor and Esme’s house.
While Dick exchanges the propane tank I buy some meat. When the new tank is connected again and the meat is in the fridge, we drive on to Laon.

Walking and shopping in Laon

 

 

We love this nice little town and (more important) our favorite restaurant Agora is located here. Tonight we will of course have dinner there. Unfortunately, the veil clouds get the upper hand and the sun that shines so beautifully, disappears behind a cloud cover. But it is dry and warm, 74 degrees, so we still wander around town in the afternoon. It is busy, mainly with English people. Possibly the result of the car rally for old cars that will be held here on Sunday. After wandering around 3 miles through the narrow streets of this town located high on the hill, we of course pay a visit to the always impressive cathedral (it’s really huge) and then we walk back to our Frankia. It stays no longer alone but got a neighbor motorhome.
After drinking an alcohol-free beer, it is time to walk to the center and at 7 pm we are seated in our reserved place in the restaurant and we enjoy, as always, an excellent meal.

Arriving at Esmé en Cor in Liart

Saturday morning the sun shines again in a blue sky. It is wonderful to take a morning walk to the bakery through the deserted medieval streets. After breakfast we drive to Liart where Esme and Cor have their house.
We do stop on the way in Rozoy to dump because that is neither possible in Laon nor in Liart. But the town of Rozoy is on the way and we don’t have to make a detour. Because we already did the shopping for dinner yesterday, we arrive at 11 am in Liart where we are warmly greeted by Esme and Cor.
Not much later we sit on the terrace enjoying coffee and exchanging information. Time flies and before we know it is 2 pm and lunchtime.

Working in the house in Liart

Then Cor and Dick go to work. There is still a lot to be done in this house. Esme clean out her closet and stock up and I sit down behind my laptop to write down our story. I’m behind on writing. We had too much to do this holiday. I’m in a writing mood so it goes fast and since Dick and Cor don’t stop until 6 pm, I have a lot of time.
After the men took a shower, they really made progress with placing an extra wall in an upstairs room, we have a drink together. The Alsace wine we bought in L’Epine is really good so we will have to return.
Since Cor is a master at barbecuing, the barbecued meat, together with the vegetable dish and melon prepared by Esme, taste very good. At 11 pm we go to bed, stared at by the cows that have gathered next to our Frankia. Fortunately, behind a fence.
That this fence is not a guarantee that they will stay there is obvious when, next morning  I see 4 cows strolling along the road. A strange view because they walk without any human being present. Later it turns out that they have escaped.

Sunday morning June 5th we wake up early because I want to get fresh bread in Liart. Despite the fact that today is Sunday, the supermarket is open in the morning. It is also the only shop in the village. Liart is, back and forth, 5 miles from Cor and Esme’s estate. I could have walked but then everyone had to wait too long, so Dick takes my bike out of the garage and soon I ride through the rolling countryside of the French Ardennes to the supermarket in the small city. The croissants and baguette taste good.

Route planning for the bike ride

Then it’s time to talk about the journey Cor wants to make. Cycling from his home in the Netherlands to this house in France. Dick will join us on that trip, hopes to cycle parts along the way, but will mainly drive the camper from overnight place to overnight place. Cor has now planned a route along the Maas of about 500 kilometers that we will view and comment on and which I can further work on to look for places to stay for the camper.
We drink another coffee and discuss the men’s journey and of course my hike to Santiago the Compostela is also discussed.
But then it’s time to work again because there is a long list of jobs to do in this house in France.

Since a concrete floor has to be poured today, they are really busy. Unfortunately it is pouring rain, a big contrast with the sun yesterday, so staying outside is not really pleasant and I am going to sit at my laptop. Esme is reading. It continues to rain all day long. Fortunately, it clears up towards evening and it becomes dry. We see clearly that a lot of water has fallen. Small lakes have formed on the lawn. After the men have showered and we admired their nice poured concrete floor, Esme, Dick and me become guinea pigs for Cor.

Preparing “Flammkuchen”

Soon they will organize a tasting evening for Alsace wines at the wine guild. Flammkuchen are served with it and we have to test them. We have no objection at all and the homemade flammkuchen tastes good. Late in the evening I make some spaghetti carbonara. Despite the earlier tasting that also tastes good because there is only a mini leftover. Of course we chat for a long time and have fun. Again we go late to bed, 11.30 pm. It is dead quiet outside on this narrow back road and only the cows are seen and heard.

Monday June 6th we cannot buy fresh bread because the shop is closed today but there is still some bread left and we also have French survival bread so we are not short of food.

Breakfast in Liart

After the breakfast together, we leave, waved goodbye by Cor and Esme, who are staying another day. We had nice days together again. In Givet we dump our gray and black water and then, because we miss a turn, we continue along the river Maas. This is part of the route that Cor and Dick will take end of August. A beautiful route and when we drive through the lively town of Dinant, I definitely want to return there. After Dinant we climb up inland and soon arrive on the highway that leads north. When we arrive in Bergen op Zoom, Netherlands, there is space to park on the boulevard. This is probably due to the fact that the weather is not particularly good. There is a strong wind blowing and now and then it drizzles.

Stormy weather Bergen op Zoom

The beach bars don’t really have customers. Because the wind is blowing so hard I don’t really want to get Chinese food tonight so I walk to the supermarket close by and buy food. Once again stew because with this weather it fits well. In the evening we can watch TV. After maneuvering the motorhome back and forth, we manage to avoid the trees in such a way that we have a signal. Although the rain stopped, the sky remains gray and there is still a strong wind blowing.

Tuesday June 7th we drive away after breakfast with fresh croissants. Fortunately the sky clears up as we get further north and arrive at home at 10 am. Now the sun is shining. Dick parks the Frankia behind our house and we start unloading. It’s like a migration, especially when we’ve been away for so long. After everything is piled up in the living room, we polish the inside and outside of the motorhome.

Cleaning the carpet in the garden

Not really an unnecessary luxury and when Dick is going to polish the carpet with detergent, a lot of dirt comes off. End of the afternoon everything is clean and Dick returns the Frankia to our storage. In the meantime, I bring all the things where they belong and the washing machine starts working overtime.

We had a wonderful time but it is also nice to be home again.

In total we drove 4878 miles with our motorhome,
We cycled 51 miles and
We walked 208 miles.
The latter was an absolute necessity because I had to make miles.

Geplaatst in ENGLISH VERSION | Reacties uitgeschakeld voor Again to south Europe – part 3

Opnieuw naar het zuiden van Europa – deel 3

En alweer op weg naar het zuiden, deel 3
April tot juni 2022

Woensdag 25 mei zijn er nog wel wat wolken maar de blauwe lucht heeft de overhand en de zon schijnt weer volop. Wel waait er een harde wind en is het niet echt warm buiten met 14 graden. Het is nog 220 km naar Andorra en de weg ernaartoe is schitterend.
We passeren turquoise stuwmeren en rijden door een smalle kloof waar tunnels ons door het steeds smallere dal verder leiden. In de verte zien we besneeuwde bergen. Na het smalle dal met zijn hoog oprijzende bergen klimmen we hoger en hoger over steeds smallere kronkelende wegen. Ik ben blij dat we geen tegenliggers tegenkomen want op veel punten zou dat enigszins tot problemen leiden, maar we boffen. Tegenliggers komen we pas tegen als we twee bergen verder afgedaald zijn naar op een brede weg die naar Andorra voert.
Alhoewel er veel zeker 30 campers staan achter de supermarket River is er nog voldoende plek voor onze camper en nadat we de Frankia geparkeerd hebben wandelen we naar het restaurant toe om koffie en gebak te gaan nemen.

Lunch bij River Center Andorra

Helaas zijn er weinig gebakjes maar de dubbele hamburger met bacon en kaas lokt ook dus in plaats van een kop koffie zitten we al snel aan een uitgebreid middagmaal waarmee we de rest van de dag, het is inmiddels half drie wel voortkunnen. Om toch in beweging te blijven wandelen we na deze overvloedige maaltijd de supermarket in, natuurlijk eerst naar de non-food afdeling. Helaas is de waterfles die ik eerder gekocht heb volledig uitverkocht. Wel jammer want hij bevalt zo goed dat ik er nog één wilde hebben. Zelfs bij het beklimmen van een keukentrap, die ik elders uit de winkel heb weggehaald, kan ik geen exemplaren meer ontdekken dus snel wandelen we naar de sokken, dé reden om terug te keren naar Andorra. Daar ontdekken we dat er slechts een paar sokken is. De aanvulling van goederen loopt dus niet zo gladjes. Als we uit gewinkeld zijn besluit ik ook nog even naar de outlet aan de andere zijde van San Julia de Loria te wandelen.
Het betekent een wandeling van 8 km (heen en weer) dus Dick houdt dit voor gezien. Voor mij is het echter een goede oefening en dus begeef ik mij op weg. De zon schijnt volop en het is met 15 graden graden heerlijk wandelweer. Wel waait er een harde wind wat iets minder aangenaam is. Bij de outlet store aangekomen word ik direct herkent. Een maand geleden heb ik hier immers mijn zonnebril gekocht en nu wil ik een tweede, exact gelijkend, exemplaar hebben. Hij is namelijk lekker licht, beschermd goed mijn ogen en dus is een tweede exemplaar voor in de auto geen overbodige luxe. Temeer daar mijn oude Adidas zonnebril, na alle jaren van intensief gebruik, behoorlijke beschadigingen vertoont. Daar de Adidas bril niet meer gemaakt wordt is het lastig om nog andere glazen te kopen. Natuurlijk kijk ik ook op mijn gemakje rond in deze winkel en besteed met name aandacht aan heuptasjes maar eigenlijk vind ik niet direct de “woow” factor dus wandel ik, met slechts een nieuwe zonnebril, terug naar de camper waar ik tegen 7 uur aankom. Net op tijd om Dick te weerhouden de politie te bellen om me te gaan zoeken.

Met de bus naar Andorra la Vella

Daar we voldoende tijd hebben om naar het noorden te reizen, het mooi weer is en op deze Hemelvaartsdag alles gewoon open is in de hoofdstad Andorra la Vella besluiten we donderdag 26 mei nog een dagje te blijven. Na het ontbijt met lekker vers stokbrood uit de supermarkt River wandelen we naar de bushalte waar vijftien minuten later de bus naar de hoofdstad ons oppikt. Hoewel we keurig ons mondkapje op hebben blijkt al snel dat dat helemaal niet meer verplicht is dus snel zijn de maskers af en hebben we vrij zicht op de weg naar het centrum.

Winkelen in Andorra la Vella

 

Daar de afstand slechts 9 km is stappen we al snel uit vlakbij de belangrijkste winkelstraat van de hoofdstad, de avenue Meritxell, waar winkel aan winkel je uitnodigen om binnen te komen. Een waar winkelparadijs. We stoppen bij de toerist information om de kaart te halen waar de bushaltes op staan voor de terug-bus en wandelen dan op ons gemakje langs en door de winkels. Ik heb nog wat verlangens voor mijn pelgrimstocht dus wandelen we winkel in en winkel uit. Voor mij heerlijk maar voor Dick , die toch niet zo van rondkijken in winkels houdt, wat minder. Maar hij volgt mij trouw, zoekt alleen gerichter waardoor uiteindelijk toch enkele aankopen gedaan kunnen worden zoals een snel droogbare en lichtgewicht handdoek, dure New Balance sokken, die prima werken aan mijn voeten. Dick vindt een schitterend hoofdlampje, met ook een rood licht zodat je anderen in het donker niet stoort, en dat wordt ook in ons aankoopmandje gedaan.

Lichtgewicht shirt in Tita’s kleur

Het prachtige lichtgewicht shirt in de luxe winkel “the Pyrenees” kan ik evenmin weerstaan. Helaas wil Dick niets kopen en dat terwijl ik van mening ben dat hij toch echt nieuwe shirts en broeken nodig heeft. Na de koffie bij Starbucks halverwege de middag houdt Dick het voor gezien, we hebben inmiddels zeker 11 km rondgesjouwd winkel in winkel uit en ik bewonder zijn uithoudingsvermogen.
Nu is het genoeg en even later staan we bij de bushalte waar vandaan een bus richting camper zal gaan. Alleen Dick stapt op. Ik dwaal nog even langs wat winkels en door de smalle straatjes van het oude Andorra la Vella, ver van het gebied van de grote winkelgiganten. En dan aanvaard ik de terugreis per benenwagen. Het is heerlijk weer ondanks het windje, rond de 24 graden en geen straf om de 9 km terug te wandelen.
Als ik om 6 uur terug ben, heffen we een lekker glaasje wijn op een heerlijke winkeldag en bewonderen we de nieuwe aankopen. Niet alleen heb ik nu voldoende nieuwe wandelsokken, ik heb ze zelfs goedkoper dan wanneer ik ze hier in het River warenhuis had moeten kopen, omdat ze in de stad afgeprijsd waren. Laat liggen we niet in bed want we zijn rozig van al dat buiten zijn in de bergen.

Vrijdag 27 mei is het beduidend koeler, slechts 16 graden, maar opnieuw schijnt de zon en is de lucht staalblauw. Na het ontbijt, met lekker vers stokbrood, rijden we dwars door Andorra de bergpas op bij Grau Roig, We blijven nu niet op dit schitterende parkeerterrein van de skiliften op 2000 meter.

Nog sneeuw op Pas de la Casa

Wel stoppen we even boven op de berg om een geocache te zoeken en nog een laatste blik te kunnen werpen op de schitterende bergwereld van Andorra. Het is en blijft mijn lievelingsland in Europa . En dat niet alleen vanwege de schitterende bergen en woeste natuur maar ook vanwege het slenteren door de heerlijke winkelstraten, met winkels die altijd open zijn.

