Vakantie na de Camino Primitivo – deel 2

Vakantie na het lopen van de Camino Primitivo – deel 2

Opnieuw naar Spanje

Het is een heerlijk stille plek en maandag 16 juni worden we pas om half acht wakker.
Om ons heen is iedereen nog in diepe ruste. Het is gewoon koel met 24 graden.

Omdat het in Portugal erg heet wordt laten we dat links liggen, we rijden terug naar Spanje.
Na het ontbijt vertrekken we. Het is stil op de weg.   Bij een rivier steken we de grens over en meteen missen we een uur. We rijden nog steeds in de Extremadura en er zijn veel bergen. We klimmen omhoog en omhoog naar een hoogvlakte op 825 meter en komen dan in de provincia Salamanca, we zijn nu in Castilla y Leon. De hoogvlakte blijft, de warme temperatuur ook.

Net voor we in Ciudad Rodrigo aankomen herken ik de plek. Op deze parking langs de weg hebben we eerder overnacht.  Er staat niemand en we kunnen een plekje uitzoeken. Natuurlijk drinken we een koffie en wandelen dan het stadje in. Het is al 34 graden maar nog goed te doen. Later op de middag tikt de thermometer de 40 graden aan en is het echt warm.

Straatje in Ciudad Rodrigo

 

We lopen rond, zien mooie oude gebouwen en prachtige straatjes en komen dan op de Plaza Mayor. Bij een bar waar we eerder gegeten hebben is een terras en dankzij de vele parasols is het er goed toeven. Hier gaan we eten. We bestellen een menu en wijn en genieten.
Het is niet echt druk alhoewel er toch ook redelijk wat toeristen rondlopen.

Na het eten wandelen we nog langs de stadsmuur, kijken bij het grote boek waarin de geschiedenis van Ciudad Rodrigo opgetekend is en lopen dan terug. We zetten alles open maar ontkomen niet aan de warmte.

Bijzonder geschiedenis boek

 

 

 

In de middag haal ik nog wat boodschappen. Voornamelijk drinken en dessert. Ons drinken vliegt erdoor alsof het verdampt. Na het eten loop ik nog een rondje. In de muziekschool vlakbij wordt door een orkest prachtig gespeeld. We kijken tv en tegen 10 uur gaan we naar bed. Binnen is het “slechts” 37 graden. Uiteindelijk vallen we toch in slaap. Alle ramen blijven open.

Dinsdag 17 juni staan we om 8 uur op. Het is heerlijk koel buiten met 24 graden. We ontbijten en wassen af en dan vertrekken we. Op onze parking is het druk geworden want er staan 5 andere campers. Over de grote weg rijden we naar Salamanca. Er is weinig verkeer. Het landschap is droog en heuvelachtig. We rijden over een hoogvlakte en blijven rond de 700 meter rijden. En dan zien we in de verte de Cathedraal van Salamanca opdoemen. Het is warm als we de parking van het benzinestation opdraaien waar we kunnen overnachten. Eerder hebben we andere plekken in Salamanca verkend maar dat bleek niet zo’n succes. Of de parking stond vol met auto’s en we konden er als camper echt niet staan of ze waren deels ondergelopen door de overstroomde rivier. Onze parking bevindt zich 3.5 km van de cathedraal maar met de huidige temperatuur, het is 34 graden maar gaat oplopen naar 39 graden, hebben we geen zin om dat eind te lopen. Gelukkig hebben we al een aantal malen Salamanca mogen bezoeken en daar rondgedwaald. Nadat we alles open hebben gezet en isolatiefolie op de ramen bevestigd hebben drinken we koffie en lopen naar de Chinese bazaar.

Naar deze nette winkel met ruime paden en een groot assortiment durf ik Dick wel mee te nemen. We willen extra isolatiefolie kopen om ook beschermers voor de voorzijruiten te maken. Het voorkomt direct zoninstraling.  Tijdens het rondsnuffelen zien we een schattig pannetje en deksel dat ook op Dicks mini-eipan past. Uiteindelijk lopen we weer terug.

Repsol restaurant bij camperplek

De camper wordt warmer en warmer dus om half twee zoeken we het restaurant bij het benzinestation en bestellen een menu. De eetzaal op de eerste verdieping vult zich snel. Ons eten smaakt prima dus het is duidelijk waarom het vol zit.

In de middag haal ik nog extra water bij de winkel. Er zijn wat wolken gekomen, sommigen zien er erg donker uit maar ze vertrekken naar de kant waar de zon niet is, bieden geen verkoeling en verdwijnen ook weer snel. De wind is bloedheet en de wolken weerkaatsen de zon. Voor het eerst heeft ook Dick het warm. Het is geen weer om buiten te zijn.

Dreigende wolkenlucht

 

Toch ga ik nog wel dumpen en water vullen. Dan hoeven we dat morgen niet te doen. Ook ga ik weer eens achter mij IPad zitten want snel loop ik achter met het neerschrijven van mijn belevenissen. We hoeven in ieder geval niet meer te koken en hebben ons buikje vol.

En de warmte… daar zullen we aan moeten wennen.  Begin van de avond wandel ik nog even naar de Chinees waar ik een tweede pannetje haal. Nodig heb ik dat natuurlijk niet maar nu kan ik ons maaltijden zoals lasagne bereiden in leuke pannetjes.  
Zoals elke avond is het ook nu in de camper warmer dan 39 graden en we kunnen weinig koelen. De buren naast ons zitten buiten op de parking. Hun busje koelt nog slechter af. Pas na achten koelt het langzaam af.
Om 22.10 is het nog 34 graden. De ramen blijven wijd open en uiteindelijk vallen we toch in slaap.

Woensdag 18 juni staan we pas om 8 uur op. Het is heerlijk koel buiten. De zon brandt weer aan een staalblauwe hemel maar met 24 graden is het heerlijk koel. We halen stokbrood bij het benzinestation en ontbijten. Dan maakt Dick het raam schoon en leeg ik nog even de wc en dan gaan we op weg. Direct na vertrek zitten we op de grote weg. Valladolid en Zamora wijzen dezelfde kant op. Dat belooft niet veel goeds want van Marjo heb ik net gehoord dat de weg naar Valladolid de “grillada” heet, niet verwonderlijk met deze temperaturen. We hebben hier al vaker gereden maar nog nooit is het zo warm geweest. Gelukkig buigt de weg naar Zamora af zodat we deze grillada niet hoeven te ondergaan.

Uitgedroogd landschap

We rijden weer op de autovia Ruta de la Plata en zien figuren op het pad langs de weg. Bij inzoomen blijken het fietsers te zijn. Ik kan me ook niet voorstellen dat er met deze hitte pelgrims lopen.  Het landschap ziet er verschroeid uit. Ook al rijden we op een hoogvlakte en bevinden we ons rond de 700 meter, het is echt warm. Dan zien we Zamora opdoemen en nadat we de halve stad zijn doorgereden arriveren we op de parking. Er is weinig schaduw en dus zegt Dick dat we beter onze winter isolatiemat kunnen aanbrengen. Een zeer goed idee. Ook leggen we isolatie folie in het grote dakluik. En nu maar hopen dat het dakluik niet gaat smelten. Dan drinken we koffie en verzamel ik ons wasgoed. Heerlijk om met de huidige temperaturen weer een schoon bedje te hebben.

Na de koffie wandelen we samen naar de lavanderia. Het is niet echt ver (500 meter) maar de afgelopen tijd lagen de lavanderia’s naast de parking dus moeten we nu iets verder lopen.  Als alle wasgoed is ingeladen ga ik op mijn iPad werken terwijl Dick terug naar de camper loopt om te gaan stofzuigen. Het is druk op straat en ook in de lavanderia loopt het vol. Hoe hij het toch telkens weer voor elkaar krijgt weet ik niet maar als de laatste droog in de machine zit duikt Dick weer op.

Een glaasje wijn hoort erbij.

Heerlijk want nu kunnen we samen het beddengoed en de onderlakens opvouwen en kan Dick alle sokken sorteren. Nadat we alle schone goed weer in de camper hebben gebracht wandelen we naar het centrum van Zamora.

Om half drie staan we bij op het plein waar ons restaurant is. We kunnen nog eten en gaan binnen zitten. Opnieuw eten we heerlijk en de wijn smaakt er prima bij.  We eten wel veel dus na het eten wandelen we nog door dit stadje waar ik mijn hart aan heb verpand.
Alles is inmiddels dicht en het is overal uitgestorven.

Lopen langs de Albergue waar Tita heeft geslapen

Natuurlijk wandelen we langs de albergue municipal en vinden uiteindelijk ook nog een geocache vlak naast de stadsmuur.
Als we terug zijn bij de camper gaan we buiten zitten en drinken en drinken. Liters water gaan erdoor.
Om 6 uur is het nog steeds warm en met 39.4 graden op de thermometer blijven we nog even buiten zitten. Gelukkig komen we om half acht in de schaduw van een flatgebouw. Niet dat dit verschil maakt in de temperatuur maar het lijkt koeler. Pas laat in de avond duiken we ons bed in.

Donderdag 19 juni zijn we al om half acht wakker Het is voor de verandering bewolkt en dus niet zo heet. Er vallen zelfs 4 druppels regen. Na het ontbijt, water vullen en dumpen verlaten we Zamora en rijden al snel op de N 631. Ook al is het meer dan een jaar geleden dat ik hier liep toch is er regelmatig sprake van het feest der herkenning; de eindeloze kilometers van toen gaan nu snel voorbij. Ik vertel over de bittere koude die heerste in Monte Martha. In plaats van in de albergue verbleef ik helemaal alleen in een ijskoud privé pension. En in Tabara overlaad ik Dick met verhalen van de albergue, het eten in het restaurant ernaast en de TV op volle sterkte in de eetzaal.

Restaurant Gusta Comer

 

Dan arriveren we in Rionegra del Puente. Al snel zien we dat er geen enkele mogelijkheid is om hier te overnachten. Dat was wel het plan. Ook wilde ik in het restaurant Gusta Comer eten, het ligt naast de albergue. De sterren kok hier bereidt voortreffelijk eten. Maar het restaurant is nog dicht. En wat de weg naar deze overnachtingsplek in “Park 4 Night” betreft, deze is of via een te smalle brug zonder leuningen bereikbaar of daalt steil af over een smal weggetje. Beiden zijn niet handig om met een camper te berijden. Dus parkeren we even naast de albergue. Nu kan Dick even een blik binnen werpen.

De slaapzaal in Rionegra del Puente

Normaliter is dat nimmer mogelijk maar deze albergue is open, de limpiade mevrouw (schoonmaakster) heeft geen bezwaar en er zijn nog geen pelgrims. Dus dwalen we door de twee slaapzalen, ik wijs Dick mijn bed en vertel (waarschijnlijk voor de zoveelste maal) hoe het is om op zo’n slaapzaal te liggen. Dick zegt niet veel, slechts een jaja, verlaat zijn mond.

Als we voldoende rondgekeken hebben vertrekken we en over smalle bergwegen rijden we naar Astorga. We parkeren de Frankia op zijn vaste plekje tussen de flatgebouwen en wandelen naar het centrum. Op de Plaza Maior gaan we op een terras zitten en bestellen een burger. De lucht is inmiddels grijs en er vallen enkele druppels maar al snel is het weer droog dus we kunnen rustig buiten blijven zitten. Na een heerlijke maaltijd wandelen we over de stadsmuur terug naar de camper. De temperatuur is nu 27 graden en het voelt aangenaam om buiten te zijn. Omdat ik naar mijn mening te weinig heb gelopen neem ik eind van de middag nog een kijkje bij de cathedraal en loop bij enkele Chinese bazaars binnen. ‘s Avonds kijken we tv. Om 9 uur stopt dat want er is veel wind opgestoken en ook regent het waardoor de ontvangst gestoord is. Buiten is een prachtige regenboog die onze camper mooi omhult.

Parkeren naast de albergue in Ponferrrada

Vrijdag 20 juni staan we om 8 uur op en na het ontbijt vertrekken we. We hoeven slechts 63 km af te leggen. Alvorens naar de parking in Ponferrada te rijden stoppen we even bij de Lidl om blikjes cola te halen. Deze is daar in de reclame. Om half 11 staan we geparkeerd naast de albergue de peregrinos.

Na een kop koffie wandelen we naar het Castillo de los Templarios, een imposante Middeleeuwse vesting. In de 12e eeuw schonk koning Ferdinand II van Leon het kasteel aan de tempeliers zodat ze de pelgrims naar Santiago de Compostela konden beschermen. Natuurlijk willen we dit kasteel bezoeken en door een monumentale poort betreden we het kasteel.

Toegang naar de Castillo de los Templarios

Als pelgrims (we hebben beiden een credential, pelgrimspaspoort) maar ook als jubilado’s (gepensioneerden) hebben we korting op de toegangsprijs en al snel lopen we rond over de kantelen, beklimmen de verschillende torens en lopen over de mooie binnenplaats. Binnen kijken we rond in de bibliotheek met middeleeuwse manuscripten. De Codice Calixtino ligt er ook, de middeleeuwse handleiding voor pelgrims. Wat zou ik graag dit werk, geschreven rond het jaar 1140, lezen. Het is toegewijd aan apostol Jacobus de Meerdere (Apostol Santiago) en bevat naast liturgische teksten ook verslagen van wonderen van Apostol Jacobus. Ook was het destijds de gids met pelgrimsroutes door Frankrijk, beschrijvingen van heilige plaatsen onderweg, adviezen over eten en waterbronnen en waarschuwingen voor gevaren.

Net voor siësta-tijd hebben we alles wel gezien en wandelen het centrum in waar we op een pleintje een menu bestellen. Onze ogen zijn groter dan onze maag en de kipschotel na het spaghetti voorgerecht is eigenlijk te veel. We hebben een te volle maag als we vertrekken dus wandelen nog even rond door het stadje. Niet echt lang want het is erg warm buiten. De thermometer wijst 38 graden aan. Nadat we nog water hebben gehaald bij een supermarket zijn we om half zes terug bij de camper. Deze staat inmiddels in de volle zon en ook binnen is het bloedheet ondanks het feit dat we onze isolatie mat voor de voorruit hebben bevestigd. Pas na 10 uur koelt het langzaam af en we komen maar moeilijk in slaap. In de vroege ochtenduren komt er wat verkoeling en vallen we echt in slaap.
Zaterdag 21 juni worden we pas om half 9 wakker. Een van de laatste pelgrims wandelt net langs. Ze moeten uiterlijk om 8 uur de albergue verlaten. Na een goed ontbijt vertrekken we. Over smalle bergwegen en door prachtige kloven langs de rivier de Sil trekken we steeds dieper de bergen in. Na 120 km komen we in Monforte de Lemos. De naam komt uit het Latijn: Mons Fortis (stevige berg).  Aan de rivier ligt een grote parking waar we kunnen overnachten.

Vuil verzamelen en deponeren in de vuilnisbak

 

We parkeren de Frankia en omdat in de grasrand langs de rivier erg veel afval ligt gaan we eerst vuil ruimen. Als alle rotzooi in de vuilnisbak is gedeponeerd, drinken we koffie en wandelen langs de rivier richting het kasteel wat hoog boven ons uittorent. Over de oude Romeinse brug wandelen we het centrum in.
Het is druk in de winkelstraten en we kijken rond. Helaas vinden we geen mooie T-shirts voor Dick. Omdat het al half twee is gaan we op een terras zitten. Het is een fijn plekje en we zitten er net op tijd want binnen een kwartier zijn alle tafels bezet. We bestellen een burger en die smaakt prima.

Op weg naar het kasteel

 

 

Na het eten hervatten we onze tocht naar het kasteel. Het pad voert steil omhoog en het is best veel klimmen. Bij de poort waar een smal toegangspad nog steiler omhoog klimt houdt Dick het voor gezien. Ik klim het laatste stuk omhoog. Het valt niet mee want het pad is erg rotsachtig en op sommige plekken nog steiler. Dan kom ik bij een oud Monasteria, nu een hotel, maar ik mag een kijkje nemen bij de oude binnenplaats. Dan klim ik verder naar de toren. Helaas is die gesloten dus ik kan binnen geen kijkje nemen, wel geniet ik van het uitzicht over de omgeving.
Als ik terug ben bij de camper is het daar heerlijk koel, we staan in de schaduw van de vele bomen langs de rivier.

Wandeling langs de rivier

 

 

Eind van de middag loop ik nog een stukje de andere kant op langs de rivier want daar ligt een geocache. Het is warm en veel Spanjaarden zoeken afkoeling in de rivier maar ik weet ongestoord de cache te vinden. Als ik terug ben is het al 6 uur. Er zijn inmiddels nog wat campers gekomen dus we staan niet meer alleen. De zon brandt nu tegen de zijkant van de camper en binnen wordt het warmer. Gelukkig gaat het rond achten wat waaien zodat er ook afkoeling komt. We slapen in ieder geval goed want binnen wordt het niet warmer dan 31 graden.

 

Zondag 22 juni worden we pas om 8.30 uur wakker. Waarschijnlijk komt het door de koelte in de ochtenduren dat we zolang diep doorslapen. We ontbijten lekker en na de afwas maken we de camper reisklaar. Dick voert de inspectie uit of alles dicht en vaststaat. Dat is ook nodig want regelmatig vergeet ik een lade of kast dicht te doen en dat wordt direct bestraft als we een bocht nemen of op een rotonde rijden. Het betreffende kastje of laadje schiet dan open en alles wat erin zit vliegt door de camper. We hebben al wat butsen op de koelkastdeur. Ik breng ondertussen ons vuil naar de vuilniscontainers aan het einde van de parking. Op het smalle weggetje naar de uitgang van de camper staat een paal waar water gepakt kan worden. Er is ook de dumpplek en als Dick aan komt rijden loos ik nog even ons toilet. Schoon is schoon. Dan begeven we ons op weg.

Door de bergen naar Pontevedra

Onze hakuna geeft aan dat we er redelijk lang over zullen doen om in Pontevedra aan te komen. Dat betekent bergwegen. En dat klopt. We klimmen en dalen met ijzingwekkende snelheden over smalle kronkelende bergwegen. Het landschap is prachtig. Regelmatig stoppen we even en kijken rond in de diepe dalen onder ons. Berglandschap blijft fascinerend. Dan zijn we in Ourense, rijden langs de Ponte Romana uit de 1e eeuw na Christus en zien even later de prachtige Puente del Milenio, het symbool van het moderne Ourense. Als je over deze brug loopt lijkt het alsof je een achtbaan op- en afklimt. We vervolgen onze weg, klimmen naar 800 meter, dalen af en klimmen weer.

Uiteindelijk om 12 uur zien we Pontevedra liggen. We zijn hier eerder geweest maar geen van beiden herinneren we iets. De wegen naar de parking voor campers zijn afgesloten en worden bewaakt door militairen maar als autocaravane mogen we door. Dan zien we campers staan. Er zijn verschillende plekken vrij en we pakken de plek aan het einde van de parking. Nog steeds herkennen we niets. Om ons heen is alles afgezet. Er zijn duidelijk wedstrijden bezig. Zodra we staan maken we koffie en daarna ga ik water vullen en ons grey water dumpen terwijl Dick onze ongelooflijk smerige voorruit onder handen neemt. We zijn tegelijk klaar. Dan bevestigen onze isolatiefolie op de ruiten zodat de zonstraling weerkaatst wordt en sluiten alles af.

Worldcup Duathlon

 

Het is overal druk op straat. Deze week is er in Pontevedra de Worldcup voor Duatlon en overal lopen atleten. Alles is afgezet maar wij kunnen wel de stad inlopen.
Zodra we langs het water lopen komen de herinneringen terug. Ik weet ineens waar we geweest zijn, waar we gelopen hebben en zelfs waar we gegeten hebben. Raar dat het zolang geduurd heeft voor ik me dit weer voor de geest kan halen. Terwijl we lopen vertel ik Dick meer herinneringen aan onze wandeling door deze stad die ook aangedaan wordt door pelgrims die de Camino Portugues lopen. Regelmatig zien we ook pelgrims.

Flinterdunne plakken Pata Negra

 

We kijken bij een kok die van de poot van het Iberisch varken flinterdunne plakken snijdt, waarschijnlijk de pata negra die we in de Extremadura hebben zien rondscharrelen.

We gaan zo eten anders had ik een schaaltje van deze lekkernij gekocht. Als we langs het restaurant van de supermarket komen blijkt dat open te zijn. De vorige keer hebben we hier goed gegeten. We lopen naar binnen en vragen of en wanneer we kunnen eten. Het is bijna 2 uur en we worden uitgenodigd om ergens te zitten. De menukaart staat ons aan en we bestellen. Eerst salade en als tweede gang lomo voor Dick en een burger voor mij. Het eten is heerlijk maar wel erg veel. Als we onze café con leche genuttigd hebben en betaald vertrekken we en lopen verder richting centrum.
Op veel pleinen spelen ook muziekbandjes. Een band is heavy metal, leuk maar wel erg luid, te luid voor ons dus lopen we snel verder.

Spaans volksfeest op straat

Opnieuw worden we aangetrokken door luide muziek, ditmaal Spaanse muziek en nadat we enkele bochten zijn omgegaan zien we een zanger met bandje bij een bar. We scharen ons bij de mensen die op straat staan en genieten van het volksfeest wat hier gebouwd wordt.
De zanger weet iedereen mee te slepen met zijn gezang en met glazen in de hand dansen de mensen op de straat. Het is warm maar de waaiers die in overvloed aanwezig zijn wapperen de bezitter ervan koelte toe.
Als er een polonaise wordt gelopen loop ik mee.

Tranen in onze ogen

 

 

Dick en ik krijgen tranen in onze ogen van vreugde. Wat leuk om dit samen mee te kunnen maken. Na een uur, iedereen om ons heen is bezweet van het dansen in de volle zon en de bandleden kondigen een pauze aan, houden we het voor gezien.
We wandelen verder door de stad. Bij de kerk op het plein lopen we natuurlijk even naar binnen. Het glas in lood raam laat de schelp van de pelgrims zien en buiten op de toren is de beeltenis van Apostol Santiago.
Het is overal erg druk en gezellig. Een schrille tegenstelling met hoe het normaliter is in Spanje op een zondagmiddag, namelijk uitgestorven. We wandelen inmiddels in de richting van de camper. Een geocache komt op ons pad maar helaas, deze is niet te vinden. En dan blijkt dat deze geocache als laatste in augustus 2024 gevonden is. Dus lopen we door. Na eindeloze trappen afgedaald te zijn arriveren we bij het parcours van de Duathlon. We vragen de beveiliger of er iets komt en hij zegt ja hoor dus we blijven staan. Even later rent een groep vrouwen de straat op en vervolgt het parcours. Er worden enkele rondjes gerend en dan zien we ze fietsen pakken, wordt er verder gefietst en na terugkeer in het stadium worden opnieuw enkele rondes hardgelopen. Er staan niet veel mensen langs de kant dus we kunnen uitgebreid genieten van de pal langs ons lopende atleten.

De prijs winnende rolstoel atleet

Met een van hen, een rolstoel atleet die eerder op de dag gefinisht is en de tweede prijs behaald heeft, mag ik op de foto. Het is fantastisch. Wat een dag. We lopen langs het parcours, staan regelmatig even stil om de atleten voorbij te zien gaan en maken foto’ s. Uiteindelijk zijn we rond 6 uur terug. Zelf loop ik nog even door naar twee caches vlakbij. Een blijkt spoorloos verdwenen en de ander is na een toch wat intensievere zoekpartij uiteindelijk toch te vinden. De foto gaf aan dat hij in een muur verborgen zat maar het onkruid had inmiddels deze muur zo overwoekerd dat de muur volledig verdwenen was. Terug in de camper drinken we nog fris en koffie, kijken tv en ik schrijf weer eens mijn verhaal. Het is opnieuw warm in de camper. Maar 34 graden is toch minder warm dan de verstikkende hitte in Sevilla toen het op dezelfde tijd, 22.10 uur, nog 39 graden was. Het gaat wel weer een nacht worden waar alle ramen wagenwijd open staan.

Maandag 23 juni 2025 staan we om 8 uur op. De zon schijnt al aan de hemel en de lucht is staalblauw. Na het ontbijt dumpen we ons grey en black water. Vers water hebben we gisteren al met de gieter bijgevuld. Dan vertrekken we. Over bergachtige wegen rijden we naar Fisterre. Er is veel verkeer maar we kunnen doorrijden. Ook is het redelijk bewolkt maar naarmate we Fisterre naderen verdwijnen deze wolken.

Camperplek “Completo”

Gelukkig hebben we enkele dagen geleden Santi ge-appt en hebben we een plekje op de camperplek want aan de poort hangen bordjes met “completo”. Het is gewoon een heerlijk plekje met uitzicht over zee en de vacanties lijken begonnen dus alles is vol. Eigenaar Santi is er en we worden hartelijk begroet en dan loopt hij ons voor naar het plaatsje aan de muur: #17. Nadat we koffie hebben gedronken wandelen we het stadje in. Het is gezellig druk en overal lopen pelgrims. Morgen wil ik het laatste deel van de Camino

“Santiago – Fisterre – Muxia” lopen. Ik moet wel de bus terugnemen dus kijken we op het busstation hoe het zit met de bussen vanuit Muxia. Er vertrekken er twee, om 2.15 en om 4 uur. De eerste moet ik kunnen halen. Dan nemen we een kijkje bij de Chinese bazaar waar we ieder een shirt kopen en lopen verder naar de haven. Het is bijna etenstijd dus op het plein bij ons restaurant gaan we naar binnen. Buiten waait het te veel. We kunnen eten ook al is het 15.15 uur en later dan we normaal eten. Het smaakt prima maar is wel wat veel. Na het eten wandelen we terug.

Nieuwe “Fluor T-shirts”

 

Bij het winkeltje op de hoek kopen we voor mij twee fluor shirts. Ik vind ze prachtig, ze stralen je tegemoet. Morgen zal ik opvallen. In de middag loop ik nog een keer naar het dorp en dan pak ik mijn rugzak. Ook zet ik drinken klaar. De camino app van het groepje dat de primitivo heeft gelopen geeft aan dat Bernd camino muziek heeft gestuurd. Ik zet deze muziek op en luister ze af. De muziek emotioneert me en ik moet huilen. Ik stuur de muziek door naar anderen want ze is erg toepasselijk voor pelgrims.

De rugzak is gepakt

Onderwijl bouwt Santi in de tuin een grote brandstapel. Die wordt vanavond in de fik gestoken. Omdat ik morgen vroeg op moet zal ik die niet zien branden, dan slaap ik al. Ik maak het niet te laat en lig om half negen in bed en slaap diep.

Dinsdag 24 juni 2025 maakt Dick mij 5 voor 5 wakker. Hij denkt dat ik me verslapen heb en dat ik om 5 uur wilde gaan lopen. Mijn wekker staat echter om 5 uur. Ik poedel me aan de wastafel en eet een chocoladebroodje dat Dick voor me gekocht heeft en dan na een laatste foto, ja Dick is ook wakker, vertrek ik. Het is nog erg donker dus goed dat ik een hoofdlamp heb.
Ik gebruik mijn nieuwe hoofdlamp. De oude doet het nog wel maar deze heeft een oplaadfunctie en sterker licht. Ik kom er al snel achter dat ik het terrein niet af kom. De hekken zijn hermetisch gesloten. Dus loop ik naar beneden. Daar blijkt de muur ook erg hoog, te hoog om vanaf te springen. Maar dan zie ik dat in het hek een doorloop poortje is dus ik kan het terrein af. Gelukkig.  Het betekent wel dat ik moet omlopen want natuurlijk moet ik de andere richting op. Overal staan lantaarnpalen en ik heb mijn hoofdlamp nog niet nodig.

Op weg naar Muxia

Langzaam klim ik hoger en hoger. Diep beneden mij moet de zee liggen maar die is in het donker niet te zien. En dan ben ik aan het einde van de bebouwing, verlaat de weg en kom op een pad tussen de bomen. In het nu echte donker heb ik veel profijt van mijn nieuwe lamp. De lichtbaan is breder en ik heb meer licht. Mijn lamp hoef ik niet eens op de hoogste stand te zetten. Ik heb ook het idee dat een (laad) lamp meer licht geeft. Dat was in ieder geval zo toen ik op de Camino Frances met Danielle liep. Haar (laadbare) lamp gaf altijd meer licht. Wel is het fijn dat ik, in geval van nood, ook gebruik kan maken van batterijen, zodat ik toch licht heb als ik een keer geen gelegenheid heb om te laden. Het pad klimt verder naar boven maar de helling is niet te steil. Dan weer loop ik op een grindpad en dan weer over een rotsachtig pad maar ik kom gestadig verder. De lucht wordt langzaam lichter maar ik loop nog steeds tussen de bomen dus eigenlijk heb ik pas licht om kwart voor zeven.

Koffie in een commune

 

 

Iets verderop zwaait een meisje naar me. Ik vraag of er koffie is want er lijkt een terras te zijn en ja, ik kan koffie krijgen. Er is ook een stempel dus dat zet ik in mijn credential. Het duurt erg lang voor de koffie er is en ik kijk rond. Ik lijk beland te zijn in een commune met zeer jonge mensen. Uiteindelijk zit ik aan de koffie, ze is niet echt lekker maar het is vocht. De temperatuur schommelt inmiddels rond de 20 graden en ik loop in T-shirt en korte broek.
De zon komt langzaam op en het wordt warmer. Ik ben blij dat ik regelmatig in de schaduw van de bomen kan lopen. Dan voert het pad een heel stuk door de graslanden en over vlaktes waar alle bomen gekapt zijn. Er zal wel weer een nieuwe aanplant van dennen of eucalyptusbomen komen.

Wandelen tussen de bomen

Even later loop ik weer tussen de enorme eucalyptusbomen, het ruikt heerlijk zo vroeg in de ochtend.
En dan heb ik bijna de helft van mijn tocht erop zitten en ik kom aan in Lires. Natuurlijk stop ik bij een bar waar ik café con leche bestel. Het smaakt prima en na opnieuw een stempel te hebben gezet in mijn credential wandel ik verder. Ik ben blij dat ik even koffie heb genomen want het pad wordt nu erg rotsachtig en stijgt en daalt. Wel heb ik het gevoel dat het meer stijgen is. In ieder geval kost het veel inspanning om omhoog te klimmen. Omdat er niet alleen pelgrims van Fisterre naar Muxia lopen maar ook andersom, kom ik nu regelmatig groepjes pelgrims tegen. De routepaaltjes staan soms naast elkaar. De ene pijl wijst naar A Fisterra en de andere pijl naar A Muxia.

Het pad langs de oceaan

Ik loop verder en verder en zie uiteindelijk links van mij de oceaan liggen. Helaas buigt het pad er weer vanaf en voert tussen de bossen. Nadat ik nog een kop koffie in een kleine bar heb gedronken, kom ik op een zeer steil weggetje naar beneden. De wegwerkers kijken ervan op dat ik nu al hier ben terwijl ik in Fisterre gestart ben en willen weten hoe laat ik vertrokken ben. Ze vertellen dat het nog ongeveer 2 km naar Muxia is.

En dan ben ik bij de baai   De oceaan slaat te pletter tegen de vele rotsen in het water en het strand is verlaten en eenzaam op een enkele zonaanbidder na. De temperatuur is naar 29 graden gestegen en de zon schijnt volop hoewel er ook wolken verschijnen. Hoe anders is dat nu in Fisterre waar, toen Dick wakker werd, de wolken op de grond hingen en heel Fisterre in mist hulde. Dick heeft zelfs zijn lange broek en trui aangetrokken. Dan bof ik hier wel.

Allereerst loop ik in het dorp naar het toerist office. Grote plakkaten op de deur zeggen dat het vandaag de gehele dag dicht is. Jammer, nu kan ik geen Muxiana krijgen, de oorkonde die aangeeft dat ik deze afstand gelopen heb. Dus wandel ik verder naar het einde van Muxia bij de rotsachtige kust waar de oceaan tegen de rotsen slaat. Hier bevindt zich de Santuario da Virxe Barca. Volgens de legende verscheen de Maagd Maria hier aan Apostol Santiago. Ze kwam hier per stenen boot aan, bestuurd door engelen, om de Apostol moed te geven bij zijn prediking.

Kerk van de Sanctuario de Virxe Barca

De kerk is open, ik ga naar binnen, kniel neer in de bank en dank God dat ik opnieuw een camino heb mogen voltooien. Tranen lopen over mijn wangen. Hier aan het einde der aarde, waar de oceaan de horizon opslokt, voel ik mijn emoties meer dan in Santiago. Er is een diepe verbondenheid met God.

Dan loop ik naar het winkeltje in de kerk waar ik mijn laatste stempel gezet krijg en wandel weer naar buiten.
Natuurlijk klim ik over de rotsen buiten de kerk. Een lijkt op een stenen zeil van de stenen boot van Maria. Toen ik hier enkele jaren geleden met Dick was ben ik er 7 maal onderdoor gekropen. Het zou helpen bij rugpijn en reuma en is een van oorsprong heidens gebruik.  Nu kruipen tientallen toeristen er onderdoor. De kerk ziet het meer als een symbolische reiniging: je buigt je lichaam, laat ballast los en komt “lichter” weer overeind. Met mijn rugzak om begin er nu niet aan.

Op de rotsen bij de stenen boot

 

Wel laat ik een foto van me maken, staande op de rotsen en dan loop ik langzaam terug naar het dorp. Daar koop ik een kaartje voor de bus naar Fisterra om 14.15 uur. Dan bel ik Dick. Het duurt nog een uur voor de bus vertrekt en ik bedenk dat de albergue municipal mogelijk ook oorkondes uitgeeft. Chat-gpt bevestigt dit dus loop ik naar deze albergue die net opent als ik aankom. Helaas, ze geven geen Muxiana. De prive albergue evenmin, deze verwijst me naar de librarie. Maar waar is deze? Ik loop naar de Casa do Consello maar daar is niemand dus ga ik terug naar de bushalte. Een half uur later vertrekt de bus, precies op tijd. Onderweg rijden we in de wolken en het ziet er koud uit. Wat heb ik geboft in Muxia, met 29 graden. 40 minuten later stap ik uit in Fisterre, de temperatuur ligt hier zeker 10 graden lager.

Koffie bij terugkeer in Fisterra

Dick wacht op mij en ik val hem in de armen. Samen drinken we koffie en dan lopen we langzaam terug naar huis. Daar douche ik me en pak mijn rugzak uit en Dick bergt hem op.
Na het douchen wandelen we langzaam weer naar de haven waar we bij de Turk eten. Het smaakt lekker. Wel zitten we binnen omdat het buiten te koud is. Na het eten wandelen we terug en kijken tv. Helaas word ik steeds slaperiger, geen wonder want ik heb 31 km gelopen. Om half negen ga ik op bed liggen en slaap meteen.

Pas de volgende dag om half acht staan we op. Het is woensdag 25 juni.

We ontbijten en dan pakken we al ons wasgoed en wandelen naar de lavanderia. De machines zijn allemaal bezet maar al snel kan ik wassen. Ik heb drie machines nodig en dan begint het droogproces. Dat gaat erg goed op de laagste temperatuur. Rond half 1 is alles schoon, droog en opgeborgen. In de middag wandelen we door Fisterre en eten op een terras aan de haven. Het eten smaakt lekker. Na afloop gaan we nog naar de supermarket en halen water. Ik denk dat het momenteel het belangrijkste drankje is. De Romeinen zeiden niet voor niets: “Sanitus per Aquam” (gezondheid door water).

Kapper Victor in Fisterre

 

Dan loopt Dick terug en ga ik nog even bij de bazaar kijken. Om 4 uur stap ik binnen bij Victor en kan meteen geknipt worden. Natuurlijk nadat we elkaar uitgebreid begroet hebben met vele abrazo’ s (omhelzingen). We praten wat af, over de camino, de San Fermin feesten in Pamplona en de warmte.
Uiteindelijk heb ik weer een kortgeknipt kapsel. Ik loop terug en ga meteen mijn haar moussen want er verschijnen toch wel heel veel grijze haren. Buiten is het redelijk somber weer en de wolken hangen laag. Toch zijn er einde van de middag wat opklaringen en komt zelfs de zon tevoorschijn. Ook wordt het iets warmer, 22 graden.
Als ik Santi betaal krijgen we tomaten en sla uit eigen tuin. In plaats van 40 euro hoef ik slechts 35 Euro te betalen voor ons verblijf maar ik geef het als fooi voor de fijne tijd hier. Ik maak kennis met de moeder van Santi en eerder op de dag al met familie van zijn vrouw, namelijk de eigenaresse van de lavanderia. We zitten nog even lekker buiten en genieten van het uitzicht over de oceaan en gaan dan binnen tv kijken. Morgen willen we langs Muxia rijden.

De volgende ochtend, donderdag 26 juni, zijn we om 8 uur wakker.
Na het ontbijt vertrekken we. Gisteren heb ik al gedumpt en heeft Dick schoon water gevuld. Het is bewolkt, onderweg gaat de miezer over in regen. We zien ervan af om in Cee onze Frankia te wassen. Die wordt meteen weer vuil door het opspattende water. Nu rijden we rechtstreeks door naar Muxia. Voor het stadje, waar de baai begint, is een dumpplek en daar stoppen we even om ons vuil water kwijt te raken want dat is nog niet gebeurd en we zijn toch vroeg. Het toeristoffice gaat pas half 10 open. Dan rijden we door naar de haven waar de camper plek is en we de camper parkeren. Het is bijna naast het toeristoffice maar dat blijft dicht.

Nu ook de Muxiana

 

De library blijkt ernaast te liggen en is wel open en daar kunnen we uiteindelijk mijn Muxiana krijgen. Het is fijn om die in ontvangst te mogen nemen als aandenken aan de eergisteren gemaakte kilometers. Natuurlijk rijden we door naar de rotsachtige kust.

De kerk in Muxia

Bij de vuurtoren kunnen we de camper kwijt en dan wandelen we naar de kerk. Samen met tientallen toeristen kijken we er rond en kopen een mini kerststalletje in een schelp, een goede herinnering.

Uiteindelijk verlaten we Muxia en rijden naar Santiago. Er is een grote markt en het parkeerterrein staat overvol met bussen, campers en auto’ s, heel veel auto’ s. We rijden enkele rondjes en dan, mogelijk omdat de markt ten einde loopt, komen er enkele plekjes vrij en kunnen we de camper parkeren. Het (tijdelijke) plekje tussen de bussen was niet zo’ n goed idee. Als we koffie hebben gedronken wandelen we naar de bushalte. Het is inmiddels opgeklaard en er is weer blauwe lucht te zien. Ook de zon is doorgebroken. De afstand naar de Mercado Abastos is niet zo groot dus al snel zijn we op onze bestemming. We nemen de lift naar de mercado (kan alleen als deze geopend is) en wandelen door de smalle straatjes van Santiago.

