Reis door Frankrijk, Portugal en Spanje oktober-december 2021

Reis door France en Spain, eind oktober tot half december 2021

Deel 1

We zijn nu bijna een maand thuis en staan in de startblokken om er weer op uit te trekken. De camper is voor zowel het motorische als het campergedeelte helemaal gecontroleerd en in orde gemaakt. Ook mijn fiets heeft het broodnodige onderhoud gekregen waarbij alweer een nieuwe ketting en schakelmechanisme gemonteerd moest worden. Volgens Dick niet echt bijzonder omdat ik pas schakel als ik al op de berghelling ben en dus telkens te laat. Gelukkig zijn ook eindelijk de slotbouten voor onze wielen gearriveerd en gemonteerd zodat, als we nu op onze pootjes staan, we ons geen zorgen hoeven te maken dat de wielen eraf gesloopt worden.

Verjaardag met Hannah en Henk

Nadat we Dicks verjaardag hebben gevierd met Hannah en Henk en ook nog een duikje hebben gemaakt in Zeeland waarbij het opvalt dat het zeewater zo snel is afgekoeld, is een nieuwe reisroute tot stand gekomen. Het kostte dit maal wel wat meer moeite want naast het zoeken naar leuke plaatsjes moest ook uitgevonden worden hoe we met zoveel mogelijk nieuwe bezienswaardigheden een leuke route naar Gibraltar (ons eindelijke doel) konden maken. Ondertussen brengen de vakantieverhalen van Hannah en Henk ons in vakantie stemming.

Hannah op weg naar Santiago de Compostela

Ze zijn bezig met een Pelgrimage naar Santiago de Compostella, de beroemde bedevaartplaats in het noord westen van Spanje en dagelijks verheugen we ons op de enthousiaste verhalen over hun fietsbelevenissen. Na de route enkele malen bijgesteld te hebben is deze, net voor ons beoogde vertrek, dan toch echt aan papier toevertrouwd en vagelijk door Dick goedgekeurd. Nu kan ik beginnen om alles wat mee moet, klaar te leggen.

We halen maandagochtend 25 oktober nog even een griepprik bij  onze huisarts en direct daarna onze camper uit de stalling. Gelukkig verzet buurvrouw Evelyn haar wagen zodat we de camper achter ons huis kunnen parkeren en het inladen kan beginnen. Tegen de avond zijn we klaar. Alleen eten moet nog in de koelkast geplaatst worden maar dat gebeurt morgen pas als we daadwerkelijk op stap gaan.

Dinsdag vroeg in de ochtend schijnt de zon volop maar als we onderweg zijn krijgen de wolken de overhand en bij aankomst in Bapaume, in Noord Frankrijk, is er geen zon meer te zien. Wel is het droog zodat, als we de camper op het laatst beschikbare plekje hebben neergezet, we heerlijk kunnen rondlopen. Na een uurtje het stadje te hebben verkend begint het te miezeren en dus keren we terug naar de beschutting van de camper. We kijken het weer even aan en besluiten dan verder te rijden.

Camperplaats in Beauvais

Beauvais ligt op de route, slechts 109 km zuidelijker en is dus nog voor donker te bereiken en even later zijn we op weg in de inmiddels stromende regen over smalle boeren weggetjes. Niet echt handig want in deze tijd van het jaar zijn die wegen besmeurd met leem en klei. Bij aankomst op het grote parkeerterrein in Beauvais schijnt er een waterige zonnetje en met 15 graden is het niet koud. Als we uitstappen zien we hoe desastreus deze combinatie van regen en modder op de weg was want onze vanochtend nog schone camper is volledig besmeurd en heel erg vuil. Een dezer dagen zullen we echt moeten poetsen. Helaas hebben we geen tijd om nog in het centrum rond te wandelen en een blik op de schitterende Kathedraal van Beauvais te werpen want er moet eten op tafel komen. Dus steken we de weg over naar de grote supermarket van Carrefour om het benodigde voedsel te kopen en niet veel later is onze koelkast aangevuld en kunnen we genieten van een overheerlijke maaltijdsalade.
’s Avonds kunnen we toch nog TV kijken. Alhoewel dat ding eerst weigert op te starten (we hadden hem te lang niet gebruikt) lukt het Dick na bestudering van de gebruiksaanwijzing uiteindelijk toch onze TV weer aan de praat te krijgen.

Woensdag 27 oktober staan we pas om half negen op en na een ontbijt met natuurlijk vers stokbrood gaan we op weg. Buiten is het grijs en mistig maar als we zuidelijker komen verdwijnt de mist en komt de zon tevoorschijn. In het plaatsje Nonancourt loop ik eerst vooruit om te kijken waar de camperplek is. We moeten steil naar beneden langs een smal kronkelweggetje maar met wat manoeuvreren blijkt Dick erdoor te passen en kunnen we de camper beneden neerzetten. Het is pas half 1 en er is nu nog voldoende plek.

Cache zoeken aan de overkant van een beekje

Omdat de zon volop schijnt pakken we de fietsen om de omgeving te verkennen en tevens wat caches te zoeken. Gelukkig heb ik mijn waterschoentjes bij me want één van de caches ligt aan de overzijde van het riviertje en je moet toch echt het ijzig koude water doorwaden om erbij te kunnen komen. Gelukkig leidt Dick ons daarna de heuvels in waar mijn voeten door het inspannende omhoog trappen langs de soms steile berghellingen weer warm worden. Eind van de middag zijn we weer terug bij de camperplek waar even later de ene na de andere camper binnenrijdt. Het wordt nog echt druk en voor het eerst in maanden heeft de meerderheid de Nederlandse nationaliteit. Eigenlijk ook wel logisch want deze parking ligt op de route naar Spanje en iedereen is daar naar toe op weg. Alhoewel de zon volop schijnt is het niet echt warm maar in dit jaargetijde zit je toch niet meer buiten.