De grens ligt vlak na Pas de la Casa maar klaarblijkelijk is er geen enkele interesse voor mensen die Frankrijk binnenrijden want we hoeven niet eens te stoppen en dat terwijl het verkeer aan de andere zijde van de weg, een onafgebroken stroom auto’s in file de berg oprijdend, regelmatig aangehouden wordt. Ik ben blij dat we al eerder in Andorra getankt hebben want van de files voor de tankstations word je niet echt blij. Nadat we de grens over zijn, volgt een eindeloze afdaling via honderden haarspeltbochten maar uiteindelijk zijn we dan toch aan de voet van de pas.

Camperplek Venerque

We besluiten door te rijden naar Venerque, een klein dorpje met een parkeerplek tussen grote bomen. We boffen want bij aankomst vertrekken al snel twee campers zodat we onze Frankia op een prachtige ruime plek kunnen parkeren en wandelen dan het dorpje in. We zijn hier jaren geleden eens geweest op mijn verjaardag. Toen was er een groot feest langs de oevers van de rivier en genoten we van een concert (volgens Dick speciaal voor mijn verjaardag) maar verder hebben we hier nooit rondgelopen. Er is niet veel te doen maar er is wel een grote supermarket zodat we weer wat eten kunnen halen en na 5 km ronddwalen zijn we weer terug bij de camper waar we lekker gaan lezen en opnieuw de route bekijken die ons verder noordwaarts brengt.

Zaterdag is het nog steeds heerlijk weer met een zon die aan een staalblauwe hemel staat en de temperatuur klimt op naar 26 graden. Omdat de enige bakker gesloten is en de supermarket nog niet open is ontbijten we met ons oude Oroweat brood uit Spanje en gaan dan op weg over binnenwegen naar het noorden. We rijden dwars door Toulouse en na 2 uur arriveren we in Albi waar een nieuwe parkeerplek voor campers is gemaakt en voldoende plek is. We vinden een mooi plekje aan de rand (de favoriete plekjes van mij want dan heb je in ieder geval aan een kant een onbelemmerd uitzicht), drinken een kop koffie en wandelen dan naar het centrum van Albi. Dat is niet echt ver en al snel zijn we bij de brug over de rivier de Tarn.

De imposante Kathedraal van Albi

Boven de huizen is de imposante kathedraal van Albi te zien die de allure van een burcht heeft. De stad heeft de bijnaam rode stad en staat op de wereld erfgoed lijst. Het is een fijne stad om doorheen te dwalen en je blik wordt voortdurend getrokken door de historische bakstenen vakwerkhuizen en indrukwekkende stadspaleizen.
De kathedraal is net als de omliggende huizen ook uit baksteen opgetrokken en niet alleen de grootste bakstenen kathedraal ter wereld maar ook de grootste beschilderde in Europa. De bouw heeft twee eeuwen geduurd van 1282 tot 14 80 en ieder plekje op de binnenmuur is beschilderd. Een van de oudste voorstellingen van het Laatste Oordeel is voorin te zien, stamt uit de 15e eeuw en is erg indrukwekkend.
Het is indrukwekkend om hier rond te kijken.
En de smalle middeleeuwse straatjes? We krijgen er geen genoeg van om doorheen te dwalen en telkens weer komen we in een ander verborgen hoekje terecht, dwalen in een kloostertuin en sluipen door smalle overdekte steegjes waar we ieder moment een figuur uit voorbije tijden denken te zien. We wanen ons hier echt in de middeleeuwen.

Diner op een terras in Albi

Nog net op tijd voor de restaurantjes op het plein hun keukens sluiten, lukt het een zitplek te bemachtigen op een van de terrasjes. Ik heb lekker eten maar het voorgerecht van Dick, sla met “gresiers”, ziet er wat minder uit. Ook al zegt Dick dat het goed smaakt en hij dit gerecht al eerder heeft gegeten, het feit dat één van de ingrediënten spiermaag is (de maag die niet direct betrokken is bij de vertering van het eten) is voor mij reden genoeg om dit gerecht nimmer te bestellen. En dan te bedenken dat ik zonder te kijken Dick gezegd had dat het wel geitenkaas zou zijn. Arme Dick !

Omdat we maar blijven ronddwalen door deze fascinerende stad voelen we het laatste stuk onze benen wel maar als we samen het pelgrimslied “Ultreia” zingen (we kennen de melodie en het refrein maar nog niet de hele tekst) gaat het lopen direct een stuk makkelijker en arriveren we eind van de middag toch nog bij onze Frankia. Zoals altijd als we laat ergens wat hebben gegeten volstaan we ’s avonds met het eten van enkele toastjes met Franse kaas en een lekker glaasje wijn.

Omdat de recensies over de parking in Mende zeggen dat deze eind van de ochtend al volloopt, staan we zondag niet te laat op en rijden al vroeg in de ochtend over het Franse platteland.

Rivier vlakbij camperplek in Mende

We arriveren ruimschoots op tijd in Mende want er is meer dan genoeg plek om te staan en we kunnen zelfs parallel aan het riviertje onze Frankia neerzetten. Het is een prachtig plekje en het stromend water geeft een heerlijk geluid. Na de gebruikelijke kop koffie bij aankomst wandelen we het stadje in. Het is zondag én Moederdag én dus overal uitgestorven. Natuurlijk zijn alle winkeltjes, maar ook de weinige terrasjes, gesloten. Dat maakt een plaatsje niet echt aantrekkelijk en nadat we enkele uurtjes rond hebben gedwaald (eigenlijk is alleen het oude lavoir dat de leerbewerkers gebruikten leuk) lopen we weer terug naar de camper waar we alle ramen wagenwijd openzetten. Het is inmiddels 25 graden en in onze afgesloten camper is de temperatuur tot boven de 35 graden opgelopen. Gelukkig waait er een beetje wind zodat de camper binnen wat kan afkoelen en terwijl Dick binnen blijft zitten wandel ik naar het riviertje beneden ons om daar aan de rand van het water weer wat te schrijven over onze belevenissen. Het is erg aangenaam aan het water dus Dick komt op een gegeven moment kijken waar ik ben, maar komt niet zelf ook naar beneden. Nog tot laat in de avond arriveren er campers maar desondanks blijft er plek over om je camper neer te zetten.

Maandag 30 mei dumpen we eerst ons grey en black water, wat geen overbodige luxe is en ook onze watertank mag weer gevuld worden, maar daarna verlaten we deze aangename plek en rijden naar Issoire. Het landschap is bergachtig en langzaam klimmen we over de smalle wegen van het Franse platteland naar 1100 meter. De hakuna van Dick blijft weigeren de weg die we willen rijden aan te geven en dus rijden we maar op mijn hakuna. Het heeft te maken met een gewichtsbeperking bij de afrit naar Issoire. Daar is de toegang van zwaardere wagens wel mogelijk is voor locaal verkeer maar Dicks hakuna denkt dat die uitzondering er niet is. In Issoire arriveren we al om 11 uur. Er zijn net wat campers vertrokken dus er is volop plek om onze camper neer te zetten. Nadat deze goed staat pakken we de fietsen en de beide waszakken en gaan wassen.

Wandelen in Issoire

De laverie in het stadje is net wat beter dan die bij de supermarket dus liever rijden we die 1,5 km en al snel wachten we bij de draaiende machines tot onze kleding schoon en droog is. Ditmaal wassen we ons beddengoed niet meer. Dat gaat vuil mee terug naar huis want we hebben nog een extra set in de kast. Dat betekent een grote machine minder in bedrijf en om 3 uur wandelen we gezellig het stadje in. We hebben nu voldoende schone kleding om weer thuis te komen.
Het is opnieuw schitterend weer, 25 graden, en dus heerlijk om in dit gezellige stadje rond te lopen. Wel is er veel gesloten maar dat kan zijn omdat het vandaag maandag is. ‘s Avonds eten we lekker weer eens een burger met een salade.

Dinsdag 31 mei ziet het weer er wel wat anders uit. De lucht is volledig bewolkt en de temperatuur komt niet boven de 14 graden. Na het ontbijt face-timen we eerst met Hannah en Henk die inmiddels in Zanzibar in Afrika zitten. Natuurlijk willen we weten hoe ze het hebben en dus vertrekken we niet eerder dan 10 uur uit Issoire.

De doorgang past net

Opnieuw voert de weg ons over smalle wegen en door kleine stadjes en even is het de vraag of we wel door kunnen rijden als we een lage smalle poort tegenkomen maar met de behendigheid van Dick lukt het ons onder de wachttoren van Ainay le Chateau te rijden. In Bourges klaart het gelukkig op en kunnen we een mooi plekje kiezen om de camper neer te zetten en dan wandelen we naar de grote supermarket van Leclerc. Onze fluitketel is kapotgegaan en moet vervangen worden. Maar hoe we ook zoeken zo’n ketel wordt in Frankrijk kennelijk niet gebruikt dus als we terug zijn in de camper brengt Dick met Duct tape de fluitketel weer zodanig in orde dat we deze nog even kunnen gebruiken. ‘s Avonds halen we natuurlijk een heerlijke burger met fritekes bij het Quick restaurant. Het smaakt goed maar is toch van iets mindere kwaliteit dan de vorige exemplaren die we hier gehaald hebben. Waarschijnlijk wordt dat veroorzaakt door de enorme drukte. Om 8 uur begint de finalewedstrijd van een balsport in het stadion aan de overkant en de honderden bezoekers zetten niet alleen ieder parkeerplekje vol met hun auto’s , ook hebben zij allemaal een dringende behoefte aan een burger. En deze drukte kan het Quick restaurant vlgs mij niet echt aan. Maar we eten lekker en hebben een gevuld buikje. En kijken onze ogen uit naar de enorme drukte op het parkeerterrein. Ik maak niet meer mee dat iedereen weer vertrekt want dan lig ik al diep in slaap. Voor Dick is dat onbegrijpelijk want het is een lawaai van jewelste.

Zicht op Auxerre

Woensdag 1 juni wandel ik in de ochtend naar de Lidl aan de andere kant van de parking. Heerlijk om zo dicht bij een winkel te staan en dan ook nog eentje die op een vroeg tijdstip open is. Het is weer eens tijd voor een lekker croissantje als ontbijt. Met een goed gevulde maag vertrekken we uit deze altijd fijne plek. Door het heuvelachtige landschap rijden we naar Auxerre. Daar aangekomen lijkt het niet direct of er een plekje is en terwijl ik Dick vraag achteruit te rijden wandel ik weg om te kijken of we ons ergens nog tussen kunnen persen. Een foute beslissing want ik hoor even later een geluid van een wagen die in aanraking komt met steen. En ja hoor, Dick, die nooit de lage betonrand heeft kunnen zien, komt er mee in aanraking. Helaas schade. Gelukkig niet heel veel maar toch voldoende om de rechter bumper te moeten repareren. En dat is mijn schuld want ik heb echt niet opgelet. En dat terwijl ik wel de betonnen rand zag liggen en ook dat die in de rijrichting van de camper lag. Direct komen de eigenaren van de twee geparkeerde campers tevoorschijn. Een van hen zal zo wegrijden. Dus we hebben naast schade ook een plek. Na enkele diepe zuchten (het is niet anders) drinken we koffie en wandelen dan het oude stadje Auxerre in.
Het wordt gedomineerd door drie grote kerken en erom heen bevinden zich kleine, smalle, middeleeuwse straatjes. Een plezier om doorheen te lopen. Zeker ook omdat het inmiddels twee uur is en alle winkeltjes ook weer geopend worden. We lopen een tijdje rond en bemerken dat we te laat zijn om nog op een terrasje te gaan zitten om wat te eten. Inmiddels is het half 3 en de keukens zijn gesloten.

Heerlijke Kebab maaltijd

Toch komen we rond 4 uur langs een kebab restaurantje wat wel nog bereid is om eten te klaar te maken en dus zitten we snel aan een lekkere maaltijd, aangekeken door iedere passerende Fransman. Eten op deze tijd van de dag is niet iets wat je hier doet. Maar wij vinden het prima. We hoeven nu niet meer te koken en hebben heerlijk gegeten. Toch moet ik eind van de middag toch nog even naar de supermarkt, 500 meter verderop, want onze orange- en mandarijnen jus is op en de voorraad moet aangevuld worden. De parking loopt, naarmate de avond vordert, leeg. Slechts drie campers blijven overnachten en het is derhalve zeer rustig.

Nu we weer midden in de stad staan, met winkels om de hoek, kan ik de verleiding donderdagochtend niet weerstaan om heerlijk vers brood te halen bij de supermarket en dus rijden we pas om half 10 weg uit Auxerre. Het is slechts 130 km rijden naar Mailly le Camp maar omdat we eerst in Troyes stoppen om bij een Decathlon nog wat te halen voor mijn pelgrimage, arriveren we daar pas drie uur later. De parking ligt midden in het kleine doodse dorpje en nadat we ons grey en black water hier gedumpt hebben besluiten we toch door te rijden.

De Kathedraal in l’Epine is indrukwekkend

Hier is niets te beleven en drie kwartier later komen we in het dorpje L’Epine. Ook heel klein maar wel met een enorme kathedraal, die we natuurlijk willen bekijken. Het blijkt een bijzondere plek te zijn want binnen in de kathedraal bevindt zich een waterput, waar pelgrims al eeuwenlang hun dorst lessen. Natuurlijk drinken wij (ik bedoel ik, want Dick is niet zo van het water) uit deze eeuwenoude, 26 meter diepe, put. Het water smaakt koel en is lekker. Helaas is mijn fles nog helemaal vol dus kan ik deze niet vullen. Nu maar hopen dat ik dergelijke bronnen vaker zal tegenkomen als ik naar Santiago loop.