Diana in Santiago

 

Het is er overal druk met pelgrims, met of zonder rugzak. Bij het pleintje naast de albergue “the Last Stamp”, waar ik geslapen heb toen ik in Santiago aankwam, lopen we Diana tegen het lijf. Zij is op weg naar een van de mensen uit Rotterdam die spullen voor haar kan meenemen. We praten even en wandelen dan verder. We gaan haar straks immers nog zien. Dan lopen we naar de Franciscus kerk.
Ik wil graag nog een oorkonde hebben.
De vorige is verkeerd beschreven. De kerk is open en we lopen naar binnen.

Op zoek naar de oorkondes

 

Achterin is een donkere ruimte met tafel, er zit niemand maar de oorkondes liggen er wel. Ik hoop dat het toegestaan is en pak een oorkonde. Natuurlijk stop ik geld in de donativo box. Dan wandel ik de kerk weer in.
We bekijken de prachtige beelden van natuurlijk apostol Santiago maar ook van Jezus die je doordringend aankijkt. Ook het avondmaal staat in beelden, in Jaca heb ik dat in de processie zien meedragen.

De huiskamer der Lage Landen

Dan maken we ons los uit deze kerk en wandelen naar de huiskamer der Lage Landen. Daar worden we hartelijk ontvangen door Ger, ook al zitten er andere pelgrims. Wat geeft dat een heerlijk gevoel. Ik merk hierdoor dat het me best aangegrepen heeft dat we eigenlijk niet welkom waren toen we de vorige keer de huiskamer bezochten, toen waren er ook 4 pelgrims. We mochten niet aan tafel zitten en kregen evenmin koffie. Nu wordt dat allemaal goed gemaakt. We drinken koffie en met elkaar praten we over onze belevenissen op de camino.
Er vertrekken pelgrims en er komen anderen. Dan arriveert Diana en weer kletsen we heel gezellig met elkaar. Diana en Ger zijn echt een goed team, ze voelen elkaar aan en zijn een eenheid. Het is heerlijk om hier te zitten, te praten en te luisteren. Uiteindelijk vertrekken we. Het loopt al tegen vieren. Nog steeds arriveren pelgrims en we maken een foto van het bord dat aangeeft dat er vandaag al 1813 pelgrims geregistreerd zijn. Dan wandelen we naar buiten en gaan op een terras iets verderop zitten. We kunnen nog eten en bestellen een menu. Het smaakt lekker en het is genoeg. Het kleine ijsje na is ook heerlijk.

Dan wandelen we op ons gemak terug naar de bushalte. Bij de parking aangekomen is het nu erg rustig en we verzetten onze camper naar het plekje aan de rand waar we altijd staan. Dan drinken we nog wat en kijken tv. Het is best warm alhoewel later op de avond dikke wolken verschijnen, sommige erg donker. Maar het blijft droog en warm. Als de zon weg is koelt het een stuk af.

De volgende ochtend, vrijdag 27 juni, worden we pas om half negen wakker. Wat slapen we toch veel. We ontbijten en wandelen dan naar de bus. Deze arriveert na even wachten. Bij de mercado stappen we uit en wandelen naar de cathedraal.  Er staat al een lange rij toeristen en we sluiten aan. Gelukkig vinden we een plekje, binnen, zelfs op de eerste rij. Het duurt nog een uur voor de dienst begint en de kerk vult zich langzaam. Ook wandelen voortdurende groepen langs die door een gids over de kerk geïnformeerd worden. Helaas verschijnt Diana niet. Ik had graag haar praatje gehoord. Ze heeft het vast druk in de huiskamer.

Bij Ivar in Casa Ivar

Na de dienst, de botumafeiro zwaait helaas niet door de kerk, wandelen we naar Casa Ivar. Daar wil ik natuurlijk even kijken en inspiratie opdoen. We praten even, ik ga op de foto met Ivar en uiteindelijk verlaten we de winkel met nieuwe routeboekjes. Ik kan me voorbereiden op een nieuwe camino.  Om de concurrentie met Amazon aan te kunnen geeft Ivar gratis credentials bij de routeboekjes. En het werkt want natuurlijk koop ik bij hem. Nu heb ik meteen nieuwe credentials. Dan wandelen we verder door de drukke straatjes naar de huiskamer.
Het is nog drukker bij het bureau dat de Compostela uitgeeft.

Opnieuw in de huiskamer

 

Wat staan er veel pelgrims. Als we de trap beklimmen naar de huiskamer vertrekken net vier pelgrims (fietsers) en Ger en Diana voorzien ons van koffie. We praten alsof we elkaar al vele jaren kennen. We mogen ook opnieuw het register invullen, zijn er immers weer.
Het is gezellig en de tijd vliegt maar dan vertrekken we toch echt. We hebben afgesproken vanavond samen bij de Italiaan te gaan eten, het moet de beste in Santiago zijn.  We wandelen over het drukke plein voor de Cathedraal. Iedere keer raak ik hier ontroerd. Ook nu weer biggelen tranen over mijn wangen. Natuurlijk maken we foto’ s.

Het is inmiddels bijzonder warm, Eigenlijk zou het mee moeten vallen want de thermometer geeft 32 graden aan en we hebben warmere temperaturen gehad. Bij de Italiaan gaan we op het terras zitten en drinken een biertje. Daar zijn we aan toe. En dan wandelen we verder door de smalle straatjes. Hoe dichter we bij de mercado komen des te rustiger wordt het. De eetgelegenheden zijn inmiddels allemaal dicht, de siësta is begonnen. We pakken bus 1 terug. Thuis wandel ik nog even naar de Gadis supermercado en haal drinken en desserts. In de camper staan weer alle ramen open, we drinken wat en ik doe de achterstallige administratie.  Dan is het 7 uur en lopen we weer naar de bushalte. Na enkele minuten wachten is de bus er al. In Santiago dwalen we door de smalle straten met de vele arcades. Het is stiller geworden.

Muziek op een verborgen pleintje

Dan horen we harde muziek. Op een van de verborgen pleintjes speelt een groepje jongeren. De muziek is leuk en we blijven even staan. Er zitten veel mensen te luisteren. Dan maken we ons los en wandelen verder.

Even voor acht uur zijn we bij de Italiaan. De serveerster herkent ons. Buiten kunnen we niet zitten, daar is alles gereserveerd maar binnen zijn wel tafeltjes. In het tussenstuk is het echt te heet maar in de achterzaal zit je prima. Ik app Diana dat we een tafel hebben en even later komt zij ook.

Rond half negen arriveert Ger, hij was in slaap gevallen. Dat snap ik wel want het zijn toch wel erg lange dagen in de huiskamer van 8.45 uur tot na vijven. Nu we compleet zijn bestellen we ons eten en even later heffen we het glas met elkaar.

Diner bij de Italiaan

Wat gezellig om zo mijn camino avontuur, waar Dick een heel belangrijke rol in had, samen te beëindigen. We kletsen en eten en genieten met elkaar. En dan is het plotseling over tienen. Onze laatste bus vertrekt om 11 uur dus ik betaal en we nemen afscheid van elkaar. We boffen want 5 minuten nadat we bij de bushalte zijn arriveert onze bus. We kunnen nog naar huis rijden en hoeven geen twee kilometer ter lopen. Het is buiten erg afgekoeld en het is fijn dat we een trui bij ons hebben. Om 11 uur zijn we thuis. We luchten de camper nog even alhoewel het binnen niet echt bloedheet en even later duiken we ons bed in. We slapen diep.

Zaterdag 28 juni worden we pas kwart voor negen wakker. Het is nog wat bewolkt maar als we afwassen zien we blauwe lucht en zon verschijnen. We rijden naar de dump, vullen water en dumpen ons grey- en black water. Ook gooi ik twee gieters door de vuil watertank want die is stinkend smerig door zeepresten. Dan vertrekken we uit Santiago.

Het pad van de Camino ligt rechts van ons

Het eerste deel rijden we langs een camino. Dat moet een stuk van de Norte zijn gezien de aanduiding Sobrado dos Monxos en we vervolgen onze weg naar het noordoosten.
Na staalblauwe lucht en zon belanden we het laatste deel van onze reis in de wolken.
Al van verre zagen we deze langs de kuststrook hangen. Eigenlijk is dit niet erg want nu kan het niet bloedheet worden. Dat is trouwens wel het vooruitzicht voor het noorden van Spanje. Hitte en zon met temperaturen rond de 38 graden.

We hebben besloten naar Foz te rijden. Eerder waren we hier in november. Toen was het een doods stadje. Als we nu aankomen is het erg druk met campers. Er staan er zeker 60 en op de eerste rij aan de rivier is nergens een plekje. Maar we vinden een plek aan de zijkant en daar staan we prima. Buiten is het ondanks de bewolking niet koud, het is 25 graden. We drinken koffie en besluiten dan de camper te poetsen. Daar is het echt weer voor. Ik pak een gieter en een emmer water en we poetsen de camper met sop en weinig water.

Camper schoonmaken in Foz

 

Hij gaat er zelfs schoon uitzien dus ons werk is zeker niet tevergeefs. Als alles weer blinkt wandel ik naar de lavanderia op 600 meter. Ik loop alleen, er is niet echt veel was maar wel zijn er veel natte doeken.  Ik werk op mijn iPad terwijl ik moet wachten tot het wasproces voltooid is. Ondertussen gaat Dick stofzuigen en polarsteps bijwerken want ook hij loopt achter. De was gaat snel, het drogen kost wat meer tijd. Doordat ik de was op een lage temperatuur laat drogen, wat werkte in Fisterre, moet ik hier nog een keer een droogcyclus doorlopen op middel temperatuur. Dan pas kan alles droog opgevouwen worden. Inmiddels is het 17.18 uur.

Ik stop met schrijven en wandel weer terug naar de camper die nu ook binnen schitterend schoon is. Daar dek ik ons een schoon bed en berg alles op. Rond 7 uur begin ik met koken, gebakken aardappelen met worstjes en erwten en wortels. En een glaasje wijn. Het smaakt goed. Dan kijken we nog tv. Tegen de avond wordt het nog erg druk op de parking want de ene na de andere camper rijdt de vlakte op. Het is inmiddels vloed geworden en langs de kant staan veel vissers. De vissen zwemmen echter weg en komen, buiten het bereik van de vissers, adem happend naar de oppervlakte, het is een enorme school en leuk om te zien. Om 10 uur gaan we naar bed, het is goed geweest. We slapen diep.

Om te voorkomen dat we weer erg lang slapen heb ik de wekker om 7.45 gezet maar we zijn voor die tijd wakker. We wassen ons, ontbijten en vertrekken. Het is erg mistig, de wolken hangen op de grond en de zon is nergens te zien.
Het is zondag 29 juni en om ons heen is iedereen nog in diepe slaap. Slechts een enkele camperaar is wakker en dan meestal vanwege een hond. Al snel rijden we over de autovia richting Oviedo. Onze bestemming is Aviles maar als we daar aankomen is er nergens een plekje vrij dus we zoeken een andere bestemming.
15 Km verderop ligt Candas en daar rijden we naartoe. Er zijn niet veel plekken maar we gaan het wel zien. Om bij de parking te komen dalen we een steil weggetje af en onder een lage tunnel. We horen geen gekraak dus we zullen er wel onderdoor passen. Ik durf niet omhoog te kijken. Er blijkt een plekje vrij en daar parkeren we de Frankia.

Kantklossen op de markt

 

Na de koffie wandelen we naar het stadje. Bij een Chinese bazaar lopen we (natuurlijk) naar binnen en vinden een T-shirt voor Dick. Iets te lang maar dat krimpt wel in de was. Dan lopen we verder het stadje in.

We passeren een markt met oude ambachten. We kijken bij het kantklossen, priegelig werk maar mooi om te zien. Iets verderop kunnen we een mooie kaars van bijenwas niet laten liggen en we kijken rond bij andere kraampjes.

In klederdracht op de markt

 

 

 

 

Twee vrouwen in klederdracht kondigen luidkeels aan dat er om 1 uur muziek zal worden gespeeld. Je bent terug in de middeleeuwen. We luisteren even maar het blijft bij een doedelzak en getrommel. Graag hadden wij de luit gehoord maar die komt maar niet zodat we verder wandelen door het stadje richting zee. Dan zien we een gezellig terrasje. Een echtpaar vertrekt en we nemen hun plekje in. Omdat we in Asturia zijn, het land van de Sidra, moeten we die toch proberen. Ik vind het niet zo lekker maar we drinken de fles leeg en daarna neemt Dick nog een bier en ik een glas vino tinto. We bestellen burgers. Ze zijn groot en smaken lekker. We genieten op het drukke terras. Om ons heen wordt nog niet gegeten, het is pas 14.30 uur.

Na het eten wandelen we naar de haven. Een klein strand ligt vol mensen, ook zijn er veel zwemmers. We zoeken een geocache maar vinden deze niet. Andere caches zijn evenmin gevonden dus die geloven we wel. Wel klim ik nog even een helling op om bij het “zwaard van Damocles” te kijken.

Het zwaard van Damocles

Natuurlijk is dit kunstwerk te herleiden naar de Griekse legende van Damocles. Die was hoveling aan het hof van Dionysius II (4e eeuw voor Christus) en benijdde zijn heerser vanwege de rijkdom en macht. Daarop nodigde Dionysius hem uit om een dag lang zijn plaats in te nemen en van de luxe te genieten. Alhoewel Damocles omringd werd door lekkernijen en goud hing boven zijn hoofd ook een scherp zwaard vastgehouden door een paardenhaar. Toen kwam het besef dat macht en rijkdom ook altijd gepaard gaan met gevaar, onzekerheid en verantwoordelijkheid en dus een schaduwzijde heeft.

Vanaf twee bogen hangt een scherpe ijzeren punt naar beneden. Er gaat een dreiging vanuit en ik durf er niet onder te gaan staan; de naam van dit kunstwerk is dus goed gekozen. Ik snap dat de sculptuur zo nu en dan wordt afgezet als er harde wind is en schade kan ontstaan aan de bevestigingspunten.  Na de nodige foto’s wandelen we weer naar de camper toe.
De zon is door de wolken heen gebroken en het is warmer geworden. In plaats van 23 graden geeft de thermometer nu 28 graden aan. Eind van de ochtend vond ik het best koud in mijn t shirt, nu is het warm. Kwart over 4 zijn we terug bij de camper.  Naast ons zijn beide campers weg. We openen alle ramen en gaan dan onze administratie doen. Ook maak ik een koffie. Buiten is het stil. Zoals altijd in Spanje is na 4 uur alles uitgestorven op straat. Je ziet zelfs geen auto rondrijden. Wel passeert zo nu en dan een toeterend treintje. En dan, net als iedere dag vullen de lege plekken zich. Spanjaarden komen altijd laat maar vertrekken ook regelmatig laat.

Oud Spaans huis in het park

We kijken nog even in het park bij een oud Spaans huis maar ik waag het niet de balustrade op te stappen. Niet alleen is het een hoge stap, ik vertrouw het hout ook niet helemaal. Niet voor niets zijn de laatste treden weggehaald. En dan gaan we lekker tv kijken. Het is inmiddels weer afgekoeld en er is meer bewolking. De kleine parking staat weer vol. Inmiddels heb ik ook de dumpplek gevonden die naast de parking ligt op de heuvel. We kijken tv en gaan dan naar bed. 

Maandag 30 juni staan we kwart voor acht op. We douchen en ontbijten en dan vertrekken we. Gelukkig hebben we geen tegenliggers op het smalle weggetje naar boven en gelukkig is het viaduct onder de rails nog steeds hoog genoeg om de camper door te laten. Het blijft er eng laag en smal uitzien. Boven rijden we de richting uit vanwaar we gekomen zijn. Het is niet echt druk hoewel er beduidend meer verkeer op de weg is dan gisteren.

Rijden in de bewolking

We rijden in de dikke bewolking die langs de kust hangt maar op de autovia zien we plotseling de zon door de wolken breken. Het is een prachtig gezicht en maakt dat de wolken opzij van ons langzaam verdwijnen. Uiteindelijk hebben we toch zicht op de hoge bergen van de Picos. Wat is dit een schitterend gebied. En dan buigen we verder af van de kust en arriveren in Puente San Miguel. We hebben niet eens de moeite genomen eerst nog in Santander te kijken. De vorige keer dat we daar langsreden stonden de campers dubbeldik buiten de officiële plek. En toen was het november. Laat staan hoe de situatie daar is nu de vacanties van de Spaanse kinderen zijn begonnen. Die hebben trouwens wel erg lang vakantie van 22 juni tot half september.
Je merkt wel aan de hoeveelheid Spaanse campers onderweg dat iedereen vrij is. Als we in Puente San Miguel aankomen staan er slechts twee campers en een caravan, een vertrekt al snel.

Parkeren in Puente San Miquel

 

We parkeren de Frankia en bevestigen onze winter isolatiemat voor de ruit. De zijramen krijgen matjes van isolatiefolie die de hitte weerkaatst. De wolken zijn inmiddels verdwenen en de zon schijnt. Na de koffie wandel ik naar de Dia supermarket waar ik drinken haal. Dat vliegt er bij deze temperaturen door. Zo ook de ijsklontjes. Iedere dag maakt Dick een volle bak klontjes en ze verdwijnen als sneeuw voor de zon in onze drankjes. Op de terugweg kom ik langs een drukke bar.  Je kunt er ook eten dus nadat de boodschappen opgeborgen zijn wandelen we samen ernaartoe.

Een voortreffelijke burger

 

Even later genieten we van de salade Ceasar en als dat op is van een voortreffelijke burger.  Na het eten wandelen we terug. Ik wil Dick leuke glazen laten zien in de bazaar. Het blijkt de verkeerde winkel te zijn. Ik had bij de andere bazaar moeten kijken. Die is nu echter dicht vanwege Siësta. Dus wandelen we onverrichterzake de winkel weer uit. Dan besluit ik nog even door te lopen naar de Decathlon, 2 km verderop; Dick gaat terug naar de camper. Ik probeer enkele dunne zomerbroeken in de Decathlon maar ze zitten niet zoals ik wil dus ik koop ze niet en wandel weer terug. Wel met kersen want die waren onweerstaanbaar bij de Lidl. Langs de weg zien we regelmatig kersenkraampjes dus de oogst is in volle gang. En dat ze lekker smaken merken we als we in de avond kerseneten als dessert.  Als ik weer terug ben merk ik dat mijn outlook app de route niet heeft opgenomen. Wel jammer want ik heb toch 7 km gelopen.  Het wordt steeds drukker op de parking. De ene na de andere camper arriveert.
De rest van de avond lezen we en kijken tv. Zowel buiten als binnen is het behoorlijk afgekoeld.

Dinsdag 1 juli staan we om 7.40 uur op. Ons dag schema is als iedere dag, douchen, ontbijten, afwassen, dumpen en schoon water vullen. Er is geen slangverbinding dus dat laatste gebeurt met gieters. Gisteren heb ik naast de Decathlon een goed koop tankstation gezien dus daar rijden we naar toe om de dieseltank vol te tanken en dan verder. Het weer is grijs en saai, de wolken hangen laag en zo nu en dan miezert het. Na het tanken rijden we richting kust. Zodra we Bilbao voorbij zijn klaart het op, wordt het zonniger en dus ook warmer. De weg voert nu dwars door de bergen en regelmatig hebben we een schitterend uitzicht op de valleien en het grote stuwmeer dat we passeren.

Camperplek Vitoria Gasteiz

 

En dan arriveren we in Vitoria Gasteiz. Er is voldoende plek op de parking. Blijkbaar staan alle campers op het terrein ervoor in de schaduw van de nog kleine boompjes. Wij zoeken gewoon een plekje in de volle zon met zicht op deze andere parking. Er is slechts een plekje aan de rand dat straks in de schaduw komt, maar het bevindt zich is naast het zeer drukke kruispunt en qua lawaai is het niet aanlokkelijk om daar te staan. Zodra we een kop koffie hebben gedronken, de ramen hebben bedekt met isolatiemateriaal en onze awning een stukje hebben uitgezet, wandelen we naar de Eroski supermarket.

Winkelen bij Eroski

 

Het is altijd een feest om hier rond te lopen. Met name de groente- en fruitafdeling ziet er schitterend uit. We halen sla en tomaten en kopen lomo die we vanavond zullen bakken. Het is goed om ook weer eens zelf te koken.
Dan wandel ik ook nog even naar de overkant om in de winkel daar rond te kijken maar ik ben weer snel terug. We hebben geen zin om nog naar de stad te lopen, de temperatuur is inmiddels naar 38 graden opgelopen. We lezen wat en hangen wat rond. Pas als de zon achter de huizen verdwijnt koelt het af maar het gaat niet echt snel. We kijken tv en als we naar bed gaan blijven alle ramen en de bovenramen open.

Woensdag 2 juli is het grijs.

Kleding uit de vorige eeuw

De markt voor ons wordt inmiddels opgebouwd. We kijken bij wat kraampjes maar er is niet veel bijzonders. De kleding die er hangt komt volgens Dick uit het jaar 1800 alhoewel je in de kleine dorpjes hier regelmatig vrouwen ziet die deze jurken dragen. Na ons ontbijt en de afwas vertrekken we. We rijden naar de Pyreneeën. Net voordat de smalle weg de bergen indraait tanken we nog in Irurtzun. De Frankia kan de weg naar dit tankstation wel dromen want hier tanken we altijd op weg naar Frankrijk. Het is stil op de weg. Op de top waar zich een koffietentje bevindt is zelfs niemand, terwijl veel pelgrims hier toch even gaan zitten om wat te drinken. Gelukkig blijft het rustig op de weg en kunnen we de beide dorpjes zonder problemen passeren. Zeker het laatste dorpje is wat eng want naast het smalle wegdek liggen brede en diepe watergoten en je kunt er niet uitwijken. Bij tegemoetkomend verkeer moet je dus achteruitrijden. Dan arriveren we in Roncesvalles.

Klooster in Roncevalles

We parkeren de Frankia naast het klooster en wandelen even rond. Voor een geocache moeten we een foto maken bij het bord dat de afstand naar Santiago aangeeft. Ook lopen we even de kerk binnen. Er zijn echter geen kaarsen dus die kunnen we niet branden. Dan rijden we weer verder. Op de top bij het kleine kapelletje is het heel mistig. De guardia civil zadelt paarden. Mogelijk gaan ze erop uit op zoek naar pelgrims in nood. Wij dalen af.
In St. Jean Pied de Port is het stil op de parking en we zoeken een plek. Het is nog steeds zwaar bewolkt, rond de 19 graden en zo nu en dan vallen er een paar spetters.  Omdat het niet echt regent wandelen we even later naar het centrum van dit leuke pelgrimsstadje. Natuurlijk gaan we de kerk in.

We steken een kaarsje aan

Hier zijn wel kaarsen en dus steken we een kaars aan om te danken voor deze fantastische tocht. Iets verderop is onze pelgrimswinkel waar ik in 2021 mijn volledige uitrusting heb gekocht. Nu komen we voor nieuwe stokken. Mijn oude zijn na vier camino’s te hebben gelopen zodanig vast gaan zitten dat ze niet meer verstelbaar zijn. We vinden gelukkig nieuwe met een betere verstelmogelijkheid. Na wat wikken en wegen kies ik voor een zilveren kleur. Dan drinken we nog koffie bij een bakkerij alvorens we weer terug naar de camper lopen. Daar leggen we de stokken binnen en lopen door naar de supermarket om eten te halen. Het blijft koel buiten en bewolkt en het is fijn om een trui aan te hebben. Als we terug zijn maakt Dick het trapje bij het bed. Om de een of andere reden is het scharnier los komen zitten. Dick is hier niet blij mee want het scharnier zit op een plek waar je haast niet bij komt. Maar uiteindelijk, na veel gepruts, lukt het hem en kan ons trapje weer omhoog en naar beneden. We eten simpel, kip met champignons en rijst en het smaakt redelijk. ’s Avonds kijken we tv en ik werk onze administratie bij.

Donderdag 3 juli staan we om 7.10 uur op. We zijn klaarwakker. Het is nog steeds bewolkt maar het is niet koud (20 graden) want er staat geen wind. Terwijl ik de afwas doe na het ontbijt haalt Dick de electra weg. Omdat we bijna nooit aan electra staan zijn we dat hier een keer vergeten waardoor, toen we wegreden, onze electrakabel kapotscheurde. Na het dumpen vertrekken we.

Een molen in het lege landschap

Het eerste stuk rijden we over tweebaanswegen en zo nu en dan zien we pelgrims langs de weg lopen. Dan komen we op een grote vierbaansweg en rijden door het vlakke landschap van Les Landes. We zien zowaar een molen in het landschap. De drukte rondom Bordeaux valt mee. We rijden door naar Barbezieux waar we iets voor tweeën aankomen. Er staat niemand dus we parkeren onze Frankia. Er zijn nieuwe vakken op het asfalt geschilderd. Ze zijn niet logisch want mochten ze vol komen te staan dan kan een camper nooit meer wegkomen. Gelukkig hebben we tot op heden hier nooit een auto geparkeerd zien staan. Het is warm geworden en de zon brandt op de camper dus openen we alle ramen en zetten de awning een stukje uit. Daarmee komt het rooster van de koelkast in de schaduw. Na de koffie sluiten we de zijramen weer en wandelen naar de grote supermarket Leclerc waar we naast staan. We kijken rond in alle hoeken en gaten van deze enorme supermarket en kopen perrier, heerlijk want ons andere bubble water is bijna op. Als we ook eten hebben gevonden lopen we terug. Nadat alles is opgeborgen ga ik toch nog even terug om eau lavande te halen, dat was ik vergeten. Er staat slechts een fles maar dat is genoeg.

Handdoeken in de reklame

Dan kom ik langs prachtig gekleurde handdoeken die sterk afgeprijsd zijn. Ik maak foto’s en val voor de rozerode. Thuis zegt Dick deze kleuren niets te vinden maar als er voor hem een donkerblauwe gekocht wordt mag ik de rozerode wel aanschaffen. Helaas blijkt er slechts nog een donkerblauw exemplaar te zijn en die is ernstig gerafeld. Die koop ik niet en dus ook geen rood exemplaar. Het gaat me wel aan mijn hart maar eigenlijk heb ik geen handdoek nodig. Vorig jaar hebben we immers in de uitverkoop enkele nieuwe handdoeken gekocht. Inmiddels is het bijna 6 uur en meer bewolk. Ook waait het een beetje zodat de camper binnen kan afkoelen. We koken zelf en kijken tv. Niet lang want er zijn windstoten waardoor de schotel geen stabiel signaal kan krijgen. Ach, we kunnen ook lezen.

De Merel in het zonnetje

 

Ook vrijdag zijn we vroeg wakker, 7.15 uur en dus is het nog te vroeg om verse broodjes te halen. We ontbijten derhalve met overlevingsbrood. Ook niet slecht maar vers stokbrood is natuurlijk lekkerder. De zon schijnt al volop en een merel koestert zich naast ons in het zonnetje. Na de afwas vertrekken we.
Direct komen we op een vierbaans weg wat wel fijn is want ook vandaag rijden we zo’n 335 km. We komen nu steeds noordelijker, rijden langs eindeloze wijnvelden maar ook langs enorme velden met zonnebloemen. De zon schijnt volop en de thermometer wijst al snel 26 graden aan.

Het is stil in Chateau Gontier

 

 

 

Om kwart voor twee arriveren we in Chateau Gontier. Het is bijzonder stil op de parking langs de rivier en we kunnen op ons gemakje een mooi plekje uitzoeken. Nog nooit hebben we het hier zo stil gezien. Zodra de camper met zijn kop naar de rivier staat brengen we de isolatie aan op de zijramen. Het voorraam blijft zonder want Dick wil straks dat raam poetsen. Gelukkig waait er een windje zodat het in de camper niet echt bloedheet wordt. Ik loop naar de Lidl en de Action maar behalve een stukje handzeep dwaal ik er alleen rond en koop niets.
Ook de cache die ergens verstopt is langs een steigertje aan het water kan ik niet vinden.

 

Eten halen bij de Turk

 

Dan heeft Dick die ook op zoek is gegaan naar een geocache aan de andere kant, meer succes. In de camper lezen we het bericht dat onze camperdealer Raema gaat stoppen. Er is geprobeerd een opvolger te vinden maar dat is helaas niet gelukt.

Wel jammer want het was een fijne zaak. We kijken op internet naar een andere dealer en zien er een in België, westelijk van Antwerpen. Nadat Dick contact met ze heeft gezocht krijgen we bericht dat we van harte welkom zijn voor werkzaamheden.

Tegen half acht loop ik naar het Turkse restaurant waar we eerder eten haalden. Het smaakt, net als enkele maanden geleden, prima.

Al vroeg in de ochtend van 5 juli worden we wakker. De zon schijnt al aan de blauwe hemel en er is practisch geen wind. De thermometer staat op 16 graden als de klok 7 uur aanwijst. Na het ontbijt wassen we af en dan vertrekken we. Iedereen slaapt nog om 8 uur dus is het echt stil op de weg. Onze bestemming voor vandaag is Cherbourg. De weg bestaat bijna geheel uit vierbaanswegen. We schieten dus snel op en om 12 uur, na 286 km, arriveren we op de parking naast de haven in Cherbourg. Er is een plekje naast de parkeervakken waar we kunnen staan. Binnen anderhalf uur komt een echt plekje vrij en kunnen we daar de Frankia parkeren. Later vertrekken meer campers maar direct worden deze plekken ingenomen door nieuwkomers. Het blijft een drukke camperplek. Nadat we koffiegedronken hebben wandelen we naar de stad.

De haven van Cherbourg

De weg voert langs de haven van Cherbourg. Deze blijft fascineren. Het waterpeil is immers altijd anders. Omdat we toch langs ons Thai restaurant komen reserveren we meteen een plekje voor vanavond en gaan dan verder. Het weer is omgeslagen, de lucht is grijs en de zon is al sinds halverwege de ochtend achter een dikke laag wolken verdwenen. Alhoewel het even gespetterd heeft is het gelukkig nu droog maar warmer dan 16 graden wordt het niet. We wandelen door een grote drogisterij, maar hebben niets nodig en brengen dan een bezoek aan het Eleis het grote winkelcentrum aan de haven. Vanavond gaan we uit eten dus we hoeven geen eten te halen maar frisdrank kan nooit kwaad. Als we terug zijn bij de camper gaat het regenen, eerst zacht maar later best wel hard. Ook de wind trekt aan. Als de regen in miezer verandert loop ik toch nog even rond in Cherbourg.

Eten bij de Thai in Cherbourg

Om half zeven wandelen we naar de Thai en laten ons het eten goed smaken. Er is nieuwe wijn “Chemin des Pelerins” en die is lekker. Toch eens kijken of we die ergens kunnen kopen. Na onze maaltijd lopen we terug langs de haven. Tv kijken is er niet bij door de harde windstoten dus lezen we, praten en gaan bijtijds naar bed.

Het weerbeeld is ongeveer hetzelfde als we zondag 6 juli opstaan.
De lucht is grijs en de wolken zijn dik. Zo nu en dan miezert het wat. Nadat we ontbeten hebben rijden we naar de dump waar we water vullen en dumpen. Vanavond in Beauvais zal dat niet mogelijk zijn.

Wisselstation propaan

Voor we uit Cherbourg vertrekken rijden we eerst nog langs het tankstation van Leclerc waar niet alleen de brandstof goedkoper is dan in de omgeving, ook blijkt er een propaan wisselstation te zijn en wel een automaat. Onze Franse propaanfles is leeg en moet derhalve gewisseld worden. Tot mijn vreugde geeft de automaat ons ditmaal weer een gouden fles in plaats van een groene. Hoewel in beide flessen propaan zit heb ik liever een gouden fles. Een bediend station wil deze echter niet verstrekken als je met een groene fles aankomt. Als Dick de gasfles heeft vastgezet vertrekken we.
Des te dichter we bij Beauvais komen des te vaker zien we borden staan dat de weg geblokkeerd zal zijn tijdens de Tour de France. Maar goed dat we hier nu rijden anders hadden we toch wel grote omwegen moeten zoeken naar het noorden.

Chateau Martainville

We stoppen even bij het kasteel van Martainville. Het is inmiddels droog en met 18 graden best aangenaam om rond het imposante kasteel te lopen.  Je kunt er rondleidingen krijgen maar daar hebben we niet echt behoefte aan dus het blijft bij een snelle blik op een van de kamers en foto’s van de buitenkant. Om half 4 arriveren we in Beauvais. Eerst moeten we ons langs dikke rijen auto’s wringen en dan blijkt dat de grote parking waar we altijd parkeren niet toegankelijk is vanwege een enorme kermis. We zetten de camper even op de parking van de Carrefour en zoeken op onze app naar een nieuwe bestemming niet ver weg. We vinden een parking voor een camperbedrijf in Rantigny.  45 Minuten later arriveren we daar.  
Er zijn slechts 5 plekjes voor het hek maar er is niemand dus we kunnen onze camper neerzetten. Om ons heen is niets behalve furieus blaffende honden en kwakende ganzen die in de corridor rond het toegangshek worden gehouden. We drinken een glas wijn, eten wat toast en kaas en ontspannen met een boek. In de avond maak ik spaghetti. De ingrediënten hadden we gelukkig in de koelkast. Het kleine restje spaghetti dat over is wil ik aan de ganzen voeren. Ze zijn echter kieskeurig, snappen er alleen naar, maar eten ho maar. Het weer is nu echt omgeslagen. Het stormt en regent en is slechts 14 graden. Een hele verandering na de hitte van de afgelopen weken. Dick heeft inmiddels Cor gebeld en die blijkt in Frankrijk te zijn.

Parkeren in Liart

Maandag 7 juli gaan we bij hem langs. Om 9 uur vertrekken we. Bij de intermarche in Laon doen we inkopen voor vanavond. Het laatste stuk rijden we over een smal weggetje rijden maar gelukkig hebben we geen tegenliggers en dus komen we heelhuids aan bij het huis van Cor en Esmee. Helaas is Esmee in Nederland gebleven. Cor geeft ons een rondleiding langs alle werkzaamheden die hij de afgelopen tijd heeft verricht. Het blijft een werk een huis bezitten waar zoveel aan gedaan moet worden. Gelukkig is Cor en handig en secuur dus verschijnt er een steeds mooier huis. In de middag laat Cor ons kennismaken met zelf ijs maken. Hij heeft een ijsmachine die op zijn nieuwe mixer past en nadat we zorgvuldig hebben gekeken hoe het ijsproces werkt kunnen we eind van de middag smullen we van het heerlijke romige slagroomijs. Het is zo lekker en ik kijk Dick verlekkerd aankijk. Dan zegt Cor dat je dit ijs, eenmaal gereed, niet in een normale vriezer kunt bewaren. Deze maakt de ijskristallen kapot. Mijn wens om ook over zo’n machine te beschikken verdwijnt als sneeuw voor de zon. Terwijl Dick en Cor zich over verschillende technische details in de bouw buigen wandel ik in het inmiddels tevoorschijn gekomen zonnetje naar buiten. Langs de weg heb ik braamstruiken zien staan en gewapend met een bakje ga ik langs deze struiken. Het lukt me zowaar een bak vol te plukken. Daar kan ik mooi jam van maken.

Op het terras in Liart

Inmiddels is het half zeven en we gaan met zijn drieën in de zon op het terras zitten. We praten gezellig en drinken een glas wijn. Esmee, je wordt wel gemist hoor.
Een uur later is het door een kille wind en de wegzakkende zon toch te koud om buiten te blijven.

Ik ga aan ons eten beginnen. De burgers en worstjes bakken we in de grillpan maar eerst moeten de aardappels gebakken worden. Als alles bijna klaar is blijkt een van de pannen te dicht tegen de achterwand te staan want in de achterwand is een brandplek. Wat afgrijselijk. Cor neemt het iets minder erg op maar ik niet.

Aan tafel in Liart

 

Gelukkig zegt Dick dat hij zal helpen om de achterplaat te vervangen.
We eten wel lekker maar ik zit minder goed in mijn vel door de schade die is toegebracht tijdens het koken. En dan is het bijna 11 uur, toch wel mijn bedtijd. Dick blijft nog gezellig met Cor praten maar ik duik mijn bed in. Wel maak ik nog een foto van de fel schijnende maan boven de camper.

 

Dinsdag 8 juli worden we wakker door de wekker die om 8.15 uur staat.
We hebben afgesproken om 9 uur te ontbijten. Ik heb vannacht gedroomd over volledig afgebrande muren maar ben tegen de ochtend toch in slaap gevallen. We ontbijten samen en kletsen nog gezellig maar dan vertrekken we om 10.10 uur. We moeten immers nog 250 km rijden. Eerst hebben we nog wat regen maar al snel klaart het op. In Luxembourg kunnen we van de eerste zonnestralen genieten. Natuurlijk tanken we er en bij een ander tankstation haal ik ook nog wat zakken koffiebonen. Net als de brandstof is ook koffie goedkoper dan in de omringende landen. En sinds we een nieuwe koffiemachine hebben verbruiken we aanzienlijk meer koffie. In Mettlach staat slechts 1 camper dus we hebben voldoende plek om onze Frankia te parkeren. Nadat we koffie hebben gedronken wandelen we naar het centrum. Er lopen best veel toeristen rond en de terrasjes zijn bezet met ijs etende en koffiedrinkende mensen.

Park van Villeroy en Boch

 

Wij wandelen naar de tuin van Villeroy en Boch, de porceleinfabriek die hier zijn hoofdkwartier heeft. In de tuin staat de oudste toren van Mettlach, een onderdeel van het voormalige Benedictijnerklooster dat in de 8e eeuw werd gesticht door de Frankische bisschop Ludwinus. De toren is een zeldzaam bewaard gebleven achtzijdig grafmonument en dateert uit de vroege middeleeuwen.
Na ook nog een kijkje bij de Erdgeist, een 14 meter hoge figuur van de geest van de aarde en wat foto’s wandelen we door naar het tourist-office.