Nadat we donderdag onze watertanks hebben gevuld en grey- en black water gedumpt, vertrekken we. Het is erg mistig, windstil en slechts 8 graden. Ontbijten doen we later wel want de bakker is vandaag gesloten en de dichtstbijzijnde winkel gaat niet eerder dan 9 uur open. Maar als we even later in een naburig stadje arriveren is daar wel een geopende winkel en terwijl Dick koffie zet en een eitje kookt haal ik vers stokbrood én overlevingsbrood. Dat laatste omdat in de verre omgeving van onze volgende overnachtingsplek geen winkel aanwezig is. Met staalblauwe lucht en zon arriveren we in Cellettes, waar we de camper parkeren op het terrein van een kasteel.

Kathedraal van Bourges

Het is niet druk maar wel afgelegen en als we erachter komen dat de caches hier waarschijnlijk toch niet makkelijk te benaderen zijn omdat ze aan modderige ruiterpaden in het bos liggen, besluiten we toch door te rijden naar Bourges waar we om 3 uur arriveren. Eigenlijk vinden we dit parkeerterrein een prettiger plek dan midden in het bos, ook omdat we nu weer gezellig door Bourges kunnen rondlopen wat met dit stralende weer erg aangenaam is. Deze keer gaan we niet de kathedraal in, daar zijn we een vorige keer al geweest. En nu we hier toch zijn halen we natuurlijk ’s avonds  weer zo’n lekker burger bij het Quick restaurant op het plein, die voortreffelijk smaakt.

Vrijdagochtend 29 oktober schijnt de zon weer volop en na een ontbijt met verse croissants, in plaats van overlevingsbrood, rijden we verder. Helaas verschijnen er steeds meer wolken aan den einder en als we in Chauvigny arriveren miezert het zelfs wat. Gelukkig is het eerste plekje op de parkeerplaats vrij wat beduidend meer ruimte heeft dan de andere plekjes. Nadat we koffie gedronken hebben stopt de miezer zelfs.

Wasbeurt voor de camper

 

Voor we ook maar rond gaan lopen willen we nu eerst de camper poetsen. Hij is zo vuil dat je er niet eens meer in de buurt wilt komen. Met een emmer en teiltje boenen we de vieze modder van de zijkant en de wielen en langzaam aan gaat onze Frankia weer glanzen. Om 3 uur zijn we pas tevreden over het poets resultaat en kunnen we rondwandelen in dit leuke middeleeuwse stadje, één van mijn favoriete stadjes.

Gekleurde pilaren in de kerk van Chauvigny

Dit keer is de kerk open en kijken we verbaasd rond naar de gekleurde pilaren.

 

Natuurlijk lopen we om 7 uur naar “La Belle Epoque”. Het is te koud om nog buiten op het terras te zitten maar binnen krijgen we een mooi plekje toegewezen. Ik hoef jullie niet te vertellen dat de maaltijd voortreffelijk smaakt. We genieten en dat geldt ook voor de terug wandeling door dit mooi verlichte, oude stadje. Je merkt wel dat het vakantie seizoen ten einde is want alles is nu uitgestorven. Helaas miezert het zaterdagochtend en is de lucht is volledig grijs dus begin ik maar niet aan de afdaling naar de bakker maar ontbijten we met overlevingsbrood en rijden daarna weg uit Chauvigny.
Helemaal geolied gaat dat niet omdat onze Hakuna enkele malen een doodlopende weg aangeeft zodat Dick achteruit moet rijden door enkele smalle straatjes maar uiteindelijk zijn we dan toch op de juiste weg en terwijl de zon gaandeweg de wolken oplost komt er steeds meer blauwe lucht.

Camperplaats in Solignac

Als we in Solignac arriveren is er alleen nog maar blauwe lucht te zien. De camperplek ligt naast het sportveld en te midden van prachtige bomen in herfsttinten en er bevinden zich hier ook wasmachines. Ook al zijn we eerst 4 dagen onderweg, het lijkt ons toch een goed idee om deze alvast te benutten en dus wandel ik na een koffie met een inmiddels toch wel volle waszak naar de machines die in de volle zon staan en waar het goed toeven is. Helaas functioneert de droger niet zo heel goed en moet ik drie maal geld bijgooien, maar uiteindelijk is alle was droog en opgevouwen en kunnen we in de omgeving gaan rondwandelen. Het is heerlijk buiten en geocaches wijzen ons de weg door het dorp en de berghellingen erboven zodat we een goed beeld van dit stadje krijgen. Lang blijven we bij een kerk uit de 12e eeuw hangen. De zon schijnt vol op de oude gevel en natuurlijk steken we een kaarsje aan. Vandaag is het immers Ank’s geboortedag en die moet je herdenken. Als we eind van de middag weer terugkeren bij de camper loopt de parking vol dus ook hier was het goed om vroeg te arriveren. ‘s Avonds kunnen we genieten van een voetbalwedstrijd maar de wegrijdende auto’s van spelers en supporters horen we niet meer, zo diep zijn we dan al in slaap. Omdat ’s nachts de wintertijd ingaat en we dus een uur langer mogen slapen worden we al om 7.15 uur wakker Het is stralend weer. Ook al is het slechts 11 graden, er staat geen wind dus met een trui en bodywarmer kun je hier goed rondwandelen. Op weg naar de bakker komt ik langs het kerkhof wat vol staat met Bolcrysanten. Als we opzoeken hoe dat komt blijkt het gebruik te zijn om met Allerzielen (een katholieke feestdag op 2 november) deze planten bij de graven neer te zetten.

Arcade’s in Monpazier

Na ons ontbijt rijden we in stralend weer verder zuidelijk en om 12.30 uur arriveren we in Monpazier. Een oud middeleeuws stadje waar ik, toen ik de plaatjes ervan zag, al verliefd op werd. Er is nog één plekje vrij op de parking achter de brandweer kazerne en nadat we de camper op zijn pootjes hebben gezet wandelen we naar het centrum. In het echt blijkt dit een nog mooier stadje te zijn dan ik gedacht had. Na door één van de poorten te zijn binnengekomen wandel je door schilderachtige smalle straatjes die allemaal op een groot plein uitkomen en waar het goed toeven is onder de arcaden. Je waant je hier direct in de middeleeuwen. Wat een ontdekking dit stadje. Als we een restaurant voor vanavond uitgekozen hebben wordt gezegd dat we beter kunnen reserveren want met Halloween wordt het druk.