De waterput in de Kathedraal

We dwalen ook nog wat rond in het stadje en zoeken een geocache die ons langs een kruiswegstatie voert. Pas eind van de middag zijn we terug bij onze camper waar we nog gezellig met onze mede camperaars kletsen. We hebben medelijden met de Engelsen die op weg naar huis zijn. Ze moeten wel want hebben er bijna hun 90 dagen verblijf in de Europese Unie op zitten. Sinds de Brexit is dat hun maximale verblijfsduur in 180 dagen. De volgende 90 dagen zullen ze in hun eigen land moeten rondtoeren want daarna zijn ze pas weer welkom in de Europese Unie. Het weer blijft trouwens onveranderd goed ook al zijn er, rond het middaguur, wel wat sluierwolken. Tegen de avond klaart de lucht altijd weer op en staat de zon aan een stralende hemel en mogen we genieten van een temperatuur van 25 graden.

Afwassen in de camper

Natuurlijk ontbijten we vrijdag 3 juni weer met vers stokbrood, de bakker is immers al vanaf 6 uur open. Bij het afwassen gaat eindelijk het piepje af om ons te waarschuwen dat de Franse propaanfles, die we aan de grens met Portugal hebben kunnen vullen, nu echt leeg is. Wel fijn want nu kunnen we deze fles nog omruilen voor ons vertrek uit France. In Reims lukt dat niet want de Hyper U verkoopt geen Antargas maar net voor Laon vinden we wel een supermarkt waar we deze fles kunnen omruilen. Het komt goed uit want in de supermarket in Reims dacht ik alle boodschappen te hebben gedaan maar ik blijk het vlees voor op de BBQ bij Cor en Esme straal vergeten te zijn. Terwijl Dick bezig is de propaanfles te ruilen kan ik vlees halen. Als de nieuwe fles bevestigd is en het vlees in de koelkast ligt, kunnen we doorrijden naar Laon.

 

Wandelen en winkelen in Laon

 

 

Het blijft een leuk stadje en ons favoriete restaurantje Agora bevindt zich hier. Vanavond gaan we daar natuurlijk eten. Helaas krijgt de sluierbewolking de overhand en verdwijnt de eerst zo lekker schijnende zon achter een wolkendek maar het is droog en warm, 23 graden, dus kunnen we in de middag toch nog lekker ronddwalen door het stadje. Het is er druk, voornamelijk met Engelsen. Mogelijk het gevolg van de autorally voor oude wagens die hier met de pinksterdagen zal worden verreden. Na een kleine 5 km ronddwalen door de smalle straatjes van dit hoog op de berg gelegen stadje brengen we natuurlijk alsnog een bezoek aan de altijd imposante kathedraal (wat is deze toch groot) en wandelen dan terug naar onze camper die inmiddels niet meer alleen staat maar een buurman heeft gekregen.
Na een alcoholvrij bier gedronken te hebben is het tijd om naar het centrum te lopen en om 7 uur zitten we op onze gereserveerde plaats in het restaurant en genieten we, zoals altijd,  van een voortreffelijke maaltijd.

Landgoed van Esmé en Cor in Liart

Zaterdagochtend schijnt de zon weer aan een blauwe hemel. Het is heerlijk om een ochtendwandeling te maken naar de bakker door de uitgestorven middeleeuwse straatjes. Na een lekker ontbijt rijden we naar Liart waar Esmé en Cor hun huis hebben. Wel stoppen we onderweg nog in Rozoy om te dumpen want dat kan noch in Liarrt noch in Laon maar we hoeven er niet voor om te rijden.
Omdat we gisteren al inkopen voor het eten hebben gedaan arriveren we al om 11 uur in Liart waar we hartelijk begroet worden door Esmé en Cor en niet veel later zitten we heerlijk op het terras te genieten van koffie en wisselen we verhalen uit. De tijd vliegt en voor we er erg in hebben is het twee uur en lunchtijd.

Aan het werk in Liart

Daarna gaan Cor en Dick nog klussen, Esmé haar kast inruimen en de voorraad opnemen en ik ga achter de laptop zitten om mijn verhaal neer te schrijven. Daar loop ik echt achter. Ik ben in een schrijfstemming dus het vlot snel. Ook het werk van Cor en Dick gaat voorspoedig maar het moet natuurlijk wel afgemaakt worden dus stoppen ze pas tegen 6 uur en dus heb ik veel tijd. Nadat de mannen gedoucht hebben, ze zijn echt opgeschoten met het plaatsen van een extra wand in een bovenkamer, drinken we met elkaar een glaasje. De Elzas wijn die we in l’ Epine hebben gekocht is echt lekker dus we zullen daarnaar terug moeten.
Daar Cor een meester is in het barbecueën hoef ik niet te zeggen dat het gebarbecuede vlees samen met de door Esme bereide groenteschotel en meloen zeer goed smaakt. Om 11 uur duiken we ons bed in, aangestaard door de koeien die zich naast onze camper verzameld hebben. Gelukkig wel achter een hek.

Dat dat niet een garantie is dat koeien daar ook blijven, blijkt wel als ik de volgende ochtend 4 koeien op hun gemakje langs de weg zie slenteren. En dat zonder dat er een menselijk persoon bij is. Later blijkt dat ze ontsnapt zijn.

Zondagochtend 5 juni zijn we al vroeg wakker want ik wil vers brood in Liart halen. Ondanks het feit dat het vandaag 1e pinksterdag is de supermarket in de ochtend open (het is ook de enige winkel in het dorp. Liart ligt bijna 8 km van het landgoed van Cor en Esmé dus ik had het goed kunnen lopen maar dan moet iedereen zo lang wachten dus haalt Dick mijn fiets uit de garage en rij ik al snel door het glooiende landschap van de Franse Ardennen. De croissants en het stokbrood smaken goed. Het is altijd gezellig om samen te ontbijten.

Route bespreking

Daarna is het tijd om over de tocht te praten die Cor wil maken. Fietsen vanuit zijn huis in Nederland naar dit huis in Frankrijk. Dick gaat mee op die tocht, hoopt onderweg ook stukken te fietsen maar zal voornamelijk de camper van overnachtingsplek naar overnachtingsplek rijden. Cor heeft inmiddels een route gepland langs de Maas van zo’n 500 kilometer die we bekijken en becommentariëren en waar ik verder mee aan de slag kan gaan om naar overnachtingsplekken voor de camper te gaan zoeken. We drinken nog een koffie en spreken door over de tocht van de mannen en natuurlijk komt ook mijn wandeltocht naar Santiago ter sprake. Maar dan wordt het echt tijd voor de mannen om nog wat te werken. Dit huis in Frankrijk heeft een lijst van werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden, dus voorlopig zijn de mannen nog wel enige tijd bezig.

Daar er vandaag een betonnen vloer gestort moet worden zijn de mannen wel enige tijd bezig. Helaas stortregent het, een groot contrast met de zon gisteren, dus is buiten vertoeven niet echt aangenaam en ga ik maar weer eens achter de computer zitten. Esmé gaat lekker lezen. De gehele dag blijft het regenen. Alleen tegen de avond klaart het gelukkig op en wordt het droog. Dat er veel water gevallen is merken we duidelijk aan het sompige gras. Nadat de mannen gedoucht zijn en wij hun mooi gestorte betonnen vloer bewonderd hebben worden Esmé, Dick en ik proefkonijn voor Cor.

Flammkuchen maken

Binnenkort heeft hij bij het Bier- en Wijn gilde een proefavond voor Elzasser wijnen, waar Flammkuchen bij geserveerd worden. En laten wij nu moeten voorproeven. We hebben er geen enkel bezwaar tegen en de zelf bereide flammkuchen smaken prima. Laat in de avond maak ik nog wat spaghetti met carbonara saus. Ondanks de eerdere proeverij smaakt ook dat best goed want er blijft slechts een mini restje over. Natuurlijk kletsen we weer lang met elkaar en het is gezellig. Pas echt laat in de avond tegen half 12 vertrekken we naar onze camper. Het is buiten, aan deze smalle binnenweg, doodstil en alleen de koeien laten soms even van zich horen.

 

Maandag 6 juni is brood halen er niet bij want de winkel is vandaag dicht maar er is nog wat brood over en we hebben ook nog Frans overlevingsbrood dus we komen geen eten te kort.

Ontbijten in Liart

Na een lekker ontbijt met elkaar vertrekken wij, uitgezwaaid door Cor en Esmé, die nog een dagje blijven. We hebben weer gezellige dagen samen gehad. In Givet dumpen we ons grey en black water en rijden dan, omdat we een afslag missen, verder langs de Maas. Dit is een deel van de route die Cor en Dick eind augustus zullen rijden. Een schitterend traject en als we door het levendige stadje Dinant rijden, wil ik daar zeker eens terugkeren. Na Dinant klimmen we omhoog het binnenland in en komen dan al snel op de grote weg die naar het noorden voert.

Als we in Bergen op Zoom aankomen, blijkt er plek te zijn om de camper te parkeren. Debet daaraan is waarschijnlijk dat het weer niet bijzonder goed is. Er waait een harde wind en zo nu en dan miezert het wat.

Het waait hard in Bergen op Zoom

De strandtenten aan weerszijden van ons op de boulevard hebben niet echt klandizie. Omdat het zo hard waait heb ik niet echt zin om vanavond nog chinees eten te halen dus wandel ik naar de dichterbij gelegen supermarket en haal eten voor vanavond. Weer eens stamppot want met dit gure weer past dat goed.  In de avond kunnen we toch TV kijken. Dankzij het heen en weer manoeuvreren van de camper lukt het de bomen zodanig te ontwijken dat we toch signaal hebben. Alhoewel het regenen gelukkig gestopt is blijft de lucht grijs en grauw en waait er nog steeds een straffe wind.

Dinsdag 7 juni rijden we na het ontbijt met heerlijke verse croissants weg. Gelukkig klaart de lucht steeds verder op naarmate we noordelijker komen en als we om 10 uur thuiskomen schijnt zelfs de zon. Dick parkeert de camper achter ons huis en we beginnen de camper leeg te halen. Het is altijd net een volksverhuizing en zeker als we zo lang weggeweest zijn. Nadat alles leeg is gaan we de binnen en buitenkant poetsen.

Tapijt reinigen in de tuin

Niet echt een overbodige luxe en zeker als Dick ook het tapijt met wasmiddel onderhanden neemt komt er heel veel vuil af. Uiteindelijk is eind van de middag alles schoon en kan Dick de camper naar onze stalling brengen. Ondertussen breng ik alle spullen daar waar ze thuishoren en gaat de wasmachine overuren draaien.

We hebben een heerlijk tijd gehad maar het is ook weer fijn om thuis te zijn.

Totaal hebben we 7850 km met onze camper gereden,
hebben we 82 km gefietst en
hebben we 333 km gelopen.
Dat laatste was bittere noodzaak omdat ik moest trainen.

Geplaatst in EUROPA | Reacties uitgeschakeld voor Opnieuw naar het zuiden van Europa – deel 3

Again to south Europe – part 2

On narrow paths to Sevilla Center

And again heading south,
April till June 2022 – Part 2

Sunday, May 8th, the sky is steel blue and already early morning, the sun is shining. It will be another hot day. After breakfast (we were able to buy fresh oroweat bread yesterday) we walk to the center of Seville.
On our way to the center we cross the Plaza de Espana and first take a look here. There are already many families, walking around and sitting on the benches. They are made of mosaic tiles, each representing one of the 52 Spanish provinces. After looking around for some time we continue our walk.
Of course we walk around the impressive Cathedral. It was built over the remains of a Moorish mosque of which only the old tower remains. Then we wander through the narrow streets around the Alcazar, the old part of Seville. It is nice to walk here and we enjoy it immensely.
Unfortunately Dick doesn’t allow me to buy the beautiful painted pottery. Deep in my heart I know he is right because we neither use nor need it. It is very warm, around 90 degrees, and we have to drink. The frappucino (iced coffee) on the terrace of Starbucks tastes good.

Cathedral in Sevilla

Unfortunately, in this busy, sun-drenched and warm weekend, all the terraces are occupied and therefore we have no possibility to eat tapas somewhere, so we buy an ice cream which we eat, sitting on a bench.
Back at the Frankia we drink some soda’s, which is really necessary because after this 9.5 miles walk and a temperature of now 93 degrees, we are really thirsty. At least I know which socks fit best because, even with this heat, I don’t have any blisters. Neither does Dick, by the way, and he’s wearing old socks.
It stays warm for a long time in the evening, but with all windows wide open it is bearable inside.

In one way or another we always sleep longer when it is very warm in the motorhome and now too. We wake up at 8.30 am. After breakfast we dump, fill the tank with clean water and pay for the 2 nights we stayed on this guarded site. In Ayamonte, still on the Spanish side of the border with Portugal, we fill up our, now empty, propane tank with LGP gas. Nowhere in Europe you can directly fill a gas tank, but at this address they do, so a little later we cross the border with a full tank.
At the border we stop and I walk to the police post to ask how we should register to use the Portuguese toll road. Sometimes in Portugal you suddenly find yourself on a toll road and we could not buy a toll box in the Netherlands because we are heavier than 7716 pound and higher than 10 feet. It turns out to be very simple. A camera registers your license plate and when you simultaneously put your credit card in the payment slot, the link is made between license plate and payment method, a link that is valid for 30 days.
The ticket that is subsequently rolled out is proof of registration. I am really glad, this headache file is solved too. We immediately leave the highway and continue on narrow back roads past endless cork trees. We stop in the town of Mertola where we park the Frankia on an overheated parking lot. There is no shade anywhere. We quickly drink some water and then climb up to the center. Of course we take a look at the castle on the hill. Unfortunately that is closed, but we find a geocache on the steep hill. We climb down again and on a terrace in this deserted town we eat a sandwich and drink something. Then we climb and descend further through this hilly town.