De Erdgeist in het park

Daar betalen we voor ons plekje naast de Abteibrau. Ik heb geen idee of ooit gecontroleerd wordt of je betaald hebt maar we willen dit fijne plekje niet graag kwijt dus betalen altijd trouw onze 5 euro. Daarna nemen we afscheid van elkaar. Ik wandel verder naar enkele winkels hoger op de berg en Dick loopt terug naar de camper. Daar poetst hij de ramen en vult met een gieter de watertank. Dat laatste moet hij echter onderbreken want plotseling is er een wolkbreuk. Ik ben dan net in de winkel en hoor een ongelooflijk lawaai. De regen plenst in volle hevigheid naar beneden. Het zicht is tot nul gereduceerd. Iedereen wacht binnen tot deze stortvloed voorbij is.
Pas na 10 minuten mindert de regen wat en ren ik naar een andere winkel. Als ik daar weer weg ga, zonder enige aankoop trouwens, is het zodanig droog dat ik naar huis kan lopen. Even later schijnt de zon weer. Bij de Netto naast het parkeerterrein lever ik gevonden statiegeld blikjes in. Het scheelt toch dat er op flessen en blikjes statiegeld zit daardoor liggen er beduidend minder op straat. Een heel verschil met Spanje en Frankrijk waar veel leeg fust op straat achterblijft.

Abtei brau in Mettlach

 

De zon is inmiddels weer volop gaan schijnen en de temperatuur loopt weer op. Een half uur later, het is inmiddels half zeven, lopen we naar de Abtei brau en vinden een leeg tafeltje. Zoals altijd bestelt Dick een steak en ik een schnitzel en samen met een glas vers getapt Abtei Brau bier genieten we van onze maaltijd.

De volgende dag, woensdag 9 juli schijnt om 8 uur de zon aan een blauwe hemel en de thermometer wijst al 15 graden aan.

We eten heerlijk verse croissants en zetten dan de route in naar Brüggen. Het eerste stuk rijden we langs de Saar en nadat we dwars door Trier zijn gereden komen we op de autobaan naar het noorden. We komen niet meer in Luxembourg dus het is goed dat we eerder getankt hebben. Om 2 uur zijn we in Brüggen. De weg naar de camperplek wordt momenteel gerepareerd dus we moeten een stukje omrijden.
Op de camperplekzijde waar tv-ontvangst is, zijn nog enkele plekjes vrij en Dick parkeert de camper. Tijd om koffie te drinken. Na 275 km zijn we daar wel aan toe. Intussen stoppen we 5 euro in een enveloppe en werpen deze in het daarvoor bestemde gaatje. Dan gaat Dick de ramen poetsen, ook het laatste stukje naar huis willen we graag met helder zicht rijden. Ik loop zoals altijd naar mijn vaste winkels aan de overzijde waar ik de laatste inkopen doe voor we terugkeren naar huis.

Kasteel Brüggen

Eind van de middag wandelen we naar het centrum van Brüggen. Het Grieks restaurant zou weer geopend zijn. Langere tijd was dat gesloten. Het menu bord geeft aan dat er pizza te eten is dus we twijfelen maar dan zegt een ober dat dit toch echt een Grieks restaurant is. Alhoewel het niet koud is vinden we het te kil om op het terras in de schaduw te zitten dus lopen we naar binnen. We zijn er alleen, alle andere gasten zitten buiten maar wel tegen de gevel. Helaas zijn daar geen andere tafeltjes vrij. De Griekse schotel die we bestellen smaakt goed alleen de souvlaki is iets minder dan we gewend zijn. Uiteindelijk wandelen we tevreden terug naar de camper. Terug in de camper drinken we nog een koffie en kijken TV.

Donderdag 10 juli staan we om 7.15 uur op.
Na het ontbijt dumpen we, dan hoeft dat thuis niet meer. Het is altijd fijner om de toiletcassette niet in ons toilet te moeten legen. Het is niet druk op de weg dus om 11.15 uur zijn we al thuis. Daar beginnen we direct met uitladen. Wat verzamelen we toch altijd veel om ons heen tijdens een vakantie.

Tijd om de camper schoon te maken

Als alles uitgeladen is begin ik met het dak poetsen. Dat is echt nodig na alle Sahara stormen die de camper te verduren heeft gehad. Inmiddels hebben we dankzij buurman Han een plekje kunnen afzetten achter ons huis. Daardoor kan de Frankia vannacht hier blijven staan en hebben we alle tijd om te poetsen. Nadat het dak schoon is worden ook de zijkanten, voor- en achterkant onder handen genomen. Terwijl Dick de wielkasten en wielen poetst ga ik de binnenkant te lijf. Onze poetswerkzaamheden worden beloond want tegen zessen staat een blinkend schone camper op zijn plekje. Nu is het tijd om de bende binnen een plekje te geven. Het merendeel van de spullen verdwijnt echter pas de volgende ochtend uit de woonkamer wanneer Dick de camper weer naar de stalling brengt.

Tapijt schoonmaken

 

Het tapijt is na al deze weken wel aan een wasbeurt met biotex toe. Gelukkig is het mooi weer zodat het ook snel droogt.

 

In totaal heeft de camper 8809 km gereden waarvan 2275 km door Dick alleen. Het klopt dus wel dat Dick zich heel wat inspanningen moet getroosten om mij in Spanje op te halen na weer eens een pelgrimstocht. Het is echter wel heerlijk dat hij dat doet en zeker als we daarna nog lang samen kunnen rondtoeren door Spanje.

Geplaatst in EUROPA | 1 reactie

Leaving home early spring 2025 – February / March

Leaving home early spring 2025,
Finally!

November 24, 2024, we returned the Frankia to the storage and now December 15, 2024, we pick up the Frankia again. Not to go out on a trip, but to bring the rv to our Iveco garage.
After refueling in Salamanca on our last trip, we noticed that our tank was leaking some diesel. We want the garage to check this. We have an appointment early morning and we decide that it is better to spend the night before at a parking in Spijkenisse. Then we don’t have to drive in a traffic jam tomorrow. We arrive late afternoon in Spijkenisse.

Visiting our friend Frank.

The visit to our camino friend Frank took longer than expected. It was very pleasant; we had plenty to talk about, and the Italian meal Frank prepared us was delicious.

Outside it is really winter, icy cold and rainy and we are surprised to see that there are already several RV’s at the parking. However, there is still one spot left where we park the Frankia and our Subaru.
The next morning, we leave the Frankia in the garage. It stays a couple of days before we can return it to the storage. The tank is inspected, but apart from the fact that there are very stiff connections in the fuel hoses they couldn’t do anything.
We spent a lot of money for little result, but our tank is filled up again.

It’s not until February 10, 2025, that I bring Dick to the metro station again, he’ll be riding to Spijkenisse to (finally) pick up our RV.
While Dick is on his way, I carry all things that need to be taken with us to the living room and then wait for him to arrive. The weather isn’t great. Every now and then some snow falls, but by the time Dick arrives, it’s dry for a while. Luckily because now we can load everything dry. We leave at 1 pm.

The traffic is not too bad. Only around the city of Antwerp is it busy. We end up in traffic jams, but we are used to that.

Motorhome parking Ronse.

We park in Ronse. There’s a large parking lot at the sports fields. Unfortunately, it’s started raining heavily, so going out is not a good idea. We are just walking nearby and stay inside the rest of the time.

We planned to stay here another day to look for geocaches. Around Ronse are a lot. However our friend Sandra told us that, after all that rain in recent months, that’s not a good idea. She has just been here with Janine, and cycling in the woods was impossible. We’ll save the geocaches for drier weather. We’ll spend the rest of the afternoon reading and go to bed early. Our satellite dish can’t find a signal and watching TV is impossible.

Tuesday, February 11th, we don’t get up until 8:30 am. It is warm inside because during the night our heater turned on. After breakfast and washing the dishes, we leave. We drive over back roads to Songeons in Northern France. Here is a nice parking, but it is so cold and wet that this place is not very inviting. We will return another time to visit Gerberoy, an old village closeby, known for its beautiful half-timbered houses and many flowers.

So we drive further south, to Beauvais. There is certainly more to do and we can visit the cathedral. 15 miles further we arrive on the square opposite the large supermarket. There is no one in this large parking lot, and we have plenty of room to park our Frankia.

Dick is going to install the toiletbrush holder. I did some cleaning, the holder was a bit loose, I tried to tighten it, too roughly and the holder came loose from the wall. Luckily, I managed to find a similar holder at Hornbach, its adhesive because screwing into the exterior wall of an rv isn’t exactly a great idea.In the meantime, I’m going to look for some geocaches.

Looking for geocaches

To find this geocaches there are French rhymes giving hints where the cache is hidden. Here are two examples of such a rhyme:

In the shadow of a wall, a secret is hidden
where charm shines, a smile is awakened
Floating in life, she dances lightly
Search for the hidden beauty where the eye lights up.    
and
Near the quiet murmur of a singing stream
A silent and large granite stays watchfully
In its discreet shade where the green stretches
Search, dear friend, the hidden grass that awaits

 By searching like this I am strengthening my knowledge of French and it keeps me searching longer. Normally when I don’t find a geocache within 2 minutes I stop searching. Thanks to these rhymes I find all three caches. Later, it turns out there’s a fourth cache.

That one will have to wait until the next time we’re here.

Cathedrale in Beauvais.

On my way back to the Frankia, I pass the cathedral. Of course, I go inside. A large section is closed due to renovation work, but there’s still a place to thank God that we can go out together again.

When I am back Dick managed to fix the brush holder. We walk to the large supermarket across the street.

After a call with our dealer, Raema, we find out that our satellite dish cannot find a signal because it needs an update. Unfortunately, we cannot do it ourselves; we have to make an appointment.

Looking television on the laptop.

 

 

 

 

That isn’t possible in a short time, so we’ll have to watch TV on our laptop or just read books during this holiday.
After a few days of gray weather, we are surprised with some blue sky on wednesday, February 12th. Even the sun appears. It remains cold, however, the thermometer shows 37 degrees Fahrenheit.


We drive south along back roads, pass Rouen and then Honfleur.
Our destination today is Colleville Montgomery. Until 1946, this village was called Colleville-sur-Orne. In honor of British Field Marshal Bernard Montgomery, who led the Allied troops on Sword Beach, the town name was changed to Colleville Montgomery.

For the first time, we’re confronted with Flux libre, a French toll road, in this case the A13. This kind of toll road no longer has toll booth. I’m glad when we leave this stretch of road. I always worry about this kind of road because our RV is not automatically registered on a tollroad and can therefore be fined.

 The parking lot in Colleville is fenced, and we have to open a barrier. That’s quite a hassle. It’s actually my fault that it doesn’t work so well, because I start the payment process without my wallet. When I realize we have to pay immediately, I have to get my wallet out of the rv. The break makes the program go crazy and then it crashes. Back with my wallet, I press several buttons, Dick shouts disapprovingly. Then, suddenly, there’s movement on the screen, and I can pay. But the barrier won’t open. What now? Dick look better and find a phone number. I call and explain what’s going on. The speaker tells me I have to pay again. He’ll cancel my first payment. We want to stay here and I don’t want to throw away 13 euros, so we pay again and finally the barrier opens. However, no receipt or code appears, so how are we supposed to get out tomorrow? There are only two rv’s on the parking lot and we have plenty of space to park.
Then Dick takes out the bikes.
The sun is shining and the sky is blue, so we want to find some geocaches.
The first few caches are easy to reach because they’re next to a gravel path, but after that, the path leads into the woods en becomes very muddy. Why did I think it would be dry in this area after all the rain that has fallen here?

Bike path ??

We sink into the mud almost up to our frames, but we manage to keep going. Then, thankfully, a long, higher path opens up. For some time we can avoid mud but we end up in deep water and mud puddles. There are also steep, impassable slopes, and stumbling through the mud, we have to carry our bikes.
My bike chain slips through the thick mud, but luckily Dick manages to put it back on. When we return to our camper at dusk, not only our bikes but we are too covered in mud.
Dick removes the worst mud from the bikes before putting them back in the garage, I remove the thick layer of mud on our shoes. Luckily, there’s a water tap at the site, which makes it easy.
It’s dark by the time we’re done. What a hell of a ride this has been.

RV park Colleville Montgomery.

Luckily, there’s a pizza van in front of the parking lot. In an hour, we can pick up the pizzas we order. It’s great that we don’t have to cook and we enjoy the pizza. This food is well deserved after all the hard work this afternoon. Needless to say that we sleep like babies after this trip. Although the weather was beautiful, the temperatures didn’t rise above 40 degrees.

We also planned to stay here for two days but we decide different the next day and leave at 10:30 am. We are late because we did some extra cleaning and the water tap was running so slowly that filling up was an issue. To open the barrier, you have to enter a code that we, of course, don’t have, so again I call the friendly Frenchman. After explaining what happened yesterday and verifying our payment, the barrier opens and we can leave.

Yesterdays blue sky is gone, it looks gray and dull, but it is dry. After a 85 miles drive, we arrive in Cherbourg. We are surprised that the parking next to the harbor area is practically empty. There are plenty of options for parking. We notice that we are back at the coast because it’s colder than yesterday. While Dick thoroughly cleans our bikes with a high-pressure water canister, I walk to the store to buy some food. I also make reservations at our Thai restaurant, Tao Tao for tonight. I wonder if this is really necessary because there is always a table available, but I walk past it.

Fresh fish unloading


When I am back, Dick just finish cleaning. Together we walk to the harbor where the fishing boats unload their catch mainly consisting of crabs and haul it ashore.  Then we walk back and see how incredibly dirty our Frankia looks. Dick decide to clean the Frankia too. I grab a bucket and clean the sides.
Around 6 pm, a beautiful white rv shines in the parking lot, and we can warm up inside. Our heater is doing overtime because the outside temperature is now 34 degrees.

After attaching the insulation mat to the frontwindow, we walk to our Thai restaurant. We have a delicious meal, although the green curry is more watery than usual. On our walk back, we enjoy the many lights around the harbor. Back home, we watch TV on our laptop.

Harbour lights in Cherbourg.

After we get up on February 14th, we considered our plans and decide to stay another day. The weather forecast call it a drizzle day, but that proves to be incorrect. It soon clears out, the clouds disappears, and in the afternoon we enjoy the sun. However a cold wind remains so it isn’t really warm. We look in the shops for lounge pants for Dick. I thought I’d seen some yesterday. Unfortunately, the ones I’ saw are either too big, too small, or don’t fit at all. We cannot find suitable pants and Dick walks back, I stay in the shopping mall because in an hour I can go to the hairdresser. It is really necessairy because my hair is so long and curly and sticks out in every direction.

The haircut isn’t exactly a success. It takes exactly 9 minutes, my hair is still too long and doesn’t fit at all, it costs 40 euros.

Feeling frustrated, I walk back to the rv. After showing Dick my failed haircut, I walk back into town while Dick looks for a geocache nearby. I check some restaurants, but they’re all booked up, after all it’s Valentine’s Day. So I walk back to our Thai restaurant to make a reservation for tonight. This restaurant is booked up too. Finally, after a lot of back and forth browsing through the agenda, they manage to find us a table. I’m back late afternoon. I only walked 6 miles, but I’m still tired. When I call Hannah, she says she slipped on an icy terrace. She’s on a ski trip with Henk in Italy. Her arm hurts a lot and she think it’s a fracture. Let’s hope it’s not too bad.
At 6 a.m. we walk into town, we are the first to arrive at the restaurant. As always, the food is delicious. This time, Dick orders Pad Thai, and I order chicken with cashew nuts. This dish is actually tastier than the green curry.

Chateau de Falaise

On Saturday, February 15th, we get up at 8 a.m. There’s a faint sun, but it’s very cold at 36 degrees. After dumping our grey and black water and filling up with diesel, we leave Cherbourg and drive to Falaise. This Norman town breathes medieval history as William the Conqueror was born here. After the Battle of Hastings in 1066, he became King of England.
We are parked at the foot of the hill where the castle “Chateau de Falaise” is located.  It’s an impressive medieval fortress. After coffee, we stroll through the old town.

Nice old church

 

 

We visit the beautiful old church, where we light a candle. Of course we also look for some geocaches. We enjoy the sunshine during our walk. Late in the afternoon I walk to the castle. The outdoor area is admission free.
There’s an earthcache and it shows beautiful limestone crystals. An earthcache is a special type of geocache. Instead of searching for a box, you learn about geology and get answers to questions in a unique natural setting.

From the battlements on the wall, I wave to Dick and enjoy the view of the surroundings.
This afternoon we passed a kebab shop and I buy food there. It tast good, and it’s nice that I don’t have to cook.

Meanwhile Dick made an appointment to update our satellite dish. Due to the busy workshop it cannot be done earlier than mid-March.
Our propane cylinder runs out of gas during the night. Why does that always happen at night? Fortunately, it has a dual connection, so the other propane cylinder automatically serves as the main cylinder.

Since we’re practically next to a Boulanger (bakery), I walk to the corner of the square on Sunday morning, February 16th. It’s busy at the bakery, and I have to stand in a long line, but eventually we’re able to enjoy a fresh baguette.
At 10:30 a.m. we leave this lovely site in Falaise and drive to Cormeilles. This parking is 45 miles further, and the spots are separated by hedges. There are still a few spots available. However, the “eau coupée” sign indicates there’s no water. Understandable given the nighttime temperatures of 34 degrees Celsius.

Walking in Corneille.

The town center is small, and a steep, uphill street leads to an open church. Everything else in this small village is closed. Even the restaurants and bars closed their doors.
That’s why I walk to a nearby village where a cache is hidden at an old wash house. After finding it, I leisurely stroll back to the rv. The sun and blue sky are now obscured by clouds. It’s cold and nice to sit inside by the stove.
We read a bit, do paperwork, and eat leftovers. Yesterday we had so much meat that we can eat from it again.
Monday, February 17th, we get up at 8:30 am.
The weather is beautiful outside, and  the sun shines brightly. During breakfast we enjoy the sunrays. After dumping our grey and black water, we leave. To avoid toll roads, we take back roads to Honfleur.

Mural Apostel Santiago

It’s still quite busy at the parking but after having a coffee, many spots become available and we can park at our usual spot on the corner. Here we have our favorite spot too. Now the Frankia is properly positioned, we walk to the town center. It’s crowded and cold, but the sun is shining.
In the church of Saint Leonard, we look around and find a beautiful painting on the wall of the young Jacobus Le Maior, Apostol Santiago. It’s beautiful. When we are back (we haven’t walked much), I‘ll walk around a bit more. I’m back at 4 p.m. We discuss our route home, and once it’s committed to paper, we have a burger with bacon and cheese. It’s not bad, but it’s not really a good idea to cook this inside. The smell of fried bacon lingers for a very long time. Despite the cold outside, we open the windows again, and our housefan is working overtime.
The parking is filling up now.

 Tuesday, February 18th, we wake up at 8 a.m. by our alarm clock. The sun paints the sky red, and as we shower, the first rays of sunlight hit the camper. It’s icy cold when we remove the insulation mat from the front window. Even though the thermometer reads 32 degree Celsius, it feels like 28 degrees. After breakfast and filling up water, even when it’s freezing, there’s water here, we leave. We choose the route over Rouen, but because there are quite a few deviations (diversions), we cross the Seine via the Pont de Brotonne. This means we’ll skip Rouen.

At 1 p.m. we arrive in Montreuil-sur-Mer.
There’s no one at the parking site, but there are two rv’s on the gravel plain in front of it. After a cup of coffee we walk into town. Montreuil-sur-Mer is currently 11 miles from the Côte d’Opale, but in the Middle Ages, it was an important port. The town is surrounded by ramparts and has a citadel. Construction began in the 13th century.
We are standing at the foot of the city wall.

Insulation at the front window

After drinking coffee, we apply our insulation mat to the window. The  sun is shining but it feels cold.
It’s possible to walk along these city walls. Because there are also some geocaches, we look for them. Despite the fact that there is plenty of sun, it’s icy cold. After a while Dick is calling it a day and returns. I walk on but soon I also go back to warm up inside. In the evening, I walk to a kebab shop to buy some food. We enjoy another excellent mixed grill platter. Then we watch TV before going to bed.

Wednesday, March 19th, we wake up at 5:30 a.m. by the enormous noise of emptying the garbage and glass containers next to the rv. We stay in bed for a while, but then get up. After breakfast, we do the dishes. I don’t know how we manage it, but every day the entire countertop is covered with dirty dishes and glasses. When everything is clean and put away, we leave. After driving 69 miles northeast we arrive in Douai.

We find a spot to park at the edge of a large square in the town center. Of course, we’ll explore this city. When walking through some of the narrow streets, it’s a little cooler, the temperature doesn’t rise above 40 degrees. Douai is a charming town. There are a lot of opticians, though.

Beffroi tower

We pass the beautiful Beffroi, an impressive medieval tower and iconic monument of Douai. Towers like this one were symbols of urban autonomy.
In the afternoon, I buy some food at the Lidl supermarket and then I walk to the Collegiate Church of Saint-Pierre, at  367 feet long, this church is the longest north of Paris. Inside is an organ with monumental statues. Originally built for the St. Petersburg Conservatory, it was installed in this church in 1922 due to the Russian Revolution. With 4,400 pipes, it’s one of the largest and most beautiful organs in Northern France. Unfortunately, it’s not being played at this moment. I would love to hear this organ. I think my cousin Ronald would also like to play it. Next time we are here, Dick absolutely has to visit this church too.

In the evening, we’re having a burger with slices of melted cheese and lettuce. It tast good
We could have driven straight home from Douai, but we choose to drive 153 miles on Thursday, February 20, 2025, and spend the night in Hoogerheide, Netherlands.

For a geocaching challenge, we need to find a cache in every province of Belgium, and the only one missing is the one from the Brussels district. So, our route to Hoogerheide leads through Brussels. Not really a good route on a Thursday. The traffic is incredibly busy in Brussels. I get out but can’t find the cache and Dick can’t park our rv. The other geocaches in Brussels are located on a busy road. Unfortunately, there’s no parking either, so we end up leaving the Brussels district empty-handed. This challenge will have to wait until another time.

The cache is hanging too high

 

We arrive in Hoogerheide at 2:30 pm. There is no one and we park our Frankia.

It is already 53 degrees, even though the sun is hidden behind a thick layer of clouds. Warmer than we had last week, so I walk into town. The geocache I am looking for is hanging high in a tree, inaccessible with a fishing rod, so it must be a tree-climbing cache. I leave this cache as it is and walk to a butcher and supermarket to get food for tonight. The schnitzel we have for dinner tastes good. Next time I return to this butcher. Tomorrow we’ll drive home, it’s only 52 miles.

Early birds

The weather is on our side when we wake up on Friday, February 21st.
The sky is blue and the sun is shining. The birds are chirping in the trees. We are home at 10:30 am. Unloading and cleaning in sunny weather is more pleasant.  The thermometer even shows 56 degrees. At 2 pm, everything is cleaned in- and outside and Dick brings the Frankia back to our storage.We have no time to go out again before March 5th.

Now we have a full week, including two appointments: one with a bedding company and one with our RVdealer. I don’t have to make a complicated route.

We get up at 7 a.m. and after breakfast Dick takes the bus. Before 10 am he is back and we load everything, fill up with water, and leave before noon. We arrive in Bruggen, Germany, at 2.30 p.m. I have two bags full of refundable German cans and bottles. Once we’re parked and paid the 5 euro overnight fee, I walk to the store across the street with the deposit cans. Unfortunately, not everything is accepted so I walk to a drinkshop, here I can return the rest. On my way there, I find other cans with a total deposit of 1 euro so it’s no problem to walk a bit further. When I am back, Dick has cleaned all the windows. The weather is beautiful, and we even see 65 degrees on the thermometer. For the first time, we walk outside in just a T-shirt. It’s too late to go out on our bikes, almost 5 pm so I walk to the local stores to browse around. At 6.30 pm I get food at the Turkish restaurant, as always it tastes good. The appointment to update our satellite dish isn’t until end of this week  and we still can’t watch TV. Fortunately we can follow our favorite programs, such as the news, on our laptop.

On Thursday, March 6, we don’t wake up until 8:30 am. After removing our insulation mat, we have breakfast. Then Dick walks back and forth several times with  a watering can to fill our tank. I do the same to dump our black and gray water. We leave at 9.45 am and take a back road to Hellenthal. It’s not going fast because the road keeps winding and there are endless climbs and descents. But at 12.15 pm we arrive at the carpark at the foot of the Oleftal dam. There’s plenty of space and we park in the sun. Again it’s warm, 67 degrees.

Geocaches hanging in the trees

We pay for the parking and get our bikes ready for a ride. There are several geocaches around the reservoir and they all hang in the trees. That’s why this season is the best time to fish them out. The trees aren’t in leaf yet and the caches can be seen. Each cache is high up in a tree, and every 700 feet is a tree.
Every time the fishing rod has to be taken off the bike, extended and then we can  fish the cache out of the trees, write our names on the logbook and put the cache back in the trees.
But it is lovely in the sun and we enjoy being outside. It’s noticeably cooler on the shady side of the reservoir, so we put on our sweaters.

View over the lake

 

Finally, after cycling 10 miles and finding 23 geocaches, we’re back at 6 p.m. The Frankia is now in the shade of the dam. It’s much colder and our hands are frozen. It takes some time to warm up. In the evening, we have a beautiful view of the illuminated dam. The clear, starry, sky above is magnificent. It’s deathly quiet here.

 On Friday, March 7, we wake up with a blue sky, but it is only 37 degrees. It’s good we attached our insulation mat on the window. We drive to Mettlach, where we can dump, so directly after breakfast, we leave. At noon, we arrive in Mettlach. The parking is empty and we park the Frankia in its usual spot. After a coffee we walk to the town center and pay at the tourist information for our overnight stay.

Ice cream in Mettlach.

The weather is nice, it is 61 degrees and we decide to buy an ice cream. We are lucky because we still get an ice cream at the winter price. After this weekend this ice cream cost an euro more. We enjoyIt tast good and we enjoy it while we stroll through the shopping street full of outlets.

Then Dick goes back to the Frankia and I walk on to the Aldi supermarket where I want to buy some juice. When I am back, we go together to the Netto market and buy some beer. At 6.30 pm it’s dinnertime and we go to the Abtei Brau.

As always we enjoy a freshly tapped beer with rumpsteak and fried potatoes (for Dick) and schnitzel with fries (for Tita).
Before we go to bed I write down our experiences.
Of course, we buy fresh bread at the supermarket on Saturday, March 8. Then we do our dishes and dump. Unfortunately, we can’t fill up with water. With nighttime temperatures around freezing, the water tap is completely shut off. It’s no problem because we have still plenty of water. We drive along the river Saar to Saarburg and a little later we cross the border into Luxembourg. There we fill up, of course. Fuel is still cheaper in Luxembourg than in the neighboring countries.

In the shop at the gasstation  I see our brand of coffee beans. These kilo bags are also a few euros cheaper than here or in Germany, so I immediately buy a few packs of Tschibo coffee beans. After driving a few miles, we cross the border again and are back in Germany. We drive a long distance north on the autobahn. When we arrive in Schonecken, the parking lot looks very familiar. I think we’ve been here before but drove on. Dick doesn’t recognize anything, though, so I might be confusing places. After coffee, we grab our bikes and go for a ride in the nearby hills. Fortunately there was little rain in recent weeks and the dirt roads aren’t muddy. We cycle nice through the forest and find some geocaches.

Simple and tastefully meal

Back in the village, we chat with the owners of a snack bar. They are Dutch, and we will have dinner that evening. It is a good decision and the simple meal tastes great. After so much fresh air and delicious food, we’re asleep before 10 pm.

On Sunday, March 8, we get up at 8 a.m. There’s a bakery around the corner where I buy croissants. They don’t taste like the French ones, but they’re still good. Better than our survival bread. After breakfast, we leave and drive on the autobahn to Elsdorf. There are two places for RV’s in the large parking lot near the sports fields. One is available, the other is occupied by a parked truck. Dick get the bikes out while I get water, bike-batteries and our fishing rod and then we leave. The few clouds have disappeared, and the sun shines in a blue sky.

Good visible geocaches

 

 

We are here because almost all geocaches are fishing rod caches. Now the trees are still in their winter coat, so the high-hanging tubes are easy to spot among the bare branches and easier to fish out the trees.

Late in the afternoon, we arrive at the Hambach mine. It’s one of the largest lignite quarries in Europe. The mine covers an area of ​​4,380 hectares. Operations began in 1978, and the deepest point is now 1348 feet. It’s very busy here. Inevitably, because the weather is beautiful, it’s Sunday, and there’s a restaurant with a terrace.

We continue and stop here next time to look around. We’re back around 6 pm. While Dick stores our bikes, I put away all our other stuff. I’m not cooking tonight so we look nearby and find a kebab restaurant, Germany is full of them. In the evening I buy there our food. It tastes good.

 On Monday, March 10, we’re up at 7 am. We have breakfast and then Dick gets the bikes ready. Now we cycle in the other direction. We pass the place where tonight is a geocache event and continue towards Julich. Although we drive past the lignite mine, we never actually get a glimse inside. It doesn’t take long before we start to climb up to Sophien Hohe, 987 feet above sea level. It’s the largest man-made hill in the world. It was created by the excavation to access the lignite seams of the Hambach mine. The hill now covers an area of ​​5 square miles and towers 656 feet above the surrounding plain. It has become a striking landmark in the area.

Sandy steep roads ??

There are over 62 miles of hiking and cycling trails on this hill, so finding the right path to a geocache is a real challenge. Sometimes the path is quite steep, and we need our turbo boost to reach the top. Then we end up in a sandy desert instead of a path, so we have to walk quite a distance to reach the top. We end up spending a large part of the day here. We find a few geocaches, enjoy the first blossoming trees, and get lost. After a lot of wrong driving on the dirt paths we find the right path again and descend the steep slopes at breakneck speed to reach the surrounding villages. We drive through these villages back home. In Elsdorf, we see a bakery with a terrace and sit down at an empty table. We order coffee and a piece of cake and enjoy.

As we leave, we see a long line in front of the Norma supermarket. This store just opened, and as a special offer, they’re selling bratwurst sandwich for just 1 euro. Even though we’d just finished a piece of cake, we join the queue and a little later we enjoy this delicacy. Late in the afternoon we are back at the rv. Because we will visit the geocaching event at 5 p.m. our bikes stay outside. It is too far to walk.

We are the first to arrive, but other geocachers soon arrive. We share the same hobby and there is plenty to talk about.

Sunset over the mine

We receive a hint about the location of the cache we couldn’t find this morning and an hour later we cycle there and find the geocache. We are also just in time to admire the sunset over the mine.

Tuesday, March 1, it is foggy outside. We leave at 9 a.m. and arrive in Sittard an hour later.
Here, we can dump our gray and black water. There is no fresh water. The tap here is also turned off due to the low nighttime temperatures. We don’t stay in Sittard but drive on to Belgium, first to Opitter and then to Hamont. In the end we do not stay in any of these places and drive on to Nuenen, Netherlands. We arrive there at 1 p.m. While I go for a walk, Dick logs the geocaches on the computer. Unlike the past few days, it’s gray, dreary and cold and I’m back at 4 p.m. We don’t go out anymore but stay inside. Finally I’m cooking again.

Custom-made matras

When we get up at 7:30 am on Wednesday, March 12, I immediately remove the bedding from our mattresses and after breakfast, we drive to the mattress manufacturer. We want to have new mattresses made. At 10 am we arrive in Son en Breugel. Saleswomen Beau explains the different mattresses and lets us try them out. Dick already made his choice, but I’m not really convinced I need a new mattress. After some deliberation and discussion we decide to replace only Dick’s mattress. It will be made while we wait. Through large windows we see how the mattress is  made, and at 2.30 pm we put a new mattress on Dick’s bed and drive back to Nuenen. There, I cover our beds with clean bedding.

It’s too cold to be outside, so after buying vegetables at the store, I quickly walk back. We cook ourselves again. The cevapcici, rosti, and cucumber taste quite good. In the evening, we read and listen to music.

Dumping black water in Nuenen

Thursday, March 13, after washing the dishes, I clean the shower. We do all kind of chorus this morning because our appointment at Raema isn’t until 1 p.m. Then I clean the toilet while Dick vacuums the floor. Of course, we dump our gray and black water. There’s a sewer in the grass where this is permitted. We arrive at Raema by noon. An hour too early, but that’s no problem because we’re immediately next in line. While we look around in the showroom and talking to other rv owners, our satellite dish is being updated. At 2.15 p.m. everything is ready, we pay and drive into the traffic jam. It’s Thursday when traffic jams are at their worst in the Netherlands. Finally we are home. Our neighbor is moving his car so we can park the Frankia behind our house. At 6.30 p.m. we emptied the rv and cleaned it inside. I buy us Chinese food.
Friday morning, March 14, we just need to empty our (fresh and dirty) watertanks and clean them with the high pressure hose. Then Dick drive the Frankia to our storage. The weather is gray and dreary, so we don’t clean the outside.That will have to wait until the next trip.

Geplaatst in ENGLISH VERSION, EUROPA | Reacties uitgeschakeld voor Leaving home early spring 2025 – February / March

Vakantie na de Camino Primitivo – deel 1 – mei juni 2025

Lessen in schrijven van verhalen

Vakantie na het lopen van de Camino Primitivo

Wanneer ik, na mijn derde pelgrimstocht in september 2024, in Santiago de Compostela arriveer, zeg ik tegen Dick dat ik nooit meer ga lopen. Hij moet me aan deze uitspraak herinneren als ik ooit weer over een pelgrimstocht begin.
Het is dus raar dat ik wel nieuwe credentials in Santiago koop.

Nu zijn we maanden verder, het is inmiddels half maart 2025 en we bezoeken de landelijke bijeenkomst van het Genootschap van St. Jacob. Er zijn allerlei interessante lezingen en Francine, hoofdredacteur van de “Jacobsstaf”, leert mij hoe ik beter een verhaal kan schrijven. Gedurende deze dag waarin het “pelgrim zijn” primair staat verander ik van gedachten.

De camino roept mij opnieuw. Ik wil de Camino Primitivo lopen.
Het is de oudste pelgrimstocht die er is. Net nadat in de 9e eeuw het graf ontdekt is van apostol Santiago loopt koning Alfonso II van Asturia over deze weg dwars door de bergen vanuit Oviedo naar Santiago.

In de kerk in Utrecht loop ik dus samen met Diana, Ilse en Mirjam naar voren om opnieuw een stempel te halen in mijn credential.
Iedere pelgrim die een camino gaat lopen en in albergues wil overnachten heeft zo’n document nodig. Het is een door de kerk uitgegeven pelgrimspaspoort waarin je onderweg stempels krijgt en waarmee je bij aankomst in Santiago kunt laten zien dat je echt de hele afstand hebt afgelegd. Het geeft ook recht op een oorkonde, een Compostela.
Thuis buigen Dick en ik ons over de verschillende reismogelijkheden. De heenreis naar Oviedo, Spanje zal per Flixbus plaatsvinden. De terugreis moet nog nader bekeken worden. In ieder geval zal het niet met de camper zijn want Dick heeft in september 2024 besloten niet meer als taxichauffeur te fungeren. De afstand naar Santiago is echt te groot om die alleen met de camper af te leggen.

De rugzak staat klaar.

Natuurlijk word ik nu ook zenuwachtig, pak en herpak mijn rugzak diverse malen en blijf deze wegen. Mogelijk kunnen er toch nog enkele tientallen grammen af.

Wat er gebeurt tussen half maart 2025, wanneer ik besluit om weer te gaan lopen en mijn vertrek met de Flixbus op 10 mei 2025 kan ik me niet meer herinneren maar uiteindelijk strijkt Dick toch nog een keer met zijn hand over zijn hart en besluit mij op te halen. Ongetwijfeld heeft meegespeeld dat we besluiten om na mijn aankomst in Santiago samen nog 6 weken rond te trekken door Spanje en Portugal.

De avond voor ik vertrek organiseert Dick een geocache-event. Eigenlijk een goed idee want nu heb ik geen tijd om me druk te maken over mijn reis met de Flixbus.

Geocache event voor het vertrek.

 

 

Het is mooi weer dus we kunnen in de tuin staan en er komen best veel geocache vrienden. Onder het genot van wat snacks en drinken hebben we een gezellige avond. Er wordt veel afgekletst maar bijna iedereen kent elkaar dan ook.
Van 12 mei tot 24 mei wandel ik over de Camino Primitivo. Het verslag van deze pelgrimstocht zal ik apart schrijven en wordt hier niet gepubliceerd. Ook het vervolg van de camino primitivo, het doorlopen op 25 mei vanuit Santiago naar Fisterre, zit in mijn Caminoverslag.

Dat betekent dat ik mijn verhaal begin op de dag dat ik Dick weer ga ontmoeten.

Een hoofdlamp is echt nodig.

Nog voor vijven in de ochtend pak ik buiten de albergue op dinsdag 27 mei 2025  mijn rugzak in. Er staat wat wind dus ik trek mijn lange broek en trui aan, eet nog een chocolade broodje en verlaat dan de albergue. Buiten is het nog erg donker dus mijn hoofdlamp heb ik echt nodig. Vandaag moet ik zo’n 30 km lopen naar Fisterre. Het is de laatste dag van mijn pelgrimstocht die 12 mei 2025 in Oviedo van start ging.  Op mijn eerdere pelgrimstochten wachtte Dick mij op in Santiago de Compostela. Dat betekende dat ik, na onze hereniging op het plein voor de kathedraal, geen stap meer verzette. Ik heb dus nimmer de route gelopen van Santiago naar de vuurtoren op de kaap aan het einde van de wereld (Finis Terrae)  
Toch bleef het mijn wens om dat laatste stuk vanuit Santiago ook te lopen en omdat Dick besloten heeft mij in Fisterre op te wachten moet ik deze afstand wel lopen.

Vandaag wachten de laatste kilometers op mij. Als ik bij de splitsing arriveer waar de ene kant van de weg naar Muxia voert en de andere kant naar Fisterre, is het nog donker maar snel breekt nu het eerste daglicht door. Ik volg een breed grindpad dat zich door de heuvels slingert.  Dan wordt het pad smaller en steiler. Ik loop inmiddels op een meer rotsachtig pad dat steeds verder omhoogklimt en uitkomt op de bergkam.

De zon komt op.

De zon verschijnt over de heuvels en eindelijk kunnen de zonnestralen mij verwarmen. Wat is het mooi zo hoog boven op de berg. Na heel veel klimmen kan het niet anders dan dat ik moet afdalen, eindeloos afdalen. En dan zie ik onder mij de oceaan liggen. De lucht is staalblauw, de oceaan donkerblauw.
Heel in de verte zijn ook Fisterre en de Faro (vuurtoren) te zien, mijn einddoel. Wat is dit mooi. Tranen stromen over mijn wangen. De afdaling die volgt is wel erg steil, zeker 15%. Op mijn hielen en half rennend daal ik af, het gaat maar door en door.  Eindelijk zie ik de eerste huizen, wordt het iets minder steil en arriveer ik bij de baai van Cee. Voor het eerst lopen andere pelgrims voor mij. Die zijn waarschijnlijk vanaf hier vertrokken.

De kerk in Corcubion.

