Weer terug naar de USA

Na een vakantie (zo voelt het in ieder geval) van veertien dagen in Nederland waarbij we heel veel bij vrienden en familie verblijven en regelmatig getrakteerd worden op heerlijke maaltijden en enorm veel gezelligheid arriveren we woensdag 5 oktober na een reis van 25 uur weer in de USA, waar we zonder problemen opnieuw een stempel voor een half jaar krijgen wat we overigens niet nodig zullen hebben omdat we met kerst weer even terug vliegen naar Nederland. De lange tijdsduur van de reis is niet omdat de vliegafstand naar Fresno via San Francisco zo lang is, maar omdat ik uit zuinigheids overwegingen zo nodig een vlucht moest nemen die vertraging heeft, waar we enkele malen moeten overstappen en ook nog eens een bestemming uitgezocht heb naar een uithoek van California. Maar uiteindelijk arriveren we woensdagavond 22.00 uur in Fresno, California. De taximan snapt absoluut waar we naar toe moeten omdat het adres van de storage zo nieuw is dat het nog niet in zijn Hakuna (TomTom) staat maar, met wat aanwijzingen van ons beiden, arriveren we uiteindelijk bij de poort van Derrels Storage waar we tot de ontdekking komen dat we geen flauw benul hebben van het landennummer van de USA. En dat hebben we echt nodig willen we Rod en Christine kunnen bellen om de poort van de ommuurde storage te openen. Gelukkig vindt Dick na veel zoeken in zijn computer een nummer en na nog wat combinaties geprobeerd te hebben op mijn telefoon, waarvan de batterij bijna op is, lukt het contact te krijgen, doet Rod de poort open en kunnen we het terrein van de storage oplopen naar onze camper waar we nog even tijd hebben om de fietsen buiten te zetten maar daarna in de camper moeten blijven, willen we niet het gehele terrein in een alarmfase laten komen.

Alhoewel we redelijk snel in slaap vallen zijn we als gevolg van onze jetlag al vroeg wakker zodat we het licht zien worden. Gelukkig kan Dick tegen 7 uur de camper uitlopen om het gas aan te sluiten zodat we ons in ieder geval met warm water kunnen douchen. Na het ontbijt ruimen we de inhoud van onze reistassen uit en even later rijden we naar een grote winkel om onze verse voorraden aan te vullen en enkele uren later, we winkelen altijd op ons gemakje in deze grote winkelcentra, rijden we naar de camping waar we elektra en water hebben zodat alle klusjes om de camper in orde te brengen na 14 dagen stilstand, verricht kunnen worden. We hebben wat onderdelen meegesjouwd die Dick wil monteren en de koelkast heeft een extra poetsbeurt nodig. De hele middag zijn we bezig waarbij we en passant uitzoeken wat morgen in de storage gezet kan worden zodat we meer ruimte hebben als we over enkele dagen met Thecla en Thomas gaan rondtrekken. Uiteindelijk om 19:00 uur, als het donker wordt, hebben we er genoeg van om verder te klussen en bereiden we op ons nieuwe gasstel een heerlijke maaltijd die we, omdat de temperatuur inmiddels naar 15 graden is gedaald, in de camper nuttigen. Vrijdag 7 oktober staan we, opnieuw door de jetlag, al om half zeven in de wasruimte, proberen even te skypen wat door de slechte verbinding niet zo goed lukt en rijden dan naar de storage waar we gezellig met Christine en Rod praten, hen wat echte “Hollandse cookies” geven en een huurcontract voor een storagebox tekenen waar we even later al onze duikspullen en andere zaken die we voorlopig niet nodig hebben, stallen.

Daarna zoeken we een postkantoor op waar we de cilinderkop wegsturen naar Nederland. De garage, waar we langs zijn geweest om verhaal te halen voor de verkeerd gestuurde cilinderkop, wil en kan niets toezeggen alvorens zij deze (volgens ons verkeerde) cilinderkop hebben onderzocht. Er moet bij de post office heel wat papierwerk ingevuld worden maar uiteindelijk beland de foute cilinderkop in het US postal systeem en zal het naar Cosmo Trucks in Harderwijk verstuurd worden.