Diner bij Chez Minou

En het is maar goed dat we deze raad ter harte nemen want als we om 7 uur, in de stromende regen, naar Chez Minou wandelen blijkt het restaurant vol te stromen. Het is gezellig druk. Onze pas sanitaire wordt gescand door een “horror non” en ook het andere personeel loopt er Halloween-achtig bij. Bij de kok wil je echt vandaan blijven want die wandelt rond met een bloed-bevlekt zwaard om zijn middel. Maar het eten is heerlijk en de keuken stelt ons niet teleur. Als we na het eten terugwandelen regent het niet meer en is het zelfs aangenaam weer, ook omdat er geen wind is. Dus wandel ik even later met wat boeken terug naar het boekenstalletje aan de andere zijde van het dorp. Wel apart om in dit doodstille stadje te lopen. Ik waan me opnieuw in andere tijden. Alleen op het terras voor ons restaurantje is het erg druk met de plaatselijke jeugd die hier samenkomt en een biertje drinkt.

Herfst in Roques

Maandag 1 november staan we om half 8 op en in het doodstille stadje haal ik lekker vers stokbrood. Allerheiligen is hier vast een feestdag want het is echt overal uitgestorven. Dat merken we ook op de weg en zelfs als we dwars door Toulouse rijden zien we praktisch geen verkeer op de weg. Westelijk van Toulouse zoeken we een camperplek maar in het bos is nergens iets wat geschikt is om een camper te parkeren dus rijden we door naar een andere voorstad Roques waar een mooi parkeerplekje is naast een groot winkelcentrum.

Als we arriveren gaat het regenen en dus besluiten we niet de omgeving te gaan verkennen maar lekker door het enorme winkelcentrum te wandelen. Komt ook goed uit want nu kunnen we eindelijk weer eens onze voedselvoorraden aanvullen. Als we uit gewinkeld zijn schijnt de zon aan een staalblauwe hemel. Helaas niet voor lang. De zon wisselt af met regenbuien dus gaan we er niet meer op uit. Na een rustige avond waar de zelfgemaakte puree met bloemkool en kip goed smaakt, lezen we lekker voor we naar bed gaan.
Omdat we 2 november te vroeg op zijn om al brood te kunnen halen, de supermarket gaat pas om 9 uur open, ontbijten we met overlevingsbrood en rijden dan de bergen in.

In Foix stoppen we. Gelukkig staan er op de camperplek niet veel campers dus kunnen we langs de rand staan. In een parkeervak lukt niet daar steken we teveel uit. Nadat de camper op zijn pootjes is gezet wandelen we het stadje in. Waren er nog veel wolken in Roques nu is de lucht staalblauw en dus is het heerlijk om rond te lopen. Wel waait er een kil windje dus we moeten onze hoodie aan.

Straatartiesten in Foix

We dwalen rond door de smalle straatjes van het centrum van Foix maar zijn niet echt onder de indruk ervan wel is er langs de rivier een mooi park en als we de berg op klimmen hebben we een prachtig zicht over de omgeving en het op een heuvel gebouwde kasteel. Bij de stadspoort zien we een aantal straatartiesten. Als we eind van de middag terugkeren bij de camper stroomt de camperplek vol en al snel is ook het laatste parkeerplekje in beslag genomen. Omdat ik geen zin heb om te koken eten we lekker simpel, een salade met charcuterie.

’s Avonds, tijdens de persconferentie van de Nederlandse regering horen we dat vanwege de grote aantallen besmettingen in Nederland de coronamaatregelen aangescherpt worden. Overal in Nederland moet weer een mondkapje gedragen worden en het aantal plekken waar je alleen met een QR code toegelaten wordt is uitgebreid. Maatregelen die in Frankrijk al gelden en waar we aan gewend zijn.

Als we woensdag 3 november opstaan is er nog wel wat zon maar de wolken nemen de overhand en als we aan onze klim naar Andorra beginnen komen we in die wolkenband terecht. Gelukkig is deze erg dun want op 1830 meter komt de zon weer tevoorschijn. Wel ligt nu overal sneeuw, gelukkig is de weg schoon. Naarmate we verder stijgen neemt de dikte van het sneeuwpakket toe en de skipistes kleuren al aardig wit. Zodra we Pas de la Casa, een op de grens liggend stadje in Andorra,  gepasseerd zijn en aan de andere zijde van de berg weer afdalen is alle sneeuw weg. Slechts hier en daar ligt nog wat maar het grootste deel van het landschap is groen.

Onderweg naar Grau Roig

We zetten de camper neer op de grote parking van het skigebied Grau Roig. Op twee geparkeerde campers na die uit Andorra komen, staan we alleen hier. De zon schijnt en de temperatuur is minus drie graden. Best wel koud maar als je uit de wind loopt valt het mee. Dus wandelen we een stukje rond en klimmen de skipiste omhoog want boven op de piste ligt een cache ergens tussen de rotsen en die willen we natuurlijk vinden. Het is het een heerlijke tocht over de berghellingen naar hoger gelegen gebied. Als we weer terugwandelen begint het wat te sneeuwen maar dat weerhoudt me niet om nog een klein stukje (1 km) omhoog te wandelen naar een andere hier verborgen cache. Het sneeuwt nu wat serieuzer en het is ook erg koud dus mijn donsjack en muts zijn geen overbodige luxe.

De klim naar boven over de steile berghellingen valt niet mee maar ik heb geen zin om een heel stuk om te lopen en dus klim ik recht omhoog maar na wat ge-glibber kom ik veilig boven bij een mooi uitzichtpunt over Grau Roig en de omliggende bergen. Na opnieuw een steile afdaling kom ik in een lichte sneeuwstorm veilig terug bij de camper waar we besluiten hier niet te blijven.