View from the mountain in Mertola

Because Dick thinks it’s enough, it is now 94 degrees, we return to the Frankia. After a drink I climb the opposite mountain slope alone, to look for another geocache above. Once again I have a magnificent view of the entire area and see the slow flowing river deep below me, before I descend again and relax next to the Frankia with Dick. It remains warm inside until very late in the evening, despite the fact that all windows are wide open. But nevertheless we sleep like roses.

Tuesday May 10th we sleep again until 8.30 am and an hour later we drive through the interior of Portugal, again on narrow roads. In this area lynxes still live and we are regularly asked to drive carefully. I would love to meet a lynx now, but unfortunately…
Guess it’s too warm.  All the villages we pass are painted bright white, no wonder when the temperatures rise so high and after 82 miles we arrive in Evora. Dick sees a spot where the shade of trees will soon prevail and parks the Frankia there. Not much later we walk to the center. It is warm with 84 degrees but certainly not stifling hot and a good temperature to walk around. After walking through some narrow streets, we arrive at the square in front of the cathedral where one of the eight, in Portugal existing, Bone Chapels is located. Of course we take a look there.

Bone chapel in Evora

This bone chapel from the 16th century is weird to watch. The walls but also the ceiling are completely covered with human bones and skulls and there are even two fully intact skeletons lying. This all started when, in the 16th century, the 42 monastic cemeteries around Evora took up too much space. The monks then decided to exhume the dead and use the remains to decorate their chapels. The aim was to point out to the living the fragility of life and the transience of the material world. Especially when you read the accompanying text: “Nos ossos que aqui estamos pelos vossos esperamos”, or: “we, whose bones you see here, are waiting for yours”, you are really confronted with the transience of life.

Roman Temple in Evora

After also visiting a huge collection of Christian nativity scenes from all over the world, which are displayed in an aisle of the building, we walk outside again, look at the remains of the Roman temple and then sit down on the terrace of “Craft BBQ” to enjoy a delicious burger. End of the afternoon we are back at the Frankia, which indeed stays for a large part in the shade of the trees. It is less hot inside. A large supermarket is  0,7 miles away and as we drink a lot, I walk to this shop and return loaded with water and soft drinks. Then we sit outside in the shade and enjoy our non-alcoholic beers.

We want to leave on Wednesday May 11th because our destination is the pilgrim town of Fatima. So we get up at 6.30 am (Portuguese time, in Spain it is an hour later). Outside it is still nice and cool at this time of day and it is also very quiet. Through a hilly landscape we drive again past many cork trees and then we see the first pilgrims, walking along the road on their way to Fatima. In Fatima there is still enough space to park, but then you must have a small motorhome because we cannot park our 26 feet long one. After inspecting all the empty park options, without result, we drive on. At the small parking in Sao Mamede all places for longer motorhomes are also occupied, so we continue our drive and again, we meet hundreds of pilgrims. They are all on their way to the festivities that will take place in Fatima tomorrow. Towards the north, we approach Sandra and Rene’s (our Dutch friends) house and we enter the coordinates. Unfortunately, after the town of Penela, those coordinates take us on a very narrow road, which narrows even more at every bend and in the end we are forced to turn around in a village. We really can’t take the sharp bends, partly due to high walls along the narrow road.

Statue of Christ on the hill in Miranda do Corvo

So again we drive on and arrive in the town of Miranda do Corvo. Here on the parking lot is still a spot available. Our walk in this town takes us (also thanks to a hidden geocache) to the statue of Christ, placed high above the town on the mountain, from where we have a beautiful view of the surroundings. Despite the fact that we couldn’t stay in Fatima, nor could we see Sandra and Rene’s house, we ended up in a nice spot.

Thursday May 12th we get up early. We hope to be able to find a free spot in Aveiro. But when we arrive all places in the large parking lot behind the train station are full, even though it is 9.30 am. Fortunately a German motorhome is just about to leave and makes room for us. After a cup of coffee we walk through the train station to the center of Aveiro. Because of the many canals that cross this town, Aveiro is called the Venice of Portugal.

 

Aveiro, Venice of Portugal

 

It’s nice to be here with Dick, and I think a lot about Auntie Ank, who was a second mother to us. In 2018 auntie Ank, Hannah and myself were in Aveiro. We loved this nice town and wandered around a lot. Not always easy for Auntie Ank, who was shaken back and forth in her wheelchair by the bumpy boulders everywhere. It turned out to be our last vacation with her, she died in februari 2019, almost on the same day as our real mother. I still miss both.

We now also wander through the streets of the town, walk along the canal, look at shops and visit the large cathedral. Here everything is arranged for the large procession at the end of the day and we eat a small snack on a terrace. Finally, at 3 pm, we are back at the Frankia. After a drink I still want to go back to the center to take a look in the North Face store and then I can also see the procession. Dick stays in the motorhome, so I walk back alone. I take my phone and of course the GPS because then I can always find my way back.

Procession in Aveiro

Because more and more people are gathering around the cathedral, I stop in front of the entrance at the edge of the street and even though I still have to wait 40 minutes, I now have a nice view. The procession finally starts under loud bells.
When everyone leaves I follow the crowd and so, at another point in town, I can see this procession again. It’s really special. In Fatima we should watch a procession but now I see it in Aveiro. After the procession has returned to the starting point, I walk to the North Face shop.
There I fit some lightweight pants. One fits good and is also discounted so I buy them and leave the store, satisfied with my purchase. Half an hour later I am back, now quite a bit tired. Because we already eat something on a terrace this afternoon, we only have meatballs and lettuce for dinner. It is more than enough and we both sleep deeply.

Friday May 13th  we leave at 8 am and as soon as we have left our spot, this is immediately taken by another motorhome. On very narrow back roads (we still haven’t used the toll roads) we head for Porto.

Terras aan de voet van Bom Jesus

 

Unfortunately, we really can’t park in the parking lot next to the tram stop to Porto. The places are too short, so we drive on to Braga. In the parking lot, at the foot of the mountain where the Sanctuary of Bom Jesus is situated, we find a nice spot between the trees.
There is a small terrace in this parking lot where we drink freshly squeezed orange juice and eat a hot dog. Both taste good on this summer day, it is 80 degrees. But then it is time to climb the mountain and visit the sanctuary. That means climbing. I don’t know how many steps we have to climb up, but there is no end to the stairs that lead up.
Fortunately, there are chapels on every corner where statues depict the Stations of the Cross. They are particularly beautiful to view. Finally we arrive at the top, were we enjoy the view of the valley below us. Of course we visit the beautiful church, light a candle and enjoy an ice cream in the park.

Endless steps to the church on the top of Bom Jesus

 

Dick doesn’t like walking back and descending the many stairs, but there is a funicular that takes you back to the parking lot where the motorhome is. So he buy a ticket and board. After waving him goodbye, I leisurely walk down. Of course I make several pictures again. Dick wait for me down the stairs. At home we can’t stop talking about this special place. It’s actually not a problem that we couldn’t find a place near Porto because looking around here is also special.
As soon as the evening falls, it becomes dead quiet. Only few motorhomes stay for the night.

Saturday May 14th we wake up at 7 am and that is not because it is noisy on this mountain slope, at the foot of the Bom Jesus sanctuary. There is no shop around, so we have breakfast with old bread and some yogurt and then drive through the Portuguese countryside to Pontevedra.
We arrive there at 11 am, but nevertheless the parking lot is packed. So we drive on to the road along the river because we saw motorhomes there too. Unfortunately, the place seem to fit here in terms of length, but not in terms of width, we protrude too much over the busy road and we decide to continue driving. But first we want to dump and fill up with water. To our surprise, when we are back up to dump, suddenly a spot opens up. So instead of maneuvering further, we turn into this vacant spot. We will dump tomorrow, before we leave. Again we have a filled laundry bag (there is a lavanderia less than 700 feet away), we walk there with two bags. The next two and a half hours we stay in a very well-maintained laundraumat. After storing away our clean clothes and making the beds, we walk back to the center of this nice town and have a delicious lunch at the restaurant of a supermarket. Because this lunch is really lavish, we have to continue walking through the town.

Special built church in Pontevedra

In the center there is a nice church from 1776. It was built in the shape of a St. James shell and is frequently visited by the passing pilgrims who get a stamp here. From Portugal they walk the Camino Portuguese to Santiago in Spain. Their faces are deep red from the heat and the exertion (it is 86 degrees). Now they seek shelter for the night. In the evening we are back. Just in time because the weather begins to change. The steel-blue sky changes into a deep black, menacing sky from which a downpour falls not much later and thunderclaps resound incessantly. Fortunately, this natural disaster does not last very long. The showers pass and the blue sky looks like it never left.
The rest of the evening we read in our books and watch the news and as always, we are in bed at 10 pm.

On Saturday May 15th comes an end to the endless blue skies. It’s gray and a strong wind is blowing. After the dump and fill up with water, it starts to rain, but we sit inside and stay dry. Unfortunately, that cannot be said of the many pilgrims we see constantly walking along the road, they get wet through and through. Not really great if you still have to walk at least 40 miles. In Santiago we decide not to park in the parking lot just outside the center, but to drive to the parking on the mountain, high above the city.

Wandering through Santiago de Compostela

This place is cheaper and also has a pool. I don’t think we will use this pool with a temperature of 56 degrees, torrential rain and strong winds. Fortunately, the rain stops after drinking a cup of coffee and so we walk a little later to the bus stop near this parking. That means waiting a while because the bus arrives around the hour and half an hour. We arrive just after the hour and the next bus arrives well after the half hour. But the rain stops and our rain jackets keep out the strong wind. Finally we arrive in the center.
Fortunately, our masks were still in the pockets of our rain jackets, otherwise we would have to walk back because in public transport you still have to wear a mask.

Although we visited Santiago de Compostela 5 years ago, then it rained too, we recognize little of this city. Nevertheless, thanks to the signposting for the pilgrims (the symbol is the Saint James shell) it is not difficult to find the cathedral.

Cathedral, final destination of the Pilgrim road in Santiago

It is the final destination of most of the pilgrims and you see them everywhere around the big square in front of the cathedral, taking pictures, joyfull that they made it till here. Of course we also take pictures and then we walk to the entrance gate that is only open in the holy year. It is a holy year when the name day of the apostle James falls on a Sunday. The last time was in 2012 and now again in 2021. But 2021 was Corona time, so the Pope extended that holy year until December 31, 2022.
The Cathedral is huge and filled with  pilgrims. Unfortunately, the Botafumeiro, the 5.4 feet high, silver-plated censer (weight is 176 pound) is not being thrown around today. We would love to see that. Normally, however, that only happens on special holidays. After looking in the crypt where the tomb of the apostle James is located we leave the cathedral and walk around some time through the streets of Santiago. The rain stopped. End of the afternoon we walk to the bus stop and after waiting 20 minutes, we can take the bus back to our parking on the mountain. In the distance, only the towers of the cathedral are visible.

The weather has not improved on Monday May 16th. Thick gray clouds hang over the city of Santiago but there is no rain and when we drive through the hilly landscape of Galicia we see now and then gray giving way to blue sky.

Finistère, the end of the world

When we reach Finistère, in the old days this was the end of the world (Finis=end; Terrae=world) Even the sun slowly comes out. I am in love when we reach the motorhome parking along the coast. The owner of this piece of land is very friendly and let us choose a nice spot, I want to stay here forever. Tomorrow is a public holiday in Galicia, the day of the Gallic language, so after parking the Frankia, we first do some shopping in the neighboring supermarket. When the fridge is filled, we decide to walk the very last part of the pilgrimage, to the lighthouse on Cabo Finisterre.
This is very important to me because it means that now, we can walk together the part of the Camino I hope to walk later on this year. So it will not come as a surprise to you that tears are streaming down my cheeks when we arrive at the cape together. Even the gray sky start to disappear and blue sky and sun appear to rejoice in our joy. We were allowed to arrive at this place together and share this experience.
While Dick waits at the cross on the rocks, with the statue of St. James, I clamber down over the large boulders, towards the sea. Softly I sing the last verse of the pilgrimsong “Ultreia”:

Et tout la bas, au bout du continent
Messire Jacques nous attend
Depuis toujours son sourire fixe
Le soleil qui meurt au Finistere

It means:

And all the way down, at the continents end
Saint James awaits us with open hand
Since forever smiling there
To the dying sun at Finisterre

This couplet really suits on this end of the world, where the sun sinks into the sea and Saint James watches from the rocks. A special place!

The Camino’s road sign at the end of the road

For centuries pilgrims left their clothes behind between the rocks and sometimes they burned them. Not really a good idea, but you still see burn marks and piles of clothing everywhere on the rocks. There really should be a cleanup here.
When I am back at the cross where Dick is waiting, we have a delicious sandwich. The sea air but also our walking tour makes us hungry and then we walk slowly back to the town of Finisterre.
Along the way we greet other hikers with “Buen Camino”. Back at the Frankia we reminisce about this special day. Although Dick believes that I am killing him (today we walked only 7.5 miles) I saw that he also shed a tear when we arrived together at the end of the world. We hope we experience this again early October.