De kerk in Corcubion is open dus ik loop naar binnen en dank God en Apostol Santiago dat ik deze tocht heb mogen lopen en vandaag mag aankomen.

Dan loop ik verder. Ik moet opnieuw omhoogklimmen en weer dalen en dan bereik ik het witte strand. In de verte zie ik de glinstering van de zon op camperruiten. Daar staat onze Frankia. Ik bel Dick en vertel dat ik hem (nu ja, de camper) zie. Hij ziet mij natuurlijk niet. Ik wandel verder op een geplaveid pad langs het strand. Enkele pelgrims lopen door het witte zand of met hun voeten in de zee. Na nog een klein stukje omhoogklimmen loop ik langs de muur van onze camperplek. Als ik even later over de muur kijk zie ik Dick lopen.

Tita en Santi.

Bij de ingang kan ik hem eindelijk omhelzen.  Santi, de camperplek eigenaar, komt ook uit zijn kantoor en ik val hem ook om de hals.
Na 6 uur lopen en 31.1 km te hebben afgelegd ben ik aangekomen in Fisterre.
Santi geeft mij als cadeau een kleine km paal 0, het symboliseert dat ik op het eindpunt ben aangekomen. Wat ongelooflijk lief.
We praten samen en na nog enkele omhelzingen lopen Dick en ik naar onze camper.

We drinken wat, praten onophoudelijk en lopen dan samen het stadje in.Vandaag loop ik niet meer naar de Faro.

De Fisterana in de albergue

De albergue in het centrum is inmiddels open en we gaan naar binnen. Nadat ik mijn credential heb laten zien dat vol stempels staat, krijg ik een Fisterrana uitgereikt, een officieel document dat bevestigt dat ik vanuit Santiago naar Fisterre ben komen lopen. Nadat dit op de foto is gezet en omdat het inmiddels half 2 is, lopen we naar ons vaste restaurant aan de haven. Het is te kil om buiten te zitten dus nemen we plaats in het nu nog lege restaurant. Als we eten besteld hebben vult zich dat steeds verder. Vooraf krijgen we tomaten met mozzarella en daarna varkensvlees van de grill met fritekes. Het smaakt allemaal heerlijk maar eigenlijk is het te veel. Ook drinken we te veel. We hebben een fles wijn besteld en zeker voor Dick die al meer dan drie weken geen alcohol heeft gedronken, is het teveel. Ik heb bij mijn pelgrims menu’s regelmatig een glas wijn gedronken. Na afloop van de heerlijke maaltijd doen we inkopen bij supermarket Froiz en daarna lopen we op gemakje weer terug naar de camper. Dick heeft gezien dat er om 6 uur een kerkdienst is in de oude kerk dus iets na vijf uur vertrek ik weer. Op weg naar de kerk kom ik langs mijn kapper Victor en ik begroet hem en zijn moeder. In Juni wanneer we hier weer zijn zal ik hem mijn haar laten knippen. De kerk is open en ik zet een stempel in mijn credential en zoek dan een plekje in de kerkbank. De dienst begint op tijd en is in het Spaans maar omdat er veel Italiaanse pelgrims zijn wordt er ook wat Italiaans gesproken.

Groepsfoto in de kerk.

Aan het einde van de dienst zegt de priester ook wat in het Engels maar hij heeft een sterk accent en ook al doet hij zijn best, zijn Engels is haast niet te verstaan. Na de kerkdienst wordt nog een groepsfoto gemaakt en loop ik door het inmiddels doodstille Fisterre weer terug. Samen kijken we nog even tv maar ik ben de afgelopen weken gewend om uiterlijk 8 uur in bed te liggen dus al snel vallen mijn ogen toe en klim ik ons bed in.

Woensdag 28 mei worden we om 7.15 uur wakker. Alleen om 2.15 uur ben ik even wakker geweest, verder heb ik aan een stuk geslapen. Het is prachtig weer en de zon schijnt in een staalblauwe lucht. We ontbijten voor het eerst in tijden samen en Dick zet vers gekookte eitjes op tafel. Het smaakt heerlijk op het verse oroweat brood. Na de afwas pak ik mijn rugzak, op mijn ipad en oplaadapparatuur na, volledig in en dan ga ik op weg naar de Cabo Fisterre. Dick haalt ondertussen zijn fiets uit de bagageruimte.

Op weg naar Kilometer 0.

Na 4 kilometer arriveer ik bij paal 0.
Ik moet huilen. We maken opnieuw foto’s en lopen dan naar de rotsen.
Hier is het echte einde der wereld, voor ons strekt slechts de oceaan zich uit.
En……Apostol Santiago wacht ons hier.

Als ik even niet meer vooruitkwam hielp het pelgrimslied Ultreia mij verder te lopen en het derde couplet van dit lied luidt als volgt:

Et tous la bas au bout du continent        
Messire Jacques nous attent                    
depuis toujours son sourire fixe
le soleil qui meurt au Finisterre

“Aan het einde van de wereld”

Samen dalen we de rotsen af en lopen naar het stenen kruis waarnaast de apostol zich bevindt. Na enkele foto’s kijken we naar de eindeloze oceaan en genieten. Uiteindelijk lopen we weer terug.
Het koffietentje op de kaap is nog niet open dus loop ik naar het hotel om een stempel te halen in mijn credential. Hier is immers het echte “einde der wereld”.  Dan lopen/fietsen we terug naar het dorp. Dick fietst door naar de camper, bergt zijn fiets op en komt dan teruglopen en ik loop naar pleintje tegenover de albergue. Daar drinken we samen koffie en eten een manzana broodje en nadat we opnieuw inkopen hebben gedaan bij Froiz aan de haven lopen we samen terug.

 

Allemaal in oranje.

 

We stoppen even bij de kleine baai waar mensen in het zonnetje liggen. Slechts weinigen wagen zich in het water. Thuis aangekomen praten we met Santi en zijn vrouw. Ze merken dat ik Spaans spreek doorspekt met italiaans. Maar we verstaan elkaar en we lachen veel. Zeker als Santi een oranje shirt aantrekt en we samen op de foto moeten. Ik betaal ook voor ons plekje. Ditmaal met electra want dat heeft Dick genomen vanwege de hitte. Dat is beter voor de koelkast.

Als we terug zijn bij de camper ga ik ons wasgoed bij elkaar zoeken. Dick is alweer een tijdje onderweg en er ligt een volle waszak. Mijn kleine beetje was doe ik erbij. Helaas is een inwoner me voor die beide wasmachines bezet en nog een tweede lading heeft. Ik moet dus wachten. Maar heb mijn iPad bij me dus kan mijn verhaal afschrijven. Dat is wel fijn want ik liep wat achter. Na anderhalf uur komt Dick aanzetten. Hij blijft wachten en tegen 4 uur is alles schoon en droog en hebben we samen de was kunnen opvouwen. We lopen terug waar ik Dicks bed opmaak. Ik doe er meteen het zomer dekbed op alhoewel ik me afvraag of dat niet ook te warm is. Alhoewel hier een koel windje waait en de temperatuur niet boven de 20 graden uitkomt.

Sap van Galicische sinaasappels

Dan loop ik nog naar de Chinese bazaar. Vanochtend is Dick even mee geweest waarbij hij twee T-shirts heeft gepast. Helaas, ze zaten echt niet, een raar model en te groot of te klein. Nu loop ik er nog even naar toe om te kijken of er een sinaasappelpers is. Dick heeft van Santi een zak sinaasappels gekregen en die willen we uitpersen, het zijn echte Galicische exemplaren. Ik vind er ook een map om mijn Compostela ’s in te bewaren en koop een Camino shirt. Dan loop ik weer terug naar huis. Omdat het dorstmakend weer is haal ik nog wat bier bij de supermercado om de hoek, dat gaat wel op. En dan is het 7 uur en lopen we samen naar de haven. Ons vaste eettentje is dicht dus gaan bij Rombos eten. Ook lekker maar ik vind het er iets minder. Ik heb Pollo Milanese, de kip is erg dun en het beslag erg dik. Desondanks eten we lekker. De geitensalade met veel sla en nootjes smaakt prima. Rond half negen lopen we op ons gemakje terug naar de camper. We groeten nog even Santi, omhelzen hem en iets later al lig ik in bed. Ondanks een windje koelt het maar langzaam af in de camper. Zelfs onder ons zomer dekbed is het erg warm.  We slapen beiden diep maar worden door de warmte wel regelmatig wakker. 

De loshangende reservewiel houder.

Om 7 uur gaat de wekker af anders hadden we zeker nog doorgeslapen. Het is donderdag 29 mei, Hemelvaartsdag. We douchen ons en ontbijten. Dan leeg ik nog even onze WC en vertrekken we. Als Dick de poort uitrijdt hoor ik een ijzingwekkend gekras. Er valt iets onder de camper uit. Het blijkt de houder van het reservewiel die is losgeschoten en die houder is niet zomaar weer omhoog te brengen. De schroeven waarmee de metalen houder vastzit zijn nooit gebruikt en na bijna 6 jaar toch wel wat verroest. Wat nu. We halen het reservewiel eruit en tillen dat samen in de achterbak en dan maakt Dick de houder met een band vast aan de bodem. Uiteindelijk is het al half negen voor we echt kunnen vertrekken uit Fisterre. Het is doodstil op de weg waardoor we toch om 10 uur bij de parking in Santiago arriveren. Er is veel plek. We zetten onze Frankia neer, sluiten alles af en lopen dan naar de bus die10 minuten later verschijnt. Nog eens 10 minuten later stappen we uit bij de Mercado de Abastos en lopen de trappen op. Omdat ik enkele dagen geleden in de buurt van de mercado mijn albergue had ken ik nu goed de weg door de smalle kronkelende straatjes van Santiago en al snel zijn we op het plein voor de cathedraal. Er staat al een rij voor de ingang van de kerk en we sluiten aan. Tegen een stel Amerikanen zeg ik dat ze niet met hun rugzak naar binnen mogen dus ze brengen deze naar een depot en sluiten dan weer aan in de rij. Het wachten duurt niet echt lang en voor we er erg in hebben mogen we de cathedraal binnen.

Een krappe plek op de bank.

De plek in de bank is weliswaar zeer krap maar we kunnen op de voorste rij zitten. Ik heb niet de indruk dat de twee Fransen er blij mee zij, de Spanjaarden uit Valencia hebben er geen moeite mee. Dan zie ik een van de Spaanse vrouwen die ik onderweg tegenkwam.
Ze zit op de rand van de pilaar waar wij drie jaar geleden, toen ik ziek aan kwam in Santiago, ook zaten. We omhelzen elkaar en ik krijg hangoorbellen in schelpvorm. Natuurlijk doe ik ze aan en samen gaan we op de foto. Omdat de dienst nog niet begint, we zijn te vroeg, klets ik gezellig met de Spanjaarden. Zo verbetert mijn Spaans een beetje.

Een weerzien in de kathedraal.

Uiteindelijk moeten we anderhalf uur wachten maar dat gaat snel voorbij. Wel voelt het houten bankje erg oncomfortabel. Uiteindelijk arriveert het koor en moeten de groepen toeristen die een rondleiding krijgen de kerk verlaten. Voorafgaand aan de dienst heten de “volontarios” van de verschillende landen iedereen welkom. De Nederlandse “voluntario” is slecht verstaanbaar. Niet veel later arriveren de geestelijken en begint de mis, de voertaal is Spaans. Zo nu en dan wordt een woord Engels gesproken maar dat is onverstaanbaar. Wel wordt iedereen uitgenodigd om de camino, die veel pelgrims net beëindigd hebben, voort te zetten in zijn gewone leven en te blijven genieten van de gemeenschapszin op de Camino.

De Botafumeiro.

 

 

 

Na de eucharistieviering wordt het 1,60 meter hoge wierookvat, de Botafumeiro, gevuld en trekken acht, in rode gewaden gehulde mannen, de Tiraboleiros aan de touwen waardoor dat wierookvat door de kerk begint te zwaaien en met enorme slingerbewegingen tot bijna aan het plafond van de cathedraal komt. De uit het vat opstijgende rook staat symbool voor het opstijgen van de gebeden naar de hemel maar in de middeleeuwen hielp deze rook ook mee om de geur van de vele pelgrims te verdrijven. Het rondslingeren van het vat is een imposant gezicht en een ontroerende en indrukwekkende afsluiting van weer een bijzondere Camino.

De wierook verdrijft andere geuren.

 

Ik ben intens dankbaar dat ik opnieuw heb mogen lopen.

Na de dienst nemen we afscheid van de Spanjaarden en lopen dan naar de huiskamer der lage landen, een ontmoetingsplek speciaal voor pelgrims uit Nederland en Vlaanderen.
We arriveren bijna tegelijkertijd met enkele anderen en eigenlijk zijn wij niet welkom.

We kunnen niet aan tafel zitten. Er is geen tijd voor ons. Wij zijn immers bekenden en de anderen onbekend.
We hoeven geen aandacht maar willen wel graag een kop koffie maar helaas, dat wordt ons niet aangeboden.
Op de gang praten we nog even met een pelgrim uit Deventer en dan vertrekken we. Bij het bureau van de cathedraal zijn inmiddels 1096 pelgrims aangekomen. Het is nu twee uur en we gaan op een van de terrasjes voor het bureau zitten en eten best lekker.  We drinken er wijn en water bij.

Op het plein voor de kathedraal.

Met een volle maag lopen we nog even over het plein en maken een foto voor de cathedraal. We zijn immers nu pas samen op dit plein.
Nadat ik Dick mijn albergue heb laten zien “The Last Stamp” wandelen we naar de mercado die inmiddels dicht is. We proberen koffie te krijgen bij één van de restaurants maar dat lukt niet, het is óf drank óf eten maar niet alleen koffie. We lopen dus verder naar de bushalte waar 17 minuten later bus 1 verschijnt. Terug op de parking duikt Dick onder de camper en spuit de schroeven in van het rek van het reservewiel. Dat is nodig want ze zijn nu niet draaibaar. Zo kunnen we nimmer het reservewiel terugleggen. Daarna kijkt hij of de waterkoppeling past die we gekocht hebben bij de Chinese bazaar. Als dat lukt hoeven we geen water te tappen met de gieter maar kunnen we onze slang aansluiten. Helaas, de koppeling past niet dus morgen zullen we water moeten tappen op de gieter manier. Buiten is het trouwens erg warm, het loopt tegen de 31 graden. In de camper was het bij terugkeer zelfs 39 graden. Nu alles tegenover elkaar openstaat is het binnen goed uit te houden. Gelukkig ben ik weer bij met schrijven wat wel erg aangenaam is.

Omdat we zin hebben in ijs, het is er echt de temperatuur voor, loop ik naar het tankstation aan de overkant van de straat waar ook een kleine supermarket is.
Even later genieten we van ons ijshoorntje. Dick had liever Häagen Dazs ijs maar dat was een mini ijsje tegen een reuze prijs in een reuze verpakking dus dat heb ik niet gekocht. Inmiddels is het 8 uur en we gaan het nieuws kijken. Op een enkele keer na in een bar heb ik de afgelopen periode geen nieuws gezien. Schokkend is dat het dorp Blatten, Schweiz, tussen Frutigen en Brig verdwenen is onder een lawine van modder en steen. Een berg is naar beneden komen zeilen. Heftig hoor. We hebben er samen rondgelopen.
En dan, het is immers Hemelvaart, is de Passion op de tv. Het blijft mooi om dit Bijbelverhaal te zien uitgevoerd op een hedendaagse manier. We genieten ervan.

De zon verdwijnt achter de huizen.

Omdat de zon achter de huizen is verdwenen is de temperatuur inmiddels gedaald naar 32 graden binnen, buiten is het nog 25 graden. Na ook nog een film van David Attenborough te hebben bekeken ga ik naar bed. Helaas lukt het, ondanks pilletjes van de apotheek, nog steeds niet om naar de WC te gaan en ondanks enkele buikkrampen val ik snel in slaap. Ik merk niet meer dat Dick in bed komt, zo diep slaap ik.

Vrijdag 30 mei worden we om half acht wakker. Het is mistig en grijs en de temperatuur is slechts 15 graden, het voelt kouder. We ontbijten met oroweat brood. Dick heeft voor mij lekkere ham gekocht.

Aan de afwas.

 

Na de afwas dumpen we het afvalwater en vullen de tank met vers water, dat is echt weer eens nodig. Er gaan niet alleen veel gieters schoonwater in, ook onze vuilwater tank blijft maar leeglopen. Een half uur later is alles vol/leeg en kunnen we vertrekken. De lucht is nog steeds grijs en grauw. We volgen de 550 naar A Coruña en komen grote groepen pelgrims tegen die het laatste stuk van de Camino Ingles naar Santiago lopen. De mist neemt toe en naarmate we noordelijker rijden wordt deze steeds dichter. Soms zie je alleen een koplamp uit de mist opdoemen. Klimmen en dalen doen we ook want er zijn veel hoogteverschillen in dit gebied. Net voor A Coruña trekt de mist wat op en zien we weer de weg. Nu pakken we wel de goede afslag naar de camperplek. Wel fijn want de vorige keer reden we ons telkens vast in de oude binnenstad en moesten we zelfs door een lage tunnel met scherpe bochten. Al snel zijn we bij de camperplek en zien dat er voldoende plek is. We parkeren en drinken dan koffie met cake.

Terug plaatsen van het reservewiel.

Dan moeten we werken. Het reservewiel moet weer onder de camper. Nu krijgt Dick de schroeven van het rek wel los. Het roest verdrijvende middel IMAL (ik maak alles los) heeft zijn werk gedaan. Om alles goed te krijgen moet Dick, liggend in de krappe ruimte onder de camper, voortdurend omhoog kijken. Als de schroeven los zijn en de beugels op de grond liggen kunnen we met veel moeite het reservewiel op de beugels trekken. We wilden een krik eronder zetten maar de ruimte is te laag dus dat lukt niet. Helaas gaat het nu regenen en ook nog met dikke vette druppels dus we worden nat. Uiteindelijk krijgen we samen het op het rek liggende wiel omhoog. Na nog wat rukken en trekken is de eerste haak bevestigd en even later lukt het ook de tweede haak om het rek te krijgen. Zodra de schroeven aangedraaid zijn zit het rek weer vast. Voor de zekerheid bevestigt Dick ook nog een spanband. Door deze ongebruikelijke inspanning en het omhoog kijken ziet Dick helemaal wit en hij transpireert overmatig, net alsof hij flauw gaat vallen. Even later moet hij overgeven.

Even een gezondheids slaapje doen.

Terwijl ik de camper stofzuig en alle spullen opberg, gaat Dick even liggen. Hij is meteen diep in slaap. Zo snel heb ik nog nooit iemand naar dromenland zien vertrekken.

Ik ga maar eens onze belevenissen neerschrijven. Gelukkig is de regen weer gestopt maar de grijze lucht blijft alhoewel het lijkt alsof het iets uitheldert. Inmiddels is het 1 uur. Als Dick weer wakker is ga ik naar de grote Carrefour. Via een smal steil pad loop ik langs de school en kijk rond in de winkel. Ik vind de ruitenwisservloeistof die Dick nodig heeft, koop sla en tomaat en wandel dan terug naar de camper. We eten samen een kop soep. Dan lopen we, nu samen, naar de Carrefour. We hebben namelijk ook motorolie nodig. Er is volop keuze maar welke is nu het beste voor onze camper? We besluiten thuis eerst in de manual te kijken en lopen nog rond in de outlet waar ik hangers vind voor ons wasgoed. Thuis blijkt dat OW30 olie het beste is voor onze motor dus loop ik opnieuw naar de Carrefour.

Diner in de camper.

Na het eten van een burger, gebakken aardappelen met sla en tomaat drinken we koffie. Dan blijkt dat onze chocola op is en omdat we die wel lekker bij de koffie vinden, loop ik voor de vierde keer naar de winkel. Nu moet ik omlopen want de poort naar het steile pad via de school is gesloten. Ik vind de gewenste chocola en deze is ook nog afgeprijsd. Helaas is er slechts één pak, het andere is opengescheurd. Eindelijk kunnen we rustig zitten en TV kijken. Om 10 uur gaan we naar bed.

Zaterdag 31 mei worden we pas om 8.15 uur wakker. We staan meteen op en douchen. Na het ontbijt dumpen we en vullen schoon water. Als het kan doen we dat iedere dag. Dan gaan we op weg. Het is zwaarbewolkt maar er is weinig wind en de temperatuur ligt rond de 16 graden.

Op weg naar Ferrol.

Ondanks het feit dat het zaterdagmorgen is rijdt er veel verkeer op deze binnenweg. We zijn op weg naar Ferrol aan de andere zijde van de baai en rijden regelmatig over bruggen en langs het water. Op de camperplek is nog voldoende plek omdat er veel campers vertrekken. We staan vlak bij een stadion. Nadat we koffie hebben gedronken pakken we onze fietsen. Omdat het somber weer is gaan we een lavanderia zoeken om onze kleding te wassen.
Ten opzichte van waar wij staan ligt de stad hoog op de berg dus we moeten steil klimmen en daarna weer steil afdalen naar de baai. Als we bij de lavanderia arriveren blijken we ons klein geld te hebben vergeten. Omdat je alleen met klein geld kunt betalen en er geen wisselautomaat is, fiets ik terug om deze portemonnaie te halen. Als ik weer terug ben wil ik toch liever naar de lavanderia bij de haven dus we rijden verder en ik raak Dick kwijt in de smalle en kronkelende steile straatjes. Gelukkig tref ik hem weer bij de andere lavanderia. Deze is niet zo mooi maar wel stil en ik kan meteen een machine vullen en 6 minuten later ook een andere. Dan is het wachten tot het wasproces is beëindigd.

KM 0 van de Camino Ingels.

Dick gaat ondertussen een cache zoeken bij km 0 van de Camino Ingles. Later lopen we er samen ook nog even naar toe. Mogelijk kan ik ooit deze Camino Ingles lopen en dan moet ik toch het beginpunt kennen.

Rond drie uur zijn we terug bij de camper met al ons schone wasgoed. We zetten alles binnen en fietsen dan weer langs de haven terug. Op een druk terras gaan we zitten. Het is al over drieën maar we kunnen nog eten. Dick kiest tenera, draadjesvlees en ik solomillo, varkenshaas. Beide gerechten smaken goed en we drinken er een glas wijn bij. Op weg naar huis zoeken we nog enkele caches. Op de camperplek is het heel druk, overal staan grote bussen. In het stadion is een wedstrijd bezig. Inmiddels is het 18.30 uur en de zon schijnt. Ik ga onze administratie doen en daarna lekker TV kijken. Als de wedstrijd afgelopen is verlaten de bussen de camperplek. Later op de avond komen daar weer campers te staan.  Na de maaltijd van vanmiddag hoeven we natuurlijk niet meer te koken wel eten we nog een dessert. Wat is het leven goed en wat heerlijk dat getuttel. We genieten ervan dat we weer “samen” op reis zijn. Tegen tien uur ga ik naar bed, ik kan mijn ogen gewoon niet meer openhouden. Ik slaap diep en hoor Dick niet meer in bed komen.

Zondag 1 juni worden we om 7.10 uur wakker. Vandaag hebben we een best lange reisdag, 237 km. Na het douchen en ontbijten dumpen we nog ons black water en dan vertrekken we. Iedereen om ons heen is nog in diepe rust. Het is ook stil op de weg. Het eerste deel zijn er veel vierbaanswegen waardoor we opschieten. Het landschap is erg heuvelachtig en we zijn bijna alleen op de weg. We rijden door de laaghangende bewolking.

Camperplek Allariz

Net voor Lugo verlaten we de vierbaanswegen en rijden verder over binnenwegen door verlaten dorpjes. Het blijft erg stil. Dan arriveren we in Allariz waar voldoende plek is op de parking aan de rand van het dorp. Als we staan loop ik direct naar een slager maar er zijn alleen grote brokken vlees en enorme hammen dus ik koop niets en loop terug. We drinken koffie en wandelen dan op ons gemakje het stadje in. Door de steile straatjes klimmen we omhoog naar het grote plein voor de iglesia (kerk) en dan zien we in een smal straatje het restaurant O Jardin. We kunnen er eten. Eerst krijgen we koolsalade en daarna lomo met ei en chips. Het smaakt prima en ook de koffie na is lekker.

Straatje in Allariz.

Rond drie uur lopen we weer terug. Op mijn Phone zie ik dat Jennifer aangekomen is in Santiago.  We praten met een stel dat net aangekomen is. Zij is Zweeds en heeft net de Camino Primitivo gelopen. We zien weer wat blauwe lucht maar er is weinig zon, het blijft zwaar bewolkt. Toch is het een stuk warmer geworden en we zetten in de camper alle ramen open. Na weer alles neergeschreven te hebben op mijn IPad, ga ik lekker lezen. Dick kijkt TV. We genieten en hebben nu samen vakantie, de camino ligt achter ons.
Laat in de avond eten we nog een postre (dessert) en tegen 10 uur gaan we naar bed. Ik tenminste. Dick kijkt nog even door. Ik hoor hem niet meer in bed komen.

Maandag 2 juni staan we om half 8 Portugese tijd op. Portugal valt in de west Europese tijd en heeft niet de midden Europese tijd zodat het daar een uur vroeger is dan in Spanje. We zijn nog wel in Spanje maar vlak bij de grens. Nadat we Verin gepasseerd zijn zien we een bord dat vreemdelingen de autovia af moeten. Hier kunnen we het camper kenteken aan onze creditcard koppelen.

Aanmeld zuil tol.

Tol wordt nu automatisch geïncasseerd als we per ongeluk op een tolweg belanden. Al snel verlaten we de autovia weer en begint onze eindeloze tocht over de kronkelende Portugese wegen.
In dit oostelijke deel van Portugal is het erg bergachtig dus er komt geen einde aan het klimmen en het dalen.
In Chaves rijden we langs de camperplek maar het is nog te vroeg om al te stoppen dus rijden we door.
Wel stoppen we even op het hoogste punt op 1000 meter. Er wordt weinig gebruik gemaakt van de voorzieningen want de bank verdwijnt in het hoge gras.

Onderweg op het hoogste punt.

 

 

 

 

Na een foto en uitzicht over de omgeving rijden we verder. Dan arriveren we in Amarante. Over zeer smalle wegen rijden we het stadje in. We vragen ons af of we hier wel mogen rijden. Op het steilste gedeelte van het smalle weggetje stopt de voor ons rijdende vrachtwagen. Wij moeten ook stoppen. Als alles is gelost kunnen we erlangs. De camper moet veel kracht zetten om de steile helling op te komen. Halen we de top of halen we het niet?? Uiteindelijk, na heel langzaam omhoog klimmen zijn we boven. Daar is een nieuw obstakel. Het wegdek staat vol kratten die gelost zijn maar nog niet verplaatst. Ik help mee om ze aan de kant van de weg te zetten en dan kunnen we verder rijden. We dalen weer af naar de rivier en ontdekken dan dat op de parking een grote kermis staat. Hier kunnen we zeker niet staan dus rijden we meteen door, een steile helling op. Wat nu. Op de app zien we dat er 28 km verder, weer een parking is. Daar rijden we naar toe. We kijken nog even bij een parking die we passeren maar de plekken zijn te kort dus rijden we verder.

Castelo de Paiva.

Om 13.40 uur arriveren we in Castelo de Paiva. In het centrum is een groot plein waar ook bussen staan. We parkeren onze camper en al snel parkeert een andere camper naast ons. We wandelen het stadje in en kijken rond. Er is een bar waar we kunnen eten. Het is te kil om buiten te zitten dus zoeken we een tafel binnen.
We denken een burger te bestellen maar krijgen twee boterhammen met een stuk vlees, bacon, worstjes en ei, overgoten met een oranje saus. Al eerder, in Guimaraes hebben we deze saus over een burger gehad en we vonden het erg smakelijk. Wel is het erg machtig zeker omdat er ook fritekes bij zijn. Met een meer dan volle buik lopen we terug en ik ga nog even naar een supermarket op zoek. Uiteindelijk loop ik alle drie de supermarkets af. Het is best veel lopen. Later blijkt dat ik de verkeerde weg heb genomen waardoor ik veel moet klimmen en dalen. Op de terugweg vind ik een betere weg, bijna horizontaal, om weer in de stad te komen. Nadat ik terug ben beklimmen we samen nog een helling in een park.

Op zoek naar een geocache.

Op de top, bij een droogliggend bassin vinden we tussen hoge bomen een geocache. Als we terug zijn op het plein is het erg druk. Niet alleen is er in de kerk vlak bij een begrafenis, ook blijkt dat mensen ’s avonds meer gaan leven. Wij gaan naar binnen en zetten alle ramen open. Door een windje koelt het binnen lekker af.
’s Nachts is het fijn dat we een dekbed hebben.

Dinsdag 3 juni staan we om 7 uur op. We boffen met het uur tijdsverschil want normaal zou het al 8 uur zijn. Er zijn veel wolken en het is 15 graden. Onderweg naar Aveiro zien we steeds meer blauwe lucht verschijnen. We kronkelen over smalle bergwegen en schieten voor geen meter op maar inmiddels zijn we dat gewend in Portugal. Gelukkig is de afstand slechts 98 km en om 10.15 uur arriveren we al in Aveiro. De lucht is inmiddels staalblauw en van wolken is geen spoor meer te zien. Er zijn net campers vertrokken dus vinden we een plekje. Later blijken nog meer campers te vertrekken dus ook als we iets later waren gekomen was er een plekje geweest. Nadat de camper staat en afgesloten is lopen we naar het station aan het einde van de parking. We kunnen er onderdoor lopen en aan de andere kant wacht ons een brede winkelstraat naar het centrum.

Stationsgebouw in Aveiro.

Natuurlijk maken we foto’s van de blauwe tegeltableaus, azulejos aan de muur van het station. Ze werden gemaakt aan het begin van de 20e eeuw en stellen het leven in en om de stad Aveiro voor. Het gaat over de visserij, zoutwinning, het plattelandsleven en historische gebouwen. Ook hier zijn, net als in Guerande zoutpannen, niet onlogisch zo vlak bij zee.

We lopen tot in het centrum waar de Moliceiros afgemeerd liggen. Het zijn typische bont geschilderde boten met platte bodem waarmee vroeger molico verzameld werd, waterplanten uit de laguna van Aveiro. Wier en planten werden gedroogd en gebruikt als meststof.

De Moliceiros in Aveiro.

Nu kun je met deze “gondels van Portugal” gondeltochten door de kanalen van Aveiro maken en voortdurend worden we aangeklampt of we een tochtje willen maken. We lopen echter door en komen langs het terras waar Hannah, tante Ank en ik op onze laatste vakantie samen, in de late avondzon zaten. De herinnering aan tante Ank voelt hier erg levendig, ik zie onze belevenissen samen weer voor me. Ook wij genieten van het zonnetje. Er waait wat wind dus het is niet echt heet, rond de 25 graden.

Ovos Moles de Aveiro.

 

 

We dwalen door de straatjes van Aveiro en zien een kok die de specialiteit vervaardigd van dit stadje: “Ovos Moles de Aveiro”. Ze hebben een ovaalvormig uiterlijk en worden gemaakt van eierdooiers en suiker. Oorspronkelijk komt dit gebak uit kloosters in de regio.
De eierdooiers bleven over omdat de eiwitten gebruikt werden voor het stijven en bleken van religieuze kleding. Het lijkt erg zoet dus we proberen deze lekkernij niet.

Uiteindelijk komen we weer bij het kanaal, lopen door een groot winkelcentrum en dan weer verder. Aan het einde van het kanaal, onder een van de laatste bruggen, vinden we een geocache.

Beelden op de brug in Aveiro.

 

Dan heeft Dick genoeg gelopen en wandelt hij langzaam terug. Ik loop nog even terug naar de stad om een Earthcache op te lossen. Als ook ik op de terugweg ben belt Dick om te zeggen dat hij voor het station wacht. Nu kunnen we samen nog lekker wat drinken op een terrasje. Als ik even later door de brede winkelstraat loop zie ik in de verte Dick al voor het station zitten. Op de terrasjes zitten veel mensen te eten en het ziet er heerlijk uit dus lopen we samen naar een terras en bestellen eten. Dat smaakt prima en omdat de temperatuur aangenaam is kunnen we buiten zitten. Na de maaltijd loop ik nog even naar een China bazaar (volgens Dick een goedkope rotzooi winkel). Dick gaat terug naar de camper. Iets later ben ik ook terug. Ik had immers niets nodig maar een China bazaar kan ik nu eenmaal niet weerstaan. Vlak bij de camper is een supermercado en omdat we drinkwater nodig hebben haal ik dat ook nog even. Water uit de tank gebruiken we namelijk alleen om te douchen en af te wassen. Ondertussen vult Dick de schoonwatertank door enkele keren met gieters te lopen.  Als ik terug ben loopt het al tegen zessen en gaan we tv kijken. De hemel is nog steeds staalblauw en de zon schijnt nog fel. Pas uren later zien we deze achter het station wegzakken. Na nog een yaourt gaan we om 10 uur naar bed. 

Parkeren in Fatima.

Woensdag 4 juni staan we voor zevenen naast ons bed. De wolken hangen op de grond en het miezert. Wat een verschil met gisteren. Er is geen wind en nog 14 graden. We ontbijten, dumpen ons black water en vertrekken. Gisteren hebben we Danielle uit Brazilië gesproken en gezegd dat we haar vandaag in Fatima opwachten. Danielle was mijn wandelmaatje op de Camino Frances, we hebben nog altijd contact met elkaar. Zij is een dikke week geleden uit Lisboa vertrokken om de Caminho dos Carmelitas te lopen en hoopt vandaag in Fatima aan te komen.  Opnieuw kronkelen we over smalle en drukke wegen. Maar het is deze weg of de betaalde autovia, dus we blijven door kronkelen. Net voor Fatima komen we per ongeluk terecht op een autovia en moeten betalen. Er zijn tolpoorten en dan geldt klaarblijkelijk de koppeling “kenteken aan creditcard” niet.

Marmeren zuilengang in Fatima.

Gelukkig zijn er geen festiviteiten in Fatima dus vinden we snel een plekje. De plek waar we de vorige keer stonden staat Dick niet aan dus rijden we nog even rond over de vele parkings. Op het camper parkeerterrein is geen plek maar vlakbij is wel ruimte en we gaan dwars staan. Dan sluiten we alles af en lopen naar het plein voor het Sanctuario. Het is 11 uur. We hebben geen idee hoe laat Danielle komt en proberen uit te vinden waar ze het plein op zal komen. Na over het gehele plein te hebben gelopen gaan we zitten naast de “Capelhinha das Aparicoes” (kapel van de verschijningen). We wachten en kijken naar de mensen die op het plein rondlopen.

De traditie van geloften en boetedoening in Fatima hangt samen met zes verschijningen van Maria in 1917 aan drie herderskinderen, Lucia, Jacinta en Francisco. Maria’s boodschap draaide om bekering, gebed en boetedoening (penitencia). Omdat Maria letterlijk sprak over het brengen van offers begonnen pelgrims naar Fatima lichamelijke offers te brengen als teken van geloof en dankbaarheid. Dat is concreet zichtbaar bij enkele pelgrims.

Boetedoening op de Caminho dos Joelhos.

 

 

Op het marmeren pad over het plein en rondom de kapel kruipen pelgrims op hun knieën uit boete doening, dankbaarheid of gelofte aan Maria en/of God. Het is de Caminho dos Joelhos (weg van de knieën). De lichamelijke pijn als gevolg van het kruipen is een teken van overgave en geloof en een intense spirituele ervaring.

In de loop van de ochtend verschijnt de zon en blauwe lucht, de temperatuur loopt op naar 19 graden.

 

 

 

Aankomst Danielle in Fatima.

 

Om 12.15 uur arriveert Danielle, we zitten op de goede plek. We omhelzen elkaar en Danielle moet een traantje wegwerken. Gedurende haar hele tocht heeft ze niemand gezien en nu, bij aankomst in Fatima, wordt ze opgewacht en is ze niet alleen. We lopen naar een bar, bestellen wat te drinken en een pastel de nata, een typisch Portugees taartje van bladerdeeg en een eiercustard vulling en we praten en praten. Wat hebben we elkaar veel te vertellen. Leuk is dat Dick Danielle ook kent want toen wij september 2022 aankwamen wachtte Dick mij op in Santiago de Compostela.  Als ik vraag of ze hier blijft slapen blijkt Danielle eind van de middag te worden opgehaald door Christina, een tweede moeder, ze rijden dan samen naar Lisboa.
Dus wachten we samen en praten met elkaar. We lopen naar de nieuwe kerk, gaan ook binnen in de oude kerk. Halen een stempel bij de toeristinfo en vernemen dat er geen oorkonde is voor deze camino. Danielle zegt dat ze nooit meer gaat lopen, het is genoeg geweest.

Danielle wordt opgehaald door Christina.

Na lang wachten, rondlopen, zitten en praten belt Christina. Het is 4 uur en Danielle en ik we lopen naar haar toe. Dick is al iets eerder vertrokken. Christina treffen we onder het gouden Christusbeeld, midden op het plein. We begroeten elkaar en praten wat en dan neem ik afscheid en loop terug naar de camper. Bij de Aldi in de buurt haal ik burgers en champignons. We koken vanavond weer eens zelf. Om half zeven klinkt gedurende langere tijd het prachtige diepe klokgelui van de kerkklokken, we genieten. Op de parking is het stil, slechts enkele campers blijven gedurende de nacht staan.

Donderdag 5 juni begint bewolkt maar er is ook wat blauwe lucht te zien, de thermometer staat al op 15 graden. Al snel verschijnt er meer blauw. We staan pas iets voor achten op en hebben echt lang doorgeslapen. Als ontbijt hebben we een eitje, Dick een gebakken in zijn mooie kleine pannetje en ik een gekookt eitje. Om half 10 vertrekken we.  Meteen al staan we in de file door wegopbrekingen maar eindelijk komen we op de 1 en kunnen we doorrijden.  21 Km verder arriveren we in Batalha.

Mosteiro de Santa Maria da Vitoria

Op de grote parking vlak bij het Mosteiro (klooster) kunnen we de camper neerzetten. We lopen het stadje in. Al snel zijn we op het plein voor het Mosteiro de Santa Maria da Vitoria. De bouw werd in 1386 begonnen na de slag bij Aljubarrota, de beslissende strijd waarin Portugal zijn onafhankelijkheid tegen Castilie verdedigde en staat symbool voor de Portugese onafhankelijkheid en nationale trots.  Omdat we senior zijn betalen we de helft van de toegangsprijs. We merken al snel dat alleen betaald moet worden voor de kapellen aan weerszijden van de kerk, bezoek aan de kerk is gratis. Het is druk met groepen toeristen en we moeten soms even wachten tot deze vertrokken zijn maar dan kunnen we in alle rust foto’s nemen. Het is wel genieten hoe mooi alles gemaakt is.