Camperplaats bij de River Supermercado

De weersvooruitzichten voor deze plek, we staan op 2260 meter hoogte, geven aan dat het 10 graden gaat vriezen en dat er 2 cm sneeuw gaat vallen, dus maken we de camper reis klaar en dalen af naar San Julia de Loria. Dit plaatsje ligt nog op 1050 meter maar de parkeerplek ligt veel meer beschut achter de Supermercado River. Ik vind dit een heerlijke plek want we hoeven alleen een trap op om inkopen te doen. Nadat we op ons gemakje door de winkel hebben rondgeslenterd wandelen we terug naar de camper waar we via face time de jarige Susan uit Tucson-Arizona toezingen die lekker op stap is met Mike.

‘s Nachts daalt de temperatuur naar 2 graden maar het sneeuwt niet.

Donderdagochtend is de lucht weer staalblauw en langzaam stijgt de temperatuur van 3 graden naar uiteindelijk 15 graden. We besluiten nog een dagje te blijven en pakken onze fietsen. Op de berghelling aan beide zijden van het hoge smalle dal ligt een cache verborgen. Ook al is de afstand misschien hemelsbreed niet zo erg ver, de plek waar de caches verstopt liggen vereist dat we steil omhoog klimmen.

Eeuwen oud kapelletje in de bergen

Waarlijk niet altijd makkelijk want soms pakken we een verkeerd pad en moeten we weer afdalen maar uiteindelijk vinden we de juiste 10% steile helling die ons naar de top voert waar een prachtig kapelletje staat en we een mooi uitzicht hebben op de bergen van Andorra. Ik snap wel dat de Vuelta, de Spaanse wielerronde, deze klim regelmatig in zijn route opneemt. Omdat het nog niet echt laat is besluiten we ook de overzijde van de berghelling nog te beklimmen.

Opnieuw een route van de Vuelta en opnieuw een oneindige klim omhoog. Ik heb nog nooit zo lang met mijn e-bike in de sportstand gereden. Boven op de pas vinden we na enig zoeken de geocache.

De cache is gevonden

Eerst is er nog wat verwarring want het beest dat ik tussen de rotsblokken in een spleetje zie liggen doet mij niet direct denken aan een cache. Maar als ook een stokje geen beweging in het dier brengt durf ik mijn hand in het gat te steken en weet ik, hoog op de rotswand, de cache te pakken te krijgen. Als we weer afdalen vliegen we naar beneden, wel lekker na al die steile beklimmingen.

Nadat we weer terug zijn bij de camper wandel ik nog even naar een andere winkel iets verderop. Want natuurlijk moet je in Andorra shoppen. Erg veel is er echter niet van mijn gading maar op een paar nieuwe bont Crocs na, vind ik 2 mooie neckies voor Dick. Hij vindt het heerlijk om bij koude zo’n warmte col om zijn nek te doen dus hier zal hij wel blij mee zijn. Pas tegen half 6, het wordt al donker, ben ik terug bij de camper waar we heerlijk een wijntje drinken. Na onze steile beklimmingen hebben we  dat wel verdiend.

5 November worden we al vroeg in de ochtend wakker. De lucht is opnieuw staalblauw en de thermometer wijst 1 graad aan. Onze Franse butaanfles kan deze temperatuur niet meer aan want ons camper-dashboard blinkt rood en er gaat een waarschuwingssignaal af. Gelukkig staat de Franse butaan fles geschakeld met onze Nederlandse fles, die gevuld is met propaan, zodat de koelkast blijft draaien en we ook nog gas hebben om water te koken en dus koffie kunnen maken. Na het ontbijt gaan we op weg. Al snel arriveren we bij de Spaanse grens waar we aangehouden worden. Pas nadat de douanebeambte in de kastjes van de camper heeft gekeken en ook enkele buitenluiken van de camper heeft laten openen, is hij ervan overtuigd dat we niets mee smokkelen en mogen we Spanje inrijden. Mijn eerste route voerde ons heel noordelijk door de Pyreneeën, maar na een bemerking van Dick (het is wel winter en dus grote kans op pakken sneeuw) heb ik die route gewijzigd en dus rijden we nu een stuk zuidelijker alvorens weer naar het westen te koersen.

Golvende grasheuvels in Huesca

We arriveren tegen het middaguur in Huesca waar een koude wind waait en de temperatuur niet boven de 12 graden komt. Dus trekken we als de camper op de parking is neergezet onze jassen aan en wandelen naar het stadje. Heel bijzonder vinden we het hier niet. Wel is er een bijzonder park met golvende heuvels wat de aandacht verdiend. Als de schemering invalt keren we terug bij de camper. We hebben eten gehaald bij een Supermercado en nadat we ook onze isolatiemat voor de voorruit bevestigd hebben, sluiten we alles af. We hoeven er toch niet meer uit. Om 8 uur worden we opgeschrikt door bonzen op de voordeur. Als ik de deur open staan er twee politieagenten. Ze voeren een controle uit en noteren onze paspoortgegeven. Nog nooit heb ik dit meegemaakt maar navraag bij onze camperburen, die al langer hier staan wijst uit dat het hier klaarblijkelijk gebruikelijk is.

Als we zaterdag 6 november om half 8 opstaan schijnt de zon opnieuw volop maar de temperatuur geeft slechts 2 graden aan. Het is maar goed dat we gisteren de isolatiemat voor de ruit bevestigd hebben. Gisteravond is deze grote parkeerplek helemaal volgestroomd en nu staan er 21 campers. Er is geen plekje meer onbenut om een camper neer te zetten, dus erg vinden we het niet om verder te trekken Als snel rijden we op een “auto via” naar Zaragoza. Er staat een harde koude wind, het landschap ziet en verlaten en woest uit en over de weg dwarrelt Tumbleweed. Deze streek heeft een grote gelijkenis met sommige gebieden in New Mexico, USA.

In Soria zetten we de camper naast een LeClerc Supermercado en wandelen dan naar het oude stadscentrum. Ondanks de staalblauwe lucht en zon komt de temperatuur niet hoger dan 9 graden.
Soria is een leuk oud stadje. Overal lopen mensen op straat en in het stadspark staan velen bij de barretjes een glaasje te drinken. De Spanjaarden hebben dan wel een voor mij onbegrijpelijke levensstijl, het avondeten is pas rond 9 á 10 uur en alle winkels zijn van 2 tot 5 dicht, tijden waarop wij rondlopen, zodat ik hier niets kan kopen, maar van het leven genieten doen ze wel.