Unfortunately it is very cloudy on Tuesday May 17th and every now and then there is some rain. The wind is blowing hard and the temperature drops to 54 degrees, so we decide to leave. We pay for our stay by depositing money in the letterbox at the office and then we set off. The landscape of Galicia is beautiful and very hilly, but after the beautiful location on the coast with a view over the ocean, the parking in the town of Bretanzos is a bit disappointing.

Concert in a rainy Bretanzos

But it’s dry and we don’t want to drive any further, so we walk into Bretanzos. You can’t really call it walking, because the road into the city is very steep and we climb more than we walk. When we approach the center, loud music is heard and when we walk around, we arrive at the large square in this town where a concert is given. Both musicians stay dry under a dome, but that cannot be said of the small audience. They look for a dry spot close to the shops. The music that is played is very nice and clearly known to the Spaniards around us, because they sing along with all their heart.
Pilgrims walk past (yes, there is also a pilgrim road here, the Camino Ingles) and look out from under their ponchos at the singing and hustling people. Despite the regularly falling rain, it is not cold outside with 62 degrees and all the terraces around the square, are full of Spaniards. Spain is truly a country of outdoor living and enjoyment. Nowhere in Europe is the density of terraces as great as here. At the end of the afternoon we are back. We have a chat with other people and John, who walked the Camino Frances with his wife in 2015, gives me some tips for the road.

City wall of Lugo

Wednesday May 18th the weather still hasn’t cleared up and the temperature of last night, 66 degrees, dropped 56 degrees. However, the wind died down and now and then there are some clear spells. Because we drive only 47 miles, we arrive early morning in Lugo, an old medieval city that is still completely walled. It is, of course, a Unesco World Heritage. It is dead quiet on the large parking lot at the foot of the city and soon we climb up to the wall within which the old center is located.
This city also has a Camino, the Camino Primitivo. At home I’ll have to find out how all these pilgrimage roads are going. One thing is certain, they all come together in Santiago de Compostela. As soon as we enter the city wall Dick sees a hairdresser and while Dick continues to look for a geocache, I step inside. My hair can be cut immediately and since I’ve been looking for a hairdresser for weeks (my wild hair has to be trimmed) I soon sit down in the chair and the hairdresser cut my hair, long locks of hair fall to the floor. What a great feeling.
Finally my hair is shorter but not so short that it won’t get Dick’s approval. Nevertheless the first thing he says, when he meet me again at another part of the city wall, is that my hair is too short.  But I don’t care, it’s a lot shorter and I feel much better about it.

Tita’s beautiful mummy sleeping bag

Slowly we find our way along the inside and outside of the city wall, look at shops, look for geocaches, eat a sandwich and at a sports store I buy a nice mummy sleeping bag that is comfortable up to 40 degrees and yet weighs only 30 ounce. An asset to my pilgrimage outfit.

We have lunch again in a restaurant of a large supermarket. The same chain we had lunch at before and again the food is good but too much. We have to walk an extra few miles to reduce the fullness of our stomachs. End of the afternoon we are back. At 8 pm we only take the small bread we got too for lunch and that’s more than enough to get through the rest of the evening.

Fortunately, on Thursday May 19th, the sun shines again and we leave Lugo. We climb higher and higher into the mountains and drive through a beautiful mountain area. At this time of year it is, thanks to the many wild flowers, even more beautiful  than when we drove here in November and regularly saw piles of snow around us. Before noon we arrive in the town of Astorga where we park between the high apartment buildings in the city center.

Astorga, city wall and cathedral

In November it was actually too cold to park here, because of the icy wind that howled between these buildings. Now it is good to stay here. It’s 76 degrees and there is a full shining sun. We walk to the center of this beloved town.
In November, last year, we had a few wonderful days here with Paul and my niece Inge. I understand very well that Hannah and Henk told us to visit this town. They loved it to be here when they arrived here on their bike pilgrimage last October. We wander through town, meet pilgrims and wish them a “buen camino” and take a seat on a terrace on the Plaza Major.
The lunch tastes good, actually it is our evening meal because it is already 4 pm.

Having lunch on Plaza Major

But in Spain, and certainly in a pilgrim town, you can still order food (especially tapas) all over the day. When we are back at the Frankia,  end of the afternoon, I walk back to town to take a look at the pilgrim outdoor shop. Unfortunately, that is not possible because this shop is closed on Thursdays, so I return home. I have to go to this shop another time.
We don’t have to make dinner after this late meal. Read in our books and of course we watch the news before going to bed.

Friday May 20thall clouds have disappeared and we only see a steel blue sky and sun. When we arrive in Burgos the thermometer already shows 86 degrees, it is then 12.30 pm.

The Camino’s road sign

On the way to Burgos we have seen that the Adagio of the Camino: “follow the backpack for you” really applies because everywhere we see people walking with backpacks. On the other hand cyclists are much fewer around. The landscape on the way to Burgos is vast and flat and in the distance we see the white peaks of the “Picos” de Europa, the highest mountain range in this part of Spain.
Because it is too hot to walk to the center of Burgos, we stroll into the cool adjacent shopping center. We wander around the shops that are all open even though the rest of the city has a fiesta which means that shops are closed from 13.30 to 17.30. Of course we replenish our food supplies by doing some shopping in the big supermarket and then I can’t resist looking for some geocaches in the area. Dick stays in the motorhome. It is warmer now, around 91 degrees, but when I walk in the shade of the trees it is bearable outside. Still, I am glad to be back after a round of 3.5 miles and we relax with a book and a glass of non-alcoholic beer.

A delicious meal in Burgos

It’s 6 pm when we walk to the restaurant in the shopping center to have dinner. A bit too late because if we arrived an hour earlier, the meal would have been 4 euros cheaper per person. But nevertheless the food tastes good and the wine that is served it is also good. With the current temperatures the alcohol in the wine directly affects us. Fortunately we are parked next to the shopping center so we don’t have to walk far. It stays warm outside and therefore also inside. We sleep with all the windows wide open.

Saturday May 21st it is already 64 degrees early in the morning, but that feels cool after the temperature we had yesterday. We have breakfast and then we leave Burgos and arrive in a rugged mountain landscape. There is still plenty place to park in Vittoria, but immediately after our arrival, a procession of motorhomes arrive. It is good that we arrived before 11 am. After parking the Frankia we get all our laundry and walk to the lavanderia, situated behind the supermarket, a walk less than 500 feet.

Laundromat in Vittoria

The next hours I’m busy washing and drying everything. Of course with the help of Dick, who visits regularly to fold everything and carry it back to the motorhome. It’s to hot to walk around and at 4 pm the thermometer even shows 92 degrees (we have no airco), and we walk to the big Eroski supermarket to buy food for tonight. It’s time to cook again. In this supermarket all the displayed goods look perfect and there is plenty of choice in fresh vegetables.

When we stored everything in the fridge (sometimes our fridge seems flexible, we can store so much) we look at the continuation of our itinerary northwards. As I want to return to Andorra, where I want to buy extra walking socks (the old socks fit well and we bought them in Andorra) we have to revise our planned route and look for alternative destinations. End of the afternoon we have a provisional route northbound that takes us through Andorra again. It remains stiflingly hot outside and it cools down very slowly so we spend another night with all our windows wide open. And the stew of cauliflower, beans and potatoes with cheese tastes good with the homemade meatballs. It’s just too much so we can eat this one more night.

Early Sunday morning the thermometer points already 68 degrees but the sun is hidden behind a thick veil of clouds. When we have dumped our gray and black water, an almost daily ritual, inextricably linked to this way of traveling, and our fresh water tank is filled, we drive to Pamplona where we first fill up with diesel. It is good to fill up in Spain because the government gives a bonus of 20 cents on every liter of fuel so we are always pleasantly surprised by the amount we have to pay. Always 12 euros less than the amount indicated on the pump. Again we drive in the high mountains and we climb higher and higher into the Pyrenees. We are still on the Camino Frances (The Pilgrims way) so we regularly see pilgrims walking by and through our open window, we wish them a “Buen Camino”.

The Monastery in Roncevalles

At 1 pm we arrive at the parking of the monastery in Roncesvalles. It is spacious and there is place to park motorhomes. I really wanted to look around here because in three months I hope to arrive here after my first day of hiking. And of course I want to know what it looks like. A few weeks ago, our friends Marjo and Wim came by and sent us pictures of this place. For me it was a great disappointment. In my mind the monastery of Roncesvalles was situated high in the mountains and remote. Fortunately, this disappointment is immediately gone now we are here. It still is a lonely place in the mountains, with next to the monastery a small hotel and a few restaurants, but otherwise it is really quite. We walk slowly past the monastery buildings, see the pilgrims arrive one by one, waiting in the courtyard to qualify for a place to sleep.
At the tourist info, yes it is here, I get information about the part of the Camino Frances that leads through Navarre. Of course we burn a candle in the church next to the monastery and pray for a good pilgrimage end of August.

490 Miles to Santiago de Compostela from Roncevalles

I feel very privileged that I will soon be able to do this pilgrimage and hope that I will also be able to walk all the way to Santiago de Compostela and on to Fisterra. Of course we also walk around in the otherwise deserted area to look for some geocaches. Soon it’s getting late and the day tourist disappears. Now it’s really quiet here, dead quiet.
At 7 pm the sky closes completely, dark clouds roll up the mountains, rain falls and thunderstorms light up the sky. As a result, it cools down quickly and because of the rising fog, our world becomes very small. Even the monastery walls are no longer visible. For the first time we sleep with a cool night temperature of 54 degrees.

Road sign for the Camino Frances

Monday May 23rd it is still cloudy in the morning, but when we have had breakfast and continue our ride up the steep narrow mountain road, every now and then we see a glimpse of blue sky at the horizon. At the top we stop for a while and then we descend to Saint Jean Pied de Port, France, at the foot of the Pyrenees.
The town is on an altitude of 538 feet so we have to descent 3937 feet, over endless hairpin bends, it never ends. As soon as the Frankia is parked in a large parking lot on the edge of this pleasant town, we walk into the center. The narrow streets lead steeply up and down and of course we first walk to the pilgrim office where I will get my first stamp on August 20th. I like it to look around here with Dick and see what is where. So when I arrive from the Netherlands by bikebus, I will somewhat familiar with this town.

Outdoor shop in St. Jean Pied de Port

Opposite the pilgrim’s office is an outdoor shop “La Boutique du Pelerin” which we naturally honor with a visit. It turns out to be a shop completely geared to pilgrims and their needs when walking the Camino. Instead of just looking around we spend the next few hours here and eventually we come out with practically my complete gear for the trip. I am so happy with this store. After returning my new backpack and all other gear to the Frankia, we again wander through the narrow streets of Saint Jean Pied de Port. What a pleasant town this is to stay. It is also pleasantly busy. We climb to the castle from where we have a beautiful view of the surroundings, inquire at the Albergue Municipal or reservations are needed end of August (no, it’s not possible to reserve, just be present at 2 pm and wait in line) and we have lunch in the narrow streets.

Lighting a candle for a safe trip

Of course we also burn a candle here in the church for good health, a safe journey and a safe reunion in Santiago. Ans after a, for me quite emotional, day, we are back at 6 pm.  I now realize how important it is for me that Dick, who is not be able to walk the Camino, sees and experiences all these places. After eaten the leftover stew, we read an hour and then I go to bed and don’t even know that my head is touching my pillow.

Tuesday May 24th it is still a bit cloudy with a vague sun but there is no rain. The exhausting heat is behind us. It’s only 60 degrees. The hakuna gives us a route to Spain that takes us over increasingly narrow roads and climbs higher and higher up. After an hour we decide to turn around. The Pyrenees passes are ahead of us and these roads are getting narrower and narrower, it doesn’t seem wise to continue. So we turn around and look for another road that also takes us over the mountain pass. The new road remains significantly wider and after a lot of climbing we arrive through a tunnel (avoiding the high mountain pass) in Somport.
We are back in Spain. From here we slowly descend further to the town of Jaca. We can park but the place doesn’t look very attractive and when we walk through the town it turns out to be less attractive because everything is closed. At 3 pm we decide to walk back, start the motorhome and drive on to Ainsa. We arrive an hour and a half later. Even if this means an extra drive of 43 miles, for Dick that’s better than looking at a whiny woman who isn’t having a good time. In Ainsa it is difficult to find a suitable spot because of the trees. The trick is to park where the gap between the trees is large but after some maneuvering we again manage to find a good spot with a view of the peaks of the Pyrenees.

A delicious Pizza in Ainsa

After paying we walk to the old center of Ainsa. Now it’s 5.30 pm and we want to eat something, so we ask if we can sit inside the pizza restaurant. Outside there is a cool breeze and it feels less pleasant on the square. Despite the fact that we are the only ones wanting to eat inside and on a time not usual for the Spanish, we can order and enjoy a delicious pizza and a nice glass of wine. When we walk back, the parking lot is more busy and everywhere are motorhomes parked, but it remains quiet and we sleep like roses at night.

Part 3 is following soon.

Geplaatst in ENGLISH VERSION | Reacties uitgeschakeld voor Again to south Europe – part 2

Alweer op weg naar het zuiden – deel 2

Alweer op weg naar het zuiden – deel 2
April tot Juni 2022

Over smalle paden naar Sevilla centrum

Zondag 8 mei is de lucht nog steeds staalblauw en schijnt de zon al vroeg in de ochtend. Het zal weer een warme dag worden. Na het ontbijt (we hebben gisteren vers Oroweat brood kunnen kopen) wandelen we over smalle paden naar het centrum van Sevilla. Omdat we op weg naar het centrum over de Plaza de Espana komen nemen we daar eerst een kijkje. Er lopen al veel toeristen rond maar het zijn overwegend Spanjaarden en nadat we enige tijd rondgekeken hebben zetten we onze wandeling voort.
Natuurlijk wandelen we een rondje om de imposante Kathedraal. Hij is gebouwd over de restanten van een Moorse moskee en alleen de oude ernaast gelegen toren is nog een restant daarvan. Daarna dwalen dan door de smalle straatjes rondom het Alcazar, het oude deel van Sevilla. Het is heerlijk om hier rond te dwalen en we genieten volop. Wel is het erg warm en het is heerlijk om op het terras van Starbucks een frappucino (ijskoffie) te drinken.