En dan is het tijd om voorbereidingen te treffen voor de avondmaaltijd van vanavond. We zijn door Rod en Christine uitgenodigd voor een party bij de storage, extra toepasselijk omdat Dick vandaag jarig is. Het is een Potluck Karaoke party wat betekent dat iedereen naast een goed humeur en een goede stem (nodig voor karaoke) ook wat te eten meeneemt. We besluiten naast de Hollandse stroopwafels en speculaasbrokken, gekruide gehaktballetjes en aardappelsalade mee te brengen zodat we op het terrein van een winkelcentrum aan het koken en bakken slaan. Om 19:00 uur arriveren we met al onze heerlijkheden bij de storage en maken we kennis met de andere gasten die ook met verschillende lekkere gerechten aankomen. Het gezelschap blijft beperkt zodat we gezellig bij Rod en Christine binnen kunnen zitten, wat niet echt erg is want nu het donker is geworden koelt het best wel af. We hebben een heerlijke avond en vieren uiteraard Dick’s verjaardag. We mogen uit een dik boek uitzoeken welke liedjes we willen zingen waarvan de tekst vervolgens op de TV geprojecteerd wordt. Naast zelf (ietwat vals zingen)  luisteren we met verbazing naar de prachtige stemmen van Christine en haar dochter Michelle en raken niet uitgepraat over de geweldige stem van Joe. De avond vliegt om en tussen het zingen door eten we voortreffelijk van alle meegebrachte etenswaren en praten veel met elkaar. Helaas komt ondanks al deze gezelligheid en het zingen ook een einde aan deze avond en om half 12 gaat iedereen huiswaarts waarbij wij slechts 50 meter hoeven te lopen alvorens in ons bedje te kunnen kruipen, waar we als rozen slapen.

De volgende morgen worden we om zeven uur door Rod uitgenodigd om gezellig bij hem en Christine te ontbijten we worden op vers gebakken pumpkins bread met roer-eieren en koffie getrakteerd. We praten alsof we elkaar al jaren kennen en genieten van het heerlijke eten. Maar uiteindelijk nemen we om tien uur afscheid van elkaar maar niet nadat we eerst een grote bak met deeg toegestopt hebben gekregen waar we de komende dagen dat heerlijke pumpkin bread van kunnen maken. Dan rijden we weg, op naar San Francisco waar we vanavond Thecla en Thomas zullen ophalen van het vliegveld. Het is warm geworden en onderweg komen de temperaturen niet meer onder de 30 graden. Het adres van Wal-Mart in San Francisco waar ik zou willen overnachten blijkt geen winkel te zijn maar een kantoor van Wal-Mart zodat we toch een campground moeten zoeken. Vlakbij het treinstation van South San Francisco met halte naar het  vliegveld vinden we een campground waar we de camper stallen en om zeven uur nemen we de trein naar het vliegveld waar we om negen uur Thecla en Thomas begroeten. Een taxi rit met zijn vieren blijkt net zo duur te zijn als een trein rit dus laten we ons comfortabel naar de campground terugrijden en na nog even bijpraten duiken we elk ons comfortabele bed in de camper in.