Onvoltooide kapel

Bijzonder is ook het ronddwalen door de gangen van het klooster. Als laatste bezoeken we de Onvoltooide kapel. Dit gedeelte van het klooster is onaf en symboliseert de menselijke vergankelijkheid. Ook toont het dat zelfs meester ambachtslieden nooit alles kunnen voltooien, een bescheidenheid voor God.
Als we hier ook de nodige foto’s gemaakt hebben vinden we het welletjes en lopen we naar buiten waar we op het terras gaan zitten. Na een kop koffie wandelen we terug naar de camper. Die staat alleen, iedereen is inmiddels vertrokken.

Omdat het pas 12.20 uur is besluiten wij ook te vertrekken. Alcobaca is niet echt ver rijden en dan kunnen we het mosteiro daar ook bezoeken. Het is stil op de weg dus een half uur later draaien we de grote parking op niet ver van het centrum van het stadje. De wolken zijn inmiddels verdwenen en de temperatuur is gestegen naar 24 graden. We staan hoog boven de stad en dus dalen we af naar het mosteiro waar we een kaartje kopen. Opnieuw is de toegang voor het klooster, de kerk is gratis te bezoeken.

Kloosterkeuken met grote schoorsteen

 

Het klooster is in 1153 opgericht door koning Afonso Henriques, de eerste koning van Portugal. Persoonlijk vind ik dit mosteiro mooier. We genieten ervan hier rond te lopen. Het klooster verveelt ook minder snel. Indrukwekkend is de enorme keuken met zijn schoorsteen.  Ook zie je hier de zalen waar in vroeger tijden de monniken aan hun schrijftafels boeken copieerden. Heel bijzonder is dat we de gelegenheid hebben om beide kloosters achter elkaar te bekijken. Als we buiten zijn zien we op het plein een aantal restaurantjes, bij één gaan we zitten. We bestellen eten en het smaakt lekker.  Fijn want nu hoeven we vanavond niet meer te koken. Als dessert hebben we nog yaourt. In de avond staan we praktisch alleen, iedereen die hier vanmiddag stond is vertrokken. We kijken wat tv en lezen en natuurlijk schrijf ik ook weer onze belevenissen neer.

Als we vrijdag 6 juni om 6.45 uur opstaan is het zwaarbewolkt. Toch zien we in de verte streepjes licht verschijnen. Als we onderweg zijn verdwijnen al snel de wolken en komt blauwe lucht en zon tevoorschijn. We rijden zuidelijk en blijven zuidelijk rijden, net voor Lisboa buigen we af naar het oosten. De wegen zijn gelukkig breed zodat we, ondanks het feit dat er veel vrachtverkeer op de weg is, toch opschieten. In Evora zijn zelfs drie plekken vrij dus we kunnen kiezen. We gaan op dezelfde plek staan als waar we eerder stonden. Eind van de middag heeft deze plek namelijk wat schaduw en nu de zon aan een staalblauwe hemel brandt is dat geen slecht vooruitzicht.

Nadat we een koffie hebben gedronken, sluiten we de camper af en wandelen naar de stad. We proberen zoveel mogelijk in de schaduw van de muur te blijven want in de volle zon is het gewoon te warm. Het is inmiddels 28 graden. Door de smalle straatjes van Evora lopen we naar de Capela dos Ossos, de bottenkapel waar we opnieuw een kijkje willen nemen.

Boven de ingang van de kapel staat de inscriptie: “Nos ossos que aqui estamos pelos vossos esperamos” (onze botten die hier liggen wachten op die van jullie).

De kapel werd in de 17e eeuw gebouwd door een Franciscaanse monnik. In de stad waren de kerkhoven overvol en om ruimte te maken en de mensen te herinneren aan de vergankelijkheid van het leven, werd besloten deze botten en schedels van meer dan 5000 mensen te gebruiken om de muren van de kapel te decoreren.

Momento Mori in de kapel

Er ligt ook een volledig intact lichaam van een volwassene en een kind. Niet duidelijk is wie ze zijn en waarom ze juist in deze kapel liggen. Velen denken dat ze bewust zo tentoongesteld zijn om het “memento mori” gevoel te benadrukken, de boodschap dat iedereen sterfelijk is.
In de loop van de eeuwen zijn deze lichamen door de droogte en ventilatie op natuurlijke wijze gemummificeerd.
Als we de kapel verlaten zien we de mooie tekst: “que a terra de vossas sepulturas, noa vos desfaca”. Het is een gebed voor de doden, een religieuze troost die hoop geeft; het dode lichaam heeft niet het laatste woord want de ziel blijft bestaan en zal ooit verrijzen.

Kerststal uit een ander wereld deel

In tegenstelling tot ons eerste bezoek enkele jaren geleden is het nu echt druk, voornamelijk veroorzaakt door groepen toeristen. Gelukkig vertrekken deze al snel na de nodige foto’s omdat hun overvolle programma lang treuzelen onmogelijk maakt. Op een bepaald moment zij we weer alleen.

Na deze confrontatie met de vergankelijkheid van ons leven wandelen we door naar de kerk en komen even later bij een tentoonstelling van kerststallen uit de hele wereld. Dit is een zaal vol leven, hoop en geboorte. Een groter contrast is er niet. We bekijken de verschillende kerststallen.

Een glas bier smaakt hier heerlijk

Na zo veel cultuur gaan we het terras opzoeken waar we eerder goed gegeten hebben maar helaas is er geen plek dus gaan we ergens anders zitten en bestellen eten. Ook hier smaakt het eten goed en het grote glas vers getapt bier is prima bij deze temperaturen. Na de maaltijd wandelen we verder door het bloedhete stadje waar inmiddels alles gesloten is. Dick loopt door naar de camper en ik stop nog even bij een Chinese bazaar die wel open is. Er is altijd wel iets te vinden wat ik nodig heb. En ja, ik vind een bakje met zuignap wat ik mooi in onze douche kan bevestigen en waar ik mijn zeep in kan stoppen. Dick gebruikt namelijk andere zeep dan ik. Terug in de camper wandel ik nog naar de supermercado. Ik vind er ijsjes die bij deze temperatuur niet te versmaden zijn en koop ze. Het is niet handig want zelfs met een goede koeltas komen ze half gesmolten aan en we eten meer softijs. Snel stop ik de overgebleven ijsjes in de vriezer. Helaas koelt deze met de huidige temperaturen niet echt goed.
De rest van de avond zitten we in onze, inmiddels redelijk in de schaduw staande, camper met alles open en lezen wat. Tegen 10 uur gaan we naar bed.

Kuddes koeien in een lege vlakte

Zaterdag 7 juni staan we pas om 7.50 uur op. Wat slapen we toch lang. Dat kan ook komen doordat het in de vroege ochtend nog echt koel is. Nadat we ontbeten en afgewassen hebben dumpen we en vullen ons schoon water bij. Dan vertrekken we. Voor het eerst rijden we op een rechte weg zonder noemenswaardige kronkels. Het landschap om ons heen is stil en eenzaam. Naast kurkeiken en naaldbomen rijden we over lege vlaktes waar alleen kuddes koeien met enorme horens rondlopen. Het lijkt wel de Meseta. Iets voor elven, na 125 km rijden, arriveren we in Castro Verde, we zijn nog steeds in Portugal. Naast de Lidl zijn enkele parkeerplekken voor campers en we kunnen er onze camper goed parkeren. Terwijl ik bij de Lidl iets lekkers haal zet Dick koffie. De appeltaart blijkt niet echt lekker maar we moeten het er mee doen. We besluiten te wassen. 20 meter van ons vandaan bevindt zich namelijk een hokje met wasmachines en drogers en het ziet er netjes uit.

Op weg naar de wasmachine’s

 

We beladen twee machines en ik wacht tot het was proces is afgelopen. Als alles schoon is gaat het in de drogers. Er is verder niemand dus we kunnen alles gebruiken. Pas als de drogers gevuld zijn komt een Nederlandse. Ze woont iets verderop en is nu onderweg omdat de kinderen een week vakantie hebben. We praten even gezellig. Nadat onze was is opgeborgen en de bedden schoon gedekt zijn wandelen we het stadje in.

 

Basilica Real de Castro Verde

 

We willen de Basilica Real de Castro Verde bekijken. We klimmen via de steile straatjes omhoog en vinden al snel de kerk met twee torens. De buitenkant is sober, maar als we binnenlopen is het contrast groot. Deze kerk uit 1573 is aan de binnenkant bijna volledig met Portugese tegels (azulejos) bedekt. De tegels vertellen over het leven van koning Afonso Henriques. Het is bijzonder om te zien. We maken veel foto’s. Na ons bezoek wandelen we verder door de straatjes van dit verder volledig uitgestorven stadje. Dan vinden we een restaurant met een patio waar we nog kunnen eten. Wel net op tijd want de meeste mensen zijn al weg of eten hun postre (nagerecht). We bestellen bier, dat is lekkerder met deze hitte dan een glas wijn, en bestellen eten. Het smaakt prima. Eind van de middag zijn we weer terug. Ik kan de nabijheid van een supermarkt, er zijn er zelfs twee, natuurlijk niet weerstaan dus dwaal ik nog even rond in zowel de Lidl als de Intermarche. Ook koop ik nog een dessert voor vanavond. Het is inmiddels 34 graden en best warm maar desondanks is het binnen in de camper goed uit te houden omdat alle ramen tegen elkaar openstaan. We kijken TV, lezen wat en tegen half 10 ga ik naar bed. Door de plaatselijke jeugd wordt veel lawaai gemaakt maar ik slaap daar dwars doorheen. Dick daarentegen heeft een slechte nacht dus of we ooit weerkeren naar dit plekje is de vraag.

Zondag 8 juni staan we om 7 uur op maar dat is te vroeg voor de Lidl, die is nog niet open dus opnieuw kan ik geen verse broodjes halen voor ons ontbijt. We dumpen ons grey en black water. Gelukkig hebben we nog voldoende schoon water want om dat te krijgen moet je bij de Lidl vragen of ze de kraan opendraaien.

Ooievaars op nesten op hoge palen

Om 8.30 uur vertrekken we.  Het heuvellandschap is eerst geel door de droogte en wordt dan wat groener. In de verte zien we een enorm stuwmeer. Er is hier haast geen bewoning, wel staan overal palen langs de weg waar ooievaars hun nesten op hebben gebouwd. Uiteindelijk komt de brede rivier in zicht die Spanje van Portugal scheidt. De laatste maal gingen we op de parking in Ayamonte, Spanje staan. De parking daar gaf echter problemen met uitrijden omdat de machine ons kenteken niet herkende.
Nu gaan we aan de Portugese zijde staan in Vila Real de Santo Antonio. Al snel na het binnenrijden van dit stadje arriveren we bij de parking naast de rivier.

Camperplek Vola Real de Santo Antonio

 

Bij een huisje moet ik eerst tax betalen en dan kunnen we na een kaartje te hebben getrokken de parking oprijden. Langs het water vinden we een mooi plekje. Wel in de volle zon maar er waait wat wind dus als we in de schaduw van de camper gaan zitten is het goed uit te houden.

We drinken koffie en zitten voor het eerst buiten.  Het is dan ook 34 graden. Na de koffie wandelen we het stadje in. Ik eerst en later komt ook Dick. We treffen elkaar in de enige winkelstraat bij de Chinese bazaar. Het is een drukte van belang in de vele winkels (alles is open) en je zou niet zeggen dat het eerste pinksterdag is. Nadat we enkele dingen hebben aangeschaft waar we waarschijnlijk best buiten kunnen, wandelen we terug door de winkelstraat. We proberen daarbij zoveel mogelijk in de schaduw te lopen. Het is nu 13.30 uur en de temperatuur is opgelopen naar 36 graden. Als we een terras zien op het plein gaan we daar zitten en bestellen eten.  Natuurlijk drinken we een groot glas bier.  Eind van de middag zijn we weer terug bij de camper. Buiten in de schaduw van de camper zetten we onze stoeltjes en we genieten van de drukte op de grensrivier. Onophoudelijk passeren bootjes en regelmatig vaart ook de ferry naar Spanje.

Sinaasappels verkopers

 

Ook komt een paardenkar voorbij met oosterse typen die zakken sinaasappels te koop aanbieden.  Helaas voor hen koopt niemand wat. Eind van de middag loop ik nogmaals naar het stadje om een kijkje in de kerk te nemen.
Er is een mis bezig maar de geestelijke blijft echter met zijn rug naar de gemeente bidden dus uiteindelijk vertrek ik toch weer. In de avond kijken we tv en schrijf ik weer onze belevenissen op. Een beetje last hebben we toch wel van de warmte, het blijft heet maar toch vallen we tegen 10 uur goed in slaap.

Maandag 9 juni staan we om 7 uur op.
Er zijn meer wolken dan gisteren en de thermometer wijst momenteel slechts 23 graden aan.
Het is onze bedoeling om naar Sevilla te rijden maar daar is een weeralarm. De temperatuur stijgt er naar boven de 40 graden. Dus besluiten we door te rijden naar Cadiz waar de thermometer niet boven de 28 graden zal uitkomen. Om half negen vertrekken we. We komen bijna direct op een autovia.

Velden vol zonnebloemen

De middenbermen staan over enorme afstanden vol boeiende oleanders en regelmatig verschijnen opzij van ons grote velden zonnebloemen. Het is een schitterend gezicht. Het is ook erg druk. Waarschijnlijk ontvlucht iedereen de gigantische hitte in Sevilla. Ook kan het zijn dat veel van de half miljoen tot een miljoen bezoekers nu pas El Roccio verlaten.
Met Pinksteren vindt daar altijd één de grootste bedevaarten van Spanje plaats. Uit heel Andalusië en zelfs verder trekken honderdduizenden pelgrims met paard, te voet of met ossenwagen door het landschap naar El Roccio om het religieuze feest ter ere van Virgen del Roccio mee te maken. We hadden dit graag meegemaakt maar het is onrealistisch te denken dat je daar met een dergelijk gigantisch feest een plaats bekomt.

Indrukwekkende brug naar Cadiz

Uiteindelijk rijden we over de imposante hoge brug Cadiz in, het is al half drie, we hebben 268 km gereden.

Op de parking aan de haven is het erg druk. Altijd als we in Cádiz arriveren staan we hier met veel plezier. Deze parking is dan ook erg gunstig gelegen, midden in de stad.
We parkeren onze Frankia langs de rand van het terrein. Eigenlijk is dit geen plek maar mogelijk is het eind van de dag stiller en kunnen we de camper verzetten.

Dan wandelen we door een wirwar van smalle straatjes de oude stad (Casco Antiguo) van Cádiz in. Het werd rond 1100 voor Christus gesticht door de Feniciërs en staat bekend als de oudste, continue bewoonde, stad van West-Europa. Omdat Cádiz op een schiereiland ligt wordt het bijna helemaal omringd door de Atlantische oceaan. Het loopt al tegen half vier dus zoeken we meteen een restaurant.

Bijzonder straatje in Cadiz

 

In de smalle straatjes is genoeg keuze maar één restaurant serveert nog een maaltijd. We eten heerlijk buiten op het terras. Na het eten wandelen we verder en komen bij een Decathlon. Fijn want we (ik en mijn stokken) hebben nieuwe rubber trekking pads nodig.
Ook wil ik even kijken naar een andere hoofdlamp met iets meer lumen en een bredere lichtstraal. Er is inderdaad een hoofdlamp die aan al mijn eisen voldoet dus die koop ik met het geld dat Hannah en Henk mij bij vertrek gaven. Het was bedoeld om mij te stimuleren gedurende de busreis te eten. Dat bleek echter toch een issue omdat er of geen eten was of de bus niet stopte. Nu kan ik dit “eetgeld” mooi aan deze nieuwe lamp besteden. Heb ik ook langer plezier van dit cadeau.

Bijzondere boom in Cadz

Nadat we ook een kijkje genomen hebben bij de oude cathedraal en nog wat caches gezocht hebben wandelen we door een park vol exotische planten, imposante bomen met enorme wortels en een uitzicht op de zee, terug naar de parking.

 

Ondergaande zon boven de oceaan

 

 

Het is inmiddels 6 uur maar de zon staat nog hoog aan de hemel. Dus wandel ik nog even de in zee stekende pier op. Daar liggen nog twee geocaches en ik kan meteen wat kilometers maken. Het is heerlijk hier rond te lopen want de zon schijnt fel in de kalme zee. Uiteindelijk ben ik ook terug bij de camper. Er zijn inmiddels veel mensen vertrokken en we vinden een goed plekje om de nacht door te brengen. We maken een plan voor de komende dagen, kijken TV en natuurlijk schrijf ik ook onze belevenissen neer. Tegen 10 uur is het gelukkig wat afgekoeld alhoewel het warm blijft met 28 graden.

Dinsdag 10 juni staan we om half acht op. Het is zwaarbewolkt en zo nu en dan vallen enkele druppels regen, toch is het niet koud want de thermometer wijst bijna 23 graden aan. Na het ontbijt loop ik naar het hokje bij de ingang en betaal voor onze camperplek op deze stadparking. Al snel zijn we Cádiz uit en rijden op een autoweg. Het stormt en Dick heeft beide handen nodig aan het stuur.  Onze bestemming is La Linea, aan de grens met Gibraltar.

Parkeren in Tarifa

Onderweg besluiten we naar Tarifa te rijden. We zijn nooit op dit meest zuidelijke puntje van het Europese vasteland geweest. Na lange stukken vierbaansweg komen we op een tweebaansweg weg. Het is redelijk druk en zo nu en dan hebben we file. Het grootste deel kunnen we doorrijden. Dan arriveren we in Tarifa.
We rijden langs een zanderige vlakte waar meerdere campers staan. Op onze app is deze parking niet aangegeven maar de Lidl ligt ernaast en we zijn aan de rand van de stad dus we blijven. Op een net vrijgekomen plekje parkeren we de Frankia, het is een gunstig plekje bij deze harde wind. Het stormt namelijk nog steeds en ook al is het uitzicht daar mooier, we willen nu niet aan de rand staan.

Smalle straatjes in Tarifa

Na een kop koffie wandelen we het stadje in. De naam Tarifa komt van de Arabische bevelhebber Tarif ibn Malik, die hier in 710 landde, kort voor de Moorse verovering van het Iberisch schiereiland. Door zijn ligging was het eeuwenlang een strategische vestingstad en een deel van de muren zijn nog te zien. Al snel wandelen we door de oude stadspoort de binnenstad in. De straatjes zijn zeer smal en kronkelig en brengen ons op onverwachte pleintjes.  Bij een overdekte markt past Dick een mooi geel t-shirt maar het zit voor geen meter dus dat wordt het niet. We dwalen door de straatjes en genieten van de onverwachte hoekjes overal en komen uiteindelijk door deze wirwar van straatjes bij de haven vanwaar de boten naar Tanger vertrekken. Het is mogelijk om een dagtochtje te maken maar daar moeten we met deze storm even niet aan denken. Ook nu het niet echt stralend weer is zien we aan de overzijde van de straat van Gibraltar de kust van Marokko, Afrika liggen. Deze ligt ook slechts 14 km verderop.

De dam naar het schiereiland

 

 

Een lange dam voert naar het kleine schiereiland Isla de las Palomas. Er ligt een Adventure labcache. Bij zo’n cache zoek je niet naar een fysieke box maar loop je met een speciale app op je mobile langs locaties waar je aanwijzingen vindt en puzzels oplost. Het is een leuke wandeling.

 

Windsurfers springen hoog

 

De zee is wild en de storm beukt de golven tegen de ene kant van de dam. Aan de andere kant is de zee iets kalmer en profiteren windsurfers van de storm, ze vliegen hoog boven de golven. Het is een prachtig gezicht om te kijken naar de sprongen die ze maken. Een tijdje gaan we op een bankje zitten en kijken ernaar.  Helaas kunnen we door afgesloten hekken niet het schiereiland op en dus ook geen kijkje nemen op de plek waar je letterlijk de Middellandse zee en de Atlantische Oceaan ziet samenkomen. Na enkele foto’s lopen we weer terug.

Als we teruggekeerd zijn op het vaste land vinden we langs de haven een restaurant waar we eten bestellen. Het blijkt een goed keuze want het smaakt heerlijk. Na het eten wandelen we weer terug. Ik doe nog wat inkopen bij de Lidl, voornamelijk water want dat gebruiken we nu erg veel en dan gaan we lekker binnen zitten. De storm is iets gaan liggen gelukkig. Helaas komen er later op de avond toch weer wat windstoten waardoor we geen tv-ontvangst meer hebben. Het is nu zwaarbewolkt maar nog steeds droog.  En het blijft redelijk warm, wel koelt het af gedurende de nacht.

Woensdag 11 juni staan we om 7.40 uur op. Helaas weer te vroeg om verse broodjes bij de Lidl te halen dus we ontbijten met ons brood. Na de afwas vertrekken we en tanken eerst op het plein voor de Lidl. De dieselprijs is slechts € 1.28,9 en dus erg goedkoop. Voor een volgende keer is het fijn te weten dat dit tankstation ook een keurige lavanderia heeft. Gelukkig is de storm gaan liggen en kan Dick meer ontspannen rijden. We zetten koers naar Sevilla want hebben geen zin om erg ver te rijden en dan kunnen we daar ook dumpen. Het is niet druk op de weg en de brede vierbaanswegen zijn een luxe na het gekronkel op de binnenwegen in Portugal. Iets voor 12 uur arriveren we in het havengebied van Sevilla.

Door het bos naar de camperplek

Gelukkig weten we de weg naar de camperplek want die voert door een stukje oerbos. Als we bij het toegangshek arriveren zien we dat het erg druk is, overal staan vrachtwagens met opleggers die auto’s komen brengen en halen. Nergens is een plekje onbenut gelaten en zover je kunt kijken staan er nieuwe auto’s geparkeerd. Gelukkig is een klein deel van het enorme terrein afgezet; hier kunnen de campers staan. Tot onze verbazing staat dat ook erg vol. Maar we vinden een plekje. Eerst aan de rand naast de vuilnis maar daar ruikt het en je staat erg in het zicht. Wij willen net de camper aan de buitenzijde poetsen dus kunnen we beter tussen andere campers staan. We hadden in ons hoofd dat hier ook een afspuitplek was om de camper te poetsen maar klaarblijkelijk is deze er niet meer.

Wasbeurt voor de camper

Dus halen we emmertjes water en spuiten de camper in met schoonmaakmiddel. Dan gaan we met lappen de camper poetsen. Helaas komen we niet tot bovenaan bij het dak dus de bovenrand blijft vuil maar de rest van de camper wordt mooi schoon en is weer het bekijken waard.
Nu onze taak is verricht wandelen we naar de stad. We hadden beter de fiets kunnen nemen want Dick heeft heel veel last van zijn enkel en het lopen gaat niet zo best, dat zie je. We lopen echter door, wandelen door het park en komen bij de Plaza España.

Plaza Espanā

 

 

Een halfronde bouwconstructie van bijna 200 meter gebouwd voor de Ibero Amerikaanse tentoonstelling in 1929. Rondom zie je 52 betegelde bankjes (azulejos), die elk gewijd zijn aan een Spaanse provincie. Door een fiesta staat het echter vol met tenten en stalletjes, het zicht op het imposante gebouw is weg. We kijken even naar het flamenco dansen maar noch de muziek, noch de dansen zijn echt mooi en dus wandelen we verder naar een restaurant aan de buitenzijde van het grote park. Als we eraan komen is het echter half 4 en de keuken is inmiddels gesloten, geen eten dus. We lopen weer door het park. Alles bars en restaurants zijn dicht en dus zit er niets anders op dan terug te keren naar de camper. Dick is er eerder dan ik want ik ga nog even langs de Aldi om eten voor vanavond te halen.
Het wordt stokbrood met burger, champignons, paprika, sla en tomaat. We hebben bijna 8 km gelopen. Het is begrijpelijk dat Dick pijn heeft aan zijn enkel, zelfs zijn been is gevoelig. Hij heeft echte overbelasting klachten. De felle zon schijnt ononderbroken aan een staalblauwe lucht en we zijn allebei verbrand, het is 30 graden. In de camper valt de warmte mee. We eten heerlijk. Alle plekjes op de parking zijn inmiddels bezet en het blijft lang warm. Tegen elf uur gaan we naar bed, ik ben blij dat we alleen nog onder een laken slapen.

Vullen van de schoonwater tank

Donderdag 12 juni staan we pas om half negen op. We slapen best lang. Na het ontbijt dumpen we en vullen met schoon water. We moeten even wachten voor we terecht kunnen want een Spanjaard is ons voor en het duurt lang voor hij klaar is met dumpen en water vullen. Regelmatig verzet hij zijn camper en dat doet hij nogal moeizaam.  Bij zijn capriolen om goed te staan raakt hij bijna ook een van de nieuwe auto’s. Een medewerker van het autobedrijf is er direct bij om te kijken of er geen schade gereden is. Intussen kan ik op een andere plek ons toilet legen.

Uiteindelijk heeft Dick ook onze camper volgetankt met schoon water en moeten we wachten tot ik eindelijk kan betalen. Chauffeurs met vrachtbrieven krijgen voorrang en dus moet je geduld hebben. Op dit autobedrijf gaat niets snel. Maar dan gaat de poort toch open om 10 uur en kunnen we vertrekken. We rijden door het drukke verkeer in Sevilla en komen dan op de autovia de la Plata. Grote stukken heb ik langs deze weg gelopen toen ik de Ruta de la Plata liep, waarbij ik regelmatig werd “aangetoeterd” door vrachtwagens. Dan verlaten we de snelweg en volgen de smalle binnenwegen naar het noordwesten.

Naar de lavanderia in Aracena

In Aracena arriveren we op een parking waar niet veel te doen is. De campers hier staan duidelijk geparkeerd. We zetten onze camper neer. Na de koffie zien we dat op de hoek een lavanderia is, zo dichtbij is niet te weerstaan dus ik haal ons bed af en met al ons wasgoed lopen we er naartoe. Het is er schoon en mooi en ik vul direct twee machines.

Terwijl ik wacht schrijf ik aan mijn verslag want ik loop nog steeds wat achter. Net als de was uit de droger komt arriveert ook Dick en samen vouwen we alles op en brengen het naar de camper. Het is inmiddels 2 uur.

We lopen naar het grote plein in het centrum en vinden daar enkele restaurantjes. Een zit redelijk vol en we gaan aan een tafeltje zitten en bestellen eten. Het smaakt prima, solomillo met roquefort saus.

Lunch in Aracena

Eigenlijk is dit het beste eten dat we tot op heden hebben gehad. Ook het bier is prima. Na het eten lopen we terug naar de camper. We stoppen nog bij de supermercado waar we schoonmaakmiddel, bleekmiddel en bier halen. De bleek gooi ik in de vuilwatertank, dan stinkt die niet zo met deze warmte. Terug in de camper dek ik onze bedden met schoon goed. We slapen al enige tijd zonder dekbed want het is warm genoeg voor alleen een laken en plaid. Daarna wandel ik nog even rond. Alles in het stadje is inmiddels gesloten. Veel terrassen zijn ook leeggeruimd en alleen bij de ingang van de Gruta de las Maravillas wachten toeristen. We hebben besloten deze grot niet te bezoeken. Je moet met een gids en mag geen foto’s nemen. Ook al is de grot nog zo mooi, daar houden wij niet van. Omdat het dorp echt uitgestorven is ben ik snel weer terug. We kijken tv en lezen wat en tegen half 10 ga ik naar bed. Er komt geen andere camper meer, toch vinden wij dit een goede plek. We zitten op 654 meter hoogte maar het blijft warm.

Vrijdag 13 juni staan we om 8 uur op. Het is al warm met 22 graden, maar inmiddels zijn we de warmte gewend en in vergelijking met de middag is het nog koel. Na het ontbijt vertrekken we. We rijden inmiddels door de Extremadura. Het is een dunbevolkte regio die bekend staat om zijn sterrenhemel. Er zijn veel eikenbossen, de habitat van de Iberische varkens. Over binnenwegen stijgen we naar 750 meter en dalen vervolgens weer. Dan blijven we langere tijd over een hoogvlakte rijden.

Rijden door de Extramadura

Het landschap herinnert me sterk aan de Via de La Plata, de eenzaamheid en de glooiende vlaktes. Om ons heen veel kurk-eiken en ook kuddes koeien. Allemaal met grote horens en altijd met een imposante stier. En dan op de plek naast een water, zien we een grote kudde varkens, de beroemde Pata Negra, de leveranciers van de lekkere Jamon Iberico de Bellota. Ze hebben het best goed, dankzij de eiken op zijn tijd eikeltjes als voer en hier water waar ze heerlijk kunnen vertoeven. Het is leuk om deze beesten hier te zien. Zowel Dick als ik hebben deze bijzondere varkens al enkele malen rond zien dartelen tussen de bomen. Het is stil als we arriveren op de camperplek in Jerez de los Caballeros. De plaatsen zijn met heggen van elkaar gescheiden. We staan naast de grote arena voor stiergevechten maar denken dat deze niet meer gebruikt wordt. Als de Frankia geparkeerd staat ontdekken dat we zelfs gratis stroom hebben. Dus die wordt ook aangesloten. Dan wandel ik meteen naar een supermarket want straks is deze gesloten. De Spar heeft geen brood dus wandel ik verder naar de Dia en dan naar de Mercadona waar ik uiteindelijk brood vind. Na 3.2 km ben ik weer terug.

Trappen als straatje in Jerez de los Caballeros

 

Nu drinken we pas koffie en dan wandelen we samen het stadje in. Aan de hand van een Adventure Labcache komen we bij verschillende kerken. Bij één van de kerken gaan we op een terrasje zitten en bestellen eten. De sla is heerlijk ondanks de vele tonijn die erop ligt maar het vlees is te doorbakken en taai en het is nog wel solomillo. Ik krijg het in ieder geval niet naar binnen en laat alles staan. Jammer want dat gebeurt bijna nooit in Spanje.

Na het eten lopen we verder door de smalle en steile straatjes van het stadje. We lopen door een indrukwekkende stadspoort en zien dat de straatjes nog steiler worden. Soms kun je alleen over trappen naar boven klimmen. We lopen en klimmen en puffen, de warmte wordt tussen de witte huizen in weerkaatst. En dan houdt Dick het voor gezien. Ik loop nog even door want wil nu wel nog een blik op het kasteel werpen.

Langs de Tempelier naar het kasteel

 

Na een tempelier begroet te hebben loop ik door een poort bij het kasteel. Alleen enkele torens staan nog overeind maar het uitzicht is prachtig. Er is niemand hier en het is warm en stil en ik maak enkele foto’s. Uiteindelijk daal ik af door de steile straatjes met de witte huizen richting camper. Het is inmiddels 5 uur, ik heb 9.5 km gelopen. We kijken tv en kiezen ons reisdoel voor morgen. We gaan niet verder oostelijk maar rijden terug naar de grensstreek met Portugal.

 

Zaterdag 14 juni staan we om half acht op. Ik vergeet mijn bottenpil en neem die pas later in maar omdat Dick een eitje kookt maakt dat niet uit en kunnen we toch samen ontbijten (na inname van deze pil mag je een half uur niet eten). Ook Dick heeft een ei maar in gebakken vorm wat goed kan want we hebben een mooi klein pannetje met ei spatel. Na ons lekkere ontbijt dumpen we en vullen water. Het is fijn als alles weer leeg, schoon en vol is. Nu kunnen we vertrekken. Door enkele smalle straatjes van Jerez rijden we naar de tweebaansweg weg die ons naar Badajoz voert. We zijn hier eerder geweest en herkennen het kasteel op de heuvel waar we naar toe klommen om een geocache te zoeken. Nu rijden we erlangs en na tweemaal een water te hebben overgestoken komen we op de locale weg door opnieuw de Extremadura.

“Opnieuw het grote niets”

 

Het grote niets breekt aan. Alleen eindeloze hellingen bedekt met geel gras, op sommige plekken is met grote rotsblokken gestrooid.

De “Bull” is enorm groot

Weer zien we de grote kuddes koeien, allemaal met enorme hoorns.
Toch is de massieve bull ertussen de meest imposante. Bijzonder is dat deze altijd in een stofwolk gehuld is.

Hij schraapt voortdurend zijn hoeven over de droge grond en werpt enorme stofwolken op. De koeien kijken ernaar en schudden hun horens. Er staan ook veel kleintjes. We zetten onze reis door de Extremadura voort. De leegte herinnert me telkenmale weer aan mijn pelgrimstocht vorig jaar over de eindeloze Via de La Plata. Wat is het hier uitgestrekt.  En dan opnieuw Pata Negra. Wat leuk om deze weer tegen te komen. Eigenlijk is het niet zo verwonderlijk want hier op de Extremadura tussen de vele kurkbomen (eigenlijk zijn het kurkeiken) bevindt zich hun natuurlijke habitat. Toch zien we ze niet zo heel veel dus we stoppen even om foto’s te nemen. Regelmatig rijden we ook langs de palen waarlangs normaliter electra vervoerd wordt. Op vele palen bevinden zich de nesten van ooievaars. We treffen zelfs een flatgebouw aan, de nesten bevinden zich boven elkaar en zijn nog steeds bevolkt door ooievaars.

Het weer is schitterend. De zon schijnt aan een staalblauwe hemel en de temperatuur stijgt naarmate de ochtend vordert. We passeren een schitterend kasteel aan de voet waarvan witte huizen tegen de berg gekleefd lijken te zijn. Het is het stadje Alburquerque, niet te missen want het staat met enorme letters op de berg. Eind van de ochtend geeft de thermometer 29 graden aan maar de gevoelstemperatuur ligt zeker enkele graden hoger.

Camperplaats in Alcantara

Als we in Alcantara arriveren is het even puzzelen hoe we de camper neerzetten. Dick ziet meteen de beste plek en zet de Frankia dwars over de plaatsen, met de kop naar de muur. Omdat we te lang zijn nemen we meer dan een plek in beslag maar het lijkt er niet op dat het hier erg druk zal worden. Mogelijk hebben we straks daardoor meer schaduw.
Omdat de winkels op zaterdag vaak om twee uur sluiten, zeker in de kleine stadjes in Spanje, loop ik meteen naar de plaatselijke supermarket. We gaan weer eens zelf koken. Het is erg druk in de winkel en ik moet lang wachten voor ik vlees kan bestellen. Een postre koop ik niet, de chocolade bons zijn houdbaar tot 3 juni en deze datum ligt toch enige tijd achter ons. Bij het teruglopen pak ik een verkeerde afslag zodat ik verdwaal maar uiteindelijk vind ik de goede weg. Dat komt ervan als ik mijn outdoor app niet aanzet als ik vertrek. Niet alleen weet ik niet hoeveel ik loop maar ook weet ik de weg naar huis niet. We drinken lekker koffie en daarna vertrek ik weer, nu om het Convento de San Benito en de Puente de Alcantara te bekijken.

Convento de San Benito

 

Dick houdt een rustdag en geniet ervan om eens lekker binnen te blijven. Ik wandel in de warmte naar het grote klooster. Het ziet er imposant uit en werd gebouwd in de 16e eeuw. Het werd de residentie van een militaire ridderorde, de orde van Alcantara, die al sinds de 12e eeuw actief was in de strijd tegen de Moren. De ridders waren monnik en soldaat net als de Tempeliers en de Orde van Santiago. Binnen wordt informatie gegeven over de verschillende militaire ridderorden van Spanje en Portugal.

Puento de Alcantara

 

Ook is er een korte introductie film waarin de geschiedenis van Alcantara met de brug als strategisch knooppunt en de ridderorde belicht wordt. Je waant je meteen in de sfeer van vroeger tijden. In een kleine kapel kijk ik een korte film waarin verteld wordt hoe een van de inwoners van Alcantara destijds met Magelhan uit Portugal de route om de West ontdekte. Vanuit de woeste zeeën op de Atlantic kwamen ze na de straat van Magelhan in de rustige wateren van een andere zee. Magelhan noemde deze de Pacific, de rustige, stille oceaan. Na vele foto’s, ook van de imposante buitenkant wandel ik verder. Ik klim hoger en hoger over smalle en weinig gebruikte paden. En dan ben ik bij grote ruïnes boven op de berg. Hier vandaan loopt een steil, rotsachtig pad naar beneden. Het is maar goed dat Dick niet meegegaan is. Deze afdaling zou niet bijzonder aangenaam zijn.

Cacteeën in bloei

 

Als ik eindelijk beneden ben zoek ik eerst naar een cache maar deze is er niet en dan wandel ik over de massieve Romeinse brug uit 103 na Christus.
Diep onder me stroomt de Taag en rechts van me is een enorme stuwdam te zien.

Het is bijzonder. Aan de overzijde van de brug zie ik schitterende cacteeën en sommigen hebben zelfs bloemen. Natuurlijk maak ik foto’s. Helaas vind ik de cache hier ook niet. Nergens is een spoor te vinden terwijl het toch een grote ammobox is, dus niet over het hoofd te zien. Dan wandel ik terug. Ditmaal over een andere, nog steilere, weg en ik moet af en toe hijgen terwijl ik de berg beklim. Maar dan ben ik weer in het stadje en langs de ontelbare kerken, nog steeds allemaal gesloten, kom ik uiteindelijk toch weer bij de camper.

Opnieuw een steile route

 

Deze staat nu in de schaduw staat dankzij de muur waarlangs Dick heeft geparkeerd. We drinken wat en om 7 uur maak ik eten. Een burger met champignons, cheddarkaas en een boterham. Het smaakt prima. We drinken er ook een glaasje wijn bij met een ijsblokje. Als dessert nemen we een chocolade bombe, maar die is aan Dick niet besteed. Tegen de avond neem ik enkele mooie foto’s van de zonsondergang. Uiteindelijk liggen we iets na 10 uur in bed. Ik slaap meteen ondanks de warmte. Gedurende de nacht koelt het af naar 20 graden, een goede slaaptemperatuur.

Pas om kwart voor acht staan we zondag 15 juni op. De zon staat al aan een staalblauwe hemel en het is 21 graden. Het voelt nog heerlijk koel. Na ons ontbijt rijden we naar de dump en vullen ook schoon water. Dan gaan we op weg. Tot mijn verbazing voert onze route ons over de Puente de Alcantara.