Kathedraal Sevilla

Helaas zijn in dit drukke, zonovergoten en warme weekend alle terrasjes bezet en derhalve hebben we geen mogelijkheid om ook nog ergens tapas te eten dus kopen we uiteindelijk een ijsje wat we op een bankje opeten en ook heerlijk smaakt.
Terug bij de camper drinken we enkele blikjes fris wat echt noodzakelijk is want na deze wandeling van 15 km en een temperatuur van 34 graden zijn we daar echt aan toe. In ieder geval weet ik nu welke sokken goed voldoen want, zelfs met deze warmte, heb ik geen blaren. Dick trouwens ook niet en die loopt op oude sokken. Het blijft lang warm in de avond maar met alle ramen wagenwijd open is het binnen goed uit te houden.

Op de een af andere wijze slapen we altijd veel langer als het in de camper erg warm is en ook nu worden we pas om half 9 wakker. Na het ontbijt dumpen we, vullen de tank met schoon water en ik betaal voor de 2 nachten die we op dit bewaakte terrein hebben gestaan. In Ayamonte, nog aan de Spaanse kant van de grens met Portugal, tanken we onze inmiddels lege propaantank vol met LPG gas. Nergens in Europa kun je nog rechtstreeks een gastank vullen maar op dit adresje doen ze dat wel zodat we even later met een volle gastank de grens oversteken. Op de grens stoppen we en wandel ik naar de politiepost om te vragen hoe we ons moeten registreren voor het gebruik van de tolweg. Soms bevind je je in Portugal namelijk opeens op een tolweg en een tolkastje konden we in Nederland niet kopen omdat we zwaarder zijn dan 3,5 ton. Het blijkt super eenvoudig. Een camera registreert je kentekenplaat en als je dan tegelijkertijd je creditcard in de betaalgleuf stopt is de koppeling gemaakt tussen kenteken en betaalmiddel, een koppeling die 30 dagen geldig is.
De bon die er vervolgens uitrolt is het bewijs van registratie. Hè, hè, dat hoofdpijn dossier is ook opgelost. Meteen draaien we de snelweg af en vervolgen onze weg over smalle binnenwegen langs eindeloze kurkbomen. We stoppen in Mertola waar we op een overhitte parking de Frankia parkeren. Nergens is enige schaduw te vinden. Snel drinken we een slokje water en klimmen dan omhoog naar het stadje. Natuurlijk gaan we ook een kijkje nemen bij het op de heuvel liggende kasteel, maar dat is helaas dicht dus al snel dalen we weer af en klimmen en dalen door dit heuvelachtige stadje. Op een terrasje in dit uitgestorven stadje eten we een broodje en drinken wat en keren dan terug naar de camper.

Uitzicht in Mertola

Omdat Dick het welletjes vindt, het is inmiddels 35 graden, klim ik alleen door naar de tegenoverliggende berghelling om boven nog een geocache te zoeken.
Ik heb opnieuw een schitterend uitzicht over de hele omgeving en kijk naar de traag stromende rivier diep beneden me alvorens ik weer afdaal en lekker samen met Dick uitpuf naast de camper.
Nog tot heel laat blijft het warm ondanks het feit dat alle ramen wagenwijd open staan maar desondanks slapen we als rozen.

Dinsdag 10 mei slapen we opnieuw tot half 9 en een uur later rijden we weg door het binnenland van Portugal en over smalle wegen. Het is een gebied waar nog Lynxen leven en regelmatig wordt ons gevraagd voorzichtig te rijden. Wat zou ik nu graag een Lynx tegenkomen maar helaas…  Alle dorpjes die we passeren zijn spierwit geschilderd, geen wonder als de temperaturen zo oplopen en na 132 km arriveren we in Evora. Dick ziet een plekje waar de schaduw van bomen al snel de overhand zal krijgen en parkeert daar de camper en niet veel later wandelen we naar het centrum. Het is warm met 29 graden maar zeker niet verstikkend warm en een goede temperatuur om rond te lopen. Nadat we door enkele smalle straatjes zijn gewandeld komen we op het plein voor de kathedraal waar een van de acht nog bestaande bottenkapellen zich bevindt. Natuurlijk gaan we daar een kijkje nemen.

Botten kapel in Evora

Deze bottenkapel uit de 16 eeuw is wel bizar om te zien. De muren maar ook het plafond zijn volledig bedekt met menselijke botten en schedels en er liggen zelfs twee volledig intacte skeletten. Het begon toen in de 16e eeuw de 42 klooster begraafplaatsen rondom Evora teveel ruimte innamen. De monniken besloten daarop de doden op te graven en de restanten te gebruiken om hun kapellen mee te decoreren. Het doel was om de levenden te wijzen op de kwetsbaarheid van het leven en de vergankelijkheid van de materiele wereld. Zeker als je de bijbehorende tekst leest: “Nos ossos que aqui estamos pelos vossos esperamos”, oftewel: “wij wiens botten u hier ziet wachten op de uwe”, word je echt met de vergankelijkheid van het leven geconfronteerd.

Romeinse tempel resten on Evora

Na ook nog een enorme verzameling kerststalletjes bekeken te hebben, die in een zijbeuk van het gebouw tentoongesteld staan, wandelen we weer naar buiten, bekijken de restanten van de Romeinse tempel en gaan dan lekker bij Craft BBQ op het terras zitten om een heerlijke burger te eten. Uiteindelijk zijn we eind van de middag weer terug bij de camper die inderdaad voor een groot deel in de schaduw van de bomen staat waardoor het binnen in de camper minder heet is. Daar er op minder dan een kilometer een grote supermarket is en we toch wel heel veel drinken, wandel ik daar nog even naar toe en beladen met water en frisdrank kom ik terug waar we heerlijk buiten in de schaduw gaan zitten en ons de alcoholvrije biertjes goed laten smaken.

Woensdag 11 mei willen we bijtijds  vertrekken omdat onze bestemming het bedevaartsoord Fatima is. Dus staan we al om 6.30 uur op (Portugese tijd, in Spanje is het een uur later). Buiten is het op dit tijdstip van de dag nog lekker koel en ook is het nog erg rustig. Door een heuvelachtig landschap rijden we opnieuw langs vele kurkbomen en zien dan de eerste pelgrims langs de weg lopend op weg naar Fatima. In Fatima is nog voldoende plek om te staan maar dan moet je een kleine camper hebben want onze 8 meter lange camper kunnen we niet parkeren dus, na echt alle mogelijkheden bekeken te hebben, rijden we verder.
Op de camperplek in Sao Mamede zijn alle plekken voor lange campers ook bezet dus zetten we onze reis voort en opnieuw komen we honderden pelgrims tegen. Allemaal zijn ze op weg naar de festiviteiten die morgen in Fatima zullen plaatsvinden. Daar we, richting het noorden, vlak langs het huis van Sandra en Rene komen zetten we die coördinaten in. Helaas brengen die coördinaten ons na de stad Penela op een heel smalle weg, die bij iedere bocht nog smaller wordt en uiteindelijk zijn we gedwongen om in een dorpje te keren. De haakse bochten kunnen we, mede door hoge muren langs de smalle weg, echt niet nemen.

Miranda do Corvo

Dus rijden we verder en arriveren uiteindelijk in Miranda do Corvo waar nog een plekje beschikbaar is. De rondwandeling in dit stadje brengt ons (ook dankzij een hier verborgen geocache) naar het hoog boven het stadje op de berg geplaatste Christusbeeld vanwaar we een prachtig zicht hebben op de omgeving. Ondanks het feit dat we niet in Fatima konden blijven, noch het huis van Sandra en Rene hebben kunnen zien, zijn we toch op een mooi plekje terecht gekomen.

Donderdag 12 mei staan we opnieuw vroeg op. We hopen zo nog een vrij plekje te kunnen vinden in Aveiro. Alle camperplekken staan vol op het grote parkeerterrein achter het treinstation en dat terwijl het 9.30 uur in de ochtend is. Gelukkig is een Duitse camper net van plan te vertrekken en maakt plaats voor ons. Na een kop koffie wandelen we door het treinstation naar het centrum van Aveiro. Door de vele kanalen die dit stadje doorkruisen wordt Aveiro het Venetië van Portugal genoemd.

Aveiro, het Venetië van het Noorden

 

Het is leuk om hier met Dick te zijn maar ik moet wel heel veel denken aan tante Ank. In 2018 ben ik hier geweest samen met Hannah en tante Ank, die voor ons een tweede moeder was. We vonden het toen ook al een leuk stadje en hebben er heel veel rondgedwaald. Niet altijd makkelijk voor tante Ank die door de overal aanwezige hobbelige keien in haar rolstoel heen en weer werd geschud. Het was uiteindelijk onze laatste vakantie met haar, een jaar later zou ze al overlijden. Ik mis haar nog steeds.

Wij dwalen samen nu ook door de straten van het stadje, wandelen langs het kanaal, kijken winkeltjes, bezoeken de grote kathedraal waar alles in orde gebracht wordt voor de grote processie aan het einde van de dag en eten op een terrasje een klein hapje. Uiteindelijk zijn we halverwege de middag weer terug bij de camper. Na wat drinken wil ik toch nog even terug naar het centrum om nog in de North Face winkel een kijkje te nemen en dan kan ik ook nog de processie zien. Dick heeft daar helemaal geen zin meer in en blijft lekker bij de camper dus wandel ik alleen terug. Wel met mijn telefoon en natuurlijk GPS want dan kan ik altijd de weg weer terugvinden.

Processie in Aveiro

Omdat zich steeds meer mensen rond de kathedraal verzamelen blijf ik voor de ingang aan de rand van de straat staan en ook al moet ik nog 40 minuten wachten, toch heb ik nu een mooi zicht op het hele gebeuren. Onder hard klokkengelui gaat de processie uiteindelijk van start en omdat iedereen snel wegloopt ga ik erachteraan waardoor ik alsnog op een ander punt in het stadje nogmaals deze processie kan volgen. Heel bijzonder.
In Fatima zouden we een processie volgen en nu volg ik deze in dit stadje Aveiro. Nadat de processie weer teruggekeerd is op het startpunt wandel ik nog naar de North Face shop en na het passen van een lichtgewicht afgeprijsde lange broek verlaat ik tevreden met mijn aankoop de winkel.  Een half uur later ben ik, nu wel gesloopt, weer terug bij de camper. Omdat we vanmiddag al op een terrasje wat gegeten hebben, nemen we alleen nog wat balletjes gehakt en sla. Het blijkt meer dan genoeg te zijn en we slapen beiden als een blok.

Vrijdag 13 mei vertrekken we al om 8 uur en zodra we ons plekje verlaten hebben wordt dit direct door een andere camper ingenomen. Over zeer smalle binnenwegen (we hebben nog steeds geen gebruik gemaakt van de tolwegen) gaan we op weg naar Porto.

Terras aan de voet van Bom Jesus

Helaas kunnen we op de parking naast de tramhalte naar Porto onze camper echt niet parkeren, de plekken zijn te klein, dus rijden we door naar Braga. Op de parking, aan de voet van de berg waar de kathedraal van Bom Jezus staat, vinden we, tussen de bomen, een mooi plekje vinden.

Op deze parking is een klein terras waar we lekker versgeperst sinaasappelsap drinken en een hotdog eten. Beiden zijn op deze zomerse dag, het is 28 graden, heerlijk. Maar dan wordt het toch tijd de berg te beklimmen en het heiligdom Bom Jesus te bekijken en dat betekent klimmen. Ik weet niet hoeveel treden we op moeten lopen maar er komt geen einde aan de trappen die omhoogvoeren. Gelukkig staan er op elke hoek kapelletjes waar beelden de kruisweg uitbeelden en bijzonder mooi zijn om te bekijken. Uiteindelijk zijn we boven, genieten we van het uitzicht op het dal onder ons, bezoeken natuurlijk de mooie kerk, steken een kaarsje op en genieten van een ijsje in het park.

Eindeloze trappen naar Bom Jesus

Teruglopen en de vele trappen afdalen ziet Dick niet zitten, maar er is een kabeltrein, die naar de parking voert waar de camper staat, dus stapt hij daarin en nadat ik hem uitgezwaaid heb wandel ik op mijn gemakje naar beneden. Kan ik nog wat extra foto’s maken. In de camperteug gekomen raken we niet uitgepraat over deze bijzondere plek. Eigenlijk is het niet erg dat we vlakbij Porto geen plekje konden vinden want hier rondkijken is ook wel bijzonder.
‘s Avonds wordt het erg rustig op deze plek en slechts enkele campers verblijven hier gedurende de nacht.