Zondag 9 oktober staan we al om zeven uur naast ons bed. Wij, omdat we uitgeslapen zijn en Thecla en Thomas omdat zij nog last hebben van jetlag. Na een heerlijke douche op de camping en een uitgebreid ontbijt in de camper (vanwege de zeemist van San Francisco is het buiten niet warmer dan 15 graden) rijden we met de camper dwars door San Francisco naar de Golden Gate Bridge, onze eerste stop. Opgetogen kijken we naar deze beroemde brug, een groot zeeschip dat er onder door vaart en het beroemde eiland Alcatraz. De zeemist is wel wat opgetrokken maar belemmert nog steeds het zicht op Downtown San Francisco. Na nog een laatste blik op deze wonderbaarlijke brug vervolgen we onze weg door het landelijke California tussen landerijen van vruchtbomen, amandelbomen, druiven, tomaten- en pompoenvelden naar de voet van Yosemite waar Thomas via een steile pas de bergen in klimt om te eindigen in Yosemite National Park. Helaas is de camping in het midden van het park vol maar bij de ingang vinden we een camping met plek waar we ons installeren een lekker houtvuur maken en ons eten boven dit houtsvuur bereiden. Nu ja, Thecla, Dick en ik zitten erbij en maken de bijgerechten, Thomas kruid en grilt het vlees. Deze eerste echte avond samen tekent het begin van veel gezelligheid en ondanks de wat lagere temperaturen zitten we lekker dik ingepakt lang buiten bij het houtvuurtje. Na als rozen geslapen te hebben staan we maandag 10 oktober om half zeven op en na alle vier gebruik te hebben gemaakt van de douche in de camper (zelfs bij vier man houden we warm water) ontbijten we buiten op de daar geplaatste bank. Het is weliswaar koud maar met een hoodie en trui aan is het goed uit te houden. Een grappige Stellar Jay komt om eten bedelen en we genieten van de overal rondlopende squirrels. Dan rijden we verder Yosemite in waar we een wandeling maken. De koffie na afloop smaakt prima maar omdat de campground nog steeds vol is en het is begonnen te miezeren besluiten we door te rijden over de Tioga pas. Deze pas is een groot deel van het jaar gesloten maar momenteel nog open en dus reizen we via deze pas naar een hoogte van meer dan 3000 meter. Dat we steeds hoger komen is te zien aan de ladingen sneeuw die langs de kant van de weg opgestapeld zijn maar het regent onophoudelijk dus het is eigenlijk niet aangenaam om onderweg te stoppen zodat we doorrijden tot we aan de andere kant van de pas de zon tevoorschijn zien komen. Na even een bezoek bij het Visitor Center van Monolake, waar we ook een film kijken over het ontstaan van de grillige rotsstructuren in het meer, besluiten we in de Canyon van het stadje Lee Vining een campground te zoeken en na even zoeken vinden we een prachtige plek waar we, na van een Amerikaanse buurman wat hout te hebben gekregen, een vuurtje stoken waar Thomas ons vlees op bereid. Alhoewel het buiten niet echt warm is, is het met een trui aan goed uit te houden bij het houtvuur. Buurman Amerikaan, aangetrokken door dat vreemde kenteken, komt een praatje maken en zijn vrouw komt ook even buurten.

Omdat het dinsdagmorgen nog te koud is om buiten te zitten (het is maar 6 graden)  ontbijten we in de camper. De zon verschuilt zich nog achter de bergen maar de lucht is al staalblauw. Na het ontbijt rijden we naar het Mono lake waar de prachtige sculpturen van calcium-carbonaat te zien zijn. De zon schijnt inmiddels volop en dat is te merken aan de temperatuur die naar de 25 graden schiet. De wandeling langs de oever van het meer is leuk. Niet alleen omdat de rotsen in het water grillige vormen hebben maar ook omdat aan de oever van het meer miljoenen vliegen nestelen die als je er langs loopt als een zwerm opvliegen. Wat is dus leuker dan (als een kind) langs de oever te rennen en de vliegenzwerm voor je te zien opstuiven. Na deze indrukwekkende en leuke wandeling zetten we onze reis voort langs de besneeuwde bergen van de Sierra. Net voor Lone Pine waar we willen overnachten (dit plaatsje staat bekend om de cowboyfilms die in het met rotsblokken bedekte landschap worden opgenomen) komen we langs Manzanar, een plek waar na het bombardement op Pearl Harbour, alle Japans en Chinees uitziende Amerikanen naar toe werden gestuurd. Uiteraard willen we ook dit stukje geschiedenis gaan bekijken en verdwaasd lopen we rond in deze uithoek van het land waar het in de barakken ‘s winters bitter koud was en in de zomer verstikkend heet. Geen van ons realiseert zich dat er in dit kamp (en er waren nog 10 andere) in die periode meer dan 100.000 Amerikanen zijn opgesloten alleen omdat zij een Aziatisch uiterlijk hadden. Onder de indruk van alles wat we gezien en gehoord hebben rijden we verder en vinden even later in Lone Pine een campground aan een klein stroompje. Het is een stukje zand midden in de woestijn met uitzicht op de hoogste berg van California en het ruikt er doordringend naar paardenmest, maar het is een idyllisch plekje en alle vier zijn we er enthousiast over. Al snel is ieder bezig met de voorbereidingen voor het eten. Thecla snijdt de groente, Dick haalt de Skottel tevoorschijn, Thomas zoekt de kruiden uit en ik breng bestek en borden naar buiten. Gelukkig ligt Lone Pine slechts op 1100 meter hoogte dus is het hier veel warmer en kunnen we met eten en nog lang daarna in het maanlicht buiten zitten.