Motorrijders wachten op de start

Er is geen terrasje in de zon wat niet volledig bezet is. Op een van de pleinen is het extra druk omdat hiervandaan een motortocht van start gaat. Honderden motoren staan klaar om te vertrekken  en het motorlawaai klinkt door in alle hoeken. We dwalen nog enige tijd door de smalle oude straatjes van dit leuke stadje voordat we terugwandelen naar de camper. We hebben inmiddels buren gekregen, het wordt nog druk hier.

Omdat we opnieuw op 1030 meter hoogte staan wordt het al snel koud als de zon achter de bergen verdwijnt en dus hangen we onze isolatiedeken weer voor de voorruit. Je merkt binnen direct dat het verschil maakt.

Zondagochtend 7 november zijn we vroeg wakker en nadat we diesel getankt hebben vertrekken we. De temperatuur is slechts 4 graden en er waait een ijzig koude wind vanuit de Pyreneeën. Ik ben blij dat we niet een noordelijker route hebben genomen. Want zelfs nu, een stuk zuidelijker, rijden we voortdurend over hoogvlaktes en komen zelden onder de 1000 meter.

Grote groep Gieren langs de weg

Het is doodstil op de weg en we komen geen enkele andere auto tegen tot Dick even langs de kant van de weg stopt om mij de gelegenheid te geven een groep Gieren, die ik vanuit de lucht naar beneden zag duiken, te fotograferen. Hij stopt nog niet langs de rand van de weg of luid toeterende auto’s passeren ons. Waar die nu zo plotseling vandaan komen?

Camperplaats bij de Arena in Segovia

In de verte zien we de besneeuwde bergen liggen en tegen het middaguur arriveren we in Segovia. Naast de arena waar vroeger stierengevechten werden gehouden, vinden we een plekje, wel in de lengte richting geparkeerd en niet in een parkeervak.

Opnieuw zijn we daar te lang voor. Als de camper staat zien we dat zich 800 meter verderop een Lavanderia bevindt. Meer aansporing heb ik niet nodig. Dick pakt de fietsen en ik al ons wasgoed en niet veel later fietsen we ernaartoe. Er is niemand en dus kunnen we de beschikbare machines direct inladen. Terwijl Dick in de buurt nog even een cache zoekt blijf ik wachten tot alles schoon, droog en weer opgevouwen is en 2,5 uur later zijn we weer terug bij de camper. Nadat Dick de fietsen ook weer in de garage heeft opgeborgen wandelen we naar het centrum van Segovia.

Aquaduct in Segovia

 

Eigenlijk een goede tijd want de siësta van de Spanjaarden is net beëindigd en iedereen loopt rond bij het enorme aquaduct. Het is waarschijnlijk het beste en meest complete aquaduct vanuit het Romeinse rijk met 120 pilaren, een maximale hoogte van 28,10 meter en een lengte van 16.220 meter en stamt uit het einde van de 1e eeuw. Wat een bijzonder bouwwerk en zo enorm groot, echt bijzonder. We lopen er enige tijd rond maar dan wordt het al wat schemerig en dus, na nog wat foto’s, wandelen we weer op ons gemakje terug naar de camper waar we nog lang nagenieten van het beeld van het aquaduct.
Maandag 8 november staan we pas om half 9 op. Omdat vlakbij een supermarket is die ook nog eens op dit tijdstip van de dag open is, haal ik vers stokbrood. Heerlijk en dat terwijl ik me er al bij had neergelegd dat we in dit land ’s ochtends geen vers brood kunnen halen omdat de meeste winkels pas om half 10 open gaan. Na ook nog gedumpt te hebben en water getankt, vertrekken we. Er is nog heel veel te zien hier maar dat bewaren we voor een volgende keer. Als de koop van het huis van Sandra en Rene in Portugal doorgaat zullen we die zeker wel eens opzoeken en dan kunnen we Segovia mooi als tussenstop gebruiken.

Vanuit Segovia, wat al op 960 meter hoogte ligt, klimmen we verder de bergen in over zeer steile smalle bergweggetjes met soms zulke steile haarspelden dat de snelheid van de camper naar 10 km terugvalt, maar eindelijk arriveren we boven op de pas op bijna 1900 meter hoogte en nemen we afscheid van de sneeuw om ons heen en dalen af naar de hoogvlakte ten westen van Madrid. Voor het eerst vinden we het landschap wat saaier. Hier, niet ver van Madrid, is redelijk wat industrie en opvallend is het grote aantal Chinese bedrijven wat hier gevestigd is.

Kathedraal van Toledo

In Toledo vinden we snel een parkeerplek onder de oude stad en zetten we onze camper neer. Na wat te hebben gedronken wandelen we richting stad. Eerst nog een stukje langs de rivier waar we genieten van het uitzicht op het kasteel maar dan dichter naar de stadsmuur waar zich recht boven ons de oude stad Toledo bevindt. Gelukkig zijn er steile roltrappen die je de berg op brengen maar wij moeten zo nodig halverwege uitstappen (natuurlijk om een cache te zoeken) met als gevolg dat we toch nog een enorme steile klim maken voor we echt (hijgend en puffend) in het oude stadscentrum arriveren.

Toledo heeft een authentiek centrum en het is heerlijk door de smalle straatjes te dwalen. Geen wonder dat de volledige binnenstad van Toledo op de wereld erfgoed lijst staat. Geen stukje is echter vlak en het is klimmen en afdalen over middeleeuwse keitjes. Het is ook druk, naast ons slenteren grote groepen toeristen rond. Helaas is de grote Kathedraal gesloten. We hebben al eerder gemerkt dat de kerken in Spanje vaak op slot zijn. Laat in de middag keren we weer terug naar de camper. We hebben pech, van de 6 roltrappen die steil naar beneden voeren zijn er twee defect zodat we die naar beneden moeten lopen. Daar er in de buurt van de parkeerplek nergens een geopend restaurantje is halen we een stokbrood bij een Chinese winkel waar we ons avondmaal mee doen.