Zaterdag 14 mei zijn we al om 7 uur wakker en dat komt niet omdat het lawaaierig is want hierop de berghelling, aan de voet van het heiligdom Bom Jesus, wordt het, zodra de avond valt, doodstil. In de verste verte is er geen winkel te bekennen dus ontbijten we met oud brood en wat yoghurt en rijden dan over het Portugese platteland naar Pontevedra. We arriveren er al om 11 uur maar desondanks staat de parking bomvol. Dus rijden we door naar de weg langs de rivier want ook daar zagen we campers staan. Helaas blijken de plekjes hier qua lengte weliswaar te passen maar steken we qua breedte wel erg uit over een toch wel drukke weg dus besluiten we door te rijden.
Eerst willen we wel op de camperplek dumpen en water te vullen. Tot onze verrassing komt er, als we achteruitrijden om te dumpen, opeens een plekje vrij. Dus in plaats van verder te manoeuvreren draaien we dit vrijgekomen plekje in. Dumpen komt wel voor we vertrekken. We hebben inmiddels weer een volle waszak en daar er, op nog geen 200 meter van ons vandaan, een lavanderia is, wandelen we daarnaar toe met twee volle waszakken (we hebben natuurlijk ook vuil beddengoed). De volgende twee en een half uur zijn we onder de pannen bij een zeer goed verzorgde wasserij. Nadat al onze schone was is opgeborgen en de bedden opnieuw zijn gedekt, wandelen we terug naar het centrum van dit leuke stadje en eten een heerlijke lunch bij het restaurant van een supermarket. Omdat deze lunch rijkelijk overdadig is wandelen we verder door het stadje.

Bijzondere kerk in Pontevedra

In het centrum bevindt zich een aparte kerk uit 1776. Het is gebouwd in de vorm van een st Jacobsschelp en wordt druk bezocht door de passerende pelgrims die hier een stempel halen. Vanuit Portugal wandelen zij naar Santiago in Spanje. Met dieprode gezichten van de warmte (het is 29 graden) en de inspanningen arriveren ze in het centrum waar ze onderdak voor de nacht zoeken. Tegen de avond zijn we weer terug bij de camper.
Het weer begint te veranderen. De staalblauwe lucht verandert in een diepzwarte, dreigende lucht waar niet veel later een stortbui uit valt en donderslagen weerklinken onophoudelijk. Gelukkig duurt dit natuurgeweld niet echt lang. De buien trekken over en de blauwe lucht doet alsof deze nooit is weggeweest.
De rest van de avond doen we weinig, lezen wat en kijken naar het nieuws en zoals altijd liggen we om 22 uur in bed.

Zaterdag 15 mei lijkt er een einde te zijn gekomen aan onze eindeloze blauwe luchten want de lucht is grijs en grauw en er staat een stevig windje. Nadat we gedumpt hebben en water gevuld, begint het te regenen maar we zitten droog. Helaas kan dat niet gezegd worden van de vele pelgrims die we nu voortdurend langs de weg zien lopen en door en door nat regenen. Niet echt fijn als je nog zeker 60 km moet lopen naar Santiago. In Santiago besluiten we niet te parkeren op het parkeerterrein net buiten het centrum, maar door te rijden naar de speciaal voor campers geschikte parking op de berg, hoog boven de stad.

Dwalen door Santiago

Deze plek is goedkoper en heeft ook nog eens een zwembad. Alhoewel ik niet denk dat we daar met een temperatuur van 14 graden, stortregen en harde wind gebruik van zullen maken. Gelukkig stopt de regen nadat we een kop koffie hebben gedronken en dus wandelen we even later naar de bushalte vlakbij deze parking. Dat betekent wel even wachten want de bus komt om en nabij het hele en halve uur en laten we nu net na het hele uur arriveren en de volgende bus ruim na het halve uur. Maar het is droog en onze regenjacks houden de harde wind tegen. Uiteindelijk arriveren we dan toch in het centrum. Gelukkig zaten onze mondkapjes nog in de zakken van onze regenjacks anders hadden we toch terug moeten lopen want het openbaar vervoer heeft nog wel mondkapjes plicht.

Alhoewel we zo’n 5 jaar geleden ook in Santiago de Compostella zijn geweest, ook toen regende het, herkennen we weinig van deze stad. Maar toch is het dankzij de vele aanwijzingen voor de pelgrims (het symbool van de jakobsschelp) niet moeilijk om de kathedraal te vinden.

Kathedraal in Santiago

Het is het eindpunt van de pelgrimage en dat is te zien aan de vele pelgrims die op het plein voor de kathedraal arriveren en foto’s maken. Natuurlijk maken wij ook enkele foto’s en wandelen dan naar de toegangspoort die alleen in het heilige jaar geopend is. Hiervan is sprake als de naamdag van de apostel Jacobus op een zondag valt. De laatste maal was dat in 2012 en nu in 2021. Omdat het toen Coronatijd was heeft de Paus dat heilig jaar verlengd tot 31 december 2022.
De Kathedraal is enorm en vol met pelgrims. Dagelijks wordt er ook een mis voor de pelgrims die gearriveerd zijn gehouden. Helaas wordt vandaag niet de Botafumeiro, het 1,60 meter hoge verzilverde, wierookvat rondgeslingerd. Wel jammer want graag had ik dat een keer willen zien. Normaliter gebeurt dat echter alleen op speciale feestdagen en dat is het vandaag niet. Nadat we nog in de crypte hebben gekeken waar zich het graf van de apostel Jacobus bevindt en ook nog enige tijd door de inmiddels droge straatjes van Santiago hebben gedwaald, wandelen we eind van de middag weer naar de bushalte en pakken de bus terug naar onze camperplek, hoog op de berg. In de verte zijn alleen nog de torens van de kathedraal zichtbaar.

Ook maandag 16 mei is het weer nog niet verbeterd. Dikke grijze wolken hangen boven de stad Santiago maar het is droog en als we door het heuvelachtige landschap van Galicië rijden zien we zo nu en dan wat grijs plaatsmaken voor blauwe lucht.

Finistère, het einde van de wereld

Als we Finistère bereiken (in vroeger tijden was dit het einde van de wereld (Finis=eind en terrae= wereld) komt zelfs de zon langzaam tevoorschijn. Ik ben verliefd als we de camperplek aan het water bereiken en als de eigenaar van dit stuk grond ook nog erg vriendelijk is en ons een mooi plekje laat kiezen, wil ik hier voor altijd blijven.
Omdat het morgen een feestdag is in Galicië, de dag van de Gallische taal, doen we, nadat de camper rechtgezet is, eerst inkopen in de naburige supermarket en pas als de koelkast gevuld is besluiten we samen het allerlaatste stuk van de pelgrimage te gaan lopen. Naar de vuurtoren op Cabo Finisterre. Voor mij is dat erg belangrijk want het maakt dat we nu samen een deel kunnen gaan lopen wat ik straks als laatste van mijn pelgrimage hoop te mogen lopen.
Het zal jullie dan ook niet verwonderen dat de tranen over mijn wangen biggelen als we samen bij de kaap arriveren. Zelfs de grijze lucht trekt weg en blauwe lucht en zon verschijnt om in onze vreugde, om samen op deze plek te mogen arriveren, te delen. Terwijl Dick bij het kruis wacht, waar ook een beeldje van Jacobus staat, klauter ik over de grote rotsblokken naar beneden, richting zee. Zachtjes zing ik het laatste couplet van het pelgrimslid Ultreia:

Et tout la bas, au bout du continent (en helemaal beneden, aan het einde van het continent)
Messire Jacques nous attend (de heer Jacques wacht op ons)
Depuis toujours son sourire fixe (zijn glimlach altijd gefixeerd)
Le soleil qui meurt au Finistere (op de stervende zon in Finisterre)

Dit couplet past hier echt aan dit einde van de wereld, waar de zon in zee zakt en de beeltenis van St Jacques onder het stenen kruis, vanaf de rotsen toekijkt. Een bijzondere plek!

Het eindpunt in Finistère

Hier tussen de rotsen laten pelgrims wel al eeuwen lang hun kleding achter en soms verbranden ze deze. Niet echt geslaagd maar toch zie je overal op de rotsen brandplekken en hoopjes kleding liggen. Eigenlijk zou hier een opruimactie moeten plaatsvinden.
Als ik weer terug ben bij Dick en we nog heerlijk een broodje hebben gegeten, de zeelucht maar ook onze wandeltocht maakt hongerig, wandelen we weer langzaam terug naar het stadje Finisterre.
Onderweg de andere wandelaars begroetend met “Buen Camino”. Terug bij de camper genieten we na van deze bijzondere dag.
Alhoewel Dick van mening is dat hij door mij wordt afgebeuld (we hebben vandaag 12 km gelopen) heb ik gezien dat ook hij een traantje wegpinkte toen we samen op het eindpunt van de wereld aankwamen. En nu maar hopen dat we dit begin oktober nog een keer mogen meemaken.

Helaas is het dinsdag 17 mei zwaarbewolkt en valt er zo nu en dan wat regen. Het waait hard en de temperatuur zakt naar 12 graden zodat we besluiten verder te rijden. We betalen voor ons verblijf door geld in de, bij het kantoortje hangende, brievenbus te deponeren en gaan dan op weg. Het landschap van Galicië is schitterend en heel heuvelachtig maar na de prachtige plek aan de kust met uitzicht over de oceaan is de parking in Bretanzos toch wat tegenvallend.

Concert in regenachtig Bretanzos

Maar het is droog en we hebben geen zin om verder te rijden dus wandelen we Bretanzos in. Nu ja wandelen kun het eigenlijk niet noemen want de weg de stad in voert steil omhoog en we beklimmen meer een berg dan dat we wandelen. Als we het centrum naderen klinkt harde muziek en als we het geluid zoeken, komen we op het grote plein in dit stadje waar een concert gegeven wordt. De beide muzikanten staan droog onder een muziekkoepel maar dat kan van het weinig publiek niet gezegd worden. Deze zoeken een plekje onder de overkappingen van de winkels.
De muziek die gespeeld wordt is erg leuk en duidelijk bekend bij de Spanjaarden om ons heen want door hen wordt uit volle borst meegezonden. De langswandelenden pelgrims (ja, ook hier loopt een pelgrimsweg, de Camino Ingles) kijken vanonder hun poncho’s de ogen uit naar de zingende en hossende mensen. Ondanks de regelmatig vallende regen is het niet koud buiten, 17 graden en overal zitten de terrasjes op deze feestdag vol Spanjaarden. Spanje is echt een land van buiten leven en genieten. Nergens in Europa is de dichtheid van terrasjes zo groot als hier. Eind van de middag zijn we weer terug bij de camper waar we een praatje aanknopen met andere camperbewoners. John die samen met zijn vrouw in 2015 de Camino Frances heeft gelopen, geeft me enkele tips voor onderweg.

Stadsmuur van Lugo

Woensdag 18 mei is het weer nog steeds niet opgeklaard en ook de temperatuur van gisteravond, 19 graden, is een paar graden gezakt naar 13 graden. Wel is de wind gaan liggen en zijn er zo nu en dan wat kleine opklaringen. Omdat we slechts 76 km rijden zijn we al vroeg in Lugo, een oude middeleeuwse stad die nog volledig ommuurd is en natuurlijk Unesco wereld erfgoed is. Het is doodstil op de grote parking aan de voet van de stad en al snel klimmen we omhoog naar muur waarbinnen zich het oude centrum bevindt. Ook deze stad ligt aan een Camino en wel de Camino Prinmitivo. Thuis moet ik maar eens gaan uitzoeken hoe al deze pelgrimswegen lopen. Een ding is zeker, ze komen allemaal samen in Santiago de Compostella.
Al snel nadat we een stuk langs de stadsmuur hebben gelopen ziet Dick een kapper en terwijl Dick verder loopt om een geocache te zoeken, ga ik naar binnen. Mijn haar kan direct geknipt worden en daar ik al weken op zoek ben naar een kapper die mijn wilde haardos eindelijk kan kortwieken zit ik al snel in de stoel en vallen mijn lange haarlokken naar de grond. Wat een heerlijk gevoel. Eindelijk weer eens kortere haren. Gelukkig wordt het niet zo kort gesneden dat het Dicks goedkeuring niet kan wegdragen alhoewel het eerste wat hij zegt dat mijn haar wel erg kort is, als ik hem verderop bij een andere deel van de stadsmuur weer tref. Maar dat maakt me niet uit, het is een stuk korter en ik voel me er veel beter bij.

Tita in een prachtige slaapzak

Langzaam zoeken we onze weg langs de binnen- en buitenzijde van de stadsmuur, kijken winkeltjes, zoeken geocaches, eten een broodje en bij een sportzaak koop ik een prachtige mummy slaapzak die tot 5 graden behaaglijk is en toch slechts 900 gram weegt. Een aanwinst voor mijn pelgrimage straks.

We lunchen weer in een restaurant van een grote supermarket. Dezelfde keten waar we eerder lunchten en weer is het voortreffelijk, maar veel. Dus lopen we nog maar een extra paar kilometers om de volte van onze magen wat te reduceren. Uiteindelijk zijn we eind van de middag weer terug bij de camper.
Om 8 uur nemen we alleen nog het broodje dat we bij de lunch verstrekt kregen en dat blijkt meer dan genoeg te zijn om de rest van de avond door te komen.

Donderdag 19 mei laat de zon zich gelukkig weer zien en nadat we gedumpt hebben en water gevuld, dat kan op deze parking, vertrekken we uit Lugo. We klimmen hoger en hoger de bergen in en rijden door een schitterend berggebied. In dit jaargetijde is het zelfs nog mooier dan toen we hier in november reden en regelmatig bergen sneeuw om ons heen zagen liggen. Nog voor de middag arriveren we in Astorga waar we onze camper tussen de grote flats in de binnenstad parkeren. Was het in November eigenlijk te koud om hier te staan, vanwege de ijzige wind die tussen de flatgebouwen gierde, nu is het met 22 graden en een volop schijnende zon heerlijk om hier te staan. Zodra de camper staat wandelen we naar het centrum van dit geliefde stadje.