Woensdag 12 october ontbijten we lekker buiten in het zonlicht dat net over de bergrand tevoorschijn komt. De hemel is weer staalblauw en het belooft weer een warme dag te worden. Na nog wat boodschappen te hebben gedaan rijden we door het woestijn landschap naar Death Valley. Naast Joshua Trees, herkenbaar aan hun opstekende takken, als armen naar de hemel geheven, is er niets om ons heen dan warmte die alleen maar heter wordt naarmate we het park naderen. Om 12.00 uur zitten we op de balustrade van een outpost in Stovepipe Wells waar we bij een temperatuur van bijna 40 graden een ijsje eten. Iets verderop zijn zandduinen maar na een stukje door het zand te hebben gelopen besluiten we toch niet de hoogste zandhellingen te beklimmen maar terug te keren naar de auto waar we weliswaar geen airco hebben maar door het tegen elkaar open zetten van alle ramen is het goed toeven in de camper. Na nog een kleine wandeling naar Borax mijnen en het dumpen van grey en black water hebben we genoeg hitte gehad en zetten we de camper op de enige campground die open is en nestelen ons in de schaduw van de camper waar we foto’s uitladen, folders lezen, stukjes schrijven en administratie doen. Pas als de zon achter de bergen duikt worden we wat actiever en lopen een van de hellingen op vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over de Valley. Thomas bereid ons vlees op de grill want een campvuurtje zien we bij temperaturen van 30 graden geen van allen zitten.

De avond is prachtig in de woestijn temeer omdat de maan volop schijnt en als je ogen gewend zijn het bijna daglicht lijkt. We genieten van de koelte van de avond en nacht (het wordt niet koeler dan 25 graden) en slapen alle vier als rozen.

Als we donderdag 13 october om half zeven opstaan is het al warm. Na een heerlijk ontbijt buiten rijden we naar Devils Golf Course, een vlakte met zoutkristallen, waar we genieten van de stilte en eenzaamheid om ons heen. Het is wonderbaarlijk om tussen de grote zoutkristallen te lopen en mijlen om je heen niets anders te zien. Na vele foto’s rijden we verder naar Badwater, het laagste punt van Death Valley. Dit is het 7e laagste punt van de wereld, 85,5 meter onder zeeniveau. Uiteraard maken we foto’s van dit laagste punt en lopen een stuk de zoutvlakte op tot we om ons heen alleen nog maar de specifieke vormen van zoutkristallen zien. Het lijkt alsof we op een ijsvlakte lopen en zonder zonnebril zijn onze ogen al snel verblind. Wat is de natuur hier indrukwekkend, we kunnen er geen genoeg van krijgen en blijven lang rondlopen. Maar er is nog meer te zien en de wandeling door de Golden Canyon is opnieuw een belevenis. Tussen gele hoog oprijzende bergwanden door lopen we rond en absorberen de hitte om ons heen. Na 8 kilometer komen we bezweet terug bij de auto waar de blikjes drinken in snel tempo achterover geslagen worden. En dan is het tijd om Death Valley achter ons te laten. Aan de vele borden langs de weg die het ene na het andere casino aanprijzen merken we dat we de staat Nevada binnengereden zijn en om half vijf rijden we Las Vegas binnen. Uiteraard over de strip waar we ons vergapen aan alle gebouwen. Naast de Eiffeltoren is er een Pyramide met Sfinx, rijden we langs het Vrijheidsbeeld met de torenhoge gebouwen van New York en zien gondels in de kanalen van Venetie varen waar ook het San Marcoplein niet ontbreekt.

De beroemde leeuw van de MGM studio torent overal bovenuit en massa’s mensen paraderen over de grote wandelboulevards. Er is te veel om naar te kijken maar gelukkig is er op dit tijdstip van de dag veel verkeer waardoor we stapvoets moeten rijden. De prijzen om bij Circus-Circus te overnachten met onze camper vinden we te hoog dus rijden we door naar een wat goedkopere campground bij het casino van Arizona Charlie en vinden daar een mooi plekje. Thecla en ik verstoren wel het gehele camping systeem wat erop gebaseerd is dat je een plaatsje aangewezen krijgt. Wij willen zelf een plekje uitzoeken wat weliswaar als eigenaardig gedrag beschouwd wordt maar uiteindelijk toch toegestaan wordt en we bepalen zelf waar we gaan staan.

Inmiddels is het donker geworden, we hebben gewandeld en 270 kilometer gereden en geen zin meer om nog ergens naar toe te gaan dus na een wijntje, lekker vlees uit de oven, een enorme bak sla en genietend van elkaars gezelschap zoeken we uiteindelijk om tien uur ons bedje op.