Over de Puente de Alcantara

 

Terwijl Dick er met de camper overheen rijdt maak ik foto’s en aan de overkant parkeren we de camper. Wat leuk dat Dick nu ook deze brug ziet en erover heen kan lopen. De weerspiegeling van de brug in het water is prachtig.  Overal vliegen zwaluwen. De meesten rusten even uit op de pilaren hoog boven het water, een prachtig gezicht. Na veel foto’s rijden we verder. Kilometers verder kruisen we weer een brug, we rijden Portugal weer in. We maken enkele foto’s op de grens en dan verder door het droge landschap om ons heen. Het is erg bergachtig en we kronkelen voort.
Gelukkig is er weinig verkeer want de weg is niet echt breed. Dan naderen we Monsanto. Ik heb in ieder geval het idee dat de rots die we uit de verte zien dit stadje is. Monsanto ligt namelijk tegen een granieten berg en lijkt haast vergroeid met enorme rotsblokken. En ja hoor, al snel rijden we die richting uit. In Relva stoppen we op een pleintje. Hier kunnen we goed staan. Het lijkt niet verstandig om verder de berg op te rijden. De camperplek in Monsanto is slechts geschrikt voor campers tot 6 meter. We parkeren de camper en kijken bij kurken souvenirs. Een oude man die 25 jaar in Nederland heeft gewerkt en dus Nederlands spreekt zegt dat hij alles zelf heeft gesneden. De kurken onderzetters vind ik mooi maar er zitten nu al scheuren in en ze zijn 20 euro dus helaas…

De klim naar Monsano

 

We sluiten de camper af en beginnen aan de klim naar boven. Op bepaalde stukken is het best steil. Monsanto is dan ook gelegen op de hellingen van de steile berg Mons Sanctus. Raar is dat we enkele auto’s op het smalle pad tegen komen. Later blijkt dat deze waarschijnlijk vanaf het kerkhof komen. Het is nog vroeg, half 11 maar desondanks voelt het al erg warm, we lopen in de volle zon. Het pad voert ons hoger en hoger de bergen in, logisch want we zien Monsanto boven ons liggen. En dan zijn we bij de stadspoort. Het dorp is tussen en onder rotsen gebouwd en huizen zijn ingeklemd tussen enorme granieten rotsblokken waarbij de muren en daken vaak direct tegen de rots aanleunen.

Langs het kerkhof verder naar boven

Langs het kerkhof klimmen we nog verder steil omhoog tot we op een pleintje komen. Een vrouw wijst ons de weg naar de bar. Daar gaan we naar binnen en bestellen koffie en gebak. De koffie is lauw en het gebak is onduidelijk maar na het lopen smaakt het. We vinden een cache bij een uitkijkpunt en lopen dan verder tot de toegangsweg naar het kasteel die nog steiler omhoogvoert. Hier keren we om. Overal zijn kleine stukjes omheinde grond waar in vroeger tijden varkens hun onderdak hadden. Ze konden ook tussen de rotsen wegschuilen. Uiteindelijk wandelen we langzaam weer naar beneden. Terug aan de rand van het dorpje zegt Dick dat ik, nu ik hier toch ben, naar het kasteel moet klimmen. Zelf loopt hij terug naar de camper.

Op weg naar het kasteel

 

Na een korte aarzeling klim ik weer omhoog. Op sommige stukken is het echt steil en na eindeloos steile paden en veel trappen kom ik bij de ruïnes van het kasteel van Monsanto op 758 meter hoogte. Er ligt een cache die ik niet kan vinden maar ook een virtual cache en om die te kunnen loggen moet ik de borstwering opklimmen en vandaar een foto maken. Dat is snel gedaan. Het uitzicht vanaf deze hoge plek is prachtig. Zo dicht bij de Spaanse grens en zo hoog boven de omliggende vallei was deze plek duidelijk een strategisch verdedigingspunt. De zon schijnt erg fel en is warm en na enige tijd rondkijken loop ik weer terug.

Uitzicht vanuit Monsanto

 

Halverwege het pad moet nog een geocache liggen. Ik beklim een hoge rotspartij en vind op het hoogste punt, in een spleet tussen de rotsen geklemd, de koker. Nadat ik onze cachenaam heb ingeschreven bel ik Dick dat ik weer naar beneden kom. Als ik bij de camper ben besluiten we om hier te overnachten en we gaan op zoek naar een restaurant. 400 Meter verder is er één en we eten er best goed. Mijn vlees is smakelijk maar medium blijkt iets te rauw dus het merendeel eet Dick op.

Een lekker glaasje wijn hoort erbij

 

 

 

Als laatsten vertrekken we uit het restaurant. Terug bij de camper zetten we alles open en bevestigen ook onze isolatiefolie op de ramen. Het is maar goed dat Dick deze foliebescherming gemaakt heeft want het is nu warm. Buiten ga ik op een bankje zitten om aan mijn verslag te werken, Dick kijkt binnen sport. De temperatuur schommelt rond de 34 graden.
Alle andere campers zijn inmiddels vertrokken en we staan hier nog als enige. Maar naarmate het later wordt komen één voor één campers aangereden. Sommigen rijden nerveus heen en weer zoekend naar een stukje schaduw, anderen berusten in de warmte en zetten hun camper naast ons neer.

Bijna in de schaduw

Uiteindelijk verdwijnt laat in de middag de zon. Het is heet binnen, 39.5 graden en er is geen zuchtje wind of deze komt uit de verkeerde richting want buiten koelt het wel af. Rond 10 uur gaan we naar bed maar we vallen slecht in slaap door de warmte. Alle zij- en boven ramen blijven open. Uiteindelijk slapen we. Pas in de ochtend komt er verkoeling.

Geplaatst in EUROPA | Reacties uitgeschakeld voor Vakantie na de Camino Primitivo – deel 1 – mei juni 2025

Er heerlijk op uit, april 2025

Er heerlijk op uit, april 2025

Begin maart gaan we naar de landelijke dag van het Genootschap van St. Jacob in Utrecht. We zijn iets te vroeg maar dat komt omdat ik altijd even tussen de oude boeken van het genootschap wil snuffelen met als resultaat dat ik een aantal boeken koop. Tijdens het lezen kan ik me al in de mystieke sfeer van de camino onderdompelen. Na de openingsspeech wonen we verschillende lezingen en presentaties bij. Nu zijn we echt in de wereld van de Camino de Santiago beland.

Inmiddels hebben we besloten dat ik toch weer ga lopen en wel de “Camino Primitivo”. Het is de oudste pelgrimsroute en net nadat in de 9e eeuw het graf van apostol Jacobus was ontdekt werd deze route door koning Alfonso II van Asturie gelopen. Deze camino start in Oviedo en loopt dwars door het ruige berggebied van Asturië en Galicië.

Stempel in de Credential

Wanneer ik vertrek is nog niet bekend maar samen met Ilse, Mirjam en Diana haal ik alvast een stempel in mijn credential.
Als we de volgende ochtend thuis zijn gaan we meteen op zoek naar reismogelijkheden naar Oviedo. Trein en vliegtuig worden bekeken en uiteindelijk boekt Dick voor mij de Flixbus.

Nu staat echt vast dat ik 10 mei vertrek, om 11 mei in Oviedo arriveer en dus om 12 mei begin met lopen. Meteen boeken we ook een bed in een slaapzaal van het Green hostel in het centrum van Oviedo.
Dick publiceert een geocache event zodat mede geocachers mij kunnen uitzwaaien.

Dan blijkt er nog een periode van tenminste drie weken zonder afspraken dus, nadat ik mijn te lopen route aan papier heb toevertrouwd, ga ik achter de computer zitten om nog een korte trip te verzinnen. Dick wil graag naar Carcassonne en ik naar Andorra dus ons eindpunt is bepaald en na enkele dagen moeizaam puzzelen is onze route klaar.
Het maken van een route valt niet altijd mee, er moeten bezienswaardigheden zijn, aanwezige geocaches zijn een pré en natuurlijk moet de plaats ook beschikken over een parking waar we met onze Frankia kunnen overnachten.
De tijd vliegt, zo nu en dan heb ik even de tijd om wat te lopen, te weinig naar mijn zin maar het is niet anders. Ook voel ik inmiddels overal pijntjes waar ik normaliter nooit last van heb. Maar Dick zegt dat dat iedere keer het geval is als ik besloten heb om te gaan lopen. Het zal dus wel de spanning zijn dat er weer gepresteerd moet worden.

Op bezoek bij Hannah en Henk

We hebben gelukkig nog de mogelijkheid een gezellige avond door te brengen met Hannah en Henk.
Eten heerlijke, door Henk zelf gemaakte Pizza in hun mooie huis in Noordwijk en kletsen gezellig.

En dan is het zondag 7 april en halen we de camper. Omdat we bijtijds willen vertrekken en het openbaar vervoer wat minder frequent rijdt op zondagochtend, breng ik Dick met de auto naar de stalling en dan rijden we terug naar huis. Alles wat mee moet staat natuurlijk al klaar in de woonkamer maar desondanks kost het toch altijd een paar uur voordat alles ingeladen en gepakt is. Net voor het middaguur vertrekken we.
De zon staat aan een staalblauwe hemel en we boffen. Desondanks is het niet echt warm want er waait nog een kil windje en de temperatuur komt niet boven de 14 graden.

Als ik onze bestemming in wil zetten blijkt dat dat in mijn hakuna (Garmin navigatie) niet mogelijk. Deze Garmin wil geen kaarten laden of ze is deze op ons vorig uitstapje kwijtgeraakt. Wat ik ook probeer, er is niets mee te beginnen. Er komt slechts een groen vlak met auto en spoorlijn en zo nu en dan verschijnt een wegnummer. Hij heeft toch iets onthouden. Maar noch coördinaten, noch adressen, noch camperplekken verschijnen. Helaas, deze toch wel oude hakuna uit 2011 heeft de geest gegeven.
Gelukkig hebben we al sinds we onze camper hebben twee hakuna’s zodat Dick wel een route kan inzetten. Ik zal het de rest van onze vakantie met google maps op mijn Iphone moeten doen. Heel vervelend maar het is niet anders.

Tijdens de rit wisselen we al van bestemming. Nog steeds gaan we naar Duitsland maar in plaats van naar Dorsten te rijden buigen we eerder af naar Dinslaken. Bij de Rotbachsee is een grote parking waar eerst geen plek is maar als we op de computer kijken waar we dan eventueel naar toe kunnen, rijdt een caravan weg en ook nog een camper en kunnen we op het vrij gekomen plekje gaan staan. We boffen.
We drinken natuurlijk eerst koffie en wandelen dan naar het kleine dorpje vlakbij. Alles is dicht maar wel vinden we een Turks restaurant wat open is en waar ik vanavond eten kan gaan halen. Ook is er een geocache.
Daarvoor moeten we enkele foto’s zoeken die rondom een oude watermolen te vinden zijn. Uiteindelijk wandelen we driemaal een rondje om de molen, bekijken alle plekjes en vinden, op één na, alle foto’s. Gelukkig reageert de cache-owner op onze noodkreet en geeft aan waar de laatste foto te vinden is zodat we uiteindelijk deze cache kunnen vinden.

Nog een rondje om het meer.

Omdat het zulk prachtig weer is wil ik eigenlijk nog niet naar binnen en wandel nog even een rondje rondom het meertje. Er liggen ook enkele geocaches dus die kan ik mooi meepakken. Dick vindt het wel goed en blijft lekker in de camper. Om 6 uur ben ik weer terug en haal iets later ons avondeten bij de Turk. Het smaakt heerlijk. Ook bellen we even met Frank die wil weten hoe je de camino adressenlijst kunt vinden. Morgen krijgt hij Jennifer op bezoek die voor het eerst een Camino gaat lopen, de Camino Portugues. Zij kan een dergelijke lijst goed gebruiken.

De volledig bezette parking is inmiddels leeg gelopen. Langs de rand staan alleen nog wat campers die hier de nacht door zullen brengen. Zodra de schemering zijn intrede doet brengen we onze isolatiemat aan voor de voorruit. Het blijkt geen overbodige luxe want het is al aardig afgekoeld en gedurende de nachtelijke uren koelt het nog sneller af en komt de thermometer niet hoger dan 2 graden.

‘s Nachts brandt de kachel volop om te voorkomen dat de vorstbeveiliging van de boiler in werking treedt en al ons kostbare water weg laat lopen. Om dat te voorkomen mag het in de camper niet kouder worden dan 8 graden.

Maandag 7 april staan we om kwart over 7 op. De zon is ook al op en de hemel is blauw. Er lijkt wat minder wind te zijn want het voelt niet echt koud. Desondanks wijst de thermometer slechts drie graden aan. Na een ontbijt van krentenbol en yoghurt vertrekken we. Dat gaat makkelijker dan toen we aankwamen want er staat nu geen enkele auto op het grote parkeerterrein. We hoeven vandaag niet zo ver te rijden want onze bestemming is Elsdorf, slechts 90 km verderop.

Camperplek in Elsdorf

Om half 11 rijden we de parking bij de sportvelden op. Opnieuw boffen we want alleen de vrachtwagencamper die hier een maand geleden ook stond, staat nog geparkeerd dus we kunnen staan. Er bevinden zich hier namelijk slechts twee plekken. Door de aanwezigheid van bomen hebben we geen tv ontvangst op de gemarkeerde plek dus verzetten we toch onze camper en rijden die buiten het gemarkeerde vak. Nu hebben we wel ontvangst. We gaan wel zien of dit problemen geeft. Natuurlijk drinken we een koffie en dan haalt Dick de fietsen uit de garage en ik zet alle tassen, de accu’s en andere benodigdheden zoals de hengel klaar. Nadat we bepakt en beladen zijn en de camper goed is afgesloten, vertrekken we. De zon schijnt volop, de lucht is staalblauw en de thermometer geeft 15 graden aan, dus het is heerlijk fietsweer. Aan de hand van de door ons te voren uitgeprinte route van geocaches volgen we onze weg door de buurstadjes van Elsdorf. Hier liggen namelijk allemaal challenge caches en die willen we heel graag vinden. Naast dat je een geocache moet zoeken moet je ook nog aan andere vereisten voldoen om de cache te mogen loggen. De meeste caches hangen in de bomen en we moeten hengelen om ze uit de bomen te vissen. Gelukkig zijn de bomen nog niet vol in blad anders is het geen doen.

Hambach bruinkool mijn.

We stoppen nu wel aan het einde van de enorme bruinkool mijn en bewonderen de diepte ervan. Het is de bedoeling dat deze bruinkoolmijn vanaf 2030 dicht is en dat het enorme gat van deze Hambachmijn gevuld wordt met water uit de Rijn.
Dat onder water zetten kost, gelet op de omvang en de enorme diepte van de mijn (400 meter zeker), enkele decennia. De verwachting is dat pas over 20 jaar er een Hambach meer zal zijn.

Na zo’n 28 km fietsen hebben we alle caches die we wilden vinden gevonden en arriveren we weer bij de camper. Terwijl Dick de  fietsen opbergt loop ik nog even naar de winkel die zich niet ver van de camper bevindt en koop daar de ingrediënten voor ons avondmaal: filetlapjes, aardappelsalade en komkommer. Het smaakt allemaal prima. Als de zon prachtig rood onder gegaan is brengen we onze isoleermat voor de ruit aan. ‘s Nachts koelt het enorm af en met twee graden is het echt te koud zonder isolatie. De rest van de avond kijken we tv tot we rond 10 uur naar bed gaan,

Dinsdag 8 april appen we eerst mijn zusje Hannah. Die viert vandaag haar verjaardag en wel in Marokko waar ze met een vriendin naar toe is. Dan loop ik naar de Netto om verse broodjes te halen. Als we zo dichtbij winkel staan kan ik dat niet laten. Nadat we heerlijk ontbeten hebben vertrekken we. Dick heeft inmiddels de fiets accu’s aan de lader gezet zodat deze tijdens het rijden geladen kunnen worden. Het is niet echt druk op de Duitse autowegen dus we kunnen goed doorrijden. Alleen in de stad Trier is het druk maar dat is altijd het geval. Gelukkig zijn we er snel door en kunnen we aan het laatste stukje van onze tocht langs de Saar beginnen.

Om 1 uur arriveren we in Mettlach. Er staan al enkele campers en een grote bus staat op ons vaste plekje. Ja, we vinden dat we hier een vast plekje hebben. Gelukkig rijdt de bus al snel weg en kunnen we onze Frankia op zijn plek vooraan zetten. Terwijl Dick de enorme hoeveelheid geocaches uit Elsdorf gaat loggen wandel ik naar het stadje om bij de toeristinfo voor de camperplek te betalen. Die is echter dicht dus na even wachten wandel ik verder. Op de terugweg ga ik er nog wel even langs.

Intussen kan ik mooi wat inkopen doen bij mijn favoriete winkels op de berg. Ik moet immers in beweging blijven voor mijn komende pelgrimage. Winkels zijn een goed doel. Na uitgebreid rond gesnuffeld te hebben wandel ik weer terug naar het dorp. Het is inmiddels 16:50 uur en de toerist office is nog steeds (of weer) dicht. Gelukkig komt iemand vragen of ik nog wat wil. Het blijkt de medewerker van de toerist info te zijn en ik kan toch nog betalen. Er is ook een telefonische mogelijkheid maar die gebruiken wij eigenlijk nooit.

Eten in de Abtei Brau.

En dan, om half zeven, wandelen we naar de Abtei Brau. Het is er druk maar er is nog een tafeltje vrij en al snel genieten we van de maaltijd met een heerlijk glas vers getapt Abtei brau bier. Het is duidelijk waarom we hier telkenmale terugkeren. Na onze maaltijd genieten we van de heldere, met sterren bezaaide, hemel en na nog even tv kijken, duiken we ons bed in en slapen diep.

Opnieuw is het een koude nacht en vroeg in de ochtend word ik wakker, echt slapen doe ik niet meer. Het zomer dekbed is met de huidige temperaturen te koud. Gelukkig helpt het dekentje wat op onze voeten ligt enigszins. Om 7 uur staan we op en na heerlijk gedoucht te hebben haal ik verse broodjes. Omdat Dick gisteren al enkele gieters water heeft bijgevuld hoeven we na de afwas nog slechts twee gieters aan te vullen. Daar houdt Dick zich mee bezig terwijl ik de toilet-cassette leeg. Uiteindelijk vertrekken we om half negen.

De route naar Hautvillers in France voert via Luxembourg waar we tanken. Dan rijden we best een heel eind België in alvorens we met een grote bocht over smalle Franse binnenwegen in de champagne streek arriveren. Als we aankomen in Hautvillers blijkt dat we hier eerder geweest zijn maar toen zijn doorgereden.

Camperplek Hautvillers

De camperplek is een strook langs een smalle weg waar je kunt parkeren Eigenlijk meer geschikt voor de wat smallere buscampers dan onze camper. Omdat er nu echter niemand staat kunnen we op de eerste plek staan. Als blijkt dat een langsrijdende tractor ons kan passeren besluiten we te blijven staan. Het is inmiddels half twee dus drinken we geen koffie maar pakken meteen onze fietsen en al snel rijden we door de smalle steile straatjes van Hautvillers. We passeren het ene na het andere champagnehuis en ik wil hier zeker nog eens terug om daar wat te gaan proeven. De hellingen in het stadje zijn zo steil dat we regelmatig moeten afstappen en te voet verder gaan. Zelfs in de turbostand lukt het niet boven te komen.

Zijn dit “fietsbare” bospaden?

Uiteindelijk bevinden we ons aan de voet van een uitgestrekt bos. Over paden die eigenlijk niet begaanbaar zijn met een fiets ploeteren we naar boven. Grote keien liggen overal op de paden en regelmatig versperren dikke takken en zelfs hele bomen de doorgang.
Grote rupsbanden hebben diepe voren getrokken in de uit bosgrond bestaande paden en bosarbeiders hebben als wilden alle bomen omgehakt en ter plekke laten liggen.
Al met al zijn de paden absoluut niet begaanbaar. Maar ik wil de caches hebben. Bij cache nr. 5 haal ik opgelucht adem. De paden veranderen en worden weliswaar smal maar zijn ook hard en geen sompige massa meer waar je in wegzakt. Helaas blijken nu de aanwezige bomen een goede voortgang per fiets te versperren.

Niet te doen op de fiets.

Ze staan zo dicht op het smalle pad dat er geen bochten te maken zijn met de fiets. Dan wordt het pad meer een moeras van bladeren met zo nu en dan diepe moddergaten en gelardeerd met opnieuw veel omgehakte bomen. Weer bestaat onze tocht uit een loopexpeditie in een moeras en dus besluiten we het voor gezien te houden en rijden terug in de richting van de camper.
Ik neem wel nog even een kijkje bij het champagne huis van Dom Perignon en dan ben ik ook weer terug. Het is een wonder dat we niet gevallen zijn op de duizelingwekkende afdaling op het steile, met keien bezaaide, bospad.
Ook al zijn hier nog heel veel geocaches, met een fiets zijn ze absoluut niet te doen.

Met een prachtige rode zonsondergang kijken we uit over de zich nog in winterstand bevindende wijnvelden. Laat gaan we niet naar bed. Beiden zijn we rozig van de buitenlucht en de felle zon.
Om half acht staan we de volgende ochtend, 10 april, op. Het is 7 graden maar de zon schijnt al en de lucht is blauw. Omdat we midden in het dorp een bakker hebben ontdekt wandel ik daar naartoe en even later kunnen we smullen van een heerlijk vers stokbrood. Na een eindeloze afwas, ik snap niet dat we iedere dag zoveel vuil maken, verlaten we dit mooie stadje net ten noorden van Epernay en rijden we zuidwaarts.

Overal in de wijngaarden zijn mensen bezig met de druiven en ik maak foto’s. Naast wijnvelden passeren we ook regelmatig prachtig gele koolzaadvelden. Er zijn nogal wat wegen afgesloten dus we moeten regelmatig omrijden, maar uiteindelijk arriveren we om kwart over 1 bij het wijn museum in Chablis. Op de parking ervoor mogen we de nacht doorbrengen. Als het museum om twee uur opengaat, besluiten we er naar binnen te gaan. Het is een privé museum met enkele leuke en leerzame films over het Terroir van de Chablis wijn. Ook wordt duidelijk verklaard hoe de wijngaarden worden voorbereid op een uiteindelijke oogst en het maken van wijn. Er staan attributen die bijdragen aan het maken van wijn en het is interessant. We lopen helemaal alleen in het museum en uiteindelijk hebben we alles gezien.

Proeverij van Chablis wijnen.

Aan het einde krijgen we een proeverij van de verschillende soorten Chablis wijn en een bourgogne wijn. Zelf vind ik de bourgogne lekkerder, deze is fruitiger. Chablis heeft alleen witte wijnen en omdat wij toch meer rood drinken komen we niet in de verleiding om deze wijn te kopen. Daarbij vond ik de witte Rioja Reserva die we van Hannah en Henk kregen, toch lekkerder.

Tijdens het rondlopen door het museumwinkeltje zien we een Opinel picnic set. Ik ben er direct verliefd op. Opinel messen hebben we al eeuwen, ze zijn erg scherp en heerlijk in gebruik. In deze set zit ook een vork en lepel die precies in de kop van het mes passen waardoor je eigenlijk een compleet bestek hebt. Echt iets om mee te nemen op mijn pelgrimstocht. Dick vindt het ook een goede en bruikbare set want hij aarzelt geen moment om deze voor mij te kopen. Ik ben er erg blij mee.

Terwijl Dick de rest van de middag onze in Hautvillers gevonden geocaches gaat loggen loop ik nog even naar het centrum van Chablis. Op de mooie torens aan het begin van de oude stad na is er niet echt heel veel te zien dus na nog een bezoek aan de plaatselijke supermarket wandel ik terug. Ik heb wel een kebabzaak gevonden en om half zeven wandel ik opnieuw terug om daar onze avondmaaltijd te gaan halen.
Het eten smaakt goed. Opnieuw brengen we onze isoleermat voor de ruit aan want ondanks het mooie weer overdag, op een bepaald moment was het zelfs 18 graden, koelt het nu de zon bloedrood is ondergegaan, snel af.

Vrijdag 11 april staan we om half 8 op. De temperatuur is al 7 graden en de zon schijnt. Toch voelt het nog erg koud. We ontbijten met het laatste restje paasbrood en vertrekken dan. Ook nu weer komen we op onze weg overal wegopbrekingen tegen dus we moeten nogal veel “deviation” borden volgen. Nadat ik een bord langs de weg zien met “Sanctuarium Bernadette” besluiten we onze route te laten voor wat deze is en naar Nevers door te rijden. Naast een kanaal vlakbij de Loire is een prachtige plek om te staan.

Zicht op Nevers aan de Loire.

Het is pas half een dus we pakken onze fietsen om het centrum van Nevers te verkennen. Aan de Loire stoppen we om de snelstromende rivier te bewonderen en rijden dan door de middeleeuwse straatjes naar de grote Cathedraal in het centrum. Zoals bijna overal in France is de kerk open en kunnen we naar binnen. Slechts een klein deel van de kerk is toegankelijk want een groot deel wordt momenteel gerestaureerd. Maar in dit deel zijn wel de schitterende gebrandschilderde ramen te zien. Op zich vinden we de voorstellingen in de ramen niet echt aansprekelijk maar door de felle zon is de gehele binnenruimte van de kerk gevuld met kleuren. Prachtig gewoon. Nadat we de kerk verlaten hebben komen we nog langs een schitterend paleis en dan zoeken we met behulp van het gefotografeerde kaartje wat zich in de kathedraal bevond, onze weg naar het Sanctuarium Bernadette. Het is even zoeken maar dan staan we op de binnenplaats van een groot complex. Het eerste wat we zien is een nagebouwde grot van Lourdes. We zullen dus wel goed zijn. Als we even verder zoeken vinden we een gebouw waar we binnenlopen.

Bernadette wil liever niet dichtbij worden gefotografeerd.

We komen in een kerk waar het lichaam van Bernadette ligt opgebaard. Het ligt er al meer dan een eeuw en is geheel compleet gevonden. Alleen het gezicht en de handen zijn bedekt met een laagje was. Het is bijzonder dit te zien. Buiten dwalen we nog wat door de straten van deze oude stad en steken dan weer de brug van de Loire over om even later bij onze camper te arriveren.
Dick gaat de ramen van de camper poetsen. Dat is geen overbodige luxe in deze tijd van het jaar waar duizenden insecten zich te pletter slaan tegen de voorruit. Ik wandel nog even de buurt in om een cache te zoeken. Ik vind deze niet maar heb wel weer een wandeling in de benen. Het wordt steeds drukker want vlakbij is een stadium waar een rugby wedstrijd gespeeld wordt. De gehele omgeving komt dus al snel vol te staan met auto’s en groepen supporters lopen langs. Geen saaie plek hier aan het kanaal.

Om 7 uur staan we zaterdagochtend 12 april op. Ik wil niet te laat aankomen in Issoire, onze bestemming van vandaag. De camperplek daar is niet echt heel groot en loopt snel vol.
Volgens mij heb ik een blaasontsteking want in tegenstelling tot normaal heb ik slecht geslapen en alle tekenen van een blaasontsteking dienen zich aan. Ik zal er mee moeten leven. Gelukkig heb ik nog een set antibiotica die de dokter me heeft meegegeven toen ik vorig jaar de camino ging lopen. Toen had ik ze gelukkig niet nodig maar nu des te meer.

Om 8:14 uur rijden we weg. Helaas verdwijnt de blauwe lucht van heden ochtend snel en trekken donkere wolken zich steeds verder samen. Al snel rijden we door de regen. Soms harde regen, soms meer miezer. Net voor we Clermont Ferrand naderen verdwijnen alle wolken en komt blauwe lucht tevoorschijn.

Koolzaad velden met de Puy de Dome op de achtergrond.

Leuk want nu kunnen we de schitterende, boven alles uitstekende, Puy de Dome zien. Jaren geleden toen we hier op een fietsvakantie waren heeft Dick deze top samen met Paul bedwongen. Ik snap nog steeds niet waarom ik toen niet meegegaan ben. Waarschijnlijk waren de heerlijke ijscoupes in het centrum te verleidelijk en was het gezelliger om samen met Inge door het stadje te lopen Nog steeds ben ik een beetje jaloers op Dick die wel deze fietsprestatie geleverd heeft.

Een groot deel van de weg rijden we over een 4-baansweg. Alleen het laatste deel duiken we het binnenland in omdat wegwerkzaamheden en dus een eindeloze file, de omweg ruimschoots compenseren. In Issoire blijkt nog voldoende plek te zijn, we kunnen uitkiezen waar we de camper neerzetten. Dat komt niet vaak voor. We kiezen de eerste plek. Ik ben namelijk nieuwsgierig en kan van hieruit het beste alles om me heen bekijken.

Na een lekkere kop koffie, dat hebben we na 200 km rijden wel verdiend, pakt Dick onze fietsen terwijl ik binnen al onze was verzamel. Zodra de fietstassen gevuld zijn en het waspoeder ingeladen is kunnen we, door smalle steegjes naar het centrum rijden.
Naast de camperplek, bij de supermarket, zijn ook wasmachines maar daar heb ik al twee maal slechte ervaringen mee gehad. Vooral het droogproces laat te wensen over, dus ik neem graag de moeite om naar de echte laverie in het centrum te fietsen.

Even de was doen in de Laverie.

Zodra Dick alles bij de wasmachines heeft uitgeladen en meegeholpen heeft het wasmiddel in de machines te doen kan ik betalen en wordt het wasproces gestart. Ik ben eigenlijk net op tijd want nu zijn er nog 4 machines beschikbaar. Een half uur later stroomt deze laverie vol en zijn alle machines bezet. Uiteindelijk na drie uur is alles schoon en droog. We laden alles weer in onze fietstassen en rijden terug naar de camper. Natuurlijk is Dick ruim op tijd terug in de Laverie om mee te helpen met het vouwproces. Thuis bergen we alles op en dekken onze bedden met schoon goed. Heerlijk. Daar houden we van.
Terwijl ik het gehele was proces begeleidde heeft Dick de camper gepoetst en gezogen. Ook in de camper is het dus heerlijk schoon.
Inmiddels is het einde van de middag en we doen alleen nog wat inkopen bij de naastgelegen supermarket. Dan buig ik me over de achterstallige administratie. De parking voor campers is inmiddels helemaal volgelopen. Toch is het een voortdurend af- en aanrijden van campers die onverrichterzake moeten omkeren.

Vanavond eten we pizza.

Rond zeven uur haal ik een pizza bij een tentje om de hoek. Eerder kan niet want eerst moet de oven op temperatuur komen. Het is niet de eerste keer dat we hier Pizza bestellen en ook nu weer blijkt het een goede keuze. Het kan eigenlijk ook niet anders als de naam van de pizza “carnivoor” is en wij beiden toch echt tot die categorie eters horen.

Zondag 13 april horen we, als we om 8 uur wakker worden, de regen op het dak tikken. Dat is toch een geluid dat we lang niet gehoord hebben. Gelukkig stopt de regen even als we na het ontbijt dumpen en water vullen maar zodra we echt op weg zijn begint het toch weer te regenen.
De afstand naar onze volgende bestemming is slechts 92 km dus om half 12 rijden we Le Puy-en-Velay binnen. Ik heb geen idee of we op de parking kunnen staan die ik in gedachten heb want de website geeft aan dat de maximum lengte daar 7 meter is. Als we arriveren aan de voet van de hoge rots waarop een kapel is gebouwd, blijken er én twee plekken vrij én ook past onze bijna 8 meter lange camper op deze plek. Heerlijk, want ik wil hier heel graag blijven. Al lang wil ik dit oudste Franse bedevaartsoord bezoeken dat te midden van een spectaculair vulkanisch landschap met steile rotsformaties is gebouwd. Bovenop een van de rotsen staat het standbeeld van de Notre Dame de France en op de andere rots, aan de voet waarvan wij nu met onze camper staan, bevindt zich de Chapelle Saint Miguel d’ Aiguilhe. Deze kapel uit de 10e eeuw is alleen bereikbaar via een lange steile trap. Na de koffie klimmen we de bovenstad in. De kathedraal moet natuurlijk bezocht worden. Zeker omdat ik 12 mei a.s. de oudste camino, de Camino Primitivo wil gaan lopen.

Eigenlijk wil ik ook de Aiguilhe, de rotspunt, beklimmen maar als blijkt dat hier de toegang  € 8,50 is, vermindert mijn enthousiasme. Daarbij komt dat Dick nooit deze 80 meter hoge rots via eindeloze trappen zal beklimmen en we nu wel samen naar de kathedraal kunnen lopen.
Onze weg voert over hobbelige keitjes. We lopen steil omhoog en verdwalen in de wirwar van smalle middeleeuwse straatjes. Navraag bij de plaatselijke bevolking maakt dat we uiteindelijk toch de goede weg kiezen en aan de voet van de 145 treden naar de ingang van de kathedraal belanden. Langzaam klimmen we naar boven, Vandaar hebben we een mooi zicht op de oude stad benden ons.
We praten met enkele pelgrims en wandelen dan de cathedraal in.

Een kaarsje opsteken bij Apostel Santiago.

Het eerste wat ik zie is het beeld van Saint Jacques, mijn apostol Santiago. Natuurlijk steken we een kaars aan en terwijl de tranen over mijn wangen lopen dank ik God voor het feit dat we hier nu mogen zijn. Voor mij is het een soort start voor mijn nieuwe pelgrimstocht. Ik vertrek weliswaar niet van hier maar vanuit Oviedo in Noord Spanje maar toch is een bezoek voorafgaand aan deze beroemde en oudste Franse pelgrimsstad heel belangrijk. We lopen rond. Luisteren naar het koor wat samen met het kerkorgel repeteert en verlaten uiteindelijk de kerk. Via een zijstraatje wandelen we weer naar beneden. Dan horen we gezang. Als we omhoog kijken zien we een grote stoet mensen naar de ingang van de kathedraal lopen.

Het zijn de pelgrims van hoop.

In het kader van het heilig jaar 2025 heeft Paus Franciscus als centraal thema gekozen voor “pelgrims van hoop “. Het is een oproep aan gelovigen om wereldwijd als pelgrim op weg te gaan gedreven door hoop.
Het logo voor dit heilig jaar bestaat uit 4 gestyleerde figuren in verschillende kleuren die samen op weg zijn, geleid door een kruis. Het symboliseert een gezamenlijke pelgrimstocht van de mensheid geleid door het geloof en verankerd in hoop.

Naast bedevaarten naar Rome worden in verschillende bisdommen van de katholieke kerk pelgrimstochten georganiseerd, vaak in de weekenden en vaak is een kerk de eindbestemming. Deze “pelerins de l’espoir” komen vanuit alle hoeken in de wereld.
Vandaag komt een van die pelgrimstochten aan bij de kathedraal van Le Puy-en-Velay. Geen wonder dat ze hier aankomen want deze plaats is al sinds de middeleeuwen een bedevaartsoord. Pelgrims kwamen hier heen om de zwarte madonna in de kathedraal te vereren. Vanuit deze cathedraal loopt de Via Podiensis, één van de vier traditionele Franse pelgrimsroutes die via de Pyreneeën aansluit op de Camino Frances.

Ik kijk Dick aan. Die peinst er niet over om weer steil omhoog naar de kathedraal te klimmen maar geeft mij een zetje. Ik moet wel gaan. Dus geef ik Dick een kus en loop naar boven waar ik aansluit aan het einde van de stoet. Iedereen wacht tot we de kerk binnen kunnen gaan. Na enige tijd komt er beweging en mogen we de trappen beklimmen.

Geestelijke waaien met palmtakken.

Aan beide zijkanten staan de geestelijken, tot aan de bisschoppen toe, die ons toezingen en wuiven met palmtakken. Tussen hen door klimmen we omhoog en gaan de kerk binnen. Het is heel bijzonder. In de kerk vind ik vooraan langs de zijkant een plekje op de bank en de dienst begint. Het paasverhaal wordt verteld en uiteraard is er een eucharistieviering. Aan het einde van de dienst ontvangen we de zegen. Een zegen die al eeuwen door deze cathedraal klinkt. Het zijn woorden van vertrouwen voor degene die vertrekt. De dienst is ontroerend.

Nadat alle geestelijken in processie door de kerk zijn gelopen wandel ik naar de kerkwinkel waar ik een stempel krijg. Mijn pelgrimspaspoort heb ik niet bij me maar wel een blanco blaadje dus het stempel zal ik later inplakken. Langzaam wandel ik weer naar buiten. Eerst naar de voet van het beeld van de Notre Dame op de rots maar ook daar moet ik betalen dus wandel ik langzaam terug. Natuurlijk verdwaal ik in de wirwar van de kronkelig smalle, steile middeleeuwse straatjes maar uiteindelijk kom ik toch weer op de steile weg die naar beneden naar de camper leidt. Dick heeft vandaag wel heel veel moeten klimmen en dalen. Niet echt fijn voor zijn enkel. Thuis vertel ik alles en dan wandel ik nog een eindje naar de andere kant van het stadje om een restaurant te zoeken. Volgens Dick is er een Quick restaurant. Ik maak een foto van het menu, wandel terug, haal onze koeltas op en ga dan ons avondeten bestellen en ophalen. Hiermee lukt het toch nog om wat extra kilometers te lopen.

De verlichte kapel op de rotspunt.

De regen die de gehele dag al aanwezig was is nu gelukkig weg en er zijn zelfs stukjes blauwe lucht te zien aan de horizon. We eten erg smakelijk van onze burgers. Het was een goed idee van Dick om die te halen. Na het eten valt de schemering snel in en als het donker is kunnen we genieten van de prachtig verlichte Chapelle op de rotspunt naast ons. We slapen goed want het is erg rustig hier.

Als we maandag 14 april om 8 uur wakker worden is de wereld erg klein. Er hangt een dikke mist en de rotspunten zijn niet meer te zien. Na het ontbijt vertrekken we. Langzaam klimmen we de omringende bergen in en de laatste blik op de beide rotspunten die deels uit de mist oprijzen, zal ik niet snel vergeten. Het is een mysterieus gezicht. Helaas kunnen we niet stoppen om er een foto van te maken.

Een groot deel rijden we over vierbaans wegen naar het zuiden. En om half een arriveren we in Bozouls.
Het dorp is gebouwd om een spectaculaire hoefijzervormige kloof die uitgesleten is door de rivier de Dourdou. Op de parking aan de rand van het dorp is nog voldoende plek en we parkeren onze Frankia. Dan drinken we een kop koffie. We zijn er echt aan toe na 188 km rijden. Na de koffie wandelen we naar de diepe gorge.

De kloof in Bozouls.

Er loopt een wandelpad bovenlangs wat vergezichten biedt in de diepte van de kloof. Het is een bijzonder gezicht. Nadat we het gehele pad hebben uitgelopen tot het einde van het dorp wandelen we terug en dan besluit ik toch nog de caches te gaan zoeken die deels op de bodem van de gorge liggen. Dick blijft thuis want die loopt door zijn pijnlijke enkel niet graag. Gewapend met gps, rugzak en water wandel ik naar het pad wat de kloof invoert. Het is even zoeken maar dan vind ik het juiste pad.