Bij de stadsmuur van Astorga

In november hadden we hier een paar heerlijke dagen met Paul en mijn nichtje Inge en ik snap heel goed dat Hannah aangaf dat we hiernaartoe moesten. Zij en haar man Henk vonden dit allebei ook een heerlijke stad toen zij hier op hun pelgrimage in october langskwamen. We dwalen door het stadje, ontmoeten pelgrims die we een “buen camino“ wensen en gaan heerlijk op een terrasje op het Plaza Major zitten.
De lunch smaakt goed, eigenlijk is het een avondmaaltijd want het is inmiddels 4 uur.

Lunch op de Plaza Major

Maar in Spanje en zeker in een pelgrimsstadje kun je nog overal eten bestellen. Nadat we terug zijn bij de camper eind van de middag wandel ik toch nog even het centrum in om op mijn gemakje bij de pelgrim outdoor shop te kijken. Helaas, dat lukt niet want op donderdag zijn ze gesloten dus onverrichterzake keer ik weer terug. Dat rondkijken zal een volgende keer moeten gebeuren. Ook nu hoeven we na deze late maaltijd niet meer te eten. We lezen nog wat en kijken natuurlijk naar het nieuws voor we naar bed gaan.

Vrijdag 20 mei zijn alle wolken weer verdwenen en zien we slechts staalblauwe lucht en zon. Als we in Burgos arriveren wijst de thermometer al 30 graden aan, het is dan 12 uur.

De Camino wegwijzer

Op weg naar Burgos hebben we wel gezien dat het Adagio van de Camino: “volg de rugzak voor je” echt opgaat want overal zien we mensen met rugzakken lopen. Fietsers zijn er soms ook, maar in veel mindere mate. Het landschap op weg naar Burgos is uitgestrekt en vlak en in de verte zien we de witte pieken van de Picos de Europa, de hoogste bergketen in dit deel van Spanje. Omdat het te warm is om naar het centrum van Burgos te lopen, wandelen we lekker het koele aangrenzende winkelcentrum in.
We dwalen heerlijk rond langs de winkeltjes die allemaal open zijn ook al heeft de rest van de stad fiesta wat betekent dat winkels van 13.30 tot 17.30 dicht zijn. Natuurlijk brengen we onze voedsel voorraden weer op peil door inkopen te doen in de grote supermarket en dan kan ik het niet weerstaan om toch nog wat geocaches in de omgeving te zoeken.
Dick vindt het wel welletjes en blijft lekker in de camper. Het is best warm rond de 33 graden maar wandelend in de schaduw van de bomen is het buiten goed uit te houden. Toch is het prima als ik na een rondje van 5 km weer terug ben bij de camper en heerlijk met een boek en een glas alcoholvrij bier kan neerploffen.

Diner in Burgos

Om 6 uur wandelen we naar een restaurant in het winkelcentrum waar we heerlijk eten. Wel wat te laat want als we een uur eerder besteld hadden was de maaltijd 4 euro per persoon goedkoper geweest. Maar desondanks smaakt het eten goed en de wijn die erbij geserveerd wordt is ook heerlijk. Dat schiet met de huidige temperatuur wel direct in onze benen. Gelukkig staan we naast het winkelcentrum geparkeerd en hoeven we niet ver te lopen. Het blijft heel lang warm buiten en dus ook in de camper zodat we ‘s nachts met alle ramen wagenwijd open slapen.

Zaterdag 21 mei is het al vroeg in de ochtend 18 graden maar dat voelt, na de temperatuur die we gisteren hadden, koel aan. Na het ontbijt vertrekken we uit Burgos en snel rijden we door een woest berglandschap. In Vittoria is nog voldoende plek maar na ons komt direct een stoet campers dus is het goed dat we nog voor 11 uur aankwamen. Nadat de camper geparkeerd is pakken we al ons wasgoed bij elkaar en wandelen naar de lavanderia die achter de supermarket ligt, nog geen 150 meter lopen.

Lavanderio in Vittoria

De komende uren ben ik bezig om alles te  wassen en te drogen. Natuurlijk met hulp van Dick, die langskomt om alles op te vouwen en terug naar de camper te dragen. Het is te warm om rond te lopen en om 4 uur wijst de thermometer zelfs 33 graden aan, dus wandelen we naar de grote Eroski supermarket om eten voor vanavond uit te zoeken. Het wordt weer eens tijd om zelf te koken.
In deze supermarket is dat niet moeilijk want alle uitgestalde goederen zien er perfect uit en er is keuze te over in verse groente. Als we alles hebben opgeborgen in de koelkast (het lijkt soms wel of deze flexibel is zoveel kunnen we erin kwijt) buigen we ons over de verdere route noordwaarts . Omdat ik zo modig terug wil naar Andorra om extra sokken te kopen (weet inmiddels welke sokken goed zitten en die komen uit Andorra) moeten we onze eerder geplande route verlaten en naar alternatieven bestemmingen zoeken. Maar het lukt en eind van de middag hebben we een voorlopige route noordwaarts die ons opnieuw door Andorra voert. Het blijft verstikkend warm buiten en het koelt maar heel langzaam af zodat we opnieuw een nacht doorbrengen met alle ramen wagenwijd open. En de stamppot van bloemkool en snijbonen en aardappelen met kaas smaakt voortreffelijk bij de zelf gedraaide gehaktballetjes. We hebben alleen zoveel gemaakt dat we dit nog een avond kunnen eten.

Zondagochtend wijst de temperatuur al 20 graden aan maar de zon is verscholen achter een dikke sluierbewolking. Als we ons grey en black water gedumpt hebben, een ritueel dat onlosmakelijk verbonden is aan deze manier van reizen, en ook onze schoon watertank weer vol zit, rijden we naar Pamplona waar we eerst voltanken. Het is heerlijk om in Spanje te tanken want de overheid geeft een bonificatie van 20 cent op iedere liter brandstof zodat we telkens aangenaam verrast zijn door het bedrag wat we moeten afrekenen. Dat ligt telkens  12 euro lager dan dat de pomp aangeeft. We hebben weer hoge bergen om ons heen en klimmen hoger en hoger de Pyreneeën in waarbij we, omdat we ons nog steeds op de camino Frances bevinden, regelmatig pelgrims langs zien wandelen die we, door ons open raam, natuurlijk een “Buen Camino” toewensen.

Het klooster in Roncevalles

Uiteindelijk arriveren we om 1 uur op de parking van het klooster in Roncesvalles. Het is er ruim en er is plek genoeg om onze camper te stallen. Ik wilde hier graag naartoe om rond te kijken want over drie maanden hoop ik hier na mijn eerste wandeldag te arriveren. En natuurlijk wil ik weten hoe het hier uitziet. Enkele weken geleden kwamen Marjo en Wim hierlangs en stuurden ons foto’s van deze plek waarbij ik direct een hevige teleurstelling ondervond. In mijn gedachten lag Roncesvalles namelijk eenzaam en alleen hoog in de bergen. Gelukkig wordt deze teleurstelling direct weggenomen nu we hier zijn. Het blijft nog steeds een eenzame plek in de bergen alleen zijn er naast het klooster ook nog een hotel en enkele restaurantjes maar verder is het echt verlaten.
Langzaam lopen we langs de kloostergebouwen, zien de pelgrims één voor één arriveren en op de binnenplaats wachten om in aanmerking komen voor een slaapplekje. En bij de toerist info, ja die is hier wel, krijg ik informatie over het deel van de Camino Frances wat door Navarra leidt. Natuurlijk branden we een kaarsje in de kerk naast het klooster waarbij we bidden voor een goede pelgrimage eind augustus.

Van hier naar Santiago de Compostela

Ik voel me bijzonder bevoorrecht dat ik straks deze pelgrimage ook mag gaan doen en hoop dat het me gegeven is deze ook helemaal uit te lopen naar Santiago de Compostella en door naar Fisterra. Natuurlijk lopen we ook nog  wat rond, in de verder verlaten, omgeving om nog wat geocaches te zoeken.  Snel is het dan al avond en verdwijnen ook de dagjes mensen en wordt het hier stil, doodstil. Om 7 uur trekt de lucht helemaal dicht, rollen donkere wolken de bergen op, valt er regen en verlicht onweer de hemel. Hierdoor koelt het snel af en door de optrekkende mist wordt ons wereldje nog maar erg klein. Zelfs de kloostermuren zijn niet meer zichtbaar. Voor het eerst slapen we met een koele nachttemperatuur van 12 graden.

De route vanuit St. Jean Pied de Port

Maandag 23 mei is het in de ochtend nog steeds bewolkt maar als we ontbeten hebben en de steile smalle bergweg verder oprijden zien we zo nu en dan een glimp blauwe lucht aan den einder. Op de top stoppen we even en dalen dan via eindeloze haarspeltbochten af naar Saint Jean Pied de Port, aan de voet van de Pyreneeën. Het plaatsje ligt op slechts 163 meter dus aan de afdaling van 1200 meter, over oneindige haarspeld bochten, komt geen einde.
Zodra de camper geparkeerd staat op een grote parking aan de rand van dit gezellige stadje, wandelen we het centrum in. De smalle straatjes voeren steil omhoog en omlaag en natuurlijk lopen we eerst naar het pelgrimsbureau waar ik 20 augustus mijn eerste stempeltje ga halen. Ik vind het fijn om hier alvast rond te kijken en te zien wat er allemaal is zodat ik enigszins bekend ben als ik met de fietsbus uit Nederland arriveer.

De outdoor specialist in St. Jean Pier de Port

Schuin tegenover het pelgrims bureau bevindt zich ook een outdoor winkel “La Boutique du Pelerin” die we natuurlijk met een bezoek vereren. Het blijkt een winkel volledig gespeculeerd op datgene wat iemand nodig heeft bij het wandelen over de Camino en in plaats van alleen rondkijken vertoeven we hier de eerstkomende uren en komen uiteindelijk naar buiten met een praktisch volledige uitrusting voor de tocht. Wat ben ik blij met deze winkel.
Nadat we mijn nieuwe rugzak en alle andere uitrustingsstukken terug hebben gebracht naar de camper, dwalen we opnieuw door de smalle straatjes van Saint Jean Pied de Port. Wat is dit een aangenaam stadje om te verblijven. Het is er ook gezellig druk. We klimmen naar het kasteel vanwaar we een prachtig zicht op de omgeving hebben, informeren bij de Albergue municipal of er gereserveerd moet worden eind augustus (nee, dat kan niet, gewoon om 2 uur aanwezig zijn en in de rij wachten) en eten wat op een terrasje in de smalle straatjes.

Kaarsje aansteken voor een veilige wandeling

En natuurlijk branden we ook hier in de kerk een kaarsje voor goede gezondheid, een behouden tocht en een veilig terugzien van elkaar in Santiago. Pas tegen 6 uur zijn we weer terug bij de camper na een, voor mij toch wel erg, emotionele dag. Wat blijkt het belangrijk dat Dick, die weliswaar de camino niet zal gaan lopen, deze plekken ook ziet en ervaart. Nadat we het restjes stamppot gegeten hebben lezen we nog wat en dan val ik in ieder geval als een blok beton op bed neer en weet niet eens meer dat mijn hoofd het kussen raak.

Dinsdag 24 mei is het nog steeds wat bewolkt met een vaag zonnetje en het is droog. De uitputtende warmte ligt achter ons. Het is slechts 15 graden. De hakuna geeft ons een route richting Spanje op die ons over steeds smallere wegen voert en hoger en hoger klimt maar na een klein uurtje besluiten we toch om te draaien. Voor ons liggen de Pyreneeën passen en het lijkt, nu de wegen smaller en smaller worden, niet verstandig door te blijven rijden. Dus draaien we om en vinden na enige tijd een bredere weg die ons ook over de pas voert, maar beduidend breder blijft en na veel klimmen arriveren we door een tunnel (we vermijden de hoge bergpas) in Somport. Hiervandaan dalen we langzaam verder af naar Jaca. Er is plek op de parking maar deze ziet er niet zo aanlokkelijk uit en als we door het stadje wandelen blijkt dat ook minder aantrekkelijk omdat alles gesloten is dus om drie uur besluiten we terug te lopen, de camper te starten en verder te rijden naar Ainsa waar we anderhalf uur later arriveren. Ook al betekende dit 70 km verder rijden, voor Dick is dat beter dan aan te kijken tegen een zeurderige vrouw die het niet naar haar zin heeft. In Ainsa is het even zoeken welk plekje het beste geschikt is. Overal staan bomen op het grote grasveld en het is de kunst net daar te staan waar de opening tussen de bomen het grootst is en na enige heen en weer geloop en gemanoeuvreer lukt het een goed plekje te vinden met ook nog uitzicht op de pieken van de Pyreneeën.

Een heerlijke pizza in Ainsa

Nadat we betaald hebben, wandelen we naar het oude centrum van Ainsa en omdat het inmiddels half zes is en we eigenlijk ook wel trek hebben vragen we of we bij het pizza restaurant binnen kunnen zitten. Buiten waait namelijk een koel windje en op het terras op het plein voelt het wat minder aangenaam. Het kan en als enige genieten we even later binnen van een overheerlijke pizza en een lekker glas wijn. Als we teruglopen blijkt de parking echt drukker te zijn met geparkeerde campers maar het blijft stil hierboven en we slapen ’s nachts als rozen.

Deel 3 van deze tocht volgt binnenkort.

Geplaatst in EUROPA | Reacties uitgeschakeld voor Alweer op weg naar het zuiden – deel 2