Vrijdag 14 october gaan we na het ontbijt eerst al onze vuile kleding in de wasmachines stoppen, we hebben vier volle wasmachines en terwijl de was draait skypen wij met onze familieleden. Voor het eerst hebben we weer eens een behoorlijke ontvangst via de Wifi. Om half elf is alle was schoon, zijn de beide bedden opnieuw gedekt en lopen we naar de bushalte buiten het casino naar de bus die ons naar de strip zal brengen. Na een overstap in Downtown Las Vegas arriveren we op de Strip, de beroemde boulevard van Las Vegas waar zich alle grote winkels en beroemde casino’s bevinden. Het is buiten zeker 35 graden en dus heerlijk om zo nu en dan in een van de grote winkels en casino’s rond te lopen. Alhoewel er nergens geld rinkelt is het toch verleidelijk om een gokje te wagen op een van de slotmachines maar winnen is er niet bij. Gelukkig blijft de inzet beperkt tot 2 dollar dus het is niet zo erg. Groot is de vreugde als Dick de derde dollar in de machine stopt en vervolgens 2,45 dollar wint. Deze winst wordt direct door mij, Tita, geincasseeerd en besteed aan een ijsje. Het is verbazingwekkend hoeveel geld er in de zakken van het casino verdwijnt maar gelukkig zien we zo nu en dan iemand dolgelukkig kijken als er wat gewonnen wordt. Het blijft een bizarre wereld dat gokken in ruimtes zonder daglicht terwijl het buiten 38 graden met staalblauwe lucht is. Naast gokken kijken we in de winkels van Dior, Luis Vuitton en Armani maar ook de Sony winkel wordt bezocht waar ik alvast uitzoek welke camera ik wil kopen. Mijn oude Sony heeft namelijk na 55.000 foto’s de geest gegeven en zoemt niet meer in.

Daar Vegas pas Vegas is als het donker is en de lichten branden blijven we net zo lang doorlopen, rondkijken, foto’s maken, mensen kijken en ons verbazen tot het donker wordt wat gelukkig al om zeven uur het geval is. Uiteindelijk lopen we om half negen naar de bushalte waar we even later kunnen instappen en na de overstap in Downtown belanden we in de bus die vlak bij het casino van Arizona Charlie stopt, waarna het nog maar 5 minuten lopen is naar de camper waar we, omdat het om tien uur ’s avonds nog steeds 30 graden is, gezellig napraten over onze belevenissen in deze bizarre stad.

Zaterdag 15 october staan we om 7 uur op en opnieuw is er staalblauwe lucht, bij het ontbijt is het al 28 graden.

Na het ontbijt lozen we grey en black water, slaan nieuwe voedselvoorraden in en verlaten Las Vegas. We rijden weer door de verlatenheid van de woestijn en bereiken al snel de Valley of Fire, een state park dat bekend staat om zijn knalrode rotsformaties. Vanwege de warmte en de weerkaatsing van de rode rotsen (het is inmiddels 38 graden) besluiten we slechts korte wandelingen te maken en daarna verder te rijden door de woestijn. Al snel steken we de grens over met Arizona waar we net van de weg af een prachtige camping vinden, temidden van de woeste natuur, Virgin River Canyon Recreation Site. De camper staat aan de rand van de canyon, buiten is het heet, maar in de schaduw van de camper met zicht op de gigantische rotspartijen is het goed uit te houden. Thomas maakt een heerlijke steak klaar op de gril en te midden van de woeste bergwereld eten we deze met heel veel smaak op.

Zondag 16 october begint net als iedere dag met staalblauwe lucht en zon. Omdat de zon nog achter de bergen verborgen is wordt het niet warmer dan 14 graden maar zodra de eerste stralen over de bergen tevoorschijn komen klimt de temperatuur direct naar 25 graden. Zion National Park is slechts 100 kilometer rijden. Omdat het enorm druk is en zondag zoeken we direct een plaatsje op de camping, makkelijk is dat niet maar uiteindelijk, na enkele rondjes rijden, vinden we een plaatsje waar we de camper neerzetten, betalen en naar de park shuttle lopen. In tegenstelling tot twee jaar geleden is het niet meer toegestaan om met de eigen auto het park in te rijden. Met de shuttle rijden we Zion in waar we ons verbazen over de hoge granieten rotsen die enorm veel klimmers trekken, overal zie je ze ook aan de wanden hangen. Bij het eindpunt van de shuttlebus maken we een mooie wandeling door de canyon. Als we na 2,5 uur terug zijn rijden we weer een stukje met de shuttlebus en maken dan nog een leuke wandeling naar de Wheeping Rock waar we ons kunnen douchen aan het van de rots afdruipende water, niet zo onaangenaam als het 35 graden is. Moe en bezweet van de wandelingen in de hete zon komen we laat in de middag terug bij de camper waar we (ik bedoel Thomas) weer een vuurtje stookt om daar worst op te bereiden. Opnieuw hebben we ’s avonds een voortreffelijke maaltijd en genieten opnieuw.