Ook in Toledo hebben we nog lang niet alles gezien maar toch reizen we dinsdag 9 november weer verder. Na een uurtje zijn we op onze bestemming, het stadje Consuegra, waar zich op de berghelling boven het stadje de molens bevinden waar Don Quijotte tegen vocht. Don Quijotte de la Mancha is een roman die geschreven is door Miguel de Servantes in 1605 en werd het meest opmerkelijke werk van de Spaanse literatuur. Het verhaalt over de Spaanse edele Alonso Quijano die door het lezen van te veel ridderromans zijn verstand kwijt is geraakt.

Hij meet zich het imago van een dolende ridder aan en begint als Don Quijotte de la Mancha aan een dwaaltocht over het Spaanse platteland. Met een oud verroest harnas  en papieren helm en zijn uitgemergelde boerenknol, die hij zijn strijdros Rocinant noemt, trekt hij ten strijde tegen alle soorten onrecht.

Don Quichot in staal

Hij hoopt zo in de gunst te komen van een begeerlijke prinses, zijn grote liefde, die de idealisering is van een eenvoudige boerendochter uit een naburig dorp. Op zijn tocht wordt Don Quijotte vergezeld door zijn buurman en dienaar Sancho Panza, een boer die weliswaar analfabeet is maar niet dom en die weet dat zijn meester niet goed bij zijn hoofd is. Sancho volgt hem echter omdat hij geloofd in de beloning die Don Quijotte hem in het vooruitzicht stelt. Dat Don Quiijotte behoorlijk in de war is blijkt als hij tijdens zijn tocht herbergen aanziet voor kastelen, geestelijken voor schurken, windmolens voor reuzen en een kudde schapen voor een leger. Gelukkig stuiten zijn waan ideeën steevast op de nuchterheid en de voorzichtigheid van Sancho en het boek wat over deze held geschreven is laat dus de botsing zien tussen de ideale en fictieve wereld van Don Quijotte en de werkelijke wereld van Sancho. Natuurlijk willen wij rond dwalen tussen deze molens en nadat de camper beneden in het dorp geparkeerd is, beginnen wij aan de klim de berg op en al snel bevinden we ons bij de eerste van de 12 molens, hoog op de berg en met een schitterend zicht over de omringende hoogvlakte. Het is leuk om hier rond te dwalen en daar we vanwege een geocache met de toepasselijke naam: “No son Molinos sino gigantes” (het zijn geen molens maar reuzen) alle namen van de molens moeten weten lopen we ze alle 12 af.

De windmolens staan in een rij

Daar niet alle molens aan een wandelpad liggen vereist dat zo nu en dan best wel wat klauterwerk. Natuurlijk nemen we veel foto’s en ook gaan we een van de molens in om te kijken hoe het mechanisme ervan werkte. Al met al een bijzonder leuke en leerzame tocht.  Daar het pas 2 uur is als we terug zijn bij de camper en er verder weinig te beleven is besluiten we nog iets door te rijden en een uurtje later arriveren we in het stadje Daimiel. Daar is een parkeerterrein tegenover een supermercado en dus kunnen we weer wat inkopen doen. Maar eerst gaan we nog een wandeling in dit stadje maken . Als we eindelijk weer terug bij de camper zijn en ook nog boodschappen hebben gedaan zijn we wel wat moe. Dat mag ook wel na al het klimmen, klauteren en rondkijken van vandaag. De parking blijft doodstil en we blijven hier helemaal alleen.

Woensdag 10 november staan we pas om half negen op. Alhoewel de winkel aan de overkant open is als we gedoucht hebben is deze niet berekend op de vraag naar vers brood zo vroeg in de ochtend want dat is er nog niet, dus opnieuw geen vers brood als ontbijt. Opnieuw voert onze tocht ons dwars door de bergen. Dit hele westelijk deel van Spanje lijkt wel uit bergketens te bestaan. Het is wel mooi want regelmatig rijden we langs witte dorpjes die tegen de berghellingen aangeplakt zijn.

Tegelplateau van Don Quichot in Cordoba

Om half 2 arriveren we in Cordoba. Vlak naast het centrum ligt een betaalde parking  waar we de camper neerzetten. Het heeft als voordeel dat we pal naast de binnenstad staan en dus snel wandelen we door de stadspoort Cordoba in. Weer een historische stad met smalle straatjes en Moorse invloeden. In het jaar 756 werd de stad zelfs de hoofdstad van het emiraat van Cordoba en de machtigste stad van het Moorse rijk Al Andalus dat vrijwel het gehele Iberische schiereiland besloeg. De grote Moskee van Cordoba, de Mezquita, stamt uit deze periode. Het was destijds de grootste moskee van Europa met 1200 zuilen en bood plaats aan 20.000 moskeegangers. Na de heroveringen door de Katholieke koningen in 1236 werd deze Mezquite omgebouwd tot Kathedraal. In het hart van de Mezquite werden 400 pilaren verwijderd zodat plaatsgemaakt kon worden voor de Kathedraal. Natuurlijk willen we hier een kijkje nemen. Het is inmiddels een uur voor sluitingstijd dus de drommen toeristen zijn al vertrokken maar toch is het nog behoorlijk druk binnen.

Honderden pilaren in de Mezquita

Het is een verwarrend gebouw met rood witte pilaren, in het half duister gehuld en in het midden bevindt zich de Kathedraal, volop in het licht. We komen ogen tekort om alles te bekijken. Pas net voor sluitingstijd vertrekken we weer. Na nog een kijkje bij de rivier met zijn Romeinse brug wandelen we langs een middeleeuws paleis, het Alcazar. Het is leuk om ook het hotel te zien waar Tante Ank, Hannah en ik gedurende een van de laatste vakanties van Ank hebben verbleven. Regelmatig, als we weer over de hobbelkei straatjes lopen, hoor ik haar stem: “kan het niet wat rustiger”? Voor een rolstoel waren deze straatjes nu eenmaal niet echt geschikt. Als we eindelijk bij de camper terugkeren is het inmiddels donker. Ondanks het enorme verkeerslawaai buiten, we staan bij een drukke kruising van wegen rondom het centrum, slapen we als rozen.