De geocaches brengen mij de gehele kloof door maar soms moet ik ook weer terug naar de rand klimmen en daarna afdalen. Het is in ieder geval een goede oefening voor mijn naderende camino. De wandeling is best leuk, regelmatig moet ik steil omhoog klimmen en dan weer naar beneden over smalle paden met grote rotsblokken. Voor de fietsen was het in ieder geval niets geweest.

De omgeving voelt alsof ik een camino loop, lekker vertrouwd. Het is ook mooi om op de bodem van de kloof te lopen. Doordat het water van de river Dourdou wel redelijk hoog staat moet ik enkele malen over een wiebelende hangbrug lopen. Dat is minder plezant temeer daar er ook nogal wat ruimte tussen de planken van de brug is. Maar het is wel beter dan wanneer ik even later de woeste rivier moet oversteken via stapstenen. Deze liggen redelijk ver uit elkaar en het bruisende water spoelt met kracht over de stenen. Met een dikke stok lukt het echter om moed te vinden de stappen te zetten en kom ik veilig aan de overzijde.

Op de bodem van de kloof.

Daar, onder het toeziend oog van een ezel is een geocache verborgen. Ik moet ook weer dezelfde weg terug maar gelukkig lukt dat zonder in het woest stromende water te storten. De laatste cache is bij de kerk die op een heuvel in de gorge gebouwd is. Het is steil omhoog klimmen en dan ontdek ik, na van het uitzicht genoten te hebben, dat ik toch weer naar de bodem van de kloof moet afdalen om bij het dorp te komen. Aldus klim en daal ik gedurende uren om uiteindelijk om 6 uur toch veilig terug te kunnen keren bij de camper. Alsof ik niet genoeg gelopen heb wandel ik ook nog even naar de supermarket die iets verderop ligt om avondeten te halen. Het wordt maaltijdsalade met stokbrood en na de vele uren buitenlucht smaakt dat prima. Het blijft redelijk rustig op de camperplek.

Als we dinsdag 15 april om 8 uur opstaan, schijnt de zon maar er zijn ook veel wolken. We tanken even bij de supermarchee. Helaas is de lage prijs van gisteren 1,44 niet meer en moeten we nu 5 cent meer betalen. Toch tanken we maar vol en vervolgen dan onze weg naar het zuiden. Regelmatig rijden we over smalle wegen en dan moeten we om in Carcassonne te komen toch een bergketen doorkruisen. We beleven even een moeilijk moment als een enorme truck ons verhinderd door te rijden op een smalle bergweg naar boven. Hij gebaart ons dat we op een stuk grasland moeten gaan staan. We weigeren dat want we willen niet in de zachte grond terechtkomen. We blijven dus halsstarrig langs de rand van de smalle weg staan Na nog even woedend kijken en toeteren rijdt de chauffeur uiteindelijk een stukje naar achteren en stuift dan met volle snelheid rakelings langs ons heen. We kunnen onze weg verder vervolgen. Na veel stijgen en dalen zien we voor ons de Cité van Carcassonne opdoemen. Deze middeleeuwse stad is een van de best bewaarde middeleeuwse vestingen van Europa. De stad is ommuurd met dubbele muren over een lengte van bijna 3 km en heeft 52 torens. Al vanuit de verte is het een indrukwekkend gezicht om deze stad te zien. De aanblik van de vesting maakt dat een ridderverhaal tot leven komt. Nog even omrijden en dan arriveren we op de parking naast de camping. Er is een plekje dus we betalen en parkeren de Frankia. De regen is gelukkig gestopt. Wel is het nog zwaar bewolkt en slechts 10 graden.

Langs de rivier de Aude.

Na een kop koffie wandelen we via het pad langs de river Aude naar de Cité. Het is een mooi pad en naast de rivier staan schitterende oude bomen.
En dan doemen de contouren van de oude stad hoog boven ons uit. Via een steil, hobbelig, met stenen bezaaid paadje klimmen we omhoog naar de stadspoorten. Het is imponerend om, zoals eeuwen lang mensen hebben gedaan, deze poort binnen te lopen. Je wandelt over kinderkopjes, langs vakwerkhuizen, oude herbergen en talloze restaurantjes. Het valt het op hoe breed de straten zijn. En het is er druk. Er lopen heel, heel veel toeristen. De terrasjes zijn wel leeg want er staat een ijzig koude wind.

We dwalen eindeloos lang door de straten van de oude vestingstad en bezoeken natuurlijk ook de basiliek van Saint Nazaire. Er zijn mooie glas in lood ramen maar ook hier lopen veel toeristen rond dus in tegenstelling tot andere kerken is hier de rust ver weg. Het streekgerecht is cassoulet, een ovenschotel met bonen, eend, worst en spek maar dat is geen gerecht waarvoor we nu eens rustig gaan zitten dus we lopen door.

Langs de vesting muren naar de Cité Carcassonne.

Om half 5 hebben we de meeste straatjes doorkruist, langs de muur gekeken en besloten niet de vestingmuren te beklimmen en het kasteel te bezoeken. We wandelen terug en na 5 km lopen zijn we weer terug bij de camper. Volgens mij is de plek die naast ons is vrijgekomen veel mooier dus met tegenzin verzet Dick de camper. Om warm te worden drinken we koffie. Tot op ons bot zijn we versteend. Maar de tocht naar deze bijzondere middeleeuwse stad was zeker de moeite waard.

Om 6 uur gaat het regenen, steeds harder en we zijn blij dat we er niet meer op uit hoeven. Wat hebben we vandaag geluk gehad met het weer want het was de gehele tijd dat we rond liepen droog.

Woensdag 16 april staan we pas om 8.15 uur op. De lucht is grauw en grijs en de wolken hangen laag, het is slechts 9 graden maar het is wel droog. Nadat we ontbeten hebben dumpen we ons grey- en black water en vullen met schoon water, 10 minuten water vullen is bij de prijs van de plaats inbegrepen.

Dan, om 9:50 uur, gaan we op weg. Onze hakuna wil ons over Spanje naar Andorra laten rijden en een alternatieve route leidt ons zelfs langs de kust van de Middellandse zee.

De boosdoener is een tunnel in de weg naar Andorra van 3.10 meter hoogte. Daar onze camper 3.15 meter hoog is weigert de hakuna de weg over Foix aan te geven. We hebben deze weg echter al verschillende malen gereden dus trekken we ons niets aan van onze hakuna. Zoals eerder kunnen we gewoon door de tunnel. Na Ax les Thermes begint de bergweg steeds meer te stijgen en op 1500 meter rijden we in de sneeuw. Even later rijden we ook in de wolken en van het prachtige uitzicht wat deze route biedt is weinig over. We zien niet meer dan een paar meter vooruit. De sneeuw wordt steeds dikker langs de weg.

Sneeuw op de Pas de la Casa.

Gelukkig is de weg droog en vrij van sneeuw. De naast de weg staande bomen buigen door vanwege de dikke pakken sneeuw die erop zijn blijven liggen. Het is een prachtig gezicht.

Langzaam passeren we het skigebied van Pas de la Casa op 2000 meter maar de pistes zijn niet te zien. De weg voert steeds steiler omhoog en we kruipen als een slakje omhoog. Helaas is door de sneeuw geen mogelijkheid om op de pas, op 2500 meter, te stoppen dus dalen we af. Net voor Grau Roig waar het ski gebied GrandValira begint, heldert het uit.

Even een foto in de sneeuw.

De wolken klimmen hoger en hoger en we kunnen even stoppen om naar de skiërs op de piste te kijken. Ook horen we honden geblaf en diep onder ons in het dal zien we hondensleden over de sneeuw bewegen. Een prachtig gezicht. Na veel foto’s in de sneeuw dalen we af naar de andere zijde van Andorra, een 22 km lange afdaling. Al snel verdwijnen de wolken en verschijnt blauwe lucht en zon. Ook de temperatuur stijgt en in plaats van 1 graad zien we nu 15 graden op de thermometer staan.

Als we in Sant Julia de Loria aankomen, staat nog steeds dreigend het bord dat overnachten achter de River supermarket verboden is. Dat stond er echter ook eind october 2024 en toen konden we rustig overnachten. Dus we wagen het er nu ook weer op. De parking is erg druk maar we vinden een smal plekje waar de Frankia net past. Dan lopen we naar de winkel. Het is kwart over twee en op dit tijdstip is het nog mogelijk om in het restaurant van de winkel te eten. We bestellen een burger die voortreffelijk smaakt en eten ons buikje rond. Na dit maal hoeven we vandaag niet meer te eten. Natuurlijk wandelen we na de overvloedige maaltijd door de winkel, en wel het non food gedeelte. Wie weet wat voor leuke dingen we tegen komen. Terwijl ik rondsnuffel door de gangpaden zie ik dat Dick het niet echt naar zijn zin heeft. Hij is ook niet zo’n winkel snuffelaar dus we nemen afscheid. Dick wandelt terug naar de camper terwijl ik alle hoeken en gaten van de winkel afstruin. Heerlijk is dat. Helaas is er niet echt iets wat ik koop. Op twee tandenborstels op batterijen na. Onze oude zijn al zeker 15 jaar oud en aan vervanging toe. We hebben gemerkt dat zeker in een camper, waar we nooit aan stroom staan, tandenborstels op batterijen veel praktischer zijn. Nadat ik ook nog twee pakken wc-papier heb gehaald, het is fijn en dik papier, wandel ik terug naar de camper. We luisteren lekker naar muziek en ik ga achter mijn Ipad zitten om onze achterstallige gebeurtenissen én uitgaven neer te schrijven. Om 6 uur regent het even maar gelukkig klaart het later weer op en blijft het verder droog.

Donderdag 17 april staan we pas om 8;15 uur op. Dat is echt laat maar we hebben geen haast want we blijven vandaag ook hier staan. Na het douchen wandel ik naar de bakker en haal een verse barra (stokbrood). Het smaakt heerlijk. Nadat we afgewassen hebben sluiten we alles af en wandelen naar de bushalte aan de straat. We hoeven niet lang te wachten want al snel arriveert bus L1 en kunnen we instappen. Het is druk op de route want bij iedere halte staan wel mensen die naar binnen willen. Uiteindelijk arriveren we in het centrum van Andorra la Vella.

In het centrum van Andorra la Vella.

De zon schijnt en ook al waait er een kil windje het is heerlijk om door de winkelstraten te lopen. Vandaag is het shopping day en ik heb nogal wat wensen op mijn lijstje. Ook al wandelen we winkel in en winkel uit en kijken we in alle etalages en beklimmen we eindeloze roltrappen in winkel centra, het lukt niet de zo gewenste hoodies, lichtgewicht korte en lange broek en hoofdlamp te vinden. En dat ligt niet aan Dick want die loopt trouw mee en klaagt geen enkele moment

Uiteindelijk gaan we maar op een terrasje koffie drinken en genieten van het zonnetje. Dan lopen we langzaam weer terug richting bushalte. Daar nemen we afscheid van elkaar. Dick pakt de bus terug en ik loop de 9 km terug naar Sant Julia de Loria.

Terug naar de camperplek bij River Center.

Het is nog steeds schitterend weer en uit de wind is het zelfs warm dus het is aangenaam om te lopen. Wel gaat de weg voortdurend bergaf want de hoofdstad Andorra la Vella ligt iets hoger dan Sant Julia de Loria. Dat is best een aanslag op mijn kuiten. Vlak voor het begin van ons dorp is nog een outlet waar ik ook naar binnen loop. Helaas het is vandaag niet onze shopping dag want nergens vind ik dat wat ik wil hebben. Ook deze winkel verlaat ik onverrichterzake. Uiteindelijk haal ik bij de winkel waar we geparkeerd staan nog wat eten: bloemkool, aardappelen en een burger. Ik kan jullie verzekeren dat de maaltijd voortreffelijk smaakt. Ook nu blijven we weer ongestoord staan op de parking. Alleen voertuigen met een nummerbord uit Andorra krijgen een waarschuwing dat ze niet mogen staan.
De buitenlanders, die toch voor een groot deel voor inkomsten zorgen, worden ongemoeid gelaten. Natuurlijk kijken we ‘s avonds naar de Passion op deze witte donderdag. Het is mooi.

Vrijdag 18 april rinkelt de wekker ons om 7 uur wakker. We ontbijten met heerlijk oroweat bread. Behalve in Amerika is dit brood vol met pitten ook in Spanje te koop. De eerste gang in de supermarket was daarom naar dit brood. Dan wassen we af en gaan dumpen en vullen water. Het is zo lekker vroeg dat we niet hoeven te wachten. Als alles weer leeg/vol is rijden we naar de pomp aan de voorzijde van de winkel. Als je in de winkel koopt krijg je nog eens 5% extra korting bij het tanken en dat betekent dat de prijs van € 1.19 per liter diesel nog lager komt te liggen. Als ook ons reserve tankje gevuld is vertrekken we.

Nog geen twee kilometer verder rijden we de grens met Spanje over. Natuurlijk moeten we vertellen wat we gekocht hebben maar de twee flessen wijn en de liter Baileys maakt niet echt veel indruk dus we mogen doorrijden. We rijden eerst een stuk naar het zuiden alvorens naar het westen toe te rijden. Onze bestemming is Jaca. Het plan was om direct vanuit Andorra weer terug naar het noorden te reizen maar omdat we enkele dagen extra hebben doordat we sneller zuidwaarts reden, heb ik het plan opgevat om met Pasen naar de kerk in Saint Jean Pied de Port te gaan. Dat lijkt me bijzonder. Chatgpt, die veel beter kan zoeken dan ik dat doe,  zegt dat er inderdaad op paaszondag om half negen een mis is. Dus heb ik ons programma omgezet en zijn we nu op weg naar Jaca zodat we zaterdag in St Jean Pied de Port kunnen aankomen. Om redelijk snel de afstand naar Jaca te overbruggen, moeten we eerst een stuk naar het zuiden alvorens de weg naar het westen buigt. Het is schitterend weer, de wegen zijn breed en stil en we vorderen gestadig.

Camperplek in Jaca.

We arriveren begin van de middag al in Jaca. Maar de gehele camperplek staat vol, zelfs buiten langs de weg staan campers geparkeerd. Dat belooft niet veel goeds. Maar als ik wanhopig uitstap blijkt een van de campers op het punt te staan om te vertrekken en we wachten dus geduldig. 10 minuten later vertrekt de Spanjaard en ik bedank hem en zijn vrouw en wens ze een goede reis. We kunnen blijven.

Wel fijn want Chatgpt heeft inmiddels ook uitgezocht dat vanavond in Jaca een grote processie is: de procesion del Santo Etierro Het is immers de Semana Santa (heilige week) en vanavond op Goede Vrijdag zal de meest plechtige en symbolische processie het hele historische centrum doortrekken. Omdat we hier nu toch zijn kan ik zo’n bijzondere gebeurtenis niet voorbij laten gaan.

Dick hoeft er niet zonodig heen maar wil wel met mij het centrum verkennen. Dus na de koffie wandelen we naar de liften die ons naar het hoger gelegen centrum brengen. Ik heb de indruk dat we net zo goed direct omhoog hadden kunnen lopen, zover moeten we omlopen. Maar het is wel een belevenis om met de liften in de bovenstad te komen. In de straten is het erg druk met mensen. De cathedraal Santiago gaat net uit. Natuurlijk lopen we even binnen. Om apostol Santiago te bedanken. We mogen immers hier rondlopen en hebben ook een overnachtingsplekje gevonden. Dan wandelen we verder. In alle straten staan tafeltjes en die vullen zich met mensen. Slechts een tafeltje is nog leeg en we mogen er gaan zitten. En dan gaan we net als alle Spanjaarden om ons heen eten. Natuurlijk drinken we er ook een glas wijn bij. Het is een beetje koud, 14 graden en door de wind voelt het kouder maar toch is het gezellig om buiten te eten. Het eten smaakt ons goed en we genieten van deze onverwachte eterij.

Pijlen wijzen de weg.

Na de maaltijd wandelen we verder door de smalle middeleeuwse straatjes. Overal staan pijlen die de route van de camino aangeven. De cathedraal is helaas dicht. Naast de cathedraal is een winkeltje waar we mooie hoodies zien. Dick heeft enkele nieuwe exemplaren nodig maar wie koopt een nieuwe hoodie? Natuurlijk Tita. Blij verlaten we met een mooie aankoop de winkel. Voor Dick is echt geen mooi exemplaar beschikbaar.

Langzaam lopen we weer terug naar de camper die inmiddels in het zonnetje staat. Het is heerlijk weer geworden. We zitten lekker binnen en zien voortdurend campers langsrijden die tevergeefs een plekje zoeken. En dan is het half zeven en vertrek ik weer. Nu om lopend naar de stad te gaan. Weer heeft chatgpt goede diensten bewezen en de plekjes gewezen waar de processie langs zal trekken. Ik loop naar de kathedraal en net ervoor in de Calle Obispo staan veel mensen die, als ik hen ernaar vraag, zeggen dat dit een goed plekje is voor de processie. Ik ga dus aan het einde van deze straat op de hoek bij de cathedraal staan. Nog anderhalf uur wachten.

De trommelaars lopen vooraan.

Terwijl steeds meer toeschouwers langs de rand van de straat gaan staan komt om 7 uur al de eerste stoet voorbij. Er wordt op enorme trommels geslagen en iedereen is gekleed in de kenmerkende puntmutsen die hoofd en gezicht verbergen.

Het zijn capirotes en worden tijdens de processies van de Semana Santa gedragen door leden van broederschappen, de cofradias. Het dragen is een traditie die terug gaat naar de middeleeuwen toen de inquisitie mensen dwong boetekleding te dragen. Oorspronkelijk waren de capirotes bedoeld om de drager anoniem te houden tijdens de boetedoening. Zonden en berouw hoefden niet publiekelijk zichtbaar te zijn. Dat was iets tussen jou en God. En de punt die naar boven wijst, naar de hemel, is een teken van verlangen naar verlossing en verbondenheid met het goddelijke. De broederschappen namen het over maar dan als vrijwillige uitdrukking van geloof, boetedoening en/of dankbaarheid. De deelnemers dragen de capriotes dus als diep religieus symbool.
Voor de buitenstaanders echter oogt het mysterieus of zelfs ongemakkelijk.

De processie in Jaca.

Nadat de trommelaars gepasseerd zijn keren ze bij de kathedraal en om half acht vangt de processie aan. Een half uur eerder, mogelijk vanwege het slechte weer wat verwacht wordt. Ik geniet van de stoet. De gehele kruisweg is afgebeeld: het laatste avondmaal, de nacht in de olijfhof, de gevangenneming van Christus, de veroordeling, de kruisiging, de kruisafname, het wenen van Maria en de graflegging. Mensen met kruisen met de laatste woorden van Christus, en telkens groepen trommelaars. Ze laten je wensen dat je oordopjes hebt, zo luid klinken de enorme trommen. Al met al is het erg indrukwekkend en ik kan er geen genoeg van krijgen. Ik neem vele foto’s en video’s. Om half negen is de processie ten einde en loop ik met honderden mensen door de smalle straatjes van Jaca. Iedereen zit nog steeds buiten aan tafeltjes en drinkt en kletst met elkaar. Het is overal gezellig en de kou lijkt de Spanjaarden niet te deren. En dat terwijl de thermometer echt op 12 graden blijft steken. Gelukkig vind ik de weg terug naar huis. Boven de camperplek blijkt de processie te eindigen dus ik had niet helemaal naar de kathedraal hoeven te lopen. Thuis vertel ik alles in geuren en kleuren aan Dick die minder interesse heeft omdat hij net naar een quiz zit te kijken. Gelukkig heb ik ondertussen al enkele video’s en foto’s gestuurd dus hij heeft al wat van de processie kunnen zien.
Om 10 uur begint het te stortregenen. Wat ben ik blij dat dit nu pas gebeurt. Het zou niet zo fijn zijn geweest als deze bui eerder losgebarsten was. Mijn ogen vallen inmiddels dicht en ik ga naar bed.

Zaterdag19 april worden we rond half 8 wakker en we staan op. Na een heerlijk ontbijt met oroweatbrood wassen we af en dan rijden we naar het einde van de parking waar we kunnen dumpen en water tanken. Het miezert een beetje maar we worden er niet echt nat van.
Dan zetten we St Jean Pied de Port in de hakuna.
Er zijn twee wegen, één over France en één door Spanje. Mijn voorkeur gaat over Spanje omdat we dan nog een keer goedkoop kunnen tanken. Dus gaan we op weg, naar het westen. Eerst nog een stuk over een grote vier baansweg en dan de bergen in. We rijden een andere weg dan die we normaliter naar St Jean Pied de Port rijden maar meestal komen we dan uit Pamplona. Deze weg blijft vlakker en stijgt gestager dan de andere. Net voor Auritz komen we op de 135 en dan is het nog een klein stukje naar Roncesvalles. Daar staat de Capilla del Sancti Spiritus.

Deze kleine vierkante kapel is het oudste gebouw in Roncesvalles en dateert uit de 12e eeuw. Volgens overlevering zou het gebouwd zijn op de plek waar de gesneuvelde soldaten van Karel de Grote begraven werden na de slag bij Roncevaux in 778. De legendarische ridder Roland kwam daarbij om.
De kapel diende als plek waar missen werden opgedragen voor overleden pelgrims die in het nabije hospitaal stierven. Hun resten werden bijgezet in het ossuarium (beenderput) waarboven de kapel staat. Het is een halte voor pelgrims die op de Camino de Santiago de Pyreneeën oversteken.
Er valt even wat natte sneeuw maar daarna gaat deze over naar regen. Soms is het even droog. We rijden naar de camperplek in St Jean Pied de  Port maar deze is afgesloten. Er staat ook niemand. Dus rijden we naar een andere parking, aan de andere kant van het stadje. Daar is voldoende plek. Wel staan er veel bomen en de betonnen platen waar de camper op staat zijn voor onze camper eigenlijk iets te kort. Maar we hebben een plekje en ook nog tv ontvangst. Na de koffie wandelen we de Rue Citadelle door, het belangrijkste straatje in St Jean en natuurlijk kunnen we, ik dus, de pelgrimswinkel niet weerstaan.

Toch weer naar de Pelgrims shop.

We lopen naar binnen en ik vind er van alles: een dunne afrits broek een mooie korte broek, een ultra lichtgewicht dagrugzakje en een licht regenpak. Uiteindelijk verlaten we berooid de winkel. Wel krijg ik een mooie neckie van 21 euro cadeau. Bijzonder. Dan lopen we door naar de Carrefour waar we eten halen voor vanavond en morgen. Vol beladen lopen we terug. Het is overal druk met pelgrims en we zien veel Aziaten. Thuis eten we rond 6 uur de maaltijdsla met stokbrood en om half acht wandel ik naar de kerk.
Daar ben ik te vroeg voor de Paaswake maar ik heb nu wel een mooi plekje vooraan in de kerk. Dan blijk ik op de plek van het koor te zitten. De koorleden hebben er echter geen problemen mee dat ik op het hoekje zit en ik mag blijven. Ik geniet van het gezang afwisselend door mannen en vrouwen. Gelukkig is er een gedrukte liturgie want zo kan ik meezingen. Bijna alle liederen zijn in het Baskisch. Ik merk al snel dat je gewoon alle letters moet uitspreken. Voor de dienst begint gaan we allemaal met een kaars naar buiten.

De Paas kaars wordt aangestoken.

De paaskaars wordt door de priesters aan gestoken met vuur uit de vuurpot en wij geven met onze kaars het vuur aan elkaar door. Als we even later naar binnen gaan doven we onze kaarsen weer. Gedurende de dienst wordt de kaars weer aangestoken. Het is mooi symbolisch.

Gedurende de dienst wordt veel gezongen en het orgel speelt prachtig. Na de eucharistieviering is deze mooie dienst voorbij en in de donkere nacht loop ik samen met de andere kerkgangers door het stille steile straatje van St Jean. En dan, na de stadspoort, moet ik een modderpad op. Er is geen licht en ik krijg de lamp op mijn telefoon niet aan. Of misschien wel maar de lamp geeft geen, tot weinig licht Dus strompel ik verder. Dan langs een muur met raam. Waar ben ik. Dit herinner ik me niet. Maar plotseling zie ik campers voor me. Maar waar staat onze Frankia? Ik herken niets in het donker. En dan zie ik in de verte een fel licht. Dick heeft ons buitenlicht aangedaan en zo vind ik onze camper terug. Ook al ben ik vol van de prachtige dienst, het is wel laat, bijna half 12, dus we gaan snel naar bed. Ik ben best moe en val ondanks alle adrenaline snel in slaap.

Zondag 20 april gaat om 7:15 uur de wekker. Het is Pasen. Ik sta op en douche me en dan na een slok sap en een kus van Dick, vertrek ik. Gelukkig is het nu licht dus ik kan de weg zien die ik moet lopen. Het is een raar gevoel dat ik tegen de richting van de pelgrims in loop. Enkele pelgrims klimmen naar boven. Anderen staan in de rij bij de bakker om iets te kopen.

Een nog lege kathedraal.

En dan ben ik bij de kathedraal. Ik ga naar binnen maar het is wel erg vroeg. Er is nog niemand. Alleen een enkele pelgrim loopt even binnen om een zegen te vragen voor de tocht die voor ligt. Het is stil in de kerk en het biedt de gelegenheid om te danken dat we hier mogen zijn. Dan vult de kerk zich langzaam. Het orgel speelt schitterend en het is genieten.

De dienst is volledig in het Baskisch en niet te verstaan. Maar net als gisteren is er nu weer een gedrukte versie van de liturgie. De schriftlezingen zijn in het Frans geschreven zodat ik kan lezen wat er straks in het Baskisch gezegd gaat worden. Ook net als gisteren is er weer heel veel gezang. De priester is een andere en helemaal alleen. Gisteren waren er drie Aziatische Priesters. Na de eucharistieviering is de dienst met een laatste gezang en prachtig orgelspel afgelopen en wandel ik weer het straatje door naar de camperplek.

Daar heeft Dick inmiddels alles gereed gemaakt voor vertrek en ook water gevuld en gedumpt. Dus kunnen we om 10.00 uur vertrekken.
Het is gelukkig droog en ook komt de zon even tevoorschijn. Op de weg zien we regelmatig pelgrims lopen. Dan betrekt de lucht toch en gaat het regenen en de regen stopt niet meer. Maar na Dax krijgen we bijna alleen maar vierbaans wegen en kunnen we doorrijden. Ook boffen we dat het rustig is op de weg. We kijken even bij Pissos. Maar daar is inmiddels een verbod om nog langer te staan. Tenminste als je hoger bent dan 2 meter. Vervolgens rijden we naar Saugnac et Muret. Het regent en we vinden deze plek naast het sportveld niet echt aanlokkelijk dus we rijden verder. De vierbaansweg blijft aanhouden en nog voor drie uur arriveren we in Barbezieux, op een parking naast een Leclerc supermarket.

Parkeren bij Leclerc in Barbezieux.

Helaas is de winkel op deze eerste paasdag gesloten maar binnen bij de kachel is het ook fijn. Terwijl Dick geniet van de Amstel Goldrace schrijf ik onze belevenissen neer. Eindelijk ben ik weer eens bij. Deze vakantie heb ik dan ook bijna niet gelezen. Er is te veel regen gedurende de rest van de middag om er op uit te gaan dus we blijven lekker binnen bij de kachel. Pas in de avond wordt het droog. De temperatuur blijft rond de 11 graden hangen. Echt lekker warm is het niet. We eten bloemkool met aardappelen en gehaktballetjes.
We bepalen ook nog even ons volgende reisdoel. Dat is nodig want onze route is volledig omgegooid.
‘s Avonds kijken we TV, paus Franciscus wenst ons een goede Pasen.

Na heerlijk geslapen te hebben op deze rustige plek staan we om half 8 op. We ontbijten lekker en dan gaat Dick dumpen terwijl ik even naar de supermarket Leclerc loop. In deze supermarket kan ik namelijk het Sel de Guerande met kruiden kopen. Henk gebruikt dat bij de bereiding van de pizza’s dus die zal er blij mee zijn. Dan tanken we nog even bij Leclerc. Een goede beslissing want het is zelfs nog goedkoper dan in Spanje. Daarna vertrekken we.
Het eerste stuk rijden we nog comfortabel over 4 baanswegen maar na Poitiers rijden we alleen nog maar op binnenwegen. Zeker bij het doorkruisen van de stadjes merken we dat het tweede paasdag is. De winkels zijn om half 1 dichtgegaan, ook hier is het een zondag. Wat scheelt dat veel in de drukte.

Chateau Gontier vanaf de camperplaats.

Uiteindelijk arriveren we om 2 uur op onze bestemming Chateau Gontier. Naast de rivier is een enorme parking waar we kunnen staan. Ook al staan er al zeker 20 campers, er is nog voldoende plek. We boffen ook want de donkere wolken hebben plaatsgemaakt voor blauwe lucht en het zonnetje schijnt. Ook de temperatuur is hier veel hoger dan in het zuiden want het is 19 graden. Echt aangenaam.

Nadat we koffie hebben gedronken ga ik toch even rondlopen. Er zijn een paar caches en dan kan ik meteen even kijken of de kebab zaak open is. De caches brengen me door de smalle straatjes en ook bij een mooie kerk.

Een mooie en serene crypte.

Binnen is het niet echt bijzonder maar de crypte onder de kerk is erg mooi en sereen. Rond 17.15 ben ik weer terug. Verder was alles in dit stadje gesloten. Om half zeven loop ik naar de kebabzaak die open is en kan ik bestellen. We nemen een assiette mixte met kebab en kip. Het fijne is dat alle ingrediënten van deze schotel in aparte vakjes zitten wat erg fijn is omdat niets door elkaar raakt. De maaltijd is bijzonder smakelijk en zeker iets om voor terug te keren. Helaas lukt het niet om een recensie te plaatsen dus dat moet later maar.

Dinsdag 22 april staan we om 7 uur op. Ik wil namelijk vroeg in Cherbourg aankomen. Na het ontbijt wassen we af. Opnieuw stond ons hele aanrecht vol glaswerk. Dan rijden we naar de zijkant waar we dumpen en water vullen. Het is eng om de connectie van de kraan los te draaien want er zit een enorme spin naast gelukkig heeft Dick minder last van enorme spinnen en doet hij dat. Dan vertrekken we.

Het is druk op de weg. We merken dat de paasdagen voorbij zijn. In colonne rijden we tussen de vrachtwagens. Onze route naar het noorden voert eerst alleen over binnenwegen. Pas na Fougeres komen we op een vierbaansweg en wordt het rustiger. Zodra we om 13.00 uur aankomen bij de haven in Cherbourg zien we dat er nergens een vrij plekje is. Campers staan al dubbel geparkeerd en daarbij staan ook aan de zijkant auto’s. Uit ervaring weten we dat die pas tegen vijven vertrekken. Dan komt er zeker een plekje vrij. We gaan dwars staan en krijgen meteen een zenuwachtige Engelsman op ons dak. We moeten weg want hij kan nu niet meer uitdraaien. Hoewel we zeggen dat we maar even blijven vertrouwt hij het niet. Hij moet vanavond de boot op naar England.

Camperplek Cherbourg.

Na 45 minuten wachten zien we een echtpaar aankomen. Het zijn Engelsen die, als ik ze aanspreek, vertellen dat ze vertrekken. Dus ik brul naar Dick die ergens rondloopt en gelukkig meteen reageert. Even later zit hij achter het stuur en sta ik buiten met onze kan koffie in mijn handen, we hadden namelijk net koffie gezet. Zodra Dick de Frankia op de door de Engelsen verlaten plek heeft gezet kan ik weer ademhalen en drinken we eindelijk koffie. Echt makkelijk is het niet hier op de dag een plek te bemachtigen. Nu we staan gaat Dick de duizenden insecten te lijf die zich op onze camper verzameld hebben. Ik wandel ondertussen naar de stad. Weet voor vanavond te reserveren bij onze Thai Tao Tao en loop dan naar het grote winkelcentrum Eleis. Heerlijk ronddwalen en nog wat laatste inkopen doen voor we weer terugkeren. Ook kijk ik even in het oude centrum rond alvorens ik weer terugkeer naar de camper. Inmiddels is het eind van de middag. De inmiddels vrijgekomen plekjes zijn ook al weer ingenomen.

Om 6 uur wandelen we naar de Thai. De zaak is nog gesloten dus wandelen we nog een rondje door de oude binnenstad. Als we om half zeven weer terug zijn is de eigenaar ook gearriveerd en kunnen we binnen plaatsnemen. Zoals altijd is het eten heerlijk en de wijn doet ons goed. Na het eten lopen we op ons gemakje terug naar onze Frankia. Heerlijk, de zon schijnt nog steeds als we langs de haven lopen. We kijken nog even TV maar gaan dan lekker naar bed.

Woensdag 23 april staan we pas om half acht op. Vannacht heeft het heel hard geregend maar nu is het gelukkig droog. We ontbijten, wassen af en rijden dan naar de dump om ons gray-en black water te lozen maar ook om nog wat vers water te vullen. Om 9 uur vertrekken we en niet veel later stoppen we bij Leclerc om te tanken. Als de brandstoftank ook vol is verlaten we Cherbourg. Het is niet druk op de weg en zelfs bij Caen waar altijd veel verkeersopstoppingen zijn kunnen we meteen doorrijden. Over binnenwegen rijden we richting Rouen. Net voor Rouen komen we plotseling op een Flux Libre autoroute. Dat is een barrière vrije tolweg. Op een dergelijke weg zijn geen tolpoorten meer, in plaats daarvan wordt je kenteken geregistreerd terwijl je rijdt en vervolgens heb je drie dagen de tijd om de tol te betalen.
Bij afrit 22 verlaten we deze autoroute weer en rijden Rouen binnen. Deze autoroute gaat in een grote bocht om de stad dus we pakken slechts de rand van Rouen mee. Straks toch maar aanmelden bij de wegbeheerder want wie weet of we op dit kleine stukje Flux Libre toch geregistreerd zijn.

Onderweg naar Beauvais.

We vervolgen onze weg naar Beauvais. Helaas is het prachtige weer van gisteren achter grote wolkenmassa’s verdwenen en regelmatig krijgen we een regenbui over ons heen. Gelukkig zijn er langs de weg regelmatig koolzaadvelden wat in ieder geval kleur geeft aan de sombere omgeving.  Iets voor drieën staan we op ons vaste plekje tegenover het grote winkelcentrum in Beauvais. Er staan al twee campers maar er is nog voldoende plek. We zoeken wel even naar het juiste plekje waar we ook TV ontvangst hebben en dan wandel ik naar het winkelcentrum. We hebben inmiddels besloten morgen naar huis te rijden dus als ik nog wat speciaal Franse etenswaren wil hebben zal ik die nu moeten kopen. Water staat in ieder geval op het lijstje want inmiddels hebben we al ons oude Spaanse water op. De eerstvolgende keer dat Frankrijk weer aangedaan wordt door de Frankia is ergens in mei wanneer Dick hopelijk op weg kan zijn naar Fisterre om mij daar op te halen. Het is dan wel fijn dat hij voldoende drinkwater aan boord heeft.

Lopen naar de binnenstad en de schitterende kathedraal heeft nu niet zoveel zin want het regent heel regelmatig. Tot mijn verbazing is het weer opgeklaard als ik weer buiten kom met een kar vol boodschappen. Nu zou ik wel nog naar de kathedraal kunnen lopen maar het is inmiddels 6 uur en ik heb nu niet meer zo’n zin om er op uit te gaan. We eten spaghetti die wat tegenvalt maar het zonnetje wat buiten inmiddels volop schijnt maakt veel goed. De rest van de avond kijken we lekker TV.

Donderdag 24 april staan we opnieuw om 7 uur op. Ik ben klaarwakker en Dick heeft ook al zijn ogen open. Het is koud in de camper dus we zetten meteen de standkachel aan waardoor, als we ons gedoucht hebben, het al aangenaam warm is binnen. Na het ontbijt rijden we weg.
Vandaag hopen we naar huis te kunnen rijden. Dat lukt ook want we wisselen elkaar af met rijden en na Lille hebben we alleen nog maar autowegen. Net voor 4 uur rijden we de straat achter ons huis in. Er blijkt zelfs een vrij plekje verderop in de straat waar we straks de camper kunnen parkeren.

Parkeren achter ons huis.

Fijn, want dan kunnen we morgen nog de buitenkant poetsten alvorens de Frankia naar de stalling te brengen. Nadat we met pylonen de parkeerplek afgezet hebben en even met de buren hebben gesproken beginnen we met uitladen. Daarna wordt binnenin alles nog gepoetst en verschoon ik ook de bedden. Inmiddels is het half 8 en ”we call it a day” (we stoppen ermee). Morgen komt de rest.

Vrijdag 25 april nadat ook de buitenkant een sopje heeft gezien, wat geen overbodige luxe is, brengt Dick de camper naar de stalling. Intussen ruim ik in huis alles op en laadt de eerste was in de machine. We hebben een heerlijke tijd samen gehad met enkele onverwachte hoogtepunten.

 

Geplaatst in EUROPA | 1 reactie

Op stap in het vroege voorjaar 2025

Op stap in het vroege voorjaar 2025

Op 24 november 2024 hebben we de camper weer naar de stalling gebracht doch 15 december 2024 halen we de Frankia weer even op. Nu niet om er lekker mee op stap te gaan maar om de camper naar de Iveco garage te brengen. Bij onze vorige tocht merkten we dat, na het voltanken in Salamanca, onze tank wat diesel lekte en dat willen we laten nakijken
Omdat we al vroeg bij de garage hebben afgesproken hebben bedenken we dat we beter een nacht kunnen doorbrengen op de camperplek in Spijkenisse Dan zijn we morgen dichtbij onze garage. We arriveren pas laat in de middag in Spijkenisse.

Op bezoek bij Frank.

Het bezoek bij Frank, onze Camino vriend liep uit. Het was dan ook heel gezellig, we hadden gespreksstof in overvloed en de Italiaanse maaltijd die Frank ons bereidde was heerlijk.
Buiten is het echt winter, ijzig koud en regenachtig dus het verbaast ons dat op de camperplek al enkele campers staan. Maar er is er nog een plekje over en we parkeren onze Frankia en zetten onze auto ernaast.
De volgende ochtend brengen we de camper naar de garage waar hij enkele dagen doorbrengt alvorens wij hem weer terug naar de stalling kunnen brengen. De tank is geïnspecteerd maar behalve dat geconstateerd is dat er zeer stugge verbindingen zitten in de slangen hebben ze niets kunnen doen.
We zijn dus veel geld kwijt vooralsnog met weinig resultaat. Wel is onze tank volledig gevuld.