Het wordt bijna saai maar ook maandag 17 october is er weer staalblauwe lucht en zon. In de ochtend dringen tussen de hoge rotsen van Zion de zonnestralen niet door tot op de campground zodat we na het ontbijt buiten, met ijskoude handen en voeten zitten. Als alles is opgeruimd en de camper weer reisklaar rijden we de pas op naar de tunnel waar de ranger eerst alle verkeer vanuit de andere kant stilzet alvorens wij verder kunnen rijden. Aan de andere kant van de tunnel belanden we in de Indian Summer. Overal om ons heen zien we de gekleurde bomen met hun geel en rood gekleurde bladeren die schitterend afsteken tegen de soms hoog oprijzende rotspartijen. Het is echt genieten. Om twaalf uur rijden we de Red Canyon in. Uiteraard betekent dit even een wandeling de berg op om de knalrode rotsen wat meer van nabij te bewonderen. Na zo’n wandeling is de “bakery” die een uurtje later langs de weg ligt, erg verleidelijk en even later eten we buiten in de zon heerlijke broodjes. We moeten daarbij wel onze truien aanhouden want de temperaturen hier op 2400 meter hoogte komen niet hoger dan 10 graden.

Om half twee rijden we Bryce Canyon National Park binnen waar we eerst een plekje op de camping zoeken en betalen en dan pas verder rijden naar de Rim vanwaar we een schitterend uitzicht hebben op de grillige gevormde rode rotsen van Bryce canyon. Om meer het gevoel te krijgen bij de natuur lopen we via de Navajo Loop middels een steile trail diep de canyon in. Het afdalen in deze canyon is een bijzondere ervaring, we voelen ons ongelooflijk nietig tussen de knalrode rotsen die torenhoog om ons heen oprijzen. Op de bodem van de canyon slingert de trail zich verder tot hij weer op een ander punt omhoog klimt. In de late middagzon klimmen we weer boven de rand van de canyon uit, maken nog wat foto’s van elkaar aan de rand van de canyon, aanschouwen een theater bestaande uit rode rotsen en kijken naar de prairie dogs en mule deer. Daarna rijden we terug naar de camper waar het omdat we hier op 2500 meter hoogte zitten te koud is om buiten te zitten. We gaan daarom lekker in de warme camper zitten en nuttigen daar een voortreffelijke maaltijd. Om tien uur rollen we moe van alle indrukken en inspanningen ons bedje in en slapen snel.