Schapen onderweg in El Torcal

Donderdag 11 november zitten we al om 8.30 uur aan het ontbijt. Natuurlijk dumpen we en vullen met water voordat we de bergen intrekken. Voor zover we kunnen kijken is elk stukje helling is bedekt met olijfbomen, sommigen bomen zijn al heel oud, anderen net geplant. Uiteindelijk arriveren we in Antequerra waar we via zeer steile hellingen, de camper redt het maar net, omhoog klimmen naar het natuurgebied El Torcal. Net na het laatste steile stuk naar de top vinden we een parkeerterrein waar we de camper kunnen parkeren. Van hier willen we lopend naar de top. Volgens Dick moet dat makkelijk kunnen want gisteren hebben we in Cordoba toch ook meer dan 10 km rondgewandeld. Ondanks het feit dat de lucht grijs is komt er regelmatig een zonnetje tevoorschijn. Helaas niet gedurende onze hele klim naar boven. Wolken krijgen steeds meer de overhand als we op weg naar boven zijn, dwars door de bergen en over soms steile paadjes. Tijdens onze klim omhoog komen we regelmatig bergschapen tegen die ons verbijsterd aankijken en ook enkele gemsen blijven verrast staan als ze ons gezelschap waarnemen.

Rots landschap El Torcal

Gelukkig zijn er op de klim omhoog, bij enkele bijzondere rotsformaties, ook nog geocaches te vinden zodat we afgeleid worden van de vermoeienissen van de klim. Pas net voor de top, wanneer we al tussen vreemde rotsformaties lopen zien we ook andere wandelaars. Alhoewel de klim eindeloos blijft doorgaan en het einde niet in zicht komt, bereiken we uiteindelijk toch de top van El Torcal waar we, omdat er een ijzig koude wind waait, snel het restaurantje induiken. Na even de menukaart te hebben bekeken bestellen we drinken en een burger. Ook al is deze niet echt speciaal, na twee uur klimmen smaakt hij prima.  Ook dit natuurgebied hebben Hannah en ik destijds met tante Ank bezocht, natuurlijk per auto. Omdat zij in de rolstoel zat mochten we toen doorrijden met de auto  tot de top. Dat was in het voorjaar, toen het beduidend warmer was want wij konden toen buiten op het terras zitten en genieten van de woeste rotsformaties die op dit plateau te vinden zijn. Ik ben blij er nu terug te keren zodat Dick deze omgeving ook kan bewonderen. Had echter nooit gedacht dat hij na zijn knie operatie nog zo’n klimtocht zou kunnen maken. Ben heel gelukkig dat het gelukt is om samen naar boven te klimmen. Nadat we boven nog wat rondgekeken hebben beginnen we aan onze afdaling. Gelet op de steilte van de paadjes lijkt het ons niet zo’n strak plan om dezelfde weg ook af te dalen dus wandelen we over de best wel steile weg terug naar beneden.

De Gems houdt alles in de gaten

Ook deze weg heeft zijn charmes vanwege de regelmatig schitterende vergezichten, enkele op de rotsen staande Gemsen en ook enkele geocaches. Wanneer we terugkeren bij de camper is het al bijna schemerig. We bevinden ons nu op bijna 1000 meter dus zodra de nacht invalt zetten we de isolatiemat voor de voorruit. Omdat we voor het eerst gedurende onze tocht in de bergen staan, helemaal alleen en ver van de bewoonde wereld, sta ik midden in de nacht op om even buiten te kijken.

Avond op de camperplaats El Torcal

Op wat lichten in de diepte na, is het hier echt donker. Buiten de USA heb ik nog nooit zo’n schitterende sterrenhemel gezien. En het is zelfs niet echt koud, de wind is wat gaan liggen en ondanks het feit dat het slechts 8 graden is, voelt het warmer aan. Tevreden kruip ik weer in bed.

Vrijdag 12 november verlaten we de bergen, de lucht is weer staalblauw en de zon schijnt volop. Het is beduidend warmer dan we verwacht hadden en de fles butaan piept niet eens dat hij het te koud heeft om gas te geven. Na even een stop boven de stad Antequerra waar we een schitterend zicht op het kasteel hebben zakken we verder naar beneden en opnieuw zien we overal om ons heen grote velden met olijfbomen. Uiteindelijk arriveren we in de stad Ronda waar we een prachtig plekje vinden op een betaalde camperplek. Er staan hier ook wasmachines (nu ja, één wasmachine en één droger) dus gaan we wassen. Iets wat veel geduld met zich meebrengt want laat de wasmachine nu net bezet zijn. Pas na anderhalf uur ben ik in staat onze was erin te stoppen. En als dan ook blijkt dat de droger niet echt goed zijn werk doet, zodat we al onze was twee maal moeten drogen, zijn we pas eind van de middag klaar. Maar ik heb de hele middag heerlijk in het zonnetje gezeten voor de camper. Pas net voordat onze was echt droog was moest ik naar binnen omdat de koude wind buiten zitten onmogelijk maakte. Om 17.30 uur wandelen we nog even naar een supermarket. Deze is verder weg dan we dachten maar uiteindelijk zijn we terug bij de camper met al onze inkopen en hangt de isolatiemat weer voor de voorruit, we bevinden ons immers nog steeds in de bergen op 750 meter hoogte. De rest van de avond kijken we lekker TV en lezen we wat.