Pas 10 februari 2025 breng ik Dick weer naar de metro waar hij mee naar Spijkenisse rijdt om (eindelijk) weer onze camper te halen. Terwijl Dick onderweg is sjouw ik alle spullen die mee moeten naar de huiskamer en wacht dan tot Dick arriveert. Het is geen denderend weer. Zo nu en dan valt er wat natte sneeuw maar als Dick aankomt is het enige tijd droog. We kunnen dus al onze spullen droog inladen.
Om 1 uur vertrekken we. Het verkeer valt mee op de weg. Alleen rond Antwerpen is het druk en rijden we in file, maar dat is daar altijd het geval.

Camperplek in Ronse.

In Ronse parkeren we. Hier is een grote parking bij de sportvelden. Helaas is het hard gaan regenen dus echt erop uitgaan, vinden we geen goed idee. We lopen even rond in de omgeving en blijven verder binnen.

Het was de bedoeling om hier een dag te blijven om caches te zoeken. In de omgeving van Ronse liggen er veel. Sandra vertelde ons echter dat,  na de vele regen van de afgelopen maanden, dit niet echt een goed plan is. Ze is hier net met Janine geweest en in de bossen was niet te fietsen. De caches hier bewaren we dus maar voor droger tijden. De rest van de middag lezen we en bijtijds gaan we naar bed. TV kijken lukt niet want onze satellietschotel kan geen signaal vinden.

Dinsdag 11 februari staan we pas om half negen op. Het is in de camper heerlijk warm want de kachel is aangeslagen. Na ons ontbijt en de afwas vertrekken we en merendeels over binnenwegen rijden we naar Songeons in Noord France. Er is een mooie camperplek  maar omdat het zo koud en nat is, nu niet echt aanlokkelijk. Ik kom er liever een andere keer terug. Dan om Gerberoy te bezoeken, een oud dorpje wat bekend staat om zijn mooie vakwerk huizen en vele bloemen.

We besluiten dus om verder zuidelijk te rijden, naar Beauvais. Daar is in ieder geval meer te doen en we kunnen ook nog een bezoekje brengen aan de kathedraal. Dus rijden we 24 km door en gaan dan op het plein staan tegenover de grote supermarket. Er staat niemand op de grote parking en we hebben volop plek om onze Frankia te parkeren. Dick gaat de toiletborstel houder weer bevestigen. Ik ben wat ruw geweest bij de schoonmaak en omdat de houder wat los zat heb ik de bevestiging rondgedraaid waarmee de houder van de muur is gekomen. Gelukkig is het gelukt om een soortgelijke bevestiging bij Hornbach te vinden. Schroeven in de buitenwand van een camper is niet zo’n strak plan.
Intussen ga ik in de omgeving wat caches zoeken.

Geocaches zoeken.

Aan de hand van Franse rijmpjes kun je ontdekken waar de caches verstopt zijn.
Hier twee voorbeelden van zo’n rijmpje: 

Dans l’ombre d’un mur, un secret s’est glissé,
La ou le charme brille, un sourire est dressé.             
Suspendue a la vie, elle danse, légere
Cherche la beauté cachée, la ou l’œil s’eclaire.

In de schaduw van de muur ligt een geheim verborgen
Waar de charme schittert  wordt de glimlach opgewekt
Zwevend in het leven danst ze lichtjes
Zoek naar de verborgen schoonheid waar het oog oplicht
 

Pres du murmure doux d’un ruisseau chantant,
Un granit veille, silencieux et grand.
Dans son ombre discrete, la ou le vert s’étend,
Cherche bien, ami, l’herbe cachée en attendant.

Vlakbij het stille gemurmul van een zingende beek
Kijkt een stille en grote graniet waakzaam toe
In zijn discrete schaduw waar het groen zich uitstrekt
Zoek, goede vriend, het verborgen gras wat wacht

Door zo te zoeken versterkt mijn kennis van de Franse taal en ik blijf er ook langer door zoeken. Uiteindelijk vind ik door de rijmpjes zowaar alle caches. Later blijkt dat er nog een vierde cache is. Die moet maar wachten tot de volgende keer dat we hier weer zijn.

Kathedraal in Beauvais.

 

Om terug te keren naar de camper kom ik langs de kathedraal. Natuurlijk loop ik er naar binnen. Een groot deel is afgezet omdat stukken gerenoveerd worden maar er is plek om even in stilte te danken voor het feit dat weer samen op stap mogen gaan.
Terug in de camper heeft Dick de toiletborstel houder kunnen bevestigen en lopen we naar de grote supermarket aan de overkant.

Na een telefoontje met onze camperdealer Raema blijkt dat de satelliet schotel geen signaal kan vinden omdat hij een update nodig heeft. Helaas kunnen we die niet zelf uitvoeren, we moeten er een afspraak voor maken.

 

TV kijken op de laptop.

Dat kan niet op korte termijn dus deze vakantie zullen we TV op onze laptop moeten kijken of gewoon lezen.

Na enkele dagen grijs weer worden we woensdag 12 februari verrast met wat blauwe lucht. Even later komt zelfs de zon door. Heerlijk. Wel blijft het koud met 3 graden op de thermometer.

Over binnenwegen rijden we naar het zuiden. Rouen zijn we snel door en Honfleur laten we links liggen. Onze bestemming vandaag is Colleville Montgomery. Tot 1946 heette dit dorp Colleville sur Orne. Ter ere van de Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery die de geallieerde troepen op Sword Beach aanvoerde werd de naam gewijzigd in Colleville Montgomery.
Voor het eerst worden we geconfronteerd met Flux libre, een Franse autotolweg, in dit geval de A13, die geen tolpoortje meer heeft. Ik ben blij als we dit stuk weg achter ons laten. Ik maak me altijd zorgen over registratie en boetes. We hebben immers geen tolkastje.

De camperplek in Colleville is omheind en je moet een slagboom open zien te krijgen. Dat is nogal een dingetje. Eigenlijk mijn schuld dat het niet zo goed gaat want ik begin aan het openingsproces zonder portemonnaie. Als ik erachter kom dat je meteen moet betalen moet ik eerst mijn portemonnaie uit de camper halen. Daardoor slaat het programma op hol en even later vast. Terug met portemonnaie druk ik op verschillende knoppen. Wel onder afkeurend geroep van Dick. Dan, plotseling, is er beweging op het scherm en kan ik betalen. Maar de slagboom gaat niet open. Wat nu.
Dick kijkt beter en ziet een telefoonnummer wat ik bel. Ik leg uit wat er aan hand is. De luidspreker zegt dat ik opnieuw moet betalen. Hij zal mijn eerste betaling teniet doet. Als we willen overnachten en ik niet 13 euro wil weggooien, moet dat wel. Opnieuw bied ik mijn creditcard aan en de slagboom gaat uiteindelijk open. Er verschijnt alleen geen bonnetje, noch een code dus hoe we er morgen uit moeten? Er staan slechts twee campers dus we hebben plek te over om ergens te gaan staan en Dick haalt de fietsen tevoorschijn. De zon schijnt en de lucht is blauw dus we willen wat geocaches in de omgeving gaan zoeken.

Fietspad ??

De eerste paar caches zijn goed te bereiken want die liggen naast een grintachtig pad maar daarna voert het pad de bossen in. Daar blijken de paden toch wel erg modderig. Waarom ik er niet aan gedacht heb dat het in deze omgeving wel eens drassig zou kunnen zijn na alle regen die ook hier gevallen is, is mij een raadsel.
Bijna tot aan ons frame zakken we weg in de modder maar het lukt toch telkenmale door te rijden.

Dan komt er gelukkig een lang pad wat hoger gelegen is en pas tegen het einde van ons cacherondje belanden we in diep water en modderpoelen. We geraken op steile, niet te befietsen hellingen en strompelend door de modder moeten we de fietsen omhoog moeten zien te krijgen. De fietsen zitten onder de modder en wij ook.

Mijn ketting glijdt door de dikke modder van mijn fiets maar gelukkig lukt het Dick deze er weer om te leggen. Als we bij het invallen van de schemering weer terugkeren bij onze camper, zitten niet alleen onze fietsen maar ook wij onder de modder. Terwijl Dick de ergste modder van de  fietsen poetst voor hij ze terugzet in de garage, poets ik de dikke modderlaag van onze schoenen. Gelukkig is er een waterkraan op de camperplek waar dat redelijk lukt.

Camperplek Colleville Montgomery.

Het is donker als we klaar zijn. Wat een helletocht was dit. Gelukkig staat voor de parking een pizzawagen en ik loop ernaartoe. Over een uur kunnen we de door ons gewenste pizza’s afhalen. Dat hebben we er graag voor over en we eten heerlijk van de pizza. Deze is ook welverdiend na ons geploeter van vanmiddag. Ik hoef niet te zeggen dat we slapen als rozen na deze tocht met prachtig weer maar met temperaturen die de 5 graden niet te boven gaan.

Hoewel we vanwege de geocaches hier twee dagen zouden verblijven, zien we daar de volgende dag natuurlijk vanaf en om half 11 proberen we te vertrekken. We zijn laat want hebben nog wat extra gepoetst maar ook de waterkraan liep zo langzaam dat het vullen van onze watertank eigenlijk wel veel tijd in beslag nam. Om de slagboom open te krijgen moet je een code indrukken die wij natuurlijk niet hebben dus wordt weer de vriendelijke Fransman gebeld. Er moet geverifieerd worden of we wel betaald hebben maar na uitleg wat er gisteren is gebeurd gaat uiteindelijk de slagboom open en kunnen we vertrekken.

De blauwe lucht van gisteren is weg en het ziet er grijs en grauw uit maar het is droog. 136 km verder arriveren we in Cherbourg. Tot onze verbijstering is de parking naast het haven terrein practisch leeg. Er zijn veel mogelijkheden om onze Frankia te parkeren. Je merkt wel dat we hier aan de kust staan want het is kouder dan gisteren. Terwijl Dick onze fietsen grondig gaat poetsen met een hogedruk watertankje ga ik naar de winkel toe om wat voedsel te halen. Ook loop ik even langs ons Thaïs’ restaurant Tao Tao om voor vanavond een tafeltje te reserveren. Ik vraag me af of het echt nodig is want er is altijd een plekje maar ik kom er toch langs. Als ik terug ben is Dick net klaar met de fietsen poetsen.

De vissersboot wordt gelost.

We lopen samen naar de haven waar net de vissersboten hun vangst aan wal takelen. Deze bestaat merendeels uit krabben. Dan lopen we terug en zien hoe ongelooflijk smerig de camper eruit ziet, dus besluit Dick ook de Frankia te poetsen. Ik pak ook maar een emmer en ga de zijkanten te lijf.

Tegen 6 uur blinkt een mooie witte camper op de parking en kunnen we ons binnen nog wat opwarmen. De stand kachel maakt overuren want buiten is het slechts drie graden.

Nadat we ook onze isolatie mat voor de ruit hebben aangebracht wandelen we naar onze Thai. We eten er heerlijk hoewel de groene curry wateriger is dan normaal.

Lichten aan de haven van Cherbourg.

Teruglopend genieten we van de vele lichtjes rondom de haven. Thuis kijken we TV via de laptop.

Als we opgestaan zijn op 14 februari bekijken we wat we gaan doen en besluiten al snel dat we nog een dagje blijven. De verwachting is dat het de gehele dag miezerig is maar dat blijkt niet correct want al snel klaart het op, verdwijnen de wolken en in de middag kunnen we genieten van de zon. Wel blijft er een koude wind zodat het niet echt warm is. Samen gaan we op zoek naar huisbroeken voor Dick. Ik dacht dat ik ze gisteren had gezien, maar helaas, degenen die ik gezien had zijn of te groot, of te klein of zitten vodderig. We slagen niet, dus loopt Dick terug en ik blijf. Over een uur kan ik terecht bij de kapper. Dat is heel hard nodig want mijn haren zijn woest lang en steken alle kanten uit.

De knipbeurt is niet echt een succes. Het duurt precies 9 minuten, heeft geen enkel model, blijft toch wel lang op bepaalde plekken en zit voor geen meter. En het kost ook nog 40 euro.
Balend loop ik terug naar de camper. Ik kijk bij wat andere restaurants maar alles is volgeboekt, het is immers Valentine’s day. Dus loop ik terug naar onze Thai om voor vanavond te reserveren. Nu blijkt dat geen overbodige luxe want ook hier is alles volgeboekt. Er wordt moeilijk gekeken en weer in de agenda gekeken en uiteindelijk kan voor ons een tafeltje bijgezet worden.
Nadat ik Dick mijn mislukte kapsel heb getoond wandel ik nog even de stad in terwijl Dick op de pier een cache gaat zoeken. Eind van de middag ben ik terug. Ik heb slechts 10 km gelopen maar ben gewoon moe. Als ik Hannah bel blijkt zij op een ijzig terras gevallen te zijn. Ze is met Henk op wintersport. Ze heeft enorm veel pijn aan haar arm en denkt aan een breuk. Nu maar hopen dat het meevalt.
Om 6 uur lopen we naar de stad, we zijn de eerste die in het restaurant arriveren. Zoals altijd eten we heerlijk. Dit keer bestelt Dick Pad Thai en ik kip met cashewnoten. Ik moet zeggen dat dit gerecht eigenlijk lekkerder is dan de groene curry.

Chateau de Falaise

Zaterdag 15 februari staan we om 8 uur op. Er is een vaag zonnetje maar het is wel erg koud met 5 graden. Nadat we gedumpt hebben en even later ook diesel getankt, verlaten we Cherbourg en rijden naar Falaise. Dit Normandische stadje ademt Middeleeuwse geschiedenis want Willem de Veroveraar werd hier geboren. Na de slag bij Hastings in 1066 werd deze de koning van Engeland.
Op de heuvel aan de voet vanwaar wij geparkeerd staan, ligt het Chateau de Falaise. Het is een indrukwekkende middeleeuwse burcht. Na de koffie wandelen we door het oude stadje.

Mooie oude kerk.

Bezoeken de mooie oude kerk waar we natuurlijk een kaarsje branden en we zoeken ook nog wat geocaches. Tijdens het lopen genieten we van het zonnetje. Eind van de middag wandel ik nog even naar het kasteel. Het buitengebied is vrij toegankelijk.
Er ligt een earthcache en prachtige kalksteencrystallen zijn er te zien. Een earthcache is een speciaal type geocache.
In plaats van te zoeken naar een doosje leer je op een bijzondere plek in de natuur iets over geologie en je beantwoord vragen.

Vanaf de kantelen van de muur wuif ik naar Dick en geniet van het uitzicht op de omgeving.

Vanmiddag liepen we langs een kebabzaak waar ik ‘s avonds eten haal. Het smaakt erg goed en het is heerlijk om niet te hoeven koken.
Dick heeft intussen een afspraak gemaakt om onze satellietschotel te laten updaten.
Door de drukte lukt het niet eerder dan half maart.
In de nacht gaat onze propaanfles leeg. Waarom dat toch altijd ’s nachts gebeurt?
Gelukkig zit er een duo-aansluiting op zodat de andere propaanfles automatisch als hoofdfles gaat dienen.

Omdat we praktisch naast een Boulanger (bakker) staan loop ik zondagochtend 16 februari naar de hoek van het plein. Het is druk bij de bakker en ik moet in een lange rij staan maar uiteindelijk kunnen we toch heerlijk genieten van een vers stokbrood. Om half 11 verlaten we deze leuke camperplek in Falaise en rijden naar Cormeilles. De camperplek hier ligt slechts 72 km verderop en de plekjes zijn door heggetjes van elkaar gescheiden. Er zijn nog enkele plekjes vrij. Alleen geeft het bordje “eau coupee” aan dat er geen water is. Wel begrijpelijk gezien de nachttemperaturen van 2 a 3 graden.

Wandelen door Corneille.

Het centrum is klein en via een steil omhooglopend straatje kom je bij een kerk die open is. Verder is alles in dit kleine dorpje dicht. Zelfs de restaurantjes en cafés hebben hun deuren gesloten.
Dus wandel ik naar het nabijgelegen dorpje waar, bij een oude wasplaats, een cache verborgen is. Nadat ik hem gevonden heb wandel ik op mijn gemakje weer terug naar de camper. De zon en blauwe lucht worden nu toegedekt door wolkensluiers en het is fijn om binnen bij de kachel te zitten.
We lezen wat, doen de administratie en eten restjes. Gisteren was er zoveel vlees dat we er nu nog een maaltijd aan hebben.

Maandag 17 februari staan we om half negen op. Buiten is het heerlijk weer en terwijl het zonnetje uitbundig in de camper schijnt, ontbijten we. Nadat we ons grey en black water gedumpt hebbe, vertrekken we. Om tolwegen te vermijden pakken we binnenwegen en zo ja, het lukt om tolvrij in Honfleur aan te komen.
Het is nog best druk op de camperplek maar nadat we koffie hebben gedronken komen er veel plekjes vrij en kunnen we op ons vaste plekje op het hoekje gaan staan. Ook hier hebben we een vast plekje. Nu de Frankia goed staat wandelen we naar het centrum. Het is er druk en het is koud maar de zon schijnt.

In de kerk Saint Leonard kijken we rond en vinden er een prachtige schildering op de muur van de jonge Jacobus Le Maior, Apostol Santiago. Het is mooi. Nadat we terug zijn vind ik dat ik nog niet zo veel gelopen heb dus wandel ik nog even rond.

Om 4 uur ben ik weer terug. We bespreken de route naar huis en als die vastligt, eten we een burger met bacon en kaas. Het is niet slecht maar het is niet echt een goed idee om dit in de camper klaar te maken. De stank van de gebakken bacon blijft wel erg indringend hangen. Ondanks de kou buiten gaan de ramen dus weer open en ook onze afzuiging moet extra toeren draaien. De camperplek loopt inmiddels aardig vol.

Dinsdag 18 februari worden we om 8 uur wakker door de wekker. De zon kleurt de hemel rood en als we ons wassen raken de eerste zonnestralen de camper. Wel is het ijzig koud als we de isolatiemat van de voorruit halen. Ook al staat de thermometer op 1 graad het voelt als -4 graden. Na het ontbijt en water inname, zelfs als het vriest, is hier water, vertrekken we. We kiezen de route over Rouen maar omdat er nogal wat deviation is (omleidingen) steken we via de Pont de Brotonne de Seine over. Het betekent wel dat we Rouen links laten liggen.

Om 1 uur arriveren we in Montreuil sur Mer.
Op de camperplek staat niemand maar op de grintvlakte ervoor staan twee campers. Natuurlijk drinken we een kop koffie en dan wandelen we het stadje in. Montreuil sur Mer ligt tegenwoordig op 18 km van de Côte d’ Opale maar in de Middeleeuwen was het een belangrijke havenstad. Het stadje wordt omringd door stadsmuren en er is een citadel. De bouw ervan begon in de 13e eeuw. Het is mogelijk over deze stadsmuren te lopen. Omdat er ook geocaches verborgen zijn lopen we ernaar toe. Ondanks de heerlijke zon is het ijzig koud en Dick gaat al snel weer terug.

De isolatie mat op het voorraam.

We brengen opnieuw onze isolatie deken aan op het voorraam. Daarna ga ik nog even door en wil de wandeling over de muren afmaken. Ook ik ben toch sneller terug om op te kunnen warmen in onze camper.
‘s Avonds wandel ik naar een kebabtent om eten te halen. Opnieuw genieten we van een voortreffelijke mix gril schotel. Daarna kijken we TV alvorens naar bed te gaan.

Woensdag 19 maart worden we om half 6 gewekt doordat de vuil en glascontainers die naast de camper staan, geleegd worden. We blijven nog even liggen maar staan dan op. Na het ontbijt wassen we af. Ik snap niet hoe het ons lukt maar iedere dag weer staat de gehele aanrecht vol vuil vaatwerk en glazen. Als alles opgeruimd is gaan we op weg en 111 km noordoostelijk arriveren we in Douai.
Aan de rand van een groot plein in het centrum vinden we een plekje om te parkeren. Natuurlijk gaan we de stad verkennen. Doordat we in soms smalle straatjes lopen is het iets minder koud maar de thermometer stijgt niet hoger dan 6 graden. Douai is een gezellig stadje. Er zijn wel erg veel brillenwinkels.

Beffroi middeleeuws gebouw in Douai.

We komen langs het prachtige Beffroi. Het is een indrukwekkende middeleeuwse toren en iconisch monument van de stad Douai. Torens als deze waren symbolen van stedelijke autonomie.

In de middag haal ik nog wat eten bij de Lidl en dan wandel ik naar de collegiale Saint-Pierre in het centrum. Met een lengte van 112 meter is deze kerk de langste kerk ten noorden van Parijs. Binnen is een orgel met monumentale beelden. Oorspronkelijk werd het gebouwd voor het conservatorium van Sint Petersburg maar vanwege de Russische revolutie werd het in 1922 in deze kerk geïnstalleerd. Het is met 4400 orgelpijpen een van de grootste en mooiste orgels in Noord Frankrijk. Helaas wordt er nu niet op gespeeld want ik zou dit orgelspel wel willen horen. Ik denk ook dat mijn neef Ronald hier graag op zou willen spelen.

In de avond eten we een burger met plakjes gesmolten kaas en sla. Het smaakt heerlijk.

Mogelijk zouden we vanuit Douai rechtstreeks naar huis kunnen rijden maar we kiezen ervoor om donderdag 20 februari 2025 slechts 246 km te rijden en in Hoogerheide te overnachten. Voor een geocache challenge moeten we een cache vinden in iedere provincie van België en we missen alleen nog een cache uit het district Brussels. Dus voert de weg naar Hoogerheide over Brussel.
Eigenlijk niet echt een verstandige beslissing op een gewone donderdag. Het is ongelooflijk druk in Brussel. Een cache kan ik niet direct vinden en omdat Dick niet kan parkeren en ik eigenlijk verder de bosjes in moet, lukt het niet. De andere door mij gekozen geocaches in Brussel bevinden zich aan een drukke weg. Helaas ook zonder enige parkeermogelijkheid dus uiteindelijk verlaten we onverrichterzake het district Brussels. Deze challenge moet op een ander tijdstip maar voortgezet worden.

De cache ligt te hoog.

Om half drie arriveren we in Hoogerheide. Er is voldoende plek en we parkeren onze Frankia.
Het is inmiddels 12 graden ook al is de zon achter een dikke wolkenlaag verborgen. Warmer dus dan we de afgelopen dagen hebben gehad dus ik loop nog even het stadje in.

Om een cache te zoeken. Ik zie de cache hoog in de boom hangen, niet bereikbaar met een hengel dus het zal een boomklim cache zijn. Ik laat ook deze cache voor wat het is en loop naar de slager en supermarket om eten voor vanavond te halen. De schnitzel die we ‘s avonds eten smaakt bijzonder goed dus bij deze slager kom ik terug. Heel laat gaan we niet naar bed. Morgen rijden we weer naar huis. Er rest ons slecht 84 km te rijden.

De vogels zijn al vroeg op.

Het weer is met ons want als we vrijdag 21 februari wakker worden is de lucht blauw en schijnt de zon. Het is zelfs niet echt koud. De vogels zitten al vroeg in de bomen te kwinkeleren. Om half 11 komen we thuis aan. Met dit weer is dat heerlijk en het uitladen is ook prettiger. Ook het poetsen van de camper is aangenamer met dergelijk weer. De thermometer laat zelfs 13 graden zien. Om twee uur is alles aan de binnen en buitenzijde gepoetst en brengt Dick de camper terug naar onze stalling.

Pas 5 maart hebben we weer de gelegenheid om er met de Frankia op uit te gaan.We hebben een volle week waarin ook twee afspraken. Een bij een beddenboer en een bij onze camper dealer. Een uitgebreide route hoef ik niet te maken.

We staan om 7 uur op waardoor Dick al bijtijds met de camper voor het huis staat. We laden alles in, tanken vol met water en nog voor 12 uur vertrekken we. Om half drie arriveren we in Brüggen. We hebben deze plek uitgekozen omdat ik twee zakken vol met statiegeld blikjes en flessen uit Duitsland heb. Als we dus op ons plekje staan en betaald hebben loop ik met het statiegeld naar de winkel aan de overzijde van de straat. Helaas wordt niet alles geaccepteerd bij de Rewe dus loop ik door naar een Getränkeladen waar ik de rest kan inleveren.
Op weg ernaartoe vind ik nog voor een euro aan statiegeld dus het is niet erg om wat verder te lopen. Als ik weer terug ben heeft Dick inmiddels alle ramen gepoetst. Het is schitterend weer en we zien zelfs 18 graden op de thermometer staan dus voor het eerst lopen we buiten met alleen een T-shirt.

Het is inmiddels te laat om er nog met de fietsen op uit te gaan, bijna 5 uur. Ik loop dus alleen nog even naar de drogerie in de buurt. Om half zeven loop haal ik bij de Turk een kebab schotel. Deze smaakt altijd goed en ik hoef niet te koken. Omdat we pas eind van deze vakantie de afspraak hebben om onze satellietschotel te kunnen updaten kunnen we nog steeds geen TV kijken maar de laptop biedt uitkomst dus onze favoriete programma’s zoals het nieuws, kunnen we toch volgen.

Pas half negen worden we donderdag 6 maart wakker. Nadat we onze isolatiemat hebben weggehaald ontbijten we met brood. Dan haalt Dick met gieters water om onze tank te vullen en dump ik ons black en grey water. Kwart voor 10 vertrekken we. We rijden binnendoor naar Hellenthal. Dat schiet niet op want er zijn eindeloos veel hellingen en afdalingen en de weg blijft kronkelen, maar uiteindelijk arriveren we om 12:15 uur bij de parking onder de stuwdam, de Oleftal sperre. Er is voldoende plek en we zetten de camper in de zon. Het is stralend weer en opnieuw is het warm met 19 graden. We betalen voor onze parking en dan maken we de fietsen gereed om een rondje te gaan fietsen.

Geocaches in de bomen langs het stuwmeer.

Rondom het stuwmeer liggen allemaal geocaches. Dat is ook de reden dat we hiernaar toe gereden zijn. Alle geocaches hangen in de bomen. Dus dit jaargetijde is het beste om die caches uit de bomen te vissen. De bomen zijn nog niet in blad dus de caches zijn goed te ontdekken. Het is een beetje saai want iedere cache hangt hoog in de boom en om de 250 meter is er wel een boom, moet de hengel van de fiets gehaald worden en uitgedraaid. Vervolgens wordt er gehengeld, afwisselend door Dick en mijzelf, schrijven we onze naam op het logboek en hangen vervolgens de cache met de hengel weer hoog in de boom terug. Maar de zon vergoed veel en we zijn heerlijk buiten. Aan de schaduwkant van het stuwmeer is het beduidend koeler en trekken we toch maar onze trui aan.

Uitzicht over het stuwmeer.

Uiteindelijk zijn we na 16 km fietsen en na 23 caches gevonden, om 6 uur weer terug bij de camper. Deze ligt inmiddels in de schaduw van de stuwdam. Het is een stuk kouder geworden en we hebben ijskoude handen. Het duurt lang voor we weer opgewarmd zijn. In de avond hebben we een prachtig zicht op de verlichte stuwdam en ook de heldere sterrenhemel erboven is prachtig. Het is hier doodstil.

Ook vrijdag 7 maart zien we bij het opstaan weer blauwe lucht maar het is slechts 3 graden. Het is maar goed dat we iedere avond weer onze isolatiemat voorde ruit aanbrengen. We gaan naar Mettlach waar we ook kunnen dumpen dus rijden we na het ontbijt meteen weg. Om 12 uur zijn we in Mettlach waar helemaal niemand staat en we zetten de Frankia op zijn vaste plekje. Dan drinken we koffie en wandelen naar het centrum waar we bij de toerist information betalen.

Een ijsje eten in Mettlach.

Omdat het zulk lekker weer is, inmiddels is het 16 graden, besluiten we een ijsje te kopen. We boffen want het ijs krijgen we nog tegen de winterprijs. Vanaf maandag wordt dit ijsje een euro duurder. Het smaakt goed en rondkijkend in het winkelstraatje vol met outlets, eten we het op.

Dan loopt Dick terug naar de camper terwijl ik nog verder doorloop naar de Aldi waar ik sap wil halen. Als ik terug ben lopen we samen nog even naar de Netto markt naast de camper en halen daar nog bier voor we terug gaan naar de camper.
Om half 7 wandelen we naar de Abtei Brau.

We drinken natuurlijk een heerlijk vers getapt bier en smullen daarna van onze rumpsteak met gebakken aardappeltjes (Dick) en schnitzel met fritekes (Tita). Terug in de camper schrijf ik nog onze belevenissen neer voor we naar bed gaan.

Natuurlijk halen we zaterdag 8 maart lekkere verse broodjes bij de Netto. Dan wassen we af en dumpen. Helaas kunnen we geen water tanken want met nachttemperaturen rond het vriespunt is de waterkraan toch echt afgesloten. We hebben echter nog genoeg water dus het is geen ramp. Langs de Saar rijden we naar Saarburg en even later kunnen we de grens met Luxembourg oversteken. Daar tanken we natuurlijk. Nog steeds is de brandstof in Luxembourg goedkoper dan in de omringende landen.

Ik zie ook ons merk koffiebonen liggen. Ook deze kilo zakken zijn enkele euro’s goedkoper dan bij ons of in Duitsland dus ik koop meteen enkele pakken Tschibo koffiebonen. Na enkele kilometers te hebben doorgereden steken we weer de grens over naar Duitsland en over de autobahn rijden we een flink stuk naar het noorden. Als we in Schönecken aankomen, komt de parking me heel bekend voor. Volgens mij zijn wij hier al eens eerder geweest maar toen doorgereden. Dick herkent echter niets dus mogelijk haal ik plekken door elkaar. Na de koffie pakken we onze fietsen en gaan een rondje fietsen in de nabije heuvels. Gelukkig is het hier geruime tijd droog geweest dus de bospaden zijn niet echt modderig. We fietsen in ieder geval een leuk rondje.

Een eenvoudige maar prima maaltijd.

Als we terug in het dorp zijn maken we een praatje met de eigenaren van een snackbar. Het blijken Nederlanders en we spreken af dat we ‘s avonds komen eten. Het blijkt een goede keuze want de eenvoudige maaltijd smaakt prima. Na zoveel buitenlucht en het heerlijke eten blijven we niet lang meer op. Nog voor tien uur slapen we.

Zondag 8 maart staan we om 8 uur op. Om de hoek zit een bakker waar ik croissants haal. Ze smaken niet zoals de Franse maar zijn desondanks prima. Beter dan ons overlevingsbrood. Na het ontbijt vertrekken we en over de autobahn rijden we naar Elsdorf.
Daar is op de grote parking bij de sportvelden nog een plekje vrij. Er zijn slechts twee plekjes en de andere plek wordt ingenomen door een klaarblijkelijk geparkeerde truckcamper. Zodra we staan pakt Dick de fietsen terwijl ik water, accu’s, fietstassen en onze hengel pak. Als alles klaar staat kunnen we op weg. De weinige sluierwolken die eerst nog te zien waren, zijn nu allemaal verdrongen en de zon staat aan een staalblauwe hemel.

Goed herkenbare hengelcaches.

We zijn hier naar toegegaan omdat de caches die hier liggen bijna allemaal hengelcaches zijn. Nu hebben de bomen nog hun winterkleed, dus zijn de hoog hangende kokers goed te onderscheiden tussen de kale takken en makkelijker uit de bomen te hengelen.

Eind van de middag komen we bij de Hambach mijn. Het is een van de grootste bruinkool groeves in Europa De mijn beslaat een oppervlakte van 4380 hectare. De exploitatie begon in 1978 en het diepste punt ligt inmiddels op 411 meter. Het is hier erg druk. Eigenlijk onvermijdelijk want het is en schitterend weer, en zondag, en er is hier een restaurant met terras.

Wij fietsen dus door. Een blik op de mijn zullen we een andere keer wel werpen. Pas tegen 6 uur zijn we weer teug en terwijl Dick onze fietsen in de garage zet berg ik alle andere spullen op. Omdat ik weinig zin heb om nog te koken zoeken we een restaurant in de buurt. Er blijkt een kebabrestaurant. Duitsland zit er vol mee, dus haal ik ‘s avonds daar een schotel. Het smaakt goed. Laat liggen we niet in bed.

Maandag10 maart zijn we om 7 uur op. We ontbijten op ons gemakje en dan zet Dick de fietsen klaar. Nu fietsen we de andere richting uit. Eerst kijken we even naar de plaats waar vanavond een geocache event plaatsvindt en dan rijden we verder richting Julich. Hoewel we langs de rand van de mijn rijden hebben we er eigenlijk nooit zicht op. Het duurt niet echt lang voor we aan de klim omhoog naar de Sophien hohe beginnen.
Met een hoogte van 301 meter boven zeeniveau is het de grootste kunstmatige heuvel ter wereld. Deze is ontstaan door de afgraving om bij de bruinkool lagen van de Hambach mijn te komen. De heuvel beslaat inmiddels een oppervlakte van 13 km2 en torent 200 meter boven de omliggende vlakte uit.
Het is nu dus een markant herkenningspunt in de omgeving.

Er zijn meer dan 100 km aan wandel en fietspaden op deze heuvel dus het is een hele klus om het juiste pad te vinden dat ons naar een cache brengt. Soms is het pad behoorlijk steil en hebben we onze turbostand nodig om boven te komen.

Zand woestijn weg.

Dan geraken we in een zandwoestijn in plaats van een pad zodat we om boven te komen toch een stuk moeten lopen. Uiteindelijk brengen we een groot deel van de dag hier rond. Vinden een aantal geocaches, genieten van de eerste bloeiende bomen en raken de weg kwijt. Uiteindelijk vinden we weer het juiste pad en met onmetelijke snelheid dalen we uiteindelijk de steile hellingen af om weer in de omringende dorpjes te komen. Door deze dorpen rijden we terug naar de camper. In Elsdorf zien we een backerei met terras en al snel hebben we een tafeltje bemachtigd. We bestellen een koffie en stukje taart en genieten.

Als we weer vertrekken zien we voor de ingang van de Norma supermarket een lange rij staan. Deze winkel is net geopend en als openingsstunt verkopen ze broodjes bratworst voor slechts 1 euro. Ondanks het feit dat we net en stukje taart op hebben gaan we ook hier in de rij staan en even later genieten we van deze lekkernij. Eind van de middag zijn we weer terug bij de camper. Omdat we om 5 uur naar het geocache-event  gaan laten we onze fietsen buiten staan. Het is net te ver om te lopen. Als eerste zijn we op de event plek maar snel arriveren andere geocachers We hebben dezelfde hobby dus gespreksstof te over. Ook krijgen we nog een tip waar de cache verstopt is die we vanochtend niet hebben kunnen vinden.

Zonsondergang bij de mijn.

Na afloop van het event fietsten we daar nog even naar toe en ja hoor, dankzij de tip vinden we de geocache alsnog. We zijn ook net op tijd om de zonsondergang boven de mijn te zien.

Dinsdag 11 maart is het mistig buiten. Om 9 uur vertrekken we en een uur later arriveren we in Sittard.
Hier kunnen we ons grey en black water dumpen. Water lukt niet want ook hier is door de lage nachttemperaturen de waterkraan afgesloten. Dan rijden we door naar België, eerst naar Opitter en dan naar Hamont maar uiteindelijk besluiten we in beide plaatsen niet te blijven en rijden door naar Nuenen. Daar komen we om 1 uur aan. Terwijl ik een rondje ga lopen gaat Dick de gevonden geocaches op de computer loggen. In tegenstelling tot de afgelopen dagen is het grijs, grauw en koud. Om 4 uur ben ik weer terug. We gaan er niet meer op uit maar blijven lekker binnen. Eindelijk kook ik weer eens een keer.

Een nieuwe matras op maat gemaakt.

Als we woensdag 12 maart om half acht opstaan haal ik meteen ons bed af. We rijden na het ontbijt namelijk naar de beddenzaak waar we nieuwe matrassen willen laten maken. Dan is het handig om geen beddengoed op de matrassen te hebben. Om 10 uur staan we in Son en Breugel bij de beddenzaak. We krijgen van Beau uitleg over de verschillende matrassen en mogen proefliggen. Dick heeft zijn keuze al gemaakt maar ik ben er niet echt van overtuigd of ik wel aan een nieuwe matras toe ben, dus na even nadenken en doorpraten besluiten we dat alleen de matras van Dick vervangen wordt. We kunnen erop wachten. Door grote ruiten kunnen we zien hoe de matrassen vervaardigd worden en om half drie kunnen we de nieuwe matras in de camper leggen en rijden we terug naar Nuenen. Daar kan ik onze bedden weer dekken met schoon beddengoed.

Het is eigenlijk te koud om buiten rond te lopen dus nadat ik groente heb gehaald in de winkel loop ik snel weer terug. We koken weer zelf en de cevapcici, rösti en komkommer smaken redelijk. ‘s Avonds lezen we en luisteren naar muziek.

Nog even dumpen in Nuenen.

Donderdag 13 maart maak ik nadat we ons gewassen hebben, de douche schoon. We hebben de hele ochtend de tijd voor dergelijke karweitjes want onze afspraak bij Raema is pas om 1 uur. Daarna poets ik de wc ruimte terwijl Dick de camper zuigt. Natuurlijk dumpen we ons grey en black water. Er is namelijk een grote rioolput in het gras waar dit toegestaan is.

Nadat we ook nog koffie gedronken hebben, vertrekken we en om 12 uur zijn we bij Raema. Een uur te vroeg maar dat blijkt geen probleem want we worden meteen geholpen. Terwijl wij in de showroom rondkijken en met andere camperaars praten wordt onze satellietschotel geüpdatet. Het blijkt een proces te zijn wat wij zelf helaas niet kunnen doen. Om kwart over twee is alles gereed, kunnen we betalen en storten we ons in de file. Het is donderdag en dan is de file-dichtheid in Nederland het grootst. Uiteindelijk zijn we thuis. Dankzij het feit dat onze buren hun auto verzetten kunnen wij de Frankia achter het huis parkeren. Het is half zeven als we de camper leeggehaald hebben. We doen niets meer. Ook koken niet. Dus haal ik Chinees wat we thuis heerlijk opeten.

Vrijdagochtend 14 maart spuiten we in de ochtend nog onze tanks (schoon en vuil water) leeg en dan rijdt Dick de camper naar de stalling. Het is grijs en grauw dus we maken de buitenkant niet schoon.

Dat komt de volgende trip wel weer.

Geplaatst in EUROPA | Reacties uitgeschakeld voor Op stap in het vroege voorjaar 2025