We worden dinsdag pas om half acht wakker en waren dus echt toe aan een wat langere slaap. Na het ontbijt willen we bij het dumpstation ons grey water kwijt maar het station is helaas al gesloten voor de winter dus rijden we verder. Het is een verrukking hier rond te rijden, de woestijn wordt afgewisseld met hoge gekleurde rotsen en daarnaast staan de bomen met hun schitterende herfstkleuren te pronken. Na enig rijden komen we bij de afslag naar Kodachrome Basin State Park waar we een mooie wandeling maken door de woestijn met zijn gekleurde rotsen, cactussen en planten, die als ze verdord zijn het geluid van belletjes maken. Het is inmiddels weer warm geworden, de lange broeken worden verwisseld voor korte en de hoodies verdwijnen in de kast. Na de wandeling rijden we verder door het schitterende landschap van Escalante Grand Staircase. Zoals de naam al aangeeft slingert de weg zich over bergpassen met hellingen en afdalingen van 8 tot 10 procent, waarbij Thecla en ik regelmatig diepe afgronden inkijken. Maar het is er ongelooflijk mooi. Zo’n woestheid en verlatenheid zie je niet vaak. Helaas komt aan deze rollercoaster weg ook een einde en na de laatste pas van 2900 meter over te zijn gereden arriveren we bij Capitol Reef National Park. Midden in dit park met zijn hoog oprijzende rode rotsen hebben de Mormonen tot 1945 een nederzetting gehad, Fruita. Overgebleven is een schitterende vallei vol vruchtbomen waar nu de camping is. Omdat het tot op heden erg druk was bij de campgrounds zoeken we eerst een plekje op de camping. Dat is maar goed ook want na lang rondrijden treffen we slechts een lege plek aan. Alle campers die later komen moeten onverrichterzake terug, de campground is vol. We hebben een mooi plekje onder de geelgekleurde herfstbomen met uitzicht op steile rode rotskliffen en naast onze camper bevindt zich een boomgaard waar de mule deer zich tegoed doen aan de op de grond gevallen appels. Daar ik hopeloos achter loop met het schrijven van een stukje voor de website wordt ik in een stoel gezet met de opdracht te schrijven terwijl Thecla, Thomas en Dick rondlopen en zich later over het eten ontfermen. Opnieuw blijkt het te koud te zijn om buiten te blijven zitten zodra de zon achter de bergen verdwijnt zodat we weer de warmte van de camper opzoeken. Het eten wordt wel buiten bereid want met skottel en grill krijg je toch lekkere maaltijden.

Woensdag 19 oktober lozen we voordat we het Park inrijden eerst ons grey en black water, vullen onze tanks met schoon water en (het wordt haast vervelend) vergapen ons aan de om ons heen hoog oprijzende rode steile rotswanden. Het weer blijft onveranderlijk mooi. “s Morgens vroeg is het nog koud 5 tot 10 graden, maar zodra de zon achter de bergen vandaan is wordt het al snel 25 graden en in de middag zelfs 30 graden. We rijden nu echt door een woestijn, alleen kale heuvels en rotsen zonder enige begroeiing. Vanuit dit verlaten landschap rijden we een zijweg in naar Goblin Valley State park. Heinz en Christa hebben ons aangeraden dit park te bezoeken vanwege de vreemde rotssculpturen.

We boffen, er is nog een camping plek beschikbaar (heerlijk in de zon) en nadat we de camper geïnstalleerd hebben lopen we via een doolhof van canyons, bestaand uit versteend zand, naar de vallei waar de goblins staan. Duizenden vreemdsoortige steenhopen waar je grollen, paddenstoelen of andere vreemdsoortige wezens in kunt zien. Urenlang dwalen we rond tussen deze steenmonsters. Thecla en ik maken beiden honderden foto’s. Uiteindelijk dient de schemer zich aan en lopen we terug naar de campground waar we vanwege de invallende kou snel naar binnen verhuizen. Als we ’s avonds naar het toilet lopen zien we in deze woestijn omgeving een prachtige sterrenhemel met de melkweg. Een dergelijke sterrenhemel heb ik alleen eerder gezien in de woestijnen van Australia en Mongolia.

Donderdag 20 october schijnt de zon al vroeg op de camper omdat op deze plek geen bergen zijn waar de zon zich achter kan verschuilen. We kunnen dus weer eens buiten ontbijten zonder te bevriezen. Als alles reisklaar is gezet in de camper rijden we naar Moab, waar we, omdat het slechts 163 kilometer verder ligt en we een stuk Interstate rijden, al om 12 uur aankomen. Doordat er een “schoolbreak” is in Utah zijn de campgrounds in de National Parks Arches en Canyonlands beiden volgeboekt en moeten we uitwijken naar een camping in Moab. Gelukkig vinden we omdat we vroeg zijn een plekje, maar eind van de middag zijn hier ook alle plekjes bezet. Nadat we inkopen hebben gedaan in het stadje Moab verschansen Dick en Thomas zich achter de computer (eindelijk hebben we weer eens internet) en gaan Thecla en ik de was doen. 4 Wasmachines en 6 drogers later ligt alles weer schoon in de kast en kunnen we vannacht genieten van schone bedden. Daar de zon inmiddels achter de bergen is verdwenen wat de temperatuur heel drastisch van 30 naar 10 graden laat dalen, gaan we binnen zitten, eten, drinken en praten en muziek luisteren. We hebben het enorm gezellig met elkaar.

Dit bericht is geplaatst in USA en CANADA 2011-2012. Bookmark de permalink.

2 Reacties op Weer terug naar de USA