De brug over de kloof in Ronda

Zaterdag 13 november staan we pas om half negen op  en na het ontbijt wandelen we het stadje in. Ronda staat bekend om zijn diepe kloof en die moeten we zien. Het is best een eindje lopen vanaf de camperplek maar zodra we het oude stadsdeel naderen is dat geen straf want we dwalen door smalle straatjes, wandelen langs winkeltjes en arriveren dan in een park wat ons langs de kloof leidt. Overal is het hier druk, busladingen toeristen worden uitgeladen en allemaal  lopen die over hetzelfde pad. Regelmatig verdringen we elkaar om een blik te werpen in de diepte. Vanaf de brug is er niet zo’n mooi zicht op de kloof, en ook vanaf de zijkant waar ik met tante Ank en Hannah destijds een schitterend zicht op de kloof had valt het uitzicht wat tegen. Voornamelijk veroorzaakt doordat de zon in dit jaargetijde veel te laag staat en dus grote schaduwpartijen op de brug vallen. Na wat foto’s wandelen we dus maar verder het oudste stadsdeel door. Wel aan de hand van enkele caches want inmiddels hebben we ontdekt dat die ons naar de meest bijzondere plekjes brengen.
En ja, al snel wijst de GPS ons dat we  een steil wandelpadje naar beneden moeten nemen wat ons dieper en dieper het dal in brengt tot onder de oude stadsmuren.

Banos Arabes in Ronda

Nu is het nog maar een klein stukje lopen naar het Banos Arabes, een bijzondere bewaard Moors badhuis uit de 13eeeuw.  Dus even later staan we in de rij om een kaartje te kopen en kunnen we het voormalig badhuis doorlopen. Dit is echt een bijzonder plekje en komt verder tot leven als we de animatiefilm zien die ons, in het Spaans weliswaar, de geschiedenis van dit badhuis laat zien. Zelfs het plateau waar de ezels hun rondjes draaiden om het water vanuit de rivier op te pompen en via een aquaduct naar het badhuis te vervoeren,  waar het verwarmd kon worden, is nog intact. Je voelt de oude tijden hier herleven. Gelukkig kunnen we ook nog een Engelse versie van de animatiefilm bekijken zodat leemtes door taalgebrek opgevuld worden.

De bodem in bijna net te zien

Uiteindelijk wandelen we op ons gemakje weer verder. Nu ja, op ons gemakje, omdat we bijna op de bodem van de kloof staan moeten we een stevig eind omhoogklimmen over smalle paadjes om uiteindelijk weer in het stadje hoog boven de klif te komen. Vanaf een andere kant klimmen we nu langs de kloof omhoog vanwaar we een veel beter zicht op de brug hebben die deze kloof overspant. Uiteindelijk zijn we weer in de winkelstraat waar we een terrasje proberen te vinden. We zijn er echt aan toe om Iets te eten en te drinken. Het is 18 graden en al uren hebben we niets gehad. Laat ik nu op deze lange stoffige wandeling geen water hebben meegenomen. Uiteindelijk vinden we bij een barretje een vrij tafeltje waar we kunnen zitten en een heerlijk broodje eten. En er is heerlijk vers uitgeperst sinaasappelsap. Het smaakt heerlijk. Na weer bijgekomen te zijn wandelen we op ons gemakje terug naar de camperplek vanwaar ik nog even naar een supermercado loop om eten te halen. Nog steeds hebben we niet geleerd om voor enkele dagen eten te halen wat natuurlijk veel handiger zou zijn. ’s Avonds stroomt de camperplek helemaal vol.

Als we zondag 14 november wakker worden schijnt de zon volop en ook al is het in de vroege ochtend slechts 10 graden, de temperatuur warmt snel op. Met zulk weer willen we nog wel een dagje blijven en al snel na het ontbijt haalt Dick de fietsen tevoorschijn. Niet veel later fietsen we het stadje door over de beroemde brug over de kloof en klimmen we verder de berghelling op die een schitterend zicht op het stadje Ronda biedt.

Op de fiets rond Ronda

Via onverharde wegen rijden over een bergkam en telkens weer zijn er schitterende doorkijkjes naar Ronda en kijken we uit over de plekken waar we gisteren hebben rondgelopen. Helaas is de Ermita, een klein kerkje aan het einde van deze berg, gesloten. Wel is er net buiten het hek een cache verstopt dus daal ik af naar dit in de diepte aanwezige hek rondom het kerkje. Dick waagt zich niet aan deze steile afdaling en blijft boven bij de fietsen. Ik snap dat een kluizenaar zich hier terugtrok. Wat is dit een schitterend plekje, je voelt je hier helemaal alleen op de wereld.

Buiten mij is er geen enkel levend wezen behalve enkele rode bisschoppen (zwarte vogels met knalrode snavels)  die vanaf de dakrand van het kerkje naar mij krijsen. Even blijf ik in gebed verzonken staan op de rand van de klif. Wat ben ik dankbaar dat we de gelegenheid hebben zulke mooie oorden te ontdekken.

Rode Bisschoppen op de dakrand

Dan begin ik weer aan de klim naar boven waar Dick ook geniet van de blik op de omringende bergen. Langzaam fietsen we terug, in stilte. Deze stilte wordt fors doorbroken als we weer terug zijn in Ronda bij de Puente Nova waar honderden toeristen over heen marcheren. En het is nog niet eens het hoogseizoen. Omdat ik graag een kaart wil versturen stoppen we even bij een winkeltje op het plein waar ik kaarten en postzegels koop. Als ik thuis de kaarten schrijf zie ik dat de postzegels niet in een normale brievenbus kunnen maar in een aparte toeristen brievenbus gedeponeerd moeten worden. Balen, want die staan alleen in de toeristencentra. Dus pakt Dick, die net onze fietsen weer in de garage had opgeborgen, mijn fiets er weer uit en net nog voor het vallen van de schemering lukt het me om de kaarten in de speciale brievenbus van het toeristenwinkeltje te deponeren. Of deze kaarten ooit aankomen? Ik heb er een hard hoofd in. Omdat de camperplek ook een plaatsje heeft om campers schoon te spuiten houden we ons daar nog even mee bezig als ik weer terug ben. Het meeste vuil is nu gelukkig weg. Helaas blijkt deze dag geen goed moment om wat te schrijven want ’s avonds raak ik een verkeerde toets aan en is alles wat ik vandaag geschreven heb, verdwenen. Ik kan opnieuw beginnen met mijn verhaal.

Op het moment van plaatsing van dit artikel zijn we alweer thuis. Het 2-de deel wordt momenteel geschreven en zal binnenkort ook gepubliceerd worden.

Dit bericht is geplaatst in EUROPA. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.